<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR373118_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Heumen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-75291.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dfinanci%25c3%25able%2bverordening%2bheumen%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150819%26epd%3d20150819%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Heumen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit Begroting en verantwoording provincie en gemeenten</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-11-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Heumen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 juni 2015;</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en de bepalingen van het Besluit
                        Begroting en verantwoording provincie en gemeenten;</al><al>gezien het advies van de commissie financiën;</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Financiële verordening gemeente Heumen 2015</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><cursief>administratie</cursief>: het systematisch verzamelen,
                        vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                        besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de
                        verantwoording die daarover moet worden afgelegd;</al><al><cursief>administratieve organisatie</cursief> : het stelsel van
                        organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en in stand
                        houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                        informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding;</al><al><cursief>a</cursief><cursief>f</cursief><cursief>deling</cursief>:
                        iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een
                        eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;</al><al><cursief>bruto schuld </cursief>: het totaal van de langlopende leningen,
                        kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva;</al><al><cursief>geldelijke bezittingen niet ingezet voor de publieke taak</cursief>
                        : totaal van de langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en
                        ovelopende activa; </al><al><cursief>inkomsten</cursief>: totaal van de baten vóór onttrekking
                        reserves;</al><al><cursief>netto schuld</cursief> : bruto schuld minus de omvang van de
                        geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak;</al><al><cursief>overheidsbedrijf</cursief> : onderneming met privaatrechtelijke
                        rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                        rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan
                        niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in
                        staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een
                        personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon
                        deelneemt.</al><al><cursief>rechtmatigheid</cursief> : het in overeenstemming zijn met de
                        geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen,
                        raadsbesluiten en collegebesluiten.</al><al/><al>Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘begroting’ en ‘rekening’
                        wordt de jaarlijkse Programmabegroting en Programmarekening bedoeld. </al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma’s en paragrafen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere nieuwe raadsperiode een
                            programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke
                            onderwerpen hij in extra paragrafen kaders wil stellen en wil worden
                            geïnformeerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en rekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en rekening worden van alle programma’s de geraamde
                            respectievelijk de gerealiseerde lasten en baten weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van
                            nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet
                            weergegeven en wordt van lopende investeringskredieten het
                            geautoriseerde krediet en de raming van de uitputting weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de rekening wordt van investeringen en meerjarige projecten de
                            uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele
                            raming van de totale uitgaven weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>Het college biedt de raad in principe vóór 22 juni de Kadernota aan met
                        voorstellen voor het beleid en financiële kaders voor het volgende
                        begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren. De raad stelt deze
                        Kadernota in principe vóór 15 juli vast</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                lasten per programma en de investeringsbudgetten tot en met €
                                100.000.</al><al>De raad autoriseert investeringen boven de € 100.000 aan de hand van
                                een uitgewerkte investeringsvoorstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatieplicht.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                (maand)rapportages over de afwijkingen van de door de raad
                                geautoriseerde programmabaten en -lasten en bestemmingsreserves.
                                Afwijkingen worden per programma in een begrotingswijziging
                                vastgelegd en ter vaststelling voorgelegd aan de raad. </al></li><li nr="2."><al>Het college informeert de raad mondeling tweemaal per jaar over de
                                realisatie van de afgesproken beleidsvoornemens. </al></li><li nr="3."><al>Bij de behandeling van tussentijdse rapportages in de raad doet het
                                college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde
                                budgetten en de investeringskredieten en/of een voorstel voor
                                bijstelling van het beleid.</al></li><li nr="4."><al>Het college besluit niet eerder over:</al><lijst><li nr="a."><al>De aankoop van goederen, werken en diensten groter dan €
                                        50.000, als daar geen budget of krediet voor is
                                        geautoriseerd;</al></li><li nr="b."><al>Het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter
                                        dan € 100.000 </al></li><li nr="c."><al>Het verstrekken van kapitaal aan instellingen en
                                        ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de
                        gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college
                        te brengen. Lid b van dit artikel is niet van toepassing op de de tertiaire
                        achtervang van woningbouwleningen</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Materiële vaste activa worden afgeschreven conform de termijnen zoals
                            opgenomen in de afschrijvingstabel, behorende bij de Nota waardering en
                            afschrijving vaste activa. Deze afschrijvingstabel wordt, indien nodig
                            en gewenst, via de begroting en jaarrekening aangevuld en
                            geactualiseerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk
                            nut worden, onder aftrek van eventuele hiervoor beschikbare bijdragen
                            van derden en bestemmingsreserves, ten laste van de exploitatie
                            gebracht. Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van
                            activering bij raadsbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over
                            de verwachte levensduur van het actief of een kortere, door de raad aan
                            te geven, tijdsduur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Waardering debiteuren en overige vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende gemeentelijke belastingen als
                            bedoeld in artikel 219 Gemeentewet wordt een voorziening wegens
                            oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van
                            oninbaarheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid
                            gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande
                            vorderingen ouder dan zes maanden en/of de specifieke situatie van de
                            betreffende debiteur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeente Heumen, die worden geleverd aan overheidsbedrijven
                                en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij
                                de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die
                                indirecte kosten meegenomen die rechtstreeks samenhangen met de door
                                de gemeente verleende diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de in de kostprijsberekening op te nemen kosten worden betrokken
                                de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de
                                noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten
                                van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing en
                                afvalstoffenheffing de compensabele belasting over de toegevoegde
                                waarde (BTW) en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid.</al></li><li nr="3."><al>Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten,
                                indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                financiering van het actief toegerekend en als zodanig in de
                                kostprijsberekening opgenomen. Deze rente is een vergoeding voor de
                                inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen. De rentepercentages
                                voor deze vergoeding worden bij de behandeling van de begroting
                                vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de de levering van goederen, diensten of werken aan
                            overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de
                            gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de
                            geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet
                            het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een
                            voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                            activiteit wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en
                            derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening. Bij
                            afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit,
                            waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd.
                        </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven
                            en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de
                            geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet
                            het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het
                            publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in de
                            vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken
                                    van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor
                                    zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de
                                    uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet
                                    opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend
                                    bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften
                                    gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                    staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie
                                    en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>Het college stelt nadere regels op ter uitvoering van de
                        financieringsfunctie en legt deze regels alsmede de regels voor taken en
                        bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                        informatievoorziening vast in een financieringsstatuut. Het college zendt
                        dit financieringsstatuut ter kennisgeving aan de raad.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>Bij de begroting en rekening neemt het college in de paragraaf lokale
                        heffingen de volgens artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording
                        provincies en gemeenten (voortaan: BBV) verplichte informatie op. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en rekening neemt het college in de paragraaf financiering,
                        naast de volgens artikel 13 van de BBV verplichte onderdelen, in ieder geval
                        ook informatie op over: </al><lijst><li nr="a."><al>de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het
                                verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="b."><al>de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het
                                verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="c."><al>de rentevisie voor de komende vier jaar. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><al>Bij de begroting en rekening neemt het college in de paragraaf
                        weerstandsvermogen en risicobeheersing, naast de volgens artikel 11 van de
                        BBV verplichte onderdelen, in ieder geval ook informatie op over: </al><lijst><li nr="a."><al>de solvabiliteitsratio;</al></li><li nr="b."><al>netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle
                                verstrekte leningen;</al></li><li nr="c."><al>kengetal grondexploitatie;</al></li><li nr="d."><al>structurele exploitatieruimte;</al></li><li nr="e."><al>belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en rekening neemt het college in de paragraaf onderhoud
                            kapitaalgoederen de volgens artikel 12 van de BBV verplichte onderdelen
                            op. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota
                            onderhoud openbare ruimte aan ter behandeling en vaststelling in de
                            raad. De nota geeft de kaders weer voor de inrichting van het onderhoud,
                            het beoogde onderhoudsniveau en de meerjarige financiële consequenties
                            voor het openbaar groen, de wegen, de riolering en de openbare
                            verlichting. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota
                            onderhoud gebouwen aan ter behandeling en vaststelling door de raad.
                            Deze nota geeft de kaders weer voor de inrichting van het onderhoud, het
                            beoogde onderhoudsniveau en de meerjarige financiële meerjarige
                            consequenties hiervan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>Bij de begroting en rekening neemt het college In de paragraaf
                        bedrijfsvoering de volgens artikel 14 van de BBV verplichte onderdelen op.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>Bij de begroting en de rekening neemt het college in de paragraaf verbonden
                        partijen, naast de volgens artikel 15 van de BBV verplichte onderdelen, in
                        ieder geval per verbonden partij ook het vaste format met 24 aandachtspunten
                        op. Waar nodig en gewenst wordt dit format bij de begroting geactualiseerd.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><al>Bij de begroting en rekening neemt het college in de paragraaf grondbeleid
                        de volgens artikel 16 van de BBV verplichte onderdelen op. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Sociaal domein</titel></kop><al>Bij de begroting en rekening neemt het college in de paragraaf sociaal
                        domein de ontwikkelingen op over de WMO, de Jeugdwet en de Participatiewet.
                        In de paragraaf wordt tevens ingegaan op het algemeen beleid met betrekking
                        tot de uitvoering van de taken in het sociaal domein.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                        dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                                de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten;
                            </al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="e."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                                daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;
                            </al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                verantwoordelijkheden; </al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                investeringskredieten; </al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van
                                de financieringsfunctie; </al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en
                                uitputting van middelen; </al></li><li nr="f."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding
                                van goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;</al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en
                                oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen,
                                opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording
                                wordt voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></li><li nr="2."><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de
                                opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van
                                crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 5 jaar. Bij afwijkingen in
                                de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen.</al><al/><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>De Financiele verordening 2010 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij
                        van toepassing blijft op de Programmarekening 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 10 juli 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt voortaan aangehaald als ‘Financiële
                                verordening gemeente Heumen 2015’.</al><al/><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>WD</ondertekening><ondertekening>Malden, 9 juli 2015</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD;</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.Bosland.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>P.Mengde</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><onderstreept><vet>Algemeen.</vet></onderstreept></al><al>Artikel 212 van de Gemeentewet schrijft voor dat de raad een financiele
                        verordening vast stelt.</al><al>De financiele verordening gemeente Heumen 2015 vervangt de Financiele
                        verordening 2010/2011.</al><al>De inhoud is aangepast aan de geldende wet- en regelgeving inclusief de
                        adviezen en de notities van de commissie BBV en de Rekenkamer gemeente
                        Heumen.</al><al>Op grond van de ervaringen over de afgelopen 10 jaren heeft de commissie
                        Depla geconstateerd dat het huidige BBV toe is aan een herziening.</al><al>Ervaring en inzichten leren dat wet- en regelgeving aangepast dient te
                        worden aan de praktijk in gemeenten. Zo is er behoefte de begroting
                        inzichtelijk te maken voor raadsleden en niet financieel specialisten. De
                        scheiding tussen de kaderstellende – en controlerende rol van de raad te
                        versterken en het sturen op hoofdlijnen te bevorderen.</al><al>Verder staat de functionele indeling, de ontwikkeling van indicatoren, de
                        introductie van kengetallen m.b.t. de financiele positie en de rol van de
                        accountant ter discussie.</al><al>De commissie heeft een aantal adviezen uitgebracht die zullen leiden tot
                        aanpassing van het BBV.</al><al>Deze aanpassingen hebben ook consequenties voor de inhoud van de financiele
                        verordening en zullen mogelijk nog leiden tot aanpassing van de
                        verordening.</al><al>De verordening houdt rekening met de wens van de raad de inhoud van de
                        begroting te vereenvoudigen. Dit heeft gevolgen voor de inhoud van de
                        begroting en de paragrafen.</al><al>De inhoud van de paragrafen dient minimaal te voldoen aan de vereisten van
                        het BBV. </al><al>In deze verordening zijn deze vereisten bepalend voor de inhoud van de
                        paragrafen.</al><al>Met de decentralisaties in het sociaal domein is de gemeente
                        verantwoordelijk voor de uitvoering van de WMO, de Jeugdwet en de
                        Participatiewet. Deze uitvoeringstaken zijn nu opgenomen in een
                        afzonderlijke paragraaf.</al><al/><tussenkop>Toelichting op de artikelen
                </tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepaling</tussenkop><al>De begrippen netto- en bruto schuld en inkomsten zijn gedefinieerd en toegevoegd
                    aan de begripsbepalingen. Hiervoor zijn de definities gevolgd die de Vereniging
                    van Nederlandse Gemeenten toepast voor het jaarlijkse overzicht met kengetallen
                    over de financiële positie van gemeenten.</al><al>Tot slot is het begrip overheidsbedrijf gedefinieerd om nadere invulling te
                    kunnen geven aan de verplichtingen die volgen uit de Mededingingswet voor het
                    vaststellen van de hoogte van prijzen.</al><al/><tussenkop>Artikel 2. Programma-indeling</tussenkop><al>Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de
                    jaarstukken. De indeling van de programma’s worden bij aanvang van iedere
                    raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop dat
                    het college de producten aan de programma’s toewijst. </al><al>Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad
                    neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten
                    op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op
                    grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de
                    begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor
                    op de begroting zijn gebracht (derde lid artikel 189 Gemeentewet). </al><al>Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor. In een paragraaf wordt
                    de raad integraal over een bepaald thema dat dwars door de begroting loopt,
                    geïnformeerd. In de programmabegroting 2015 is een paragraaf sociaal domein
                    toegevoegd. In artikel 20 is beschreven wat in deze pararaaf wordt opgenomen. </al><al/><tussenkop>Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken</tussenkop><al>In dit artikel zijn aanvullend op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                    inrichting van de begroting. In het tweede lid wordt de verplichting in het BBV
                    (artikel 20) om in de begroting aandacht te besteden aan de investeringen nader
                    uitgewerkt door te bepalen dat er bij de uiteenzetting van de financiële positie
                    een overzicht van de investeringen wordt gegeven. In het derde lid wordt dit
                    geregeld voor de jaarrekening.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Kaders begroting</vet></al><al>Artikel 4 bepaalt dat het college jaarlijks voor 1 juli een kadernota aan de
                    raad aanbiedt en dat de raad voor 15 juli deze nota vaststelt. De kadernota
                    bevat het voorgenomen beleid en de financiële kaders voor het volgende
                    begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten </tussenkop><al>Artikel 5 van de financiële verordening bevat nadere regels voor de autorisatie
                    van de baten en lasten in de begroting en van de investeringskredieten. Naast
                    lopende uitgaven doet de gemeente investeringen. Ook uitgaven voor investeringen
                    moeten worden geautoriseerd – denk hierbij ook aan de grondexploitatie. Voor de
                    autorisatie van deze investeringskredieten is gekozen deze bij de
                    begrotingsbehandeling mee te nemen (tweede lid). Wel kan de raad bij de
                    begrotingsbehandeling aangegeven welke investeringskredieten hij op een later
                    tijdstip wenst te autoriseren. Zo kan de raad de autorisatie van politiek
                    belangrijke investeringen combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant
                    van het investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke investering blijft
                    wel op de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar de raad autoriseert de
                    uitgaaf nog niet. Het college is nog niet bevoegd verplichtingen voor de
                    investering aan te gaan.Uit praktische overwegingen stellen wij voor een grens
                    van € 100.000, - te hanteren. </al><al/><tussenkop>Artikel 6. Tussentijdse rapportage en informatieplicht.</tussenkop><al>Oktober 2014 heeft de raad ingestemd met de invoering van financiële
                    maandrapportages. In de financiële maandrapportage worden de afwijkingen t.o.v.
                    de vastgestelde begroting weergegeven.</al><al>In artikel 6 van de financiële verordening is een nadere invulling van de
                    actieve informatieplicht van het college aan de raad opgenomen. Het betreft een
                    uitwerking van het vierde lid van artikel 169 Gemeentewet. Dat artikel verplicht
                    het college vooraf aan het aangaan van bepaalde verplichtingen de raad
                    inlichtingen te verstrekken indien de raad daar om verzoekt of indien de
                    uitoefening van deze bevoegdheden van het college ingrijpende gevolgen heeft
                    voor de gemeente. </al><al>In artikel 6 verzoekt de raad het college om informatie vooraf aan het aangaan
                    van de opgesomde rechtshandelingen met een financieel gevolg, indien het aangaan
                    van deze verplichtingen de in het artikel genoemde bedragen overschrijden. </al><al>De bepalingen uit het artikel ontslaan het college niet van de informatieplicht
                    in andere gevallen.</al><al>Ook moeten besluiten van het college voor het doen van privaatrechtelijke
                    rechtshandelingen passen binnen de kaders van het beleid dat door de raad is
                    uiteengezet. Het artikel schept slechts duidelijkheid tussen het college en de
                    raad over wanneer de raad in elk geval vóóraf wenst te worden geïnformeerd en in
                    de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het college
                    kenbaar te maken.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</tussenkop><al>In het tweede lid, onder a, van artikel 212 Gemeentewet is opgenomen dat de
                    financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving
                    van activa bevat. Hieraan is in artikel 7 invulling gegeven. Voor de bepalingen
                    over afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen van de materiële vaste
                    activa wordt in de verordening verwezen naar de nota Waardering en afschrijving
                    vaste activa.</al><al/><tussenkop>Artikel 8. Waardering debiteuren en overige vorderingen.</tussenkop><al>Voor de oninbaarheid van vorderingen moet een gemeente een voorziening vormen.
                    Bij het artikel is onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke aanslagen en
                    heffingen die het karakter hebben van bulkfacturen en overige vorderingen. </al><al>Vorderingen worden individueel beoordeeld op oninbaarheid. Maar voor de in het
                    eerste lid genoemde gemeentelijke aanslagen en heffingen wordt een voorziening
                    getroffen op basis van het historisch percentage van oninbaarheid. Een
                    individuele beoordeling per aanslag of heffing is bij dit soort vorderingen
                    namelijk zeer bewerkelijk.</al><al/><tussenkop>Artikel 9. Kostprijsberekening</tussenkop><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening
                    in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten en
                    heffingen. De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de opbouw van de
                    kostprijs van de goederen en diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening
                    worden gebracht. In artikel 9 van de verordening staan de kaders voor de
                    bepaling van de kostprijzen van de gemeentelijke diensten die worden geleverd
                    aan derden. Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de kostprijs bestaat uit
                    de directe kosten en de indirecte kosten die direct met de dienst samenhangen.
                    Het tweede lid bepaalt dat bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing onder de
                    kosten ook worden verstaan bijdragen aan voorzieningen, de compensabele BTW en
                    de kosten van het kwijtscheldingsbeleid. </al><al>Het derde lid geeft aan dat in de kostprijs ook de kosten van de financiering
                    van materiele activa moet worden meegenomen in de vorm van een rente over het
                    eigen vermogen en over het vreemd vermogen. Kaders voor de kostprijzen staan
                    voor heffingen, rechten en leges in artikel 229b Gemeentewet en voor prijzen in
                    de artikelen 25i, 25j en 25m van de Mededingingswet. </al><al/><tussenkop>Artikel 10. Prijzen economische activiteiten</tussenkop><al>Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of
                    derden mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische
                    activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de
                    gemeenten in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Het
                    bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs
                    voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen
                    garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht.</al><al>Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid
                    in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een
                    raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het
                    raadsbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene
                    strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een van overheidswege
                    uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en moet open staan
                    voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen uiterlijk zes weken na
                    bekendmaking van het besluit een bezwaarschrift indienen bij de gemeente
                    (Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht). De gemeente moet binnen zes weken een
                    besluit nemen over het bezwaarschrift of – indien een commissie als bedoeld in
                    artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht is ingesteld – binnen twaalf weken,
                    gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het
                    bezwaarschrift is verstreken. Bij afwijzing van de bezwaren kan de
                    belanghebbende beroep instellen bij de bestuursrechter.</al><al>Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor
                    de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van
                    leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal uitzonderingen. Deze
                    uitzonderingen worden in het vierde lid opgesomd. </al><al/><tussenkop>Artikel 11. Financieringsfunctie.</tussenkop><al>Artikel 212 Gemeentewet bevat de bepaling dat de financiële verordening in elk
                    geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en
                    limieten van de financieringsfunctie bevat. In dit artikel wordt het college
                    opgedragen een besluit financieringsstatuut op te stellen waarin nadere regels
                    worden opgesteld. Zo mag géén gebruik worden gemaakt van financiële derivaten.
                    Artikel 4 respectievelijk 6 van de Wet financiering decentrale overheden
                    (hierna: Wet Fido) geeft aan dat de toezichthouder (provincie) wordt
                    geïnformeerd als de gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de
                    kasgeldlimiet respectievelijk renterisiconorm overschrijdt en dat de gemeente
                    aan de toezichthouder een plan voorlegt om weer binnen deze limiet te komen. Dit
                    plan dient door de provincie goedgekeurd te worden. Indien hier niet aan wordt
                    voldaan, kan de toezichthouder correctieve maatregelen treffen. </al><al>Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekkenen en financiële
                    participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 Wet
                    Fido). Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet dat een
                    besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen,
                    vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen
                    niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en
                    hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. </al><tussenkop>Paragrafen</tussenkop><al>Het Besluit BBV geeft in de artikelen 10 tot en met 16 aan wat er in de
                    paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud
                    kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen en
                    grondbeleid ten minste moet staan. In de financiële verordening kan de raad
                    bepalen dat hij ook over aanvullende zaken in de paragrafen wil worden
                    geïnformeerd. Wij hebben er voor gekozen in het kader van de herijking van de
                    P&amp;C-cyclus voor de inhoud van de paragrafen aan te sluiten bij het bepaalde
                    in het BBV.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Lokale heffingen</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 10 welke informatie de paragraaf lokale heffingen in elk geval moet
                    bevatten.</al><al/><tussenkop>Artikel 13. Financiering</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 13 welke informatie de paragraaf financiering in elk geval moet
                    bevatten. </al><al/><tussenkop>Artikel 14. Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 11 welke informatie de paragraaf weerstandsvermogen in elk geval moet
                    bevatten. Er wordt tevens aangesloten bij de adviezen van de commissie Depla
                    voor wat betreft de informatie over een aantal kengetallen betreffende de
                    financiële positie van de gemeenten. In aanvulling op bepaalde in artikel 11 van
                    het BBV wordt de raad geïnformeerd over de solvabiliteitsratio, de ontwikkeling
                    de netto schuldquote, kengetallen t.a.v. de grondexploitatie, de structurele
                    exploitatieruimte en de belastingcapaciteit. </al><al/><tussenkop>Artikel 15. Onderhoud kapitaalgoederen</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 12 welke informatie de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in elk geval
                    moet bevatten. </al><al>In aanvulling op deze minimale eisen is aangegeven dat dat het college eenmaal
                    per 4 jaar een nota onderhoud openbare ruimte aanbiedt, een nota rioleringsplan
                    en een nota onderhoud gebouwen.</al><al>Bij de begroting en de jaarstukken wordt verslag gedaan over de voortgang van
                    het geplande onderhoud, de hoogte van de voorzieningen en eventueel
                    achterstallig onderhoud.</al><al/><tussenkop>Artikel 16. Bedrijfsvoering</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 14 welke informatie de paragraaf bedrijfsvoering in elk geval moet
                    bevatten. </al><al/><tussenkop>Artikel 17. Verbonden partijen</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 15 welke informatie de paragraaf verbonden partijen in elk geval moet
                    bevatten. In aanvulling op deze minimale eisen zijn mede op advies van de
                    Rekenkamer in de onderdelen a tot en met e aanvullende bepalingen opgenomen voor
                    de inhoud van de paragraaf. Met deze aanvullende bepalingen wordt per deelname
                    in een gemeenschappelijke regeling of private onderneming inzicht verkregen in
                    doelstellingen, het belang van de gemeente en de financiële positie van de
                    desbetreffende regeling. </al><al/><tussenkop>Artikel 18. Grondbeleid</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 16 welke informatie de paragraaf grondbeleid in elk geval moet
                    bevatten.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Sociaal domein.</tussenkop><al>Per 1 januari 2015 is de gemeente met de decentralisatie van de taken op het
                    terrein van de WMO. Jeugdwet en de Participatiewet verantwoordelijk geworden
                    voor de uitvoering van de taken op deze terreinen. Met de centralisatie van deze
                    taken is een budget van ruim 8 miljoen overgeheveld naar de gemeente. Om de raad
                    zowel beleidsmatig als financieel inzicht te geven in de ontwikkeling van het
                    beleid en de baten en lasten is een paragraaf in de programmabegroting en de
                    programmarekening opgenomen. In artikel 20 wordt de inhoud van deze paragraaf
                    beschreven.</al><al/><tussenkop>Artikel 20. Administratie</tussenkop><al>Onder artikel 23 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de
                    vastlegging er van moeten voldoen. </al><al/><al><vet>Artikel 21. Financiële organisatie</vet></al><al>Artikel 21 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt het
                    college op hiervoor zorg te dragen. Het college is op grond van artikel 160
                    Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Deze
                    bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie,
                    blijkt uit het advies van de Raad van State en het Nader rapport uit 2003 over
                    de wijziging van artikel 212 Gemeentewet. </al><al>Artikel 21 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie
                    het college beleid en interne regels moet stellen. Om hier invulling aan te
                    geven ligt het voor de hand dat het college een organisatiebesluit en een
                    treasurystatuut vaststelt en dat het college de volmachten en mandaten alsook de
                    kostenverdeelsleutels voor de kostentoerekening vastlegt. </al><al>Bij het beleid en interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht
                    worden aan een inkoopreglement en ook aan gemeentelijke inkoopvoorwaarden. </al><al>Bij het beleid en interne regels voor steunverlening en subsidieverstrekking
                    gaat het om procedures die naleving van de Europese staatssteunregels en regels
                    voor diensten van algemeen economisch belang, de Algemene wet bestuursrecht en
                    de gemeentelijke subsidieverordening waarborgen.</al><al>In geval van misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het om bijvoorbeeld het
                    treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een
                    aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk
                    worden verstrekt aan rechthebbenden. </al><al>De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het
                    financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en
                    verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden waarop de interne
                    controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de
                    rechtmatigheid van de beheershandelingen en getrouwheid van de jaarrekening. </al><al/><tussenkop>Artikel 22. Interne controle</tussenkop><al>De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft
                    van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die
                    eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 25 draagt het
                    college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                    accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties
                    een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten,
                    de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                    verlopen.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat jaarlijks wordt gecontroleerd of de administratie van
                    waardepapieren e.d. overeenkomen met wat de gemeente daadwerkelijk bezit. Het
                    lid gebiedt daarbij dat eens in een nader aantal te bepalen jaar wordt
                    gecontroleerd of de administratie van registergoederen en bedrijfsmiddelen
                    overeenkomt met het daadwerkelijke bezit. Advies is om deze laatste controle
                    eens in de vier of vijf jaar uit te voeren. </al><al/><tussenkop>Artikel 23. Intrekken oude verordening en overgangsrecht</tussenkop><al>Bij het inwerkingtreden van de nieuwe verordening moet de oude worden
                    ingetrokken. Volgens de Gemeentewet is een begrotingsjaar gelijk aan een
                    kalenderjaar. In begrotingsjaar t worden de jaarstukken uit het begrotingsjaar
                    t-1 vastgesteld, wordt uitvoering gegeven aan de begroting voor het jaar t en
                    wordt tot slot de begroting voor het jaar t+1 vastgesteld. De nieuwe verordening
                    is van toepassing op alle stukken die betrekking hebben op het begrotingsjaar
                    t+1 en later. De oude verordening is ondanks het intrekken nog wel van
                    toepassing op de jaarstukken van het begrotingsjaar t-1 en de begroting en
                    jaarstukken van het jaar t. Hiervoor is in artikel 22 een overgangsbepaling
                    opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel.</tussenkop><al>Met de vaststelling van de Financiële verordening 2015 vervalt de Financiële
                    verordening 2010.</al><al>Deze verordening blijft van toepassing op de jaarrekening en jaarverslag 2014 en
                    de programmarekening en programmarekening 2015. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>