<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR372063_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag gemeente Midden-Delfland 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-64950.html">Gemeenteblad, 2015, 64950</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag gemeente Midden-Delfland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8, 36b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-11-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015-11346</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag gemeente Midden-Delfland 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Midden Delfland;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 mei 2015,
                        22015-07-08;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en tweede lid van de
                        Participatiewet;</al><al>artikel 147, lid 1 van de Gemeentewet;</al><al>artikel 36b van de Participatiewet;</al><al>overwegende dat het verplicht is bij verordening regels te stellen voor het
                        verstrekken van een individuele studietoeslag;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de ‘Verordening individuele studietoeslag gemeente
                        Midden-Delfland 2015’.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>belanghebbende:</cursief> persoon die
                                            overeenkomstig artikel 36b, eerste lid van de wet
                                            aanspraak kan maken op een individuele
                                            studietoeslag;</al></li><li nr="b."><al><cursief>college:</cursief> het college van burgemeester
                                            en wethouders van gemeente Delfland;</al></li><li nr="c."><al><cursief>wet</cursief>: Participatiewet</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                            nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>INDIVIDUELE STUDIETOESLAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek, toekenning en verstrekking individuele
                                studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de wet,
                                wordt ingediend middels een door het college vastgesteld
                                formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belanghebbende moet op de aanvraagdatum voldoen aan de
                                voorwaarden voor de individuele studietoeslag zoals bepaald in de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan belanghebbende vragen gegevens en bescheiden te
                                tonen die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover
                                hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanspraak op een individuele studietoeslag ontstaat niet eerder
                                dan de dag van aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte en duur individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De individuele studietoeslag bedraagt € 100,- per maand en wordt
                                halfjaarlijks achteraf betaalbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag wordt verstrekt zolang de belanghebbende voldoet aan de
                                voorwaarden, zoals bepaald in de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien over een gedeelte van de maand aanspraak bestaat op de
                                studietoeslag, is de hoogte van de studietoeslag naar rato. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere individuele situaties ten gunste van
                                de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening,
                                indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking tot en met 1
                            januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening individuele
                            studietoeslag gemeente Midden-Delfland 2015’. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad gemeente
                        Midden-Delfland d.d. 23 juni 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A. de Vos, A.J. Rodenburg</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/></kop><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING </vet></al><al>Op 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht geworden. In de
                            Participatiewet is een studieregeling opgenomen:de individuele
                            studietoeslag. Met de individuele studietoeslag krijgt het college de
                            mogelijkheid om aan personen, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid
                            onderdeel a, van de Participatiewet, van wie is vastgesteld dat ze niet
                            in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen of een medische
                            urenbeperking hebben en die aan de overige voorwaarden voldoen zoals
                            opgenomen in artikel 36b van de Participatiewet, een individuele
                            studietoeslag toe te kennen, zolang zij studeren. </al><al/><al>Personen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra
                            steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de
                            drempel om te lenen hoger, omdat de kans op een baan beperkter is. Een
                            studieregeling stimuleert deze personen om toch de stap te zetten om
                            naar school te gaan of een opleiding te gaan (of blijven) volgen. Het
                            afronden van een opleiding versterkt immers de positie op de
                            arbeidsmarkt. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat
                            het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een
                            bijbaan (TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al/><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                            bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De
                            individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het
                            is een inkomensondersteunende maatregel voor personen van wie is
                            vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen of
                            door een medische urenbeperking onvoldoende kunnen bijverdienen tijdens
                            de studie (zie ook toelichting artikel 2 hieronder).</al><al/><al><cursief>Verordeningsplicht </cursief></al><al>De Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                            verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                            studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8,
                            eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in
                            ieder geval betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de
                            betaling van de individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de
                            Participatiewet). </al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Begrippen die al omschreven zijn in de Participatiewet en de Algemene
                            wet bestuursrecht (hierna: Awb) worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
                            deze verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Indienen verzoek, toekenning en verstrekking individuele
                                studietoeslag</titel></kop><al>Het college kan op een daartoe strekkend verzoek een individuele
                            studietoeslag verlenen. Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze
                            waarop het verzoek moet worden ingediend, bepaalt artikel 2 van de
                            verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een door het
                            college ter beschikking gesteld formulier. Het verzoek wordt dan gezien
                            als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1. van de Awb. </al><al/><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                            arbeidsinschakeling (artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                            Participatiewet) kan een aanvraag indienen voor een individuele
                            studietoeslag. Deze persoon dient op datum van de aanvraag aan de
                            voorwaarden te voldoen, zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid van de
                            Participatiewet. Hiervoor is wettelijk vereist dat deze persoon op de
                            datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is; en</al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                    grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                    onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS); en </al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34
                                    van de Participatiewet heeft; </al></li></lijst><al>én van wie is vastgesteld dat: </al><lijst><li nr="-"><al>hij of zij met voltijdse arbeid niet in staat is tot het
                                    verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden
                                    tot arbeidsparticipatie heeft; of</al></li><li nr="-"><al>een medisch urenbeperking heeft. </al></li></lijst><al>Heeft de persoon geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie, dan komt de
                            persoon voor een Wajong-uitkering in aanmerking.</al><al/><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                            WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                            studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                            studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding,
                            leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt, is niet in
                            de Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van
                            een individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het
                            recht op een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een
                            persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De
                            persoon zal - als aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken
                            dat hij recht op studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft,
                            bijvoorbeeld door een beschikking van de Dienst Uitvoering Onderwijs
                            (DUO) of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te
                            overleggen. </al><al/><al>Artikel 12, ‘Onderhoudsplicht ouders’, artikel 43 ‘Vaststelling op
                            aanvraag’, artikel 49, ‘Schuldenlast’ en artikel 52, ‘Voorschot’ van de
                            Participatiewet zijn niet van toepassing bij verlening van de
                            individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                            Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een
                            individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een
                            persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de
                            Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de individuele
                            studietoeslag. Ook artikel 52 van de Participatiewet is niet van
                            toepassing op de individuele studietoeslag. Dit maakt dat de individuele
                            studietoeslag niet kan worden verstrekt in de vorm van een voorschot. </al><al/><al>Tijdens de behandeling van de Eerste Kamer is de wens geuit dat ook
                            studenten met een medische urenbeperking in aanmerking te laten komen
                            voor een individuele studietoeslag. Deze studenten zijn wel in staat om
                            per uur het minimumloon te verdienen, maar kunnen dit maar een beperkt
                            aantal uren. De Participatiewet is hierop door het ministerie van SZW
                            aangepast. </al><al/><al>Met betrekking tot het criterium ‘niet het wettelijke minimumloon kunnen
                            verdienen’ en ‘de medische urenbeperking’ beoordeelt het college aan de
                            hand van beschikbare gegevens van het Uitvoeringsinstituut
                            Werkgeversverzekeringen (UWV), eventuele eerdere medische keuringen en
                            informatie vanuit het netwerk, zoals bijvoorbeeld school, of een persoon
                            hieraan voldoet. Indien dit onvoldoende uitsluitsel geeft, wordt advies
                            van een deskundige ingewonnen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte en duur individuele studietoeslag</titel></kop><al>In dit artikel is de hoogte van de individuele studietoeslag geregeld.
                            Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                            voorwaarden toegekend<cursief>.</cursief></al><al/><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de
                            voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij
                            afzonderlijk in aanmerking voor een individuele studietoeslag.</al><al/><al>Voor het bepalen van de hoogte van de toeslag, ligt het in de lijn om de
                            vergelijking te trekken met het bedrag waarvan DUO uitgaat dat een
                            student zelf bijverdient naast zijn studie. Dit bedrag ligt afgerond op
                            € 295,- per maand. Het budget dat door het rijk aan gemeenten wordt
                            verstrekt voor de toeslag is hiervoor echter onvoldoende. Daarnaast
                            dient opgemerkt te worden dat ook niet iedere jongere zonder
                            arbeidsbeperking er inslaagt om de door DUO veronderstelde € 295,-
                            per maand bij te verdienen en zij worden daarvoor niet gecompenseerd. </al><al/><al>De voorwaarden voor en de hoogte van de individuele studietoeslag zijn
                            binnen de arbeidsmarktregio Haaglanden regionaal afgestemd. Dit omdat
                            scholieren en studenten uit deze gemeenten veelal dezelfde (regionale)
                            scholen en opleidingsinstituten bezoeken en het daarom wenselijk werd
                            geacht de hoogte van en de voorwaarden voor de toeslag regionaal af te
                            stemmen. Rekening houdend met de beschikbare budgetten binnen de
                            verschillende Haaglandengemeenten is overeengekomen om de hoogte van de
                            studietoeslag vast te stellen op € 100,- per maand. Omdat de toeslag
                            vooral is bedoeld als stimulans, is tevens voorgesteld de toeslag
                            halfjaarlijks achteraf te verstrekken. Dit voorkomt tevens mogelijke
                            terugvorderingen.</al><al/><al>De individuele studietoeslag wordt op basis van de aanvraag eenmalig
                            toegekend en halfjaarlijks getoetst. Indien belanghebbende niet meer aan
                            de voorwaarden voldoet, wordt de toeslag vanaf dat moment beëindigd en
                            naar rato uitbetaald.</al><al/><al>Het college verrekent geen inkomsten uit arbeid met de toeslag, omdat de
                            toeslag een bijbaantje niet in de weg mag staan. Heeft de scholier of
                            student toch een bijbaantje, dan blijft onverkort recht bestaan op de
                            toeslag. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere uitleg. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De ‘Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Midden-Delfland’
                            dient uiterlijk op 1 juli 2015 te zijn vastgesteld (artikel 78z, zevende
                            lid van de Participatiewet). De verordening treedt met terugwerkende
                            kracht in werking tot en met 1 januari 2015.</al><al/><al>Vanaf studiejaar 2015/2016 wordt daadwerkelijk gestart met de
                            studietoeslag. De scholieren en studenten die tussen 1 januari 2015 en
                            het begin van het schooljaar 18 worden en/of in deze periode met hun
                            opleiding starten, kunnen zich vanaf 1 januari 2015 melden bij de
                            gemeente. De aanvragen kunnen worden ingenomen als de verordening is
                            vastgesteld en indien van toepassing, met terugwerkende kracht vanaf 1
                            januari 2015 worden toegekend. </al><al/><al>Scholieren en studenten met een beperking, die in het studiejaar
                            2014/2015 of eerder zijn ingestroomd en onder de Wajong vallen, behouden
                            hun rechten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere uitleg. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>