<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR371599_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-62940.html">Gemeenteblad, 15 juli 2015, nr. 62940</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=150">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-10-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2015.051a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de vastgestelde regeling van 2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bladel;</al><al>gelezen het voorstel R2015.051 van burgemeester en wethouders van 14 april
                        2015;</al><al>overwegende dat de Inspraakverordening uit 2007 niet overeenstemt met de
                        gangbare praktijk;</al><al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;</al><al>besluitvast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij
                            de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken
                            (Inspraakverordening)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                gegeven;</al></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten of inspraak wordt verleend bij de
                            voorbereiding van gemeentelijk beleid. Indien het beleidsvoornemen een
                            aangelegenheid betreft van de gemeenteraad of de burgemeester kunnen
                            deze bestuursorganen de bevoegdheid inzake het verlenen van inspraak aan
                            zichzelf voorbehouden, dan wel aan burgemeester en wethouders kaders
                            meegeven omtrent de inspraak of omtrent situaties waarin en momenten
                            waarop zij zelf een rol willen vervullen in het inspraaktraject.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Inspraak wordt in ieder geval verleend op beleidsvoornemens inzake
                            ruimtelijke plannen, tenzij het plannen betreft als genoemd in het
                            vierde lid onder f en g van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                    vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                    uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                    het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid
                                    heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                    dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>ten aanzien van beleidsvoornemens met betrekking tot de interne
                                    bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie;</al></li><li nr="f."><al>ten aanzien van partiële bestemmingsplanherzieningen;</al></li><li nr="g."><al>plannen ex artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 4 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht (planologisch strijdig
                                    gebruik) die betrekking hebben op het realiseren van maximaal
                                    drie woningen dan wel andere plannen met een beperkte
                                    ruimtelijke impact; </al></li><li nr="h."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                    spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="i."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van
                                    de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen
                                    in de samenleving.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                            bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat de termijn voor het
                            ter inzage leggen van de stukken en het naar voren brengen van
                            zienswijzen vier weken bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders geven uitvoering aan de inspraakprocedure,
                            tenzij de gemeenteraad of de burgemeester ten aanzien van hun eigen
                            beleidsvoornemens anders hebben bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maken burgemeester en wethouders een
                            eindverslag op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover inspraak is verleend inzake een aangelegenheid van de
                            gemeenteraad wordt het eindverslag gelijktijdig met het raadsvoorstel en
                            conceptbesluit aangeboden aan de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                    mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                    wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van
                                    het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken het eindverslag op de gebruikelijke
                            wijze openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De op 20 september 2007 vastgestelde Inspraakverordening wordt
                        ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening 2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 2 juli 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>L.A.J. Dirks</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. A.H.J.M. Swachten</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Inspraakverordening 2015</titel></kop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>a.Inspraak:</al><al>Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit artikel
                    opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de
                    Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van
                    het gemeentelijk beleid en dient meerdere doelen. Enerzijds wordt aan
                    belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens
                    kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk
                    hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                    belangenafweging. Er kan nog een derde doel mee worden gediend, te weten het
                    creëren van draagvlak voor beleidsvoornemens.</al><al>b.Inspraakprocedure:</al><al>De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt
                    ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. Afdeling 3.4 Awb wordt van
                    toepassing verklaard. Artikel 4, tweede lid, van deze verordening geeft het
                    bestuursorgaan ruimte om een andere procedure te volgen. </al><al>c.Beleidsvoornemen:</al><al>Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het
                    bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk
                    zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of
                    maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden
                    gebaseerd. </al><al/><tussenkop>Artikel 2 Onderwerp van inspraak</tussenkop><al>De raad legt de bevoegdheid tot het verlenen van inspraak in beginsel bij het
                    college. De raad en de burgemeester krijgen wel de mogelijkheid om zelf over de
                    eigen onderwerpen de inspraak vorm te geven, hetzij door de inspraak zelf te
                    organiseren óf aan het college kaders mee te geven over de inspraak.</al><al>Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak
                    geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen,
                    blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor
                    bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van inspraak wordt geregeld. Het
                    besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een besluit in de zin van de Awb.
                    Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt.</al><al>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een
                    wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Voorbeelden van deze verplichtingen
                    bestaan thans bij:</al><lijst><li nr="-"><al>de voorbereiding van een welstandsnota (art. 12a, lid 2 Woningwet);</al></li><li nr="-"><al>de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing als
                            bedoeld in art. 12, tweede lid, onder a en b van de Woningwet (art. 12,
                            lid 4 Woningwet);</al></li><li nr="-"><al>de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (art. 4.17, lid
                            3 Wet milieubeheer);</al></li><li nr="-"><al>onderdelen van de afvalstoffenverordening (art. 10.26, lid 2 Wet
                            milieubeheer);</al></li><li nr="-"><al>vormgeving van de cliëntenparticipatie ingevolge de Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                            zelfstandigen (art. 42 IOAZ) en de Wet inkomensvoorziening oudere en
                            gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (art. 42 IOAW);</al></li></lijst><al>In het derde lid van dit artikel wordt nog een categorie genoemd waarop in elk
                    geval inspraak wordt verleend. Het betreft beleidsvoornemens die ruimtelijke
                    plannen betreffen. Het verlenen van inspraak kan het draagvlak voor de plannen
                    vergroten en eventuele bezwaren reduceren. In het vierde lid, onder f. en g. van
                    dit artikel wordt een voorbehoud gemaakt ten aanzien van bepaalde plannen.</al><al>Artikel 2, vierde lid, sub f:</al><al>Bij sub f. gaat het om ondergeschikte herzieningen/reparaties van eerder
                    vastgestelde beleidsvoornemens dan wel om noodzakelijke herzieningen als gevolg
                    van onthouding van goedkeuring. Wanneer de partiële herziening betrekking heeft
                    op ruimtelijke beleidsvoornemens vindt er wel inspraak plaats. </al><al>Artikel 2, vierde lid, sub g: </al><al>De Wet ruimtelijke ordening ( Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                    ( Wabo) stellen het voeren van een inspraakprocedure voor nieuwe ruimtelijke
                    plannen niet verplicht. De inspraak in planologische procedures kan voortaan
                    plaats vinden op basis van de gemeentelijke inspraakverordening. Voor
                    ruimtelijke ontwikkelingen van enig belang wordt het belangrijk gevonden
                    voorafgaand aan de wettelijke procedure, een inspraakprocedure te voeren. In de
                    verordening is aangegeven wanneer er in ieder geval sprake is van enig
                    ruimtelijk belang waarover inspraak verplicht wordt gesteld. Wanneer plannen
                    niet meer dan 3 woningen omvatten, is inspraak niet expliciet voorgeschreven.
                    Hierbij is aansluiting gezocht bij een eerder door de gemeenteraad genomen
                    besluit ( R2010.106y), waarin de raad heeft verklaard dat voor bepaalde
                    categorie aanvragen geen verklaring van geen bedenkingen op grond van artikel
                    2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist. Bij bouwplannen
                    met zo’n beperkt aantal woningen biedt inspraak geen meerwaarde, náást de
                    wettelijke mogelijkheid van het indienen van zienswijzen en de eis dat
                    verzoekers gehouden zijn overleg met de buurt te plegen. </al><al/><tussenkop>Artikel 3 Inspraakgerechtigden</tussenkop><al>Krachtens artikel 3:15 eerste en tweede lid, Awb staat deelname aan de
                    uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure in ieder geval open voor
                    belanghebbenden, maar kan ook aan anderen de gelegenheid worden geboden om aan
                    de procedure deel te nemen. In dat laatste geval moet dit bij wettelijk
                    voorschrift of door het bestuursorgaan zelf worden bepaald.</al><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden in dit artikel vloeit rechtstreeks
                    voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Het begrip
                    'belanghebbende' is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook
                    gelding voor wetgeving buiten de Awb. </al><al/><tussenkop>Artikel 4 Inspraakprocedure</tussenkop><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid als hoofdregel afdeling
                    3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en
                    met 3:17 Awb is de inspraakprocedure te vinden. Na ter inzage legging en
                    bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden ingevolge de Awb
                    gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen.
                    Deze termijn is wat lang voor inspraak. In praktijk blijkt dat een termijn van
                    vier weken voor het verlenen van inspraak ruim genoeg is. In de meeste gevallen
                    zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van
                    het tweede lid van dit artikel de inspraakprocedure worden aangepast.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat er ook andere procedures dan die van afdeling 3.4 van
                    de Awb gevolgd kunnen worden. Te denken valt onder andere aan mondelinge en
                    schriftelijke enquêtes, hoorzittingen en het houden van facultatieve referenda
                    (geen beslissende).</al><al>Het derde lid maakt nog eens duidelijk dat het college uitvoering geeft aan de
                    inspraak, tenzij de raad of de burgemeester anders heeft bepaald.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Eindverslag</tussenkop><al>Op dit onderdeel is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In
                    artikel 3:17 Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt
                    van hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht.</al><al>Het tweede lid verplicht het college om het eindverslag van de inspraak
                    gelijktijdig met het raadsvoorstel en conceptbesluit aan de gemeenteraad voor te
                    leggen. De raad zal bij de beoordeling van het voorstel ook de uitgevoerde
                    inspraakprocedure betrekken.</al><al>Onder het in het derde lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                    inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                    afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage
                    gelegd enz.?</al><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                    bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De
                    schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In het
                    verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren
                    gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren
                    hebben gebracht.</al><al>Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                    bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al><al>In het vierde lid is bepaald dat het college het eindverslag op de gebruikelijke
                    wijze openbaar maakt. Benadrukt wordt dat de bekendmaking van de resultaten van
                    de inspraak uitermate belangrijk is. Het ligt voor de hand om degenen die hebben
                    ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het
                    eindverslag algemeen worden gepubliceerd in een huis-aan-huisblad en op de
                    gemeentelijke website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden
                    gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen
                    om tijdens de inspraakavond al duidelijkheid omtrent de communicatie te
                    verschaffen.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Intrekking oude verordening</tussenkop><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De datum
                    waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in
                    werking treedt (zie artikel 7). </al><al/><tussenkop>Artikel 7 Inwerkingtreding en artikel 8 Citeertitel</tussenkop><al>Deze artikelen spreken voor zich en behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>