<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR37198_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Controleverordening van de gemeente Korendijk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2008, 03</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Controleverordening gemeente Korendijk 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 213</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-06-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-03-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/9</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Controleverordening van de gemeente Korendijk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet><onderstreept>RAADSVOORSTEL</onderstreept></vet></al><al>22 april 2008 2008/9 9.4</al><al><vet>Datum:</vet> 19 februari 2008 <vet>Verzonden:</vet> 10 april 2008</al><al>Aan de gemeenteraad.</al><al><vet>Onderwerp:</vet></al><al>Actualisering Controleverordening ex artikel 213 Gemeentewet</al><al>Eind 2003 is de nu geldende Controleverordening gemeente Korendijk ex
                        artikel 213 Gemeentewet door de raad vastgesteld. Met deze verordening stelt
                        de raad regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de
                        inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de
                        rechtmatigheid van het financiële beheer en de inrichting van de financiële
                        organisatie worden getoetst.</al><al>In 2005 is de verordening gewijzigd op een tweetal punten:</al><lijst><li nr="-"><al>de periode voor het benoemen van de accountant is gewijzigd van vier
                                naar één jaar;</al></li><li nr="-"><al>er is een bepaling toegevoegd waarin het periodiek overleg met de
                                accountant en de auditcommissie wordt geregeld.</al></li></lijst><al>In 2006 is er door een drietal accountantsbureau’s offerte uitgebracht voor
                        de controlewerkzaamheden. Na beoordeling van deze offertes heeft de raad in
                        september 2006 besloten te kiezen voor Deloitte Accountants. Om de
                        continuïteit te waarborgen wordt nu voorgesteld de termijn van het benoemen
                        van een accountant weer op vier jaar te stellen.</al><al>In maart 2008 heeft uw raad besloten dat Deloitte de controles zal uitvoeren
                        voor de jaren 2007 tot en met 2010. Voor de controle van het dienstjaar 2011
                        zal een nieuw offertetraject worden opgestart. </al><al>De overige bepalingen van het nu voorliggende concept wijken niet af van de
                        in 2003 vastgestelde versie. </al><al>In het kader van de actualisatie van de financiële verordeningen leggen we
                        de gehele verordening ter vaststelling aan u voor. </al><al>De conceptverordening is 4 februari 2008 behandeld in de auditcommissie en
                        gaf geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen. </al><al>Wij stellen u voor te besluiten overeenkomstig het hierna onder opgenomen
                        ontwerpbesluit.</al><al>Hoogachtend,</al><al>Burgemeester en wethouders van Korendijk,</al><al>de secretaris, de burgemeester,</al><al>A.M. Weststrate R.W.J. Melissant-Briene</al><al><vet>Nummer: </vet> 2008/9</al><al>De raad der Gemeente Korendijk;</al><al>Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 19
                        februari 2008 inzake de actualisering Controleverordening ex artikel 213
                        Gemeentewet;</al><al>besluit;</al><al>gelet op artikel 213 Gemeentewet en het Besluit accountantscontrole
                        gemeenten;</al><al>vast te stellen:</al><al>Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting
                        van de financiële organisatie van de gemeente Korendijk.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.accountant</al><al>een door de raad benoemde:</al><lijst><li nr="-"><al>registeraccountant of</al></li><li nr="-"><al>accountant-administratieconsulent met een aantekening in het
                                inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van artikel 36,
                                Wet op de Accountant-Administratieconsulenten of</al></li><li nr="-"><al>organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants
                                samenwerken,</al></li></lijst><al>belast met de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde
                        jaarrekening.</al><al>b.accountantscontrole</al><al>de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening
                        uitgevoerd door de door de raad benoemde accountant van:</al><lijst><li nr="-"><al>het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en
                                lasten en de grootte en samenstelling van het vermogen;</al></li><li nr="-"><al>het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en
                                balansmutaties;</al></li><li nr="-"><al>het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde
                                jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
                                te stellen regels bedoelt in artikel 186 Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie
                                gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige
                                verantwoording mogelijk maken;</al></li></lijst><al>waarbij de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
                        worden gesteld op grond van het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet, in
                        acht worden genomen.</al><al>c.rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole</al><al>het overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële
                        beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en
                        regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole
                        gemeenten.</al><al>d.deelverantwoording</al><al>een in opdracht van de raad ten behoeve van de verslaglegging opgestelde
                        verantwoording van een afzonderlijke organisatie-eenheid binnen de
                        gemeentelijke organisatie, welke verantwoording onderdeel uit maakt van de
                        jaarrekening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdrachtverlening accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen
                            accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode
                            van 4 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de
                            accountantscontrole voor.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het
                            programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de
                            jaarlijkse accountantscontrole opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de toe te passen goedkeuringstoleranties bij de controle van de
                                    jaarrekening;</al></li><li nr="b."><al>de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;</al></li><li nr="c."><al>de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende
                                    tussentijdse rapportering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan in het programma van eisen opnemen, dat de raad jaarlijks
                            voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant
                            vaststelt de posten van de jaarrekening, de gemeentelijke producten en
                            de gemeentelijke organisatieonderdelen, waaraan de accountant bij zijn
                            controle specifiek aandacht dient te besteden en welke
                            rapporteringstoleranties hij daarbij dient te hanteren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de
                            raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast en per
                            selectiecriterium de bijbehorende weging vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Informatieverstrekking door college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is verantwoordelijk voor de samenstelling van de
                            jaarrekening conform de geldende interne - en externe wet- en
                            regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor controle.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten
                            grondslag liggende verordeningen, nota's, collegebesluiten,
                            deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten,
                            berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed
                            toegankelijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de jaarrekening bevestigt het college schriftelijk aan de
                            accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de
                            oordeelsvorming van de accountant is verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de
                            accountantsverklaring en het verslag van bevindingen voor uiterlijk 1
                            juli aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor
                            behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van
                            invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door
                            het college aan de raad en de accountant gemeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inrichting accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze
                            waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de
                            omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
                            frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de
                            controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole
                            kan periodiek (afstemmings-)overleg plaatsvinden tussen de accountant en
                            auditcommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Toegang tot informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren
                            en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven,
                            computerbestanden en overige bescheiden, waarvan hij inzage voor de
                            accountantscontrole nodig oordeelt. Het college draagt er zorg voor dat
                            de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een
                            onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren, magazijnen, werkplaatsen,
                            terreinen en informatiedragers van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en
                            schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de
                            uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het college draagt
                            er zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking
                            verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat alle organisatie-eenheden van de
                            gemeente zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken,
                            opdat de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over
                            de rechtmatige totstandkoming van baten, lasten, balansmutaties en het
                            gevoerde beheer en over de getrouwheid van de daarover verstrekte
                            informatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Overige controles en opdrachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de door de raad benoemde accountant opdracht geven tot
                            het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de
                            rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover de
                            onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. Het
                            college informeert de raad vooraf over deze aan de accountant te
                            verstrekken opdrachten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt de zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende
                            de specifieke uitkeringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de
                            ministeries. Het college is voor de controle van de rechtmatige
                            besteding van specifieke uitkeringen bevoegd de opdracht te verlenen aan
                            een andere dan de door de raad benoemde accountant, indien dit in het
                            belang van de gemeente is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt de zorg voor de verantwoording aan derden
                            (Belastingdienst, ABP, Sociale verzekeringsbank, CBS, e.d.) en neemt
                            hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel van deze
                            vereisten moet worden uitgevoerd door een accountant, is het college
                            bevoegd hiervoor de opdracht verlenen aan een andere dan de door de raad
                            benoemde accountant, indien dit in het belang van de gemeente is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Rapportering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden
                            tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze
                            terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift hiervan aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen
                            brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles
                            verslag uit over zijn bevindingen van niet van bestuurlijk belang aan de
                            ambtenaar van wie het geldelijk beheer, het vermogensbeheer, de
                            administratie en de beheersdaden zijn gecontroleerd en het hoofd van de
                            afdeling Middelen dan wel andere daarvoor in aanmerking komende
                            ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor
                            verzending aan de raad door de accountant aan het college voorgelegd met
                            de mogelijkheid voor het college om op deze stukken te reageren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de
                            jaarstukken het verslag van bevindingen met de auditcommissie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2008, met dien verstande
                        dat zij van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarrekening van
                        het verslagjaar 2008 en later.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Controleverordening gemeente
                        Korendijk 2008"</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Korendijk </ondertekening><ondertekening>d.d. 22 april 2008</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.van Walsum-Goslings R.W.J. Melissant-Briene</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Verordening 213 Gemeentewet</tussenkop><tussenkop>Inleiding op de verordening: de accountantsverklaring</tussenkop><al>De Wet dualisering gemeentebestuur heeft de functie van de accountantsverklaring
                    veranderd. Die dient tegenwoordig als ondersteuning van de raad bij het
                    uitoefenen van zijn controlerende taak.</al><al>Daartoe is een aantal bepalingen rond de opdracht aan de accountant
                    aangescherpt.</al><al>De belangrijkste verandering is dat de accountantsverklaring niet langer meer
                    alléén een oordeel over het getrouwe beeld bevat, maar een oordeel over het
                    getrouwe beeld en de rechtmatigheid samen. Bovendien moet de opdracht voor de
                    accountantscontrole worden verstrekt door de raad en niet meer door het
                    college.</al><al>In paragraaf 1 wordt ingegaan op de verschillende verantwoordelijkheden.
                    Rechtmatigheid als onderdeel van de accountantsverklaring is nieuw, daarom wordt
                    er in paragraaf 2 stilgestaan bij dit begrip. De rechtmatigheid diende overigens
                    vóór de Wet dualisering gemeentebestuur ook gecontroleerd te worden, maar de
                    accountant ging daarop alleen in het verslag van bevindingen op in. Thans is er
                    het Besluit accountantscontrole gemeenten dat minimumeisen stelt aan de
                    accountantscontrole (Dit besluit wordt op korte termijn gewijzigd in Besluit
                    accountantscontrole provincies en gemeenten). Dit Besluit is voor het eerst van
                    toepassing op de accountantscontrole van de jaarrekening 2004. Het gaat ook in
                    op de mogelijkheid van de raad om deze minimumeisen aan te vullen. In paragraaf
                    3 worden de minimumeisen besproken en in paragraaf 4 de keuzemogelijkheden die
                    de raad heeft ten aanzien van deze minimumeisen.</al><al>In het vijfde lid van artikel 213 Gemeentewet is expliciet opgenomen dat de
                    accountantsverklaring en het verslag van bevindingen direct door de controlerend
                    accountant aan de gemeenteraad worden aangeboden. Ook benadrukt artikel 213, dat
                    de raad de accountant aanwijst. Dit kan niet worden gedelegeerd aan het college.
                    Voorts is het de raad die, binnen de wettelijke kaders, bepaalt wat de opdracht
                    aan de accountant is. Dit is nader geregeld in het Besluit accountantscontrole
                    gemeenten. In paragraaf 5 wordt daarom ingegaan op de opdracht aan de
                    accountant.</al><tussenkop>Paragraaf 1 Verantwoordelijkheden bij
                    rechtmatigheid</tussenkop><al>Met de Wet dualisering gemeentebestuur is de functionele scheiding tussen de
                    raad en het college scherper geworden dan voorheen het geval was. De raad zal
                    zich moeten concentreren op zijn taakstellende en controlerende rollen. Dit
                    betekent dat hij de kaders stelt voor de rechtmatigheid, de relevante wet- en
                    regelgeving en de regelgeving waarvoor de raad een verordende bevoegdheid heeft.
                    De raad stelt ook de kaders voor de accountantscontrole, gebruik makend van de
                    mogelijkheden die artikel 213 en het Besluit accountantscontrole daartoe bieden.
                    De raad zal de opdracht aan de accountant moeten verstrekken en kan aanvullende
                    controle-eisen stellen (zie rapporteringstoleranties, paragraaf 3). In dit
                    verband is artikel 213 relevant: daarin is bepaald dat de accountant
                    rechtstreeks rapporteert aan de raad.</al><al>Het college dient zich te richten op zijn bestuursbevoegdheden. Het is primair
                    verantwoordelijk voor de naleving van relevante wet- en regelgeving en daarmee
                    voor de rechtmatigheid van de besteding en inning van het publieke geld binnen
                    een gemeente. Het is niet zo dat de accountant met zijn controle de
                    rechtmatigheid wel zal 'afdekken'. Wel is het zo dat een goede administratieve
                    organisatie (AO) en daarin opgenomen maatregelen van interne controle (IC) de
                    kans op onrechtmatigheden aanzienlijk beperkt. Ook hierin zal het college zijn
                    verantwoordelijkheid moeten nemen. Met een adequate AO/IC wordt ook de
                    accountant geholpen om te komen tot zijn oordeel. In het algemeen kunnen in dat
                    geval de aanvullende controlewerkzaamheden van de accountant worden
                    beperkt.</al><al>Binnen de gemeente Korendijk is, samen het de accountant, gewerkt aan het verder
                    geven van handvaten aan de AO/IC. Zo zijn van de meest omvangrijke werkzaamheden
                    procesbeschrijvingen opgesteld en is het eind 2007 gereed gekomen interne
                    controleplan inmiddels in uitvoering genomen</al><al>De accountant is verantwoordelijk voor de uitvoering van de controle in
                    overeenstemming met de vaktechnische randvoorwaarden. Voor de rechtmatigheid is
                    algemene kennis van de relevante wet- en regelgeving van belang. De accountant
                    zal toetsen of de wet- en regelgeving door de gemeente in acht zijn genomen. De
                    accountantscontrole richt zich op de beoordeling van de opzet, het bestaan en de
                    werking van het systeem van kwaliteitsborging ter uitvoering van de wet- en
                    regelgeving, aangevuld met deelwaarnemingen (steekproeven).</al><al>De eindverantwoordelijkheid voor het afgeven van een accountantsverklaring
                    blijft bij de accountant liggen. Als er sprake is van onrechtmatigheden met een
                    materiële betekenis, die gevolgen hebben voor de strekking van de
                    accountantsverklaring; of als de accountant stuit op een overschrijding van de
                    rapporteringstoleranties moet rapportering plaatsvinden aan de raad, in het
                    rapport van bevindingen bij de accountantsverklaring.</al><al>Ook brengt de accountant een managementletter uit met meer gedetailleerde
                    bevindingen die niet direct de verklaring raken. Hij kan daaraan aanbevelingen
                    voor verbeteringen toevoegen. De managementletter is bestemd voor het management
                    van het gemeentelijk apparaat en het college.</al><tussenkop>Paragraaf 2 De accountantsverklaring en
                    rechtmatigheid</tussenkop><al>De accountantsverklaring is belangrijk voor de raad, omdat zij een rol speelt
                    bij het oordeel van de raad over de wijze waarop het college het beleid en het
                    daarmee samenhangend financieel beheer heeft uitgevoerd. De
                    accountantsverklaring is vooral belangrijk voor het verlenen van décharge aan
                    het college en voor het eventueel starten van een indemniteitsprocedure. Wanneer
                    de raad vindt dat uitgaven niet rechtmatig zijn gedaan, brengt men dit standpunt
                    ter kennis van het college. Het college krijgt dan de gelegenheid om de raad een
                    voorstel te doen tot een indemniteitsbesluit, wat inhoudt dat de raad kan
                    besluiten alsnog met de uitgaven akkoord te gaan. Intussen kan de rekening niet
                    worden vastgesteld. </al><al>Vanaf het verslagjaar 2004 bevat de accountantsverklaring een oordeel over het
                    getrouwe beeld én de rechtmatigheid Een getrouw beeldverklaring houdt in dat de
                    uitkomsten van het gevoerde financieel beheer getrouw in de jaarrekening worden
                    weergegeven, waarbij rekening wordt gehouden met het doel waarvoor de
                    verantwoording is opgesteld. </al><tussenkop>Wat houdt rechtmatigheid in de accountantsverklaring in?</tussenkop><al>Rechtmatigheid in brede zin betekent het voldoen aan de wettelijke kaders en
                    regelgeving. Voor gemeenten zijn dat de wet- en regelgeving van hogere overheden
                    en die van de gemeente zelf. De geldende wet- en regelgeving kan voor een
                    gemeente betrekking hebben op een zeer omvangrijk gebied. Van belang is daarom
                    dat onderscheid wordt gemaakt tussen het juridische begrip rechtmatigheid en het
                    begrip rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole. Dit laatste
                    begrip is beperkter dan het juridische begrip rechtmatigheid en wordt in het
                    Besluit accountantscontrole gemeenten zo goed mogelijk afgebakend.
                    Volledigheidshalve wordt hier nog vermeld dat onrechtmatigheid niet synoniem is
                    met fraude. Bij fraude is altijd sprake van opzet.</al><al>Rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole vereist dat de baten en
                    lasten in de jaarrekening en de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn
                    gekomen. Aangezien de baten en lasten en de balansmutaties in de jaarrekening
                    een optelsom zijn van diverse financiële beheershandelingen (zoals het beslissen
                    tot het toekennen van een subsidie, het betalen van rekeningen, het opleggen van
                    een belastingaanslag, etc.) staan deze handelingen centraal bij de toets die de
                    accountant verricht; deze moeten gebeuren volgens de regels die gelden. </al><al>Voorts moeten alle uitkomsten van de handelingen in het financieel beheer worden
                    vastgelegd in de administratie; het moet traceerbaar zijn welke subsidies zijn
                    toegekend, wanneer betalingen hebben plaatsgevonden enzovoorts. Verder moeten
                    alle financiële beheershandelingen niet alleen voldoen aan specifieke regels
                    (bijvoorbeeld de subsidievoorschriften), maar moeten ze ook in overeenstemming
                    zijn met financiële regels, zoals de financiële verordening en de
                    controleverordening van de gemeente. Tevens moet worden voldaan aan de
                    Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten,
                    waarin is voorgeschreven aan welke regels de begroting en jaarstukken minimaal
                    dienen te voldoen. Ook dienen de financiële handelingen te passen binnen de door
                    de raad geautoriseerde begroting. In de begroting zijn de maxima voor de lasten
                    per programma vermeld, die de raad heeft vastgesteld. Dit betekent dat de maxima
                    niet mogen worden overschreden zonder aparte autorisatie van de raad. De
                    bedragen moeten op het juiste programma zijn geboekt.</al><al>Hierboven zijn al enige voorbeelden gegeven van wet- en regelgeving die relevant
                    is voor de rechtmatigheid. Daaronder vallen ook raadsbesluiten die de raad uit
                    hoofde van zijn kaderstellende rol neemt, mits daar een financieel aspect aan is
                    verbonden; het gaat immers om de rechtmatigheid van posten uit de jaarrekening.
                    Een voorbeeld van 'hogere' relevante regelgeving vormen de Europese
                    aanbestedingsrichtlijnen (EAR) die door de Europese Commissie zijn vastgesteld.
                    Als een decentrale overheid - bijvoorbeeld een gemeente - een aanbesteding doet,
                    dan moet worden nagegaan of de EAR van toepassing zijn. Is dat het geval, dan
                    zal de accountant moeten toetsen of de aanbesteding ook conform de EAR heeft
                    plaatsgevonden. </al><tussenkop>Rechtmatigheid en handelingen en beslissingen van niet financiële
                    aard</tussenkop><al>De vraag wat rechtmatigheid in het kader van de begroting niet inhoudt is ook
                    belangrijk. Kort gezegd komt het erop neer dat handelingen en beslissingen van
                    niet-financiële aard, bijvoorbeeld in relatie tot de arbeidsomstandighedenwet of
                    de privacywetgeving, buiten de reikwijdte van de rechtmatigheidcontrole door de
                    accountant vallen. Dat geldt niet als er indicaties zijn van tekortkomingen die
                    belangrijke financiële risico's opleveren. Van de accountant wordt niet verwacht
                    dat hij handelingen en beslissingen van niet-financiële aard door
                    gegevensgericht onderzoek inhoudelijk toetst, dus door alle onderliggende
                    bescheiden te controleren. Wat hij beoordeelt is het systeem van risicoafweging.
                    De centrale vraag daarbij is of dat systeem zodanig is dat het bestuur in staat
                    is een goede afweging te maken. Met andere woorden: hij hanteert een
                    systeemgerichte benadering voor zijn controle.</al><tussenkop>Controle op rechtmatigheid is niet nieuw</tussenkop><al>Volledigheidshalve wordt het volgende nog opgemerkt. Ten eerste maakte
                    rechtmatigheid tot 2003 al onderdeel uit van de accountantscontrole. Bij
                    geconstateerde onrechtmatigheden behoorde de accountant daarvan verslag te doen
                    in het rapport van bevindingen. In de nieuwe situatie zullen tekortkomingen uit
                    hoofde van rechtmatigheid in het oordeel van de accountant moeten worden
                    betrokken, dat wil zeggen onderdeel uitmaken van de accountantsverklaring.
                    Onrechtmatigheden die de tolerantiegrenzen overschrijden, zullen leiden tot een
                    niet-goedkeurende accountantsverklaring.</al><al>Ten tweede maakt in de nieuwe situatie de controle van de doelmatigheid géén
                    onderdeel meer uit van de accountantscontrole. Opmerkingen en constateringen ter
                    zake hoeven niet meer in het rapport van bevindingen te worden opgenomen, zoals
                    in de oude situatie nog wel het geval was . De controle op doelmatigheid is dan
                    ook geen taak meer voor de accountant, maar is onderdeel van het onderzoek door
                    de (regionale) rekenkamer en de interne onderzoeken naar doelmatigheid en
                    doeltreffendheid van het college. </al><tussenkop>Begrotingsrechtmatigheid</tussenkop><al>Voor het BBV was het gebruikelijk dat begrotingsoverschrijdingen met het
                    vaststellen van de jaarrekening werden geautoriseerd. Gezien het grote aantal
                    vast te stellen producten was dit logisch. Met het Besluit begroting en
                    verantwoording wordt geautoriseerd op programmaniveau. Omdat het om grote
                    bedragen gaat is, de in het verleden ontstane praktijk, dat de overschrijdingen
                    niet expliciet voor 31 december in een begrotingswijzing aan de raad werden
                    voorgelegd, niet meer wenselijk. Alle overschrijdingen dienen voor 31 december
                    aan de raad te zijn voorgelegd. Mocht dit niet zijn gelukt, en is er feitelijk
                    sprake van begrotingsonrechtmatigheid, dan kunnen bij de jaarrekening deze
                    bedragen alsnog worden geautoriseerd. De raad dient hier dan wel expliciet op
                    gewezen te worden. Afhankelijk van de situatie kan de accountant dan alsnog een
                    goedkeurende verklaring geven, waarbij hij de aantekening maakt dat hij zijn
                    verklaring afgeeft met inachtneming van de voorgenomen goedkeuring van de raad
                    voor deze begrotingswijzigingen. Als de raad instemt met deze
                    begrotingsoverschrijdingen en de jaarrekening vaststelt, kan de accountant de
                    definitieve accountantsverklaring afgeven. Het ligt in de rede dat de raad
                    daarover bij het verlenen van de opdracht met de accountant afspraken maakt. Dit
                    is van belang voor o.a. de indemniteitsprocedure. Het is van belang hier te
                    benadrukken dat het bij de indemniteitsprocedure veelal niet gaat om
                    begrotingsonrechtmatigheid, maar om andere vormen van onrechtmatigheid.</al><tussenkop>Paragraaf 3 Minimumeisen accountantscontrole</tussenkop><al>In de accountantscontrole bestaan twee gangbare begrippen die de marge voor
                    controle en rapportering aangeven: de goedkeuringstolerantie en de
                    rapporteringstolerantie. Deze toleranties gelden zowel voor het getrouwe beeld
                    als voor de rechtmatigheid.</al><tussenkop>Goedkeuringstolerantie</tussenkop><al>Niet iedere fout of onzekerheid zal leiden tot een niet-goedkeurende
                    accountantsverklaring, alleen al omdat de accountant niet iedere afzonderlijke
                    financiële transactie controleert. Omdat de accountant niet alles controleert
                    moet hij bepaalde fouten- en onzekerheidsmarge hanteren. Deze marge wordt de
                    goedkeuringstolerantie genoemd. De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de
                    som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle aangeeft, die
                    in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de
                    jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers wordt beïnvloed.</al><al>Voor de goedkeuringstolerantie wordt onderscheid gemaakt tussen fouten en
                    onzekerheden. Een fout in de jaarrekening kan bijvoorbeeld ontstaan doordat
                    jaarrekeningposten onvolledig zijn opgenomen. Een onzekerheid in de controle kan
                    bijvoorbeeld ontstaan door gebreken in de interne controle, waardoor het
                    achteraf niet meer vast te stellen is of bijvoorbeeld een bepaalde uitgave
                    rechtmatig heeft plaatsgevonden of bepaalde baten volledig zijn
                    verantwoord.</al><al>De goedkeuringstolerantie wordt berekend als een percentage van de totale lasten
                    van de gemeente. </al><al>De percentages zijn voorgeschreven in het Besluit accountantscontrole
                    gemeenten</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="28*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="21*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Soorten accountantsverklaring</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>goedkeurend</al></entry><entry colname="col3"><al>met beperking</al></entry><entry colname="col4"><al>Oordeel-onthouding</al></entry><entry colname="col5"><al>afkeurend</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Fouten in de jaarrekening (% van lasten)</al></entry><entry colname="col2"><al>≤ 1 %</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 1 % &lt; 3 %</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>≥ 3%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onzekerheden in de controle (% van lasten)</al></entry><entry colname="col2"><al>≤ 3 %</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 3 % &lt; 10 %</al></entry><entry colname="col4"><al>≥ 10 %</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>NB. Naast deze kwantitatieve benadering zal de accountant
                                        ook altijd nog een kwalitatieve beoordeling hanteren, het
                                        zogenoemde professional judgement speelt ook nog mee.</al><al>NB. De weging van fouten en onzekerheden maakt ook onderdeel
                                        uit van het professional judgement.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Rapporteringstolerantie</tussenkop><al>In de Gemeentewet staat dat de accountant behalve de accountantsverklaring ook
                    een verslag van bevindingen opstelt. In dit verslag moet de accountant onder
                    meer fouten in de jaarrekening en onzekerheden in de controle opnemen die geen
                    invloed hebben op de strekking van de accountantsverklaring, maar die wel van
                    zodanig belang zijn dat deze aan de raad moeten worden gerapporteerd.</al><tussenkop>Paragraaf 4 Keuzemogelijkheden van de raad</tussenkop><al>De minimumeisen die aan de accountantsverklaring worden gesteld, hebben te maken
                    met de goedkeuringstoleranties en de rapporteringstoleranties. De
                    keuzemogelijkheden van de raad hebben dan ook betrekking op deze twee
                    toleranties.</al><tussenkop>Goedkeuringstolerantie</tussenkop><al>De bovengrenzen van de goedkeuringstoleranties zijn 1% voor de fouten in de
                    jaarrekening en 3% voor onzekerheden in de controle. De raad kan deze
                    percentages echter aanscherpen, dat wil zeggen op een lager percentage dan 1 of
                    3% vaststellen. </al><tussenkop>Rapporteringstolerantie</tussenkop><al>De raad heeft als opdrachtgever de mogelijkheid om voor delen van de
                    jaarrekening met de accountant lagere rapporteringstoleranties overeen te komen.
                    Politiek gevoelige artikelen of risicovolle projecten van de gemeente komen
                    daarvoor bijvoorbeeld in aanmerking.</al><al>Zoals gezegd zijn de rapporteringstoleranties bepalend voor het opnemen van
                    bevindingen in het verslag van bevindingen door de accountant. De raad kan
                    hogere eisen aan de rapporteringstoleranties stellen, dus strengere normen
                    stellen. Daarmee bepaalt de raad dat over bepaalde onderwerpen eerder elementen
                    van onrechtmatigheden in het verslag van bevindingen worden opgenomen, zonder
                    dat die onderwerpen direct leiden tot een niet-goedkeurende verklaring (redenen
                    van een niet-goedkeurende verklaring moeten in ieder geval worden opgenomen in
                    het verslag van bevindingen).</al><al>Als de raad niet zelf bepaalt welke bedragen voor de rapporteringstoleranties
                    gehanteerd moeten worden, dan zijn de bedragen van de rapporteringstoleranties
                    gelijk aan de bedragen die voortvloeien uit de goedkeuringstoleranties. Een
                    aanvullende opdrachtverlening aan de accountant is dan niet nodig.</al><al>Het is, zeker in een duaal stelsel, essentieel dat de raad een afweging maakt
                    over de rapporteringtoleranties van bepaalde programma's of delen van de
                    organisatie. Immers, de raad heeft de verantwoordelijkheid om de activiteiten
                    binnen de gemeente en de jaarrekening van de gemeente te analyseren en
                    afwegingen te maken over de gewenste (specifieke) informatie die van de
                    accountant wordt verlangd. Daarbij moet worden opgemerkt dat een afgesproken
                    lagere rapporteringstolerantie (feitelijk een strengere norm) in het algemeen
                    meer controle-inspanningen vergt en daarmee kan leiden tot hogere
                    controlekosten. Als de raad hiertoe besluit, kan de verordening op dit punt
                    worden aangepast.</al><tussenkop>Paragraaf 5 De opdracht aan de accountant</tussenkop><al>Als de raad kiest voor (een) afwijkende goedkeuringstolerantie(s) of voor
                    specifieke rapporteringstoleranties, is het belangrijk dat dit expliciet en
                    gemotiveerd zichtbaar in de opdracht aan de accountant staat.</al><al>In de opdracht aan de accountant moet de raad dan ook aandacht schenken aan de
                    goedkeuringstoleranties en de bedragen voor rapportering in het verslag van
                    bevindingen van de accountant. In principe is het mogelijk - en verdient het
                    zelfs de voorkeur - dat de raad ieder jaar overweegt of hij de opdracht aan de
                    accountant wil wijzigen. Dit hoeft geen bijzonder tijdrovende zaak te zijn. Het
                    kan bijvoorbeeld voldoende zijn te kijken of er onderdelen zijn waarvan het
                    wenselijk is dat die extra gecontroleerd worden en waar vervolgens over wordt
                    gerapporteerd in het verslag van bevindingen.</al><al>De opdracht aan de accountant staat los van de regels in de controleverordening.
                    De opdracht is namelijk een privaatrechtelijke overeenkomst. De verordening
                    artikel 213 behelst publiek recht en bevat regels, die de raad stelt voor het
                    college. In de verordening artikel 213 kan de raad regels neerleggen voor de
                    verplichtingen die het college heeft jegens de accountant tijdens de
                    accountantscontrole en over de verplichtingen die het college heeft jegens de
                    raad inzake de accountantscontrole. Daarnaast kan de raad in de verordening
                    gedragsregels voor zichzelf opnemen, zodat de verordening zekerheid voor het
                    college schept over datgene wat het van de raad mag verwachten.</al><al>De overeenkomst met de accountant wordt in principe voor meerdere jaren
                    aangegaan. In 2006 heeft de raad na een offertetraject waarbij drie partijen
                    zijn beoordeeld, de controle op te dragen aan Deloitte Accountants.</al><al>De raad kan ook de accountant verzoeken om een management letter met bevindingen
                    en aanbevelingen, ongeacht de strekking van de accountantsverklaring. De
                    accountant kan hierin voorzien uit hoofde van zijn natuurlijke adviesfunctie.
                    Hiermee worden advies en aanbevelingen bedoeld die direct voortkomen uit zijn
                    controlewerkzaamheden. De raad kan naar aanleiding van het uitkomsten van de
                    managementletter het college verzoeken aan te geven hoe met de bevindingen en
                    aanbevelingen wordt omgegaan.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting Verordening 213
                    Gemeentewet</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole</tussenkop><al>Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het college verantwoording afleggen aan
                    de raad over het gevoerde bestuur door overlegging van de jaarrekening en het
                    jaarverslag (artikel 197, lid 1 Gemeentewet). Voor het overleggen van deze
                    stukken aan de raad moeten de jaarrekening door een bevoegd accountant zijn
                    gecontroleerd (artikel 197, lid 2 Gemeentewet). De accountant controleert de
                    jaarrekening in opdracht van de raad. Het is dan ook de raad, die de accountant
                    aanwijst (artikel 213, lid 2 Gemeentewet). De raad is echter niet het
                    bestuursorgaan, dat de overeenkomst met de accountant ondertekent. Het is de
                    burgemeester, die de overeenkomst voor de accountantscontrole met de accountant
                    moet sluiten. De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte,
                    luidt het eerste lid van artikel 171 Gemeentewet.</al><al>Artikel 2 van de verordening regelt de opdrachtverlening van de
                    accountantscontrole van de gemeentelijke jaarrekening. Het eerste lid legt de
                    periode van de verbintenis met de accountant voor de controle van de
                    jaarrekening vast. In 2005 was besloten de termijn van de verbintenis te
                    beperken tot 1 jaar om zodoende een offertetraject in te kunnen gaan voor het
                    kiezen van een nieuwe accountant. Na beoordeling van een drietal partijen is in
                    2006 gekozen om door te gaan met Deloitte. Nu wordt voorgesteld op de termijn
                    van het aangaan van de verbintenis met de accountant opnieuw te stellen op 4
                    jaar. Hiermee zal de controle voor de jaren 2006 tot en met 2009 door Deloitte
                    Accountants gebeuren.</al><al>Het tweede lid regelt dat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering van
                    de aanbesteding van de accountantscontrole van de jaarrekening. De periode van
                    de verbintenis met de accountant uit het eerste lid impliceert niet dat daarna
                    van accountant wordt gewisseld. De accountant maakt bij de nieuwe aanbesteding
                    wederom kans op de opdracht. Een raad die per periode wil wisselen van
                    controlerend accountant zal hierbij met de aanbesteding rekening moeten houden,
                    door de controlerend accountant van de afgelopen periode uit te sluiten.</al><al>Voor de accountantscontrole geldt het Besluit accountantscontrole gemeenten dat
                    krachtens het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet door de minister is
                    vastgesteld. Het Besluit accountantscontrole gemeenten bevat onder andere regels
                    voor de omvangsbases en goedkeuringstoleranties voor de accountantsverklaring en
                    de rapporteringstoleranties voor het verslag van bevindingen.</al><al>Voor de begrippen goedkeuringstolerantie en rapporteringstolerantie en de
                    mogelijkheden die de raad daarmee heeft wordt hier verwezen naar het onderdeel
                    Inleiding in dit hoofdstuk. In het derde lid van artikel 2 wordt invulling
                    gegeven aan het gebruik van de mogelijkheden van de raad met betrekking tot de
                    nadere bepaling van de toleranties. Ze moeten al bij de aanbesteding van de
                    accountantscontrole worden bepaald en zodoende worden opgenomen in het programma
                    van eisen. Een aanscherping van de eisen door de raad zal in veel gevallen
                    leiden tot een hogere prijsstelling door de accountant(s). Daarnaast zijn onder
                    dit lid aanvullende zaken opgenomen over eisen die de raad kan stellen aan de
                    werkzaamheden van de accountant, zoals aanvullende inrichtingseisen voor het
                    verslag van bevindingen en aanvullende extra rapportages en controles.</al><al>Mogelijk zal de raad de onderdelen van de jaarrekening en gemeentelijke
                    organisatieonderdelen jaar op jaar willen vaststellen. Dit daar de raad dan
                    rekening kan houden met gewijzigde politieke omstandigheden. Hierin voorziet het
                    vierde lid van artikel 2. Het is raadzaam om ook hierover bepalingen in het
                    programma van eisen bij de aanbesteding en opdrachtverlening op te nemen.</al><al>Bij een eventuele gezamenlijke regionale aanbesteding kan het bedrag dat is
                    gemoeid met de accountantscontrole van de jaarrekening zo hoog zijn, dat de
                    accountantscontrole Europees moet worden aanbesteed. Dit hangt natuurlijk ook af
                    van de contractsduur, die met de accountant wordt aangegaan. Bij een langere
                    contractsduur zal de prijs van het contract eveneens hoger zijn. Bij Europese
                    aanbesteding zijn het de selectiecriteria en de bijbehorende wegingsfactoren,
                    die uiteindelijk de selectie van de accountant voor de controle van jaarrekening
                    bepalen. De raad is het bestuursorgaan, dat de accountant aanwijst en dat dus de
                    selectiecriteria en de bijbehorende wegingsfactoren moet vaststellen. Dit wordt
                    geregeld in het vijfde lid van artikel 2.</al><tussenkop>Artikel 3. Informatieverstrekking door
                    college</tussenkop><al>In de nieuwe gedualiseerde verhoudingen is het college verantwoordelijk voor de
                    samenstelling van de jaarrekening en het jaarverslag. Artikel 3 van de
                    verordening regelt de verplichtingen van het college voor de verstrekking van de
                    achterliggende informatie aan de accountant.</al><al>Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek naar de
                    achterliggende bescheiden. Het tweede lid draagt aan het college op deze
                    achterliggende bescheiden goed toegankelijk ter inzage aan de accountant
                    beschikbaar te stellen.</al><al>Het derde lid is een optioneel lid. Het verplicht het college een verklaring af
                    te geven aan de accountant, waarin het college verklaart geen informatie die van
                    belang is voor de beoordeling van de jaarrekening, te hebben achtergehouden. De
                    verklaring wordt ook wel een LOR (Letter Of Representation) genoemd. Hoewel het
                    een algemeen gebruik is, is het geen wettelijke verplichting, dat het college
                    een dergelijke verklaring verstrekt. In Korendijk wordt jaarlijks een dergelijke
                    verklaring afgegeven door het college.</al><al>In het vierde lid wordt een uiterlijke datum aan het college gesteld voor de
                    overlegging van de gecontroleerde jaarrekening aan de raad. De jaarrekening moet
                    namelijk binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval voor 15 juli
                    worden toegezonden aan gedeputeerde staten (artikel 200 Gemeentewet). Voor deze
                    datum, 1 juli, moet de jaarrekening door de raad zijn behandelt en moet een
                    eventuele erop volgende indemniteitsprocedure (artikel 198 Gemeentewet) zijn
                    doorlopen en de jaarrekening wel of niet zijn vastgesteld.</al><al>De accountant verzendt de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen
                    rechtstreeks aan de raad. Het tweede lid van artikel 197 Gemeentewet bepaalt
                    echter, dat het college bij de overlegging van de jaarrekening en het
                    jaarverslag aan de raad daarbij moet toevoegen de accountantsverklaring en het
                    verslag van bevindingen.</al><al>Het vijfde lid van het artikel gebiedt het college alle informatie die van
                    invloed is op het beeld van de jaarrekening en pas na de afgifte van de
                    accountantsverklaring, maar voor de vaststelling van de jaarrekening door de
                    raad aan het college bekend is geworden, terstond te melden aan de raad en de
                    accountant. Het sluit verrassingen tijdens de raadsbehandeling uit.</al><tussenkop>Artikel 4. Inrichting accountantscontrole</tussenkop><al>Artikel 4 van de verordening regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de
                    accountant en het college ten aanzien van de inrichting van de
                    accountantscontrole. De accountant is leidend ten aanzien van de inrichting van
                    de accountantscontrole. Hij mag zelfs onaangekondigd controles uitvoeren. Het
                    college is hierin volgend. Wel moet er ter bevordering van een soepele
                    accountantscontrole periodiek overleg worden gevoerd tussen de accountant en de
                    verschillende vertegenwoordigers van de gemeente. Ook is uitwisseling van
                    informatie gewenst over specifieke aandachtsgebieden bij de
                    accountantscontrole.</al><tussenkop>Artikel 5. Toegang tot informatie</tussenkop><al>In het vorige artikel is opgenomen dat de accountant leidend is voor wat betreft
                    de inrichting van de accountantscontrole. Om een goede controle uit te voeren
                    moet hij echter ook onbelemmerd onderzoek kunnen doen. Artikel 5 van de
                    verordening kent de bevoegdheid om onbelemmerd onderzoek te doen toe aan de
                    accountant. Dit natuurlijk met in achtneming van de afspraken met de raad, zoals
                    neergelegd in het programma van eisen bij de aanbesteding. Het artikel legt aan
                    het college de plicht op om er voor te zorgen, dat de accountant een
                    onbelemmerde toegang heeft tot alle burelen van de gemeente en de ambtenaren van
                    de gemeente volledig meewerken aan de accountantscontrole.</al><tussenkop>Artikel 6. Overige controles en opdrachten</tussenkop><al>Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen de
                    gemeente die de inzet van een accountant (kunnen) vereisen. Zo eisen ministeries
                    voor de verantwoording over de uitvoering van de medebewindstaken door gemeenten
                    (specifieke uitkeringen) vaak een aparte accountantsverklaring. De aanwijzing
                    van de accountant voor onder andere dit soort accountantscontroles is een
                    bevoegdheid van het college. Ook kan het college besluiten om
                    advieswerkzaamheden uit te besteden aan de door de raad benoemde accountant. Het
                    betreft hier vanzelfsprekend advieswerkzaamheden die samenhangen met de
                    natuurlijke adviesfunctie van de accountant die de onafhankelijkheid van de
                    accountant niet in gevaar brengen.</al><al>Het eerste lid van artikel 6 van de verordening regelt hoe het college moet
                    omgaan met de uitbesteding van "advieswerkzaamheden" zoals de verbetering van de
                    administratieve organisatie, aan de door de raad benoemde accountant. Door deze
                    werkzaamheden te gunnen aan de door de raad benoemde accountant kan de
                    onafhankelijkheid en daarmee de integriteit van de accountant ten aanzien van
                    zijn controlewerkzaamheden voor de raad in het geding komen. Op de loer liggende
                    belangenverstrengeling tussen college en accountant kan mogelijk een weerslag
                    hebben op de kwaliteit van de controle van de jaarrekening. Hetzelfde geldt voor
                    die gevallen waarbij de accountant bij de accountantscontrole zijn eigen werk
                    moet controleren. Het lid bepaalt, dat het college voor advieswerkzaamheden,
                    zoals bijvoorbeeld op het gebied van de bestuurlijke informatieverzorging of de
                    rechtmatigheid, de door de raad benoemde accountant kan inschakelen. Indien het
                    college dit voornemen heeft, dient hij de raad hier vooraf over te informeren.
                    Dit biedt de raad de mogelijkheid om over de desbetreffende uitbesteding van
                    werkzaamheden zijn oordeel te vormen en zijn bedenkingen aan het college kenbaar
                    te maken. </al><al>Het tweede en het derde lid regelen, dat het college voor de overige
                    controlewerkzaamheden in het algemeen de door de raad benoemde accountant
                    inschakelt. Het college mag hiervan afwijken indien dit in het belang van de
                    gemeente is. De accountant die de jaarrekening controleert, is vaak beter bekend
                    met de gemeentelijke administraties. Daarbij kunnen controles van de
                    jaarrekening en controles van medebewindstaken tegelijkertijd door één
                    accountant worden uitgevoerd (single audit). Dit levert een aanzienlijke
                    besparing op. In bepaalde gevallen is inschakeling van een andere accountant
                    raadzaam en soms zelfs onoverkomelijk. De reden hiervoor kan van prijstechnische
                    aard zijn, maar ook van bijvoorbeeld organisatorische aard (zo kunnen de
                    controlewerkzaamheden gemeenschappelijke activiteiten met een andere gemeente
                    betreffen en de accountantscontrole hiervan door de accountant van de andere
                    gemeente worden uitgevoerd). De verordening regelt dat het college in deze
                    gevallen vrij is in de keuze van de accountant.</al><tussenkop>Artikel 7. Rapportering</tussenkop><al>Het derde en vierde lid van artikel 213 Gemeentewet regelt de rapportering en de
                    inhoud daarvan van de accountant aan de raad en het college. Aanvullend daarop
                    kan de raad in zijn programma van eisen bij de aanbesteding aanvullende
                    inhoudelijke eisen stellen, maar ook aanvullende rapporteringen van de
                    accountant verlangen (artikel 2, lid 3, letters c &amp; e van deze verordening).
                    Artikel 7 regelt aanvullende zaken aangaande de rapportering op grond van de
                    door de accountant uitgevoerde controles. Zaken die dan natuurlijk wel in het
                    programma van eisen bij de aanbesteding moeten worden geregeld.</al><al>Naast de uiteindelijke eindcontrole van de jaarrekening verricht de accountant
                    meestal meerdere controles. Dit kunnen door de raad in het programma van eisen
                    van de aanbesteding opgenomen tussentijdse controles (interim-controles) zijn.
                    Het eerste lid van artikel 7 regelt, dat het college in elk geval bij
                    geconstateerde afwijkingen door de accountant die leiden tot het niet afgeven
                    van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening, een afschrift krijgt van de
                    schriftelijke mededeling hierover aan de raad. Dit opdat het college (in overleg
                    met de raad en de accountant) mogelijk nog tijdig maatregelen tot herstel kan
                    treffen.</al><al>Het tweede lid van artikel 7 regelt, dat het management een rapportage krijgt
                    van de door de accountant uitgevoerde controles. In deze rapportage worden
                    kleine afwijkingen en tekortkomingen die niet leiden tot het niet afgeven van
                    een goedkeurende verklaring en niet van bestuurlijk belang zijn, aan het
                    management meegedeeld. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld opmerkingen over
                    (kleine) rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in de administratieve
                    organisatie, welke eenvoudig in onderling overleg met het management van de
                    gemeente kunnen worden opgelost. Het management kan op grond van de rapportage
                    actie ondernemen voor herstel van de afwijkingen en onvolkomenheden.</al><al>Voorts is in het artikel een lid opgenomen voor de procedure van hoor en
                    wederhoor. De constateringen in het verslag van bevindingen worden voorafgaand
                    aan verzending van de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen aan
                    de raad door de accountant besproken met het college. Het geeft het college de
                    mogelijkheid kanttekeningen te plaatsen bij de constateringen in het
                    (concept-)verslag van bevindingen.</al><al>Tot slot in het vierde lid van dit artikel opgenomen, dat de accountant zijn
                    verslag van bevindingen mondeling toelicht aan de auditcommissie. Indien gewenst
                    kan een toelichting worden gegeven aan de algemene raadscommissie en/of
                    gemeenteraad..</al><tussenkop>Artikel 8. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt in de plaats van de vorige verordening. De oude
                    verordening blijft dus nog van kracht op de jaarrekening van 2007. De nieuwe
                    verordening 213 Gemeentewet moet binnen twee weken na vaststelling door het
                    college naar gedeputeerde staten worden verzonden (artikel 214
                    Gemeentewet).</al><tussenkop>Artikel 9. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>