<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>372599_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-16</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 23-06-2015, nr. 55896</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2015-06-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-10-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling </overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 12 mei 2015</al><al>gelet op de artikelen 121 en 147 van de Gemeentewet, artikel 2.2b van het
                        Besluit omgevingsrecht en artikel 18 van de Wet bodembescherming (Wbb)</al><al></al><al>overwegende dat:</al><al></al><al>het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 1.4 van het
                        Besluit lozen buiten inrichtingen het bevoegd gezag is voor het installeren
                        en in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem;</al><al></al><al>het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 2.2a van het
                        Besluit omgevingsrecht het bevoegde gezag is voor het installeren en in
                        werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem met een vermogen van
                        meer dan 70 kW;</al><al></al><al>het Besluit lozen buiten inrichtingen van toepassing is op het installeren
                        en in werking hebben van gesloten bodemenergiesystemen buiten inrichtingen
                        en het wenselijk is dat in het bij deze verordening aangewezen gebied
                        voorafgaand aan het installeren van gesloten bodemenergiesystemen
                        toestemming wordt verkregen om interferentie tussen bodemenergiesystemen te
                        voorkomen en om het meest doelmatige gebruik van bodemenergiesystemen te
                        bevorderen; </al><al></al><al>het wenselijk is nadere voorschriften te bepalen ter optimalisering van de
                        uitvoering van het Besluit lozen buiten inrichtingen en het Besluit
                        omgevingsrecht;</al><al></al><al><vet>BESLUIT </vet></al><al>De Verordening gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015 vast te
                        stellen.<vet></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening, de bijlage en de toelichting wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>gesloten bodemenergiesysteem: een installatie waarmee gebruik wordt
                                gemaakt van de bodem voor de productie van warmte of koude ten
                                behoeve van verwarming of koeling van gebouwen door middel van een
                                gesloten circuit van zich in de bodem bevindende leidingen, met
                                inbegrip van het bovengrondse deel van de installatie;</al></li><li nr="b."><al>open bodemenergiesysteem: een installatie waarmee gebruik wordt
                                gemaakt van de bodem voor de levering van warmte of koude ten
                                behoeve van de verwarming of koeling van gebouwen door grondwater te
                                onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, met inbegrip
                                van het bovengrondse deel van de installatie;</al></li><li nr="c."><al>interferentiegebied: een of meerdere gebieden binnen de gemeente
                                Delft waarin ordening van bodemenergiesystemen wenselijk is met het
                                oog op het voorkomen van negatieve onderlinge beïnvloeding van
                                meerdere bodemenergiesystemen of anderszins ter bevordering van het
                                doelmatig gebruik van bodemenergie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aangewezen interferentiegebied</titel></kop><al>De bij deze verordening behorende omkaderde gebieden conform de in bijlage 1
                        opgenomen kaarten gelden als aangewezen interferentiegebied in de zin van
                        artikel 2.2b van het Besluit omgevingsrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Wijzigingsbevoegdheid burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de grenzen van een
                        interferentiegebied te wijzigen en opnieuw vast te stellen, indien zij van
                        oordeel zijn dat dit ter voorkoming van interferentie tussen gesloten of
                        open bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een
                        doelmatig gebruik van bodemenergie nodig is. Over deze wijziging vindt
                        afstemming plaats met Gedeputeerde Staten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanleg gesloten bodemenergiesystemen binnen
                            interferentiegebied</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingevolge artikel 2.1, lid 1, onder i, Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht juncto artikel 2.2a Besluit omgevingsrecht is voor
                                het aanleggen van een gesloten bodemenergiesysteem binnen een
                                interferentiegebied een vergunning (een omgevingsvergunning beperkte
                                milieutoets) van het college van burgemeester en wethouders
                                nodig.</al></li><li nr="2."><al>In aanvulling op artikel 5.13b van het Besluit omgevingsrecht
                                weigert het college van burgemeester en wethouders de in lid 1
                                genoemde vergunning, als niet voldaan wordt aan de vereisten zoals
                                opgenomen in de Beleidsregels gesloten bodemenergiesystemen gemeente
                                Delft 2015.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dan na de datum van
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De verordening gesloten bodemenergiesystemen TU Delft en omgeving 2013 wordt
                        ingetrokken gelijktijdig met de inwerkingtreding van onderhavige
                        verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gesloten
                        bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 juni 2015.</al><al></al><al>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.</al><al>drs. R.G.R. Jeene, griffier.</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><al><plaatje><illustratie formaat="jpeg" naam="Kaart 1" type="tekst" id="i257821"></illustratie></plaatje></al><al></al><al><plaatje><illustratie formaat="jpeg" naam="kaart 2" type="tekst" id="i257820"></illustratie></plaatje></al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>toelichting</label><nr></nr><titel></titel></kop><al><vet>ALGEMEEN</vet></al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Op 1 juli 2013 is het Besluit bodemenergiesystemen in werking getreden. Het
                    besluit bevat regels over het installeren en in werking hebben van
                    bodemenergiesystemen en leidt tot wijzigingen in zeven bestaande AMVB’s,
                    namelijk het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit bodemkwaliteit, het
                    Besluit lozen buiten inrichtingen, het Besluit omgevingsrecht, Besluit
                    hernieuwbare energie, Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Waterbesluit,
                    zie Staatsblad nr 112, d.d. 25 maart 2013. </al><al></al><al>Met deze regelgeving wil de rijksoverheid de toepassing van bodemenergie
                    stimuleren en een impuls geven aan duurzaamheidsambities gericht op de besparing
                    van fossiele brandstoffen en CO<inf>2</inf>-reductie. Daarnaast dient aantasting
                    van de bodem door bodemenergiesystemen te worden voorkomen door de introductie
                    van een aantal algemene regels die een bepaald beschermingsniveau waarborgt. Het
                    besluit draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen van de EG-richtlijn
                    2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare
                    energiebronnen.</al><al></al><al>Gemeente Delft heeft als doelstelling: energieneutraal in 2050. Voor de kortere
                    termijn van 2020 geldt als doelstelling:</al><lijst><li nr="-"><al>35% CO<inf>2</inf>-emissiereductie ten opzichte van 1990;</al></li><li nr="-"><al>Het aandeel duurzame energie bedraagt minimaal 15% van het totale
                            Delftse energiegebruik;</al></li><li nr="-"><al>35% minder energiegebruik dan in 1990.</al></li></lijst><al>De toepassing van bodemenergie levert een bijdrage aan de realisatie van die
                    doelstelling. Het toepassen van bodemenergie leidt tot een ondergrondse
                    ruimteclaim. Omdat de druk op de beschikbare ruimte in bepaalde delen van Delft
                    groot is, willen we het gebruik sturen.</al><al></al><al><cursief>Open en gesloten bodemenergiesystemen</cursief></al><al>Er bestaan twee typen bodemenergiesystemen, open en gesloten systemen. Bij open
                    bodemenergiesystemen wordt grondwater tussen twee plekken in de bodem, bronnen,
                    heen en weer gepompt. Het water in de twee bronnen verschilt van temperatuur.
                    Het water uit de koude bron wordt opgepompt ten behoeve van koeling, waarna het
                    opgewarmde water teruggepompt wordt in de warme bron. Andersom wordt het water
                    uit de warme bron opgepompt ten behoeve van verwarming, waarna het afgekoelde
                    water teruggepompt wordt in de koude bron. Open bodemenergiesystemen worden
                    voornamelijk toepast bij grotere panden (bedrijven, kantoren, ziekenhuizen) en
                    appartementcomplexen en woonwijken.</al><al></al><al>Voor open bodemenergiesystemen is Gedeputeerde Staten van de provincie
                    Zuid-Holland het bevoegd gezag. Voor open bodemenergiesystemen is een vergunning
                    vereist op grond van de Waterwet, omdat in een dergelijk systeem grondwater
                    wordt onttrokken aan de bodem. De provincie Zuid-Holland stelt tevens
                    beleidsregels op, die zij hanteert bij de vergunningverlening voor open
                    bodemenergiesystemen. Een belangrijke wijziging met de introductie van het
                    Besluit bodemenergiesystemen is dat de bestaande vergunningprocedure wordt
                    verkort.</al><al></al><al><plaatje><illustratie formaat="jpeg" naam="Afbeelding 1: open bodemenergiesysteem" type="tekst" id="i257815"></illustratie></plaatje><vet></vet>open bodemenergiesysteem</al><al></al><al>Bij gesloten bodemenergiesystemen wordt water, vaak gemengd met een
                    antivriesmiddel, door buizen (lussen) in de bodem geleid. Terwijl het water door
                    de lussen gaat, wordt warmte uitgewisseld met (het water in) de bodem. Als koud
                    water door de lussen geleid wordt, warmt dat op door de bodem (terwijl de bodem
                    plaatselijk afkoelt) en wordt daarna gebruikt voor verwarming. Als warm water
                    door de lussen geleid wordt, wordt dat afgekoeld door de bodem (terwijl de bodem
                    opwarmt) en daarna gebruikt voor koeling. Gesloten bodemenergiesystemen worden
                    veelal toegepast bij individuele woningen en kleinschalige kantoorgebouwen.</al><al></al><al>Een belangrijke wijziging die het Besluit bodemenergiesystemen met zich mee
                    brengt voor gesloten bodemenergiesystemen is dat een melding of vergunning
                    vereist is, waar dat eerder niet het geval was. Of een melding dan wel een
                    vergunning vereist is, hangt af van het vermogen en de locatie van het systeem.
                    Vanaf 1 juli 2013 zijn gesloten bodemenergiesystemen met een vermogen van minder
                    dan 70 kW meldingsplichtig, voor gesloten bodemenergiesystemen met een vermogen
                    van meer dan 70 kW geldt een vergunningplicht. In interferentiegebieden (zie
                    Interferentie) geldt een vergunningplicht voor gesloten systemen, ongeacht het
                    vermogen.</al><al></al><al><plaatje><illustratie formaat="jpeg" naam="bodemwarmtewisselaar" type="tekst" id="i257816"></illustratie></plaatje>Afbeelding 2: gesloten bodemenergiesysteem</al><al></al><al>Voor het plaatsen van gesloten bodemenergiesystemen in Delft is het college het
                    bevoegd gezag. Zodra het gesloten bodemenergiesysteem is geplaatst, is de
                    vergunning uitgewerkt. Voor de werking en instandhouding van het gesloten
                    bodemenergiesysteem gelden dan alleen nog de algemene regels uit het Besluit
                    bodemenergiesystemen.</al><al></al><al>Het Besluit bodemenergiesystemen bevat tevens, zowel voor open als gesloten
                    bodemenergiesystemen en ongeacht of ze wel of niet vergunningplichtig zijn,
                    uniforme voorschriften die gericht zijn op het voorkomen van aantasting van de
                    bodemkwaliteit en voorschriften die het duurzaam gebruik van bodemenergie
                    bevorderen. Er is gekozen voor zoveel mogelijk direct werkende algemene regels,
                    waarmee is voorzien in een algemeen beschermingsniveau voor alle systemen.</al><al></al><al><cursief>Interferentiegebied</cursief></al><al>Bodemenergiesystemen hebben thermische invloedsgebieden. Dat zijn relatief koude
                    en/of warme zones in de bodem (inclusief grondwater), doordat water in een
                    buizenstelsel of direct in de grond wordt gebracht dat een andere temperatuur
                    heeft dan de van nature aanwezige bodemtemperatuur. Bij bodemenergiesystemen in
                    elkaars nabijheid bestaat het risico dat thermische invloedsgebieden elkaar
                    overlappen (interferentie). Interferentie tussen thermische invloedsgebieden van
                    verschillende temperatuur is ongewenst, omdat één zone dan zowel gekoeld als
                    opgewarmd wordt. Hierdoor vermindert het energierendement van de betrokken
                    bodemenergiesystemen.</al><al></al><al>Het risico dat thermische invloedsgebieden elkaar overlappen (interferentie)
                    neemt toe als bodemenergiesystemen dichter bij elkaar geplaatst worden.
                    Realisatie van een groot aantal bodemenergiesystemen in een beperkt gebied kan
                    alleen wanneer de systemen ‘slim’ ten opzichte van elkaar gepositioneerd worden.
                    In gebieden waar dergelijke druk op de (energieopslag)capaciteit van de bodem
                    voorzien wordt, is het wenselijk dat regie wordt gevoerd om vraag naar en
                    beschikbaarheid van ruimte voor bodemenergie op elkaar af te stemmen.</al><al></al><al><vet>Artikel 2 Aanwijzing interferentiegebieden </vet></al><al>Interferentiegebieden kunnen zowel bij gemeentelijke als provinciale verordening
                    worden aangewezen. In het Besluit bodemenergiesystemen is ervoor gekozen dat
                    interferentiegebieden in beginsel worden aangewezen bij gemeentelijke
                    verordening. Dit is geregeld in artikel 2.2b van het Besluit omgevingsrecht. De
                    aanwijzing van de in deze verordening opgenomen interferentiegebieden is
                    afgestemd met de provincie Zuid-Holland, zodat overlap in interferentiegebieden
                    is voorkomen en er geen interferentiegebied is aangewezen dat overlap vertoont
                    met een grondwaterbeschermingsgebied.</al><al></al><al>Een belangrijke reden waarom de gemeente in het Besluit bodemenergiesystemen het
                    initiatief heeft bij de aanwijzing van interferentiegebieden, is dat de
                    aanwijzing van een interferentiegebied vooral gevolgen voor de gemeente heeft.
                    Hierdoor wordt namelijk voor de installatie van kleine gesloten
                    bodemenergiesystemen met een vermogen van minder dan 70 kW een
                    omgevingsvergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
                    verplicht. Het college van Burgemeester en Wethouders is hiervoor het bevoegd
                    gezag. Daarnaast is de gemeente de lokale regisseur, zeker als het gaat om de
                    afstemming van lokaal gebruik van schaarse (onder)grond. De aanwijzing van een
                    interferentiegebied leunt sterk aan tegen de taken van de gemeente in het kader
                    van de ruimtelijke ordening, vooral het opstellen van een bestemmingsplan of een
                    structuurvisie, en moet daarop worden afgestemd. </al><al></al><al>Binnen de in deze Verordening aangewezen gebieden bestaat een grote vraag naar
                    bodemenergie en daarom is het wenselijk regie te voeren om vraag en aanbod van
                    ruimte voor bodemenergie op elkaar af te stemmen. </al><al></al><al>Het rechtsgevolg van de aanwijzing van een interferentiegebied is dat voor het
                    installeren van een klein gesloten bodemenergiesysteem toestemming is vereist.
                    Dit is een omgevingsvergunning op grond van de Wabo. Buiten
                    interferentiegebieden geldt voor de plaatsing van een klein gesloten
                    bodemenergiesysteem een meldingsplicht. Grote bodemenergiesystemen (&gt;70 kW)
                    hebben ook buiten interferentiegebieden een vergunningplicht.<vet></vet></al><al></al><al>De provincie Zuid-Holland houdt bij het verlenen van vergunningen voor open
                    bodemenergiesystemen rekening met de door Delft aangewezen interferentiegebieden
                    en het voor het TU gebied opgestelde Bodemenergieplan. </al><al></al><al>Schematisch ziet de vergunningplicht er als volgt uit:</al><al></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><colspec colname="colC"></colspec><tbody><row><entry><al></al></entry><entry><al><vet>Open systeem</vet></al></entry><entry><al><vet>Gesloten systeem</vet></al></entry></row><row><entry><al><vet>Buiten interferentiegebied</vet></al></entry><entry><al>Vergunningplichtig (GS)</al></entry><entry><al>&lt; 70 kW meldingsplichtig</al></entry></row><row><entry><al>≥ 70 kW vergunningplichtig (B&amp;W)</al></entry></row><row><entry><al><vet>Binnen interferentiegebied</vet></al></entry><entry><al>Vergunningplichtig (GS)</al></entry><entry><al>Vergunningplichtig (B&amp;W)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><al><vet>Artikel 3 </vet></al><al>Delegatie aan het college van Burgemeester en Wethouders van de bevoegdheid de
                    grenzen van interferentiegebieden te wijzigen en opnieuw vast te stellen is
                    opgenomen, omdat te voorzien is dat deze met enige regelmaat wijziging behoeven.
                    De delegatie wordt beperkt tot de bevoegdheid om de begrenzing van de aangewezen
                    gebieden te veranderen. Het College is dus niet bevoegd om buiten de Raad om
                    nieuwe interferentiegebieden aan te wijzen. Afstemming met de provincie
                    Zuid-Holland is nodig, omdat de aanwijzing mede is bedoeld ter bescherming van
                    open bodemenergiesystemen, waarvoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag
                    zijn.</al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 4 </vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In artikel 2 is weergegeven dat als gevolg van de aanwijzing van
                    interferentiegebieden voor het installeren van een klein gesloten
                    bodemenergiesysteem een vergunning is vereist, zie artikel 4 lid 1.</al><al>De algemene weigeringsgronden voor deze vergunning zijn opgenomen in artikel
                    5.13b van het Besluit omgevingsrecht. De gronden voor weigering zijn het
                    veroorzaken van interferentie waardoor het functioneren van een ander
                    bodemenergiesysteem kan worden geschaad en het ondoelmatig gebruik van
                    bodemenergie. Het gaat in algemene zin om de vraag of het juiste
                    bodemenergiesysteem op de juiste plaats wordt geïnstalleerd. Hieruit volgt dat
                    geen voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden en dat de
                    vergunning ook niet onder beperkingen kan worden verleend. Het besluit kan
                    alleen toestemming voor de installatie inhouden of weigering van die
                    toestemming. In die zin heeft de vergunning alleen betrekking op de aanleg van
                    het bodemenergiesysteem en ziet niet toe op het gebruik van dat systeem.</al><al></al><al>In aanvulling op deze algemene weigeringsgronden die in het Besluit
                    omgevingsrecht zijn opgenomen, heeft de gemeente in de beleidsregels specifieke
                    weigeringsgronden opgenomen, die zij noodzakelijk acht om te komen tot een
                    juiste ordening van bodemenergiesystemen in de ondergrond en anderzijds te komen
                    tot een goede uitvoering van het besluit.</al><al></al><al></al><al></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>