<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR371859_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Staatscourant, 2015,
                19894</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-06-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Toetreding gemeente IJselstein; art. 2, 20, 23, 24, 28, 34, 35, 38, 42</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15cv.00163</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bunnik, De Bilt,
                        De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht,
                        Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vianen, Woerden, Wijk bij Duurstede en
                        Zeist;</al><al/><al>Gezien de toestemming van de onderscheiden gemeenteraden;</al><al/><al>Besluiten met het oog op de toetreding van de gemeente IJsselstein en ter
                        voldoening aan de per 1 januari 2015 inwerking getreden wijzigingen van de
                        Wet gemeenschappelijke regelingen vast te stellen de navolgende gewijzigde
                        gemeenschappelijke regeling “Omgevingsdienst regio Utrecht”, luidende:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>de Omgevingsdienst: het openbaar lichaam Omgevingsdienst regio
                                    Utrecht, ingesteld bij deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="·"><al>de regeling: deze gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst
                                    regio Utrecht;</al></li><li nr="·"><al>de gemeente(n): één of meer van de aan deze gemeenschappelijke
                                    regeling deelnemende gemeenten;</al></li><li nr="·"><al>omgeving: duurzaam leven, wonen en werken, waaronder in ieder
                                    geval ook wordt begrepen: milieu, en mogelijk ruimte,
                                    veiligheid, bouwen, archeologie, monumenten en natuur;</al></li><li nr="·"><al>de secretaris: de ambtelijk secretaris van het algemeen bestuur
                                    en het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst;</al></li><li nr="·"><al>de voorzittergemeente: de gemeente die de voorzitter
                                    levert;</al></li><li nr="·"><al>de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het openbaar lichaam</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een openbaar lichaam, welke rechtspersoonlijkheid bezit
                                    als bedoeld in artikel 8 lid 1 van de wet, genaamd
                                    Omgevingsdienst regio Utrecht.</al></li><li nr="2."><al>De Omgevingsdienst is gevestigd te Zeist.</al></li><li nr="3."><al>Voor de bevoegdheid tot uitvoering van haar nader in de regeling
                                    omschreven werkzaamheden, zullen de gemeenten aan de directeur
                                    van de Omgevingsdienst bij separaat besluit mandaat
                                    verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of andere
                                    regelgeving van overeenkomstige toepassing worden verklaard,
                                    dient in de plaats van gemeente, de raad, het college van
                                    burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester te
                                    worden gelezen: de Omgevingsdienst, zijn algemeen bestuur, zijn
                                    dagelijks bestuur respectievelijk zijn voorzitter.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Door de Omgevingsdienst te behartigen belangen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De Omgevingsdienst behartigt, met inachtneming van hetgeen
                                    hierover in de regeling is bepaald, de belangen van de gemeenten
                                    tezamen en van elke deelnemende gemeente afzonderlijk op het
                                    gebied van omgeving in de ruimste zin, voor zover de bevoegdheid
                                    daartoe de gemeente toekomt en aan de Omgevingsdienst
                                    gemandateerd is.</al></li><li nr="2."><al>De Omgevingsdienst draagt zorg voor een organisatie ter
                                    behartiging van de in lid 1 genoemde belangen en van de ter
                                    uitvoering daarvan opgedragen en overeengekomen taken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bestuurlijke organisatie</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Het algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Omgevingsdienst heeft een algemeen bestuur dat aan het hoofd
                                    van de Omgevingsdienst staat, bestaande uit de voorzitter en
                                    leden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten
                                    wijzen ieder uit hun midden één lid en één plaatsvervangend lid
                                    van het algemeen bestuur aan. De voorzittergemeente levert
                                    daarnaast nog de burgemeester of een andere wethouder als
                                    voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer
                                    deelnemende gemeenten kunnen gezamenlijk een lid van het
                                    algemeen bestuur aanwijzen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als leden bedoeld in lid 2 en lid 3 worden aangewezen leden van
                                    de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die
                                    bij voorkeur met zaken op het gebied van omgeving zijn belast.
                                </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als plaatsvervangend lid als bedoeld in lid 2 wijzen de colleges
                                    van burgemeester en wethouders van de gemeenten uit hun midden
                                    een ander dan het in lid 4 bedoeld lid aan. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van verhindering of ontstentenis van een lid, kan deze
                                    worden vervangen door zijn of haar plaatsvervanger of kan dit
                                    lid voorafgaande aan de vergadering van het algemeen bestuur aan
                                    een ander lid van het algemeen bestuur verzoeken hem of haar te
                                    vervangen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van het algemeen bestuur is gelijk aan die
                                    van de gemeenteraden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt in ieder geval
                                    zodra men ophoudt lid van het college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De (plaatsvervangende) leden van het algemeen bestuur kunnen te
                                    allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de
                                    voorzitter, alsmede de voorzitter van het college van
                                    burgemeester en wethouders dat hen heeft aangewezen, onverwijld
                                    schriftelijk op de hoogte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders van iedere gemeente
                                    kan het door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid tussentijds
                                    ontslag verlenen als het lid niet langer het vertrouwen van dit
                                    college geniet. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats binnen het algemeen bestuur
                                    openvalt, wijst het college van burgemeester en wethouders van
                                    de gemeente die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering,
                                    of indien dit niet mogelijk is, ten spoedigste daarna, een nieuw
                                    lid aan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders van de betrokken
                                    gemeente geeft van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend
                                    lid als bedoeld in lid 5 binnen twee weken schriftelijk kennis
                                    aan de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert eenmaal per kwartaal, tenzij het
                                    algemeen bestuur zelf anders bepaalt, en voorts zo dikwijls als
                                    de voorzitter dit nodig acht, dan wel hiertoe door ten minste
                                    een vijfde van het aantal leden een schriftelijk verzoek met
                                    opgave van redenen bij de voorzitter wordt ingediend. Het
                                    algemeen bestuur vergadert in ieder geval twee maal per
                                    jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 2 worden de deuren gesloten
                                    wanneer ten minste een vijfde van het aantal aanwezige leden
                                    daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het
                                    algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal
                                    worden vergaderd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering op grond
                                    van de belangen als bedoeld in artikel 10 Wet openbaarheid van
                                    bestuur omtrent het in die vergadering met gesloten deuren
                                    behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het
                                    algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze
                                    wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen
                                    die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht
                                    genomen, totdat het algemeen bestuur de bedoelde geheimhouding
                                    opheft. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan zich in de vergaderingen door adviseurs
                                    laten bijstaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan slechts vergaderen en besluiten nemen
                                    indien meer dan de helft van de leden van het algemeen bestuur
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het op grond van lid 1 vereiste aantal leden niet
                                    aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter opnieuw een
                                    vergadering beleggen, onder verwijzing naar dit artikel, waartoe
                                    minimaal 24 uur van tevoren wordt opgeroepen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering als bedoeld in lid 2 is het bepaalde in lid 1
                                    niet van toepassing, met dien verstande dat het algemeen bestuur
                                    over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste
                                    vergadering was belegd alleen kan beraadslagen en besluiten
                                    nemen indien meer dan de helft van de leden van het algemeen
                                    bestuur aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur hebben ieder één stem,
                                    behoudens ingeval een lid van het algemeen bestuur is aangewezen
                                    conform artikel 4 lid 3. Een lid, dat door twee of meer
                                    deelnemende gemeenten is aangewezen, heeft even zoveel stemmen
                                    als het aantal colleges van burgemeester en wethouders door wie
                                    hij of zij is aangewezen. De voorzitter heeft in de vergadering
                                    een raadgevende stem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen,
                                    tenzij in de regeling anders is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel
                                    staken, wordt het betrokken onderwerp aangehouden tot de
                                    eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. Indien de
                                    stemmen in de eerstvolgende vergadering wederom staken, wordt
                                    het voorstel geacht te zijn verworpen. Ingeval de stemmen bij
                                    herstemming over besluiten met betrekking tot de benoeming,
                                    voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist de
                                    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de notulen van de vergaderingen van het algemeen bestuur en
                                    in de besluiten en adviezen wordt ten aanzien van alle
                                    uitspraken zowel het gevoelen van de meerderheid als dat van de
                                    minderheid van de leden van het algemeen bestuur tot uitdrukking
                                    gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat ieder lid – met
                                    uitzondering van spoedeisende gevallen – ten minste 10 werkdagen
                                    voor de dag waarop het algemeen bestuur vergadert, schriftelijk
                                    wordt opgeroepen om bij deze vergadering aanwezig te zijn. In de
                                    oproepingsbrief worden plaats, datum en uur van de vergadering,
                                    alsmede een opgave van de te behandelen onderwerpen vermeld. Bij
                                    de oproepingsbrief worden zoveel mogelijk de stukken die op de
                                    te behandelen onderwerpen betrekking hebben gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op een vergadering als
                                    bedoeld in artikel 7 tweede lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>De stukken die van het algemeen bestuur uitgaan worden door de
                                secretaris en de voorzitter gezamenlijk ondertekend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van
                                orde vast. Dit reglement wordt overhandigd aan de leden van het
                                algemeen bestuur.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Omgevingsdienst heeft een dagelijks bestuur bestaande uit de
                                    voorzitter en daarnaast bestaande uit ten minste twee en ten
                                    hoogste vier leden waaronder een plaatsvervangend voorzitter.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden als bedoeld in lid 1 worden door en uit het algemeen
                                    bestuur aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt een portefeuilleverdeling vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van iedere
                                    zittingsperiode van het algemeen bestuur de leden van het
                                    dagelijks bestuur aan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop de
                                    zittingsperiode van het algemeen bestuur eindigt. Zij blijven
                                    indien en voor zover zij nog lid van het college van
                                    burgemeester en wethouders van de gemeente zijn, als lid van het
                                    dagelijks bestuur functioneren tot het moment waarop in hun
                                    opvolging is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van het dagelijks bestuur dat tussentijds ophoudt lid
                                    van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het
                                    dagelijks bestuur te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde zelf
                                    ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter
                                    onverwijld schriftelijk op de hoogte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur
                                    ontslaan als dit lid niet langer het vertrouwen van het algemeen
                                    bestuur geniet.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt,
                                    wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid
                                    aan. Indien het ontstaan van een vacature in het dagelijks
                                    bestuur gepaard gaat met het openvallen van een plaats in het
                                    algemeen bestuur, geschiedt de aanwijzing zo spoedig mogelijk
                                    nadat in de vacature binnen het algemeen bestuur is voorzien,
                                    maar in ieder geval binnen 6 weken na openvallen van de plaats
                                    in het dagelijks bestuur, tenzij de voorzitter een andere
                                    termijn vaststelt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter
                                        dit nodig oordeelt of (één van) de leden van het dagelijks
                                        bestuur dit schriftelijk, onder opgave van te behandelen
                                        onderwerpen, aan de voorzitter verzoeken.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 58, 59 en 60 lid 1 en lid 2 van de Gemeentewet
                                        zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter en elk lid hebben ieder één stem. </al></li><li nr="4."><al>De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met
                                        gesloten deuren gehouden, voor zover het dagelijks bestuur
                                        niet anders heeft bepaald.</al></li><li nr="5."><al>In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts
                                        worden beraadslaagd en besloten indien tenminste de helft
                                        van het aantal leden aanwezig is. Indien het vereiste aantal
                                        leden niet aanwezig is, belegt de voorzitter opnieuw een
                                        vergadering.</al></li><li nr="6."><al>Op de vergadering, bedoeld in lid 5, tweede volzin, is het
                                        bepaalde in lid 5 eerste volzin niet van toepassing, met
                                        dien verstande dat het dagelijks bestuur over andere
                                        aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was
                                        belegd alleen kan beraadslagen en besluiten, indien
                                        tenminste de helft van het aantal leden aanwezig is.</al></li><li nr="7."><al>Het dagelijks bestuur kan zich in de vergaderingen door
                                        adviseurs laten bijstaan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur hebben dezelfde
                                    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter wordt in de eerste vergadering van iedere
                                    zittingsperiode van het algemeen bestuur door en uit het
                                    algemeen bestuur aangewezen. De gemeente waarvan een lid in het
                                    Algemeen bestuur tot voorzitter is benoemd brengt in diens
                                    plaats een extra lid in het Algemeen bestuur in. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente die de voorzitter levert, is de
                                    voorzittergemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij
                                    vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. Deze wordt
                                    aangewezen tijdens de eerste vergadering van het algemeen
                                    bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter treedt af op de dag waarop de zittingsperiode
                                        van het algemeen bestuur eindigt. De voorzitter blijft
                                        indien en voor zover hij of zij nog lid van het college van
                                        burgemeester en wethouders van de betrokken deelnemende
                                        gemeente is, als voorzitter functioneren tot het moment
                                        waarop in zijn of haar opvolging is voorzien.</al></li><li nr="2."><al>Indien de voorzitter ophoudt lid van het algemeen bestuur te
                                        zijn, houdt hij of zij tevens op voorzitter te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslaan als hij of
                                        zij niet langer het vertrouwen van het algemeen bestuur
                                        geniet.</al></li><li nr="4."><al>Indien het voorzitterschap van de Omgevingsdienst
                                        tussentijds openvalt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig
                                        mogelijk een nieuwe voorzittergemeente c.q. voorzitter aan.
                                    </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>De secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur hebben een
                                        secretaris. Als secretaris treedt op de directeur van de
                                        Omgevingsdienst als genoemd in artikel 27 van deze regeling,
                                        of de door hem/haar aan te wijzen vervanger. </al></li><li nr="2."><al>De secretaris staat het algemeen bestuur en het dagelijks
                                        bestuur terzijde en is in beginsel bij de vergaderingen van
                                        het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris draagt onder andere zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het administratief voorbereiden, agenderen en
                                                notuleren van de vergaderingen van het algemeen
                                                bestuur en het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het coördineren en bewaken van en zorg dragen voor
                                                de voortgang van de besluitvorming van het algemeen
                                                bestuur en het dagelijks bestuur.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Aan de Omgevingsdienst overgedragen taken en bevoegdheden</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Taken van de Omgevingsdienst</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter behartiging van de belangen als vermeld in artikel 3,
                                    verricht de Omgevingsdienst uiteenlopende adviserende en
                                    uitvoerende taken op gebied van omgeving in de ruimste zin.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de in lid 1 behorende taken behoren:</al><lijst><li nr="a."><al>coördinerende, afstemmende en adviserende taken die voor
                                            de gemeenten tezamen worden verricht;</al></li><li nr="b."><al>de uitoefening van de bij of krachtens de milieu- en
                                            omgevingswetgeving gegeven bevoegdheden, een en ander
                                            per deelnemende gemeente nader uit te werken bij
                                            mandaatbesluit;</al></li><li nr="c."><al>het adviseren en bijstaan van de gemeenten bij de
                                            uitoefening van hun taken, bevoegdheden of werkzaamheden
                                            in het kader van omgeving;</al></li><li nr="d."><al>het waar mogelijk verwerven van ondersteunende subsidies
                                            voor de gemeentelijke taakuitvoering;</al></li><li nr="e."><al>het bieden van een platform voor overleg over
                                            ontwikkelingen op gebied van omgeving in de ruimste
                                            zin;</al></li><li nr="f."><al>het beheer van de organisatie als bedoeld in artikel 3
                                            lid 2.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In voorkomende gevallen verricht de Omgevingsdienst de in lid 1
                                    bedoelde taken voor andere organisaties dan de gemeenten, op
                                    grond van daartoe te sluiten overeenkomsten. Voor de uitvoering
                                    van de taken wordt, indien noodzakelijk, bij separaat besluit
                                    mandaat verleend aan de Omgevingsdienst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter uitvoering en nadere invulling van de in artikel 18
                                        bedoelde taken, maakt de Omgevingsdienst met iedere
                                        deelnemende gemeente bij overeenkomst schriftelijke
                                        werkafspraken die worden vastgelegd in
                                        dienstverleningsovereenkomsten. Voor de uitvoering van de
                                        taken wordt bij separaat besluit mandaat verleend aan de
                                        Omgevingsdienst.</al></li><li nr="2."><al>De dienstverleningsovereenkomsten worden gesloten voor
                                        onbepaalde tijd. </al></li><li nr="3."><al>Gedurende de looptijd van de overeenkomst kan de omvang van
                                        het door iedere deelnemende gemeente van de Omgevingsdienst
                                        af te nemen aantal uren onder bepaalde, bij overeenkomst
                                        nader vast te stellen voorwaarden, worden geactualiseerd.
                                        Ook kunnen tussentijds aanvullende taken en/of uren worden
                                        overeengekomen. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Mandaat van bevoegdheden aan de Omgevingsdienst</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de
                                overige toepasselijke wet- en regelgeving, gelden voor de opdracht
                                tot uitvoering van taken en bevoegdheden door de gemeenten aan de
                                Omgevingsdienst, anders dan de taken en bevoegdheden die reeds op
                                grond van artikel 18 door de Omgevingsdienst zullen worden
                                uitgevoerd respectievelijk uitgeoefend, de volgende
                                voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>Opdracht tot uitvoering van taken en bevoegdheden door de
                                        gemeenten dan wel een gemeente aan de Omgevingsdienst kan
                                        plaatsvinden op voorstel van het algemeen bestuur, het
                                        dagelijks bestuur of één of meer gemeenten.</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur voert daartoe overleg met de colleges
                                        van burgemeester en wethouders van de gemeenten en eventueel
                                        met andere daarvoor in aanmerking komende besturen,
                                        instellingen, diensten en personen.</al></li><li nr="c."><al>het dagelijks bestuur werkt de beoogde opdracht uit en legt
                                        die vast in een concept-besluit, voorzien van een financiële
                                        onderbouwing als bedoeld in de artikelen 30 en 31, en van
                                        een regeling van de inhoudelijke en personele gevolgen, ter
                                        vaststelling door het algemeen bestuur.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Taken, bevoegdheden en verantwoording Algemeen Bestuur, Dagelijks
                            Bestuur en voorzitter</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Het Algemeen Bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>Aan het algemeen bestuur komen alle taken en bevoegdheden toe die
                                aan de Omgevingsdienst bij of krachtens de regeling zijn opgedragen,
                                die niet bij of krachtens de regeling dan wel op grond van
                                toepasselijke wet- en regelgeving, aan het dagelijks bestuur of de
                                voorzitter, dan wel een commissie als bedoeld in artikel 26 zijn
                                opgedragen. Tot deze taken en bevoegdheden behoren in ieder
                                geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur;</al></li><li nr="b."><al>het houden van toezicht op het financiële beheer van de
                                        Omgevingsdienst;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen van een bedrijfsplan en beleidsplannen;</al></li><li nr="d."><al>het vaststellen van de begroting en de jaarstukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur geeft aan de raden van de gemeenten,
                                        indien daartoe door één of meer leden van deze raden wordt
                                        gevraagd, dan wel ongevraagd, alle inlichtingen die voor een
                                        juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur
                                        gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. In het reglement
                                        van orde van het algemeen bestuur wordt de wijze waarop de
                                        bedoelde inlichtingen worden verstrekt, geregeld.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid van het algemeen bestuur is aan het college en de
                                        raad van de eigen gemeente verplicht om alle door het
                                        betrokken college of de betrokken raad gewenste
                                        inlichtingen, die voor een juiste beoordeling van het door
                                        het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn, te
                                        verstrekken. De inlichtingen worden verstrekt op de in de
                                        betrokken deelnemende gemeente gebruikelijke wijze.</al></li><li nr="3."><al>Ieder lid van het algemeen bestuur is aan het college en de
                                        raad van de eigen gemeente verantwoording verschuldigd voor
                                        het door hem of haar in het algemeen bestuur van de
                                        Omgevingsdienst gevoerde beleid. Verantwoording wordt
                                        afgelegd op de in de betrokken deelnemende gemeente
                                        gebruikelijke wijze.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Het Dagelijks Bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het dagelijks bestuur komen de volgende taken en
                                    bevoegdheden toe:</al><lijst><li nr="a."><al>het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst, voor zover
                                            daarmee niet het algemeen bestuur op grond van de
                                            regeling dan wel bij of krachtens de toepasselijke wet-
                                            en regelgeving is belast;</al></li><li nr="b."><al>de voorbereiding van datgene waarover in de vergadering
                                            van het algemeen bestuur wordt beraadslaagd en
                                            besloten;</al></li><li nr="c."><al>de uitvoering van beslissingen van het algemeen
                                            bestuur;</al></li><li nr="d."><al>regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie
                                            van het openbaar lichaam;</al></li><li nr="e."><al>het beheer van de inkomsten en de uitgaven van de
                                            Omgevingsdienst;</al></li><li nr="f."><al>te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen
                                            van het openbaar lichaam, met uitzondering van
                                            privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in
                                            artikel 31a van de wet gemeenschappelijke
                                            regelingen;</al></li><li nr="g."><al>te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks
                                            bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen,
                                            bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te
                                            voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te
                                            verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit
                                            het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen
                                            anders beslist; </al></li><li nr="h."><al>de uitoefening van bevoegdheden van het algemeen
                                            bestuur, voor zover het algemeen bestuur daartoe besluit
                                            en onder door het algemeen bestuur vast te stellen
                                            regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het
                                    voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en
                                    doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van
                                    recht of bezit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur geeft aan de raden van de gemeenten,
                                        indien daartoe door een of meer leden van deze raden wordt
                                        gevraagd, dan wel ongevraagd, alle inlichtingen die voor een
                                        juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur
                                        gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. </al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur verstrekt het algemeen bestuur, indien
                                        daartoe door een of meer leden van het algemeen bestuur
                                        wordt gevraagd, dan wel ongevraagd, alle inlichtingen die
                                        het algemeen bestuur voor zijn taak nodig heeft, tenzij
                                        gewichtige redenen, zulks ter beoordeling van het dagelijks
                                        bestuur, zich hiertegen verzetten. Deze verplichting geldt
                                        eveneens voor de voorzitter en elk van de leden
                                        afzonderlijk.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur legt op verzoek van het algemeen
                                        bestuur verantwoording af voor het gevoerde dagelijks
                                        bestuur. Deze verplichting geldt eveneens voor de voorzitter
                                        en elk van de leden afzonderlijk. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de voorzitter komen de volgende taken en bevoegdheden
                                    toe:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergaderingen van het algemeen bestuur
                                            en het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de
                                            Omgevingsdienst. De voorzitter kan deze
                                            vertegenwoordiging opdragen aan een door haar/hem aan te
                                            wijzen persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de gemeente, waarvan de voorzitter lid is van het college
                                    van burgemeester en wethouders, partij is in een geding waarbij
                                    de Omgevingsdienst is betrokken, oefent een ander door het
                                    dagelijks bestuur aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur de
                                    in lid 1 onder b. bedoelde bevoegdheid uit.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Commissies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>Het algemeen bestuur kan met inachtneming van het daarover in de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen bepaalde, commissies van advies en
                            commissies die dienen ter behartiging van bepaalde belangen, instellen.
                        </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Personeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Omgevingsdienst heeft een directeur, die onder
                                verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur belast is met de
                                leiding van de Omgevingsdienst en met de zorg voor een juiste
                                taakvervulling door de Omgevingsdienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur legt de instructie van de directeur vast in een
                                Directiestatuut.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat op voordracht van
                                ten minste drie leden van het algemeen bestuur, de directeur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt bij schorsing en/of ontslag de
                                vervanging van de directeur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur stelt, na het Georganiseerd Overleg, een
                            rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregeling vast die op het personeel
                            van de Omgevingsdienst van toepassing is<cursief>. </cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanstelling of benoeming, schorsing en het ontslag van
                                    personeel dat in dienst is van de Omgevingsdienst geschiedt door
                                    het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur neemt daarbij de
                                    door het dagelijks bestuur vastgestelde rechtspositie- en
                                    arbeidsvoorwaardenregeling in acht. </al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde
                                    bevoegdheden opdragen aan de directeur.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Financiën</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Toedeling kosten Omgevingsdienst</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>Het algemeen bestuur kan met inachtneming van het bepaalde in de
                                artikelen 31 en 32, gehoord de raden van de gemeenten, nadere regels
                                vaststellen met betrekking tot de door de gemeenten te betalen
                                financiële bijdragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van de taken als bedoeld in artikel 18 worden, voor
                                    zover deze niet uit andere inkomsten worden bestreden, door de
                                    gemeenten voldaan op basis van een jaarlijks vastgesteld
                                    uurtarief, waarbinnen tariefdifferentiatie mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de kostentoerekening als bedoeld in lid 1 worden naast de
                                    directe uitvoeringskosten tevens de overheadkosten
                                    verdisconteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Omgevingsdienst kan ieder kwartaal voorschotnota’s indienen
                                    bij de gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien enig jaar een batig saldo oplevert wordt dit saldo
                                    toegevoegd aan het weerstandsvermogen van de Omgevingsdienst.
                                    Het weerstandsvermogen mag maximaal 10% van de jaaromzet
                                    bedragen. Voor zover het batig saldo van enig jaar zou leiden
                                    tot een weerstandsvermogen van meer dan 10% van de jaaromzet,
                                    wordt het saldo boven de 10 % gerestitueerd op basis van de in
                                    lid 3 opgenomen verdeelsleutel, tenzij een meerderheid van de
                                    gemeenten gemotiveerd instemt met een doelreservering van het
                                    batig saldo voor de Omgevingsdienst. Het algemeen bestuur stelt
                                    hiertoe een voorstel vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het
                                    weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te
                                    dekken, stelt het algemeen bestuur een plan vast dat is gericht
                                    op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatie-saldo,
                                    het algemeen bestuur bepaalt tevens of en zo ja, tot welk bedrag
                                    de gemeenten zullen bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo.
                                    Het bedoelde plan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de
                                    raden van de gemeenten gedurende een termijn van acht weken in
                                    de gelegenheid zijn gesteld om hun mening ten aanzien van het
                                    plan naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer het algemeen bestuur overeenkomstig het gestelde in het
                                    tweede lid een besluit heeft genomen omtrent het bijdragen door
                                    de gemeenten in het nadelig exploitatiesaldo, wordt het nadelig
                                    exploitatiesaldo door de gemeenten gedragen in verhouding tot
                                    het aantal uren, gebaseerd op de taken genoemd in artikel 18 lid
                                    2, dat door ieder afzonderlijke deelnemende gemeente wordt
                                    afgenomen van de Omgevingsdienst en zoals dit is vastgesteld in
                                    de schriftelijke afspraken als bedoeld in artikel 19.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat de
                                        Omgevingsdienst te allen tijde over voldoende middelen
                                        beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te
                                        kunnen voldoen.</al></li><li nr="2."><al>Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een gemeente
                                        weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het
                                        algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het
                                        verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en
                                        195 van de Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Begroting en jaarstukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar
                                    voorafgaande aan dat waarover de begroting dient, de algemene
                                    financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening
                                    aan de vertegenwoordigende organen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de begroting
                                    voor het eerstkomende begrotingsjaar vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de algemene financiële en
                                    beleidsmatige kaders (ontwerp-kadernota) en de
                                    ontwerp-begroting, voorzien van een gespecificeerde toelichting
                                    uiterlijk acht weken voor de voorgenomen datum van vaststelling
                                    toe aan de raden van de gemeenten en de leden van het algemeen
                                    bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raden van de gemeenten kunnen zowel omtrent de
                                    ontwerp-kadernota als omtrent de ontwerp-begroting bij het
                                    dagelijks bestuur hun zienswijze naar voren brengen. Het
                                    dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen
                                    zijn vervat bij de ontwerp-kadernota en de ontwerp-begroting
                                    zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur doet zo spoedig mogelijk mededeling aan de
                                    raden van de gemeenten van de vaststelling van de kadernota en
                                    de begroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen 14 dagen na
                                    vaststelling aan gedeputeerde staten van de provincie
                                    Utrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot wijziging van de begroting zijn de artikelen
                                    34 lid 2, 3 en 4 en 35 lid 1 en lid 2 van overeenkomstige
                                    toepassing, met uitzondering van de genoemde datum. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij besluit regels vast zoals bedoeld
                                    in artikel 212 en 213 Gemeentewet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Uiterlijk op 1 juli volgend op het jaar waarop het
                                        betrekking heeft stelt het algemeen bestuur de jaarstukken,
                                        zijnde de jaarrekening en jaarverslag, voorzien van een
                                        accountantsverklaring, hierna rekening te noemen, vast.
                                    </al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur zendt de rekening binnen 14 dagen na
                                        vaststelling aan de raden van de gemeenten.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur zendt de rekening binnen 14 dagen na
                                        vaststelling aan gedeputeerde staten van de provincie
                                        Utrecht.</al></li><li nr="4."><al>Artikel 199 Gemeentewet is van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toetreding tot de Omgevingsdienst is mogelijk nadat het college van
                                burgemeester en wethouders, na verkregen toestemming van de raad van
                                de toetredende gemeente daartoe heeft besloten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist over de toetreding als bedoeld in lid
                                1. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan daarbij voorwaarden verbinden aan de
                                toetreding. In dat geval komt de toetreding eerst tot stand nadat de
                                toetredende gemeente de voorwaarden schriftelijk heeft aanvaard.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toetreding gaat - nadat besluitvorming als bedoeld in artikel 39
                                heeft plaatsgevonden - in op een door het algemeen bestuur te
                                bepalen tijdstip.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een gemeente kan geheel of gedeeltelijk uit de Omgevingsdienst
                                treden indien het algemeen bestuur met de financiële en
                                organisatorische gevolgen van de uittreding instemt. Het algemeen
                                bestuur besluit daartoe met twee derde meerderheid van de stemmen.
                                De financiële gevolgen van de uittreding komen ten laste van de
                                uittredende gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van uittreding verplicht de gemeente zich om het personeel
                                over te nemen dat op grond van de regeling werkzaam is bij de
                                Omgevingsdienst ten behoeve van de uitvoering van de taken en
                                bevoegdheden voor deze betrokken gemeente. De gemeente kan met het
                                algemeen bestuur een afwijkende regeling overeenkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uittreding uit de Omgevingsdienst kan slechts plaatsvinden nadat
                                besluitvorming als bedoeld in artikel 39 heeft plaatsgevonden en met
                                ingang van 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het
                                algemeen bestuur heeft besloten met de uittreding in te
                                stemmen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na uittreding komt de overeenkomst als bedoeld in artikel 19 te
                                vervallen, tenzij anders wordt overeengekomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><al>De inhoud van de regeling kan worden gewijzigd indien ten minste twee
                            derde van de colleges van burgemeester en wethouders, na toestemming van
                            hun raad, van de gemeenten en het algemeen bestuur daartoe hebben
                            besloten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De Omgevingsdienst kan worden opgeheven indien ten minste twee
                                    derde van de colleges van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeenten daartoe besluiten. </al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur stelt, gehoord de raden van de gemeenten,
                                    een liquidatieplan vast. </al></li><li nr="3."><al>Het liquidatieplan als bedoeld in lid 2 voorziet in de
                                    verplichting van de gemeenten om alle rechten en verplichtingen
                                    van de Omgevingsdienst over de gemeenten te verdelen. In het
                                    liquidatieplan zal de wijze van verdeling bepaald worden.</al></li><li nr="4."><al>Het liquidatieplan als bedoeld in lid 2 omvat een sociaal plan
                                    en voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het
                                    personeel dat is aangesteld bij dan wel in dienst is van de
                                    Omgevingsdienst.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich zaken voordoen waarin de Gemeenschappelijke Regeling of
                                de reglementen van orde niet voorzien, treft het algemeen bestuur de
                                nodige voorzieningen. Het algemeen bestuur doet van deze
                                voorzieningen onverwijld mededeling aan de gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorziening als bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval getroffen
                                met betrekking tot de zorg van het dagelijks bestuur voor de
                                archiefbescheiden, zoals bedoeld in de Archiefwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Gemeenschappelijke Regeling is in werking getreden per 24 mei
                                2012. Deze wijziging treedt in werking op 1 juli 2015, of, indien
                                later, op de eerste dag na bekendmaking met inachtneming van het
                                daarover in de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalde. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Gemeenschappelijke Regeling geldt voor onbepaalde tijd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><al>Deze gemeenschappelijke regeling kan worden aangehaald als
                            “Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist draagt
                            zorg voor de in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen
                            voorgeschreven toezending van de regeling aan gedeputeerde staten van de
                            provincie Utrecht.</al><al/><al>Aldus besloten op</al><al/><al>21 april 2015 door burgemeester en wethouders van Bunnik gelet op de
                            daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen op 11 juni 2015 verkregen toestemming van de
                            gemeenteraad;</al><al>12 mei 2015 door burgemeester en wethouders van De Bilt gelet op de
                            daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen op 25 juni 2015 verkregen toestemming van de
                            gemeenteraad;</al><al>21 april 2015 door burgemeester en wethouders van De Ronde Venen gelet
                            op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen op 11 juni 2015 verkregen toestemming van
                            de gemeenteraad;</al><al>2 juni 2015 door burgemeester en wethouders van Montfoort gelet op de
                            daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen op 22 juni 2015 verkregen toestemming van de
                            gemeenteraad;</al><al>12 mei 2015 door burgemeester en wethouders van Oudewater gelet op de
                            daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen op 18 juni 2015 verkregen toestemming van de
                            gemeenteraad;</al><al>28 april 2015 door burgemeester en wethouders van Renswoude gelet op de
                            daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen op 30 juni 2015 verkregen toestemming van de
                            gemeenteraad;</al><al>12 mei 2015 door burgemeester en wethouders van Rhenen gelet op de
                            daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen op 30 juni 2015 verkregen toestemming van de
                            gemeenteraad;</al><al>12 mei 2015 door burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht gelet op
                            de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen op 30 juni 2015 verkregen toestemming van
                            de gemeenteraad;</al><al>12 mei 2015 door burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug
                            gelet op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen op 4 juni 2015 verkregen toestemming van
                            de gemeenteraad;</al><al>12 mei 2015 door burgemeester en wethouders van Veenendaal gelet op de
                            daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen op 25 juni 2015 verkregen toestemming van de
                            gemeenteraad;</al><al>1 juni 2015 door burgemeester en wethouders van Vianen gelet op de
                            daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen op 7 juli 2015 verkregen toestemming van de
                            gemeenteraad;</al><al>26 mei 2015 door burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede gelet
                            op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen op 23 juni 2015 verkregen toestemming van
                            de gemeenteraad;</al><al>12 mei 2015 door burgemeester en wethouders van Woerden gelet op de
                            daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen op 28 juni 2015 verkregen toestemming van de
                            gemeenteraad;</al><al>12 mei 2015 door burgemeester en wethouders van Zeist gelet op de
                            daartoe op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen op 9 juni 2015 verkregen toestemming van de
                            gemeenteraad.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>