<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR372674_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Asten 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-66494.html">Gemeenteblad 2015, 66494</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Asten 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035333">Participatiewet, art. 8a, lid 1, onderdeel b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, art. 35, onderdeel d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, art. 35, onderdeel d</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15.07.06</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maarschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Toelichting</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Asten 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Asten,</al><al/><al>gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 19 mei 2015;</al><al/><al>gehoord het advies van de Commissie Burgers d.d. 15 juni 2015;</al><al/><al>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet,
                        artikel 35, onderdeel d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 35,
                        onderdeel d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ),</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>Vast te stellen de Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ
                        Asten 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>uitkeringsgerechtigde: een persoon die een gemeentelijke
                                    uitkering ontvangt;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke uitkering: een uitkering op grond van de
                                    Participatiewet, de IOAW </al><al> of de IOAZ; </al></li><li nr="c."><al>tegenprestatie: maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                                    (onbeloond) die door het college aan een uitkeringsgerechtigde
                                    met een gemeentelijke uitkering kunnen worden opgelegd en die
                                    niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt; </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>vrijwilligerswerk: werk dat in enig verband onverplicht en
                                    onbetaald wordt verricht, voor anderen of voor de samenleving;
                                </al></li><li nr="e."><al>mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,
                                    beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien
                                    van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de
                                    Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen
                                    personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in
                                    het kader van een hulpverlenend beroep.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleid tegenprestatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verslag over beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                        een beleidsplan vast waarin kan worden vastgelegd hoe nadere
                                        invulling aan de tegenprestatie wordt gegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zendt middels de reguliere verantwoordingsverslagen aan
                                de gemeenteraad een verslag over de uitvoering en resultaten van het
                                beleid ten aanzien van de tegenprestatie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Tegenprestaties naar Vermogen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Doel tegenprestatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Doel van de tegenprestatie is het bevorderen van de
                                    maatschappelijke participatie door het leveren van een bijdrage
                                    aan de samenleving door uitkeringsgerechtigden op basis van
                                    wederkerigheid. Het verrichten van een tegenprestatie kan
                                    bijdragen aan vergroting van kansen op de arbeidsmarkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Inhoud tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde met een gemeentelijke
                                uitkering een tegenprestatie opleggen, waarbij het moet gaan om
                                maatschappelijk nuttige werkzaamheden die onbeloond plaatsvinden. De
                                werkzaamheden zijn additioneel van aard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een uitkeringsgerechtigde wordt verwacht dat hij zelf invulling
                                geeft aan de tegenprestatie en daarvoor met voorstellen komt. Indien
                                nodig kan daarbij ondersteuning worden geboden. Het college
                                beoordeelt deze voorstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tegenprestatie kan als volgt worden ingevuld:</al><lijst><li nr="a."><al>overige maatschappelijk nuttige werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>het volgen van taal- of beweegtraining;</al></li><li nr="c."><al>activeringsprogramma’s;</al></li><li nr="d."><al>het met een tijdsbeslag van tenminste 8 uur per week werken
                                        aan persoonlijke problemen met als doel het invulling kunnen
                                        geven aan één van de hiervoor genoemde vormen van
                                        tegenprestatie. Dit kan worden gezien als een eerste fase in
                                        het doen van een tegenprestatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De tegenprestatie is niet bedoeld als re-integratie instrument en
                                mag toeleiding naar de arbeidsmarkt of het verkrijgen van betaald
                                werk niet in de weg staan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van regulier werk
                                op de arbeidsmarkt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Duur en omvang tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt naar vermogen opgedragen voor minimaal 8 uur
                                per week gedurende een periode van minimaal 6 maanden per jaar.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij het opdragen van de omvang en inhoud van een tegenprestatie
                                houdt het college rekening met de volgende factoren: </al><lijst><li nr="a."><al>de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht
                                        door een uitkeringsgerechtigde; </al></li><li nr="b."><al>de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van
                                        een uitkeringsgerechtigde </al></li><li nr="c."><al>de persoonlijke wensen en competenties van een
                                        uitkeringsgerechtigde </al></li><li nr="d."><al>de tegenprestatie is gericht op de persoonlijke ontwikkeling
                                        van de uitkeringsgerechtigde</al></li><li nr="e."><al>het al verrichten door de uitkeringsgerechtigde van
                                        maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Ontheffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ontheven van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie
                                is:</al><lijst><li nr="a."><al>De uitkeringsgerechtigde die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt
                                is.</al></li><li nr="b."><al>De alleenstaande ouder die vrijstelling van de arbeidsplicht heeft
                                in verband met de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot vijf
                                jaar</al></li><li nr="c."><al>De uitkeringsgerechtigde die zorgtaken verricht als mantelzorger
                                voor tenminste 8 uur per week;</al></li><li nr="d."><al>De uitkeringsgerechtigde die voor tenminste 8 uur per week
                                vrijwilligerswerk verricht;</al></li><li nr="e."><al>De uitkeringsgerechtigde die in het kader van de Wet
                                maatschappelijke ondersteuning gebruik maakt van een voorziening
                                gericht op individuele begeleiding of groepsbegeleiding</al></li><li nr="f."><al>De uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan activiteiten in het kader
                                van een re-integratietraject.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan afwijken van het minimale uren gesteld in lid a, c
                                en d als toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard
                                leidt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat
                                sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het eerste
                                lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 juli 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, </ondertekening><ondertekening>mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. H.G. Vos</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Helmond
                    2015</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Voor alle uitkeringsgerechtigden is het uitgangspunt, dat zij er alles aan
                    moeten doen om betaald werk te vinden en uit te stromen uit de uitkering.
                    Wanneer dat op korte of langere termijn niet reëel mogelijk is, kan een
                    tegenprestatie worden opgelegd. Het college is bevoegd om een tegenprestatie op
                    te leggen aan alle uitkeringsgerechtigden met een gemeentelijke uitkering
                    (Participatiewet, IOAW, IOAZ). </al><al>Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een
                    tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct samenhangt
                    met arbeidsinschakeling. Een belanghebbende van achttien jaar of ouder doch
                    jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag van melding gehouden
                    naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. Dit is vastgelegd in artikel 9,
                    eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet, en in artikel 37, eerste lid,
                    onderdeel f, van de IOAW/IOAZ. </al><al>Met de tegenprestatie wordt beoogd dat de belanghebbende wat terugdoet voor het
                    krijgen van een uitkering. De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar
                    vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die
                    niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. De werkzaamheden die de
                    belanghebbende in het kader van de tegenprestatie krijgt opgedragen, kunnen
                    binnen, maar ook buiten de gemeentegrenzen plaatsvinden. </al><tussenkop>Visie arbeidsmarktregio Helmond-De Peel</tussenkop><al>De tegenprestatie wordt binnen de arbeidsmarktregio Helmond- de Peel conform de
                    volgende kaders vormgegeven: </al><lijst><li nr="·"><al>De eigen verantwoordelijkheid en zelfregie van de burger staan centraal.
                            Iedereen draagt naar vermogen zijn steentje bij aan de samenleving;
                        </al></li><li nr="·"><al>Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande sociale
                            infrastructuur; </al></li><li nr="·"><al>Er wordt zoveel mogelijk uitgegaan van de wensen, mogelijkheden en
                            intrinsieke motivatie van de betrokkene. </al></li></lijst><al>Hierbij streven we met de inzet van de tegenprestatie de volgende doelstellingen
                    na: </al><lijst><li nr="·"><al>Met de tegenprestatie is het mogelijk dat de betrokkene uit zijn
                            isolement en in beweging komt; </al></li><li nr="·"><al> Met het doen van de tegenprestatie kan de betrokkene in het kader van
                            wederkerigheid iets terugdoen voor zijn eigen wijk, buurt of gemeente;
                        </al></li></lijst><al>. </al><tussenkop>Verordeningsplicht </tussenkop><al>De Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op om bij verordening
                    regels vast te stellen over het opdragen van een tegenprestatie aan mensen met
                    een bijstandsuitkering (uitkering op grond van de Participatiewet) of IOAW-of
                    IOAZ uitkering in de leeftijd van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd.
                    Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8a, eerste lid, onderdeel b
                    Participatiewet. Het is aan de gemeente om de duur, omvang en inhoud van de
                    tegenprestatie te regelen (zie TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). </al><tussenkop>Ontwikkelen beleid door college </tussenkop><al>Het college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het
                    verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de
                    verordening tegenprestatie. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid, onderdeel c,
                    van de Participatiewet. </al><al>Doel van de tegenprestatie is het bevorderen van de maatschappelijke
                    participatie door het leveren van een bijdrage aan de samenleving door
                    uitkeringsgerechtigden op basis van wederkerigheid. Het verrichten van een
                    tegenprestatie kan bijdragen aan vergroting van kansen op de arbeidsmarkt, maar
                    dit betreft geen primair doel. Op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel c
                    van de Participatiewet, artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAW en
                    artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAZ kan het college een
                    tegenprestatie opleggen. Het college legt een tegenprestatie naar vermogen op
                    voor minimaal 8 uur per week gedurende een periode van minimaal 6 maanden per
                    jaar. Daarbij wordt rekening gehouden met de individuele omstandigheden van de
                    uitkeringsgerechtigde, ter beoordeling door het college. Indien
                    uitkeringsgerechtigden reeds mantelzorg, vrijwilligerswerk of dagbesteding
                    verrichten van een bepaalde omvang, hoeven zij daarnaast geen tegenprestatie
                    meer te leveren. <vet><cursief>Werkwijze</cursief></vet>Het
                    college verwacht dat uitkeringsgerechtigden zelf invulling geven aan de
                    tegenprestatie, waarbij rekening wordt gehouden met individuele wensen en
                    mogelijkheden van uitkeringsgerechtigden. Waar nodig kan het college
                    ondersteuning bieden bij het vinden en invullen van de tegenprestatie. De met
                    een uitkeringsgerechtigde gemaakte afspraken worden waar nodig, vastgelegd in
                    een beschikking. De tegenprestatie kan bestaan uit het doen van
                    vrijwilligerswerk, mantelzorg, taal- of beweegtraining, activeringsprogramma’s,
                    of andere maatschappelijk nuttige werkzaamheden die onbeloond zijn. Als er
                    sprake is van individuele omstandigheden (schulden, psychosociale problematiek,
                    huiselijke omstandigheden, zorgtaken, ontbreken van kinderopvang) die het doen
                    van een tegenprestatie belemmeren, kan de tegenprestatie er uit bestaan dat
                    (eerst) wordt gewerkt aan het oplossen van deze problemen. Als er sprake is van
                    individuele omstandigheden die het doen van een tegenprestatie voor korte of
                    langere tijd niet mogelijk maken, kan er een tijdelijke ontheffing worden
                    verleend. Hierbij is het reguliere ontheffingenbeleid van toepassing. Het doen
                    van een tegenprestatie mag re-integratie van de uitkeringsgerechtigden niet
                    belemmeren. Een tegenprestatie is geen re-integratie-instrument, maar kan
                    aanvullend op de re-integratieactiviteiten worden opgelegd door het college. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begrippen</tussenkop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de
                    Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                    gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op
                    deze verordening.</al><al><cursief>Tegenprestatie</cursief>| Tegenprestatie is het doen van
                    maatschappelijk nuttige werkzaamheden (onbeloond) en kan plaatsvinden in de vorm
                    van: - vrijwilligerswerk; - mantelzorg; - taal- of beweegtraining; -
                    activeringsprogramma’s; - overige maatschappelijk nuttige werkzaamheden ter
                    beoordeling door het college; - het werken aan individuele problematiek ter
                    beoordeling door het college (opsomming is niet limitatief)
                        <cursief>Vrijwilligerswerk</cursief>Werk waarvoor geen loon wordt
                    ontvangen en in georganiseerd verband voor anderen of voor de samenleving
                    uitgevoerd wordt. Het gaat niet om werk dat in loondienst wordt verricht of
                    werkzaamheden die leiden tot inkomsten. Het gaat om additioneel werk dat niet in
                    regulier dienstverband wordt
                        uitgevoerd.<cursief>Mantelzorg</cursief>Bij
                    mantelzorg gaat het om de uitvoering van zorgtaken die als volgt kunnen worden
                    gekenmerkt: Er is een bestaande sociale relatie tussen zorgvragen en
                    zorgverlener. Mantelzorg wordt niet verricht in georganiseerd verband. Het
                    verlenen van mantelzorg is niet afdwingbaar. Het gaat veelal om langdurige zorg
                    en die de gebruikelijke zorg van huisgenoten of verwanten
                    overstijgt.</al><al><cursief>Uitkeringsgerechtigden</cursief>Alle uitkeringsgerechtigden
                    met een door de gemeente ontvangen uitkering op grond van de Participatiewet,
                    IOAW of IOAZ. Van personen die andere uitkeringen ontvangen wordt geen
                    tegenprestatie gevraagd.</al><tussenkop>Artikel 2 Verslag over beleid</tussenkop><al><vet>Artikel 2 Verslag over beleid</vet>Het college heeft de
                    opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het verrichten van een
                    tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de verordening
                    tegenprestatie. Het college stelt daartoe een beleidsplan ten aanzien van de
                    tegenprestatie vast </al><al>Het college zendt middels de reguliere verantwoordingsverslagen aan de
                    gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van het beleid inzake het
                    opdragen van een tegenprestatie. </al><tussenkop>Artikel 3 Doel tegenprestatie</tussenkop><al> Doel van de tegenprestatie is het bevorderen van de maatschappelijke
                    participatie door het leveren van een bijdrage aan de samenleving door
                    uitkeringsgerechtigden op basis van wederkerigheid een tegenprestatie te laten
                    verrichten. </al><al>Door het verrichten van een tegenprestatie worden sociale contacten vergroot,
                    ontstaat er meer dagritme en bouwen uitkeringsgerechtigden werkervaring op. Dit
                    draagt bij aan de zelfredzaamheidsbevordering en de ontwikkeling van
                    uitkeringsgerechtigden en vergroot – op termijn – de kansen op toeleiding naar
                    betaald werk. Uitstroom naar betaald werk is niet het primaire doel van de
                    tegenprestatie, maar kan door het doen van een tegenprestatie daaraan wel
                    bijdragen. In voorkomende gevallen waarbij mogelijk sprake is van verdringing
                    kan het college besluiten om niet met deze organisaties samen te werken. </al><tussenkop>Artikel 4 Inhoud tegenprestatie </tussenkop><al> Uitkeringsgerechtigden kunnen zelf invulling geven aan de tegenprestatie. Die
                    invulling wordt ter beoordeling voorgelegd aan het college. Het moet gaan om
                    maatschappelijk nuttige werkzaamheden die additioneel van aard zijn en regulier
                    werk niet verdringen. Bij het opleggen van de tegenprestatie moet altijd
                    rekening worden gehouden met de individuele omstandigheden en mogelijkheden van
                    uitkeringsgerechtigden. Het is dus van belang dat de uitkeringsgerechtigde ook
                    in staat is de werkzaamheden te verrichten. </al><al>Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de
                    persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van de
                    uitkeringsgerechtigde, waaronder leeftijd, opleiding en werkervaring. Maar ook
                    met het fysieke en psychische vermogen van een uitkeringsgerechtigde. Voorts
                    wordt rekening gehouden met praktische omstandigheden zoals reistijd,
                    beschikbaarheid van kinderopvang en/of uitkeringsgerechtigde al maatschappelijke
                    activiteiten verricht. Het moet altijd maatwerk zijn. Daarbij houdt het college
                    ook rekening met de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de
                    uitkeringsgerechtigde.</al><al>Het kan gaan om vrijwilligerswerk, mantelzorg, taal- of beweegtraining,
                    leefstijlprogramma’s of andere maatschappelijk nuttige werkzaamheden die door
                    uitkeringsgerechtigden ter beoordeling aan het college worden voorgelegd. Het
                    werken aan persoonlijke ontwikkeling als tegenprestatie is van tijdelijke aard,
                    zodat daarna de vervolgstap gemaakt kan worden naar bijvoorbeeld
                    vrijwilligerswerk als tegenprestatie. </al><al>De tegenprestatie is geen re-integratie-instrument en mag re-integratie en
                    toeleiding naar de arbeidsmarkt niet in de weg staan. Voor alle
                    uitkeringsgerechtigden blijft altijd het uitgangspunt dat zij er alles aan
                    moeten doen om betaald werk te vinden en uit te stromen uit de uitkering.
                    Wanneer dat op korte of langere termijn niet aan de orde is, kan een
                    tegenprestatie worden opgelegd. </al><al>Als er individuele problemen zijn die het uitvoeren van een tegenprestatie
                    belemmeren, zoals schulden, sociale problematiek, verslavingsproblematiek,
                    huiselijke omstandigheden of zorgtaken, wordt het planmatig werken aan
                    oplossingen voor deze problematiek aangemerkt als eerste fase in de invulling
                    van de tegenprestatie. </al><tussenkop>Artikel 5 Duur en omvang tegenprestatie</tussenkop><al> Het college beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden en voorhanden
                    zijnde onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden de aard, de duur en de
                    omvang van de aan een uitkeringsgerechtigde op te leggen tegenprestatie. De
                    tegenprestatie wordt naar vermogen opgedragen voor minimaal 8 uur per week
                    gedurende een periode van minimaal 6 maanden per jaar. Daarbij wordt rekening
                    gehouden met de individuele omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde. Zie
                    hiervoor ook de toelichting bij artikel 4.</al><tussenkop>Artikel 6 Ontheffingen </tussenkop><tussenkop>Geen tegenprestatie </tussenkop><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het
                    college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot
                    het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie is
                    niet van toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam
                    arbeidsongeschikt is, als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar
                    arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet). De verplichting
                    tot tegenprestatie is niet van toepassing op een alleenstaande ouder die in het
                    bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de
                    Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van de Participatiewet). </al><al>Artikel 6 lid 1 onder c van de verordening bepaalt dat geen tegenprestatie wordt
                    opgedragen indien een belanghebbende mantelzorg verricht en het college het
                    verrichten hiervan redelijkerwijs noodzakelijk vindt. De regering heeft deze
                    mogelijkheid uitdrukkelijk benoemd in de nota van wijziging met betrekking tot
                    de Wet maatregelen WWB (TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). Of sprake is van
                    mantelzorg wordt getoetst aan de criteria van het begrip mantelzorg zoals
                    neergelegd in artikel 1 van deze verordening. Verricht een belanghebbende
                    mantelzorg van minimaal 8 uur per week in de zin van deze verordening en is het
                    verrichten van mantelzorg volgens het college redelijkerwijs noodzakelijk, dan
                    draagt het college een belanghebbende geen tegenprestatie op. Daarnaast regelt
                    dit artikel de vrijstelling voor uitkeringsgerechtigden die vrijwilligerswerk -
                    voor minstens 8 uur per week - verrichten dat te beschouwen is als een
                    maatschappelijk nuttige activiteit. </al><al>Uitkeringsgerechtigden die activiteiten in het kader van een
                    re-integratietraject uitvoeren, zijn tevens vrijgesteld voor het leveren van een
                    tegenprestatie. Het argument hierbij is dat deze uitkeringsgerechtigden al
                    actief zijn. Voorkomen moet worden dat het uitvoeren van een tegenprestatie de
                    re-integratie naar werk in de weg staat. In bijzondere gevallen kan afgeweken
                    worden van de minimale uren die voor respectievelijk mantelzorg,
                    vrijwilligerswerk en dagbesteding.</al><tussenkop>Artikel 7 Inwerkingtreding</tussenkop><al><vet>Artikel 7  Inwerkingtreding</vet> Dit artikel behoeft geen
                    nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>