<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR372205_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag gemeente Heumen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-64545.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dstudietoeslag%2bheumen%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150813%26epd%3d20150813%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag gemeente Heumen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Perticipatiewet, art. 8, lid 1, aanhef en onderdeel c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag gemeente Heumen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 juni 2015,</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en derde lid van de
                        Participatiewet,</al><al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet,</al><al>gelezen het advies van de Commissie Welzijn d.d. 25 juni 2015,</al><al>gelezen het advies van de Burgeradviesraad d.d. 22 juni 2015,</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG GEMEENTE HEUMEN
                        2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend met een door het college vastgesteld formulier. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Het college beoordeelt of een persoon niet in staat is tot het verdienen van
                        het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot
                        arbeidsparticipatie. Het college kan een extern deskundige om advies
                        vragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal in een periode van zes maanden in aanmerking
                        komen voor een individuele studietoeslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 75 per maand. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt maandelijks vooraf uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Individuele Studietoeslag
                        gemeente Heumen 2015. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>BL</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Malden, 9 juli 2015</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD;</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.Bosland.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>P.Mengde.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Al</vet><vet>gemene toelichting </vet></al><al><vet>Verordening I</vet><vet>ndividuele </vet><vet>S</vet><vet>tudietoeslag
                            </vet><vet>gemeente Heumen 2015</vet></al><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                        Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                        mogelijkheid aan personen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn
                        het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken
                        als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de
                        arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand
                        gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft. </al><al>Personen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra
                        steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om
                        te lenen een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een
                        studieregeling stimuleert personen om toch de stap te zetten naar school te
                        gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie
                        voor het feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te
                        combineren met een bijbaan (TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                        bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De
                        individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                        een inkomensondersteunende maatregel voor personen van wie is vastgesteld
                        dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen.</al><al/><al><cursief>Verordeningsplicht </cursief></al><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in
                        een verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste
                        lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval
                        betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de
                        individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de
                        Participatiewet).</al><al/><al><cursief>Discretionaire bevoegdheid </cursief></al><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire
                        bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college aan personen die
                        voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe
                        niet is gehouden. </al><al/><al><cursief>Voorwaarden individuele studietoeslag </cursief></al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                        arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van
                        de Participatiewet, kan een aanvraag indienen voor een individuele
                        studietoeslag. Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt
                        overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk
                        verzoek - gelet op de individuele omstandigheden van een persoon - een
                        individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op
                        de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="•"><al>18 jaar of ouder is, en</al></li><li nr="•"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten (Wtos), en </al></li><li nr="•"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft, en </al></li><li nr="•"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot
                                het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden
                                tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                        Wtos-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                        studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding,
                        leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de
                        Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een
                        individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op
                        een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht
                        heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als
                        aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een
                        beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde
                        opleiding te overleggen. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van
                        toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                        tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij
                        het college. Een individuele studietoeslag kan niet als lening worden
                        verstrekt als een persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen.
                        Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de
                        individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet).
                        Ook artikel 52 van de Participatiewet is niet van toepassing op de
                        individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet).
                        Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt in de
                        vorm van een voorschot.</al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><al><vet>Verordening Individuele S</vet><vet>tudietoeslag </vet><vet>gemeente
                            Heumen 2015</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door
                        personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                        Participatiewet. Dit betreft personen die het college ondersteunt bij
                        arbeidsinschakeling: </al><lijst><li nr="•"><al>personen die algemene bijstand ontvangen; </al></li><li nr="•"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b
                                en c, 35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid,
                                onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
                                tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking
                                gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon
                                bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen
                                loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend; </al></li><li nr="•"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                Participatiewet; </al></li><li nr="•"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                                Algemene nabestaandenwet; </al></li><li nr="•"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; </al></li><li nr="•"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                                zelfstandigen;</al></li><li nr="•"><al>niet-uitkeringsgerechtigden. </al></li></lijst><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                        individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de
                        voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon,
                        een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag
                        dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als
                        bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden
                        ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet
                        worden gedaan met een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek
                        wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de
                        Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die
                        wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van
                        de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die
                        wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft
                        ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig
                        zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2,
                        tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden
                        aangemerkt als een verzoek om individuele studietoeslag zoals bedoeld in
                        artikel 36b van de Participatiewet.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                        college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
                        omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval
                        indien een persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="•"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="•"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten; </al></li><li nr="•"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="•"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot
                                het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden
                                tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium kan het college zelf
                        vaststellen of dit het geval is. Het college kan advies inwinnen bij een
                        arbeidsdeskundige van bijvoorbeeld het Uitvoeringsinstituut Werknemers
                        Verzekeringen of het regionaal Werkbedrijf. Het gaat om advies met
                        betrekking tot het oordeel of een persoon niet in staat is tot het verdienen
                        van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                        arbeidsparticipatie heeft. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal in een periode van zes maanden in aanmerking
                        komen voor een individuele studietoeslag. Hiervoor is gekozen om de volgende
                        reden.</al><al>Doorgaans kan een persoon halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor de
                        beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een individuele
                        studietoeslag, wordt de situatie uitsluitend op de datum van de aanvraag
                        beoordeeld (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Studeert een
                        persoon na zes maanden nog steeds en voldoet hij aan de voorwaarden van
                        artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, dan kan hij opnieuw in
                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. </al><al>Stel dat een persoon slechts eenmaal per twaalf maanden in aanmerking kan
                        komen voor een individuele studietoeslag, dan wordt deze toeslag direct
                        toegekend voor een periode van twaalf maanden, terwijl in die twaalf maanden
                        de mogelijkheid bestaat dat deze persoon de studie staakt. Immers, alleen op
                        moment van aanvraag moet een persoon voldoen aan de voorwaarden van artikel
                        36b van de Participatiewet. Als hij op enig moment na de aanvraag hier niet
                        meer aan voldoet, heeft dat geen gevolgen voor het recht op een individuele
                        studietoeslag.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                        studietoeslag vastgelegd. Een individuele studietoeslag bedraagt € 75 per
                        maand. Voor de hoogte van de individuele studietoeslag hebben we aansluiting
                        gezocht bij het aantal verwachte aanvragen en het toegekende
                        rijksbudget.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                        studietoeslag geregeld. </al><al>Een individuele studietoeslag wordt maandelijks vooraf uitbetaald. Dit is
                        het bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van deze verordening. Na zes
                        maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele
                        studietoeslag. Dit volgt uit artikel 3 van deze verordening. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2015. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al><al/></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>