<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>372891_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening behandeling bezwaren Waterschap De Dommel 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap De Dommel</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-20</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch waterschapsblad nr. 1175, d.d. 24 juli 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening behandeling bezwaren Waterschap De Dommel 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht (Awb)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-03-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bezwaar en klachten</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN EN REIKWIJDTE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Verordening behandeling bezwaren Waterschap De Dommel
                            2015</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze Verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>de wet: de Algemene wet bestuursrecht (van 4 juni 1992, stb.
                                    1992, 315 zoals sindsdien gewijzigd);</al></li><li nr="b)"><al>bestuursorgaan: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de
                                    voorzitter, ieder voor zover hun eigen bevoegdheden
                                    betreffend;</al></li><li nr="c)"><al>bezwaarschrift: een bezwaarschrift ingediend tegen een door een
                                    bestuursorgaan van het waterschap genomen besluit, waartegen
                                    beroep openstaat op grond van afdeling 8.1.1 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, dit met uitzondering van besluiten op grond van
                                    de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel
                                    inzake functiebeschrijving en functiewaardering, alsmede fiscale
                                    bezwaarschriften;</al></li><li nr="d)"><al>fiscaal bezwaarschrift: een bezwaarschrift ingediend tegen een
                                    voor bezwaar vatbaar besluit waarop de Algemene wet inzake
                                    Rijksbelastingen van toepassing is;</al></li><li nr="e)"><al>de commissie: een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de
                                    wet;</al></li><li nr="f)"><al>voorzitter: de voorzitter als bedoeld in artikel 6 van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="g)"><al>secretaris: de secretaris zoals bedoeld in artikel 8 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="h)"><al>informele aanpak: een vorm van bemiddeling in conflicten,
                                    waarbij partijen trachten om vanuit hun werkelijke belangen tot
                                    een gezamenlijk gedragen en voor ieder van hen optimale
                                    oplossing te komen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BEHANDELING VAN BEZWAREN</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Informele aanpak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De informele aanpak is het uitgangspunt bij de behandeling van
                                    alle ingekomen bezwaarschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vormgeving van de informele aanpak is afhankelijk van het
                                    ingediende bezwaarschrift en wordt in overleg met de
                                    vakafdeling(en) bepaald door de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na binnenkomst van een bezwaarschrift wordt er door de
                                    secretaris van de commissie contact opgenomen met de
                                    bezwaarmaker.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien toegepast, vermeldt het dagelijks bestuur de wijze waarop
                                    de informele aanpak is vormgegeven in de beslissing op
                                    bezwaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Wijze van bezwaarbehandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                    aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het gestelde in artikel 2 worden beslissingen op
                                    bezwaar voorbereid via de externe procedure zoals genoemd in
                                    paragraaf 3 of via de interne procedure, zoals genoemd in
                                    paragraaf 4.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan bij afzonderlijk besluit categorieën
                                    van besluiten aanwijzen die in elk geval voor de interne
                                    procedure als bedoeld in paragraaf 4 in aanmerking komen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij toepassing van paragraaf 3 worden de stukken zo spoedig
                                    mogelijk in handen van de commissie gesteld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>DE COMMISSIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie voor de voorbereiding van de beslissing op
                                    bezwaarschriften. Deze commissie is belast met het horen en
                                    adviseren met betrekking tot de bezwaarschriften als hiervoor
                                    bedoeld in artikel 1 sub c.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie is voorts belast met de advisering met betrekking
                                    tot een verzoek conform artikel 7:15 Awb tot vergoeding van de
                                    kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van
                                    een bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beslissing op bezwaren</titel></kop><al>Het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen, beslist op de bij
                                hem ingediende bezwaren na advies van de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Samenstelling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee andere
                                    leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het
                                    dagelijks bestuur van het waterschap. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Personen die deel uitmaken of werkzaam zijn onder
                                    verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan zijn niet benoembaar
                                    tot voorzitter of lid overeenkomstig het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsduur van de commissie is gelijk aan de zittingsduur
                                    van het dagelijks bestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen te allen tijde
                                    ontslag nemen door dit schriftelijk mee te delen aan het
                                    dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                    blijven hun functie waarnemen tot in de opvolging is
                                    voorzien.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter en leden van de commissie kunnen maximaal één keer
                                    herbenoemd worden voor een gelijke periode.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het
                                    dagelijks bestuur voor een of meer leden van de commissie
                                    afwijken van de eerste of tweede benoemingsperiode om zoveel
                                    mogelijk te voorkomen dat het lidmaatschap van de leden tegelijk
                                    eindigt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het secretariaat van de adviescommissie wordt gevoerd door een
                                    door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur wijst tevens een of meer plaatsvervangers
                                    van de secretaris aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie ontvangen per
                                    vergadering een vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van deze vergoeding wordt vastgesteld door het
                                    dagelijks bestuur.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3</nr><titel>PROCEDURE EXTERNE COMMISSIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontvangst bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediend bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                    aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan stelt het bezwaarschrift met de daarbij
                                    overgelegde stukken zo spoedig mogelijk in handen van de
                                    commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overdracht bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolgde artikel 2:1 tweede lid, 6:6, 6:17, 7:4
                                tweede lid en 7:6 vierde lid van de</al><al>wet worden voor de toepassing van deze Verordening uitgeoefend door
                                de voorzitter van de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inlichtingen en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter kan ten behoeve van de voorbereiding van het
                                    advies rechtstreeks alle inlichtingen inwinnen of doen
                                    inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verzoek van de
                                    commissie bij deskundigen advies inwinnen en deze personen zo
                                    nodig uitnodigen ter zitting te verschijnen. Indien daaraan
                                    kosten zijn verbonden is vooraf toestemming vereist van het
                                    dagelijks bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Plaats en tijdstip hoorzitting.</titel></kop><al>De voorzitter bepaalt datum, tijd en plaats van de zitting waarin de
                                belanghebbenden en het</al><al>bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de
                                commissie te doen horen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Uitnodiging hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter deelt de belanghebbenden en het bestuursorgaan
                                    tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk mede dat zij
                                    in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een belanghebbende of het bestuursorgaan wijziging wenst
                                    van het tijdstip van de zitting dient zulks binnen drie dagen na
                                    ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling onder
                                    opgaaf van redenen te worden gericht aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter, op een verzoek als bedoeld in
                                    het tweede lid, wordt zo spoedig mogelijk doch tenminste voor de
                                    zitting schriftelijk aan de belanghebbenden en het
                                    bestuursorgaan meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
                                    wijken of afwijkingen toe te staan van de termijnen als bedoeld
                                    in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 7:13 lid 3 Awb is voor
                                het houden van een zitting vereist dat de meerderheid van het aantal
                                leden, waaronder in ieder geval de voorzitter dan wel zijn
                                plaatsvervanger, aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onpartijdigheid commissieleden</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                                voorbereiding van en beraadslaging</al><al>over het advies inzake de beslissing op bezwaar, indien bij hun
                                sprake is van vooringenomenheid of</al><al>persoonlijk belang bij de beslissing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Openbaarheid van zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren worden gesloten indien de voorzitter of een van de
                                    aanwezige leden dat nodig oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een belanghebbende kan verzoeken dat de zitting achter gesloten
                                    deuren plaatsvindt. Indien de commissie beslist dat gewichtige
                                    redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting
                                    verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Schriftelijke vastlegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de
                                    namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun
                                    hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke weergave in van hetgeen over en
                                    weer is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren
                                    plaatsvond of indien belanghebbenden respectievelijk hun
                                    gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord,
                                    wordt dit in het verslag vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de ter zitting overgelegde bescheiden,
                                    die aan het verslag worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                    secretaris van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Nader onderzoek.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting maar voor het uitbrengen van het
                                    advies een nader onderzoek wenselijk is, kan de voorzitter uit
                                    eigen beweging of op verzoek van de commissie dit onderzoek
                                    houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
                                    toegezonden aan de leden van de commissie, het bestuursorgaan en
                                    de belanghebbenden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie, het bestuursorgaan en de
                                    belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in
                                    het tweede lid bedoelde uit nader onderzoek verkregen informatie
                                    aan de voorzitter een verzoek richten tot het beleggen van een
                                    nieuwe hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn
                                    bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de
                                    hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist met gesloten deuren over
                                    het door haar aan het bestuursorgaan uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                    brengen advies, indien bij een stemming de stemmen staken dan
                                    beslist de stem van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding
                                    gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel aan het
                                    bestuursorgaan voor de te nemen beslissing op het bezwaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het advies wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris
                                    van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verdaging van de beslissing</titel></kop><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter de termijn, zoals bedoeld
                                in het artikel 7:10 eerste lid van de</al><al>wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een
                                advies door de commissie en het</al><al>nemen van een beslissing door het bestuursorgaan, verzoekt de
                                voorzitter het bestuursorgaan tijdig de</al><al>beslissing te verdagen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>4</nr><titel>INTERNE PROCEDURE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>horen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met inachtneming van hetgeen in de wet en in deze verordening is
                                    geregeld, is de secretaris bevoegd de de interne procedure voor
                                    het horen te bepalen. Hij pleegt daarover overleg met de
                                    betreffende vakafdeling(en).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de werkwijze als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen
                                    12, 13, 14, 17, 18 en 19 zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                    toepassing met dien verstande dat de secretaris bevoegd is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Overdracht bevoegdheden</titel></kop><al>Voor zover van toepassing, worden de bevoegdheden ingevolge de
                                artikelen: </al><lijst><li nr="a."><al>2:1, tweede lid, van de wet; </al></li><li nr="b."><al>6:6 van de wet, wat betreft het de indiener stellen van een
                                        termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen
                                        aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan
                                        worden hersteld; </al></li><li nr="c."><al>6:17 van de wet, voor zover het betreft de verzending van
                                        stukken lopende de voorbereiding van de beslissing op
                                        bezwaar; </al></li><li nr="d."><al>7:3 van de wet;</al></li><li nr="e."><al>7:4, tweede lid, van de wet,</al></li></lijst><al>voor de toepassing van deze verordening opgedragen aan de
                                secretaris.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Telefonisch horen</titel></kop><al>Telefonisch horen in het kader van de voorbereiding van een
                                beslissing op bezwaar via de interne procedure kan alleen
                                plaatsvinden indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: </al><lijst><li nr="a."><al>er geen derdebelanghebbenden bij de beslissing op bezwaar
                                        zijn betrokken; </al></li><li nr="b."><al>vaststaat dat de bezwaarmaker geen bezwaar heeft tegen
                                        telefonisch horen; </al></li><li nr="c."><al>voorafgaand aan het telefonisch horen hiertoe een separate
                                        afspraak wordt gemaakt; en</al></li><li nr="d."><al>na afloop van het telefonisch horen door de secretaris een
                                        verslag van het horen wordt gemaakt en ondertekend.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor bezwaarschriften die bij het waterschap zijn ingekomen voor de
                                datum waarop deze verordening in werking is getreden, geldt dat deze
                                worden behandeld overeenkomstig de daarvoor op dat moment geldende
                                procedure.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een benoeming onderscheidenlijk aanwijzing op grond van artikel 3
                                onderscheidenlijk artikel 4 van de Verordening behandeling bezwaren
                                2010, vastgesteld door het algemeen bestuur op 14 april 2010, wordt
                                geacht te zijn geschied op grond van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van haar bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van het in het vorige lid bedoelde tijdstip wordt de
                                    Verordening behandeling bezwaren 2010, vastgesteld door het
                                    algemeen bestuur op 14 april 2010, ingetrokken, met dien
                                    verstande, dat die verordening blijft gelden voor procedures die
                                    vóór bedoeld tijdstip zijn gestart.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening behandeling
                                    bezwaren Waterschap De Dommel 2015’.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><al></al><al><vet>ALGEMEEN</vet></al><al>In juni 2013 is in het kader van Winnend Samenwerken gestart met het project om
                    te komen tot een uniform werkproces voor de behandeling van bezwaren voor de
                    drie waterschappen in Brabant, te weten Aa en Maas, Dommel en Brabantse
                    Delta.</al><al>Het project had als doelstelling dat de bezwaarschriftenafhandeling gezamenlijk
                    en uniform plaatsvindt en zo efficiënt, zorgvuldig en klantvriendelijk mogelijk
                    wordt uitgevoerd, bezien vanuit het perspectief van de burger c.q. bezwaarmaker.
                    De bedoeling was om:</al><lijst><li nr="·"><al>Primair in te steken op toepassing van de informele aanpak
                            (pre-mediation);</al></li><li nr="·"><al>Invoering van de mogelijkheid van een interne procedure voor het horen
                            zonder inschakeling van c.q. advisering door de externe
                            bezwarencommissie.</al></li></lijst><al>Deze aanpak is in lijn met het landelijke project ‘Prettig contact met de
                    overheid’ dat door steeds meer overheden wordt toegepast en de beoogde wijziging
                    van de Algemene wet bestuursrecht ter bevordering van het gebruik van mediation
                    in het bestuursrecht.</al><al>In deze verordening wordt de nieuwe aanpak voor de behandeling van bezwaren
                    vastgelegd.</al><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In dit artikel wordt onder punt h het begrip ‘informele aanpak’ gedefinieerd. De
                    informele aanpak is uitgangspunt voor de behandeling van bezwaren.</al><al><vet>Artikel 2 Informele aanpak</vet></al><al>De secretaris van de bezwarencommissie is degene die het voortouw neemt bij
                    toepassing van de informele aanpak. De secretaris belt bij ieder bezwaarschrift
                    de bezwaarmaker of diens gemachtigde op om na te gaan of er mogelijkheden zijn
                    voor de informele aanpak. Vervolgens gaat bij toepassing van de informele aanpak
                    een medewerker van het waterschap in gesprek met een burger of bedrijf over het
                    bezwaar c.q. conflict. Op een informele manier denkt de medewerker mee over
                    eventuele oplossingsrichtingen en past daarbij mediationvaardigheden toe. Dit
                    zijn communicatieve vaardigheden zoals luisteren, samenvatten en doorvragen
                    vanuit een open houding. Er wordt bij de informele aanpak eventueel een
                    onafhankelijke bemiddelaar of gespreksleider betrokken of er worden medewerkers
                    ingeschakeld die niet eerder bij de besluitvorming betrokken zijn geweest. Uit
                    ervaringen in den lande en uit onderzoek blijkt dat het toepassen van deze
                    aanpak in de bezwaarfase zowel erg klantvriendelijk is als tijdsbesparend. Vaak
                    wordt een bezwaarschrift ingetrokken nadat de informele aanpak is toegepast.
                    Deze werkwijze kost aan de voorkant dan weliswaar meer inspanning, maar die tijd
                    verdient zich terug als blijkt dat een bezwaar wordt ingetrokken.</al><al>Indien de informele aanpak wel is toegepast maar niet tot resultaat heeft
                    geleid, wordt hiervan in de beslissing op bezwaar melding gemaakt.</al><al><vet>Artikel 3 Wijze van bezwaarbehandeling</vet></al><al>In dit artikel worden de verschillende manieren van bezwarenbehandeling
                    aangegeven (zie onderstaand schema).</al><al>In het derde lid wordt aan het dagelijks bestuur de bevoegdheid verleend om
                    besluiten aan te wijzen die in elk geval in aanmerking komen voor de interne
                    procedure (ambtelijk horen). Hierbij kan gedacht worden aan:</al><lijst><li nr="·"><al>Het verlenen of weigeren van watervergunningen met betrekking tot
                            categorie B en C oppervlaktewateren;</al></li><li nr="·"><al>Besluiten genomen in het kader van de schouwvoering;</al></li><li nr="·"><al>Besluiten tot het buiten behandeling laten van een aanvraag wegens het
                            nalaten (binnen de gestelde termijn) de daarvoor benodigde gegevens als
                            bedoeld in artikel 6:5 Awb in te dienen;</al></li><li nr="·"><al>Handhavingsbesluiten die vallen in categorie 2 van de
                            handhavingsstrategie ‘Zo handhaven we in Brabant’.</al></li></lijst><al>Dit laat onverlet de bevoegdheid van de secretaris om het bezwaar om hem
                    moverende redenen ter advisering aan de commissie voor te leggen (externe
                    procedure).</al><al><plaatje><illustratie formaat="jpeg" naam="schema" type="foto" id="i257904"></illustratie></plaatje></al><al><vet>Artikel 4 Inleidende bepalingen</vet></al><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van fiscale bezwaren.</al><al><vet>Artikel 5 Beslissing op bezwaren</vet></al><al>Het bestuursorgaan houdt rekening met het door de commissie uitgebrachte advies.
                    Indien daarvan wordt afgeweken rust er op het bestuursorgaan een
                    motiveringsplicht.</al><al><vet>Artikel 6 Samenstelling</vet></al><al>Artikel 7:13 Awb bepaalt de minimale eisen voor het instellen van een
                    adviescommissie:</al><lijst><li nr="·"><al>de adviescommissie moet bestaan uit een voorzitter en tenminste twee
                            (andere) leden;</al></li><li nr="·"><al>de voorzitter mag geen deel uitmaken van noch werkzaam zijn onder
                            verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 7 Zittingsduur</vet></al><al>De leden van de adviescommissie voor bezwaarschriften worden voor onbepaalde
                    tijd benoemd. De zittingsduur is gelijk aan de zittingsduur van het dagelijks
                    bestuur, te weten vier jaar. Op grond van het vierde lid kan een lid maximaal 1
                    periode worden herbenoemd om voldoende doorstroming en expertise te waarborgen.
                    Het vijfde lid is opgenomen om te voorkomen dat er te veel leden gelijktijdig
                    aftreden.</al><al><vet>Artikel 8 Secretariaat</vet></al><al>Het dagelijks bestuur wijst een ambtenaar (en voldoende plaatsvervangers) aan
                    die de commissie als secretaris ondersteunt. De aangewezen secretaris heeft
                    eveneens een belangrijke rol bij het ambtelijk horen.</al><al><vet>Artikel 9 Vergoedingen</vet></al><al>Het dagelijks bestuur bepaalt de vergoeding van de voorzitter en leden van de
                    commissie. Deze vergoeding geldt per vergadering, ongeacht het aantal
                    bezwaarschriften dat wordt behandeld.</al><al><vet>Artikel 10 Ontvangst bezwaarschrift</vet></al><al>De datum van ontvangst van het bezwaarschrift is relevant voor de vraag of het
                    bezwaar tijdig is ingediend. Daarom is het van belang dat de envelop, bij
                    ontvangst van het bezwaar met de post, aan het bezwaarschrift wordt
                    gehecht.</al><al><vet>Artikel 11 Overdracht bevoegdheden</vet></al><al>Artikel 7:13, vierde lid, Awb bepaalt dat de adviescommissie beslist over de
                    toepassing van een aantal procedurevoorschriften uit de Awb. In concreto betreft
                    het beslissingen over de beperking van het inzagerecht (artikel 7:4, zesde lid,
                    Awb) en over de openbaarheid van de hoorzitting (artikel 7:5, tweede lid, Awb).
                    De parlementaire geschiedenis maakt duidelijk dat deze bevoegdheden niet door
                    een ander kunnen worden uitgeoefend.</al><al>In het kader van de voorbereiding van een beslissing op bezwaar door een
                    adviescommissie vinden echter meer handelingen plaats. Hierbij valt te denken
                    aan het verlangen van een schriftelijke machtiging van een gemachtigde (artikel
                    2:1, tweede lid Awb) of het de indiener van een bezwaarschrift stellen van een
                    termijn waarbinnen verzuimen kunnen worden hersteld (artikel 6:6 Awb).</al><al>Omdat de wetgever de bevoegdheid hiertoe niet expliciet bij de adviescommissie
                    neerlegt, bepaalt artikel 11 dat deze bevoegdheden worden uitgeoefend door de
                    voorzitter van de adviescommissie.</al><al><vet>Artikel 12 Inlichtingen en advies</vet></al><al>Het is van belang dat de commissie beschikt over alle relevante informatie.
                    Hiertoe wordt de voorzitter een aantal bevoegdheden verleend. Als daaraan kosten
                    zijn verbonden moet vooraf toestemming worden gevraagd aan het dagelijks
                    bestuur.</al><al><vet>Artikel 13 Plaats en tijdstip hoorzitting / artikel 14 Uitnodiging
                    hoorzitting</vet></al><al>Essentieel onderdeel van een bezwaarprocedure is het horen van belanghebbenden
                    (en verwerend orgaan). In afdeling 7.2 Awb zijn diverse bepalingen aan dit horen
                    gewijd. Ook de artikelen 13 en 14 bevatten regels ten aanzien van de
                    hoorzitting. Deze regels spreken voor zich.</al><al><vet>Artikel 15 Quorum</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich. Zie ook de toelichting op artikel 20.</al><al><vet>Artikel 16 Onpartijdigheid commissieleden</vet></al><al>Dit artikel vormt een uitwerking van artikel 2:4 Awb voor de
                    adviescommissie.</al><al>Van belang is te vermelden dat uit de jurisprudentie rondom dit artikel blijkt
                    dat onder "persoonlijk belang" ook beroepsmatige belangenverstrengeling verstaan
                    moet worden. Dergelijke beroepsmatige belangenverstrengeling wordt door de
                    rechter in ieder geval ongeoorloofd geacht wanneer een lid van de
                    adviescommissie deelneemt aan de behandeling van een bezwaarschrift tegen een
                    primair besluit dat in enige vorm van concurrentie staat tot (een aanvraag om)
                    een besluit waarbij het lid zelf nauw betrokken is. Bijvoorbeeld omdat die
                    aanvraag gedaan is door een vereniging waarvoor het lid bestuurder is.</al><al><vet>Artikel 17 Openbaarheid van zitting</vet></al><al>Uitgangspunt is dat de zitting openbaar is. Door de voorzitter of op verzoek van
                    belanghebbenden kan besloten worden dat de deuren gesloten worden.</al><al><vet>Artikel 18 Schriftelijke vastlegging</vet></al><al>Artikel 7:7 van de Awb schrijft voor dat van de hoorzitting een verslag wordt
                    gemaakt.</al><al><vet>Artikel 19 Nader onderzoek</vet></al><al>Dit artikel vormt een uitvloeisel van het in de Awb neergelegde
                    zorgvuldigheidsbeginsel. Ook omstandigheden die na de hoorzitting bekend worden
                    en die van belang zijn voor het door de adviescommissie af te geven advies
                    dienen onderzocht te worden. Hoe dit onderzoek plaatsvindt, laat het artikel
                    open. Zo kan er bijvoorbeeld opnieuw/alsnog overgegaan worden tot
                    plaatsopneming; ook een telefoongesprek met een belanghebbende of een deskundige
                    kan echter als een nader onderzoek worden bestempeld.</al><al>Artikel 7:9 Awb bepaalt dat als het nader onderzoek feiten oplevert die van
                    aanmerkelijk belang kunnen zijn voor de op het bezwaar te nemen beslissing,
                    belanghebbenden in de gelegenheid gesteld moeten worden daarover te worden
                    gehoord. Levert het nader onderzoek geen feiten van aanmerkelijk belang op, dan
                    laat artikel 19, derde lid de keuze voor een nieuwe hoorzitting aan de
                    voorzitter na een daartoe gedaan verzoek.</al><al><vet>Artikel 20 Advies</vet></al><al>De combinatie met artikel 15 en 16 kan in theorie problemen opleveren voor het
                    rechtsgeldig kunnen uitbrengen van een advies door de adviescommissie. Een
                    adviescommissie met drie leden kan immers niet in voltalligheid beraadslagen en
                    bij meerderheid adviseren indien één van haar leden zich wegens
                    belangenverstrengeling heeft teruggetrokken.</al><al>Jurisprudentie stelt bovendien dat een adviescommissie die normaliter uit drie
                    leden bestaat, maar in een specifiek geval met twee leden een advies uitbrengt
                    omdat één lid wegens mogelijke belangenverstrengeling niet deelneemt aan de
                    beraadslaging/advisering, in strijd handelt met artikel 7:13, eerste lid, aanhef
                    en onder a, Awb.</al><al>Een lid van de adviescommissie dat een beroep wil doen op artikel 16, zal dit
                    daarom tijdig moeten melden. Er is dan voldoende tijd om de beraadslaging en
                    advisering plaats te laten vinden met deelneming van een plaatsvervangend
                    lid.</al><al><vet>Artikel 21 Verdaging van de beslissing</vet></al><al>Als centrale spil zal de secretaris het dreigend verstrijken van de
                    beslistermijn in de gaten te houden zodat tijdig door het bestuur een
                    verdagingsbesluit kan worden genomen.</al><al><vet>Artikel 22 Horen</vet></al><al>Zoals bij de toelichting op artikel 3 uitgelegd, bestaan er na de vaststelling
                    van deze verordening, naast de informele aanpak, twee wijzen van
                    bezwaarbehandeling: bezwaarbehandeling middels een externe adviescommissie en
                    bezwaarbehandeling middels een interne bezwaarprocedure.</al><al>In paragraaf 3 staan regels met betrekking tot de voorbereiding van de
                    beslissing op bezwaren via de externe adviescommissie.</al><al>Ten aanzien van de interne bezwaarprocedure bevat paragraaf 4 een minimaal
                    aantal bepalingen. Deze bepalingen, in combinatie met de artikelen uit de Awb
                    die betrekking hebben op interne bezwaarbehandeling, hebben als doel deze
                    procedure zorgvuldig, maar wel zo flexibel mogelijk te laten verlopen.</al><al>Door het in artikel 8 genoemde secretariaat zal per ingekomen bezwaarschrift
                    bekeken worden:</al><lijst><li nr="·"><al>hoe de voorbereiding van de beslissing op het bezwaar plaatsvindt;</al></li><li nr="·"><al>of en zo ja, door wie en hoe in dit kader gehoord wordt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 23 Overdracht bevoegdheden</vet></al><al>Zie toelichting artikel 11. De secretaris is bevoegd.</al><al><vet>Artikel 24 Telefonisch horen</vet></al><al>In dit artikel worden de voorwaarden waaronder telefonisch horen via de interne
                    procedure mogelijk is met het oog op een zorgvuldige voorbereiding van de
                    beslissing op bezwaar.</al><al><vet>Artikel 25 Overgangsbepalingen</vet></al><al>Het tweede lid bepaalt dat een benoeming tot commissielid, dan wel een
                    aanwijzing tot secretaris op grond van de Verordening behandeling bezwaren 2010
                    geacht wordt te zijn geschied ingevolge deze verordening. Hierdoor is het niet
                    nodig de commissieleden en de secretaris andermaal te benoemen c.q. aan te
                    wijzen op grond van deze nieuwe bezwarenverordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>