<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR37181_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling ombudscommissie Hoeksche Waard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2005-11-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">huis-aan-huisblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>gemeenschappelijke regeling ombudscommissie Hoeksche Waard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, hoofdstuk IVc</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-11-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>0403219</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling ombudscommissie Hoeksche Waard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>0</nr><titel>Dit artikel moet nog worden gesplitst</titel></kop><al>ADVIES VOOR BURGEMEESTER EN WETHOUDERS</al><al><vet>Datum </vet><vet>:</vet> 13 september 2004 </al><al><vet>Afdeling/Opsteller</vet><vet> : </vet> JURIDISCHE EN BESTUURSZAKEN/G.J.
                        NIEUWLAND</al><al><vet>Gezien door</vet><vet> :</vet><vet> Fin:
                            </vet><vet>N</vet><vet>ummer</vet><vet>:
                        </vet>:<vet>0403219</vet></al><al><vet>Onderwerp</vet><vet> : </vet> gemeenschappelijke regeling extern
                        klachtrecht (instelling ombudscommissie Hoeksche Waard)</al><table><tgroup cols="11"><colspec colname="col1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colwidth="0*"/><colspec colname="col3" colwidth="16*"/><colspec colname="col4" colwidth="9*"/><colspec colname="col5" colwidth="11*"/><colspec colname="col6" colwidth="10*"/><colspec colname="col7" colwidth="4*"/><colspec colname="col8" colwidth="6*"/><colspec colname="col9" colwidth="10*"/><colspec colname="col10" colwidth="10*"/><colspec colname="col11" colwidth="0*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Advies secretaris</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col6"><al>Burg.</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>Weth.</al></entry><entry colname="col9"><al>Weth.</al></entry><entry colname="col10" nameend="col11" namest="col10"><al>Weth.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Afdoen</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10" nameend="col11" namest="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Bespreken</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10" nameend="col11" namest="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Ondernemingsraad d.d.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col11" namest="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Besluit B &amp; W d.d.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col11" namest="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Commissie</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>Grondgebied</al></entry><entry colname="col5" nameend="col7" namest="col5"><al>Samenleving</al></entry><entry colname="col8" nameend="col10" namest="col8"><al>Middelen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Datum</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col5" nameend="col7" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col8" nameend="col10" namest="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Behandeling</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col5" nameend="col7" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col8" nameend="col10" namest="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Conclusie</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col5" nameend="col7" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col8" nameend="col10" namest="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Raadsvergadering d.d.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col11" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>openbopenbaar/niet-openbaar</al></entry><entry colname="col3" nameend="col11" namest="col3"><al>Openbaar</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Advies</al></entry><entry colname="col3" nameend="col11" namest="col3"><al>·Instemmen met bijgevoegde concept-regeling (+ bijlage). </al><al>·In beginsel Strijen aanwijzen als centrum-gemeente. </al><al>·Gemeente Korendijk aan te wijzen als gemeente die
                                            3<sup>e</sup> secretaris benoemt. </al><al>·Samenwerkingsverbanden die hun vestigingsplaats hebben
                                            in de Hoeksche Waard vragen of men interesse heeft aan
                                            te sluiten bij ombudscommissie Hoeksche Waard.(Actie:
                                            gemeente Strijen)</al><al>·Juristenoverleg Hoeksche Waard opdracht geven eind 2004
                                            te komen met definitief voorstel</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>OMBUDSCOMMISSIE HOEKSCHE WAARD </vet></al><al><onderstreept>Inleiding</onderstreept></al><al>Naar verwachting zal op 1 januari 2005 de Wet extern klachtrecht in werking
                        treden. Deze wet verplicht onder meer gemeenten en besturen van
                        intergemeentelijke samenwerkingsverbanden om een onafhankelijke externe
                        klachteninstantie in het leven te roepen, waar de burger met zijn klachten
                        terecht kan. Voor alle duidelijkheid: het gaat om een “tweedelijns
                        voorziening”: de klagende burger dient eerst zijn klacht in te dienen bij de
                        betreffende overheidsinstantie zelf (intern klachtrecht). Is hij niet
                        tevreden met de uitkomst van die procedure, of heeft hij klachten over de
                        manier waarop zijn klacht wordt behandeld, dan kan hij terecht bij de
                        externe klachteninstantie. Gemeenten kunnen op verschillende manieren
                        uitvoering geven aan de nieuwe wet: ze kunnen zich bijvoorbeeld aansluiten
                        bij de Nationale Ombudsman, zelf een ombudsman aanstellen of gezamenlijk met
                        andere gemeenten een ombudsman of ombudscommissie instellen. Uiterlijk 1
                        januari 2006 moeten gemeenten/samenwerkingsverbanden een externe
                        klachteninstantie hebben. Is dat niet het geval, dan vallen ze van
                        rechtswege onder de Nationale Ombudsman.</al><al>In de Hoeksche Waard hebben de gemeenten Cromstrijen, Oud-Beijerland en
                        Strijen momenteel al een externe klachtencommissie. In 2001 is reeds door de
                        Hoekschewaardse colleges het principe-besluit genomen om te komen tot één
                        externe klachtencommissie in de Hoeksche Waard (op basis van de Wet
                        gemeenschappelijke regelingen). De reden voor de vertraging van de
                        voorbereidingen hiertoe is gelegen in het feit dat het wetsvoorstel ernstige
                        vertraging heeft op gelopen: aanvankelijk zou de wet al op 1 januari 2002 in
                        werking treden. Aangezien onduidelijk was hoe de definitieve wet eruit zou
                        komen te zien, is besloten te wachten totdat de wet door de Tweede Kamer zou
                        zijn vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat op dit moment (juni 2004)
                        behandeling door de Tweede Kamer nog steeds niet heeft plaatsgevonden. De
                        voorbereidingen zijn door het regionaal juristenoverleg echter toch maar
                        weer ter hand genomen. </al><al><onderstreept>Concept-gemeenschappelijke regeling</onderstreept></al><al>Over een aantal onderwerpen dient nog expliciet een besluit te worden
                        genomen. Het gaat hierbij om het volgende: </al><al>·<vet>Mogen samenwerkingsverbanden aansluiten, en zo ja, onder welke
                            voorwaarden?</vet></al><al>Niet alleen gemeenten, maar ook samenwerkingsverbanden op grond van de Wet
                        gemeenschappelijke regelingen moeten uiterlijk 1 januari 2006 een externe
                        klachtenvoorziening hebben. De gemeenten in de Hoeksche waard nemen deel in
                        vele regelingen, zoals bijvoorbeeld Regionale Sociale Dienst, RAD,
                        WHW-bedrijven, enz. Op zich is er geen bezwaar tegen dat
                        samenwerkingsverbanden aansluiten bij (en meebetalen aan) de ombudscommissie
                        HW, maar de vraag is: onder welke voorwaarden? Er zijn namelijk
                        samenwerkingsverbanden waarin slechts één of twee Hoekschewaardse gemeenten
                        aan deelnemen (bijvoorbeeld Wegschap Tunnel Dordtse Kil), maar er zijn er
                        ook waar veel meer gemeenten aan mee doen dan alleen de gemeenten in de
                        Hoeksche Waard (bijvoorbeeld SVHW uit Klaaswaal). Concreet betekent dit dat
                        bijvoorbeeld een burger uit Bergambacht (aangesloten bij SVHW) die een
                        klacht heeft over het SVHW terecht komt bij de ombudscommissie HW. Het
                        werkgebied (en de hoeveelheid werk) van de commissie zal dus toenemen
                        naarmate er meer en “grotere” deelnemers bijkomen. Het is niet goed mogelijk
                        om bijvoorbeeld alleen klachten uit de Hoeksche Waard te laten behandelen
                        door de commissie; dit zou beteken dat een samenwerkingsverband als
                        bijvoorbeeld SVHW bij meer dan één klachteninstantie moet aansluiten.
                        Bovendien moeten gemeenten ook klachten van buiten de Hoeksche waard in
                        behandeling nemen: immers, een bedrijf uit Rotterdam dat een aanvraag
                        indient bij Korendijk is óók klant van Korendijk en heeft dus het recht om
                        te klagen. </al><al>Om het werkgebied van de ombudscommissie nog wel enigszins te beperken wordt
                        voorgesteld om alleen samenwerkingsverbanden toe te laten die
                            <onderstreept>gevestigd zijn in de Hoeksche waard.</onderstreept>
                        Concreet betekent dit dat de volgende samenwerkingsverbanden kunnen
                        aansluiten: </al><lijst><li nr="-"><al>WHW bedrijven</al></li><li nr="-"><al>Volkshuisvestingsschap HW</al></li><li nr="-"><al>RAD Westmaas</al></li><li nr="-"><al>RSD</al></li><li nr="-"><al>SVHW</al></li><li nr="-"><al>Groenbeheer HW</al></li><li nr="-"><al>Samenwerkingsverband primair onderwijs Hoeksche Waard</al></li><li nr="-"><al>Muziekschool HW (slapende regeling)</al></li></lijst><al> en de volgende niet: </al><lijst><li nr="-"><al>Wegschap Tunnel Dordtse Kil</al></li><li nr="-"><al>GGD-ZHE</al></li><li nr="-"><al>Regio ZHZ</al></li><li nr="-"><al>Gevudo</al></li></lijst><al> Voor wat betreft SVHW wordt voorgesteld een voorbehoud te maken: mocht
                        blijken dat de behandeling van klachten over het SVHW verhoudingsgewijs te
                        veel tijd van de ombudscommissie vergt, dan zal deelname door SVHW aan de
                        ombudscommissie moeten worden heroverwogen. </al><al>·<vet>Wie wordt centrum-gemeente?</vet></al><al>·Uit praktische overwegingen is in de ontwerpgemeenschappelijke regeling
                        gekozen voor constructie van centrumgemeente: er is één gemeentebestuur in
                        de Hoeksche Waard die de ombudscommissie in stand houdt en allerlei
                        praktische zaken regelt. Zo wordt bijvoorbeeld voorkomen dat de benoeming
                        van een commissielid door 6 gemeenteraden en meerdere Algemene Besturen
                        dient plaats te vinden. In de gemeenschappelijke regeling zijn afspraken
                        neergelegd tussen de centrumgemeente en de overige deelnemers over de
                        instelling en werkwijze van de ombudscommissie. </al><al>·Afgesproken moet worden welke Hoekschewaardse gemeente als centrumgemeente
                        zal fungeren. Hierbij is wel van belang dat (uit praktische overwegingen) de
                        gemeente die de ambtelijk secretaris levert (zie hieronder) ook
                        centrumgemeente is. </al><al>·<vet>Wie levert ambtelijk secretaris?</vet></al><al>·Op grond van het huidige wetsvoorstel is het niet mogelijk om een ambtelijk
                        secretaris te hebben die onderdeel uitmaakt van de betreffende gemeente. De
                        huidige klachtencommissies in de HW voldoen dus op dit punt niet aan de wet:
                        alle drie commissies hebben een secretaris die afkomstig uit de betreffende
                        gemeente. De VNG is fel gekant tegen dit onderdeel van het wetsvoorstel en
                        probeert Tweede Kamerfracties momenteel te overtuigen van haar standpunt. De
                        kans bestaat dus dat dit onderdeel nog verandert. Bij een intergemeentelijke
                        commissie speelt dit probleem minder: op het moment dat er een klacht wordt
                        behandeld betreffende de organisatie waarvan de secretaris deel uitmaakt,
                        dan moet hij worden vervangen door een ander. Dit is te bereiken door
                        meerdere plaatsvervangende secretarissen aan te wijzen.</al><al>·In het juristenoverleg is al duidelijk geworden dat de gemeente Strijen
                        eventueel bereid is de ambtelijke secretaris (alsmede zijn plaatsvervanger)
                        te leveren. Hierbij wordt wel een voorbehoud gemaakt: binnen een
                        proefperiode van 2 jaar zal bekeken moeten worden hoeveel capaciteit hiermee
                        gemoeid. Afhankelijk van de uitkomst hiervan zal bekeken worden of Strijen
                        structureel bereid is ambtelijke ondersteuning te bieden. Gelet op het
                        bovenstaande ligt het voor de hand (vooralsnog) Strijen aan te wijzen als
                        centrumgemeente.</al><al>·Aangezien er een onafhankelijke secretaris moet zijn, dient er nog een
                        3<sup>e</sup> secretaris te worden aangewezen voor het geval dat er door de
                        ombudscommissie een klacht wordt behandeld over de gemeente Strijen.
                        Voorgesteld wordt af te spreken dat de gemeente Korendijk hiervoor zorg
                        draagt. </al><al>·<vet>Hoe verdelen we de kosten?</vet></al><al>·De instandhouding van een ombudscommissie kent in feite 2 soorten kosten:
                            <onderstreept>vaste</onderstreept> kosten en
                            <onderstreept>variabele</onderstreept> kosten. De vaste kosten bestaan
                        uit onder meer personeelskosten van de ambtelijk secretaris i.v.m. het
                        opstellen van het jaarverslag, scholing en opleiding van de leden van de
                        commissie, enz. De variabele kosten bestaan uit de behandeling van de
                        daadwerkelijk ingediende klachten. Het spreekt vanzelf dat de instantie
                        waarover wordt geklaagd de kosten draagt van de behandeling van die klacht
                        door de ombudscommissie. In bijlage 1 bij de concept-regeling wordt een
                        voorstel gedaan voor de verdeling van de kosten. In het kort komt dit neer
                        op het volgende: alle deelnemers betalen voorafgaand aan elk kalenderjaar
                        een algemene vaste bijdrage van € 1.000,- aan de centrum-gemeente en
                        daarnaast betalen ze per (over hun organisatie) ingediende klacht
                        presentiegeld voor de commissieleden (€ 113,- per lid), reiskosten voor de
                        commissieleden en secretaris (€ 0,28 bruto per km) en personeelskosten
                        ambtelijk secretaris (€ 32,85 per uur, alsmede 25% overhead). Hoe één en
                        ander precies in zijn werk zal gaan staat in bijlage 1 van de
                        concept-regeling.</al><al>·<vet><onderstreept>Voorstel:</onderstreept></vet></al><lijst><li nr="·"><al>Instemmen met bijgevoegde concept-regeling. </al></li><li nr="·"><al>In beginsel Strijen aanwijzen als centrum-gemeente. </al></li><li nr="·"><al>Gemeente Korendijk aan te wijzen als gemeente die 3<sup>e</sup>
                                secretaris benoemt. </al></li><li nr="·"><al>Samenwerkingsverbanden die hun vestigingsplaats hebben in de
                                Hoeksche Waard vragen of men interesse heeft aan te sluiten bij
                                ombudscommissie Hoeksche Waard.(Actie: gemeente Strijen)</al></li><li nr="·"><al>Juristenoverleg Hoeksche Waard opdracht geven eind 2004 te komen met
                                definitief voorstel.</al></li></lijst><al>·<vet> CONCEPT 19 juli 2004</vet></al><al>·<vet>(N.B. Dit concept gaat ervan uit dat, op het moment van besluitvorming
                            door raden (februari 2005) Wet extern klachtrecht in werking is
                            getreden)</vet></al><al>·De raden van de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk,
                        ’s-Gravendeel, Oud-Beijerland en Strijen, alsmede de algemene besturen van
                        de samenwerkingsverbanden ………;</al><al>·gelet op artikel 149 Gemeentewet, de bepalingen van de Wet
                        gemeenschappelijke regelingen en titel 9.2 van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al>·gehoord hebbende (voorzover van toepassing) het oordeel van de
                        Ondernemingsraad;</al><al>·(<cursief>N.B. OR heeft instemmingsrecht, zie artikel 27 1j
                        WOR)</cursief></al><al>·gezien het voorstel van het college van de gemeente Korendijk d.d. …</al><al>·overwegende dat, in aanvulling op de interne klachtvoorziening krachtens
                        titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, gemeenten en
                        samenwerkingsverbanden op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen
                        dienen te voorzien in een externe klachtvoorziening;</al><al>·overwegende dat het wenselijk is samen te werken;</al><al>·besluiten vast te stellen de gemeenschappelijke regeling:</al><al>·GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING OMBUDSCOMMISSIE HOEKSCHE WAARD</al><al>·<vet>HOOFDSTUK 1</vet><vet> INLEIDENDE BEPALINGEN</vet></al><al>·<vet>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</vet></al><al>·In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="b."><al>de deelnemers: de aan deze regeling deelnemende gemeenten
                                Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk,</al><al> ’s-Gravendeel, Oud-Beijerland en Strijen en de aan deze regeling
                                deelnemende </al><al> samenwerkingsverbanden op grond van de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen …..;</al></li><li nr="c."><al>verzoekschrift: een schriftelijke uiting van ongenoegen over de
                                wijze waarop een bestuursorgaan</al><al> zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft
                                gedragen;</al></li><li nr="d."><al>de ombudscommissie Hoeksche Waard: de onafhankelijke, externe
                                klachtinstantie als bedoeld in</al><al> artikel 2 en artikel 3 van deze regeling;</al></li></lijst><al>·e plaatsvervanger: plaatsvervangende leden van de ombudscommissie Hoeksche
                        Waard;</al><lijst><li nr="f."><al>verzoeker: degene die het verzoekschrift indient;</al></li><li nr="g."><al>centrumgemeente: gemeentebestuur van Strijen.</al></li></lijst><al>·<vet>HOOFDSTUK 2</vet><vet> DE OMBUDSCOMMISSIE</vet></al><al>·<vet>Artikel 2. Instelling ombudscommissie Hoeksche Waard</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er is een ombudscommissie Hoeksche Waard.</al></li><li nr="2."><al>De ombudscommissie is gevestigd in Strijen.</al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 3. Centrumgemeente en doel </vet></al><al>1.De centrumgemeente draagt zorg voor de instandhouding van de
                        ombudscommissie Hoeksche Waard. Deze commissie draagt zorg voor een
                        onafhankelijk onderzoek naar de gedragingen van bestuursorganen en geeft een
                        oordeel over deze gedragingen naar aanleiding van klachten. </al><al>·<vet>Artikel 4. Belangen en bevoegdheden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De regeling wordt getroffen om een ieder de gelegenheid te geven om,
                                in aanvulling op de interne klachtprocedure, een verzoekschrift in
                                te dienen bij een externe instantie.</al></li><li nr="2."><al>De ombudscommissie behandelt verzoekschriften betreffende
                                gedragingen van bestuursorganen van een van de deelnemers. </al></li><li nr="3."><al>De ombudscommissie is niet ondergeschikt aan enig
                                bestuursorgaan.</al></li><li nr="4."><al>De ombudscommissie ontvangt ter zake van de uitoefening van zijn
                                werkzaamheden geen instructies in het algemeen of voor een enkel
                                geval.</al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 5. Huisvesting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de ombudscommissie worden in beginsel gehouden
                                in het gemeentehuis van de centrumgemeente. De centrumgemeente stelt
                                hiervoor de benodigde faciliteiten ter beschikking, waaronder in
                                ieder geval adequate vergaderruimte. </al></li><li nr="2."><al>De ombudscommissie kan in bijzondere gevallen besluiten om elders te
                                vergaderen. </al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 6. Samenstelling en benoeming ombudscommissie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ombudscommissie bestaat uit drie leden die worden benoemd,
                                geschorst en ontslagen door de raad van de centrumgemeente;</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid genoemde raad benoemt de voorzitter en de
                                plaatsvervangend voorzitter van de ombudscommissie.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid genoemde raad benoemt een genoegzaam aantal
                                plaatsvervangers.</al></li><li nr="4."><al>De centrumgemeente stelt vooraf een profielschets op voor de
                                benoeming van de leden van de</al><al> ombudscommissie. Deze profielschets wordt toegezonden aan de
                                overige deelnemers. Binnen twee maanden na ontvangst van de
                                profielschets kunnen zij hun zienswijze hierover kenbaar maken.</al></li><li nr="5."><al>Voordat leden, plaatsvervangende leden of de voorzitter worden
                                benoemd, geschorst of ontslagen, worden de raden en de algemeen
                                besturen van de deelnemers door de centrumgemeente hiervan in kennis
                                gesteld. Binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving kunnen
                                zij hun zienswijze omtrent het voorgenomen besluit kenbaar
                                maken.</al></li><li nr="6."><al>Bij verhindering van de leden worden ze vervangen door een
                                plaatsvervanger. Deze regeling is van overeenkomstige toepassing op
                                de plaatsvervangers: waar in deze regeling gesproken wordt over
                                “leden” worden ook de plaatsvervangende leden bedoeld.</al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 7. Onverenigbare betrekkingen </vet></al><al>·De leden van de ombudscommissie vervullen geen betrekkingen en verrichten
                        geen werkzaamheden</al><al>·waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van
                        hun functie of op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid
                        of van het vertrouwen daarin. </al><al>·<vet>Artikel 8. Eed of verklaring en belofte</vet></al><al>·Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de
                        ombudscommissie op grond van artikel 81s Gemeentewet in de vergadering van
                        de raad van de centrumgemeente, in de handen van de voorzitter van de raad
                        van de centrumgemeente de eed of verklaring en belofte af. </al><al>·<vet>Artikel 9. Geheimhoudingsplicht</vet></al><al>·De leden van de ombudscommissie zijn verplicht tot geheimhouding van
                        hetgeen hen bij de uitoefening van hun taak bekend is geworden, voor zover
                        dat uit de aard der zaak volgt. </al><al>·<vet>Artikel 10. Zittingsduur en vergoeding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de ombudscommissie worden benoemd voor een periode van
                                6 jaar.</al></li><li nr="2."><al>De leden van de ombudscommissie kunnen telkens voor eenzelfde
                                periode worden herbenoemd.</al></li><li nr="3."><al>De afgetreden leden blijven hun functie vervullen totdat in de
                                opvolging is voorzien,</al></li><li nr="4."><al>De leden van de ombudscommissie ontvangen via de centrumgemeente een
                                vergoeding voor de werkzaamheden en een tegemoetkoming in de
                                onkosten.</al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 11. Ontslag </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de ombudscommissie worden door de raad van de
                                centrumgemeente ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn
                                        hun functie te vervullen;</al></li><li nr="c."><al>bij de aanvaarding van een betrekking als bedoeld in artikel
                                        81r, eerste lid Gemeentewet; d. wanneer zij bij
                                        onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens
                                        misdrijf zijn veroordeeld, dan wel hen bij zulk een
                                        uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming
                                        tot gevolg heeft; e. wanneer zij bij onherroepelijk geworden
                                        rechterlijke uitspraak onder curatele zijn gesteld, in staat
                                        van faillissement zijn verklaard, ten aanzien van hen de
                                        schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing
                                        is verklaard, zij surseance van betaling hebben verkregen of
                                        wegens schulden zijn gegijzeld; f. indien zij naar het
                                        oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengen aan het in hen
                                        gestelde vertrouwen.</al></li></lijst></li></lijst><al>·<vet>Artikel 12. Schorsing </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad van de centrumgemeente schorst de leden van de
                                ombudscommissie indien zij:</al><lijst><li nr="a."><al>zich in voorlopige hechtenis bevinden; b. bij een nog niet
                                        onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens
                                        misdrijf zijn veroordeeld, dan wel hen bij zulk een
                                        uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming
                                        tot gevolg heeft; c. onder curatele zijn gesteld, in staat
                                        van faillissement zijn verklaard, ten aanzien van hen de
                                        schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing
                                        is verklaard, surseance van betaling hebben verkregen of
                                        wegens schulden zijn gegijzeld ingevolge een nog niet
                                        onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak.</al></li></lijst></li></lijst><al>·<vet>Artikel 13. Secretariële ondersteuning </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college van de centrumgemeente verschaft de ombudscommissie
                                adequate middelen ten behoeve van de uitoefening van haar taak.
                            </al></li><li nr="2."><al>Het college van de centrumgemeente wijst, op voordracht van de
                                ombudscommissie, een ambtelijk secretaris en een eerste
                                plaatsvervangend secretaris aan. </al></li><li nr="3."><al>Het college van gemeente Korendijk wijst, op voordracht van de
                                ombudscommissie, een tweede plaatsvervangend secretaris aan. Deze
                                functionaris verzorgt in ieder geval de secretariële ondersteuning
                                in het geval de ombudscommissie een verzoekschrift behandelt of een
                                onderzoek instelt betreffende een bestuursorgaan van de
                                centrumgemeente. </al></li><li nr="4."><al>De aangewezen functionarissen zijn in de uitoefening van de functie
                                uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de ombudscommissie
                                .</al></li></lijst><al>·<vet>HOOFDSTUK 3 WERKWIJZE</vet></al><al>·<vet>Artikel 14. Werkwijze onderzoek </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ombudscommissie onderzoekt verzoekschriften en beoordeelt of het
                                bestuursorgaan zich in de door haar onderzochte aangelegenheid al
                                dan niet behoorlijk heeft gedragen.</al></li><li nr="2."><al>De ombudscommissie kan gedurende een onderzoek de verzoeker en het
                                bestuursorgaan of de personen werkzaam onder diens
                                verantwoordelijkheid voorstellen doen teneinde onderling tot een
                                oplossing van de grieven te komen.</al></li><li nr="3."><al>De ombudscommissie is, tenzij artikel 20 van deze regeling van
                                toepassing is, bevoegd uit eigen beweging een onderzoek in te
                                stellen naar de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde
                                aangelegenheid heeft gedragen.</al></li><li nr="4."><al>De ombudscommissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter nodig
                                acht, waarbij de</al><al> vergaderfrequentie mede afhankelijk is van het aanbod van de te
                                behandelen verzoekschriften. </al></li><li nr="5."><al>Ter afsluiting van het onderzoek stelt de ombudscommissie een
                                rapport op, waarin zij haar</al><al> bevindingen en haar oordeel weergeeft. </al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 15 Quorum</vet></al><al>·Voor het houden van een vergadering of een hoorzitting is vereist dat de
                        meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter of
                        zijn plaatsvervanger, aanwezig is.</al><al>·<vet>Artikel 16. Recht indiening verzoekschrift</vet></al><al>·Een ieder heeft het recht de ombudscommissie schriftelijk te verzoeken een
                        onderzoek in stellen naar de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een
                        bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen. </al><al>·<vet>Artikel 17. Verplichte voorprocedure</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De verzoeker dient, alvorens het verzoek aan de ombudscommissie te
                                doen, over de gedraging een klacht in bij het betrokken
                                bestuursorgaan, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden
                                gevergd.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid geldt niet indien het verzoek betrekking heeft op de
                                wijze van klachtbehandeling door het betrokken bestuursorgaan.</al></li></lijst><al>· <vet>Artikel 18. Indienen verzoekschrift</vet>1. Het verzoekschrift
                        wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van de
                        verzoeker; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de gedraging waartegen
                        het verzoek is gericht, een aanduiding van degene die zich aldus heeft
                        gedragen en een aanduiding van degene jegens wie de gedraging heeft
                        plaatsgevonden, indien deze niet de verzoeker is; d. de gronden van het
                        verzoek; e. de wijze waarop een klacht bij het bestuursorgaan is ingediend,
                        en zo mogelijk de bevindingen van het onderzoek naar de klacht door het
                        betrokken bestuursorgaan, zijn oordeel daarover alsmede de eventuele
                        conclusies die het bestuursorgaan hieraan verbonden heeft. </al><al>· 2. Indien het verzoekschrift in een vreemde taal is gesteld en een
                        vertaling voor een goede behandeling van het verzoek noodzakelijk is, draagt
                        de verzoeker zorg voor een vertaling.</al><al>3.Indien niet is voldaan aan de in dit artikel gestelde vereisten, stelt de
                        ombudscommissie de verzoeker in de gelegenheid het verzuim binnen een door
                        haar daartoe gestelde termijn te herstellen. </al><al>·<vet>Artikel 19. Ontvangstbevestiging en toezending
                        verzoekschrift</vet></al><al>·De artikelen 9:6 en 9:9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van
                        overeenkomstige toepassing.</al><al>·<vet>Artikel 20. Niet bevoegd tot instellen onderzoek </vet></al><al>·De ombudscommissie is niet bevoegd een onderzoek in te stellen of voort te
                        zetten indien het verzoek betrekking heeft op:</al><lijst><li nr="a."><al>een aangelegenheid die behoort tot het algemeen regeringsbeleid,
                                daaronder begrepen het</al><al> algemeen beleid ter handhaving van de rechtsorde, of tot het
                                algemeen beleid van het betrokken bestuursorgaan;</al></li><li nr="b."><al>een algemeen verbindend voorschrift;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waartegen beklag kan worden gedaan of beroep kan
                                worden ingesteld, tenzij die gedraging bestaat uit het niet tijdig
                                nemen van een besluit, of waartegen een beklag-, of beroepsprocedure
                                aanhangig is;</al></li><li nr="d."><al>een gedraging ten aanzien waarvan door een administratieve rechter
                                uitspraak is gedaan;</al></li><li nr="e."><al>een gedraging ten aanzien waarvan een procedure bij een andere
                                rechterlijke instantie dan een</al><al> administratieve rechter aanhangig is, dan wel beroep openstaat
                                tegen een uitspraak die in een </al><al> zodanige procedure is gedaan;</al></li><li nr="f."><al>een gedraging waarop de rechterlijke macht toeziet.</al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 21. Niet verplicht tot instellen onderzoek </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ombudscommissie is niet verplicht een onderzoek in te stellen of
                                voort te zetten indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het verzoekschrift niet voldoet aan de vereisten, genoemd in
                                        artikel 18, eerste en tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>het verzoek kennelijk ongegrond is;</al></li><li nr="c."><al>het belang van de verzoeker bij een onderzoek door de
                                        ombudscommissie dan wel het gewicht van de gedraging
                                        kennelijk onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de verzoeker een ander is dan degene jegens wie de gedraging
                                        heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="e."><al>het verzoek betrekking heeft op een gedraging waartegen door
                                        de verzoeker bezwaar had kunnen worden gemaakt, beroep had
                                        kunnen worden ingesteld of beklag had kunnen worden
                                        gedaan;</al></li><li nr="f."><al>het verzoek betrekking heeft op een gedraging ten aanzien
                                        waarvan door een andere rechtelijke instantie dan een
                                        administratieve rechter uitsprak is gedaan;</al></li><li nr="g."><al>niet voldaan is aan het vereiste van artikel 17, eerste
                                        lid;</al></li><li nr="h."><al>een verzoek, dezelfde gedraging betreffende, bij haar in
                                        behandeling is of - behoudens indien een nieuw feit of een
                                        nieuwe omstandigheid bekend is geworden en zulks tot een
                                        ander oordeel over de bedoelde gedraging zou kunnen leiden -
                                        door haar is afgedaan;</al></li><li nr="i."><al>ten aanzien van een gedraging van het bestuursorgaan die
                                        nauw samenhangt met het onderwerp van het verzoekschrift een
                                        procedure aanhangig is bij een rechterlijke instantie, dan
                                        wel ingevolge bezwaar, administratief beroep of beklag bij
                                        een andere instantie;</al></li><li nr="j."><al>het verzoek betrekking heeft op een gedraging die nauw
                                        samenhangt met een onderwerp, dat door het instellen van een
                                        procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke
                                        instantie dan een administratieve rechter onderworpen
                                        is;</al></li><li nr="k."><al>na tussenkomst van de ombudscommissie naar diens oordeel
                                        alsnog naar behoren aan de grieven van de verzoeker tegemoet
                                        is gekomen;</al></li><li nr="l."><al>het verzoek, dezelfde gedraging betreffende, ingevolge een
                                        wettelijk geregelde klachtvoorziening bij een onafhankelijke
                                        klachteninstantie niet zijnde een ombudsman in behandeling
                                        is of daardoor is afgedaan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voorts is de ombudscommissie niet verplicht een onderzoek in te
                                stellen of voort te zettwen, indien het verzoek wordt ingediend
                                later dan een jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>na de kennisgeving door het bestuursorgaan van de
                                        bevindingen van het onderzoek, of;</al></li><li nr="b."><al>nadat de klachtbehandeling door het bestuursorgaan op andere
                                        wijze is geëindigd, dan wel ingevolge artikel 9:11 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht beëindigd had moeten zijn.</al></li></lijst></li></lijst><al>·<vet>Artikel 22. Mededeling bij niet in behandeling nemen of voortzetten
                            onderzoek</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de ombudscommissie op grond van artikel 20 en 21 geen
                                onderzoek instelt of dit niet voortzet, deelt zij dit onder
                                vermelding van de redenen zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de
                                verzoeker mede. </al></li><li nr="2."><al>In het geval dat zij een onderzoek niet voortzet, doet zij de in het
                                eerste lid bedoelde mededeling tevens aan het bestuurorgaan en, in
                                voorkomend geval, aan degene op wiens gedraging het onderzoek
                                betrekking heeft. </al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 23 Niet-deelneming aan de behandeling</vet></al><al>·De leden van de ombudscommissie nemen niet deel aan de behandeling van een
                        verzoekschrift of het instellen van een onderzoek indien daarbij hun
                        onpartijdigheid in het geding kan zijn. </al><al>·<vet>Artikel 24. Horen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ombudscommissie stelt het bestuursorgaan, degene op wiens
                                gedraging het verzoek betrekking heeft, en de verzoeker in de
                                gelegenheid hun standpunt toe te lichten.</al></li><li nr="2."><al>De ombudscommissie beslist of de toelichting schriftelijk,
                                electronisch of mondeling en al dan niet in elkaars tegenwoordigheid
                                wordt gegeven. </al></li><li nr="3."><al>De ombudscommissie kan ook anderen, indien zij dit noodzakelijk acht
                                voor het onderzoek, in de gelegenheid stellen om van een klacht
                                kennis te nemen en daarover mondeling of schriftelijk verklaring af
                                te leggen.</al></li><li nr="4."><al>Indien een onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan
                                werkzaam persoon geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid als
                                bedoeld in het eerste en het tweede lid, kan het college
                                respectievelijk het dagelijks bestuur deze hiertoe op verzoek van de
                                ombudscommissie verplichten.</al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 25 Openbaarheid</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De hoorzittingen van de commissie zijn openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de
                                commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien
                                het bestuursorgaan, degene op wiens gedraging het verzoek betrekking
                                heeft, of de verzoeker hierom vraagt. </al></li><li nr="3."><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen
                                aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten,
                                vindt de zitting plaats met gesloten deuren. </al></li><li nr="4."><al>De beraadslagingen van de commissie zijn niet openbaar. </al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 26. Verstrekking inlichtingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan, de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame
                                personen - ook na het beëindigen van de werkzaamheden, getuigen
                                alsmede de verzoeker verstrekken de ombudscommissie de benodigde
                                inlichtingen . De ombudscommissie kan betrokkenen die zijn
                                opgeroepen gelasten om in persoon te verschijnen.</al></li><li nr="2."><al>Inlichtingen die betrekking hebben op het beleid, gevoerd onder de
                                verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, kan de ombudscommissie
                                bij de daarbij betrokken personen of colleges slechts inwinnen door
                                tussenkomst van het verantwoordelijk bestuursorgaan.</al></li><li nr="3."><al>Nadat zij hier schriftelijk toe heeft verzocht worden de voor het
                                onderzoek benodigde stukken binnen een door de ombudscommissie te
                                bepalen termijn aan haar overlegd.</al></li><li nr="4."><al>De personen die krachtens het eerste lid van dit artikel worden
                                opgeroepen onderscheidenlijk de personen die ingevolge het derde lid
                                verplicht zijn stukken te overleggen kunnen, indien daarvoor
                                gewichtige redenen zijn, dit weigeren of de ombudcommissie mededelen
                                dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de stukken
                                onderscheidenlijk de inlichtingen. </al></li><li nr="5."><al>De ombudscommissie beslist of de in het vierde lid genoemde
                                weigering of beperking van kennisneming gerechtvaardigd is.</al></li><li nr="6."><al>Indien de ombudscommissie heeft beslist dat de weigering gerechtigd
                                is, vervalt de verplichting. </al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 27. Bevindingen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bevindingen worden bij meerderheid van stemmen vastgelegd. Indien de
                                stemmen staken beslist de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>In het rapport, genoemd in artikel 14, geeft de ombudscommissie
                                gemotiveerd haar bevindingen en haar oordeel weer.</al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 28 Mededelingen bevindingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ombudscommissie zendt haar rapport aan het betrokken
                                bestuursorgaan, alsmede aan de verzoeker en aan degene op wiens
                                gedraging de klacht betrekking heeft.</al></li><li nr="2."><al>De stukken die van de ombudscommissie uitgaan worden ondertekend
                                door de voorzitter en de secretaris. </al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 29 Evaluatie en jaarverslag</vet></al><al>·De ombudscommissie brengt jaarlijks vóór 1 mei aan de deelnemers
                        schriftelijk verslag uit van haar werkzaamheden in het voorgaande
                        kalenderjaar. </al><al>·<vet>HOOFDSTUK 4 </vet><vet>ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al><al>·<vet>Artikel 30 Toetreding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Toetreding tot de regeling door een andere gemeente of
                                samenwerkingsverband kan plaats vinden bij besluit van de raad van
                                die gemeente, respectievelijk het algemeen bestuur van dat
                                samenwerkingsverband, indien ten minste twee derde van de deelnemers
                                daarmee instemt.</al></li><li nr="2."><al>De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die
                                waarin het door Gedeputeerde Staten goedgekeurde besluit tot
                                toetreding is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 27,
                                lid 2, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li><li nr="3."><al>De centrumgemeente zorgt voor toezending van het besluit aan
                                Gedeputeerde Staten.</al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 31 Uittreding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een deelnemende gemeente of samenwerkingsverband kan uittreden uit
                                de regeling door een daartoe strekkende besluit van de raad van de
                                betreffende gemeente, respectievelijk het algemeen bestuur van dat
                                samenwerkingsverband.</al></li><li nr="2."><al>De centrumgemeente regelt de financiële en andere gevolgen van de
                                uittreding en zorgt voor toezending van het besluit aan Gedeputeerde
                                Staten.</al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 32 Opheffing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De regeling wordt opgeheven, wanneer de raden respectievelijk
                                algemeen besturen van ten minste twee derde van het aantal
                                deelnemers daartoe besluiten.</al></li><li nr="2."><al>In geval van opheffing van de regeling regelt de centrumgemeente de
                                financiële gevolgen van de opheffing in een liquiditeitsplan.
                                Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.</al></li><li nr="3."><al>Het liquiditeitsplan wordt niet vastgesteld dan nadat de raden en de
                                algemene besturen van de deelnemers zijn gehoord.</al></li><li nr="4."><al>Het liquiditeitsplan voorziet in de verplichting van de deelnemers
                                tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.</al><al> 5<cursief>.</cursief>Het besluit tot opheffing van de
                                regeling wordt door de centrumgemeente ter kennis van Gedeputeerde
                                Staten gebracht.</al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 33 wijziging regeling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De regeling kan op voorstel van één of meerdere deelnemers worden
                                gewijzigd. </al></li><li nr="2."><al>De regeling kan alleen worden gewijzigd indien de meerderheid van de
                                deelnemers daartoe besluit.</al></li><li nr="3."><al>De wijziging van de regeling treedt in werking op de eerste dag van
                                de maand, volgend op de </al><al> maand waarin de wijziging is opgenomen in de registers als bedoeld
                                in artikel 27 van de Wet </al><al> gemeenschappelijke regelingen. </al></li><li nr="4."><al>De centrumgemeente zorgt voor toezending van de wijzigingsbesluiten
                                aan Gedeputeerde Staten. </al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 34 Kostenverdeling </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De kosten verband houdend met het functioneren van de
                                klachtencommissie, worden vergoed door de deelnemers. Elke deelnemer
                                betaalt een vast bedrag per jaar alsmede de kosten per ingediende
                                klacht, voorzover betrekking hebbende op betreffende deelnemer, een
                                en nader zoals is aangegeven op de bij deze regeling behorende
                                bijlage. Deze, voor het eerste jaar geraamde kosten, zijn vermeld op
                                de genoemde bijlage. De bijlage kan door de centrumgemeente, indien
                                de meerderheid van de overige deelnemers hiermee instemt, worden
                                gewijzigd.</al></li><li nr="2."><al>Tot die kosten worden in ieder geval gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>de presentievergoeding van de voorzitter en de overige
                                        (plaatsvervangende) leden van de ombudscommissie;</al></li><li nr="b."><al>de salariskosten van de in artikel 7 bedoelde secretariële
                                        ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>de overheadkosten inhoudende 25% van het bedrag genoemd
                                        onder b; </al></li><li nr="d."><al>de reiskosten van de leden en de secretaris van de
                                        ombudscommissie. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De centrumgemeente is belast met de financiële administratie. De
                                deelnemers ontvangen van de centrumgemeente een factuur voor de door
                                hen te betalen bijdragen. De vaste bijdrage wordt voorafgaand aan
                                het kalenderjaar betaald, de (eventuele) variabele bijdrage
                                achteraf, op declaratiebasis.</al></li></lijst><al>·<vet>HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN</vet></al><al>·<vet>Artikel 35 Archief</vet></al><al>·De centrumgemeente is gehouden tot het aanhouden en verzorgen van een
                        archief naar de voorschriften waarop het archief van de centrumgemeente
                        wordt bijgehouden en verzorgd. </al><al>·<vet>Artikel 36 Citeertitel</vet></al><al>·De regeling wordt aangehaald als: “Gemeenschappelijke regeling
                        ombudscommissie Hoeksche Waard”.</al><al>·<vet>Artikel 37 Slotbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd. </al></li><li nr="2."><al>De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
                                maand, volgend op die waarin de </al><al> goedkeuring van de regeling door Gedeputeerde Staten is ontvangen
                                en de regeling in de registers, </al><al> bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, is
                                opgenomen</al></li><li nr="3."><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende
                                gemeenten nemen de regeling terstond na de goedkeuring door
                                Gedeputeerde Staten als bedoeld in artikel 29 van deze regeling op
                                in de door hen bij te houden registers, bedoeld in artikel 27 van de
                                Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college van de centrumgemeente zendt een volledig ondertekend
                                exemplaar van deze regeling, alsmede besluiten tot wijziging of
                                opheffing van de regeling, toe aan het college van gedeputeerde
                                staten.</al></li></lijst><al>·<vet>Artikel 38 Interne bekendmaking</vet></al><al>·De colleges en de dagelijks besturen van de deelnemers maken de inhoud van
                        deze regeling na de inwerkingtreding op de gebruikelijke wijze binnen hun
                        organisatie bekend.</al><al>·Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van ... in zijn openbare vergadering
                        van ... (datum)</al><al>·De voorzitter, de secretaris,</al><al>·Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van …in zijn vergadering
                        van…</al><al>·De voorzitter, de secretaris,</al><al>·Bijlage 1, behorende bij de gemeenschappelijke regeling ombudscommissie
                        Hoeksche Waard</al><al>·De verdeling van de kosten van de ombudscommissie Hoeksche Waard is als
                        volgt:</al><al>·<vet><onderstreept>Vaste kosten:</onderstreept></vet></al><lijst><li nr="1."><al>Elke deelnemende gemeente of samenwerkingsverband betaalt vooraf per
                                kalenderjaar een vast bijdrage van € 1000,-. aan de centrumgemeente.
                                De centrumgemeente zal dit bedrag aanwenden voor algemene
                                secretariële kosten en bureaukosten die worden gemaakt voor de
                                ombudscommissie (bijvoorbeeld: opstellen reglement van orde,
                                opstellen jaarverslag, correspondentie met overige deelnemers, enz.)
                                en voor scholing en opleiding van de leden van de
                                ombudscommissie.</al></li><li nr="2."><al>De centrumgemeente legt na afloop van elk kalenderjaar aan de
                                overige deelnemers verantwoording af over de besteding van dit
                                budget. Blijkt het budget in dat jaar niet toereikend te zijn
                                geweest, dan worden de extra kosten bij de deelnemers in rekening
                                gebracht. Is het budget niet (volledig) gebruikt, dan wordt het
                                overschot aan de deelnemers uitgekeerd dan wel verrekend met de
                                jaarlijkse vaste bijdrage. </al></li></lijst><al>·<vet><onderstreept>Variabele kosten</onderstreept></vet></al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de ombudscommissie ontvangen presentiegeld voor elke in
                                behandeling genomen verzoekschrift. Deze vergoeding bedraagt € 120,-
                                per verzoekschrift.</al></li><li nr="2."><al>De leden van de ombudscommissie en de secretaris ontvangen
                                reiskostenvergoeding van € 0,28 (bruto) per km. </al></li><li nr="3."><al>De loonkosten van de ambtelijk secretaris bedragen € 32,85
                                (prijspeil 2004) per uur. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan
                                de loonontwikkeling voor gemeentepersoneel. Indien naar verwachting
                                meer dan 10 uur nodig zal zijn voor de behandeling van een bepaald
                                verzoekschrift, zal de secretaris, in overleg met de voorzitter van
                                de ombudscommissie, de betreffende deelnemer hierover
                                informeren.</al></li><li nr="4."><al>De overheadkosten bedragen 25% van het bedrag genoemd onder punt
                                3.</al></li><li nr="5."><al>Kosten gemaakt op basis van artikel 9:33 Algemene wet bestuursrecht
                                (getuigen, deskundigen, tolken, enz.)</al></li><li nr="6."><al>Conform het bepaalde in artikel 34 van de regeling brengt de
                                centrumgemeente de kosten genoemd onder punt 1 t/m 5 achteraf in
                                rekening bij de deelnemer waarover het verzoekschrift handelt. </al></li><li nr="7."><al>Indien de 3<sup>e</sup> secretaris ambtelijke ondersteuning heeft
                                verleend, brengt de betreffende gemeente waar die functionaris
                                werkzaam is, bovengenoemde kosten (voorzover van toepassing) in
                                rekening bij de centrumgemeente. </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>