<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR373204_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Delft 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, d.d. 20-07-2015, nr 65680</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Delft 2015 (AVOI2015)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 5.4 lid 4 Telecommunicatiewet, art.149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Er is overgangsrecht van toepassing (art.19).</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Delft 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft,</al><al>gelezen het voorstel van het college van 19 mei 2015;</al><al>gelet op artikel 5.4 vierde lid van de Telecommunicatiewet en artikel 149
                        van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van de commissie Ruimte, Verkeer en Wonen van 26 mei
                        2015;</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>vast te stellen de</al><al><vet>Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Delft 2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving wordt verstaan
                            onder:</al><al/><al>a.college:</al><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;</al><al/><al>b.huisaansluiting:</al><al>niet met andere kabels of leidingen samengebonden delen van kabels of
                            leidingen die een verbinding vormen tussen een net dat naar zijn aard
                            voor aansluiting van huishoudens wordt opengesteld en één onroerende
                            zaak als bedoeld in artikel 16, onder a tot en met e, van de Wet
                            waardering onroerende zaken;</al><al/><al>c.kabels en leidingen:</al><al>één of meer kabels of leidingen, daaronder in ieder geval begrepen dat
                            wat onder kabels wordt verstaan in artikel 1.1, onder z, van de
                            Telecommunicatiewet en daaronder mede begrepen lege buizen, ondergrondse
                            en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor
                            transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van
                            informatie;</al><al/><al>d. openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk</al><al>kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet,
                            die ten dienste staan van een openbaar elektronisch communicatienetwerk
                            als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet, alsmede
                            ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken als bedoeld in
                            artikel 5.15 van de Telecommunicatiewet;</al><al/><al>e.openbare gronden:</al><al>alle binnen de gemeente Delft liggende </al><al>1º openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen,
                            glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers,
                            beschoeiingen en andere werken;</al><al>2º wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en
                            andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn;</al><al/><al>f.spoedeisende werkzaamheden:</al><al>werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de
                            dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk is;</al><al/><al>g.werkzaamheden van niet-ingrijpende aard:</al><al>werkzaamheden met geringe overlast voor de omgeving, zoals het
                            realiseren van incidentele huisaansluitingen met een aaneengesloten te
                            ontgraven lengte korter dan tienmeter en zoals kabellassen,
                            werkzaamheden in bestaande handholes en kleine reparatie- of
                            onderhoudswerkzaamheden met een aaneengesloten te ontgraven oppervlakte
                            kleiner dan 2,5 vierkantemeter; </al><al/><al>h.Wion:</al><al>Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte en toepassingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening ziet op de aan het college opgedragen taak om
                                werkzaamheden in of op openbare gronden, in verband met de aanleg,
                                instandhouding en opruiming van kabels en leidingen, te
                                coördineren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij deze coördinatie worden mede betrokken andere werkzaamheden in
                                of op openbare gronden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bevordert het medegebruik van voorzieningen, waarbij in
                                ieder geval de technische mogelijkheden in acht worden genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast over de uitvoering van het
                                werken in openbare gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast over aansprakelijkheid, schade
                                en nadeelcompensatie in verband met het werken in openbare
                                gronden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast over kostenverrekening en
                                –vergoeding ter zake van het verleggen van kabels en leidingen in
                                openbare gronden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen waarin artikel 5.6 van de
                                Telecommunicatiewet niet van toepassing is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Werkzaamheden inzake kabels en leidingen, uitgezonderd die ten
                            behoeve van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van vergunning van het
                                college werkzaamheden uit te voeren op of in openbare gronden inzake
                                de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening of de
                                waterschapskeur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op
                                werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar
                                publiekrechtelijke taak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een (digitaal) formulier vast waarmee de
                                vergunningaanvraag wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen die niet met het formulier worden gedaan, kan het college
                                buiten behandeling stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beslistermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag binnen acht weken na de datum
                                van ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de beslistermijn met acht weken verlengen. De
                                mededeling daartoe wordt schriftelijk aan de aanvrager gedaan, en
                                wel tenminste drie weken vóór het einde van de eerste termijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de beslistermijn opschorten, indien de aanvraag niet
                                volledig is. De aanvrager wordt van de opschorting zo spoedig
                                mogelijk in kennis gesteld; tegelijk hiermee wordt een
                                hersteltermijn gegeven waarbinnen de aanvraag alsnog volledig moet
                                worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (lex silencio
                                positivo) is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de vergunningaanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens
                                verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;</al></li><li nr="b."><al>een uitvoeringsplan, bevattende:</al><lijst><li nr="1."><al>een omschrijving van de kabels en leidingen die
                                                worden aangelegd, in stand gehouden of opgeruimd,
                                                alsmede een omschrijving van de voorzieningen die
                                                worden medegebruikt of voor medegebruikworden
                                                aangelegd;</al></li><li nr="2."><al>een omschrijving van de werkzaamheden die worden
                                                uitgevoerd;</al></li><li nr="3."><al>de contactgegevens van degene onder wiens
                                                verantwoordelijkheid de werkzaamheden worden
                                                verricht, inclusief een contactgegeven dat gedurende
                                                de uitvoering van de werkzaamheden de gehele dag
                                                bereikbaar zal zijn;</al></li><li nr="4."><al>een opgave van het voorgenomen tijdvak waarbinnen de
                                                werkzaamheden zullen plaatsvinden en, indien van
                                                toepassing, een opgave van de fasering binnen dit
                                                tijdvak;</al></li><li nr="5."><al>een aanduiding van de wijze waarop omwonenden en
                                                andere belanghebbenden vooraf in kennis worden
                                                gesteld van de werkzaamheden;</al></li><li nr="6."><al>een omschrijving van de te treffen maatregelen in
                                                het belang van de openbare orde, de veiligheid, het
                                                voorkomen of beperken van schade en overlast, de
                                                bereikbaarheid van gronden of gebouwen en de
                                                ondergrondse ordening;</al></li><li nr="7."><al>een tekening van het gewenste tracé, ingetekend op
                                                de GBKN schaal 1:500 voor bestaand gebied, met
                                                daarop de aan te leggen, in stand te houden of te
                                                verwijderen kabels en leidingen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere eisen stellen aan het uitvoeringsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="d."><al>de bereikbaarheid van gronden en gebouwen;</al></li><li nr="e."><al>de ondergrondse ordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze kunnen slechts betrekking hebben op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de plaats van de werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanvang en beëindiging van de werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, onder meer in verband
                                met de bescherming en het behoud van archeologische resten, de
                                bescherming van het milieu en het voorkomen en beperken van
                                schade;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van
                                overige in de grond aanwezige werken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvrager is verantwoordelijk voor naleving van de voorschriften
                                en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wijzigen of intrekken vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de vergunning inzake kabels en leidingen wijzigen of
                                intrekken, indien: de aanvrager niet binnen zes maanden na het
                                onherroepelijk worden van de vergunning met de werkzaamheden is
                                begonnen; de vergunde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten
                                periode van zes maanden stilliggen;</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de leiding definitief buiten gebruik
                                        heeft gesteld;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op basis van onjuiste of
                                        onvolledige gegevens;</al></li><li nr="c."><al>de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
                                        afgegeven;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager het bepaalde bij of krachtens deze verordening,
                                        dan wel de vergunningvoorschriften niet naleeft;</al></li><li nr="e."><al>het van kracht blijven van de vergunning naar het oordeel
                                        van het college een onaanvaardbaar risico oplevert voor
                                        mens, natuur of milieu en dit risico door het stellen van
                                        nadere voorschriften en beperkingen niet kan worden
                                        ingeperkt;</al></li><li nr="f."><al>dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is
                                        vanwege de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden van
                                        openbaar belang en algemeen nut;</al></li><li nr="g."><al>de betreffende grond wordt verkocht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van de
                                vergunning inzake kabels en leidingen, dan nadat het college de
                                vergunninghouder heeft gehoord.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning inzake
                                kabels en leidingen kan de verplichting worden verbonden om de
                                betreffende kabels en/of leidingen te verleggen/verplaatsen en/of
                                deze te verwijderen.Aan het besluit tot wijziging of intrekking van
                                de vergunning inzake kabels en leidingen kan de verplichting worden
                                verbonden om de betreffende kabels en/of leidingen te
                                verleggen/verplaatsen en/of deze te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard en spoedeisende
                                werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod, genoemd in artikel 4, eerste lid is niet van toepassing
                                in geval van spoedeisende werkzaamheden en werkzaamheden van
                                niet-ingrijpende aard, mits deze voor aanvang van de werkzaamheden
                                aan de burgemeester worden gemeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde of de
                                veiligheid, besluiten dat deze werkzaamheden op een ander dan het
                                voorgenomen tijdstip plaatsvinden; dit besluit wordt onverwijld na
                                het tijdstip van ontvangst van de melding genomen en aan de melder
                                bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing in de op grond van artikel 3,
                                vierde lid door het college aangewezen gebieden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene die werkzaamheden overeenkomstig het eerste lid heeft
                                uitgevoerd, verstrekt desgevraagd per omgaande een
                                uitvoeringsverslag van de werkzaamheden aan het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het uitvoeringsverslag omvat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een omschrijving van de kabels en leidingen die zijn
                                        aangelegd, in stand gehouden of opgeruimd;</al></li><li nr="b."><al>een omschrijving van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd;
                                        en</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van de omvang en de spoedeisende aard van de
                                        werkzaamheden.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Werkzaamheden inzake kabels en leidingen ten behoeve van een openbaar
                            elektronisch telecommunicatienetwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanvraag om instemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is zonder of in afwijking van instemming van het college
                                    niet toegestaan werkzaamheden uit te voeren op of in openbare
                                    gronden inzake de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels
                                    en leidingen ten behoeve van een openbaar elektronisch
                                    telecommunicatienetwerk.</al></li><li nr="2."><al>Instemming wordt aangevraagd door het voornemen, genoemd in
                                    artikel 5.4, eerste lid, onder a, van de Telecommunicatiewet, in
                                    te dienen met een door het college vastgesteld (digitaal)
                                    formulier.</al></li><li nr="3."><al>Aanvragen die niet met het formulier worden gedaan, kan het
                                    college buiten behandeling stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Beslistermijnen</titel></kop><al>Artikel 6 is op de aanvraag om instemming van overeenkomstige
                            toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens
                                verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>een volledig ingevuld aanvraagformulier;</al></li><li nr="b."><al>een uitvoeringsplan, bevattende de gegevens zoals genoemd in
                                        artikel 7, eerste lid onder b.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 7, tweede lid is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel/></kop><al>De artikelen 8 en 9 zijn op het instemmingsbesluit van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard en spoedeisende
                                werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod, genoemd in artikel 12, eerste lid is niet van toepassing
                                in geval van spoedeisende werkzaamheden en werkzaamheden van
                                niet-ingrijpende aard, mits deze voor aanvang van de werkzaamheden
                                aan de burgemeester worden gemeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden 2 tot en met 5 van artikel 11 zijn van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde zijn de door het college aangewezen personen
                            belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van artikel 4, eerste lid en 11, eerste lid wordt gestraft
                            met hechtenis van ten ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                            tweede categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Intrekking oude regelingen overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Delft 2009
                                wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Delft 2009
                                blijft van toepassing ten aanzien van aanvragen die zijn ingediend
                                voor het tijdstip van nwerkingtreding van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een krachtens de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren
                                Delft 2009 verleende vergunning geldt als verleend krachtens deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene verordening
                                ondergrondse infrastructuur Delft 2015 (AVOI 2015).</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 juli
                                2015.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>drs. R.G.R. Jeene ,griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>toelichting</label><titel>op de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Delft 2015</titel></kop><al>Deze verordening bevat regels met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden
                    in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen in
                    openbare grond.</al><al/><al>Kernpunten van deze Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Delft 2015
                    (AVOI) en de daarop gebaseerde besluiten zijn:</al><al>- de bruikbaarheid en het aanzien van de weg;</al><al>- de veiligheid van de kabels en leidingen;</al><al>- het minimaliseren van risico’s voor milieu en gezondheid van mens en
                    dier;</al><al>- te stellen eisen aan de ordening en allocatie van kabels en leidingen;</al><al>- te stellen eisen aan exploitatie en onderhoud van kabels en leidingen;</al><al>- te stellen eisen aan wijzigingen van leidingentracés en verwijdering van
                    kabels en leidingen.</al><al/><al><vet>Twee regimes voor kabels en leidingen</vet></al><al>Vanwege de bepalingen in de Telecommunicatiewet moet een onderscheid gemaakt
                    worden tussen werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en
                    opruiming van <cursief>kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                        telecommunicatienetwerk</cursief> en werkzaamheden in verband met aanleg,
                    instandhouding en opruiming van zogenoemde <cursief>overige kabels en
                        leidingen</cursief>.</al><al/><al>Voor de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en
                    opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                    telecommunicatienetwerk bepaalt de Telecommunicatiewet (afgekort: Tw), dat de
                    aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk die het voornemen
                    heeft werkzaamheden uit te voeren, slechts overgaat tot het verrichten van deze
                    werkzaamheden als het voornemen daartoe schriftelijk is
                        <cursief>gemeld</cursief> aan het college van burgemeester en wethouders
                    (hierna: college) en de aanbieder van het college <cursief>instemming</cursief>
                    heeft verkregen voor de uitvoering van de werkzaamheden (artikel 5.4, eerste
                    lid, van de Tw). De Telecommunicatiewet bepaalt daarbij (onder andere) eveneens
                    dat het college in het instemmingsbesluit bijzondere voorschriften kan opnemen
                    (artikel 5.4, tweede en derde lid, van de Tw) en dat de gemeenteraad met
                    betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden bij verordening regels
                    vaststelt (artikel 5.4, vierde lid, van de Tw). In zoverre is deze verordening
                    een verordening <cursief>in medebewind</cursief>. De verordening bouwt voort op
                    de regels uit de formele wet: “en de daarop berustende bepalingen” (zie artikel
                    1.1, aanhef, van de Tw); hierdoor werken de wettelijke begripsbepalingen uit de
                    Telecommunicatiewet door in deze verordening.</al><al/><al>Voor de werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                    de overige kabels en leidingen ontbreekt een dergelijke vorm van wetgeving,
                    zodat de gemeente vrij is om ter zake zelf regels op te stellen. Een systeem van
                    vergunningverlening ligt hier het meest voor de hand, omdat op deze wijze de
                    hierboven genoemde kernpunten het best worden geborgd. </al><al/><al>In deze AVOI is daarom voor elk regime een apart hoofdstuk met bepalingen
                    opgenomen. </al><al>Hoofdstuk 2 is van toepassing op werkzaamheden betreffende overige kabels en
                    leidingen, zoals water- en gasleidingen en elektriciteitskabels. </al><al>Hoofdstuk 3 is uitsluitend van toepassing op werkzaamheden aan kabels ten
                    dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk (datakabels, koper
                    en glasvezelkabels etc.). </al><al/><al>Teneinde de AVOI in de praktijk zo werkbaar mogelijk te maken, sluiten de
                    bepalingen van de beide hoofdstukken inhoudelijk en voor wat betreft de afweging
                    die de gemeente dient te maken, zo veel mogelijk op elkaar aan en geven zij een
                    duidelijke aanvulling op de bepalingen zoals die zijn opgenomen in de
                    Telecommunicatiewet (zie paragraaf 5.1.2 van de Tw). Verder is zoveel mogelijk
                    aangehaakt bij de modelverordening van de VNG.</al><al/><al><vet>Publiekrechtelijke vergunning / instemming en privaatrechtelijke
                        toestemming</vet></al><al>Het systeem van vergunning respectievelijk instemming voor het uitvoeren van
                    werkzaamheden aan kabels en leidingen is van
                        <cursief>publiekrechtelijke</cursief> aard. Dat wil zeggen dat de verkrijger
                    van de vergunning of de instemming het recht krijgt om -tijdelijk en onder
                    bepaalde voorwaarden- de openbare orde te mogen verstoren teneinde de gewenste
                    werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Dit recht wordt verleend door het
                    bestuursorgaan (college, burgemeester).</al><al/><al>Juridisch gezien geeft deze vergunning ofinstemming echter
                    nog geen recht om in de grond te graven en het wegdek te beschadigen. De
                    vergunninghouder heeft daarom ook (<cursief>privaatrechtelijke</cursief>)
                    toestemming nodig van de <cursief>eigenaar</cursief> van de grond. </al><al>Toch zou het te ver voeren om voor het graven in gemeentelijke grond naast een
                    vergunning/instemming ook nog eens een aparte toestemming te moeten vragen.
                    Daarom wordt -wanneer na toetsing geen publiekrechtelijk bezwaar bestaat om de
                    werkzaamheden toe te laten- de privaatrechtelijke toestemming verondersteld
                    gelijktijdig gegeven te zijn. </al><al>Wanneer de openbare grond geen eigendom is van de gemeente (bijvoorbeeld in de
                    TU-wijk) heeft de aanvrager naast een gemeentelijke instemming of vergunning wel
                    apart toestemming nodig (van de TU).</al><al/><al><vet>Regeneratiekosten, aansprakelijkheid </vet></al><al>In de verordening is geen regeling opgenomen voor het bestrijden van de kosten
                    voor het herstellen van de openbare weg. Ook is geen aansprakelijkheid- of
                    schaderegeling opgenomen. Het opstellen van deze regels is gedelegeerd aan het
                    college.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al/><al><vet><cursief>Huisaansluiting</cursief></vet></al><al>De definitie van ‘huisaansluiting’ is afgeleid uit de Wet
                    informatie-uitwisseling ondergrondse netten (Wion).</al><al>Hiermee is een objectief criterium gehanteerd, zodat niet voor verschillende
                    soorten kabels en leidingen</al><al>verschillende definities van ‘huisaansluiting’ hoeven te gelden.</al><al>De Wion kent het begrip huisaansluiting overigens niet en spreekt van: “de niet
                    met andere kabels of leidingen samengebonden delen van kabels of leidingen die
                    een verbinding vormen tussen een net dat naar zijn aard voor aansluiting van
                    huishoudens wordt opengesteld, en één onroerende zaak als bedoeld in artikel 16,
                    onderdeel a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken” (artikel 1,
                    lid 2, van de Wion). Het is deze zinsnede die in deze verordening is
                    overgenomen.</al><al>In de Wet waardering onroerende zaken</al><al>(Wwoz) wordt in artikel 16 als een onroerende zaak aangemerkt:</al><al>a. een gebouwd eigendom;</al><al>b. een ongebouwd eigendom;</al><al>c. een gedeelte van een in onderdeel a of onderdeel b bedoeld eigendom dat
                    blijkens zijn indeling</al><al>is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al><al>d. een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b bedoelde
                    eigendommen</al><al>of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige
                    in gebruik zijn</al><al>en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;</al><al>e. een geheel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b bedoelde
                    eigendommen, of</al><al>in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan, of in onderdeel d bedoelde
                    samenstellen, dat naar</al><al>de omstandigheden beoordeeld één terrein vormt bestemd voor verblijfsrecreatie
                    en dat als</al><al>zodanig wordt geëxploiteerd.</al><al/><al><vet><cursief>Kabels en leidingen</cursief></vet></al><al>Het begrip ‘kabels en leidingen’ is gebaseerd op de begripsbepaling van ‘net’
                    uit de Wion (artikel 1, onder e), waarbij een verbreding is aangebracht om ook
                    de werkzaamheden in verband met bovengrondse kabels en leidingen, inclusief
                    ondersteunings- en beschermingswerken onder de werking van deze verordening te
                    brengen. </al><al>Als voorbeeld van dergelijke bovengrondse ondersteunings- en beschermingswerken
                    kunnen schakelkasten worden genoemd, trafohuisjes, alsmede ook inrichtingen voor
                    het telecommunicatieverkeer. Mantelbuizen, kabelgoten, handholes, lasdozen en
                    duikers zijn voorbeelden van ondergrondse ondersteunings- en beschermingswerken.
                    Met lege buizen worden bedoeld de werken die worden aangelegd met het oogmerk
                    deel uit te gaan maken van een netwerk en ook buizen die worden aangelegd als
                    voorziening voor medegebruik.</al><al/><al><vet><cursief>Openbare gronden</cursief></vet></al><al>Het begrip ‘openbare gronden‘ is overgenomen uit de Telecommunicatiewet (artikel
                    1.1, onder aa, van de Tw). Door in de verordening voortdurend te spreken over
                    ‘werkzaamheden in of op openbare gronden’ (evenals in de Telecommunicatiewet
                    overigens, zie bijvoorbeeld artikel 5.4, eerste lid, van de genoemde wet) is
                    duidelijk, dat het hier gaat om zowel werkzaamheden onder het maaiveld alsook
                    werkzaamheden boven het maaiveld.</al><al/><al><vet><cursief>Spoedeisende werkzaamheden</cursief></vet></al><al>Deze definitie is nieuw opgenomen in de verordening en ziet op noodreparaties
                    aan kabels en leidingen die geen uitstel kunnen lijden (zie artikel 5.4 lid 4
                    onder f van de Tw). Deze werkzaamheden kunnen zonder vergunning of instemming
                    worden uitgevoerd, mits deze vooraf via een zg. MOOR-melding worden
                    bekendgemaakt. Zodra het spoedeisende karakter van de werkzaamheden is geweken,
                    herleeft de verbodsbepaling en dient alsnog een aanvraag te worden
                    ingediend.</al><al/><al><vet><cursief>Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard</cursief></vet></al><al>Het definiëren van werkzaamheden van niet-ingrijpende aard vloeit voort uit
                    artikel 5.4, lid 5 van de Telecommunicatiewet, en geldt ook voor kabels en
                    leidingen die niet onder de Telecommunicatiewet vallen. </al><al>Net als spoedeisende werkzaamheden worden huisaansluitingen en enkele andere
                    niet-ingrijpende werkzaamheden aan een lichter regime onderworpen, tenminste
                    voor zolang de werkzaamheden voldoen aan de genoemde eisen. </al><al>Jaarlijks worden in Delft enkele honderden werkzaamheden aan kabels en leidingen
                    verricht, waarvan de meeste slechts kortdurend en beperkt van omvang zijn. Voor
                    deze niet-ingrijpende werkzaamheden geldt de verkorte meldingsprocedure.</al><al>Het college kan bepalen dat voor werkzaamheden aan bepaalde categorieën kabels
                    en leidingen of binnen een bepaald gebied, niet met een melding kan worden
                    volstaan maar altijd een vergunning of een instemmingsbesluit nodig is.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Reikwijdte en coördinatie van werkzaamheden</vet></al><al>Het college is belast met de coördinatie van de binnen Delfts grondgebied uit te
                    voeren werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                    kabels en leidingen, met het oog op het zoveel mogelijk beperken van overlast en
                    schade. Hiertoe behoort niet alleen het aan voorschriften en geboden onderwerpen
                    van de werkzaamheden, maar ook het zoveel mogelijk gelijktijdig laten
                    plaatsvinden van (grotere) werkzaamheden en het bevorderen dat zoveel mogelijk
                    van dezelfde (ondergrondse) voorzieningen gebruik wordt gemaakt. Dit laatste met
                    het oog op de toenemende drukte in de bodem.</al><al>“Het gaat hierbij om medegebruik van de voorzieningen ter zake van de aanleg en
                    instandhouding van kabels; daaronder kunnen de bij de kabel behorende
                    ondersteunings- en beschermingswerken worden verstaan. Het medegebruik betreft
                    niet de kabeldraad of glasvezel zelf. Onder bij de kabel behorende
                    ondersteunings- en beschermingswerken worden in dit verband ondermeer verstaan
                    de kabelgoten en kabelsleuven. Ook vallen mantelbuizen ter bescherming van
                    kabels en de handholes, lasdozen en duikers onder de voor medegebruik in
                    aanmerking komende voorzieningen” memorie van toelichting bij wijziging van de
                    Telecommunicatiewet (Kamerstukken II 2004/05, 29 834, nr.3, pp.60-61).</al><al/><al><vet>Artikel 3 Nadere regels B&amp;W</vet></al><al>In dit artikel wordt de basis gelegd voor:</al><al>1 het collegebesluit AVOI</al><al>2 de verlegregeling </al><al>3 het handboek K&amp;L.</al><al/><al>Het college kan op grond van het derde lid een geografisch gebied vaststellen
                    (opgenomen in de nadere regels) waarbinnen <cursief>altijd</cursief> een
                    vergunning moet worden aangevraagd.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Vergunning</vet></al><al>Uitgangspunt van de AVOI is dat werkzaamheden in openbare gronden verboden zijn,
                    tenzij men beschikt over een vergunning of een instemmingbesluit.</al><al>Het tweede lid ziet op openbare grond van andere overheden, die de werkzaamheden
                    daarop of –in zelf gereguleerd hebben.</al><al>Voor werkzaamheden rond de kabels en leidingen van de gemeente zelf, zoals de
                    riolering maar ook eventuele andere kabels en leidingen, is om praktische
                    redenen het verbod niet procedureel van toepassing. Om redenen van effectiviteit
                    en kwaliteit zullen binnen de gemeente de doelstellingen van deze verordening
                    zoveel mogelijk worden nageleefd door middel van het handboek K&amp;L . </al><al/><al><vet>Artikel 5 Aanvraag</vet></al><al>In geval van voorgenomen werkzaamheden moet een aanvraag bij de gemeente
                    plaatsvinden.</al><al>Dat kan formeel bij het college van burgemeester en wethouders, maar in de
                    praktijk bij de gemandateerde ambtenaar. Op het verlenen van een vergunning of
                    instemmingsbesluit zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van
                    toepassing zoals het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het
                    motiveringsbeginsel.</al><al>Om het proces van aanvraag tot verlening te stroomlijnen en om kosten te
                    besparen, wordt ingezet op een uniform digitaal aanvraagformulier, dat zowel
                    voor een vergunning- als voor een instemmingsaanvraag wordt gebruikt. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Beslistermijnen</vet></al><al>De maximale termijn van 8 weken is conform het bepaalde in de Awb. Deze termijn
                    geldt niet voor niet-ingrijpende en spoedeisende werkzaamheden. Een aanvrager
                    kan uiteraard vooroverleg voeren met het college om de aanvraag voor te
                    bereiden.</al><al>Lukt het niet om binnen deze termijn een besluit te nemen dan geeft het tweede
                    lid de mogelijkheid om de beslistermijn met nog eens 8 weken te verlengen.
                    Uiteraard zal er naar worden gestreefd om zo spoedig mogelijk op de aanvragen te
                    beslissen en gelden de genoemde termijnen als maximale beslistermijnen.</al><al>De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het aandragen van de benodigde
                    informatie en bescheiden om op de aanvraag te kunnen beslissen. Wanneer de
                    aanvraag niet compleet is, kan de beslistermijn worden opgeschort. </al><al/><al>Verder draagt de aanvrager zelf zorg voor overige benodigde vergunningen of
                    toestemmingen (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning). Indien een aanvrager
                    hierom verzoekt, zal de gemeente inhoudelijke afstemming met andere
                    bestuursorganen bevorderen. De gemeente zal dan van haar bevoegdheid tot
                    aanhouding gebruik maken ter behartiging van de belangen die de AVOI beoogt te
                    beschermen.</al><al>Het wie-zwijgt-stemt-toe-artikel uit de Awb is niet van toepassing, hetgeen
                    betekent dat de vergunning niet als van rechtswege verleend mag worden beschouwd
                    bij het verstrijken van de beslistermijn.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Gegevensverstrekking</vet></al><al>In het eerste lid onder b is bepaald dat bij de aanvraag een uitvoeringsplan met
                    een aantal onderdelen moet worden gevoegd. Het uitvoeringsplan is een figuur dat
                    bekend is uit het stelsel van de Telecommunicatiewet (zie artikel 5.4, lid 4,
                    van de Tw). Bij de melding van werkzaamheden in het kader van deze wet dient
                    eveneens een uitvoeringsplan te worden gevoegd. In artikel 3 is de basis gelegd
                    voor een collegebesluit dat nadere invulling geeft vwb de eisen aan het
                    uitvoeringsplan.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Weigeringsgronden </vet></al><al>Artikel 8 somt de gronden op om de vergunning te weigeren. Deze gronden zijn
                    gelijkluidend met de belangen zoals genoemd in artikel 5.4, tweede lid, van de
                    Telecommunicatiewet en vormen het hart van de publieke belangen die de
                    verordening beoogt te beschermen. Wanneer deze bescherming is gewaarborgd, is er
                    geen reden om de vergunning te onthouden.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Voorschriften en beperkingen</vet></al><al>Door het verbinden van voorschriften en beperkingen aan de vergunning, wordt de
                    afweging tussen het particuliere belang van de kabel-/ leidingbeheerder en de
                    publieke belangen uit de verordening tot uitdrukking gebracht. Indien duidelijk
                    is dat de voorschriften en beperkingen niet kunnen worden nageleefd, dan moet de
                    vergunning worden geweigerd. </al><al>Wat betreft eventueel te stellen voorschriften met betrekking tot het tijdstip
                    van de aanvang van de werkzaamheden geldt dat dit (parallel aan artikel 5.4,
                    derde lid, onder b, van de Tw) in beginsel niet later mag liggen dan 12 maanden
                    na het gemelde voornemen. Dit om aanvragers zekerheid te bieden dat de aanvang
                    niet later kan worden bepaald dan 12 maanden na aanvraag, tenzij er
                    zwaarwichtige redenen zijn van publiek belang die zich hier tegen verzetten.
                    Slechts in dat geval kan het college een later gelegen tijdstip
                    voorschrijven.</al><al>Specifiek voor Delft is haar lange (vaderlandse) geschiedenis. Met het oog
                    hierop wordt expliciet de bescherming van archeologische bodemschatten genoemd. </al><al>Uitwerking van de voorschriften gebeurt in de op basis van artikel 3 opgestelde
                    nadere regels.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Wijzigen en intrekken </vet></al><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om een vergunning in te trekken of
                    te wijzigen indien sprake is van één of meer van de in het eerste lid genoemde
                    situaties.</al><al>Onderdeel g is een vangnetbepaling, die het college de bevoegdheid geeft om in
                    te grijpen indien er ernstige gevolgen voor de gezondheid of het milieu dreigen
                    als gevolg van het in stand houden van de vergunning. Deze bevoegdheid kan
                    echter als laatste middel gebruikt worden aangezien eerst moet worden bezien of
                    de dreiging kan worden weggenomen door aanpassing van de vergunning of door het
                    stellen van nadere eisen. </al><al>Onderdeel h is van toepassing wanneer de gemeente vanwege de rechtmatige
                    uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak van oordeel is dat
                    aanpassing van leidingen noodzakelijk is. Dit is het geval wanneer de gemeente
                    werken uitvoert die het algemeen belang dienen, waardoor deze leiding niet kan
                    blijven liggen of moet worden aangepast. Wanneer de gemeente puur handelt als
                    private/commerciële partij is geen sprake van een publiekrechtelijke bevoegdheid
                    of taak. Uit jurisprudentie blijkt echter wel dat een zeker commercieel belang
                    niet in de weg staat aan de toepassing van de verordening (ABRvS 5 december
                    2012, 01108899/1/A3, r.o. 6.1). Het is echter op een dergelijk moment ter
                    beoordeling aan het college hoe wordt omgegaan met het al dan niet toekennen van
                    nadeelcompensatie, althans vergoeding (verlegregeling).</al><al>Per situatie zal door het college worden beoordeeld of met het wijzigen van de
                    bestaande vergunning kan worden volstaan, of dat er een nieuwe vergunning
                    afgegeven wordt. Bij deze keuze houdt het college rekening met de
                    gerechtvaardigde belangen van de vergunninghouder.</al><al>Voor wijzigingen in leidingen die in het verleden zijn gelegd en waarvoor geen
                    expliciete vergunning is verleend dient een nieuwe vergunning op grond van deze
                    AVOI te worden aangevraagd. </al><al>De hoorplicht in lid 2 vloeit voort uit de eisen die de Awb stelt aan de
                    zorgvuldige voorbereiding van besluiten.</al><al>Lid 3 geeft het college de bevoegdheid om aan het besluit tot intrekking of
                    wijziging van de vergunning de verplichting te koppelen om de betreffende
                    leiding te verleggen/verplaatsen of deze zelfs in zijn geheel te verwijderen.
                    Wordt deze verplichting opgelegd dan geeft dit de netbeheerder vervolgens
                    de</al><al>mogelijkheid om een beroep te doen op de verlegregeling.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Niet-ingrijpend en spoedeisend </vet></al><al>Voor de uitvoering van zogeheten ‘klein werk’ is een volledige
                    vergunningaanvraag en toetsing niet verplicht. Voor deze categorie werkzaamheden
                    kan worden volstaan met een lichtere meldingsprocedure (dit geldt zowel voor
                    telecommunicatiekabels als voor overige kabels en leidingen) via de al eerder
                    genoemde MOOR-melding. De categorie werkzaamheden waarvoor dit geldt staat
                    omschreven in artikel 1 en wordt nader uitgewerkt door het college in de nadere
                    regels.</al><al>De lichte meldingsprocedure geldt niet in de door het college aangewezen
                    gebieden (lid 3).</al><al/><al><vet>Artikelen 12 t/m 16 Telecommunicatie</vet></al><al>In deze artikelen wordt geheel in lijn met de bepalingen in de
                    Telecommunicatiewet een instemmingsprocedure in het leven geroepen. De
                    procedurele inkleding is praktisch hetzelfde als de regeling in de voorafgaande
                    artikelen inzake de overige kabels en leidingen.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Toezicht </vet></al><al>De nadere regels van het college regelen ook het toezicht en de aanwijzing van
                    ambtenaren die met dit toezicht zijn belast.</al><al/><al><vet>Artikel 18 Strafbepaling</vet></al><al>De strafbaarstelling is op deze plaats beperkt tot een aantal handelingen uit
                    hoofdstuk 2. </al><al>Strafbaarstelling van overtreding van bepalingen inzake de aanleg,
                    instandhouding en opruiming van kabels ten dienst van een openbaar
                    communicatienetwerk, anders gezegd de handelingen waarop hoofdstuk 3 van
                    toepassing is, verloopt via de Wet op de Economische Delicten (via artikel 1,
                    onder vier, van deze wet).</al><al/><al><vet>Artikelen 19 en 20</vet></al><al>Deze artikelen regelen het overgangsrecht van de oude naar de nieuwe verordening
                    en de inwerkingtreding.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>