<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR372334_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamercommissie Ridderkerk 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-55755.html">Elektronisch gemeenteblad, 2015, 55755</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de rekenkamercommissie Ridderkerk 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=81oa">Gemeentewet, art. 81oa</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>165818</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.</al><al>Op het moment van inwerkingtreding vervalt de Verordening op de Rekenkamercommissie Ridderkerk 2005, vastgesteld op 26 september 2005, met de daarop volgende wijzigingen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamercommissie Ridderkerk 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ridderkerk;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het Presidium, d.d. 30 maart 2015;</al><al/><al>gelet op artikel 81oa van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de rekenkamercommissie Ridderkerk 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>commissie: rekenkamercommissie Ridderkerk;</al></li><li nr="c."><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="d."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid
                            als de rekenkamercommissie Ridderkerk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bestaat uit ten minste 3 en ten hoogste 5 leden, waaronder
                            de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Benoeming leden en voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden worden benoemd voor een periode van 6 jaar. Deze periode kan
                            worden verlengd met één of meerdere, maar ten hoogste 6 jaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter wordt benoemd door de raad. De plaatsvervangend voorzitter
                            wordt aangewezen door en uit de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van
                            de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de
                            uitgangspunten en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige
                            besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met het
                            secretariaat en de onderzoekers.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt de commissie bij bestuurlijke contacten.
                        </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij een tussentijdse vacature pleegt de raad, voorafgaand aan de
                            benoeming van een lid, overleg met de commissie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Benoeming plaatsvervangende leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan voor elk of voor meerdere leden een plaatsvervangend lid
                            benoemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De plaatsvervangende leden kunnen benoemd worden voor elke gewenste duur
                            van maximaal 6 jaren. Deze periode kan worden verlengd voor elke
                            gewenste duur van maximaal 6 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een plaatsvervangend lid kan door de voorzitter worden opgeroepen een
                            lid tijdelijk te vervangen, als dat lid door de raad op non-actief is
                            gesteld dan wel bij voorziene afwezigheid anderszins.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan de plaatsvervangende leden oproepen deel te nemen aan
                            bepaalde werkzaamheden. Zij hebben dan dezelfde bevoegdheden als de
                            gewone leden; zij maken deel uit van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bepalingen van deze verordening zijn op plaatsvervangende leden van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onverenigbaarheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Leden van de commissie kunnen niet tevens de functies uitoefenen zoals
                            genoemd in artikel 81f van de Gemeentewet, inclusief het
                            burgerlidmaatschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ambtenaren, door of vanwege het bestuur van de Gemeenschappelijke
                            Regeling BAR-organisatie, de gemeente Albrandswaard of de gemeente
                            Barendrecht aangesteld of daaraan ondergeschikt, kunnen geen lid zijn
                            van de commissie;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 15, eerste en tweede lid van de Gemeentewet is van
                            overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamercommissie. Daar
                            waar in dit wetsartikel genoemd wordt ‘gemeente’ dient daaronder ook te
                            worden verstaan de Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid van de commissie is niet tevens (plaatsvervangend) lid van de
                            rekenkamer c.q. rekenkamercommissie van de gemeenten Barendrecht,
                            Albrandswaard of Rotterdam.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Medewerkers en bestuursleden bij instellingen die van de gemeente
                            Ridderkerk een subsidie ontvangen kunnen niet benoemd worden tot lid,
                            tenzij dit langer dan 3 jaar geleden is bij het aanvaarden van de
                            functie binnen de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Integriteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden vervullen geen andere functies waarvan de uitoefening ongewenst
                            is met het oog op een goede vervulling van het lidmaatschap van de
                            commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden maken openbaar welke andere functies zij vervullen en of deze
                            bezoldigd of onbezoldigd zijn. Dit geschiedt door plaatsing van de
                            opgave op de gemeentelijke website.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om tot lid van de commissie benoemd te worden mogen de leden
                            rechtstreeks nog middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook,
                            enige gift of gunst hebben gegeven of beloofd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden mogen, om iets in dit ambt te doen of na te laten, rechtstreeks
                            noch middellijk enig geschenk of enige belofte hebben aangenomen of
                            zullen aannemen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden zijn getrouw aan de Grondwet, zullen de wetten nakomen en
                            vervullen hun plicht als lid van de commissie naar eer en geweten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie kan voor de leden van de commissie een gedragscode
                            vaststellen en brengt haar code ter kennis aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontslag en non-actief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-actief.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>na de benoemingsperiode, totdat in de opvolging is
                                    voorzien;</al></li><li nr="b."><al>op eigen verzoek, totdat in de opvolging is voorzien;</al></li><li nr="c."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                    lidmaatschap van de rekenkamercommissie.</al></li><li nr="d."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een
                                    uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                                    gevolg heeft;</al></li><li nr="e."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak
                                    onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                    verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens
                                    schulden is gegijzeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid tijdelijk op non-actief stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>als tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een
                                    misdrijf wordt ingesteld;</al></li><li nr="b."><al>als er een ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten en of
                                    omstandigheden die tot ontslag leiden, zoals genoemd in het
                                    tweede lid, onder d.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden
                            ontslagen: </al><lijst><li nr="a."><al>wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend of langdurig
                                    ongeschikt zijn hun functie te vervullen;</al></li><li nr="b."><al>wanneer het lidmaatschap naar het oordeel van de raad schade
                                    toebrengt aan het (publieke) vertrouwen in de commissie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden zijn ontslagen als de raad besluit tot intrekking van de
                            verordening, omdat hij, na verdere overwegingen, in overleg met één of
                            meerdere raden in de regio besluit tot een gezamenlijke invulling van de
                            rekenkamer(functie).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de leden van de
                            rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van de
                            commissie een vergoeding ten bedrage van 300 % van het bedrag genoemd in
                            tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads-en commissieleden
                            (gemeenteklasse Ridderkerk). De andere leden ontvangen voor het bijwonen
                            van de vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van 230
                            % van het bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bedoelde bedragen worden geïndexeerd bij ministeriële regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden wordt de mogelijkheid geboden gebruik te maken van de
                            opting-in-regeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de reis-, parkeer- en verblijfskosten die zij ten behoeve van hun
                            lidmaatschap maken, kunnen de leden een vergoeding ontvangen die gelijk
                            is aan die welke verstrekt wordt aan het personeel van de
                            BAR-organisatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Daar waar de leden wensen dat hun werkzaamheden worden geacht te zijn
                            uitgevoerd door hun persoonlijke onderneming, worden de in dit artikel
                            genoemde bedragen vermeerderd met BTW.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Daar waar de leden wensen dat hun (onkosten-)vergoeding wordt uitbetaald
                            aan hun werkgever, worden de in dit artikel genoemde bedragen, indien
                            nodig, vermeerderd met BTW. De werkgever mag hiervoor een factuur
                            indienen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Naast deze (onkosten-) vergoedingen ontvangen de leden en de voorzitter
                            geen andere vergoedingen van welke aard dan ook.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bepaalt wie haar secretaris is, die geen lid van de
                            commissie kan zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Secretaris kan niet zijn de ambtenaar, door of vanwege het bestuur van
                            de gemeente Ridderkerk, Albrandswaard, Barendrecht of van de
                            Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie aangesteld of daaraan
                            ondergeschikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kan de secretaris wel tevens zijn
                            ambtenaar van de burgerlijke stand, vrijwilliger of ander persoon die
                            uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep
                            hulpdiensten verricht en/of ambtenaar werkzaam voor een school voor
                            openbaar onderwijs.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar
                            taken terzijde. De commissie bepaalt wat onder de ondersteunende taken
                            van de secretaris voor de commissie dient te worden verstaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de commissie over
                            de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie bepaalt de vergoeding voor de secretaris. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor de reis-, parkeer- en verblijfskosten die de secretaris ten behoeve
                            van zijn functie maakt, kan hij een vergoeding ontvangen die gelijk is
                            aan die welke verstrekt wordt aan het personeel van de
                            BAR-organisatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De commissie kan een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere
                        werkzaamheden vaststellen. Zij zendt het reglement na vaststelling
                        onverwijld ter kennisneming naar de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de commissie zijn besloten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie komt in vergadering bijeen zo dikwijls als de voorzitter of
                            ten minste twee van de overige leden dat nodig achten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter beslist over het bijwonen van de vergaderingen door
                            anderen dan de commissieleden en het secretariaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het houden van een vergadering en voor het nemen van besluiten is
                            vereist dat de meerderheid van de commissie, waaronder in ieder geval de
                            voorzitter of diens vervanger, aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie besluit bij meerderheid van stemmen, minderheidsstandpunten
                            mogen in de rapportage worden verwoord. Indien bij een stemming de
                            stemmen staken, beslist de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om de onderzoeken van de commissie naar behoren te kunnen uitvoeren zijn
                            de stukken, die onder oplegging van geheimhouding aan de commissie ter
                            beschikking worden gesteld, ook beschikbaar voor de secretaris van de
                            commissie en de door de commissie aangewezen
                            deskundigen/onderzoekers</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie vergadert in beslotenheid, haar uitgebrachte rapporten zijn
                            openbaar. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid
                            van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd
                            of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de commissie en degenen die ten behoeve van de commissie
                            werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in
                            hun hoedanigheid van lid, respectievelijk medewerker ter kennis is
                            gekomen, totdat de geheimhouding is opgeheven. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De geheimhouding is opgeheven zodra de commissie haar rapportage
                            aanbiedt aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het gestelde in artikel 5 geldt niet ten aanzien van de informatie die
                            andere bestuursorganen onder geheimhouding ter beschikking hebben
                            gesteld aan de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onderwerpselectie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de
                            probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens een onderwerp te kiezen, vindt afstemming plaats met de
                            rekenkamer(commissie) van Albrandswaard en Barendrecht, om te bezien of
                            sprake is van gelijktijdig door hen uit te voeren onderzoek of om te
                            komen tot een mogelijke afstemming of gezamenlijke aanpak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Jaarlijks vindt in september in de auditcommissie afstemming plaats met
                            de gemeente Ridderkerk en de BAR-organisatie over voorgenomen
                            onderzoeken. De rekenkamercommissie meldt uiterlijk 10 september aan de
                            griffie welke onderwerpen in het volgende jaar onderzocht kunnen gaan
                            worden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Jaarlijks treedt de commissie in gezamenlijk overleg met de
                            fractievoorzitters en de griffier over eventueel gewenste
                            onderzoeksonderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen
                            van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een maand in
                            hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het
                            verzoek van de raad voldoet, dan zal zij daarvoor goede gronden
                            aanvoeren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie kan zogenaamde quick scans uitvoeren welke betrekking
                            hebben op een beperkter terrein dan de onderzoeken welke normaliter
                            worden uitgevoerd. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De commissie streeft er naar ten minste twee onderzoeken/quick scans per
                            jaar uit te voeren.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie
                            ter kennisneming aan de raad verstuurd.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De commissie beargumenteert de keuze voor te onderzoeken onderwerpen op
                            basis van de volgende criteria en is bevoegd daaraan andere criteria toe
                            te voegen:</al><lijst><li nr="a."><al>Is het onderwerp een prioriteit binnen het gemeentelijk
                                    beleid.</al></li><li nr="b."><al>Is er sprake van een groot maatschappelijk belang.</al></li><li nr="c."><al>Is er sprake van een groot financieel belang.</al></li><li nr="d."><al>Is er sprake van risico’s voor de doelmatigheid, rechtmatigheid
                                    of doeltreffendheid.</al></li><li nr="e."><al>Is het onderwerp niet onlangs onderzocht door anderen (het
                                    college uit hoofde van artikel 213a, de accountant, een
                                    onderzoeksbureau, de BAR-organisatie).</al></li><li nr="f."><al>Is de rekenkamercommissie in het bijzonder geschikt om onderzoek
                                    te doen naar het onderwerp op basis van haar bevoegdheden,
                                    kennis of vaardigheden.</al></li><li nr="g."><al>Is er voldoende variatie in de onderwerpen die de
                                    rekenkamercommissie in één jaar en over de jaren heen
                                    onderzoekt.</al></li><li nr="h."><al>Is het een onderwerp dat beter onderzocht zou kunnen worden door
                                    een enquêtecommissie uit de raad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>In haar plan van aanpak en haar onderzoeksrapport neemt de commissie
                            haar argumentatie voor haar keus van het onderwerp op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                                begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar
                                vastgestelde onderzoeksopzet.</al></li><li nr="2."><al>De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                                informeren.</al></li><li nr="3."><al>De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en
                                bij alle voor hem werkzame ambtenaren de mondelinge en schriftelijke
                                inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van
                                de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de voor hem
                                werkzame ambtenaren zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen
                                de door de commissie gestelde termijn te verstrekken. </al></li><li nr="4."><al>De commissie kan de bevoegdheden genoemd onder het derde lid
                                mandateren aan een van haar leden of haar secretaris.</al></li><li nr="5."><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met
                                inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus
                                inschakelen.</al></li><li nr="6."><al>De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een
                                door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun
                                zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar
                                te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede)
                                onderwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie
                                verder als betrokkenen worden aangemerkt. </al></li><li nr="7."><al>De commissie stelt vervolgens het betrokken bestuursorgaan in de
                                gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste
                                vier weken bedraagt, zijn reactie aan de commissie te geven op de
                                conclusies en aanbevelingen van het conceptonderzoeksrapport.Het
                                betrokken bestuursorgaan deelt, indien van toepassing ten minste
                                mee: </al><lijst><li nr="a."><al>welke aanbevelingen worden overgenomen en op welke wijze;
                                        of</al></li><li nr="b."><al>indien aanbevelingen niet worden overgenomen, de motivering
                                        waarom van aanbevelingen wordt afgeweken.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Indien aard en omvang van het onderzoek dit toestaan kan het
                                wederhoor zoals is vastgelegd in artikel 6 en 7 gelijktijdig
                                plaatsvinden, met inachtneming van een termijn van tenminste 4
                                weken.</al></li><li nr="9."><al>Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de
                                nota met conclusies en aanbevelingen inclusief de reactie van het
                                betrokken bestuursorgaan op het rapport zo spoedig mogelijk, onder
                                toezending van een afschrift aan het betrokken bestuursorgaan, het
                                college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. </al></li><li nr="10."><al>Na het uitbrengen van het rapport aan de raad, maakt de commissie de
                                resultaten met een persbericht openbaar en bepaalt zij welke
                                eventuele verdere perscontacten zij wenst over de resultaten.
                                Woordvoerder van de commissie is de voorzitter, tenzij de commissie
                                anders bepaalt.</al></li><li nr="11."><al>De commissie brengt jaarlijks vóór 1 april verslag uit aan de raad
                                over haar werkzaamheden van het voorgaande jaar. In het verslag
                                rapporteert de commissie ten minste over:</al><lijst><li nr="a."><al>stand van zaken onderzoeken</al></li><li nr="b."><al>overige activiteiten van de commissie</al></li><li nr="c."><al>de besteding van het budget, onderverdeeld zoals opgenomen
                                        in artikel 17, tweede lid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Behandeling door de raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor een van hem uitgaand raadsvoorstel en een
                            concept-raadsbesluit voor behandeling van het onderzoek in de
                            desbetreffende raadscommissie en de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het conceptbesluit bevat indien nodig een opdracht aan het onderzochte
                            orgaan om binnen twee maanden met een plan van aanpak ter uitvoering van
                            de door de raad overgenomen aanbevelingen te komen. Indien nodig kan het
                            tevens bevatten de opdracht om over één jaar te rapporteren wat met de
                            door de raad overgenomen aanbevelingen is gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter wordt uitgenodigd de behandeling van het rapport in de
                            raadscommissie bij te wonen om daar het rapport toe te lichten en
                            eventuele vragen te beantwoorden. De voorzitter neemt geen deel aan de
                            beraadslagingen van de rapportages in de raadscommissie en de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting
                            beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de
                            uitvoering van haar taken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten
                            gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen aan de leden voor het bijwonen van de
                                    commissievergaderingen;</al></li><li nr="b."><al>de overige vergoedingen aan de leden zoals genoemd in deze
                                    verordening;</al></li><li nr="c."><al>de vergoedingen aan de secretaris;</al></li><li nr="d."><al>externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie
                                    zijn ingeschakeld;</al></li><li nr="e."><al>drukwerk;</al></li><li nr="f."><al>de door de commissie gewenste lidmaatschappen, zoals die van de
                                    NVRR;</al></li><li nr="g."><al>de door de commissie gewenste cursussen, congressen, seminars
                                    e.d., ook voor wat betreft verblijfskosten;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                            verantwoording verschuldigd aan de raad en zijn griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Contact</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van de raad is de griffier voor de commissie het eerste
                            aanspreekpunt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van de ambtelijke organisatie is de gemeentesecretaris of
                            een door hem aan te wijzen ambtenaar het eerste aanspreekpunt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Voorziening</titel></kop><al>In de gevallen, zover het de werkwijze van de commissie betreft, waarin deze
                        verordening niet voorziet, beslist de commissie met inachtneming van de
                        bepalingen in de wet. De commissie stelt de raad hiervan op de hoogte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding en intrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.</al></li><li nr="2."><al>Op het moment van inwerkingtreding vervalt de Verordening op de
                                Rekenkamercommissie Ridderkerk 2005, vastgesteld op 26 september
                                2005, met de daarop volgende wijzigingen.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ridderkerk, 23 april 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. J.G. van Straalen mw. A. Attema</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>