<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR372624_5</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-135195.html">gmb-2016-135195</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-10-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Vierde wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1017471</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere regels artikel 13 Straatartiest</al><al>Nadere regels artikel 14 Apv Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de functie van de weg</al><al>Nadere regels artikel 21 Meldingsplichtige evenementen</al><al>Nadere regels artikel 26 Sluitingsuur</al><al>Nadere regels artikel 42 Aanwijzing aanplakborden</al><al>Besluit tot het aanwijzen van geiden waar het verboden is alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben (art 51 Apv)</al><al>Nadere regels artikel 56 en 57 Loslopende honden en verontreiniging door honden</al><al>Aanwijzingsbesluit Digitaal Opkopers register (art 62 Apv)</al><al>Nadere regels artikel 65 Gebruiken en bij zich hebben van carbid</al><al>Nadere regels artikel 70 Apv Gebiedsontzegging gemeente Barneveld</al><al>Nadere regels artikel 113 Aanwijzing weggedeelte</al><al>Nadere regels artikel 116 Aanwijzing gebieden</al><al>Nadere regels 123 Inzameling van geld of goed</al><al>Nadere regels artikel 127 Standplaatsen</al><al>Nadere regels artikel 131 Commerciële rommelmarkten</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nummer 15-50</al><al>De raad van de gemeente Barneveld;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nummer 15-50;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">artikel 149 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bebouwde kom:</al></li><li nr=""><al>het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=20a">artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994</extref></al></li><li nr="b."><al>bevoegd gezag:</al></li><li nr=""><al>bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten
                                    aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht/article=2.1">artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht</extref> of ten aanzien van een al verleende
                                    omgevingsvergunning;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerk:</al></li><li nr=""><al>hetgeen in <extref doc="http://barneveld.regelingenbank.nl/regelingen/Bouwverordening-Barneveld#artikel-1-1-begripsomschrijvingen">artikel 1 van de Bouwverordening Barneveld</extref>
                                    daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="d."><al>college:</al></li><li nr=""><al>het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="e."><al>gebouw:</al></li><li nr=""><al>hetgeen in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=1">artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet</extref>
                                    daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al>handelsreclame:</al></li><li nr=""><al>iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
                                    kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al></li><li nr="g."><al>openbaar water:</al></li><li nr=""><al>wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze
                                    toegankelijk zijn;</al></li><li nr="h."><al>openbare plaats:</al></li><li nr=""><al>hetgeen in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties/article=1">artikel 1 van de Wet openbare manifestaties</extref>
                                    daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="i."><al>rechthebbende:</al></li><li nr=""><al>degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een
                                    zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="j."><al>weg:</al></li><li nr=""><al>hetgeen in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1">artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                        Wegenverkeerswet</extref> daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                    vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste met acht
                                    weken verdagen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht/article=3.9">artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht</extref> van toepassing indien beslist wordt
                                    op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 14,
                                    vierde lid, artikel 15 of artikel 99.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                    ingediend minder dan vier weken vóór het tijdstip waarop de
                                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                    vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                    termijn worden verlengd tot ten hoogste 13 weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                    beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen
                                    strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen
                                    in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                    ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                    voorschriften en beperkingen na te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Persoonlijk karakter van vergunning of
                                ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Schorsing, intrekking of wijziging van vergunning of
                                ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden geschorst, ingetrokken of
                            gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;
                                    of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd</titel></kop><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt
                            voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Weigeringsgronden</titel></kop><al>Een vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Lex silencio positivo</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref> (positieve fictieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende
                                    artikelen: </al><lijst><li nr="a."><al>artikel 13 Ontheffing van het verbod optreden als
                                            straatartiest</al></li><li nr="b."><al>artikel 131 Rommelmarkten</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref> (positieve fictieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende
                                    artikelen: </al><lijst><li nr="a."><al>artikel 21 Vergunning evenementen</al></li><li nr="b."><al>artikel 23 Exploitatievergunning openbare
                                            inrichting</al></li><li nr="c."><al>artikel 39 Speelgelegenheden</al></li><li nr="d."><al>artikel 74 Seksinrichtingen</al></li><li nr="e."><al>artikel 109 Openluchtrecreatie</al></li></lijst></li><li nr="3."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref> (positieve fictieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de overige
                                    artikelen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Openbare orde</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Afdeling 1: Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing;</al></li><li nr="d."><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie
                                                zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
                                                aangewezen richting te verwijderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties">Wet openbare manifestaties</extref>.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 2: Betoging</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11 Kennisgeving betogingen op openbare
                                    plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                        bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties/article=3">artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                            manifestaties</extref>, geeft daarvan vóór de openbare
                                        aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt
                                        gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                                en</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt
                                        op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                        algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                        uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                        voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek
                                        een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze
                                        termijn.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 3: Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of
                                    gedrukte stukken of afbeeldingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden, op door het college aangewezen openbare
                                        plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis
                                        verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of
                                        geschreven stukken en afbeeldingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 4: Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13 Straatartiest</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of
                                        gids op te treden op door de burgemeester in het belang van
                                        de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid
                                        en het milieu aangewezen openbare plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 5: Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in
                                    strijd met de functie van de weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te
                                        gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan,
                                        indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan
                                                de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                                belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan
                                                vormen voor het beheer en onderhoud van de weg;
                                                of</al></li><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                                welstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in
                                        ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang
                                        van 0,9 m wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 m op de
                                        rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer Het college
                                        kan in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van
                                        terrassen, uitstallingen en reclameborden, en
                                        aankondigingsborden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de
                                        woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van
                                        terrassen, uitstallingen en reclameborden, en
                                        aankondigingsborden.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                        in het eerste lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
                                        het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                        activiteit betreft als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht/article=2.2">artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de
                                            Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</extref>. Het
                                        verbod in het eerste lid geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 21;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 126 tot en met
                                                129;</al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                                regeling een vergunning voor het gebruik van de weg
                                                is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatwerken</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=5">artikel 5 van de Wegenverkeerswet</extref>, of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen,
                                    beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
                                        in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                                bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                                of voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het
                                        onder lid 2 bepaalde.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan wat <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1">artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994</extref>
                                        daaronder verstaat, alsmede alle niet openbare
                                        ontsluitingswegen van gebouwen.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien
                                        in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam
                                        publieke taken worden verricht.</al></li><li nr="6."><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Wetboek van Strafrecht</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref>, het
                                        Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet%20">Telecommunicatiewet</extref> of de daarop gebaseerde
                                            <extref doc="http://barneveld.regelingenbank.nl/regelingen/Telecommunicatieverordening-gemeente-Barneveld">Telecommunicatieverordening gemeente
                                        Barneveld</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college: </al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                                uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar
                                                de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning kan, onverminderd het bepaalde in artikel 8,
                                        worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                                gemeente;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van de openbare groenvoorzieningen in
                                                de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20Rijkswaterstaatswerken">Wet beheer Rijkswaterstaatswerken</extref>, de
                                        Waterschapskeur of de Gelderse Wegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Verplichtingen plantgerechtigden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij, die een recht van beplanting op een weg heeft, is
                                        verplicht: </al><lijst><li nr="a."><al>van zijn voornemen tot het planten, vellen of rooien
                                                van beplantingen op de weg, ten minste vier weken
                                                tevoren schriftelijk kennis te geven aan het
                                                college;</al></li><li nr="b."><al>zich bij dat planten, vellen of rooien te gedragen
                                                overeenkomstig de voorschriften, die hem door het
                                                college gegeven zijn in het belang van de veiligheid
                                                van het wegverkeer;</al></li><li nr="c."><al>gevolg te geven aan de schriftelijke lastgeving van
                                                het college binnen de bij de last te bepalen termijn
                                                de bomen, struiken, takken of wortels die voor het
                                                gebruik van de weg gevaar of hinder kunnen
                                                opleveren, te verwijderen;</al></li><li nr="d."><al>bomen of struiken, die dood, omgewaaid of afgebroken
                                                zijn onverwijld te verwijderen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor gevallen
                                        waarin de Gelderse Wegenverordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Objecten op of langs de weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden obstructies op de weg te plaatsen wanneer
                                        hierdoor hinder of gevaar voor het verkeer ontstaat.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of
                                        te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                        uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder
                                        of gevaar oplevert.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij
                                        het uitvoeren van zijn/haar publiekrechtelijke taak.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                        zover het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Wetboek van Strafrecht</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer Rijkswaterstaatswerken</extref> of de
                                        Gelderse Wegenverordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 6: Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
                                        verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                        verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterstaatswet%201900">Waterstaatswet 1900</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Onteigeningswet">Onteigeningswet</extref>, of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Belemmeringenwet%20Privaatrecht">Belemmeringenwet Privaatrecht</extref>.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 7: Evenementen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20 Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van: </al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=160">artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                                  Gemeentewet</extref> en artikel 126 tot en met 129
                                                van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">Wet op de kansspelen</extref>;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet">Drank- en Horecawet</extref> gelegenheid geven
                                                tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties">Wet openbare manifestaties</extref>;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 13 en 39 van
                                                deze verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                artikel 11, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                                de weg;</al></li><li nr="e."><al>op enigerlei wijze voor publiek muziek ten gehore
                                                brengen;</al></li><li nr="f."><al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Evenementen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        van de burgemeester een evenement te geven of houden;</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd categorieën evenementen aan te
                                        wijzen, die worden gehouden op maandag tot en met zaterdag,
                                        waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt, mits de
                                        door de burgemeester te stellen algemene regels worden
                                        nageleefd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                        wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien
                                        wordt door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=10">artikel 10</extref> juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=148">148</extref>, van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994">Wegenverkeerswet 1994</extref>.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 8: Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22 Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: </al><lijst><li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café, bar,
                                                  cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis,
                                                  sportkantine, verenigingsgebouw of clubhuis;</al></li><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                                  worden verstrekt;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>terras:</al></li><li nr=""><al>Een terras in de zin van deze afdeling is het buiten
                                                de besloten ruimte gelegen deel van een inrichting
                                                waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waar
                                                sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar
                                                bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of
                                                spijzen voor gebruik ter plaatse mogen worden
                                                verstrekt.</al></li><li nr="c."><al>gebouwd terras:</al></li><li nr=""><al>een terras dat is voorzien van een overkapping al
                                                dan niet met zijschermen of panelen.</al></li><li nr="d."><al>houder:de natuurlijke persoon of de rechtspersoon
                                                voor wiens rekening en risico de openbare inrichting
                                                wordt geëxploiteerd.</al></li><li nr="e."><al>leidinggevende: </al><lijst><li nr="i."><al>de natuurlijke persoon of de bestuurders van
                                                  een rechtspersoon voor wiens rekening en risico de
                                                  openbare inrichting wordt geëxploiteerd</al></li><li nr="ii."><al>de natuurlijke persoon, die algemene of
                                                  onmiddellijke leiding geeft aan een openbare
                                                  inrichting;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Bezoeker:</al></li><li nr=""><al>een ieder die zich in de openbare inrichting
                                                bevindt, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="i."><al>leidinggevende als bedoeld onder e.</al></li><li nr="ii."><al>personen wier aanwezigheid in het
                                                  horecabedrijf wegens dringende redenen
                                                  noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze
                                        inrichting behorend terras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
                                        zonder vergunning van de burgemeester
                                        (exploitatievergunning).</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie
                                        van de openbare inrichting in strijd is met een geldend
                                        bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                        voorbereidingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>Voor het verkrijgen van een exploitatievergunning moeten
                                        leidinggevenden aan de volgende eisen voldoen: </al><lijst><li nr="a."><al>zij mogen niet onder curatele staan;</al></li><li nr="b."><al>zij mogen niet in enig opzicht van slecht
                                                levensgedrag zijn;</al></li><li nr="c."><al>zij moeten de leeftijd van eenentwintig jaar hebben
                                                bereikt</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 8 kan de burgemeester
                                        de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren of intrekken
                                        indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-
                                        of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                        beïnvloed.</al></li><li nr="5."><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die
                                        zich bevindt in: </al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Winkeltijdenwet/article=1">artikel 1 van de Winkeltijdenwet</extref> voor
                                                zover de activiteiten van de openbare inrichting een
                                                nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum; of</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Tenaamstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitatievergunning wordt uitsluitend verleend aan en
                                        op naam gezet van de houder.</al></li><li nr="2."><al>De exploitatievergunning is niet overdraagbaar.</al></li><li nr="3."><al>In geval van beëindiging of overdracht van het
                                        horecabedrijf, is de houder verplicht dit direct
                                        schriftelijk aan de burgemeester mee te delen.</al></li><li nr="4."><al>Bij beëindiging van het bedrijf vervalt de vergunning,
                                        tenzij de rechtsopvolger van de vergunninghouder binnen vier
                                        weken na de overdracht van het bedrijf een aanvraag voor een
                                        vergunning heeft ingediend.</al></li><li nr="5."><al>Behoudens het geval dat zwaarwegende feiten of
                                        omstandigheden zich daartegen verzetten, blijft de
                                        vergunning in dat geval van kracht, totdat op de aanvraag
                                        een besluit is genomen.</al></li><li nr="6."><al>Het adres, de aard, locatie en omvang van het horecabedrijf
                                        worden op de exploitatievergunning vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Vervallen exploitatievergunning</titel></kop><al>De exploitatievergunning vervalt wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitatie van het horecabedrijf feitelijk is beëindigd
                                        of gedeeltelijk overgedragen;</al></li><li nr="b."><al>zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van
                                        de exploitatievergunning, zonder dat van deze vergunning
                                        gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen gebruik
                                        is gemaakt van de exploitatievergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Sluitingsuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een openbare inrichting verboden zonder
                                        vergunning, als bedoeld in het tweede en derde lid van dit
                                        artikel, dit voor bezoekers geopend te hebben of aldaar
                                        bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 24.00
                                        en 06.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>Een bij de openbare inrichting behorend gebouwd of ongebouwd
                                        terras mag dagelijks voor bezoekers geopend zijn van 06.00
                                        uur tot uiterlijk 24.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan de houder van een openbare inrichting
                                        vergunning voor openstelling tot 01.00 uur verlenen en op
                                        zaterdag en zondag tot 03.00 uur. Deze vergunning geldt niet
                                        voor een eventueel bij de openbare inrichting behorend
                                        terras.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan de houder van een openbare inrichting in
                                        bijzondere gevallen vergunning voor openstelling tot na de
                                        in de eerste twee leden genoemde tijdstippen verlenen.</al></li><li nr="5."><al> Het is de houder van een openbare inrichting niet
                                        toegestaan om op zaterdag en zondag bezoekers toe te laten
                                        tot de openbare inrichting na 01.30 uur.</al></li><li nr="6."><al>De burgemeester is bevoegd nadere regels te stellen
                                        betreffende het tweede, derde en vijfde lid van dit
                                        artikel.</al></li><li nr="7."><al>Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing
                                        op situaties waarin bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> is voorzien.</al></li><li nr="8."><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 23 lid 5
                                        onder a gelden dezelfde sluitingstijden als voor de
                                        winkel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke
                                    sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, woon- en leefklimaat, zedelijkheid of
                                        gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te
                                        zijner beoordeling, voor een of meer openbare inrichtingen
                                        tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk
                                        sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan een openbare inrichting sluiten, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>dat bedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige
                                                exploitatievergunning;</al></li><li nr="b."><al>dat bedrijf wordt geëxploiteerd in strijd met de aan
                                                de exploitatievergunning verbonden voorschriften of
                                                beperkingen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> voorziet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 27, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn
                                        op het terras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Verkoopverbod alcoholhoudende drank voor gebruik
                                    elders dan ter plaatse tijdens bijzondere gelegenheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan een tijdsruimte aanwijzen waarbinnen het
                                        verboden is om tijdens gebeurtenissen of evenementen
                                        bedrijfsmatig, dan wel anders dan om niet, al dan niet in
                                        glas verpakte alcoholhoudende drank als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=1">artikel 1 van de Drank- en Horecawet</extref> te
                                        verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse.</al></li><li nr="2."><al>Bij de in lid 1 bedoelde aanwijzing van een tijdsruimte
                                        bepaalt de burgemeester tevens of deze aanwijzing voor de
                                        gehele gemeente of voor aan te wijzen delen van de gemeente
                                        geldt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Verkoopverbod alcoholhoudende drank voor gebruik
                                    ter plaatse tijdens bijzondere gelegenheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan een tijdsruimte aanwijzen waarbinnen het
                                        verboden is om tijdens gebeurtenissen of evenementen
                                        bedrijfsmatig, dan wel anders dan om niet, al dan niet in
                                        glas verpakte alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse
                                        te verstrekken.</al></li><li nr="2."><al>Bij de in lid 1 bedoelde aanwijzing van een tijdsruimte
                                        bepaalt de burgemeester tevens of deze aanwijzing voor de
                                        gehele gemeente of voor aan te wijzen delen van de gemeente
                                        geldt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=437">artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                            Strafrecht</extref>.</al></li><li nr="2."><al>De houder van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                        handelaar of een voor hem handelend persoon in die
                                        inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig
                                        andere wijze overdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting als bedoeld in artikel 31 geen voor
                                het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van
                                    <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174">artikel 174 van de Gemeentewet</extref> treedt het college bij
                                de toepassing van artikel 22 tot en met 27 op als bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 9: Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 33 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35 Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende
                                van die inrichting volledig en naar waarheid zijn of haar naam,
                                adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag
                                van aankomst, alsmede de dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36 Hantering nummering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een al dan niet besloten ruimte of een
                                        voor hem handelend persoon in welke ruimte, al dan niet in
                                        de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                                        mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen
                                        wordt verschaft of toegelaten is verplicht een nummering te
                                        hanteren van de in deze ruimte te onderscheiden verblijven
                                        of kavels. De nummering van kavels dient gekoppeld te worden
                                        aan het officiële adres zoals dit is vastgelegd in de
                                        Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG).</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde rechthebbende of een voor hem
                                        handelend persoon is verplicht de in het eerste lid bedoelde
                                        nummering aan de burgemeester of een door hem aangewezen
                                        ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te
                                        bepalen wijze en tijdstip.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37 Opgave gebruikers seizoen- en jaarplaatsen</titel></kop><al>De rechthebbende op een al dan niet besloten ruimte of een voor hem
                                handelend persoon, in welke ruimte, al dan niet in de uitoefening
                                van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van
                                nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft of
                                toegelaten, is verplicht opgave te doen van door de burgemeester
                                gevraagde gegevens omtrent gebruikers van seizoen- en jaarplaatsen
                                en zorg te dragen dat deze gegevens aan de burgemeester of aan een
                                door hem aangewezen ambtenaar worden overgelegd op een door de
                                burgemeester te bepalen wijze en tijdstip.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 38 Mededeling personen</titel></kop><al>De rechthebbende op een al dan niet besloten ruimte of een voor hem
                                handelend persoon, in welke ruimte, al dan niet in de uitoefening
                                van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van
                                nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft of
                                toegelaten, doet in de eerste week van elk kwartaal aan de
                                burgemeester mededeling van de personen die naar redelijke
                                verwachting in deze ruimte voor onbepaalde tijd verblijf zullen
                                houden dan wel gedurende drie maanden ten minste twee derde van de
                                tijd zullen overnachten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 10: Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 39 Speelgelegenheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in de gemeente Barneveld een
                                        speelautomatenhal, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op
                                            Kansspelen</extref>, te exploiteren of te doen
                                        exploiteren.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie
                                                of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                                verlenen;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                                om het kleine kansspel als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=7c">artikel 7c van de Wet op de kansspelen</extref>
                                                te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                                bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30 van de Wet op de kansspelen</extref>,
                                                of de handeling als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=1">artikel 1, onder a, van de Wet op de
                                                  kansspelen</extref> te verrichten.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 8 weigert de
                                        burgemeester de vergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                                de woon en leefsituatie in de omgeving van de
                                                speelgelegenheid of de openbare orde op
                                                ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                                exploitatie van de speelgelegenheid.</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in
                                                strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 40 Speelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Wet:</al></li><li nr=""><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">Wet op de kansspelen</extref></al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat:</al></li><li nr=""><al>automaat als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30, onder c, van de Wet</extref>;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting:</al></li><li nr=""><al>inrichting als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30, onder d, van de Wet</extref>;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting:</al></li><li nr=""><al>inrichting als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30, onder e, van de Wet</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                        kansspelautomaten toegestaan.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten in het
                                        geheel niet toegestaan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 11: Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 41 Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref> gesloten
                                        woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij
                                        die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> gesloten voor
                                        publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf
                                        te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 42 Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg, of een openbare plaats of dat
                                        gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats
                                        zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
                                                andere wijze aan te brengen of te doen
                                                aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige
                                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
                                                of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 43 Verwijderen teksten en afbeeldingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende van een opstal, muur of iets dergelijks is
                                        verplicht op eerste aanwijzing van de burgemeester
                                        discriminerende of kwetsende teksten of afbeeldingen, die
                                        vanaf een openbare plaats zichtbaar zijn te
                                        verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid geldt niet wanneer <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Grondwet/article=7">artikel 7 van de Grondwet</extref> van toepassing
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 44 Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water: enig
                                        aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur-, of verfstof
                                        of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 42.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 45 Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen
                                        te vervoeren of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde
                                        werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich
                                        onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
                                        verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                        verbreken, diefstal door middel van braak te
                                        vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 46 Geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                        vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er
                                        kennelijk toe is uitgerust om het plegen van
                                        (winkel)diefstal te vergemakkelijken.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat
                                        lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid
                                        bedoelde handelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 47 Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich
                                        te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde
                                        parken, wandelplaatsen, bossen, plantsoenen, groenstroken of
                                        grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 48 Rijden over bermen e.d</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                        rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de
                                        zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden
                                        redelijkerwijs wordt vereist.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref> of de
                                        Gelderse Wegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 49 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                                                monument, overkapping, constructie, openbare
                                                toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                                afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet
                                                bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere
                                                gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare
                                                plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                                                berokkent.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door artikel 424, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=426bis">426bis</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=431">431 van het Wetboek van Strafrecht</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=5">artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 50 Gevaarlijke voorwerpen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen en
                                        daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en
                                        openbare plaatsen messen, knuppels, slagwapens of andere
                                        voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te
                                        dragen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie">Wet wapens en munitie</extref> en voor zover door het
                                        bij zich dragen van voorwerpen, bedoeld in het eerste lid,
                                        de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan
                                        komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 51 Verboden drankgebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar
                                        hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel
                                        uitmaakt van een door het college aangewezen gebied,
                                        alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen,
                                        blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als
                                                bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=1">artikel 1 van de Drank- en Horecawet</extref>;
                                                en</al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld
                                                onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=35">artikel 35 van de Drank- en
                                                Horecawet</extref>.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 52 Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                                te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                                liggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                        flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                        meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                        toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van zo'n gebouw.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 53 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een
                                openbaarvervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 54 Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 55 Vliegers, kites ed</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op al dan niet voor publiek toegankelijke
                                        terreinen, wegen of paden of in natuurgebieden bestuurbare
                                        vliegers, flexifoils (kite), zeilwagens, windrijders of
                                        andere dergelijke voor recreatie bestemde voorwerpen of
                                        voertuigen te gebruiken of te berijden.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        niet-bestuurbare vliegers die met één lijn de lucht in
                                        worden gelaten.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 56 Loslopende honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide of op een andere door het college
                                                aangewezen plaats;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                                met een fysieke lijn aangelijnd is;</al></li><li nr="c."><al>op de weg indien de hond niet voorzien is van een
                                                halsband of een ander identificatiemerk dat de
                                                eigenaar of houder duidelijk doet kennen;</al></li><li nr="d."><al>op recreatiegebied Zeumeren in de periode van 1 mei
                                                tot 1 oktober;</al></li><li nr="e."><al>in de natuurgebieden van Staatsbosbeheer en het
                                                Geldersch Landschap en Kasteelen zonder dat de hond
                                                met een fysieke lijn aangelijnd is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid, onder b, geldt niet voor de
                                        hondenuitrenplaatsen (HUP), die door het college als zodanig
                                        zijn aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid, onder e, geldt niet voor de
                                        hondenlosloopgebieden, die het college in natuurgebieden
                                        heeft aangewezen.</al></li><li nr="4."><al>De verboden uit het eerste lid gelden niet voor zover de
                                        eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap
                                        door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig
                                        aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of
                                        houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt
                                        tot geleidehond.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in dit artikel
                                        gestelde geboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 57 Verontreiniging door honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te
                                        zorgen dat die hond, indien deze zich binnen de bebouwde kom
                                        op een openbare plaats, op de weg en op recreatiegebied
                                        Zeumeren bevindt, zich niet van uitwerpselen ontdoet.</al></li><li nr="2."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod wordt opgeheven indien de eigenaar of
                                        houder van een hond ervoor zorgt, dat de uitwerpselen
                                        onmiddellijk worden verwijderd.</al></li><li nr="3."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij
                                        zich met een hond binnen de bebouwde kom op een openbare
                                        plaats, op de weg of op recreatiegebied Zeumeren bevindt,
                                        een hulpmiddel in de vorm van een schep of zakje bij zich te
                                        hebben dat geschikt is voor het verwijderen van
                                        uitwerpselen.</al></li><li nr="4."><al>De eigenaar of houder van een hond die zich met de hond
                                        binnen de bebouwde kom op een openbare plaats, op de weg of
                                        op recreatiegebied Zeumeren bevindt, is verplicht de schep
                                        of het zakje op eerste vordering te laten zien aan de
                                        toezichthoudend ambtenaar.</al></li><li nr="5."><al>De geboden genoemd onder lid 1, 3 en 4 gelden niet voorzover
                                        de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                        handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als
                                        zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien de eigenaar
                                        of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                        opleidt tot een geleidehond.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in dit artikel
                                        gestelde geboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 58 Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                        gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder
                                        van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en
                                        muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                                        loopt op een openbare plaats of op het terrein van een
                                        ander.</al></li><li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met
                                        een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste
                                        1,50 meter.</al></li><li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf
                                        die: </al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig
                                                leer of van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond
                                                de hals is aangebracht dat verwijdering zonder
                                                toedoen van de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten,
                                                dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe
                                                opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen
                                                binnen de korf aanwezig zijn.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 56, eerste lid onder c,
                                        dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te
                                        zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
                                        uniek identificatienummer door middel van een microchip die
                                        met een chipreader afleesbaar is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 59 Houden van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><al>Het is verboden dieren te houden, die voor de omgeving schadelijk of
                                hinderlijk zijn, dan wel dieren te houden op een voor de omgeving
                                schadelijke of hinderlijke wijze.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 60 Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom bijen te houden.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 12: Bepalingen ter bestrijding van heling van
                                goederen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 61 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=437">artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht</extref>;</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 62 Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                        gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                        andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of
                                        namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                                        vermeldt hij onverwijld: </al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                                het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het
                                                goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                                voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer
                                                van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor
                                                overdracht van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                                verkregen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van de
                                        genoemde verplichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 63 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter,
                                    eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen: </al><lijst><li nr="1°"><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonplaats en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2°"><al>van een verandering van de onder a, sub 1°, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="3°"><al>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="4°"><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste zeven
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 13: Vuurwerk en gebruik carbid</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 64 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door
                                        het college bevoegd gezag in het belang van de voorkoming
                                        van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op
                                        een voor publiek toegankelijke plaats te gebruiken als dat
                                        gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=429">artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                            Strafrecht</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 65 Gebruiken en bij zich hebben van carbid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg of op een openbare plaats
                                        carbid te gebruiken dan wel acetyleengas afkomstig van een
                                        reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of
                                        gasmengsel met vergelijkbare op explosieve wijze te
                                        verbranden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden carbid als bedoeld in het eerste lid of enig
                                        andere door het college nader aan te wijzen stof, welke er
                                        toe kan leiden de openbare orde te verstoren of aanleiding
                                        kan geven tot hinder of overlast, op of aan de weg of op een
                                        openbare plaats bij zich te hebben.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        indien het carbid of de nader aangewezen stof als bedoeld in
                                        het tweede lid niet bestemd is of gebruikt wordt voor de in
                                        het tweede lid bedoelde handelingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan onder voorwaarden ontheffing verlenen van
                                        het in het eerste lid gestelde verbod.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 14: Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 66 Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> is het verboden zich op een openbare plaats
                                op te houden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in
                                    <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=2">artikel 2</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=3">3 van de Opiumwet</extref>, of daarop gelijkende waar, al dan
                                niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven,
                                daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 67 Hinderlijk gebruik van softdrugs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door de
                                        burgemeester aangewezen gebied, softdrugs te gebruiken of
                                        openlijk voorhanden te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is het in een
                                        straal van 500 meter rondom onderwijsinstellingen verboden
                                        op de weg softdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te
                                        hebben.</al></li><li nr="3."><al>Onder softdrugs worden verstaan: de middelen, genoemd in
                                        lijst II, onderdeel b, behorende bij de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref>.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 15:Veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare
                                plaatsen en gebiedsontzegging</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 68 Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=151b">artikel 151b van de Gemeentewet</extref> bij verstoring van de
                                openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige
                                vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de
                                daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                                behorende erven, aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>69</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd om, overeenkomstig <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=151c" struct="BWB">artikel 151c Gemeentewet</extref>, indien dat in het belang van
                                de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is te besluiten om
                                voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het
                                toezicht op openbare plaatsen als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0004318&amp;artikel=1" struct="BWB">artikel
                                    1 van de Wet openbare manifestaties</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 70 Gebiedsontzegging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                        voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of
                                        beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de
                                        veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de
                                        zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of
                                        openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel
                                        geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer
                                        bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te
                                        houden.</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
                                        burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een
                                        bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw
                                        strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen
                                        verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht
                                        weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op
                                        een openbare plaats op te houden.</al></li><li nr="3."><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden
                                        gegeven als het strafbare feit of de openbare orde
                                        verstorende handeling binnen twaalf maanden na het geven van
                                        een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede
                                        lid, plaatsvindt.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid
                                        gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                        omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
                                        burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen
                                        van een bevel.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                            e.d.</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Afdeling 1: Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 71 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie:</al></li><li nr=""><al>het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele
                                        handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee:</al></li><li nr=""><al>degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van
                                        seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting:</al></li><li nr=""><al>de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                        seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                        erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een
                                        seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotischemassagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf:</al></li><li nr=""><al>de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon
                                        die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig
                                        was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de
                                        bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel:</al></li><li nr=""><al>de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                                        hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan
                                        particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant:</al></li><li nr=""><al>de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                                        rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf
                                        exploiteert en de tot vertegenwoordiging van die
                                        rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon
                                        of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder:</al></li><li nr=""><al>de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke
                                        feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting of
                                        escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker:</al></li><li nr=""><al>degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van: </al><lijst><li nr="i."><al>de exploitant;</al></li><li nr="ii."><al>de beheerder;</al></li><li nr="iii."><al>de prostituee;</al></li><li nr="iv."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="v."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 141 van deze verordening;</al></li><li nr="vi."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende</al></li><li nr="vii."><al>redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 72 Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174">artikel 174 van de Gemeentewet</extref>, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 73 Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 83 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels
                                vaststellen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 2: Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 74 Seksinrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 75 Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder: </al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                                ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                                en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar
                                                bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant
                                        en de beheerder niet: </al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=37">artikel 37 van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref> in een psychiatrisch
                                                ziekenhuis geplaatst of met toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=37a">artikel 37a van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref> ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
                                                veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                van zes maanden of meer door de rechter in
                                                Nederland, inclusief de drie openbare lichamen
                                                Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en
                                                Sint Maarten dan wel door een andere rechter wegens
                                                een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                                bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering/article=67">artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                                  Strafvordering</extref> is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                                rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
                                                tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of
                                                meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=9">artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek
                                                  van Strafrecht</extref>, wegens dan wel mede
                                                wegens overtreding van: </al><lijst><li nr="i."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet">Drank- en Horecawet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000">Vreemdelingenwet</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20arbeid%20vreemdelingen">Wet arbeid vreemdelingen</extref>;</al></li><li nr="ii."><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=137c">artikelen 137c tot en met 137g</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=140">140</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=240b">240b</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=242">242 tot en met 249</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=252">252</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=273f">273f</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=300">300 tot en met 303</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=416">416</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=417">417</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=417bis">417bis</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=426">426</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=429">429quater</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=453">453 van het Wetboek van Strafrecht</extref>;</al></li><li nr="iii."><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=8">artikelen 8</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=162">162, derde lid</extref>, alsmede <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=6">artikel 6</extref> juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=8">artikel 8</extref> of juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=163">artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                                  1994</extref>;</al></li><li nr="iv."><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=1">artikelen 1, onder a, b en d</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=13">13</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=14">14</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=27">27</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30b">30b van de Wet op de kansspelen</extref>;</al></li><li nr="v."><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20weerkorpsen/article=2">artikelen 2</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20weerkorpsen/article=3">3 van de Wet op de weerkorpsen</extref>;</al></li><li nr="vi."><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie/article=54">artikelen 54</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie/article=55">55 van de Wet wapens en munitie</extref>.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=74">artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek
                                                  van Strafrecht</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20inzake%20rijksbelastingen/article=76">artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet
                                                  inzake rijksbelastingen</extref>, tenzij de
                                                geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                voorwaardelijke straf.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                                vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van de intrekking van deze
                                                vergunning.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                        geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting
                                        of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het
                                        bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                        vergunning bedoeld in artikel 74, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen
                                        verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 76 Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven tussen 0.00 en 06.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke
                                        seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                        krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens
                                        artikel 77, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                        voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door de op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> gebaseerde
                                        voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 77 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 83, tweede lid, genoemde
                                        belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                        dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: </al><lijst><li nr="a."><al>Tijdelijk andere dan de krachtens artikel 76, eerste
                                                of tweede lid, geldende sluitingsuren
                                                vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>Van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                                tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                                bevelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A41">artikel 3:41 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref>, maakt het bevoegd bestuursorgaan het
                                        in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend
                                        overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A42">artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 78 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben, zonder dat de ingevolge artikel 74 op de vergunning
                                        vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting
                                        aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe te
                                        zien dat in de seksinrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                                ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                                (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen
                                                de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                                (diefstal) en XXX (heling) van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Tweede Boek van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref>, in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet%20">Opiumwet</extref> en in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie">Wet wapens en munitie</extref>; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                                strijd met het bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20arbeid%20vreemdelingen">Wet arbeid vreemdelingen</extref> of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000">Vreemdelingenwet</extref> bepaalde.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 79 Straatprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek
                                        toegankelijke plaats of op een plaats zichtbaar vanaf de weg
                                        of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats
                                        iemand door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                        enigerlei andere wijze tot prostitutie te bewegen, uit te
                                        nodigen dan wel aan te lokken.</al></li><li nr="2."><al>Een ieder die van een ambtenaar van politie in het belang
                                        van de naleving van het bepaalde in het eerste lid, het
                                        bevel krijgt zich van de daar bedoelde plaats te verwijderen
                                        in een bepaalde richting, is verplicht aan dat bevel gevolg
                                        te geven.</al></li><li nr="3."><al>Het is degene aan wie dit door of namens het college in het
                                        belang van de openbare orde of zedelijkheid is
                                        bekendgemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar
                                        middel van vervoer te bevinden op of aan door het college
                                        aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren daarbij
                                        genoemd.</al></li><li nr="4."><al>Het in het derde lid gestelde verbod geldt gedurende de in
                                        de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf
                                        weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 80 Sekswinkels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op onroerende zaak verboden daarin
                                        een sekswinkel te exploiteren. Onder onroerende zaak wordt
                                        mede verstaan een gedeelte daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        met betrekking tot opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                        geschreven stukken of afbeeldingen, welke dienen tot het
                                        openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Grondwet/article=7">artikel 7, eerste lid van de Grondwet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 81 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gesteld verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Grondwet/article=7">artikel 7, eerste lid van de Grondwet</extref>.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 3: Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 82 Beslissingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag
                                        om vergunning bedoeld in artikel 74, eerste lid, binnen
                                        twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                        twaalf weken verdagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 83 Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 74, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                                artikel 75 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                                of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                                bestemmingsplan, beheersverordening,
                                                exploitatieplan, stadsvernieuwingsplan of
                                                leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn
                                                in strijd met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=273a">artikel 273a van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref> of met het bij of krachtens de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20arbeid%20vreemdelingen">Wet arbeid vreemdelingen</extref> of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000">Vreemdelingenwet</extref> bepaalde.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 8 kan de vergunning
                                        bedoeld in artikel 74, eerste lid, dan wel de aanwijzing of
                                        vaststelling bedoeld in artikel 79, eerste lid, worden
                                        geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de gezondheid of
                                                zedelijkheid;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                                prostituee;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                aantasting van het woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="e."><al>de veiligheid van personen of goederen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 4: Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 84 Beëindiging exploitatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 74 op de
                                        vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                        seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                        beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                        exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis
                                        aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 85 Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder het beheer in de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant
                                        daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                        indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                        exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de
                                        wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                        83, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan
                                        het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder
                                        zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede
                                        lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                        besloten.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 5: Openbare zedelijkheid en gezondheid</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 86 Vloeken; ruwe of onzedelijke taal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in het openbaar de naam van God vloekende te
                                        gebruiken.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in het openbaar ruwe of onzedelijke taal te
                                        gebruiken.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor
                                        zover gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld
                                        in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Grondwet/article=7">artikel 7 van de Grondwet</extref> of indien <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">het Wetboek van Strafrecht</extref> van toepassing
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 87 Verdelging ratten, muizen, ongedierte ed.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een onroerende zaak is verplicht in het
                                        belang van de volksgezondheid, overeenkomstig de door het
                                        college gegeven voorschriften: </al><lijst><li nr="a."><al>verdelgingsmiddelen voor ratten, muizen, voor de
                                                gezondheid schadelijk ongedierte en insecten uit te
                                                leggen of te doen uitleggen en deze uitgelegd te
                                                houden;</al></li><li nr="b."><al>vangmiddelen voor ratten, muizen, voor de gezondheid
                                                schadelijk ongedierte en insecten te plaatsen en in
                                                stand te houden;</al></li><li nr="c."><al>voorzieningen aan of met betrekking tot de zaak aan
                                                te brengen teneinde de aanwezigheid of het
                                                binnendringen van ratten, muizen, voor de gezondheid
                                                schadelijk ongedierte en insecten tegen te
                                                gaan;</al></li><li nr="d."><al>eetbaar afval buiten gebouwen niet anders aanwezig
                                                te hebben dan op voor ratten, muizen, voor de
                                                gezondheid schadelijk ongedierte en insecten
                                                ontoegankelijke wijze.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een onroerende zaak, die door het
                                        college is aangeschreven binnen een bepaalde termijn één of
                                        meer van de in het vorige lid onder a tot en met d genoemde
                                        maatregelen te nemen, is verplicht aan die aanschrijving te
                                        voldoen overeenkomstig de aanwijzingen bij de aanschrijving
                                        gegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 88 Maatregelen ter verdelging van ratten, muizen en
                                    ongedierte ed.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 87 bedoelde personen zijn verplicht de
                                        maatregelen te gedogen, welke door het college in het belang
                                        van de volksgezondheid, ter bestrijding van ratten, muizen,
                                        voor de gezondheid schadelijk ongedierte en insecten, worden
                                        getroffen.</al></li><li nr="2."><al>Het is in het vorige lid bedoelde personen verboden enige
                                        handeling te verrichten, waardoor die maatregelen geheel of
                                        gedeeltelijk van hun werking kunnen worden beroofd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 89 Verwijderen verdelgings- of vangmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn uitgelegde
                                verdelgingsmiddelen of opgestelde vangmiddelen te verwijderen, te
                                verplaatsen of voor hun doel ongeschikt te maken, of enige andere
                                handeling te verrichten, waardoor maatregelen welke in het belang
                                van de volksgezondheid ter bestrijding voor ratten, muizen, voor de
                                gezondheid schadelijk ongedierte en insecten zijn getroffen,
                                ongedaan gemaakt worden of geheel of gedeeltelijk van hun werking
                                kunnen worden beroofd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 90 Handhaving en naleving</titel></kop><al>Met de handhaving en de zorg voor de naleving van de artikelen 87,
                                88 en 89 zijn belast de daartoe door het college aangewezen
                                personeelsleden van de afdeling Beheer Openbare Ruimte.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg
                            voor het uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Afdeling 1: Geluidhinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>91</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het <extref doc="1.0:v:BWBR0022762" struct="BWB">Activiteitenbesluit
                                        milieubeheer</extref>;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                            <extref doc="1.0:v:BWBR0022762" struct="BWB">Besluit</extref>;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; </al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van <extref doc="1.0:v:BWBR0003227&amp;artikel=1" struct="BWB">artikel 1 van de Wet geluidhinder</extref>
                                        worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met
                                        uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende
                                        inrichting; </al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                            <extref doc="1.0:v:BWBR0003227&amp;artikel=1" struct="BWB">artikel 1 van de Wet geluidhinder</extref>
                                        worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met
                                        uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende
                                        inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 92 Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Activiteitenbesluit%20milieubeheer/article=2.17">artikelen 2.17</extref> , <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Activiteitenbesluit%20milieubeheer/article=2.19">2.19</extref> , <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Activiteitenbesluit%20milieubeheer/article=2.20">2.20</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Activiteitenbesluit%20milieubeheer/article=6.12">6.12 van het Besluit</extref> en artikel 93 van deze
                                        verordening gelden niet voor door het college per
                                        kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                        gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor
                                        het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="4."><al>Koningsdag, bevrijdingsdag en de viering van oud op
                                        nieuwjaar worden aangewezen als collectieve
                                        festiviteit.</al></li><li nr="5."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de
                                        gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5
                                        meter.</al></li><li nr="6."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                        onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                        muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                        buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="7."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Activiteitenbesluit%20milieubeheer/article=2.17">artikelen 2.17</extref> , <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Activiteitenbesluit%20milieubeheer/article=2.19">2.19</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Activiteitenbesluit%20milieubeheer/article=2.20">2.20</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Activiteitenbesluit%20milieubeheer/article=6.12">6.12 van het Besluit</extref> - uiterlijk om 20.00 uur
                                        te worden beëindigd. Uitsluitend voor de viering van oud op
                                        nieuwjaar geldt een beëindiging van uiterlijk 05.00 uur op
                                        nieuwjaarsdag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>92a</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in een inrichting, die op grond van het geldende
                                    bestemmingsplan bedoeld is om evenementen te organiseren,
                                    toegestaan om maximaal 12 incidentele festiviteiten per
                                    kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in
                                    de <extref doc="1.0:v:BWBR0022762&amp;artikel=2.17" struct="BWB">artikelen 2.17</extref> , <extref doc="1.0:v:BWBR0022762&amp;artikel=2.19" struct="BWB">2.19</extref> en <extref doc="1.0:v:BWBR0022762&amp;artikel=2.20" struct="BWB">2.20 van het Besluit</extref> en artikel 93 van deze
                                    verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de
                                    inrichting ten minste drie weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaal van de collectieve festiviteiten als bedoeld in
                                    artikel 92 en de incidentele festiviteiten mag gezamenlijk niet
                                    meer dan 12 bedragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau Leq T veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A) en 75 dB(C), gemeten
                                    op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5
                                    meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17 , 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    93 van deze verordening - uiterlijk om 23.00 uur beëindigd, voor
                                    zover het de zondag tot en met de donderdag betreft en uiterlijk
                                    om 24.00 uur beëindigd, voor zover het de vrijdag en zaterdag
                                    betreft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 93 Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> of van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Activiteitenbesluit%20milieubeheer">Besluit</extref> op een zodanige wijze toestellen of
                                        geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                        verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                        geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20geluidhinder">Wet geluidhinder</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Zondagswet">Zondagswet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties">Wet openbare manifestaties</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vuurwerkbesluit%20">Vuurwerkbesluit</extref> of de Provinciale
                                        Milieuverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 94 Geluidhinder door dieren</titel></kop><al>Degene die, buiten een inrichting in de zien van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Milieubeheer">Wet Milieubeheer</extref>, de zorg heeft voor een dier, moet
                                voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                                (geluid)hinder veroorzaakt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 2: Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 95 Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg op een
                                openbare plaats of op recreatiegebied Zeumeren zijn natuurlijke
                                behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting of
                                plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 96 Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                    openbare riolen en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 3 Bescherming van flora en fauna</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 97 Verbod paddestoelen te plukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verboden is
                                        paddestoelen (fungi) te plukken of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Onverlet het eerste lid is het verboden om paddestoelen te
                                        plukken of bij zich te hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>in de natuurgebieden van Staatsbosbeheer,
                                                Natuurmonumenten en Stichting het Geldersch
                                                Landschap en Kastelen</al></li><li nr="b."><al>in de gemeentelijke bossen; Het Johannabos en het
                                                Oosterbos</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste en
                                        tweede lid gestelde verboden.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod is niet van toepassing in situaties waarin wordt
                                        voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Flora-%20en%20Faunawet">Flora en Faunawet</extref>,en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Natuurbeschermingswet%201998">Natuurbeschermingswet 1998</extref>.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 4: Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 98 Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand:</al></li><li nr=""><al>hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></li><li nr="b."><al>hakhout:</al></li><li nr=""><al>een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
                                                de stronk uitlopen;</al></li><li nr="c."><al>dunning:</al></li><li nr=""><al>velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                                houtopstand;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom:</al></li><li nr=""><al>de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                                ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Boswet/article=1">artikel 1, vijfde lid, van de
                                                Boswet</extref>;</al></li><li nr="e."><al>iepziekte:</al></li><li nr=""><al>de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
                                                ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                                (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="f."><al>iepenspintkever:</al></li><li nr=""><al>het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende
                                                tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
                                                multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
                                        met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
                                        ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 99 (Omgevings)vergunning voor het vellen van
                                    houtopstanden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                        houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>bomen met een stamomtrek van minder dan 80
                                                centimeter op 1.30 meter hoogte tenzij deze in het
                                                kader van een herplantplicht zijn geplaatst. Bij
                                                bomen met meer stammen geldt de omtrek van de dikste
                                                stam;</al></li><li nr="b."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of
                                                langs landbouw gronden, beide voor zover bestaande
                                                uit niet-geknotte populieren of wilgen;</al></li><li nr="c."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="d."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te
                                                dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                                bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="e."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="f."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
                                                geveld;</al></li><li nr="g."><lijst><li nr=""><al>houtopstand die onder de Boswet valt en die
                                                  gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de
                                                  houtopstand een zelfstandige eenheid vormt
                                                  die:</al></li><li nr="i."><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10
                                                  are; </al></li><li nr="ii."><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer
                                                  dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal
                                                  rijen; </al></li></lijst></li><li nr="h."><al>een boom die een gevaarlijke situatie veroorzaakt of
                                                iets van een vergelijkbaar spoedeisend belang. In
                                                dit geval kunnen burgemeester en wethouder
                                                toestemming geven tot direct kappen;</al></li><li nr="i."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Plantenziektenwet%20">Plantenziektewet</extref> of krachtens een
                                                aanschrijving of last van het bevoegd gezag.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 100 Aanvraag vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel
                                        met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of
                                        door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid
                                        gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland aan het
                                        bevoegd gezag een afschrift heeft toegezonden van de
                                        ontvangstbevestiging als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Boswet/article=2">artikel 2 van de Boswet</extref>, beschouwt het bevoegd
                                        gezag dit afschrift mede als een vergunningaanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 101 Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan in, onverminderd het bepaalde in artikel 8 van
                                deze verordening, in elk geval worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de ruimtelijke betekenis van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de cultuurhistorische/monumentale waarde van de
                                        houtopstand;</al></li><li nr="d."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 102 Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan
                                        behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                        overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven
                                        aanwijzingen moet worden herplant.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven,
                                        dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn
                                        na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde
                                        beplanting moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan aan de vergunning bijzondere
                                        voorschriften verbinden ten aanzien van gebruikmaking van de
                                        vergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 103 Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
                                        in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van
                                        het bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze
                                        tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                        gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond
                                        dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen
                                        van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                        herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven
                                        aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
                                        opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke
                                        termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde
                                        beplanting moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
                                        in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het
                                        voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de
                                        zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                        bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het
                                        treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting
                                        opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen
                                        binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te
                                        treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste
                                        tot en met derde lid is opgelegd, alsmede zijn
                                        rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 104 Bestrijding iepziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die
                                        naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor
                                        verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
                                        iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe
                                        door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de
                                        bij de aanschrijving vast te stellen termijn: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te
                                                vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te
                                                vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
                                                vernietigen of zodanig te behandelen dat
                                                verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met
                                        uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout
                                        met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in
                                        voorraad te hebben of te vervoeren. Het bevoegd gezag kan
                                        ontheffing verlenen van dit verbod.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 5: Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 105 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een
                                        inrichting in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>, in de openlucht of buiten de
                                        weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                        plaatsen of aanwezig te hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 118, indien
                                                het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt
                                                voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                                commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels
                                        stellen.</al></li><li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening of de
                                        Milieuverordening Gelderland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 106 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame
                                        te maken of te voeren door middel van een opschrift,
                                        aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar
                                        wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de
                                        omgeving.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Activiteitenbesluit%20milieubeheer">Activiteitenbesluit milieubeheer</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 107 Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan
                                        een onroerende zaak verlichte handelsreclame te maken of te
                                        voeren die vanaf de weg zichtbaar is</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 8 kan een vergunning
                                        als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, op zichzelf of in verband
                                                met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen
                                                van welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van een in de de nabijheid
                                                gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Activiteitenbesluit%20milieubeheer">Activiteitenbesluit milieubeheer</extref>.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 6. Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 108 Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht/article=2.1">artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht</extref> is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 109 Recreatief nachtverblijf buiten
                                    kampeerterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                        kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
                                        een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan,
                                        de beheersverordening, exploitatieplan of een
                                        voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor eigen gebruik voor korte perioden door de rechthebbende
                                        op diens eigen terrein.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 110 Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 109, eerste lid is niet van
                                        toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter
                                        bescherming van de belangen genoemd artikel 109, vierde lid,
                                        onder a en b.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                            gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Afdeling 1: Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 111 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen:voertuigen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)/article=1">artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels
                                            en verkeerstekens (RVV 1990</extref>) met uitzondering
                                        van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en
                                        rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren:parkeren als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)/article=1">artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels
                                            en verkeerstekens (RVV 1990).</extref></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 112 Parkeren van voertuigen van autobedrijf
                                    e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
                                                cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                middelpunt een dezer voertuigen; dan wel</al></li><li nr="b."><al>De weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                        verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>Het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li><li nr="b."><al>Het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
                                                van personen tegen betaling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                        gerekend: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende
                                                de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor
                                                deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de
                                                in het eerste lid genoemde persoon.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 113 Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college aangewezen weg een
                                        voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan
                                        te bieden of te verhandelen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 114 Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 115 Fietswrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een fietswrak op of aan de weg te plaatsen
                                        of te hebben.</al></li><li nr=""><al>Onder een fietswrak als bedoeld in het eerste lid wordt
                                        verstaan een fiets of gedeelten daarvan die: </al><lijst><li nr="a."><al>in onvoldoende staat van onderhoud verkeert,</al></li><li nr="b."><al>in verwaarloosde toestand verkeert, en</al></li><li nr="c."><al>een geringe economische waarde heeft.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 116 Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 117 Voertuigwrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 118 Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een kampeerwagen, caravan, camper,
                                        aanhangwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de
                                        recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden
                                        wordt gebruikt: </al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te
                                                plaatsen of te hebben op of aan de weg binnen de
                                                bebouwde kom;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te
                                                parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                        Gelderse Wegenverordening of de Provinciale
                                        milieuverordening Gelderland van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 119 Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                        aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                        kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 120 Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op een weg gelegen binnen
                                        de bebouwde kom.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod geldt niet: </al><lijst><li nr="a."><al>Op werkdagen van 07.00 uur tot 19.00 uur.</al></li><li nr="b."><al>Op wegen gelegen binnen de bebouwde kom, behorende
                                                tot de industrieterreinen ‘de Harselaar’ en ‘de
                                                Valk’ en ‘Tolboom’, bedrijventerrein ‘de Briellaerd’
                                                en de voorzieningenstrook ‘De Burgt’.</al></li><li nr="c."><al>Op door het college aangewezen wegen binnen de
                                                bebouwde kom.</al></li><li nr="d."><al>Voor campers, kampeerauto’s, caravans en
                                                kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet
                                                langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg
                                                worden geplaatst of gehouden</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 121 Parkeren van uitzicht belemmerende
                                    voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
                                        of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                        dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
                                        dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun
                                        anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende
                                        de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het
                                        uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
                                        voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 122 Aantasting groenvoorzieningen door
                                    voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park,
                                        plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                        groenstrook, of een ligweide of groenvoorziening op
                                        recreatiegebied Zeumeren of het daarin te doen of te laten
                                        staan.</al></li><li nr=""><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                                door of vanwege de overheid; en</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                                bestemd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 2: Collecteren</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 123 Inzameling van geld of goed</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        geschreven of gedrukte stukken worden gerekend, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                        inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 3: Venten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 124 Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze paragraaf wordt onder venten verstaan: het in de
                                        uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden,
                                        verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een
                                        openbare en in de open lucht gelegen plaats of huis.</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van
                                                exploitatie van een winkel als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Winkeltijdenwet/article=1">artikel 1 van de Winkeltijdenwet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                                jaarmarkten als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=160">artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                                  Gemeentewet</extref> of op rommelmarkten als
                                                bedoeld in de artikelen 130 en 131 van deze
                                                verordening.</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                                standplaats als bedoeld in artikel 126 tot en met
                                                129 van deze verordening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 125 Venten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde,
                                        de openbare veiligheid en de volksgezondheid in gevaar
                                        komt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m
                                        zaterdag tussen 22.00 en 06.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                        tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=5">artikel 5 van het Wegenverkeerswet</extref>.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing
                                        op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin
                                        gedachten en gevoelens worden geopenbaard.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in
                                        het vijfde lid beperken door een verbod in te stellen: </al><lijst><li nr="a."><al>op of aan door het college aangewezen wegen of
                                                gedeelten daarvan, en/of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 4 Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 126 Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals
                                        een kraam, een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
                                                bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=160">artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van
                                                  de Gemeentewet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
                                                artikel 21.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 127 Standplaatsvergunning en
                                    weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></li><li nr=""><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                                eisen van welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente of in een deel van de gemeente
                                                redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                verlenen van de vergunning voor een standplaats voor
                                                het verkopen van goederen een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                                gevaar komt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 128 Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 129 Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 127, eerste lid is niet van
                                        toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref> of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 127, derde lid, onder a, is
                                        niet van toepassing op bouwwerken.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 5 Rommelmarkten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 130 Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder rommelmarkt: een markt
                                        in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar
                                        hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden
                                        verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                                        standplaats.</al></li><li nr="2."><al>Onder een rommelmarkt wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=160">artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van
                                                  de Gemeentewet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 21.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 131 Organiseren van een rommelmarkt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        snuffelmarkt te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                        nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in
                                        de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Winkeltijdenwet">Winkeltijdenwet</extref>.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 6: Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 132 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>motorvoertuig;hetgeen daaronder wordt verstaan in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)/article=1">artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                            verkeerstekens 1990</extref>;</al></li><li nr="b."><al>bromfiets:hetgeen daaronder wordt verstaan in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1">artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet
                                            1994</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 133 Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd, een trainings-
                                        of proefrit te houden of te doen houden of te doen houden
                                        dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of
                                        een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen terreinen.</al></li><li nr=""><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het
                                        gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                                aanzien van de omgeving en ter bescherming van
                                                andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers
                                                van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en
                                                ritten of van het publiek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> of het Besluit
                                        geluidsproductie sportmotoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 134 Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen, recreatiegebied
                                        Zeumeren of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te
                                        rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een
                                        bromfiets, een fiets of een paard of trekdier.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij nadere regels stellen ten aanzien van het gebruik
                                        van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                                milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het
                                                publiek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                        van paarden: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                                hulpverlening en van andere krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)/article=29">artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels
                                                  en verkeerstekens 1990</extref> door de minister
                                                aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud
                                                of exploitatie van terreinen als in het eerste lid
                                                bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die
                                                krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                                uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters
                                                van percelen gelegen binnen de terreinen als in het
                                                eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                                verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste
                                                lid bedoelde gebieden of terreinen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale
                                                verordening 'Stiltegebieden' aangewezen
                                                stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die
                                                bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                                'toestel'.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 8: Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 135 Verbod vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de open lucht vuur aan te leggen, te
                                        stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor zover: </al><lijst><li nr="a."><al>de op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> gebaseerde
                                                voorschriften, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=429">artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref> of artikel 36 van deze
                                                verordening van toepassing zijn;</al></li><li nr="b."><al>het verbranden van zieke planten en houtopstanden
                                                betreft waarvoor de plantenziektenkundige Dienst te
                                                Wageningen schriftelijk het advies geeft dat het
                                                noodzakelijk is deze planten of houtopstanden
                                                spoedig ter plaatse te verbranden;</al></li><li nr="c."><al>het verlichting betreft door middel van kaarsen,
                                                fakkels en dergelijke of vuur om te koken of bakken
                                                indien dat geen gevaar of hinder oplevert voor de
                                                omgeving; of</al></li><li nr="d."><al>het verbranden voor schoon, droog, niet geverfd en
                                                niet verduurzaamd hout in vuurkorven met een
                                                maximale inhoud van 25 liter betreft, indien dat
                                                geen gevaar of hinder oplevert voor de
                                                omgeving.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het in de maanden november tot en met april
                                                verbranden van kap- en snoeihout;</al></li><li nr="b."><al>vuren bij de jaarwisseling;</al></li><li nr="c."><al>kampvuren op recreatieterrein Zeumeren.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Een ontheffing bedoeld in het derde lid kan worden
                                        geweigerd; </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde en
                                                veiligheid;</al></li><li nr="b."><al>ter bescherming van de woon- en leefomgeving;</al></li><li nr="c."><al>ter bescherming van flora en fauna;</al></li><li nr="d."><al>ter voorkoming van hinder, of nadelige beïnvloeding
                                                van het milieu door rook, roet, stof, walm of
                                                stank.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het
                                        in het derde lid bepaalde.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 6 Leggen van kabels of leidingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 136</titel></kop><al>(Vervallen.)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Afdeling 9 Asverstrooiing</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 137 Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Lijkbezorging">Wet op de Lijkbezorging</extref> op een door de overledene of
                                nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd
                                terrein.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 138 Incidentele asverstrooiing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op andere plaatsen
                                        dan in: </al><lijst><li nr="a."><al>het Oosterbos in Barneveld;</al></li><li nr="b."><al>het Johannabos in Voorthuizen;</al></li><li nr="c."><al>op het daarvoor bestemde deel van de gemeentelijke
                                                begraafplaats in Kootwijk.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin de plaatsen genoemd
                                        in het eerste lid voor een bepaalde termijn worden
                                        onttrokken aan de mogelijkheid voor asverstrooiing.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                        voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod voor het verstrooien op
                                        andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 139 Verbod incidentele asverstrooiing</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 140 Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 141 Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast: de ambtenaren van
                                    politie.</al></li><li nr="2."><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere
                                    personen met dit toezicht belasten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 142 Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften die welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 143 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                verordening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 20 juli 2015.</al></li><li nr="2."><al>De <extref doc="http://barneveld.regelingenbank.nl/regelingen/Algemene-plaatselijke-verordening-Barneveld">Algemene plaatselijke verordening Barneveld</extref>, zoals
                                    laatst gewijzigd op 1 januari 2014, wordt ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 144 Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 143,
                            tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 145 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            gemeente Barneveld.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 8 juli 2015.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>