<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR372629_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-55902.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAnderePeriode%26spd%3d20150623%26epd%3d20150623%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dDelft%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 23-06-2015, nr 55902</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 8 lid 1 onderdeel c Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-07-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van 31 maart 2015,</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>Tot het vaststellen van de Verordening individuele studietoeslag 2015.</al><al/><al>De raad van de gemeente Delft;</al><lijst><li nr="-"><al>heeft het voorstel gelezen van het college van burgemeester en
                                wethouders van Delft van 31 maart 2015;</al></li></lijst><al>en houdt rekening met:</al><lijst><li nr="-"><al>artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid van de
                                Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>artikel 36b van de Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>artikel 149 van de Gemeentewet.</al></li></lijst><al/><al>Op basis hiervan besluit de raad:</al><lijst><li nr="-"><al>de Verordening individuele studietoeslag 2015 vast te stellen.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de wet</cursief>: de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al><cursief>het college</cursief>: het college van burgemeester en
                                wethouders van Delft;</al></li><li nr="c."><al><cursief>belanghebbende</cursief>: de persoon die overeenkomstig
                                artikel 36b, tweede lid van de wet aanspraak kan maken op een
                                individuele studietoeslag;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening staan en die niet nader zijn
                        omschreven, hebben</al><al> dezelfde betekenis als in de wet en in de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek, zoals bedoeld in artikel 36b, eerste lid van de wet, dient
                        belanghebbende in met een formulier dat door het college is
                        vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beoordeling verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beoordeelt of belanghebbende niet in staat is tot het
                                verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                                arbeidsparticipatie heeft.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan belanghebbende vragen gegevens in te leveren die
                                voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                                redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.</al></li><li nr="3."><al>De aanspraak op een individuele studietoeslag ontstaat niet eerder
                                dan de dag van aanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De individuele studietoeslag bedraagt 100 euro per maand.</al></li><li nr="2."><al>Als belanghebbende over een gedeelte van een maand aanspraak heeft
                                op individuele studietoeslag is de hoogte van de toeslag naar
                                rato.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de hoogte van de individuele studietoeslag jaarlijks
                                wijzigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Betaling en duur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de individuele studietoeslag maandelijks
                                betaalbaar. </al></li><li nr="2."><al>Het college verstrekt de individuele studietoeslag zolang de
                                belanghebbende voldoet aan de voorwaarden, zoals bepaald in de wet
                                en alleen over de periode waarin belanghebbende aanspraak heeft
                                gehad op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                                2000 of op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet
                                tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college ten onrechte individuele studieslag heeft
                                verstrekt, kan het college de kosten van belanghebbende
                                terugvorderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ingangsdatum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening gaat in op 1 juli 2015.</al></li><li nr="2."><al>Voor belanghebbenden die in de periode tussen 1 januari 2015 en 1
                                juli 2015 18 jaar worden en voor belanghebbenden die in deze periode
                                met hun school of studie beginnen, treedt deze verordening terug tot
                                en met 1 januari 2015. In dat geval is artikel 3, lid 3, van deze
                                verordening niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze
                        verordening. Dit kan als de toepassing hiervan leidt tot onredelijkheid of
                        onbillijkheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag
                        2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 juni 2015.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>drs. R.G.R. Jeene ,griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label><nr/><titel/></kop><al>Het college heeft de mogelijkheid om personen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te
                    verstrekken als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op
                    de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand
                    gekwalificeerd is en veel in zijn mars heeft. </al><al/><al>Personen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje
                    in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat ze de kans op een baan doorgaans lager inschatten. Een
                    studieregeling stimuleert hen om toch de stap te zetten om naar school te gaan
                    of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie omdat het
                    voor deze groep doorgaans moeilijk is om de studie te combineren met een
                    bijbaan.</al><al/><al>De individuele studietoeslag is een vorm van bijzondere bijstand (artikel 5,
                    onderdeel d van de Participatiewet). De individuele studietoeslag is niet
                    gerelateerd aan bepaalde kosten. </al><al/><al>In de Participatiewet staat dat de gemeenteraad in een verordening regels moet
                    vaststellen over het verlenen van een individuele studietoeslag. De regels
                    moeten in ieder geval betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de
                    betaling van de individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de
                    Participatiewet). </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijving</vet></al><al>Begrippen die al omschreven zijn in de Participatiewet en de Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) worden niet afzonderlijk toegelicht in deze
                    verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Indienen verzoek</vet></al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling (artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet)
                    kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.</al><al/><al>Het college kan op verzoek van een belanghebbende een individuele studietoeslag
                    verlenen. Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet
                    worden ingediend, bepaalt artikel 2 van de verordening dat het verzoek moet
                    worden gedaan middels een door het college ter beschikking gesteld formulier.
                    Het verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1.
                    van de Awb. </al><al/><al>Een persoon dient op datum van de aanvraag wettelijk aan de voorwaarden te
                    voldoen, zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet. Dit is
                    het geval indien de persoon op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van
                            de Participatiewet; </al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (hierna WTOS);
                            en</al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                            verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al/><al>Het maximale vrij te laten vermogen is op 1 januari 2015 € 5.895,- voor een
                    alleenstaande en € 11.790,- voor een echtpaar of één-oudergezin
                    (normbedragen).</al><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. </al><al/><al>Voor het recht op de individuele toeslag moet tenslotte worden vastgesteld dat
                    de persoon door verstandelijke, lichamelijke of psychische beperkingen niet in
                    staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden
                    tot arbeidsparticipatie heeft.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Beoordeling verzoek</vet></al><al>Het college toetst eenmalig of de persoon een lagere loonwaarde heeft dan het
                    wettelijk minimumloon en al dan niet mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                    heeft. Hierbij gebruikt het college gegevens die de aanvrager overlegt, zoals
                    informatie uit het netwerk: is de persoon bijvoorbeeld opgenomen in een
                    instelling voor verzorging en verpleging of is er informatie van de school
                    overlegd? Het college maakt gebruik van een gestandaardiseerde meetmethode als
                    uit de beschikbare informatie onvoldoende blijkt of de persoon tot de doelgroep
                    belanghebbenden behoort.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Hoogte individuele studietoeslag</vet></al><al>Artikel 4 van deze verordening regelt de hoogte van de individuele
                    studietoeslag. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                    voorwaarden toegekend. </al><al>Bij het bepalen van de hoogte van de toeslag is gekeken naar de wijze waarop
                    andere gemeenten (landelijk, de 4 grote steden en in de regio) de studieregeling
                    willen invullen, of al hebben ingevuld, de grootte van de doelgroep en het
                    toegekende rijksbudget. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Betaling en duur</vet></al><al>Het recht op de individuele studietoeslag wordt bij aanvraag getoetst, waarna
                    het college de toeslag maandelijks uitbetaalt. Indien belanghebbende niet meer
                    aan de voorwaarden voldoet, wordt de toeslag vanaf dat moment beëindigd.
                    Halfjaarlijks wordt het recht her beoordeeld.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Terugvordering</vet></al><al>Op grond van artikel 17 Participatiewet is de inlichtingenplicht van toepassing
                    voor die feiten en omstandigheden die relevant zijn voor de vaststelling van het
                    recht op individuele studietoeslag. </al><al>Als belanghebbende de inlichtingenverplichting niet of onbehoorlijk is
                    nagekomen, kan het college de toekenning van de individuele studietoeslag
                    herzien/intrekken en de ten onrechte verstrekte studietoeslag terugvorderen op
                    grond van artikel 58 van de wet. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Ingangsdatum</vet></al><al>De verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2015. Dit betekent dat
                    belanghebbenden die in het studiejaar 2015/2016 instromen voor de individuele
                    studietoeslag in aanmerking kunnen komen. Dit is tevens de datum waarop de
                    gemeenteraad de verordening uiterlijk vastgesteld moet hebben (artikel 78z,
                    zevende lid, van de Participatiewet).</al><al/><al>Personen met een beperking die in het studiejaar 2014/2015 of eerder zijn
                    ingestroomd en onder de Wajong vallen, verliezen hun Wajongrechten niet.</al><al/><al>Belanghebbenden die in de eerste helft van 2015 18 jaar worden, vallen niet
                    onder de Wajong. Dat geldt ook voor belanghebbenden die in januari 2015
                    ingestroomd zijn in het onderwijs. Om te voorkomen dat deze groep tussen wal en
                    schip belandt, treedt deze verordening voor hen met terugwerkende kracht in
                    werking tot en met 1 januari 2015.</al><al/><al><vet>Artikel 8 en 9 Hardheidsclausule en citeertitel</vet></al><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>