<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR372450_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Rekenkamercommissie 2015 gemeente Krimpenerwaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rekenkamercommissie 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">[Vul hier de grondslag in]</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-06-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>xxxx</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.[Vul regelgeving die op deze regeling is gebaseerd in]</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>[Vul hier eventuele opmerkingen m.b.t. de regeling in]</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Rekenkamercommissie 2015 gemeente Krimpenerwaard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>rekenkamercommissie: de commissie die is ingesteld bij besluit
                                    van de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van
                                    beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken een bijdrage te
                                    leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde beleid, alsmede
                                    de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan;</al></li><li nr="b."><al>doelmatigheid of efficiëntie: het streven om met een zo beperkt
                                    mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste
                                    resultaat te bereiken;</al></li><li nr="c."><al>doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een
                                    organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde
                                    doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te
                                    bereiken;</al></li><li nr="d."><al>voorzitter: de voorzitter van de rekenkamercommissie die op
                                    basis van artikel 3, lid 5a door de raad van buiten de kring van
                                    zijn leden is aangewezen;</al></li><li nr="e."><al>lid: een lid van de rekenkamercommissie dat op basis van artikel
                                    3, lid 5a door de raad van buiten de kring van zijn leden is
                                    aangewezen;</al></li><li nr="f."><al>raad: gemeenteraad;</al></li><li nr="g."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="h."><al>adviesgroep: adviesgroep voor de rekenkamercommissie; </al></li><li nr="i."><al>wet: Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>De taak, samenstelling en lidmaatschap van de
                            rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Taak van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een gemeentelijke rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de
                                (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de
                                doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid, van
                                het gemeentelijke beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar
                                de rechtmatigheid van het gemeentelijk beheer, alsmede naar de
                                doelmatigheid en doeltreffendheid van instellingen waarvan de
                                activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden
                                bekostigd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Adviesgroep</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een adviesgroep voor de rekenkamercommissie. Deze bestaat
                                    in totaal uit vier leden vanuit de raadscommissies en/of de
                                    gemeenteraad (twee van de oppositie en twee van de coalitie).
                                </al></li><li nr="2."><al>De raad stelt een adviesgroep in als aanspreekpunt voor de
                                    rekenkamercommissie. </al></li><li nr="3."><al>De adviesgroep treedt op als ‘ontvanger’ van de
                                    rekenkamercommissieonderzoeken en</al></li></lijst><al>onderhoudt ook de overige contacten met de rekenkamercommissie. </al><lijst><li nr="4."><al>De adviesgroep is verantwoordelijk voor het opstellen van een
                                    rooster van aftreden.</al></li><li nr="5."><al>De adviesgroep heeft de volgende taken: </al><lijst><li nr="a."><al>het aanbevelen van de kandidaten voor het lidmaatschap
                                            en plaatsvervangend lidmaatschap in de
                                            rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>Zo vaak als nodig wordt geacht overleggen met de
                                            rekenkamercommissie over de stand van zaken, de
                                            voorgenomen onderzoeken en overige zaken die nodig zijn
                                            om de rekenkamer-commissie haar taken goed te kunnen
                                            laten vervullen; </al></li><li nr="c."><al>het adviseren van de raad over de onderzoeken als
                                            genoemd in artikel 9;</al></li><li nr="d."><al>het onderhouden van de contacten van de raad met de
                                            rekenkamercommissie.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>De adviesgroep heeft een eigen, vaste adviseur/secretaris vanuit
                                    de raadsgriffie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling en benoeming rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit drie leden: een voorzitter en
                                twee leden. Deze leden worden benoemd voor de periode van vier jaar
                                en kunnen door de raad op voordracht van de adviesgroep één keer
                                worden herbenoemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadsvoorstel ter benoeming van de leden en de voorzitter van de
                                rekenkamercommissie op aanbeveling van de adviesgroep dient te
                                worden goedgekeurd door de gemeenteraad. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De adviesgroep doet een aanbeveling ter benoeming vergezeld gaan van
                                een verklaring van elke kandidaat bevattende:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat hij/zij een benoeming als lid zal
                                        aanvaarden en</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de openbare betrekkingen die hij/zij
                                        bekleedt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het plaatsvervangende lid
                                op als voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden leggen, alvorens zij hun functie kunnen uitoefenen, in een
                                vergadering van de raad, in handen van de voorzitter van de raad de
                                eed (verklaring of belofte) af.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeenteraad benoemt één van de leden van de rekenkamercommissie
                                als voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De gemeenteraad benoemt één van de leden van de rekenkamercommissie
                                als plaatsvervangend voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter van de rekenkamercommissie draagt zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen
                                        van de rekenkamercommissie,</al></li><li nr="b."><al>het leiden van de vergaderingen, </al></li><li nr="c."><al>het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de
                                        werkwijze. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Besluitvorming in de rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In vergaderingen van de rekenkamercommissie wordt besloten bij
                                meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter
                                doorslaggevend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>besluiten kunnen niet worden genomen, tenzij twee leden van de
                                rekenkamercommissie ter vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontslag, non-activiteit en verboden handelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie wordt door de raad
                                ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met
                                        het lidmaatschap;</al></li><li nr="c."><al>indien hij/zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij
                                        zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien hij/zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>indien hij/zij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel
                                        toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie kan door de raad worden
                                ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien hij/zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt
                                        is zijn functie te vervullen;</al></li><li nr="b."><al>indien hij/zij handelt in strijd met artikel 81h van de
                                        wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt een lid van de rekenkamer op non-activiteit
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>hij/zij zich in voorlopige hechtenis bevindt;</al></li><li nr="b."><al>hij/zij bij een nog niet onherroepelijk geworden
                                        rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan
                                        wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="c."><al>hij/zij onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog
                                        niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan een lid van de rekenkamercommissie op non-activiteit
                                stellen, indien tegen hem/haar een gerechtelijk onderzoek ter zake
                                van een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig
                                vermoeden is van het bestaan van feiten en omstandigheden die tot
                                ontslag, anders dan op gronden vermeld in artikel 81c, zesde lid,
                                onder a, en zevende lid, onder a van de wet, zouden kunnen
                                leiden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel
                                is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in het
                                tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden.
                                In dat geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste drie
                                maanden verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de rekenkamercommissie ontvangen een vaste vergoeding
                                per maand voor hun werkzaamheden. De voorzitter van de
                                rekenkamercommissie ontvangt een vergoeding van €500,00 per maand,
                                exclusief reiskosten. De leden krijgen een vergoeding van € 400,00
                                per maand, exclusief reiskosten;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de adviesgroep, niet zijnde raadsleden, hebben recht op
                                eenzelfde vergoeding als de reguliere commissievergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoedingen als bedoeld in het eerste en tweede lid komen ten
                                laste van het budget van de rekenkamercommissie als bedoeld in
                                artikel 14.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>De werkwijze van de rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar
                            vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na
                            de vaststelling ter kennisneming naar de gemeenteraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderwerpen voor onderzoek en beslissing tot uitvoeren van
                                onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie voert jaarlijks minimaal twee onderzoeken uit
                                en zo mogelijk nog één quick-scan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onderzoeken moeten uitgevoerd worden in de ‘rekenkamer nieuwe
                                stijl’.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoek,
                                formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de
                                onderzoeksopzet vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alvorens de rekenkamercommissie de onderwerpen kiest, stelt zij
                                raad, college en derden in de gelegenheid suggesties voor
                                onderzoeksonderwerpen te doen. De onderwerpen van onderzoek worden
                                jaarlijks vóór 1 november als onderzoeksprogramma ter kennisname aan
                                de raad voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onderzoeksverzoek van de gemeenteraad</titel></kop><al>Als de raad besluit tot een verzoek voor een onderzoek aan de
                            rekenkamercommissie, dan bericht de rekenkamercommissie de raad binnen
                            één maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie
                            niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden
                            aanvoeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitvoering van het onderzoek en rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                                uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde
                                onderzoeksopzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het
                                gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en
                                schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de
                                uitvoering van het onderzoek. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van
                                inlichtingen mandateren aan de ambtenaren en onderzoeksmedewerkers
                                die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. De leden
                                van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn
                                verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de
                                rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten
                                zijn openbaar. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die
                                aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim
                                aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten
                                behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot
                                geheimhouding van al wat hen in hun hoedanigheid als lid,
                                respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan informatiebijeenkomsten beleggen. De
                                commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                                informeren.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen
                                een door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken
                                bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de
                                rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier
                                taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De
                                rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden
                                aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten zoals
                                bedoeld in lid 6 formuleert de rekenkamercommissie haar conclusies
                                en aanbevelingen in een nota. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt het college in de gelegenheid om binnen
                                een door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken
                                bedraagt, hun zienswijze op het onderzoek en de nota aan de
                                rekenkamercommissie kenbaar te maken. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Na vaststelling door de rekenkamercommissie wordt het
                                onderzoeksrapport zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden.
                                Hierbij worden de ambtelijke en bestuurlijke reacties gevoegd. De
                                raad wordt gevraagd de conclusies en aanbevelingen over te nemen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie heeft recht op een eigen eigen
                                secretaris/onderzoeker gedurende acht uur per week. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd om, ten laste van het budget als
                                bedoeld in artikel 14, de de uren te declareren welke worden ingezet
                                voor het secretariaat. Gelet op de zwaarte en eigenstandigheid van
                                de functie is functieschaal 11 CAR-UWO geindiceerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris/onderzoeker wordt direct aangestuurd door de
                                voorzitter van de rekenkamercommissie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris/onderzoeker zal worden toegevoegd aan de griffie en
                                valt rechtspositioneel onder de griffier. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inhuur externe deskundigen en onderzoeksmedewerkers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd ten laste van het budget als
                                bedoeld in artikel 14 zonodig externe deskundigheid in te
                                huren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd ten laste van het budget als
                                bedoeld in artikel 14 zonodig (tijdelijk) onderzoeksmedewerkers aan
                                te stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Externe deskundigen en onderzoeksmedewerkers kunnen, indien de
                                rekenkamercommissie hen daartoe de bevoegdheid toekent, alle
                                informatie verzamelen die de rekenkamercommissie in het belang van
                                het onderzoek nodig acht. Zij hebben een geheimhoudingsplicht met
                                betrekking tot die informatie en zijn alleen verantwoording
                                verschuldigd aan de rekenkamercommissie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>De kosten van de rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie beschikt over een budget van € 75.000 per
                                jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen dit aan haar bij de
                                begroting beschikbaar gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve
                                van de uitvoering van haar taken. Het budget is opgesplitst in een
                                deel dat beschikbaar is voor bestuurskosten en
                                onderzoekskosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen aan de voorzitter en leden van de
                                        rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>de secretaris/onderzoeker;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van externe deskundigen en
                                        onderzoeksmedewerkers;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijke overige uitgaven die de rekenkamercommissie
                                        nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie verantwoordt de baten en lasten van het vorig
                                begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in
                                artikel 185, derde lid van de wet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter doet jaarlijks vóór 1 april een voorstel aan de raad
                                voor de nodige middelen voor een goede uitoefening van de
                                taken.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Evaluatie door adviesgroep voor de rekenkamercommissie</titel></kop><al>Na de start van de rekenkamercommissie zal door de adviesgroep voor de
                            rekenkamercommissie tweejaarlijks een evaluatie gehouden worden over het
                            werk van en de ervaringen met de rekenkamercommissie in de voorgaande
                            jaren.Indien de adviesgroep dit nodig acht wordt daartoe externe
                            expertise ingehuurd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag van
                            bekendmaking.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raad van de gemeente Krimpenerwaard in zijn
                            openbare vergadering van 7 juli 2015.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening> Drs. K.E. Driehuijs Mr. T.P.J. Bruinsma</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>