<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR371595_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de kamerverhuurpanden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2015, 27</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de kamerverhuurpanden 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RVO15.0056</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Verordening voor kamerverhuurpanden 2012</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de kamerverhuurpanden 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van Den
                                    Helder;</al></li><li nr="b."><al>eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van
                                    woonruimte of een gebouw. Onder ‘eigenaar in de zin van het
                                    Burgerlijk Wetboek’ wordt in deze verordening en de daarop
                                    berustende bepalingen mede verstaan: de erfpachter,
                                    vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als
                                    bedoeld in artikel 1 06 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek,
                                    of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht van
                                    een woonruimte is verleend;</al></li><li nr="c."><al>huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die
                                    een gemeenschappelijke huishouding voeren;</al></li><li nr="d."><al>woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet samen met een of
                                    meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door
                                    een huishouden;</al></li><li nr="e."><al>zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft
                                    en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit
                                    afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                    woonruimte;</al></li><li nr="f."><al>kamerverhuurpand: gebouw of een deel van een gebouw met, of
                                    geschikt te maken voor drie of meer kamers, niet vallende onder
                                    het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het
                                    Bouwbesluit, welke kamers als hoofdverblijf apart zijn of kunnen
                                    worden bewoond door niet in het verband van een huishouden
                                    levende personen. Begeleid wonen wordt niet beschouwd als
                                    kamerverhuurpand;</al></li><li nr="g."><al>inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van
                                    een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is
                                    genomen;</al></li><li nr="h."><al>onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte
                                    bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke
                                    niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit
                                    daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                    woonruimte;</al></li><li nr="i."><al>gemeenschappelijke voorzieningen: ruimten, opstelplaatsen,
                                    aansluitingen, installaties, apparatuur en dergelijke die
                                    gebruikt kunnen worden door de bewoners van drie of meer
                                    onzelfstandige woonruimtes;</al></li><li nr="j."><al>omzetting: het omzetten van een zelfstandige woonruimte in een
                                    onzelfstandige woonruimte;</al></li><li nr="k."><al>huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor
                                    het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag
                                    per maand;</al></li><li nr="l."><al>bewoning: met bestemming tot bewoning wordt bedoeld dat men daar
                                    permanent woont en daar zijn hoofdverblijf heeft, zoals bedoeld
                                    in de Wet basisregistratie personen;</al></li><li nr="m."><al>omzettingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 21,
                                    onder c van de Huisvestingswet 2014;</al></li><li nr="n."><al>buurtindeling: de indeling volgens de CBS wijk- en buurtindeling
                                    van de gemeente Den Helder;</al></li><li nr="o."><al>gebruiksoppervlaktemaat: de maat van de gebruiksoppervlakte als
                                    bedoeld in NEN 2580;</al></li><li nr="p."><al>bijzonder woningcomplex: samengesteld geheel van tenminste drie
                                    zelfstandige en/of onzelfstandige woonruimtes;</al></li><li nr="q."><al>Short-Stay: huren van tijdelijke woonruimte door bedrijven voor
                                    hun medewerkers; </al></li><li nr="r."><al>buurt: deel van een wijk volgens de wijk- en buurtindeling van
                                    de gemeente Den Helder, laatstelijk vastgesteld door de
                                    gemeenteraad d.d. 2 november 1988.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>Vergunningsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het college burgemeester en
                            wethouders verboden woonruimten om te zetten van een zelfstandige in
                            onzelfstandige woonruimte. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Aanvragen voor een omzettingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een omzettingsvergunning wordt door de eigenaar in
                                drievoud ingediend bij het college op een door het college
                                vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en
                                bescheiden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>bewijs van eigendom van de woonruimte en, voor zover van
                                        toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot de
                                        gevraagde omzetting;</al></li><li nr="b."><al>een plattegrond van de bestaande situatie, voorzien van
                                        gebruiksoppervlaktematen (schaal1:100);</al></li><li nr="c."><al>een plattegrond van de gewijzigde situatie, voorzien van
                                        gebruiksoppervlaktematen, waarbij is aangegeven welke
                                        ruimten als afzonderlijke woonruimte zullen worden gebruikt
                                        (schaal1:100).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd om in het belang van het nemen van een
                                beslissing op de aanvraag voor een omzettingsvergunning aanvullende
                                gegevens en bescheiden te vragen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de omzettingsvergunning vermeldt het college de volgende
                                informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>het adres van de woonruimte waarop de vergunning betrekking
                                        heeft;</al></li><li nr="b."><al>de eigenaar van de woonruimte waarop de vergunning
                                        betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>het aantal onzelfstandige woonruimten dat gecreëerd mag
                                        worden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan een omzettingsvergunning worden in ieder geval de volgende
                                voorschriften verbonden:</al><lijst><li nr="a."><al>onverminderd het bepaalde in de Woningwet mogen er geen
                                        ingrijpende verbouwingen worden uitgevoerd die de
                                        geschiktheid om als woonruimte te kunnen dienen
                                        aantasten;</al></li><li nr="b."><al>wijziging van het gemelde gebruik is alleen toegestaan voor
                                        zover het aantal kamers daardoor niet toeneemt;</al></li><li nr="c."><al>de vergunninghouder stelt het college in kennis van de
                                        feitelijke beëindiging van het gebruik waarvoor de
                                        omzettingsvergunning is verleend;</al></li><li nr="d."><al>het kamerverhuurpand mag niet eerder in gebruik worden
                                        genomen dan nadat deze van gemeentewege op brandveiligheid
                                        en bouwkundige eisen is goedgekeurd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een omzettingsvergunning is zowel gebonden aan het pand alsook aan
                                de rechthebbende op het pand en is niet overdraagbaar anders dan
                                door rechtsopvolging na overlijden van de vergunninghouder.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergunning genoemd in artikel 2.1 is paragraaf 4.1.3.3. van de
                                Algemene wet bestuursrecht (positieve beslissing bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 kan worden geweigerd als
                                het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een
                                onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de
                                omgeving van het betreffende pand. Hiervan is in ieder geval sprake
                                indien:</al><lijst><li nr="."><al>meer dan 1% van de tot bewoning bestemde gebouwen in een
                                        buurt wordt gebruikt voor huisvesting als bedoeld in artikel
                                        2.1, en</al></li><li nr="."><al>de aanvraag betrekking heeft op een pand dat, rondom dat
                                        pand gemeten vanaf de dichtstbijzijnde gevelwanden, is
                                        gelegen op minder dan drie woningen van een geregistreerd
                                        kamerverhuurpand, dan wel van een pand waarvoor een aanvraag
                                        om omzettingsvergunning is ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning ten aanzien van een onzelfstandige woonruimte,
                                waarvan de omzettingsvergunning op grond van artikel 26, eerste lid,
                                onder c van de wet is ingetrokken, kan gedurende een bij die
                                intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar worden
                                geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere weigeringsgronden
                                vaststellen op het gebied van brandveiligheid, parkeren, wooncomfort
                                en hygiëne;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De weigeringsgrond met betrekking tot het afstandscriterium is niet
                                van toepassing op gevraagde omzettingsvergunningen voor het
                                rechtstreeks huren van tijdelijke woonruimte (Short-Stay) door
                                bedrijven voor hun eigen medewerkers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Bijzonder woningcomplex</titel></kop><al>Het college kan in afwijking van artikel 2.3 een omzettingsvergunning
                            verlenen:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer de aanvraag een bijzonder woningcomplex, als bedoeld
                                    onder artikel 1 onder p, betreft, en </al></li><li nr="b."><al>de aanvraag alle ruimten van het bijzondere woningcomplex
                                    betreft.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Intrekken van de omzettingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de omzettingsvergunning intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren;</al></li><li nr="b."><al>de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften
                                        niet worden nagekomen;</al></li><li nr="c."><al>de vergunninghouder één jaar na het onherroepelijk worden
                                        van de vergunning daarvan nog geen gebruik heeft gemaakt, of
                                        de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend langer dan
                                        één jaar niet meer in gebruik is;</al></li><li nr="d."><al>vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat
                                        handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring
                                        van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een
                                        verstoring van een geordend woon- en leefmilieu van het
                                        gebouw waarop de vergunning betrekking heeft;</al></li><li nr="e."><al>het aantal onzelfstandige woonruimten en/of het aantal
                                        bewoners afwijkt van het in de aanvraag vermelde
                                        aantal.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college gaat niet eerder tot intrekking van de vergunning over,
                                voordat degene tegen wie het besluit tot intrekking wordt genomen
                                bij brief in kennis is gesteld dat het voornemens is, dat het de
                                vergunning zal intrekken, indien voor een nader te bepalen datum
                                niet zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat
                                alsnog aan de desbetreffende bepalingen van deze verordening wordt
                                voldaan en hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens
                                het college te doen horen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Verdere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college is bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze
                            verordening naar zijn oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten
                            gunste van de aanvrager af te wijken van de verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij of zij die handelt in strijd met het bepaalde in artikel 2.1 wordt
                            gestraft met een hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van
                            de derde categorie. De genoemde strafbaar gestelde feiten zijn
                            overtredingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Handhaving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college aangewezen
                            ambtenaren.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Overgangs-en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening voor kamerverhuurpanden 2012” zoals deze is
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 2 april 2011 RB 12.0031 wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omzettingsvergunningen verleend op grond van de in het voorgaande
                                lid genoemde verordening worden geacht te zijn verleend op grond van
                                artikel 2.1 van de Verordening voor kamerverhuurpanden 2015.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen om omzettingsvergunning die zijn ingediend onder de
                                Verordening voor kamerverhuurpanden 2012, maar waarop nog niet is
                                beschikt bij het in werking treden van deze verordening, worden
                                afgehandeld overeenkomstig deze verordening (Verordening voor
                                kamerverhuurpanden 2015).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr></kop><al><vet>Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening op de
                            kamerverhuurpanden 2015."</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>in werking treden</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op dag volgende op die van haar
                            bekendmaking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 29 juni 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Koen Schuiling, burgemeester</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING VERORDENING OP DE KAMERVERHUURPANDEN 2015</titel></kop><al><vet>ALGEMEEN</vet></al><al>In Den Helder komt het regelmatig voor dat zelfstandige woonruimten worden
                    omgezet in onzelfstandige woonruimten (kamerverhuur). Naast het gegeven dat
                    hierdoor het aantal zelfstandige woningen in Den Helder afneemt, veroorzaakt
                    deze manier van wonen, met name in buurten waar een concentratie van dergelijke
                    vormen van huisvesting plaatsvinden voor veel overlast. Om deze reden is bij
                    raadsbesluit van 2 april 2012 de Verordening voor kamerverhuurpanden 2012
                    vastgesteld. Deze Verordening is eind 2014 geëvalueerd. Uit deze evaluatie is
                    onder meer naar voren gekomen dat deze verordening in belangrijke mate aan de
                    beoogde doelstelling tegemoet is gekomen. Zo is o.a. het woon- en leefklimaat in
                    met name de buurten binnen de Linie in belangrijke mate is verbeterd. Zie in dit
                    verband de raadsinformatie brief van 16 december 2014 (RI14.0177).</al><al/><al><vet>Relatie tot andere wetgeving</vet></al><al>Zoals hierboven is aangegeven gaat het bij kamerverhuur om het omzetten van
                    zelfstandige woningen naar onzelfstandige woningen. In beginsel wijzigt hierdoor
                    de woningvoorraad De regels voor het beheer van de woningvoorraad zijn
                    vastgelegd in de Huisvestingswet 2014. Op grond van deze wet blijft het voor de
                    gemeente mogelijk om wijziging in de woonruimtevoorraad –
                    onttrekken/samenvoegen/splitsen van woningen – te regelen middels een
                    vergunningensysteem (artikel 21 e.v.). Een vergunning wordt verleend, tenzij het
                    belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is
                    dan het met het onttrekken, samenvoegen of omzetten gediende belang en het
                    belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad niet door
                    het stellen van voorwaarden voldoende kan worden gediend. De Huisvestingswet
                    2014 ziet met name toe op de schaarste van (specifieke) woningen. </al><al>De Verordening op de kamerverhuurpanden heeft echter uitsluitend ten doel om de
                    woonomgeving in het belang van de openbare te beschermen. Het beheer van de
                    woningvoorraad is geen doel van de verordening. Het in standhouden van de
                    woningvoorraad is daarom beslist geen reden om een vergunning op grond van de
                    Verordening op kamerverhuurpanden te weigeren. Met het uitsluiten van deze
                    weigeringsgrond treedt de Verordening op de kamerverhuurpanden niet in hetgeen
                    in de Huisvestingswet 2014 is geregeld. </al><al/><al>De Verordening op de kamerverhuurpanden 2015 komt in grote lijnen overeen met de
                    Verordening op de kamerverhuurpanden 2012. In afwijking van de eerdere
                    verordening geldt een omzettingsvergunning in Verordening op de
                    kamerverhuurpanden 2015 voor onbepaalde tijd. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan
                    de gewenste deregulering.</al><al/><al>De Verordening beoogt de concentratie van de kamerverhuurpanden te reguleren.
                    Doel van de regeling is te zorgen voor een spreiding van de kamerverhuurpanden,
                    zodat door een redelijke geografische spreiding van de kamerverhuurpanden niet
                    te veel druk op de leefbaarheid van bepaalde wijken, buurten en straten
                    ontstaat. De regel is dat niet meer dan 1 % van de tot bewoning bestemde
                    gebouwen in een buurt in aanmerking komt voor een omzettingsvergunning en een
                    afstand van minimaal drie zelfstandige woningen tot een ander geregistreerd
                    kamerverhuurpand moet worden aangehouden. Hierdoor wordt voorkomen dat een
                    ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon­ en leefmilieu in een straat of buurt
                    ontstaat.</al><al/><al>In hoofdstuk 3 (verdere bepalingen) staan de straf- en handhavingbepalingen
                    alsmede een hardheidsclausule. De hardheidsclausule biedt het college de
                    mogelijkheid om in specifieke gevallen ten gunste van een aanvrager af te wijken
                    van de verordening. Uiteraard dienen de belangen van derde belanghebbenden
                    daarbij niet uit het oog te worden verloren.</al><al/><al>Hoofdstuk 4 geeft overgangs-en slotbepalingen. Hierbij is met name artikel 4.1
                    (overgangsbepaling) van belang voor alle bestaande kamerverhuurpanden. Dit
                    artikel biedt rechtsbescherming aan de bestaande kamerverhuurpanden met name in
                    die situaties waarin deze kamerverhuurbedrijven niet kunnen voldoen aan de in
                    deze verordening gestelde afstandscriteria.</al><al/><al>Dit biedt echter geen vrijbrief om eventueel door de bewoners van dit soort
                    panden veroorzaakte overlast bij omwonenden te continueren. Door het vormen van
                    een dossier kan, ingeval van overlast door de bewoners van een kamerverhuurpand,
                    worden opgetreden tegen de eigenaar/exploitant van een kamerverhuurbedrijf. In
                    het uiterste geval kan en vergunning voor een periode van vijf jaar worden
                    ingetrokken gedurende welke tijd look geen nieuwe vergunning kan worden
                    aangevraagd.</al><al/><al><vet>ARTIKELGEWIJS</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>In dit artikel zijn de begripsbepalingen van de verordeningen weergegeven. De
                    omschrijvingen van deze begrippen spreken voor zich. Een bijzondere vermelding
                    dient hierbij te worden gemaakt voor een bijzonder wooncomplex (Artikel 1, onder
                    p), Hiermee wordt bedoeld een samengesteld geheel van tenminste drie woningen.
                    Gedacht moet hierbij worden aan een gebouw waar meerdere kamers kunnen worden
                    verhuurd. Hierbij valt te denken aan een flatgebouw of een oud, fabrieks- of
                    kantoorcomplex, dat uitstekend geschikt te maken is voor studentenhuisvesting.
                    Deze speciale bepaling is opgenomen omdat vanwege de concentratie van
                    kamerverhuurpanden in een dergelijk gebouw niet voldaan zou kunnen worden aan de
                    gestelde afstandscriteria, terwijl het pand zich uitstekend leent voor
                    kamerverhuur.</al><al/><al>Het college kan hiermee in afwijking van het bepaalde in artikel 2.3 van de
                    verordening een omzettingsvergunning verlenen als de aanvraag een woningcomplex
                    betreft. Wanneer het college van mening is, dat er geen ontoelaatbare inbreuk op
                    een geordend woon- en leefmilieu in een straat of buurt ontstaat, kan de
                    omzettingsvergunning afgegeven worden.</al><al/><al><vet>Artikel 2.1 Vergunningvereiste.</vet></al><al>In dit artikel staat dat zelfstandige woonruimte niet mag worden omgezet in een
                    kamerverhuurpand, zonder dat daarvoor een vergunning als bedoeld in deze
                    verordening is verleend.</al><al/><al>Een zelfstandige woonruimte is een volledige woonvoorziening, terwijl er bij
                    onzelfstandige woonruimte gemeenschappelijk gebruik van basisvoorzieningen zoals
                    douche, toilet en/of keuken plaatsvindt. Kenmerkend voor onzelfstandige
                    woonruimte is, dat het niet over een eigen toegang beschikt. In een
                    kamerverhuurpand zijn meerdere kamers verhuurd. Deze kamers kunnen een
                    zelfstandig karakter alsmede een onzelfstandig karakter hebben.</al><al/><al><vet>Artikel 2.2 Aanvragen van een omzettingsvergunning.</vet></al><al>Hier staan de indieningvereisten. In de verordening zijn geen proceduere
                    bepalingen opgenomen. Dit betekent dat de in de Algemene wet bestuursrecht
                    genoemde procedurebepalingen voor vergunningen van toepassing zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 2.3 Gronden tot weigering van een omzettingsvergunning.</vet></al><al>In artikel zijn de weigeringsgronden voor een omzettingsvergunning opgesomd.
                    Uitgangspunt is een goed woon- en leefmilieu. Wat onder 'de omgeving van een
                    gebouw' moet worden verstaan is arbitrair, een besluit moet natuurlijk gedragen
                    worden door zijn motivering.</al><al/><al>In artikel 2.3 staan de afwegingscriteria waaraan een aanvraag om een
                    omzettingsvergunning wordt getoetst. Als een aanvraag niet aan deze
                    afwegingscriteria voldoet, zal dit leiden tot het nemen van een
                    weigeringsbesluit op de aanvraag om een omzettingsvergunning.</al><al/><al>Een omzettingsvergunning kan altijd worden geweigerd als dat leidt tot
                    ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu en bovendien automatisch als
                    sprake is wat onder a en b wordt omschreven.</al><al/><al>Daarnaast kunnen burgemeester en wethouders beleidsregels vaststellen waarin
                    voorwaarden en voorschriften worden opgenomen die aan de vergunning kunnen
                    worden verbonden. Het gaat daarbij om voorwaarden en voorschriften op het gebied
                    van brandveiligheid, parkeren, wooncomfort, gezondheid en hygiëne.</al><al/><al><vet>Artikel 2.4 Bijzonder wooncomplex.</vet></al><al>Zie toelichting bij artikel 1 onder q. Het gaat bij bijzondere wooncomplexen om
                    een specifieke situatie die zich bij uitstek leent voor deze vorm van
                    huisvesting, of speciaal daarvoor gecreëerd is. Juist deze bijzondere
                    wooncomplexen zijn niet verenigbaar met de reguliere regeling in deze
                    verordening. Om die reden is dit artikel in de verordening opgenomen.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Verdere bepalingen</vet>.</al><al>In dit hoofdstuk staan de gebruikelijke bepalingen om een gemeentelijke
                    verordening te handhaven. Ook is de datum van het in werking treden van deze
                    verordening bepaald. Artikel 3.1 is een vangnetbepaling. Met behulp van deze
                    bepaling kan de gemeente wellicht een oplossing bieden in toekomstige
                    probleemsituaties waarin deze regeling wellicht niet voorziet.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotbepalingen</vet>.</al><al>Op grond van artikel 4.1. blijven de vergunningen die verleend zijn op grond van
                    de Verordening voor de kamerverhuurpanden 2012 in stand. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>