<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR371486_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Individuele Studietoeslag Veere            2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veere</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 8 juli 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Veere 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de Participatiewet, artikel 30, lid 1 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen en artikel 6, lid 3 van de Gemeenschappelijke regeling Orionis Walcheren;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15b.00679</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Individuele Studietoeslag Veere
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veere; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 mei 2015; </al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de
                        Participatiewet, artikel 30, lid 1 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen
                        en artikel 6, lid 3 van de Gemeenschappelijke regeling Orionis Walcheren; </al><al>gezien het advies van Sociale Cliëntenraad Walcheren en de Walcherse
                        WMO-adviesraden; </al><al>overwegende dat de Participatiewet een studieregeling introduceert waarmee
                        studerenden met een arbeidshandicap van wie is vastgesteld dat ze niet in
                        staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele toeslag kunnen
                        ontvangen als ze studeren;</al><al>besluit vast te stellen de Verordening individuele studietoeslag Veere 2015. </al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>vast te stellen de verordening individuele studietoeslag Veere 2015;</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Het college is bevoegd extern advies te vragen met betrekking tot het
                        oordeel of een persoon niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                        minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 6 maanden in
                            aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Studeert een persoon na deze 6 maanden nog en voldoet hij aan de
                            voorwaarden dan kan hij opnieuw in aanmerking komen voor een
                            studietoeslag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte van de individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De individuele studietoeslag bedraagt € 1.500 ,-- per 6 maanden (bedrag
                            2015).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd conform
                            de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal
                            Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op
                            hele euro's.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>De individuele studietoeslag wordt eenmalig in één bedrag uitgekeerd. Dit is
                        het bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van de verordening. Na zes maanden
                        kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele
                        studietoeslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al> De gemeenteraad draagt de bevoegdheid om besluiten te nemen op basis van
                        deze verordening over aan Orionis Walcheren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de bepalingen in
                        deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden
                        van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                        studietoeslag Participatiewet Veere 2015</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van de gemeente Veere d.d. 8
                        juni 2015</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr J.C. Waverijn drs. R.J. van der Zwaag</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1 Algemene toelichting Verordening individuele studietoeslag
                        Participatiewet Veere 2015 </titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
                    Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                    in zijn mars heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK
                    2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><tussenkop>Verordeningsplicht </tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><tussenkop>Discretionaire bevoegdheid </tussenkop><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid
                    van het college. Dit betekent dat het college aan personen die voldoen aan de
                    voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, een individuele
                    studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe niet is gehouden. Het college kan in
                    beleidsregels aangeven of bepaalde groepen niet in aanmerking komen voor een
                    studietoeslag. Het college kan in plaats daarvan - en in aanvulling op artikel
                    36b, eerste lid, van de Participatiewet - in beleidsregels aangeven wie, wanneer
                    en op grond van welke nadere voorwaarden recht heeft op een individuele
                    studietoeslag. </al><tussenkop>Voorwaarden individuele studietoeslag </tussenkop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over
                    verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek – gelet op de
                    individuele omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag
                    verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag: </al><al>• 18 jaar of ouder is; </al><al>• recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000
                    of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet
                    tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al><al>• geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                    Participatiewet heeft; en </al><al>• een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                    verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                    arbeidsparticipatie heeft. </al><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet
                    geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele
                    studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele
                    studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de
                    toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een
                    bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing
                    bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een
                    individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon
                    met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is
                    namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                    tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is
                    niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid,
                    van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan
                    worden verstrekt in de vorm van een voorschot. De uitvoering van de verordening
                    wordt opgedragen aan Orionis Walcheren (conform de bepalingen van de
                    Gemeenschappelijke regeling Orionis Walcheren). </al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2 Artikelsgewijze toelichting Verordening individuele
                        studietoeslag </titel></kop><tussenkop>Artikel 1. Indienen verzoek </tussenkop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet en
                    voldoen aan de voorwaarden, zoals vermeld onder de algemene toelichting onder
                    voorwaarden (op pagina 3 van deze verordening).</al><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                    individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden
                    te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet.
                    Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                    schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld
                    in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden ingediend,
                    bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan
                    middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien
                    als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een
                    schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de
                    aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de
                    dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel
                    4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en
                    bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb).
                    Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om
                    individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet. </al><tussenkop>Artikel 2. Advies over oordeel verdienen wettelijk
                    minimumloon</tussenkop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                    college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden,
                    een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon
                    op de datum van de aanvraag:</al><al>• 18 jaar of ouder is; </al><al>• recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000
                    of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet
                    tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al><al>• geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                    Participatiewet heeft; en </al><al>• een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                    verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                    arbeidsparticipatie heeft. </al><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium stelt het college in principe
                    zelf vast of een persoon niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Dit geldt
                    uiteraard ook voor de andere te toetsen voorwaarden voor het recht op
                    individuele studietoeslag. De uitvoering van deze verordening ligt bij Orionis
                    Walcheren. Om te oordelen of een persoon niet in staat is tot het verdienen van
                    het wettelijk minimum, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, kan
                    Orionis Walcheren een arbeidsdeskundig onderzoek instellen. Dit kan in beginsel
                    met de instrumenten die Orionis Walcheren heeft. Zo nodig, wanneer er twijfel
                    bestaat hierover, kan een extern advies worden ingewilligd bij het UWV. </al><tussenkop>Artikel 3. Periode individuele studietoeslag verlenen </tussenkop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in aanmerking
                    komen voor een individuele studietoeslag. Doorgaans kan een persoon
                    halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor de beoordeling of een
                    belanghebbende in aanmerking komt voor een individuele studietoeslag wordt de
                    situatie op de datum van de aanvraag beoordeeld (artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Om deze reden is geregeld dat een persoon slechts eenmaal
                    binnen een periode van zes maanden in aanmerking kan komen voor een individuele
                    studietoeslag (artikel 3 van deze verordening). Studeert een persoon na die zes
                    maanden nog steeds en voldoet hij aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste
                    lid, van de Participatiewet, dan kan hij opnieuw in aanmerking komen voor een
                    individuele studietoeslag. Hiervoor hoeft een persoon niet opnieuw een formulier
                    in te dienen. Door middel van een heronderzoek, eenmaal per 6 maanden, wordt
                    beoordeeld of de studietoeslag doorgezet kan worden. De uitkomst hiervan wordt
                    neergelegd in een beschikking. </al><tussenkop>Artikel 4. Hoogte individuele studietoeslag </tussenkop><al>In dit artikel is de hoogte van de individuele studietoeslag geregeld. Hierbij
                    wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de voorwaarden toegekend. Een
                    individuele studietoeslag bedraagt € 1.500,--. </al><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor
                    een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking voor een
                    individuele studietoeslag. </al><al>In artikel 4, tweede lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling
                    opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden
                    vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang de nieuwe
                    bedragen (na indexatie) intern duidelijk te communiceren. Als een persoon op
                    enig moment niet meer aan de voorwaarden voldoet , kan dat gevolgen hebben voor
                    het recht op de individuele studietoeslag. </al><tussenkop>Artikel 5. Betaling individuele studietoeslag</tussenkop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag geregeld. </al><al>De individuele studietoeslag wordt eenmalig in één bedrag uitbetaald. Dit is het
                    bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van deze verordening. Na zes maanden kan
                    een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Dit
                    volgt uit artikel 3 van deze verordening. </al><tussenkop>Artikel 6. Uitvoering</tussenkop><al>De uitvoering van het armoedebeleid wordt overgedragen aan de
                    uitvoeringsorganisatie Orionis Walcheren. De verantwoordelijkheid voor het
                    beleid berust bij de gemeente.</al><tussenkop>Artikel 7. Inwerkingtreding </tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2015. Vanaf die datum
                    is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de
                    verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de verordening
                    vast te stellen over het verlenen van een individuele studietoeslag. </al><tussenkop>Artikel 8. Hardheidsclausule</tussenkop><al> In bijzondere situaties kan van de verordening worden afgeweken. </al><tussenkop>Artikel 9. Citeertitel </tussenkop><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>