<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR371854_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Participatieverordening gemeente Ferwerderadiel 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noardeast-Fryslân</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noardeast-Fryslân</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Participatieverordening gemeente Ferwerderadiel 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 108, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Particiaptiewet, art. 6, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Particiaptiewet, art. 8a, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Een nieuwe verordening (er was nog geen eerdere versie)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vastgesteld met het oog op de nieuwe Participatiewet die op 1 januari 2015 in werking is getreden en heeft betrekking op de re-integratietaak van de gemeente.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Participatieverordening gemeente Ferwerderadiel 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: colleges van burgemeester en wethouders van de
                                            gemeente Ferwerderadiel;</al></li><li nr="b."><al>doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid
                                            van de Participatiewet, met uitzondering van personen
                                            als bedoeld in artikel 7, derde lid van deze wet;</al></li><li nr="c."><al>doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in
                                            artikel 6, eerste lid, onderdeel e van de
                                            Participatiewet;</al></li><li nr="d."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="e."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="f."><al>klant: persoon die tot de doelgroep van deze verordening
                                            behoort;</al></li><li nr="g."><al>loonwaarde: loonwaarde als bedoeld in artikel 6, eerste
                                            lid, onderdeel g van de Participatiewet;</al></li><li nr="h."><al>nugger: niet-uitkeringsgerechtigde als bedoeld in
                                            artikel 6, eerste lid, onderdeel a van de
                                            Participatiewet, die niet of minder dan 12 uren per week
                                            werkt en meer dan 12 uren per week wil werken;</al></li><li nr="i."><al>ondersteuning: ondersteuning als bedoeld in artikel 7,
                                            eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de
                                            Participatiewet, inclusief het bepalen en aanbieden van
                                            door het college noodzakelijk geachte
                                            voorzieningen;</al></li><li nr="j."><al>participatie: alle activiteiten waaraan de klant in de
                                            samenleving deelneemt, onderverdeeld in arbeid,
                                            onderwijs en maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="k."><al>pva: plan van aanpak waarin de door het college voor een
                                            individuele klant noodzakelijk geachte ondersteuning,
                                            alsmede de voor deze klant geldende algemene en
                                            bijzondere verplichtingen zijn vastgelegd. </al></li><li nr="l."><al>Algemeen geaccepteerde arbeid: arbeid die algemeen
                                            maatschappelijk aanvaard is. Werkzaamheden die niet
                                            algemeen geaccepteerd zijn, zoals prostitutie, zijn
                                            hiermee uitgesloten. De arbeid die wordt aangeboden
                                            hoeft niet beperkt te blijven tot de arbeid die gangbaar
                                            is voor de betrokken persoon, omdat hij bijvoorbeeld die
                                            arbeid in het verleden heeft verricht en daarmee
                                            wellicht meer affiniteit heeft dan met de aangeboden
                                            arbeid.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Alle niet nader omschreven begrippen die in deze verordening
                                    worden gebruikt zoals zij zijn gedefinieerd in de Algemene wet
                                    bestuursrecht, de Participatiewet of overige in deze
                                    verorde-ning aangehaalde wetten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><al>Deze verordening richt zich op het bieden van ondersteuning aan klanten
                            die tot de doelgroep behoren bij het participeren op het voor de
                            individuele klant hoogst haalbare niveau, waarbij regulier werk
                            (algemeen geaccepteerde arbeid) prioritair is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt aan klanten ondersteuning bij participatie
                                    voor zover deze ondersteuning door het college noodzakelijk
                                    wordt geacht.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt een afweging van de individuele mogelijkheden
                                    en capaciteiten van een klant, teneinde de ondersteuning van
                                    klanten zodanig vorm te kunnen geven dat de beoogde mate van
                                    participatie zo doelmatig mogelijk wordt gerealiseerd. </al></li><li nr="3."><al>Bij de toepassing van het tweede lid besteedt het college in
                                    ieder geval aandacht aan de afstand tot de arbeidsmarkt en de
                                    wijze waarop rekening wordt gehouden met de zorgtaken, waaronder
                                    begrepen de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar
                                    en het noodzakelijkerwijs verrichten van mantelzorg.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan, bij het bepalen van de wijze waarop de
                                    ondersteuning wordt vormgegeven prioriteiten stellen in verband
                                    met de financiële mogelijkheden en maatschappelijke, economische
                                    en conjuncturele ontwikkelingen.</al></li><li nr="5."><al>In geval van een nugger kan het college:</al><lijst><li nr="a."><al>een eigen bijdrage instellen; of</al></li><li nr="b."><al>nadere voorwaarden vaststellen, waarbij een inkomens- of
                                            vermogensgrens kan worden gehanteerd; of</al></li><li nr="c."><al>zowel een eigen bijdrage instellen als nadere
                                            voorwaarden vaststellen, waarbij een inkomens- of
                                            vermogensgrens kan worden gehanteerd.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>PARTICIPATIE ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ondersteuning van klanten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet een klant een aanbod voor ondersteuning bij
                                    participatie dat in overeen-stemming is met de bepalingen van
                                    deze verordening en de op deze verordening gebaseerde
                                    beleidsregels.</al></li><li nr="2."><al>De componenten waaruit de ondersteuning bestaat worden nader
                                    uitgewerkt in een op de specifieke situatie van een klant
                                    toegespitst pva.</al></li><li nr="3."><al>In geval van klanten van 27 jaar of ouder, doch jonger dan de
                                    pensioengerechtigde leeftijd wordt het pva als bijlage
                                    toegevoegd aan de beschikking waarin het aanbod als bedoeld in
                                    het eerste lid van dit artikel wordt bekend gemaakt.</al></li><li nr="4."><al>In geval van klanten beneden de 27 jaar wordt het pva
                                    overeenkomstig artikel 44, vierde lid van de Participatiewet als
                                    bijlage toegevoegd aan de beschikking waarin het aanbod voor
                                    on-dersteuning als bedoeld in het eerste lid van dit artikel
                                    bekend wordt gemaakt.</al></li><li nr="5."><al>Een klant heeft geen recht op ondersteuning indien er een
                                    voorliggende voorziening voor-handen is welke naar het oordeel
                                    van het college voldoende bijdraagt aan het behalen van de voor
                                    de klant hoogst haalbare participatietrede.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan in beleidsregels vastleggen welke niet in deze
                                    verordening opgenomen voorzieningen het college kan
                                    aanbieden.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan de voorwaarden die gelden voor de in het zesde
                                    lid van dit artikel bedoelde voorzieningen vaststellen in
                                    beleidsregels.</al></li><li nr="8."><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die zijn
                                    verbonden aan de inkomens-voorziening waar een klant aanspraak
                                    op maakt, nadere verplichtingen verbinden aan een deze klant
                                    aangeboden voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Verplichtingen klant</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een klant die deelneemt aan een voorziening is gehouden
                                    tenminste te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit
                                    de inkomensvoorziening waar de klant aanspraak op maakt, alsmede
                                    aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden
                                    voorziening heeft verbonden.</al></li><li nr="2."><al>Indien een klant die deelneemt aan een voorziening niet voldoet
                                    aan de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid van dit
                                    artikel, kan het college de aangeboden voorziening
                                    beëindigen.</al></li><li nr="3."><al>Het college verlaagt de uitkering van de klant conform hetgeen
                                    hierover is bepaald in de Participatiewet of de
                                    Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeenten
                                    Dantumadiel, Dongeradeel, Kollumerland c.a. en Ferwerderadiel
                                    2015, indien de klant die deelneemt aan een voorziening niet
                                    voldoet aan de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid van
                                    dit artikel.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>BEPALINGEN MET BETREKKING TOT IN DE PARTICIPATIEWET OPGENOMEN
                            VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                                    loonkostensubsidie.</al></li><li nr="2."><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoon behoort tot de doelgroep zoals omschreven in
                                            artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                                            Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het
                                            wettelijk minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot
                                            arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde doelgroep loonkostensubsidie</titel></kop><al>Het college gebruikt de in beleidsregels nader te omschrijven wijze om
                            de loonwaarde van een persoon vast te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beschut werk</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een klant met een lichamelijke, verstandelijke of psychische
                                    beperking, dan wel een combinatie van genoemde beperkingen, die
                                    een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de
                                    werkplek vereist dat van een reguliere werkgever in redelijkheid
                                    niet mag worden verwacht dat hij deze klant in dienst neemt, kan
                                    door het college de participatievoorziening beschut werk als
                                    bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet worden
                                    aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt ter uitvoering van het eerste lid van dit
                                    artikel een voorselectie uit de groep klanten met een grote
                                    afstand tot de arbeidsmarkt.</al></li><li nr="3."><al>Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert het
                                    college overeenkomstig artikel 10b, tweede lid van de
                                    Participatiewet in verband met de beoordeling of een klant
                                    slechts mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie in een
                                    beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden.</al></li><li nr="4."><al>Het college biedt de volgende op arbeidsinschakeling gerichte
                                    voorzieningen aan om de in artikel 10b, eerste lid van de
                                    Participatiewet bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken:</al><lijst><li nr="a."><al>fysieke aanpassingen van de werkplek of de
                                            werkomgeving;</al></li><li nr="b."><al>uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van
                                            werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college legt vast hoeveel plekken voor beschut werk de
                                    gemeente beschikbaar stelt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De no-riskpolis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan werkgevers de kosten van een no-riskpolis
                                    vergoeden als:</al><lijst><li nr="a."><al>de werkgever voor ten minste de duur van zes maanden een
                                            arbeidsovereenkomst aangaat met een werknemer;</al></li><li nr="b."><al>de werknemer voorafgaande aan de aanvang van de arbeid
                                            behoort tot de doelgroep;</al></li><li nr="c."><al>de werknemer een structurele functionele of andere
                                            beperking heeft of de werkgever ten behoeve van de
                                            werknemer een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel
                                            10d van de wet ontvangt;</al></li><li nr="d."><al>artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is,
                                            en</al></li><li nr="e."><al>de werknemer zijn woonplaats heeft binnen de
                                            gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor vergoeding komt uitsluitend in aanmerking een no-riskpolis
                                    die ten hoogste vergoedt:</al><lijst><li nr="a."><al>het loon van de werknemer tot 120 procent van het
                                            minimumloon, en</al></li><li nr="b."><al>15 procent boven de dekking voor extra
                                            werkgeverslasten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Om de werkgever een no-riskpolis te kunnen verstrekken, sluit de
                                    gemeente een verzekering af met Centraal Beheer Achmea en treedt
                                    op als verzekeringnemer. De begunstigde is de werkgever.</al></li><li nr="4."><al>Het college verstrekt de no-riskpolis gerelateerd aan de duur
                                    van het dienstverband, tot een maximum van 12 maanden. Deze
                                    termijn kan nog eenmaal worden verlengd. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>INNOVATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Innovatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, als experiment in het kader van het onderzoeken
                                    en toepassen van mogelijkheden om de participatie te bevorderen,
                                    afwijken van het bepaalde in deze verordening en voor zover van
                                    toepassing, de Beleidsregels Participatie.</al></li><li nr="2."><al>De duur van een experiment als bedoeld in het eerste lid is ten
                                    hoogste twee jaar.</al></li><li nr="3."><al>Indien het experiment noodzaakt tot bijstelling van de
                                    Participatieverordening en de Beleidsregels Participatie, kan de
                                    periode zoals genoemd in het tweede lid worden verlengd tot aan
                                    het moment van inwerkingtreding van de bijstelling.</al></li><li nr="4."><al>Indien het college gebruik wil maken van de bevoegdheid als
                                    bedoeld in het eerste lid wordt dit voornemen voorgelegd aan de
                                    Cliëntenraad Werk en Inkomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor de uitvoering van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt voor de uitvoering van deze verordening
                                    beleidsregels vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, indien de toepassing van bepalingen in deze verordening
                            in de individuele situatie tot onbillijkheden van overwegende aard leidt
                            voor zover het de bevoegdheid betreft die voortvloeit uit deze
                            verordening, afwijken van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Participatieverordening
                            gemeente Ferwerderadiel 2015”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari
                            2015. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>ALDUS besloten in de openbare vergadering van de
                        raad van de gemeente Ferwerderadiel van 18 juni
                        2015.</ondertekening><ondertekening>,voorzitter. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>,griffier. </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de participatieverordening gemeenten Dantumadiel,
                                Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland c.a. 2015.</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al>De gemeente heeft in het kader van de Participatiewet een belangrijke
                            taak met <cursief>betrekking</cursief> tot het bieden van ondersteuning
                            bij participatie van personen die behoren tot de diverse in deze wet
                            opgenomen doelgroepen, waarbinnen weer een aantal subgroepen te
                            onderscheiden zijn (zie artikel 7, eerste lid, Participatiewet). De raad
                            dient in een verordening het gemeentelijk beleid ten aanzien van
                            voornoemde taak te bepalen. Verder dient in deze verordening ook de
                            aanspraak van klanten op ondersteuning bij participatie te worden
                            vastgelegd. Het bieden van ondersteuning bij participatie is maatwerk
                            omdat de vorm waarin zij geboden kan worden sterk afhankelijk is van de
                            mogelijkheden en beperkingen in het individuele geval. Het formuleren
                            van gedetailleerde regels die in elke denkbare situatie kunnen worden
                            toegepast is gelet op het voorgaande dan ook niet haalbaar. Deze
                            verordening is daarom zo algemeen mogelijk gehouden en is procedureel
                            van opzet. Zij bevat louter hetgeen op grond van de Participatiewet
                            vastgelegd moet worden. Dit biedt de gemeente de mogelijkheid om op
                            flexibele wijze en over meerdere jaren nadere invulling te geven aan een
                            adequate ondersteuning. Het college is bevoegd om in beleidsregels nader
                            uit te werken op welke manier een tot de doelgroep behorende persoon
                            ondersteuning bij participatie zal worden aangeboden. De procedurele
                            opzet van de verordening stelt het college tevens in staat om maatwerk
                            aan de klant te leveren.</al><al/><al>Binnen de dienstverlening aan personen die tot de doelgroep behoren
                            staat participatie centraal. De gemeente wil dat een zo groot mogelijke
                            groep van deze personen deelneemt aan de samenleving. Het liefst in de
                            vorm van betaalde arbeid, maar waar dat (nog) niet kan ook op andere
                            manieren. Bijvoorbeeld door het doen van vrijwilligerswerk. Indien
                            nodig, biedt de gemeente hen ondersteuning.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In dit artikel worden een aantal begrippen die in deze verordening
                            voorkomen gedefinieerd. Voor zover de begrippen niet worden omschreven,
                            wordt aansluiting gezocht bij de definities in de Algemene wet
                            bestuursrecht, de Participatiewet en de overige in deze verordening
                            aangehaalde wetten.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Toepassingsbereik </vet></al><al>In dit artikel wordt omschreven wat de raad wil bewerkstelligen met deze
                            verordening. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het
                            algemeen deel van deze toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Opdracht college</vet></al><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Het college draagt zorg voor de participatie van klanten. In dit artikel
                            wordt aangegeven waar het college rekening mee moet houden bij het geven
                            van ondersteuning. Behalve dat het college op grond van de
                            Participatiewet altijd verplicht is om iedere ondersteuning af te
                            stemmen op de klant wordt een en ander door middel van de in dit artikel
                            opgenomen criteria nogmaals gewaarborgd. </al><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>In het derde lid wordt aandacht besteed aan de aanwezigheid van
                            zorgtaken. Dit is een aspect waarvan de wetgever expliciet aangeeft dat
                            daar rekening mee moet worden gehouden. Het gaat daarbij niet alleen om
                            de zorgtaken die betrekking hebben op de zorg voor kinderen. Ook de
                            aanwezigheid van zorgtaken voor huisgenoten, familieleden of andere
                            personen, de zogenaamde mantelzorg, kan ertoe leiden dat personen soms
                            niet of in mindere mate beschikbaar zijn voor het verrichten van arbeid. </al><al><cursief>Vierde lid</cursief></al><al>In het vierde lid worden kaders aangegeven voor prioritering in de
                            aangeboden ondersteuning. </al><al/><al/><al><cursief>Zevende lid</cursief></al><al>Het zevende lid betreft de mogelijkheid tot het vragen van een eigen
                            bijdrage of het vaststellen van nadere voorwaarden heeft betrekking op
                            de doelgroep nietuitkerings-gerechtigden (nuggers). Van deze groep is
                            namelijk niet vanzelfsprekend dat zij op een laag inkomensniveau zitten.
                            Het vragen van een eigen bijdrage of het stellen van nadere voorwaarden
                            kan dan op zijn plaats zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Ondersteuning van klanten</vet></al><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>In artikel 10 van de Participatiewet is de aanspraak op ondersteuning
                            van klanten die behoren tot de doelgroep van deze verordening geregeld.
                            Aanspraak op ondersteuning betekent niet dat er een dergelijke klant
                            zonder meer recht heeft op ondersteuning. Het college doet namelijk geen
                            aanbod als zij dit niet noodzakelijk acht. </al><al><cursief>Tweede lid tot en met vierde lid</cursief></al><al>Alle klanten aan wie ondersteuning wordt aangeboden krijgen een plan van
                            aanpak dat is toegespitst op de individuele situatie van de klant. Een
                            plan van aanpak is wettelijk verplicht voor jongeren beneden de 27 jaar,
                            maar het wordt wenselijk geacht om een dergelijk plan ook op te stellen
                            in geval van klanten die 27 jaar of ouder zijn, maar jonger dan de
                            pensioengerechtigde leeftijd. In het plan van aanpak dient helder te
                            worden vastgelegd te leggen op welke manier de ondersteuning in een
                            individueel geval wordt vorm gegeven en welke verplichtingen daarmee
                            gepaard gaan. De klant committeert zich aan het plan, door het plan te
                            ondertekenen.</al><al>Het college begeleidt een klant bij de uitvoering van het plan van
                            aanpak. Dit plan van aanpak wordt door het college, in samenspraak met
                            de klant, periodiek geëvalueerd en, indien nodig, bijgesteld.</al><al><cursief>Vijfde lid</cursief></al><al>Het vijfde lid geeft dat een klant in geval van een toereikende
                            voorliggende voorziening geen recht heeft op ondersteuning door het
                            college.</al><al><cursief>Zesde, zevende en achtste lid</cursief></al><al>In deze leden worden bevoegdheden aan het college verstrekt om nader te
                            bepalen welke voorzieningen kunnen worden aangeboden. Tevens is het
                            college bevoegd om aan een dergelijke voorziening nadere verplichtingen
                            voor de klant te verbinden.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Verplichtingen klant</vet></al><al><cursief>Eerste en tweede lid</cursief></al><al>Deze leden hebben betrekking op de algemene verplichtingen die
                            voortvloeien uit bijvoorbeeld de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ en
                            de individuele verplichtingen die het college daarnaast kan aan een
                            voorziening kan verbinden. Indien deze verplichtingen niet of
                            onvoldoende worden nagekomen is het college bevoegd om de aangeboden
                            voorziening te beëindigen. </al><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>In het derde lid is vastgelegd dat indien een klant zich niet houdt aan
                            de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, hem een verlaging zal
                            worden opgelegd conform de artikelen in de Participatiewet of de
                            Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015. Het
                            voorgaande is alleen van toepassing indien de klant een uitkering
                            ontvangt op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ. </al><al/><al><vet>Artikel 6. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie
                                behoort</vet></al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt
                            vastgesteld of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort:
                            op schriftelijke aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is
                            alleen mogelijk bij: </al><lijst><li nr="•"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="•"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en
                                    c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna:
                                    WIA), artikel 35, vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en
                                    artikel 36, derde lid, onderdelen b en c, van de WIA tot het
                                    moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende
                                    twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en
                                    ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen
                                    loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                                    Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="•"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                    Participatiewet; </al></li><li nr="•"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    werkloze werknemers, en</al></li><li nr="•"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    gewezen zelfstandigen. </al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan
                                    college is om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep
                                    loonkostensubsidie behoort. Binnen de kaders van de wet is het
                                    aan de gemeente om vast te stellen op welke wijze zij bepalen of
                                    mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of
                                    loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstuk-ken II
                                    2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 62). </al><al>In het tweede lid is vastgelegd welke criteria daarbij in acht
                                    genomen worden. Deze cumula-tieve criteria zijn ontleend aan
                                    artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet.
                                    Daarin is immers wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie
                                    vastgelegd. </al><al/><al><vet>Artikel 7. Vaststelling loonwaarde doelgroep
                                        loonkostensubsidie</vet></al><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald
                                    dat als een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie
                                    en een werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan
                                    met die persoon, het college ambtshalve de loonwaarde van die
                                    persoon vaststelt. De hierbij te gebruiken loonwaardemethodiek
                                    wordt nader door het college in beleidsregels vast-gelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 8. Beschut werk</vet></al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Het college kan de voorziening beschut werk aanbieden aan een
                                    persoon uit de doelgroep die door een lichamelijke,
                                    verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van
                                    begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat
                                    niet van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden
                                    verwacht dat hij deze in dienst neemt.</al><al><cursief>Tweede en derde lid </cursief></al><al>Het tweede tot en met het vierde lid kunnen nader worden
                                    beschreven in vier stappen: </al><al><cursief>Stap 1: voorselectie </cursief></al><al>Ten behoeve van de participatievoorziening beschut werk voert de
                                    gemeente een voorselectie uit. Tijdens de voorselectie bepaalt
                                    het college welke mensen in aanmerking kunnen komen voor beschut
                                    werk, en op welk moment. In de verordening moet vastgelegd
                                    worden hoe zij deze voorselectie uitvoeren. Daarom is in het
                                    tweede lid bepaald dat het college uitsluitend personen met een
                                    grote afstand tot de arbeidsmarkt selecteert voor de beoordeling
                                    of zij uitsluitend in een beschutte omgeving mogelijkheden tot
                                    arbeidsparticipatie hebben. Voor dit criterium is gekozen omdat
                                    personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt veelal niet
                                    uitsluitend in een beschutte omgeving mogelijkheden tot
                                    arbeidsparticipatie hebben. Onder de personen met een grote
                                    afstand tot de arbeidsmarkt is het aannemelijk dat daartoe
                                    personen behoren die uitsluitend in een beschutte omgeving
                                    kunnen werken. </al><al>Het college kan ambtshalve vaststellen of een persoon
                                    uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste
                                    omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft
                                    (artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor is
                                    dus geen aanvraag van een persoon nodig. Het college maakt uit
                                    de personen uit de doelgroep een voorselectie. Het college kan
                                    een arbeidsdeskundige van NEF inschakelen in het kader van een
                                    voorselectie. Het college moet bij het Uitvoeringsinstituut
                                    werknemersverzekeringen advies inwinnen voor de beoordeling of
                                    de geselecteerde personen uitsluitend in een beschutte omgeving
                                    onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot
                                    arbeidsparticipatie hebben. </al><al><cursief>Stap 2: advies Uitvoeringsinstituut
                                        werknemersverzekeringen </cursief></al><al>Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert het
                                    college met betrekking tot het oordeel of een persoon tot de
                                    doelgroep beschut werk behoort. Het Uitvoeringsinstituut
                                    werk-nemersverzekeringen voert op basis van landelijke criteria
                                    een beoordeling uit (artikel 10b, tweede lid, van de
                                    Participatiewet). </al><al><cursief>Stap 3: besluit gemeente </cursief></al><al>Op basis van het advies van het Uitvoeringsinstituut
                                    werknemersverzekeringen beslist de gemeente of iemand tot de
                                    doelgroep 'beschut werk' behoort. Alleen als sprake is van een
                                    onzorgvuldige totstandkoming van het advies van het
                                    Uitvoeringsinstituut werknemersverze-keringen, kan de gemeente
                                    besluiten het advies niet te volgen.</al><al><cursief>Stap 4: dienstbetrekking 'beschut werk' </cursief></al><al>Nadat is vastgesteld dat iemand tot de doelgroep 'beschut werk'
                                    behoort, zorgt de gemeente ervoor dat deze persoon in een
                                    dienstbetrekking onder beschutte omstandigheden aan de slag gaat
                                    (artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet). Het kan dan
                                    gaan om een privaatrechte-lijke of een publiekrechtelijke
                                    dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f, van de
                                    Participatiewet). Hoe de dienstbetrekking wordt georganiseerd,
                                    behoort tot de beleidsvrijheid van gemeenten. Een
                                    dienstbetrekking kan bijvoorbeeld worden georganiseerd via een
                                    gemeentelijke dienst, NV, BV of stichting. Ook kunnen personen
                                    (via detachering) in een beschutte omgeving bij reguliere
                                    werkgevers werken.</al><al><cursief>Vierde lid</cursief></al><al>Naast het bepalen van wie in aanmerking kan komen voor beschut
                                    zijn in deze verordening vastgelegd welke voorzieningen voor
                                    arbeidsinschakeling ingezet worden om deze dienstbe-trekking
                                    mogelijk te maken. </al><al><cursief>Vijfde lid</cursief></al><al>Het college bepaalt de omvang van het aanbod beschut werk en
                                    legt vast hoeveel plekken voor beschut werk de gemeente
                                    beschikbaar stelt. Het aanbod is mede afhankelijk van het aantal
                                    geschikte en beschikbare plaatsen bij werkgevers. Daarom moet
                                    het college overleg voeren met partners om de omvang van het
                                    aanbod te kunnen bepalen.</al><al/><al><vet>Artikel 9. De no-riskpolis</vet></al><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>De no-riskpolis kan worden ingezet als ondersteuning bij de
                                    arbeidsinschakeling (artikel 8a, tweede lid, onderdeel b, van de
                                    Participatiewet). De no-riskpolis is een belangrijk instrument
                                    om aarzelingen bij werkgevers weg te nemen om mensen met
                                    arbeidsbeperkingen in dienst te nemen. De no-riskpolis zorgt
                                    ervoor dat de werkgever compensatie ontvangt voor de
                                    loonkos-ten, wanneer een werknemer met arbeidsbeperkingen ziek
                                    wordt. Een werkgever komt niet in aanmerking voor een no-risk
                                    polis als artikel 29b van de Ziektewet van toepassing is
                                    (artikel 8a, tweede lid, onderdeel b Participatiewet). </al><al>De no-riskpolis is een verzekering waarbij de werkgever bij
                                    ziekte van de werknemer die een structurele functionele of
                                    andere beperking heeft of ten behoeve van wie die werkgever een
                                    loonkostensubsidie in aanmerking komt voor de no-riskpolis. </al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>In het eerste lid is opgenomen wanneer een werkgever in
                                    aanmerking komt voor een no-riskpolis. Er is voor gekozen om de
                                    mogelijkheid tot inzet van een no-riskpolis te beperken voor
                                    arbeidsovereenkomsten die minimaal zes maanden duren.</al><al>Voorts is voor inzet van de no-riskpolis vereist dat de
                                    werknemer behoort tot de doelgroep (zie artikel 1 van deze
                                    verordening) en hij een structurele functionele of andere
                                    beperking heeft of ten behoeve van hem de werkgever een
                                    loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                                    Participatiewet ontvangt. Ook ligt voor de hand dat de werknemer
                                    zijn woonplaats moet hebben binnen de gemeente.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al> De no-riskpolis vergoedt: </al></li><li nr="•"><al>het loon van de werknemer tot 120 procent van het
                                    minimumloon;</al></li><li nr="•"><al>15 procent boven de dekking voor extra werkgeverslasten.</al></li></lijst><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>De gemeente moet ten behoeve van het verstrekken van een
                                    no-riskpolis een verzekering afsluiten met Centraal Beheer
                                    Achmea. De gemeente treedt op als verzekeringsnemer. De
                                    werkgever is de begunstigde.</al><al><cursief>Vierde lid</cursief></al><al>Het college vergoedt de no-riskpolis tot 12 maanden na
                                    indiensttreding van de werknemer bij de werkgever. </al><al>Na twee jaar is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
                                    verantwoordelijk. </al><al>De no-riskpolis kan maximaal voor de duur van twee jaar worden
                                    ingezet. Nadat betrokkene twee jaar zelfstandig het minimumloon
                                    heeft verdiend, dus zonder loonkostensubsidie, gaat de </al><al>verantwoordelijkheid voor de no-riskpolis over naar
                                    Uitvoeringsinstituut werknemersverzeke-ringen en kan artikel 29b
                                    van de Ziektewet van toepassing zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 10. Innovatie</vet></al><al>Op grond van dit artikel heeft het college de mogelijkheid om in
                                    een experimentele vorm een voorziening te kunnen aanbieden,
                                    zodat adequaat op nieuwe ontwikkelingen kan worden ingespeeld.
                                    Elk voornemen van het college om gebruik te maken van deze
                                    bevoegdheid zal worden voorgelegd aan de Cliëntenraad Werk en
                                    Inkomen.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Uitvoering</vet></al><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college. Het
                                    college stelt voor deze uitvoe-ring nadere regels vast.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Hardheidsclausule</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Citeertitel </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 14. Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>