<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR373087_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Huisvestingsverordening gemeente </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>aanbodmedium</vet>: een door of in opdracht van de
                                    verhuurders uitgegeven medium waarin vrijkomende woonruimten
                                    wordt aangeboden;</al></li><li nr="b."><al><vet>beleidscommissie</vet>: adviescommissie die voorstellen kan
                                    doen voor de bijstelling van (de uitvoering van) het
                                    woonruimteverdeelbeleid;</al></li><li nr="c."><al><vet>chalet</vet>: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst
                                    op een standplaats maar dat niet in zijn geheel of in delen kan
                                    worden verplaatst en waarvoor toestemming is gegeven voor
                                    permanente bewoning;</al></li><li nr="d."><al><vet>uitvoeringsovereenkomst</vet>: de uitvoeringsovereenkomst
                                    Woonruimteverdeling Corporaties Holland Rijnland 2015;</al></li><li nr="e."><al><vet>corporatie</vet>: toegelaten instelling die ingevolge
                                    artikel 70 lid 1 Woningwet sociale huurwoningen
                                    exploiteert;</al></li><li nr="f."><al><vet>Dagelijks Bestuur</vet>: het dagelijks bestuur van het
                                    samenwerkingsorgaan Holland Rijnland;</al></li><li nr="g."><al><vet>economische binding</vet>: hiervan is sprake al de
                                    woningzoekende werkt binnen of vanuit een regiogemeente of
                                    plaats en met dit werk in het levensonderhoud voorziet, alsmede
                                    bij het duurzaam volgen van een dagopleiding in een
                                    regiogemeente;</al></li><li nr="h."><al><vet>huishouden</vet>: een alleenstaande, dan wel twee of meer
                                    personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren
                                    of willen gaan voeren;</al></li><li nr="i."><al><vet>huurprijsgrens</vet>: maximale huurprijs waarboven men niet
                                    meer in aanmerking komt voor huurtoeslag zoals omschreven in
                                    artikel 13 lid 1 sub a van de Wet op de huurtoeslag;</al></li><li nr="j."><al><vet>huurdersorganisaties</vet>: vertegenwoordigers van
                                    huurdersorganisaties uit de koepelorganisaties FHLO, SRH en
                                    huurdersorganisaties Rijnstreek</al></li><li nr="k."><al><vet>inkomen</vet>: gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in
                                    artikel 2.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van de bewoners
                                    van een woongelegenheid, met uitzondering van kinderen in de zin
                                    van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke
                                    regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat
                                    artikel voor ‘belanghebbende’ telkens wordt gelezen:
                                    huurder.</al></li><li nr="l."><al><vet>inschrijftijd</vet>: de periode die de woningzoekende op
                                    grond van deze verordening is ingeschreven als woningzoekende in
                                    de regio Holland Rijnland, vanaf de datum dat hij staat
                                    ingeschreven in het register zoals bedoeld in artikel 5;</al></li><li nr="m."><al><vet>maatschappelijke binding: </vet>hiervan is sprake als de
                                    woningzoekende ten minste twee jaar ingezetene is van een
                                    regiogemeente of plaats, dan wel gedurende de voorafgaande tien
                                    jaar ten minste zes jaar onafgebroken daarvan ingezetene is
                                    geweest;</al></li><li nr="n."><al><vet>mantelzorg: </vet>hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                    Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</al></li><li nr="o."><al><vet>particuliere verhuurder</vet>: verhuurder van sociale
                                    huurwoningen niet zijnde een toegelaten instelling</al></li><li nr="p."><al><vet>passende woonruimte</vet>: een woonruimte die voldoet aan
                                    het zoekprofiel.</al></li><li nr="q."><al><vet>regio Holland Rijnland</vet>: het gebied bestaande uit het
                                    grondgebied van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag
                                    en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop,
                                    Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten
                                    en Zoeterwoude;</al></li><li nr="r."><al><vet>regionaal gebondene</vet>: een woningzoekende die ten
                                    minste twee jaar ingezetene is in een gemeente in de regio, dan
                                    wel van buiten deze regio komt, maar kan aantonen dat een
                                    noodzaak tot huisvesting in deze regio bestaat op basis van
                                    economische of</al><al>maatschappelijke binding;</al></li><li nr="s."><al><vet>senior</vet>: een woningzoekende van 55 jaar of ouder;</al></li><li nr="t."><al><vet>stadsvernieuwing</vet>: het proces van renovatie of sloop
                                    en nieuwbouw;</al></li><li nr="u."><al><vet>standplaats</vet>: een kavel bestemd voor (het plaatsen
                                    van) een woonwagen of chalet waarop voorzieningen aanwezig zijn
                                    die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere
                                    instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten;</al></li><li nr="v."><al><vet>starter</vet>: een ingeschreven woningzoekende die geen
                                    zelfstandige woonruimte achterlaat;</al></li><li nr="w."><al><vet>sociale huurwoning</vet>: een huurwoning met een huurprijs
                                    beneden de huurprijsgrens;</al></li><li nr="x."><al><vet>student</vet>: een persoon die als dagstudent staat
                                    ingeschreven bij een instelling voor vervolgonderwijs (MBO, HBO
                                    of Universiteit);</al></li><li nr="y."><al><vet>urgente</vet>: een woningzoekende die op grond van
                                    vastgestelde criteria een urgentieverklaring krijgt, waarmee
                                    hij/zij voorrang krijgt boven andere woningzoekenden bij de
                                    toewijzing van een woning;</al></li><li nr="z."><al><vet>urgentiecommissie</vet>: de commissie als bedoeld in
                                    artikel 20 van deze verordening, die is belast met de
                                    beoordeling van aanvragen om urgentie en de vaststelling van
                                    urgentie;</al></li><li nr="aa."><al><vet>Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW)</vet>:
                                    rechtspersoon, die de in de regio Holland Rijnland werkzame
                                    toegelaten instellingen vertegenwoordigt;</al></li><li nr="bb."><al><vet>vermogen</vet>: het vermogen als aangenomen bij de
                                    vaststelling van het inkomen, alsmede het verschil tussen de
                                    WOZ-waarde en een eventuele Hypothecaire geldlening op de eigen
                                        woning<vet>;</vet></al></li><li nr="cc."><al><vet>woningzoekende: </vet>het huishouden dat in het register
                                    als bedoeld in Artikel 5 van de verordening is ingeschreven
                                    respectievelijk wil worden ingeschreven;</al></li><li nr="dd."><al><vet>woonruimte: </vet>een ruimte met een eigen toegang en die
                                    door een huishouden kan worden bewoond zonder dat die
                                    afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                    woonruimte. Woonruimten met tijdelijke huurovereenkomsten of die
                                    niet bestemd zijn voor permanente bewoning (recreatiewoningen)
                                    worden niet tot dit begrip gerekend;</al></li><li nr="ee."><al><vet>woonwagen</vet>: voor bewoning bestemd gebouw dat is
                                    geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in
                                    gedeelten kan worden verplaatst;</al></li><li nr="ff."><al><vet>zoekprofiel</vet>: een omschrijving van de woonruimte en/of
                                    de gemeente(n) waarvoor een urgent woningzoekende met voorrang
                                    in aanmerking komt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening geldt voor de gemeente Noordwijkerhout.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening is uitsluitend van toepassing op de sociale
                                huurwoningen van corporaties met tien of meer sociale huurwoningen
                                in de in lid 1 genoemde gemeente en op woonwagenstandplaatsen tot de
                                huurprijsgrens, met uitzondering van woonruimten die uitsluitend
                                bestemd zijn voor de huisvesting van studenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden onder
                                woonruimte mede begrepen standplaatsen, woonwagens en chalets.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening heeft alleen betrekking op het bepaalde in
                                hoofdstuk 1 t/m 3 en 5 t/m 8</al><al> van de Huisvestingswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><al>1.Op basis van deze verordening kan het college een
                            uitvoeringsovereenkomst</al><al>met de HRW sluiten, waarmee de uitvoering van de woonruimteverdeling in
                            de praktijk</al><al>wordt geregeld.</al><al>2.In een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in het 1e of 2e lid kunnen
                            afspraken worden</al><al>gemaakt over:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanleggen en bijhouden van een register voor
                                    woningzoekenden;</al></li><li nr="b."><al>het aanvragen van een (stadsvernieuwings)urgentie</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt met de HRW een beleidscommissie in die hen
                                adviseert over het woonruimteverdeelbeleid, cq. de werking van deze
                                verordening en de uitvoeringsovereenkomst. In de commissie zijn ook
                                de huurdersorganisaties vertegenwoordigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college en de HRW horen de beleidscommissie bij voorstellen tot
                                wijziging van deze verordening of de uitvoeringsovereenkomst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast de samenstelling, zijn taken en bevoegdheden van de
                                beleidscommissie nader uitgewerkt in de
                                uitvoeringsovereenkomst.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Inschrijving woningzoekenden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Register van woningzoekenden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW) draagt zorg voor het
                                    doen aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden
                                    ten behoeve van het bepalen van de rangorde.</al></li><li nr="2."><al>HRW stelt regels op over de wijze van inschrijving, registratie
                                    van gegevens, opschorting</al><al> en einde van de inschrijving.</al></li><li nr="3."><al>Voor inschrijving als woningzoekende komen in aanmerking
                                    personen van 18 jaar of ouder die de Nederlandse nationaliteit
                                    bezitten of rechtmatig in Nederland verblijven in de zin van
                                    artikel 8 onder a t/m e of l van de Vreemdelingenwet 2000.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opbouw inschrijftijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een woningzoekende bouwt inschrijftijd op vanaf de datum dat de
                                woningzoekende als</al><al> zodanig in het register is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een woningzoekende die is afgevoerd van het register van
                                woningzoekenden, verliest</al><al> daarmee de tot dan toe opgebouwde inschrijftijd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><al>Het is verboden de in artikel 2 aangewezen woonruimte zonder
                            huisvestingsvergunning in</al><al>gebruik te nemen of in gebruik te geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanvraag van een huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij het
                                college op een door het college vastgestelde wijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag voor een huisvestingsvergunning moeten in ieder
                                geval de volgende</al><al> stukken worden overlegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een rechtsgeldig document waaruit de nationaliteit en de
                                        leeftijd van alle leden van</al><al> het huishouden blijkt;</al></li><li nr="b."><al>een rechtsgeldig verblijfsdocument indien de aanvrager of
                                        een van de leden van de</al><al> huishouding niet de Nederlandse nationaliteit heeft of
                                        hebben;</al></li><li nr="c."><al>recente stukken aan de hand waarvan het inkomen en het
                                        vermogen van het huishouden kan worden vastgesteld;</al></li><li nr="d."><al>een verklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat deze
                                        bereid is de woonruimte, chalet of woonwagen aan het
                                        huishouden te verhuren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de aanvraag van een woonwagenstandplaats dienen tevens de
                                volgende documenten te worden overlegd:</al><lijst><li nr="a."><al>gegevens uit het GBA met betrekking tot het adres van
                                        herkomst;</al></li><li nr="b."><al>gegevens met betrekking tot het adres, met aanduiding van
                                        huisnummer en gewenste locatie van de standplaats;</al></li><li nr="c."><al>een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het oprichten
                                        van de woonwagen of</al><al> standplaats aanwezig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan indien dit voor de beoordeling van de aanvraag
                                noodzakelijk wordt geacht, aanvrager verzoeken in aanvulling op het
                                bepaalde in lid 2 en/of lid 3 nadere documenten te overleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorwaarden voor vergunningverlening</titel></kop><al>Het college verleent een huisvestingsvergunning indien:</al><lijst><li nr="a."><al>is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld voor de aanvraag
                                    van een huisvestingsvergunning in artikel 10, en;</al></li><li nr="b."><al>tenminste een van de leden van het huishouden 18 jaar of ouder
                                    is, en;</al></li><li nr="c."><al>de leden van het huishouden de Nederlandse nationaliteit
                                    bezitten of rechtmatig in Nederland verblijven in de zin van
                                    artikel 8 onder a t/m e en l van de Vreemdelingenwet</al><al> 2000, en;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager op basis van de rangorde zoals omschreven in
                                    hoofdstuk IV van deze</al><al> verordening voor de betreffende woonruimte waarvoor de
                                    huisvestingsvergunning wordt</al><al> aangevraagd in aanmerking komt, en;</al></li><li nr="e."><al>de betreffende woonruimte daadwerkelijk wordt of zal worden
                                    bewoond door de</al><al> aanvrager.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslistermijn en gegevens van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen drie weken na ontvangst van de
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de huisvestingsvergunning wordt in ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de betreffende woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de vergunninghouder of vergunninghouders;</al></li><li nr="c."><al>de ingangsdatum;</al></li><li nr="d."><al>de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden
                                        gemaakt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>Het college kan de huisvestingsvergunning intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de in de vergunning vermelde woonruimte niet
                                    binnen de bij de</al><al> verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft
                                    genomen of;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van de door de
                                    vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan de
                                    vergunninghouder wist of redelijkerwijs had moeten weten
                                    dat</al><al> deze gegevens onjuist of onvolledig waren;</al></li><li nr="c."><al>er geen feitelijk gebruik meer wordt gemaakt van de
                                    huisvestingsvergunning.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Rangorde</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Rangordebepaling</titel></kop><al>1.Woningzoekenden met een (stadsvernieuwings)urgentieverklaring hebben,
                            binnen hun</al><al>zoekprofiel en met uitzondering van het bepaalde in Artikel 13 (lokale
                            beleidsruimte) en</al><al>Artikel 15 (specifieke toewijzing nieuwbouw), voorrang boven alle andere
                            woningzoekenden. De rangorde tussen urgenten wordt als eerste bepaald op
                            basis van de oudste toekenningsdatum van de urgentie, daarna op de
                            meeste inschrijftijd en ten slotte op basis van loting. </al><al>De rangorde tussen stadsvernieuwingsurgenten wordt bepaald door oudste
                            toekenningsdatum, bij gelijke toekenningsdatum door woonduur en bij
                            gelijke woonduur door loting.</al><al>2a.Indien meerdere woningzoekenden voor woonruimte die in het
                            aanbodmedium wordt</al><al>aangeboden in aanmerking komen, wordt met in achtneming van het bepaalde
                            in het</al><al>eerste lid, de woonruimte toegewezen aan de woningzoekende met de meeste
                            inschrijftijd.</al><lijst><li nr="2b."><al>Indien de toe te wijzen woonruimte onder lid a een standplaats
                                    betreft, heeft de woningzoekende met de meeste inschrijfwaarde
                                    die aantoonbaar legaal een standplaats bewoont of in de
                                    voorafgaande tien jaren ten minste zes jaar onafgebroken heeft
                                    bewoond, voorrang boven andere woningzoekenden, dit met
                                    inachtneming van de uitzonderingen genoemd in lid 1 van dit
                                    artikel.</al></li><li nr="3."><al>Met in achtneming van het in het eerste lid bepaalde vindt bij
                                    gelijke inschrijftijd toewijzing plaats in volgorde van
                                    loting.</al></li><li nr="4."><al>Een verhuurder mag t.a.v. een specifiek woningzoekende
                                    gemotiveerd van de rangorde</al><al> afwijken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er een gerechtelijk bevel is tot ontruiming in verband
                                            met overlast in de laatst</al><al> bewoonde woning;</al></li><li nr="b."><al>er een gerechtelijk bevel is tot ontruiming in verband
                                            met huurachterstand die nog</al><al> niet is betaald;</al></li><li nr="c."><al>er door de vorige verhuurder geen verklaring van geen
                                            huurachterstand wordt</al><al> verstrekt;</al></li><li nr="d."><al>de woningcorporatie van mening is dat plaatsing van de
                                            kandidaat in de betreffende</al><al> woning leidt tot problemen in de wijk, gelet op de
                                            sociale opbouw van de wijk of</al><al> reeds ontstane probleemsituaties;</al></li><li nr="e."><al>er bij de woningtoewijzing sprake is van frauduleus
                                            handelen of opgave van onjuiste</al><al> informatie door de woningzoekende;</al></li><li nr="f."><al>de woningzoekende zich op een onacceptabele wijze
                                            agressief heeft gedragen tegen een uitvoerder van de
                                            verordening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Lokale beleidsruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om specifieke lokale en subregionale volkshuisvestelijke knelpunten
                                op te lossen, kan een deel van de vrijkomende woonruimten aan
                                woningzoekenden met nadere bindingseisen, andere passendheidseisen,
                                via een ander volgordecriterium of op andere wijze afwijkend van de
                                regionale regels worden toegewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien gebruik gemaakt wordt van lokale beleidsruimte, dan dienen de
                                specifieke lokale of subregionale volkshuisvestelijke knelpunten
                                waarvoor het wordt ingezet, vastgelegd te</al><al> zijn in de lokale woonvisie of prestatieafspraken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het maximum aantal woningen zoals bedoeld in lid 1, is bepaald op
                                25% van het gemiddeld aantal verhuringen per jaar van sociale
                                huurwoningen van corporaties per gemeente in de voorgaande drie
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een besluit over de invulling van de lokale beleidsruimte wordt
                                genomen door het college, na overleg met en mede op advies van de
                                lokale corporatie(s), die de uitvoeringsovereenkomst
                                Woonruimteverdeling Corporaties hebben ondertekend en de lokale
                                huurdersorganisatie(s).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college verschaft jaarlijks achteraf inzicht aan het Dagelijks
                                Bestuur over de inzet van de lokale beleidsruimte. Dat gebeurt op
                                basis van cijfers over het aantal aanbiedingen en toewijzingen op
                                basis van de lokale beleidsruimte.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien blijkt dat het maximum aantal woningen voor lokale
                                beleidsruimte zoals vastgesteld in lid 3, in een jaar is
                                overschreden, dan wordt het quotum voor het volgend jaar verminderd
                                met een even groot aantal als de overschrijding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onderscheid naar doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de toewijzing voor woonruimten voor bijzondere doelgroepen, kan
                                het college</al><al> Bestuur voorrang verlenen aan deze woningzoekenden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Woonruimte kan door de verhuurder worden aangemerkt als:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimte met specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld
                                        rolstoeltoegankelijk of zorg);</al></li><li nr="b."><al>woonruimte voor senioren;</al></li><li nr="c."><al>woonruimte voor starters;</al></li><li nr="d."><al>woningzoekenden die vallen onder door de jaarlijks door het
                                        college vastgestelde lijst van betrokken instellingen of
                                        nader overeen te komen taakstellingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimten
                                zoals genoemd in het voorgaande lid, wordt voorrang gegeven of
                                uitsluitend toegewezen aan:</al><lijst><li nr="a."><al>Woningzoekenden met die aantoonbaar noodzakelijk zijn
                                        aangewezen op een dergelijke ingrijpend aangepaste
                                        woonruimte of zorg</al></li><li nr="b."><al>Woningzoekenden van 55 jaar of ouder</al></li><li nr="c."><al>Woningzoekenden die geen zelfstandige woonruimte
                                        achterlaten</al></li><li nr="d."><al>Woningzoekenden die cliënt zijn van een van de betrokken
                                        instellingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Specifieke toewijzing nieuwbouw</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Nieuwgebouwde woonruimten kunnen bij de eerste aanbieding bij
                                    voorrang worden</al><al> toegewezen aan woningzoekenden die in specifieke delen van de
                                    regio een sociale</al><al> huurwoning achterlaten.</al></li><li nr="2."><al>Een besluit over specifieke toewijzing bij nieuwbouw in het deel
                                    van de regio waarin een</al><al> sociale huurwoning achtergelaten moet worden, wordt genomen
                                    door burgemeester en</al><al> wethouders van de gemeente waarin de nieuwgebouwde woonruimten
                                    zijn gelegen, na</al></li></lijst><al>overleg met en mede op advies van de lokale corporatie(s) en de lokale
                            huurdersorganisatie(s).</al><al>3.Burgemeester en wethouders van de gemeente verschaffen jaarlijks
                            inzicht aan het</al><al>3. Dagelijks Bestuur over specifieke aanbieding en toewijzing van
                            nieuwbouw.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inkomenseisen</titel></kop><al>Toegelaten instellingen (corporaties) kunnen inkomenseisen stellen en zo
                            nodig afwijken van de rangorde om te voldoen aan het bepaalde in artikel
                            46 en 48 van de Herzieningswet toegelaten instellingen
                            volkshuisvesting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanbieding van woonruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>HRW kan een maximum stellen aan het aantal reacties van een
                                    woningzoekende per</al><al> publicatie.</al></li><li nr="2."><al>Woonruimte kan na weigering voor een tweede maal geadverteerd
                                    worden. Hierbij kunnen ruimere toewijzingscriteria worden
                                    gesteld. Jaarlijks wordt door de verhuurders</al><al> verantwoording afgelegd over hun verhuringen en de toepassing
                                    van de toewijzingscriteria aan de Beleidscommissie en het
                                    college.</al></li><li nr="3."><al>Verhuurders kunnen in bijzondere gevallen woonruimte toewijzen
                                    aan woningzoekenden</al></li></lijst><al>wier specifieke situatie vraagt om een snelle oplossing op maat. Bij
                            deze vrije beleidsruimte gaat het bijvoorbeeld om toewijzingen in
                            verband met calamiteiten- en</al><al> beheerproblemen. De verhuurders leggen jaarlijks achteraf
                            verantwoording af.</al><al>4.Het college kan na raadpleging van de beleidscommissie
                            Woonruimteverdeling, passendheidseisen ten aanzien van huishoudensomvang
                            en woninggrootte stellen. De criteria worden nader bepaald afhankelijk
                            van het specifieke volkshuisvestelijke probleem op dat moment.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Urgentie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Urgentiecommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college benoemt een regionale urgentiecommissie, bestaande uit
                                een voorzitter en maximaal zes overige leden, waarvan een derde op
                                voordracht van het college, een derde op voordracht van de HRW en
                                een derde op voordracht van de koepels van huurdersorganisaties. De
                                voorzitter wordt in gezamenlijk overleg voorgedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De urgentiecommissie heeft tot taak het namens het college
                                uitoefenen van de bevoegdheden als genoemd in hoofdstuk V en Artikel
                                33 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt ten behoeve van de werkzaamheden van de
                                urgentiecommissie een reglement vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aanvraag van een urgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een urgentieverklaring wordt, via een in de regio
                                werkzame corporatie,</al><al> ingediend bij de urgentiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dienen alle bewijsstukken te worden overlegd die de
                                urgentiecommissie</al><al> nodig oordeelt om een weloverwogen besluit te kunnen nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een woningzoekende kan een verzoek om een urgentieverklaring
                                indienen, wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>voldaan wordt aan het bepaalde in Artikel 9 van deze
                                        verordening, en;</al></li><li nr="b."><al>de woningzoekende regionaal gebonden is, en;</al></li><li nr="c."><al>de woningzoekende niet zelf binnen zes maanden kan voorzien
                                        in zijn (her)huisvesting.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Criteria voor toekenning van urgentie</titel></kop><al>1.Een urgentieverklaring kan alleen verkregen worden als voldoende is
                            aangetoond dat het</al><al>medische, psychosociale- of maatschappelijke probleem alleen kan worden
                            opgelost door een voorrangspositie voor een zelfstandige
                            woonruimte.</al><lijst><li nr="2."><al>Een woningzoekende kan in aanmerking komen voor een
                                    urgentieverklaring op basis van</al><al> medische dan wel psychosociale gronden, als naar het oordeel
                                    van een door de urgentiecommissie aangewezen onafhankelijke
                                    deskundige is komen vast te staan dat:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van medische dan wel psychosociale gronden
                                            die zodanig verbonden zijn met omstandigheden in de
                                            huidige woonruimte dat de daarmee verbonden gevolgen
                                            door voortduring van die omstandigheden verergeren of
                                            het gebruik van de</al><al> woonruimte feitelijk onmogelijk maken, en;</al></li><li nr="b."><al>het niet aanvaardbaar is dat de onder a genoemde
                                            omstandigheden langer dan zes</al><al> maanden zullen voortduren;</al></li><li nr="c."><al>door ergonomische aanpassing van de woonruimte de onder
                                            a genoemde</al><al> omstandigheden niet worden opgeheven.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning
                                    een verhuisindicatie is</al><al> gegeven, kan deze gelden als een medische indicatie voor het
                                    verkrijgen van een</al><al> urgentieverklaring.</al></li><li nr="4."><al>Onverlet het bepaalde in het tweede lid, kan een woningzoekende
                                    in aanmerking komen</al><al> voor een urgentieverklaring, indien sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>onvoorziene financiële teruggang, buiten de schuld van
                                            de woningzoekende om,</al><al> waarbij de woonlasten een onevenredig deel van het
                                            inkomen zijn gaan uitmaken,</al><al> waardoor verhuizen binnen zes maanden naar het oordeel
                                            van de urgentiecommissie noodzakelijk is;</al></li><li nr="b."><al>een acuut dreigende dakloosheid met aantoonbaar de zorg
                                            voor (een) minderjarig(e) kind(eren), waarbij sprake is
                                            van een aantoonbare noodsituatie die tot een crisis
                                            leidt; lichamelijke of geestelijke mishandeling,
                                            aangetoond door een politieaangifte en/of andere ter
                                            zake kundige en bevoegde instanties.</al></li><li nr="c."><al>woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor
                                            tijdelijke opvang van personen die hun woning hebben
                                            moet verlaten in verband met relationele problemen of
                                            geweld. Deze woningzoekenden vallen onder het contingent
                                            bijzondere doelgroepen (Artikel 14 lid 2.d en 3.d) en
                                            worden direct bemiddeld;</al></li><li nr="d."><al>woningzoekenden die mantelzorg als bedoeld in artikel 1,
                                            eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke
                                            ondersteuning 2015 verlenen of ontvangen, waardoor</al><al> verhuizen binnen zes maanden naar het oordeel van de
                                            urgentiecommissie</al><al> noodzakelijk is.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Een urgentieverklaring wordt alleen verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gewenste verhuizing bijdraagt aan de verlichting en
                                            zo mogelijk de oplossing van</al><al> de problematiek die ten grondslag ligt aan de gevraagde
                                            urgentieverklaring, en;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager geen vrije keuze inzake de woonsituatie
                                            heeft, en geen andere mogelijkheid openstaat die in
                                            redelijkheid niet tot een urgentieaanvraag in de regio
                                            Holland Rijnland had mogen leiden, en;</al></li><li nr="c."><al>sprake is van een acute woonnoodsituatie die niet door
                                            betrokkene zelf is veroorzaakt of kon worden voorkomen
                                            of kan worden opgelost.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Toekenning urgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De urgentiecommissie beslist, namens het college, uiterlijk binnen
                                acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De urgentieverklaring is zes maanden geldig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De urgentieverklaring vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de personalia van de urgente;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het huishouden van de urgente;</al></li><li nr="c."><al>de ingangsdatum en de periode waarvoor de urgentieverklaring
                                        geldig is;</al></li><li nr="d."><al>de mededeling dat aan de urgente, wanneer hij tot twee
                                        maanden voor beëindiging</al><al> van de periode waarvoor de urgentieverklaring geldt nog
                                        geen andere woonruimte</al><al> heeft, hem één keer een passende woonruimte wordt
                                        aangeboden;</al></li><li nr="e."><al>het zoekprofiel, d.w.z. een beschrijving van de gemeente(n),
                                        kern(en) of wijk(en) en</al><al> woningtype(n) waarvoor de voorrang wordt toegekend;</al></li><li nr="f."><al>eventueel aanvullende eisen aan de urgente om recht te
                                        hebben op een urgentie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verantwoordelijkheid urgente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De urgente is zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar een andere
                                woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer binnen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring, buiten
                                de verantwoordelijkheid van de urgente geen passende woonruimte
                                wordt gevonden, kan de urgente eenmalig een verlenging van maximaal
                                zes maanden aanvragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Aanbod verhuurders</titel></kop><al>Als een urgente tot twee maanden voor beëindiging van de
                            urgentieverklaring nog geen</al><al>andere passende woonruimte heeft, dan zal één van de verhuurders één
                            keer een passende</al><al>woning aanbieden. De urgente kan eerder om ondersteuning of zelfs
                            directe bemiddeling</al><al>vragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Weigering urgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een urgentieverklaring wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan
                                het bepaalde in de</al><al> artikelen 21 of 22 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een urgentieverklaring kan worden geweigerd als de huurovereenkomst
                                van een woningzoekende is of dreigt te worden ontbonden in verband
                                met overlast, gevaar, schade of huurschuld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een urgentieverklaring kan tevens worden geweigerd indien bij de
                                aanvraag om urgentie</al><al> de aanvrager en/of leden van zijn huishoudens dreigementen
                                heeft/hebben geuit of zich</al><al> agressief heeft/hebben gedragen richting een uitvoerder van de
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Intrekking urgentieverklaring</titel></kop><al>De urgentiecommissie trekt, namens het college, de urgentieverklaring
                            in, indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de urgente een aangeboden, passende woonruimte weigert;</al></li><li nr="2."><al>de urgentieverklaring is verleend op grond van door de aanvrager
                                    verstrekte gegevens</al><al> waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze
                                    gegevens onjuist of</al><al> onvolledig waren;</al></li><li nr="3."><al>de urgente een aangeboden woonruimte aanvaardt;</al></li><li nr="4."><al>de urgente geen prijs meer stelt op inschrijving;</al></li><li nr="5."><al>de urgente niet meer voldoet aan de vereisten om voor verlening
                                    van een huisvestingsvergunning in aanmerking te komen;</al></li><li nr="6."><al>de urgente dreigementen heeft geuit of zich agressief heeft
                                    gedragen richting een uitvoerder van deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Urgentie vergunninghouders</titel></kop><al>Het college kan aan de eigenaar van woonruimte die behoort tot de in
                            artikel 2 lid 2 aangewezen categorie een voordracht tot verhuring van
                            woonruimte aan een door het college aangegeven woningzoekende doen:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien deze woningzoekende een asielzoeker is die een
                                    verblijfsvergunning heeft</al><al> ontvangen en;</al></li><li nr="b."><al>deze woningzoekende valt onder de taakstelling die de
                                    betreffende gemeente opgelegd</al><al> heeft gekregen, en;</al></li><li nr="c."><al>indien de betreffende gemeente voorziet in de noodzakelijke
                                    begeleiding van deze</al><al> woningzoekende.</al></li></lijst><al>De eigenaar van de woonruimte zal bij het ter beschikking komen van
                            woonruimte, zonder</al><al>toepassing van de artikelen 18 tot en met 24, bij voorrang een passende
                            woning aanbieden</al><al>aan deze woningzoekende.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Stadsvernieuwingsurgentie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Stadsvernieuwingsurgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Urgentie op grond van stadsvernieuwing ontstaat:</al><lijst><li nr="a."><al>bij sloop van woonruimte in de zin van artikel 1 van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>bij ingrijpende woningverbetering van woonruimte in de zin
                                        van artikel 1 van deze</al><al> verordening, als gevolg waarvan de bewoners niet kunnen
                                        terugkeren in die woonruimte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Urgentie op grond van het bepaalde in het eerste lid wordt alleen
                                verleend ten aanzien</al><al> van woonruimte onder de huurprijsgrens.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Toekenning stadsvernieuwingsurgentie</titel></kop><lid><lidnr>1a.</lidnr><al>Het besluit over stadsvernieuwingsurgentie wordt ten minste 18
                                maanden voor de te</al><al> verwachten sloopdatum genomen.</al></lid><lid><lidnr>1b.</lidnr><al>De urgentiecommissie beslist, namens het college, uiterlijk binnen
                                acht weken</al><al> na ontvangst van de volledige aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stadsvernieuwingsurgentieverklaring vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de personalia van de stadsvernieuwingsurgente;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het huishouden van de
                                        stadsvernieuwingsurgente;</al></li><li nr="c."><al>de ingangsdatum en de periode waarvoor de
                                        stadsvernieuwingsurgentieverklaring</al><al> geldig is;</al></li><li nr="d."><al>het zoekprofiel, dat wil zeggen een beschrijving van de
                                        gemeente en het woningtype</al><al> waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie van toepassing
                                        is;</al></li><li nr="e."><al>de mededeling dat aan de stadsvernieuwingsurgente, wanneer
                                        hij zes maanden voor de sloop of de ingrijpende
                                        woningverbetering nog geen andere woonruimte heeft, door de
                                        corporatie zelf maximaal twee keer een passende woonruimte
                                        wordt aangeboden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de stadsvernieuwingsurgente één jaar voor de sloop of de
                                ingrijpende woningverbetering nog geen vervangende woonruimte heeft
                                gevonden in de gemeente waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie van
                                toepassing was, wordt de stadsvernieuwingsurgentieverklaring van
                                toepassing verklaard voor de gehele regio.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Verantwoordelijkheid stadsvernieuwingsurgente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De stadsvernieuwingsurgente is tot zes maanden voor de sloop of de
                                ingrijpende</al><al> woningverbetering zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar een
                                andere woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Advies en ondersteuning van de zijde van de verhuurders zijn op
                                verzoek van de stadsvernieuwingsurgente beschikbaar en worden
                                ingezet naar de mate waarin de betrokkene zelf in staat is te
                                reageren op vrijkomende woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de stadsvernieuwingsurgent een jaar voor de sloop of de
                                ingrijpende woningverbetering nog geen andere woonruimte heeft, zal
                                de urgente worden ondersteund bij het vinden van een passende woning
                                in de eigen gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Intrekking stadsvernieuwingsurgentie</titel></kop><al>Het college trekt de stadsvernieuwingsurgentieverklaring in,
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de sloopdatum is gepasseerd;</al></li><li nr="b."><al>de stadsvernieuwingsurgentieverklaring is verleend op grond van
                                    door de aanvrager</al><al> verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                    vermoeden dat deze</al><al> gegevens onjuist of onvolledig waren;</al></li><li nr="c."><al>de stadsvernieuwingsurgente een aangeboden woonruimte
                                    aanvaardt;</al></li><li nr="d."><al>de stadsvernieuwingsurgente geen prijs meer stelt op
                                    inschrijving;</al></li><li nr="e."><al>de stadsvernieuwingsurgente niet meer voldoet aan de vereiste om
                                    voor verlening van</al><al> een huisvestingsvergunning in aanmerking te komen;</al></li><li nr="f."><al>de stadsvernieuwingsurgente dreigementen heeft geuit of zich
                                    agressief heeft gedragen richting een uitvoerder van de
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Gereserveerd (Bezwaarschriftencommissie)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Mandatering</titel></kop><al>Het college is bevoegd de uitoefening van de bevoegdheden krachtens deze
                            verordening te mandateren aan functionarissen van aanbieders van
                            woonruimte, colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in
                            het werkingsgebied, ambtenaren die werkzaam zijn bij de gemeenten die
                            onder het werkingsgebied vallen, dan wel aan de door het college
                            benoemde leden in de op grond van deze verordening ingestelde
                            commissies, behoudens de bevoegdheden als bedoeld in het artikel
                            35.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college en de door haar op grond van deze verordening ingestelde
                            urgentiecommissie zijn bevoegd in gevallen, waarin de toepassing van
                            deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten
                            gunste van de aanvrager gemotiveerd af te wijken van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Handhaving</titel></kop><al>Het college is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde
                            in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Restbepaling</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college, waarbij zij zich uitsluitend zal laten leiden door overwegingen
                            betrekking hebbende op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van
                            schaarse woonruimte.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Overgangs- en slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Omzettingsmaatregel Boskoop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor ingeschreven woningzoekenden in Boskoop geldt dat de leeftijd,
                                respectievelijk de</al><al> woonduur van starters en doorstromers op 1 juli 2015 wordt omgezet
                                in inschrijftijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde inschrijftijd wordt berekend door de
                                leeftijd-, dan wel de</al><al> woonduurverdeling van actief woningzoekenden te extrapoleren naar
                                de inschrijftijd op</al><al> basis van de verdeling van actief woningzoekenden in Alphen aan den
                                Rijn, Kaag en</al><al> Braassem en Nieuwkoop op die datum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een woningzoekende is actief als hij gedurende de periode 1 april
                                2014 tot 1 april 2015</al><al> één maal of vaker heeft gereageerd op een woning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Inschrijvingen bij Woningnet Holland Rijnland op basis van de
                                    Huisvestingsverordening</al><al> Holland Rijnland 2013 worden geacht inschrijvingen te zijn op
                                    grond van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2015.</al></li><li nr="2."><al>Aanvragen om een huisvestingsvergunning op basis van de
                                    Huisvestingsverordening</al><al> Holland Rijnland 2013, de Huisvestingsverordening Boskoop 1998,
                                    de Huisvestingsverordening Gemeente Noordwijkerhout 2013 worden
                                    geacht aanvragen om vergunningen te zijn op grond van de
                                    Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2015.</al></li><li nr="3."><al>Huisvestingsvergunningen verleend op basis van de
                                    Huisvestingsverordening Holland</al></li></lijst><al>Rijnland 2013, de Huisvestingsverordening Boskoop 1998, de
                            Huisvestingsverordening</al><al>Gemeente Noordwijkerhout 2013 worden geacht vergunningen te zijn op
                            grond van de</al><al>Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2015.</al><al>4.Aanvragen om een urgentieverklaring of stadsvernieuwingsurgentie
                            ingediend op basis</al><al>van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013, de
                            Huisvestingsverordening</al><al>Boskoop 1998, de Huisvestingsverordening Gemeente Noordwijkerhout 2013
                            worden</al><al>geacht te zijn aanvragen om urgentie dan wel stadsvernieuwingsurgentie
                            te zijn op grond</al><al>van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2015.</al><lijst><li nr="5."><al>Verleende urgenties dan wel stadsvernieuwingsurgenties op basis
                                    van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013, de
                                    Huisvestingsverordening Boskoop 1998, de Huisvestingsverordening
                                    Noordwijkerhout 2013 worden geacht te zijn verleend op basis van
                                    de Huisvestingsverordening 2015.</al></li><li nr="6."><al>Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift gericht tegen
                                    besluiten op grond van de</al></li></lijst><al>Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013, de
                            Huisvestingsverordening Boskoop</al><al>1998, de Huisvestingsverordening Gemeente Noordwijkerhout 2013 wordt
                            beslist met</al><al>toepassing van de op dat betreffende besluit van toepassing zijnde
                            verordening.</al><al>7.Klachten ingediend op basis van artikel 12 van het Convenant
                            Woonruimteverdeling</al><al>7. Boskoop, worden met toepassing van dat convenant afgehandeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening
                            gemeente Noordwijkerhout 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt met terug werkende kracht in werking op 1
                                juli 2015 en geldt tot 1 juli 2019;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Huisvestingsverordening Gemeente Noordwijkerhout 2013 komt met
                                ingang van 1 juli 2015 te vervallen.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>