<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR372451_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Cliëntenraad Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandige gemeente Krimpenerwaard 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Cliëntenraad Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 47 van de Participatiewet;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandige (IOAZ); en</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 147 lid 1 van de Gemeentewet.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15-0012076</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>cliëntenparticipatie participatiewet</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Cliëntenraad Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandige gemeente Krimpenerwaard 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Cliëntenraad: de cliëntenraad Participatiewet als bedoeld in
                                    artikel 47 van de Participatiewet;</al></li><li nr="2."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="3."><al>de wet: de Participatiewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet
                                worden bij de uitvoering van deze wet betrokken door een
                                cliëntenraad met inspraak in de Adviesraad Sociaal Domein. De leden
                                van de cliëntenraad worden benoemd door het college. De cliëntenraad
                                of het college kunnen kandidaten voordragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig
                                samengesteld dat deze een afspiegeling is van de bij de uitvoering
                                van de Participatiewet betrokken personen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliëntenraad bestaat uit ten minste 4 en ten hoogste 7
                                personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De cliëntenraad benoemt uit zijn midden een voorzitter voor een
                                termijn van 4 jaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De cliëntenraad komt ten minste 6 maal per kalenderjaar in
                                vergadering bij elkaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking op lid 4 wordt voor het kalenderjaar 2015, tot en met
                                31 december 2015, een onafhankelijke voorzitter benoemd, met een
                                optie tot verlenging.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Taken en bevoegdheden van de gemeente, het college, de cliëntenraad
                            en de ambtelijk secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken van het gemeentebestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gemeentebestuur zorgt ervoor dat de cliëntenraad wordt betrokken
                                bij de beleidsontwikkeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In navolging van lid 1 zorgt het college ervoor dat jaarlijks voor 1
                                januari de beleidsagenda voor het betreffende jaar aan de
                                cliëntenraad wordt overlegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op verzoek van de cliëntenraad wordt door het college bij
                                vergadering toelichting gegeven op de geagendeerde en door de
                                cliëntenraad geïnitieerde beleidsonderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college neemt door de cliëntenraad opgestelde aanbevelingen mee
                                bij de beleidsontwikkeling en zorgt voor argumenten wanneer in het
                                beleidsvoorstel hiervan wordt afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ondersteuning cliëntenraad</titel></kop><al>Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de cliëntenraad.
                            Hiertoe:</al><lijst><li nr="a."><al>stelt het een vergaderruimte ter beschikking;</al></li><li nr="b."><al>geeft het de leden van de cliëntenraad toegang tot
                                    kantoormiddelen zoals een kopieermachine en een printer;</al></li><li nr="c."><al>draagt het zorg voor de secretariële ondersteuning ter
                                    voorbereiding en afronding van de reguliere vergaderingen van de
                                    cliëntenraad. Hiervoor wordt 150 uur per jaar beschikbaar
                                    gesteld;</al></li><li nr="d."><al>stelt het ambtenaren van de gemeente in de gelegenheid een
                                    vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting of
                                    uitleg, als daarom door de cliëntenraad is verzocht;</al></li><li nr="e."><al>zorgt het ervoor dat aan de cliëntenraad de nodige informatie
                                    wordt verstrekt voor zover dat nodig is voor het naar behoren
                                    functioneren van de cliëntenraad; </al></li><li nr="f."><al>verstrekt het de informatie, bedoeld onder e, op een zodanig
                                    tijdstip dat daadwerkelijk invloed mogelijk is op de
                                    beleidsvorming, en</al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, ziet het erop toe dat de cliëntenraad
                                    wordt geïnformeerd over de redenen van afwijking van
                                    aanbevelingen zoals bedoeld onder artikel 3 lid 4.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Taken en bevoegdheden van de cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliëntenraad voorziet het college gevraagd en ongevraagd van
                                aanbevelingen over het door het college of de gemeenteraad
                                voorgenomen te ontwikkelen beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanbevelingen als bedoeld in het eerste lid worden uiterlijk 3
                                maanden voordat het college of de gemeenteraad voornemens is het
                                beleid vast te stellen uitgebracht door toezending aan de
                                betreffende beleidsafdeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliëntenraad brengt geen advies uit aan het college over
                                beleidsvoorstellen en/of het gevoerde beleid. Dit adviesrecht is
                                belegd bij de Adviesraad Sociaal Domein.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De cliëntenraad wijst uit haar midden één of enkele leden aan die
                                deelnemen aan de vergaderingen geïnitieerd door de Adviesraad
                                Sociaal Domein.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De persoon (of personen) zoals bedoeld onder lid 4 draagt naar
                                vermogen zoveel mogelijk de standpunten van de cliëntenraad uit en
                                draagt zorg voor de informatieoverdracht tussen de cliëntenraad en
                                de Adviesraad Sociaal Domein. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De cliëntenraad heeft geen bevoegdheden in zaken betreffende
                                individuele klachten, bezwaarschriften, andere zaken met betrekking
                                tot een individuele persoon en in zaken betreffende de uitvoering
                                van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Ieder lid is bevoegd agendapunten aan te dragen. Dit dient te
                                geschieden uiterlijk 1 werkdag voorafgaand aan de vergadering door
                                toezending aan de ambtelijk secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Taken van de ambtelijk secretaris</titel></kop><al>De ambtelijk secretaris:</al><lijst><li nr="a."><al>draagt in overleg met de cliëntenraad zorg voor een
                                    vergaderreglement en ziet toe op de naleving ervan;</al></li><li nr="b."><al>stelt in overleg met de voorzitter van de cliëntenraad
                                    voorafgaand aan iedere vergadering de agenda samen;</al></li><li nr="c."><al>verzendt de uitnodigingen en, indien van toepassing,
                                    conceptbeleid en verzoeken voor aanbeveling bij
                                    beleidsontwikkeling, met inachtneming van artikel 5, tweede lid,
                                    uiterlijk 10 werkdagen voordat de vergadering plaatsvindt aan de
                                    leden;</al></li><li nr="d."><al>stelt in overleg met de voorzitter, indien van toepassing, op
                                    basis van input van de leden, een concreet voorstel voor
                                    aanbeveling op en stuurt deze tijdig door naar het college zodat
                                    deze bij de beleidsontwikkeling meegenomen kan worden; en </al></li><li nr="e."><al>draagt zorg voor een verslag van de vergaderingen en zendt deze
                                    gelijktijdig met de uitnodiging van de volgende vergadering aan
                                    de leden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Budget cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van de cliëntenraad wordt jaarlijks een budget
                                beschikbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste hiervan kunnen, ter beoordeling van het college, onder
                                meer kosten worden gebracht die verband houden met
                                deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies,
                                achterbanraadpleging (inclusief communicatie) en
                                organisatiekosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vergoeding aan de voorzitter en de leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de cliëntenraad kunnen gebruik maken van de
                                presentiegeld-regeling. De hoogte van dit bedrag wordt bepaald aan
                                de hand van het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse
                                vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads-
                                en commissieleden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden komen in aanmerking voor de vastgestelde vergoeding op
                                basis van het bovengenoemde rechtspositiebesluit. De voorzitter komt
                                in aanmerking voor een vergoeding van 200% van deze vastgestelde
                                vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onder lid 2 benoemde vergoeding die wordt verstrekt aan een lid
                                of voorzitter die behoort tot de doelgroep van de Participatiewet
                                (artikel 7 lid 1 van de Participatiewet) geldt er een maximalisering
                                tot de hoogte van de vergoeding die, op grond van artikel 7 van de
                                Regeling Participatiewet, mag worden vrijgelaten voor de
                                vrijwilligers die geen voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                                volgen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de
                                Participatiewet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergoeding is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van de
                                reiskosten naar/van de vergadering van de cliëntenraad of
                                kantoorartikelen. Derhalve kunnen deze kosten dus niet afzonderlijk
                                gedeclareerd worden door de leden van de cliëntenraad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Uitbetaling geschiedt op basis van een getekende presentielijst per
                                vergadering, tot een maximum van 10 per jaar. Indien het aantal
                                gevraagde adviezen of andere ontwikkelingen daartoe aanleiding geven
                                kan hiervan in overleg met het college gemotiveerd van afgeweken
                                worden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Jaarlijks wordt tussen de cliëntenraad en afdelingshoofd Sociale Zaken
                            van de gemeente geëvalueerd of de gekozen opzet van de
                            cliëntenparticipatie voldoet. De cliëntenraad brengt verslag uit van
                            deze evaluatie aan de gemeenteraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Intrekken verordeningen</titel></kop><al>Op de dag van inwerkingtreding van deze verordening, worden de volgende
                            verordeningen ingetrokken:</al><lijst><li nr="-"><al>Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand, gemeente
                                    Nederlek, d.d. 4 januari 2012;</al></li><li nr="-"><al>Verordening cliëntenparticipatie gemeente Ouderkerk, d.d. 4
                                    februari 2010;</al></li><li nr="-"><al>Verordening cliëntenparticipatie van de gemeente Bergambacht,
                                    d.d. 4 februari 2010;</al></li><li nr="-"><al>Verordening cliëntenparticipatie gemeente Vlist, d.d. 3 februari
                                    2010;</al></li><li nr="-"><al>Verordening cliëntenparticipatie gemeente Schoonhoven, d.d. 27
                                    september 2007</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking,
                                    met een terugwerkende kracht tot </al><al>1 juli 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der Gemeente Krimpenerwaard, gehouden op, dinsdag 7 juli 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>Drs. K.E. Driehuijs</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. T.P.J. Bruinsma</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Met deze verordening wordt, in combinatie met de verordening
                                    Adviesraad Sociaal Domein, uitvoering gegeven aan artikel 47 van
                                    de Participatiewet. Dit artikel draagt de gemeenteraad op bij
                                    verordening regels vast te stellen over de wijze waarop personen
                                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet of
                                    hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de ontwikkeling van
                                    het gemeentelijke beleid. Personen als bedoeld in artikel 7,
                                    eerste lid, van de Participatiewet zijn personen:</al><lijst><li nr="-"><al>die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid onderdelen b en
                                            c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
                                            (hierna: WIA), artikel 35, vierde lid, onderdelen b en
                                            c, van de WIA en artikel 36, derde lid, onderdelen b en
                                            c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren
                                            ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van
                                            die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie
                                            als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet is
                                            verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op
                                            grond van de Algemene nabestaandenwet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet
                                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet
                                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="-"><al>personen zonder uitkering; </al></li><li nr="-"><al>en, die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op
                                            een door het college aangeboden voorziening.</al></li></lijst><al>Om een goede werking van de cliëntenraad te waarborgen worden de
                                    leden van de cliëntenraad worden ondersteund en gefaciliteerd
                                    door de gemeente. De regering hecht sterk aan actieve
                                    betrokkenheid van burgers die met de Participatiewet te maken
                                    krijgen.</al><al><vet>Artikel 2. Cliëntenraad</vet></al><al>Dit artikel bepaalt hoe de cliëntenparticipatie concreet wordt
                                    vorm gegeven.</al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Omdat het niet mogelijk is om alle personen persoonlijk te
                                    betrekken bij het beleid ligt het voor de hand een cliëntenraad
                                    samen te stellen die bestaat uit vertegenwoordigers van de
                                    doelgroepen zelf of vertegenwoordigers uit belangenorganisaties.
                                    De leden van de cliëntenraad worden benoemd door het college.
                                    Het college zal een afgewezen voordracht moeten motiveren.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Om de actieve betrokkenheid van alle personen goed tot zijn
                                    recht te kunnen laten komen, is het van belang dat de
                                    cliëntenraad een afspiegeling is van alle in artikel 7, eerste
                                    lid, onderdeel a, van de Participatiewet genoemde doelgroepen.
                                    Een evenredige vertegenwoordiging van bovengenoemde groepen in
                                    de cliëntenraad is daarom het uitgangspunt van deze verordening.
                                    Dit voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is. </al><al><cursief>Vierde lid</cursief></al><al>Er is uitdrukkelijk voor gekozen om de cliëntenraad uit zijn
                                    midden de voorzitter te benoemen. Daarmee wordt gewaarborgd dat
                                    ook de voorzitter voor en namens de benoemde doelgroep handelt.
                                    Om te voorkomen dat de belangen die worden vertegenwoordigd door
                                    de voorzitter te prominent in beeld komen, is in de functie van
                                    een ambtelijk secretaris voorzien (zie artikel 3 lid C). De
                                    ambtelijk secretaris verzorgt met de voorzitter de agendering.
                                    De voorzitter wordt benoemd voor een termijn van twee jaar. </al><al><cursief>Zesde lid</cursief></al><al>In afwijking van lid 4 wordt voor het jaar 2015 nog een
                                    onafhankelijk voorzitter benoemd. De voorzitter heeft een rol in
                                    het proces rondom inspraak en advisering in de adviesraad
                                    Sociaal Domein. Indien na evaluatie blijkt dat dit noodzakelijk
                                    is, wordt een optie tot nader te noemen periode verlenging
                                    gelicht.</al><al><vet>Artikel 3. Taken van het gemeentebestuur</vet></al><al>Het gemeentebestuur zal over beleidsvoornemens van de
                                    gemeenteraad en het college via de ambtelijk secretaris advies
                                    vragen aan de adviesraad Sociaal Domein. De cliëntenraad levert
                                    een afgevaardigde aan de adviesraad Sociaal Domein.</al><al>Het wordt belangrijk geacht dat de cliëntenraad tijdig wordt
                                    betrokken bij de totstandkoming van beleid zodat het uitoefenen
                                    van invloed op het beleid op die wijze mogelijk is. Daarom is in
                                    het eerste lid bepaald dat het college ervoor zorgt dat de
                                    cliëntenraad wordt betrokken bij de beleidsontwikkeling. Hiertoe
                                    verstrekt het college voorafgaand aan elk jaar de beleidsagenda
                                    aan de cliëntenraad.</al><al><vet>Artikel 4. Ondersteuning cliëntenraad</vet></al><al>Om zijn taken effectief te kunnen vervullen is het van belang
                                    dat de cliëntenraad wordt gefaciliteerd. Niet alleen
                                    vergaderruimte is van belang, maar ook de toegang tot
                                    kantoormiddelen. Het college zorgt voor adequate ondersteuning
                                    van de cliëntenraad. </al><al><vet>Artikel 5. Taken en bevoegdheden van de
                                    cliëntenraad</vet></al><al>De cliëntenraad is bevoegd gevraagd en ongevraagd aanbevelingen
                                    te geven over het te ontwikkelen beleid. Het college neemt de
                                    aanbevelingen mee bij de beleidsontwikkelingen. De aanbevelingen
                                    worden gericht aan de betreffende beleidsafdeling en dienen in
                                    acht te worden genomen bij de beleidsontwikkeling. De
                                    cliëntenraad heeft geen adviesrecht. Dit recht is bij de
                                    adviesraad Sociaal Domein belegd. De cliëntenraad heeft inspraak
                                    in de adviesraad Sociaal Domein.</al><al>Dit artikel regelt tevens uitdrukkelijk dat de cliëntenraad geen
                                    bevoegdheid heeft in individuele- en uitvoeringsvraagstukken. </al><al><vet>Artikel 6. Taken van de ambtelijk secretaris</vet></al><al>De ambtelijk secretaris vormt de ambtelijke schakel tussen de
                                    gemeenteraad en het college en de cliëntenraad. Hij zal erop
                                    moeten toezien dat alle partijen informatie tijdig ontvangen of
                                    verstrekken, zodat alle partijen hun taak effectief kunnen
                                    vervullen. Doordat de ambtelijk secretaris (mede) is belast met
                                    de agendering en verslaglegging kan hij ervoor waken dat alle
                                    partijen naar evenredigheid aan bod komen. </al><al><vet>Artikel 7. Budget cliëntenraad</vet></al><al>Het budget is, na reservering van de kosten voor de ambtelijk
                                    ondersteuning en presentiegelden, ter vrije besteding van de
                                    cliëntenraad. Ten laste hiervan kunnen onder meer kosten worden
                                    gebracht die verband houden met deskundigheidsbevordering, het
                                    inwinnen van advies, achterbanraadpleging en organisatiekosten
                                    (tweede lid). Deze kosten kunnen uitsluitend ten laste van het
                                    budget worden gebracht indien deze zijn beoordeeld en
                                    goedgekeurd door het college. Het ligt voor de hand dat het
                                    college dit beoordeelt voordat de kosten worden gemaakt. De
                                    cliëntenraad zal daarom vooraf om goedkeuring moeten vragen. </al><al><vet>Artikel 8. Vergoeding aan de voorzitter en de
                                    leden</vet></al><al>De leden van de cliëntenraad kunnen gebruik maken van de
                                    presentiegeld-regeling. De hoogte van dit bedrag wordt bepaald
                                    aan de hand van het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse
                                    vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit
                                    raads- en commissieleden. </al><al>De leden komen in aanmerking voor de vastgestelde vergoeding op
                                    basis van het bovengenoemde rechtspositiebesluit. De voorzitter
                                    komt in aanmerking voor een vergoeding van 200% van deze
                                    vastgestelde vergoeding. Deze regeling is conform dezelfde
                                    presentiegeld-regeling die van kracht is voor de adviesraad
                                    Sociaal Domein.</al><al>Voor cliënten van de afdeling Sociale Zaken geldt er en een
                                    maximalisering tot de hoogte van de vergoeding die, op grond van
                                    artikel 7 van de Regeling Participatiewet, mag worden
                                    vrijgelaten voor de vrijwilligers die geen voorziening gericht
                                    op arbeidsinschakeling volgen zoals bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, onderdeel a van de Participatiewet. Hiermee wordt voorkomen
                                    dat vergoedingen worden verstrekt die op de uitkering weer in
                                    mindering dienen te worden gebracht. De vrijlating voor
                                    vrijwilligers geldt niet voor jongeren tot 27 jaar (artikel 31
                                    lid 7 Participatiewet). Voor hen komen, op basis van declaratie,
                                    alleen daadwerkelijke kosten voor vergoeding in aanmerking.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>