<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR371956_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Marum 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Marum</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">AchtDorpenNieuws, 9 juli 2015 en digitaal gemeenteblad 13 juli 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag gemeente Marum 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8, lid 1, aanhef en onderdeel a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet IOAW, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet IOAZ, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14.05.13</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Marum 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 13-3</al><al/><al>De raad van de gemeente Marum;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 juni 2015, nr.
                        15.05.13.;</al><al/><al>gezien het advies van de gezamenlijke Wmo-adviesraden van de
                        Westerkwartiergemeenten d.d. 29 april 2015; </al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de
                        Participatiewet, artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 35 van de Wet
                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                        zelfstandigen;</al><al/><al>besluit vast te stellen de </al><al><vet>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG PARTICIPATIEWET GEMEENTE MARUM
                            2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Uitvoering van deze verordening berust bij het bestuur van de
                            Intergemeentelijke Sociale Dienst Noordenkwartier (ISD).</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet, wordt ingediend middels een door het bestuur
                            vastgesteld formulier.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuur bepaalt of een persoon met voltijdse arbeid niet in
                                    staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar
                                    wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuur kan advies inwinnen over de verdiencapaciteit van de
                                    aanvrager.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel.</label><nr>4.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen.</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in
                            aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>De hoogte van de individuele studietoeslag wordt vastgesteld op het
                            bedrag dat aansluit bij het genoemde bedrag op grond van art. 31 lid 2
                            sub z van de Participatiewet.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt in één keer voor een gehele periode
                            uitbetaald.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            bestuur.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening individuele
                            studietoeslag gemeente Marum 2015.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare </ondertekening><ondertekening>vergadering van 1 juli 2015,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> ,griffier. </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al/><al>De Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                            Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het
                            bestuur de mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in
                            staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag
                            te verstrek-ken als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt
                            de positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover
                            werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra
                            steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de
                            drempel om te lenen een stuk hoger, omdat de kans op een baan later
                            lager is. Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten
                            om naar school te gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een
                            financiële compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak
                            moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK 2013-2014, 33
                            161, nr. 125, p. 2). </al><al/><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                            bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De
                            individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het
                            is een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is
                            vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><al/><divisie><kop><label/><nr/><titel>Verordeningsplicht</titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op
                            in een </al><al>verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                            studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8,
                            eerste lid, onderdeel c, van de Participatie-wet. De regels moeten in
                            ieder geval betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de
                            betaling van de individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de
                            Participatiewet). </al><al/></divisie><divisie><kop><label/><nr/><titel>Discretionaire bevoegdheid</titel></kop><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire
                            bevoegdheid </al><al>van het bestuur. Dit betekent dat het bestuur aan personen die voldoen
                            aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                            een individuele studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe niet is
                            gehouden. Het bestuur kan in beleidsregels aangeven of bepaalde groepen
                            niet in aanmerking komen voor een studietoeslag.</al><al/></divisie><divisie><kop><label/><nr/><titel>Voorwaarden individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                            arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a,
                            van de Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele
                            studietoeslag. </al><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel
                            over verzoek als aanvraag. Het bestuur kan op een dergelijk verzoek –
                            gelet op de individuele omstandigheden van een persoon - een individuele
                            studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum
                            van de aanvraag: </al><lijst><li nr="•"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="•"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                    grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                    onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="•"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34
                                    van de Participatie-wet heeft, en </al></li><li nr="•"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse
                                    arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                                    minimumloon, doch we mogelijkheden tot arbeids-participatie
                                    heeft. </al><al/><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook
                                    daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming moet
                                    ontvangen. Het recht op studiefinanciering bestaat, afhankelijk
                                    van iemands gekozen opleiding, leeftijd en inkomen. Of van dit
                                    recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet
                                    geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een
                                    individuele studie-toeslag op grond van de Participatiewet. Voor
                                    het recht op een individuele studietoeslag is het dan ook
                                    voldoende dat een persoon recht heeft op studiefinanciering of
                                    een tegemoet-koming. De persoon zal - als aanvrager van de
                                    toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op
                                    studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld
                                    door een beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving
                                    bij een bepaalde opleiding te overleggen. </al><al/><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet
                                    van toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag
                                    (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag
                                    moet bij voorkeur schriftelijk worden ingediend bij het bestuur.
                                    Een individuele studietoeslag kan niet als lening worden
                                    verstrekt als een persoon met de studietoeslag schulden wil
                                    aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk niet van
                                    toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede
                                    lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de
                                    Participatiewet is niet van toepassing op de individuele
                                    studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet).
                                    Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden
                                    verstrekt in de vorm van een voorschot. </al></li></lijst></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>ARTIKELSGEWIJZE</label><nr/><titel>TOELICHTING</titel></kop><al/><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Uitvoering van de verordening</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening is door de gemeenteraad opgedragen
                            aan het bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Noordenkwartier
                            (ISD).</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door
                            personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                            Participatiewet. Dit betreft personen die het bestuur ondersteunt bij
                            arbeidsinschakeling: </al><lijst><li nr="•"><al>personen die algemene bijstand ontvangen; </al></li><li nr="•"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen
                                    b en c, 35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid,
                                    onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar
                                    arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in
                                    dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste
                                    het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die
                                    twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is
                                    verleend; </al></li><li nr="•"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                    Participatiewet; </al></li><li nr="•"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                                    Algemene nabestaandenwet; </al></li><li nr="•"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    werkloze werknemers,; </al></li><li nr="•"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    gewezen zelfstandigen en niet-uitkeringsgerechtigden. </al><al/><al>Het bestuur kan aan deze personen, op een daartoe strekkend
                                    verzoek, een individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b,
                                    eerste lid, van de Participatiewet). Een persoon dient op datum
                                    van de aanvraag aan de voorwaarden te voldoen zoals genoemd in
                                    artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Onder aanvraag
                                    wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te
                                    nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient
                                    in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de
                                    Awb). </al><al/><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het
                                    verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de
                                    Participatiewet moet worden ingediend, bepaalt artikel 2 van
                                    deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een
                                    door het bestuur vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan
                                    gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de
                                    Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van
                                    de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de
                                    naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een
                                    aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2,
                                    eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens
                                    en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn
                                    en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen
                                    (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan
                                    hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om
                                    individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de
                                    Participatiewet. </al><al/></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Oordeel verdienen wettelijk minimumloon.</titel></kop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen
                            het bestuur </al><al>op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden,
                            een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een
                            persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="•"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="•"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                    grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                    onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="•"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34
                                    van de Participatie-wet heeft, en </al></li><li nr="•"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse
                                    arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                                    minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeids-participatie
                                    heeft. </al><al/><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium, de zgn.
                                    verdiencapaciteit, kan het bestuur advies inwinnen bij een
                                    externe deskundige, bijvoorbeeld het Uitvoeringsinstituut
                                    werknemersverzekeringen (UWV). Het gaat om advies over het
                                    oordeel of een persoon met voltijdse arbeid wel of niet in staat
                                    is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al><al/></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen.</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in
                            aanmerking komen voor een individuele toeslag. </al><al>Doorgaans kan een persoon halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor
                            de beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een
                            individuele studietoeslag wordt de situatie op de datum van de aanvraag
                            beoordeeld (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Om deze
                            reden is geregeld dat een persoon slechts eenmaal binnen een periode van
                            zes maanden in aanmerking kan komen voor een individuele
                            studietoeslag.</al><al>Studeert een persoon na die zes maanden nog steeds en voldoet hij aan de
                            voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, dan kan
                            hij opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag.</titel></kop><al>In artikel 5 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                            studietoeslag geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die
                            voldoet aan de voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag is
                            gelijk aan het bedrag als genoemd in art. 31 lid 2 sub z van de
                            Participatiewet. Dit is het maximum vrijlatingsbedrag van inkomsten uit
                            arbeid dat van toepassing is voor personen met een medische
                            urenbeperking. Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen
                            aan de voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij
                            afzonderlijk in aanmerking voor een individuele studietoeslag. Er is
                            gekozen voor dit bedrag omdat de doelgroep in de Participatiewet waar
                            dit vrijlatingsbedrag op van toepassing is in grote lijnen overeenkomt
                            met doelgroep als bedoeld in deze verordening. Beide doelgroepen zijn
                            niet in staat het minimumloon te verdienen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                            studietoeslag geregeld. Gekozen is voor een uitbetaling in één keer voor
                            een gehele periode. </al><al>Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de voorwaarden
                            in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op
                            enig moment na de aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen
                            gevolgen voor het recht op een individuele studietoeslag. Dit betekent
                            dat het dus kan voorkomen dat een persoon geen recht op
                            studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht heeft op uitbetaling
                            van een eerder toegekende individuele studietoeslag aangezien
                            uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag bepalend is. Na zes
                            maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele
                            studietoeslag. Dit volgt uit artikel 4 van deze verordening. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Dit artikel is bedoeld als een vangnetartikel. Waar de verordening
                            onvoldoende aansluit bij een bijzondere situatie uit de praktijk, kan
                            het bestuur een besluit nemen om daarin te voorzien. Dit kan in een
                            individueel geval zijn waarin de verordening niet voorziet.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2015. Vanaf die
                            datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet
                            de verordeningsopdracht voor de gemeente-raad neergelegd om regels in de
                            verordening vast te stellen over het verlenen van een individuele
                            studietoeslag. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd. </al><al/></divisie></nota-toelichting><bijlage/></regeling></body></cvdr>