<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR372311_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeenteraad Hendrik-Ido-Ambacht 2015.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hendrik-Ido-Ambacht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hendrik-Ido-Ambacht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">electronisch gemeenteblad, 15-07-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art.33, lid 3 gemeentewet.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>De verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning (2003 met wijzigingen van 2006 en 2007) wordt ingetrokken.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING AMBTELIJKE BIJSTAND EN FRACTIEONDERSTEUNING GEMEENTERAAD
            HENDRIK-IDO-AMBACHT 2015.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><al>1. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn;</al></li><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                    moties of andere bijstand.</al></li></lijst><al>2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt
                            door de griffier, een medewerker van de griffier of op verzoek van de
                            griffier via de gemeentesecretaris door een ambtenaar gegeven;</al><al>3. Indien de griffier twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                            informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                            secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al><al>4. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand
                            bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                            bijstand.</al><al>5. De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de
                            griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand
                            niet door de griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris
                            verzoeken één of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand
                            zo spoedig mogelijk verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><al>1. Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke
                            bijstand aan een raadslid tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                    betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>het bijstand, bedoeld in Artikel 1: Verzoek om informatie, lid
                                    1.c, betreft en het raadslid reeds volledig gebruik heeft
                                    gemaakt van het hem op grond van Artikel 5: Hoeveelheid
                                    ambtelijke bijstand, lid 1, beschikbaar gestelde aantal uren
                                    ambtelijke bijstand.</al></li></lijst><al>2. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                            eerste lid geweigerd wordt.</al><al>3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                            de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                            raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al><al>4. De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het
                            college desgewenst een afschrift van het verzoek.</al><al>5. Indien (leden van) het college informatie wensen over een verzoek om
                            ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich
                            daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Weigering verzoek ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk op het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><al>1. Indien een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar
                            verleende ambtelijke bijstand kan hiervan mededeling worden gedaan aan
                            de secretaris;</al><al>2. Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                            partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                            burgemeester. De burgemeester voorziet zo spoedig mogelijk in de
                            kwestie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoeveelheid ambtelijke bijstand</titel></kop><al>1. Elke fractie heeft per jaar recht op 50 uur ambtelijke bijstand als
                            bedoeld in Artikel 1: Verzoek om informatie, lid 1.</al><al>2. De secretaris houdt in een register bij hoeveel uren per jaar een
                            fractie gebruik maakt van ambtelijke bijstand als bedoeld in Artikel 1:
                            Verzoek om informatie, lid 1.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Recht op financiële vergoeding</titel></kop><al>1. De fracties als bedoeld in artikel 10 van het Reglement van orde voor
                            de vergaderingen van de raad ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage
                            als tegemoetkoming in de kosten van het in fractieverband functioneren
                            als politieke groepering in de gemeenteraad. </al><al>2. De bijdrage wordt als volgt berekend: van het totale beschikbare
                            budget wordt 50% in gelijke delen verdeeld over de fracties (volgens de
                            formule: 50% van het totale budget gedeeld door het aantal fracties) en
                            50% van het totale budget wordt verdeeld naar fractiegrootte (volgens de
                            formule 50% van het totale budget gedeeld door 21 maal het aantal zetels
                            per fractie). </al><al>3. Op voorstel van de voorzitter wordt bij het begin van een nieuwe
                            raadsperiode de hoogte van het budget voor fractieondersteuning
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Besteding financiële vergoeding</titel></kop><al>1. Uitgangspunt is dat het geld besteed wordt aan: </al><lijst><li nr="a."><al>voorbereiding en uitvoering van activiteiten gericht op
                                    contacten van de raadsleden (dus niet de politieke partij) met
                                    de burgers, om de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en
                                    controlerende rol te versterken. De activiteiten hebben een
                                    openbaar karakter (openbaar = algemeen toegankelijk);</al></li><li nr="b."><al>voorzieningen, faciliteiten, activiteiten gericht op het
                                    functioneren van de fractie als collectief verband.</al></li></lijst><al>2. De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige
                                    regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                    verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter
                                    vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten
                                    behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële
                                    declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die
                                    de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden tenzij deze
                                    inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van
                                    de deelnemers;</al></li><li nr="f."><al>uitgaven voor algemeen promotiemateriaal voor de politieke
                                    partij;</al></li><li nr="g."><al>voorzieningen of materialen waarvoor de uitgaven over meerdere
                                    jaren gespreid worden.</al><al/></li></lijst><al>Aan de verordening zal een lijst worden gevoegd van zaken welke in de
                            loop der tijd nader zijn bepaald in het seniorenconvent, met specifieke
                            zaken waarvoor de bekostiging wel en niet mag worden gebruikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorschot bijdrage fractieondersteuning</titel></kop><al>1. De bijdrage voor fractieondersteuning wordt vòòr 1 maart van het
                            betreffende kalenderjaar in de vorm van een voorschot op dat
                            kalenderjaar verstrekt en gestort op een daarvoor te openen rekening. </al><al>2. Elk jaar leveren de fracties voor 1 februari een overzicht in van de
                            uitgaven van het daaraan voorafgaande jaar aan bij de griffier. Het geld
                            wat niet gebruikt is, wordt voor 1 maart teruggestort op de rekening van
                            de gemeente. </al><al>3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt in een jaar waarin
                            verkiezingen plaatsvinden het voorschot vóór 31 januari verstrekt voor
                            de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In
                            de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                            gekozen raad plaatsvindt wordt het voorschot verstrekt voor de overige
                            maanden van dat jaar.</al><al>4. Fracties die na verkiezingen niet meer terugkeren in de raad, zijn
                            verplicht het resterende bedrag terug te betalen aan de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gevolgen splitsen fractie</titel></kop><al>1. Bij afsplitsing van een fractie wordt de op grond van Artikel 6:
                            Recht op financiële vergoeding, lid 1, vastgestelde bijdrage voor de
                            oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar
                            evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden.</al><al>2. Bij afsplitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                            fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling die
                            volgt uit het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verantwoording en controle</titel></kop><al>1. Elke fractie levert, jaarlijks voor 1 februari, een verslag in bij de
                            griffier waarin verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de
                            bijdrage voor fractieondersteuning. In het jaarverslag van de gemeente
                            wordt hier vervolgens aandacht aan besteed.</al><al>2. De onder punt 1 van dit artikel bedoelde verslagen worden in het
                            seniorenconvent besproken en geaccordeerd</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Gevallen waarin de verordening niet voorziet</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, pleegt de
                            griffier voor zover nodig overlegmet het seniorenconvent.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Toepassing Awb</titel></kop><al>Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de
                            financiële middelen die een fractie ontvangt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning (2003 met
                            wijzigingen van 2006 en 2007) wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van zijn
                            bekendmaking</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand
                            en fractieondersteuning 2015</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 juli 2015,</al></slotformulering><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>G.H. Logt</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.Heijkoop</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de verordening ambtelijke bijstand en
                        fractieondersteuning (artikel 33 Gemeentewet)</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is door de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur ingrijpend
                    gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de raad en individuele raadsleden een
                    recht op ambtelijke bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat
                    daarnaast een recht op fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moet
                    bij verordening worden geregeld.</al><al/><al>In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. Hij is het eerste
                    aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult ook de
                    rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke
                    organisatie.</al><al/><al>De burgemeester vervult ook een rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft.</al><al/><al>Gezien de duale verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op het punt van de
                    ambtelijke bijstand heldere scheidslijnen worden getrokken tussen werkzaamheden
                    voor de raad en voor het college. Dat komt tot uitdrukking in het feit dat een
                    raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
                    verleende bijstand geheim moeten worden gehouden. De ambtenaar mag niet onder
                    druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de raad verricht. Daarom zal
                    een collegelid dat toch informatie wenst over het verzoek om ambtelijke
                    bijstand, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en niet tot de
                    behandelend ambtenaar.</al><al/><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is behoefte aan duidelijke regels. De ambtenaren werken doorgaans namelijk voor
                    het college. Artikel 103 Gemeentewet laat dit scherp zien. Vóór de invoering van
                    de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde dit artikel dat de secretaris (en
                    daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke organisatie) de raad en het
                    college terzijde stond. In de duale verhoudingen staat de secretaris het college
                    terzijde en wordt de raad bijgestaan door de griffier.</al><al/><al>Dat de raad beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen
                    behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke
                    organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie
                    beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken
                    van amendementen, moties en regelingen zal een beroep op deze organisatie dan
                    ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de
                    reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend
                    en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd.
                    Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht.</al><al/><al>De formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al/><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al/><al>Deze modelverordening heeft in de afgelopen jaren zijn waarde bewezen. In
                    jurisprudentie wordt er regelmatig naar verwezen en de minister van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties gaf aan dat de modelverordening prima voldoet. Toch
                    is in de geactualiseerde versie een aantal bepalingen gewijzigd en heeft een
                    zekere “fine-tuning” plaatsgevonden. Waar het kon zijn artikelen samengevoegd en
                    zinsconstructies aangepast. Dat leidt tot een overzichtelijker geheel. Ook
                    hebben de diverse artikelen, conform de Aanwijzingen voor de decentrale
                    regelgeving, nu opschriften gekregen.</al><al/><al>Tevens is een nieuw Artikel 12 aan deze verordening toegevoegd waarin titel 4.2
                    van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing wordt verklaard op de
                    fractievergoeding.</al><al/><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1 Verzoek om informatie</vet></al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid van bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Op niet-openbare
                    documenten is het bepaalde in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet van
                    toepassing. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het Reglement van orde voor
                    de vergaderingen van de raad, het Reglement van orde voor de vergaderingen van
                    het college en de Verordening op de raadscommissies.</al><al/><al>Er is voor gekozen de griffier te benoemen als centrale functionaris. Het
                    bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad
                    en het college, die bij de dualisering hun beslag hebben gekregen, leiden ertoe
                    dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten is. Omdat de griffier geen
                    zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de
                    ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van
                    posities leidt in dit geval dus noodzakelijkerwijs tot een verdergaande
                    formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand.</al><al/><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al/><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                    gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                    bedoeld die onder het gezag van het college vallen en dus niet onder de noemer
                    “griffiemedewerkers”. Dit neemt niet weg dat medewerkers van de griffie ook
                    ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al/><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><al/><al>Het verschil tussen het eerste lid en het alternatieve (gecursiveerde) eerste
                    lid ligt er in dat er in het eerste lid voor gekozen is om alle verzoeken om
                    informatie of bijstand eerst voor te leggen aan de griffier. In het alternatieve
                    eerste lid wordt de mogelijkheid geboden aan raadsleden om zich rechtstreeks tot
                    een ambtenaar van de reguliere ambtelijke organisatie te wenden. De keuze is
                    uiteraard aan de raad.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Verlenen van ambtelijke bijstand </vet></al><al>De voormalige artikelen 6 en 7 van de modelverordening zijn vanwege de
                    helderheid nu toegevoegd aan Artikel 2: Verlenen van ambtelijke bijstand lid 4
                    en 5. Het betreft hier immers regels omtrent hetzelfde onderwerp dat reeds
                    geregeld is in Artikel 2.</al><al/><al>In lid 4 wordt gewezen op het belang dat de betrokken portefeuillehouder heeft
                    van het op de hoogte zijn van het feit dat bijstand is verleend door onder zijn
                    verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien de afstand tussen raad en
                    college is het logisch dat desgewenst melding wordt gemaakt van het verlenen van
                    ambtelijke bijstand. Het college en de secretaris kunnen afspreken in welke
                    gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al><al/><al>Lid 5 voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussen raad en
                    college terecht komt. Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet
                    hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die
                    werkzaamheden onafhankelijk opereert van het college. Om te verzekeren dat een
                    ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te
                    verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het vijfde lid bepaald dat
                    wethouders of de burgemeester zich voor informatie direct tot het betrokken
                    raadslid wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een
                    extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke
                    bijstand.</al><al/><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Weigering verzoek ambtelijke bijstand.</vet></al><al>Beoordeling of één van de in Artikel 2: Verlenen van ambtelijke bijstand
                    genoemde weigeringsgronden zich voordoet vindt in eerste instantie plaats door
                    de gemeentesecretaris als hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. Artikel
                    3 regelt dat de uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke
                    bijstand is voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij
                    hierover overleg voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het
                    betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><al/><al><vet>Artikel 4 Geschil over ambtelijke bijstand</vet></al><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor.</al><al>Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren
                    met de secretaris.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Hoeveelheid ambtelijke bijstand</vet></al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid om aan ieder raadslid een vaste hoeveelheid
                    uren of keren recht op ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke
                    organisatie toe te kennen. Hiermee wordt een extra garantie geboden dat dit
                    recht ook geëffectueerd kan worden. Het biedt de ambtelijke organisatie
                    bovendien de mogelijkheid enigszins grip te houden op de omvang van de
                    werkzaamheden. Deze begrenzing geldt niet voor eenvoudige informatieverschaffing
                    als bedoeld in Artikel 1: Verzoek om informatie, lid 1, onderdeel 1.a en 1.b.
                    Deze bijstand kan onbeperkt geboden worden.</al><al>Het door de secretaris bij te houden register maakt het bovendien mogelijk na te
                    gaan hoe vaak er al een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie. Tevens
                    kan het een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte aan
                    deze voorzieningen.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Recht op financiële vergoeding</vet></al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte
                    van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting moeten
                    worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De fractieondersteuning
                    bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke
                    fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat
                    grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair gebied is het logisch dat
                    zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding krijgen.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Besteding financiële vergoeding.</vet></al><al>Voor wat betreft de inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning wordt de
                    fracties grotendeels de vrijheid gelaten. Minimumvoorwaarde is wel dat de
                    bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen
                    genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder
                    andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en
                    dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het
                    rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de
                    artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. Algemene opleidingen voor raads- en commissieleden die
                    meestal worden georganiseerd door de griffie(r) dienen bekostigd te worden uit
                    de gemeentelijke bedrijfsvoering en dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. Deze cursussen worden veelal verzorgd door politiek
                    neutrale instituten.</al><al/><al>Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaat kan deze inhoudelijk niet
                    te zeer gedetailleerd geregeld worden. Fractieondersteuning in de vorm van het
                    beschikbaar stellen van gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk
                    geacht, aangezien het vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties
                    moeten daarom vrij zijn in de keuze van de personen die de fracties eventueel
                    ondersteunen.</al><al/><al><vet>Het fractiebudget.</vet></al><al>De centrale begrippen uit de Verordening ambtelijke bijstand en
                    fractieondersteuning zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>de kosten van het functioneren van de fractie;</al></li><li nr="·"><al>activiteiten met een openbaar karakter;</al></li><li nr="·"><al>contacten van de raadsleden (dus niet de politieke partij) met de
                            burgers verbeteren en versterken van de volksvertegenwoordigende
                            rol.</al></li></lijst><al>Hieruit valt op te maken dat bedoeld wordt dat het gaat om activiteiten in
                    fractieverband of waarbij de fractie als collectief opereert.</al><al/><al>Voorbeelden hiervan zijn: </al><lijst><li nr="·"><al>het organiseren van een bewonersavond in de wijk of buurt of een
                            vergadering over een specifiek, actueel onderwerp (advertentiekosten
                            voor de bekendmaking, zaalhuur, geluidsinstallatie, consumpties), de
                            kosten van het huren van een marktkraam voor de fractie voor contacten
                            met burgers, het huren van een ruimte in wijk of buurt voor het houden
                            van een spreekuur van de fractie.</al></li><li nr="·"><al>de kosten van het functioneren van de fractie: een cursus (b.v.
                            coaching, debattechniek) voor de gehele fractie als collectief,
                            kantoorbenodigdheden, ontwerpen en onderhouden van een website.</al></li></lijst><al/><al>Activiteiten in het kader van een verkiezingscampagne of activiteiten en
                    voorzieningen voor het promoten van een politieke partij vallen hier niet onder.
                    Immers daarvoor is een subsidieregeling voor de landelijke politieke partijen en
                    daarvoor zullen de lokale partijen fondsen kunnen werven. Afgesproken is dat de
                    wat grotere uitgaven eerst gemeld worden in het seniorenconvent, zodat over de
                    besteding later geen onduidelijkheden kunnen ontstaan.</al><al>Om dit laatste te kunnen vastleggen wordt voorgesteld een dynamische lijst aan
                    de verordening toe te voegen zonder elke keer de verordening te moeten
                    aanpassen. Deze lijst heeft een dynamisch karakter en wordt pas aangevuld na een
                    besluit van het seniorenconvent in een onderscheiden zaak. Het seniorenconvent
                    zal zich wel moeten realiseren of het soms toch niet beter is de verordening aan
                    te passen en de discussie rondom de besteding in de raad te voeren. Periodieke
                    aanpassing van de verordening blijft wenselijk.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Voorschot bijdrage fractieondersteuning.</vet></al><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het
                    voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het aangepast wordt
                    aan de nieuwe verhoudingen in de raad. Indien blijkt dat het geld onrechtmatig
                    is besteed kan dit aan het eind van het jaar verrekend worden.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Gevolgen splitsen fractie</vet></al><al>Het kan gebeuren dat de bijdrage aangepast moet worden aan veranderde
                    verhoudingen in de raad. Dit artikel is zo geformuleerd dat het zowel kan dienen
                    voor fracties die bij de verkiezingen blijken te verdwijnen dan wel na de
                    verkiezingen opkomen, maar het kan ook dienen om de mutaties in aantal op te
                    vangen van de zittende fracties.</al><al/><al>Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verstrekte voorschot direct
                    verrekend moeten worden. Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de
                    oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot beschikken en zou het andere
                    deel van de oorspronkelijke fractie juist helemaal geen voorschot krijgen. Na
                    het kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is billijker de
                    verrekening in deze gevallen direct te laten plaatsvinden.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Verantwoording en controle</vet></al><al>De controle van het verslag gebeurd door de griffier. Uit het verslag kan naar
                    voren komen dat er een verrekening dient plaats te vinden met het verstrekte
                    voorschot. Indien niet verrekend kan worden, bijvoorbeeld omdat een fractie uit
                    de raad verdwijnt, zal de raad het ten onrechte uitgekeerde voorschot kunnen
                    terugvorderen. Gezien de omvang van de gemeente waar het om een beperkte
                    bijdrage voor fractieondersteuning gaat, is bewust gekozen de verantwoording bij
                    de griffier neer te leggen. Hij legt een verantwoordingsverslag voor aan het
                    seniorenconvent.</al><al/><al>Het spreekt vanzelf dat de raad sanctiemogelijkheden kan hanteren voor het geval
                    een fractie niet handelt conform de verordening. Bijvoorbeeld wanneer uitgaven
                    worden gedaan waar de financiële bijdrage niet voor bedoeld is of die niet
                    kunnen worden onderbouwd, wanneer de verantwoording niet tijdig of volledig
                    wordt ingediend, of wanneer teveel ontvangen voorschotten niet tijdig worden
                    terugbetaald. De vermelding in de verordening van de mogelijkheid van
                    terugvordering is stikt genomen overbodig omdat die mogelijkheid ook al bestaat
                    op grond van artikel 4:57 van de Awb. Bestedingen in strijd met deze verordening
                    kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is
                    vastgesteld, nog geen vijf jaren zijn verstreken.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Gevallen waarin de verordening niet voorziet</vet></al><al>Indien er zaken zijn welke nog niet aan de orde zijn geweest of waarover
                    ernstige twijfel bestaat of het verzoek past binnen het gedachtegoed van de
                    regeling zal de griffier, in voorkomende gevallen, met het seniorenconvent in
                    overleg treden. Om te voorkomen dat onnodige vertraging optreedt kan dit ook
                    telefonisch of per e-mail aan het seniorenconvent worden voorgelegd. </al><al/><al><vet>Artikel 12 Toepassing Awb.</vet></al><al>Indien fractieondersteuning de vorm heeft van financiële middelen is sprake van
                    een subsidie als bedoeld in titel 4.2 Awb.</al><al/><al>De raad kan zelf bepalen of ook afdeling 4.2.8 van de Awb van toepassing is;
                    indien deze afdeling van toepassing is horen daar wel extra verplichtingen bij.
                    Dat kan een dergelijke keuze minder aantrekkelijk maken. Bij de invoering van
                    het recht op fractieondersteuning (amendement-De Cloe c.s.) is niet stilgestaan
                    bij de verhouding met de Awb. In veel gemeenten wordt echter inmiddels de
                    fractieondersteuning met toepassing van titel 4.2 Awb aangewend. Nu blijkt dat
                    dit een juiste wijze van handelen is.</al><al/><al>Wij hebben derhalve besloten in de modelverordening een extra artikel toe te
                    voegen, waarin het verkrijgen van fractieondersteuning gelijk wordt gesteld aan
                    het verkrijgen van subsidie. De wijze waarop lokaal invulling wordt gegeven aan
                    de formele rechtsregels dient lokaal bepaald te worden en wordt derhalve niet in
                    een modelregeling vastgelegd. In de regel zal het met name gaan over de
                    mogelijkheid om bezwaar en beroep in te stellen tegen de beschikking die een
                    bepaald budget ter beschikking stelt, of zoals hierboven omschreven, om de
                    mogelijkheid bezwaar en beroep in te stellen tegen een terugvordering.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Intrekking oude verordening</vet></al><al/><al><vet>Artikel 14 Inwerkingtreding</vet></al><al/><al><vet>Artikel 15 Citeertitel</vet></al><al/><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al/><al><vet>Paragraaf 1. Ambtelijke bijstand 3</vet></al><al>Artikel 1. Verzoek om informatie 3</al><al>Artikel 2. Verlenen van ambtelijke bijstand 3</al><al>Artikel 3. Weigering verzoek ambtelijke bijstand 3</al><al>Artikel 4. Geschil over ambtelijke bijstand 3</al><al>Artikel 5. Hoeveelheid ambtelijke bijstand 4</al><al><vet>Paragraaf 2. Fractieondersteuning 5</vet></al><al>Artikel 6. Recht op financiële vergoeding 5</al><al>Artikel 7. Besteding financiële vergoeding 5</al><al>Artikel 8. Voorschot bijdrage fractieondersteuning 5</al><al>Artikel 9. Gevolgen splitsen fractie 6</al><al>Artikel 10. Verantwoording en controle 6</al><al>Artikel 11. Gevallen waarin de verordening niet voorziet 6</al><al>Artikel 12. Toepassing Awb 6</al><al><vet>Paragraaf 3. Slotbepalingen 7</vet></al><al>Artikel 13. Intrekking oude verordening 7</al><al>Artikel 14. Inwerkingtreding 7</al><al>Artikel 15. Citeertitel 7</al><al><vet>Toelichting bij de verordening ambtelijke bijstand en
                        fractieondersteuning</vet><vet> (artikel 33 Gemeentewet) 8</vet></al><al><vet>Algemeen</vet><vet> 8</vet></al><al><vet>Artikelgewijze toelichting 10</vet></al><al>Artikel 1 Verzoek om informatie 10</al><al>Artikel 2 Verlenen van ambtelijke bijstand 10</al><al>Artikel 3 Weigering verzoek ambtelijke bijstand. 11</al><al>Artikel 4 Geschil over ambtelijke bijstand 11</al><al>Artikel 5 Hoeveelheid ambtelijke bijstand 11</al><al>Artikel 6 Recht op financiële vergoeding 12</al><al>Artikel 7 Besteding financiële vergoeding. 12</al><al>Artikel 8 Voorschot bijdrage fractieondersteuning. 13</al><al>Artikel 9 Gevolgen splitsen fractie 13</al><al>Artikel 10 Verantwoording en controle 13</al><al>Artikel 11 Gevallen waarin de verordening niet voorziet 14</al><al>Artikel 12 Toepassing Awb. 14</al><al>Artikel 13 Intrekking oude verordening 14</al><al>Artikel 14 Inwerkingtreding 14</al><al>Artikel 15 Citeertitel 14</al></bijlage></regeling></body></cvdr>