<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR371260_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 7-7-2015, 60515</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SV 185</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidiebeleid 2016 – 2019 en subsidieverordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stichtse Vecht,</al><al/><al>Gelet op:</al><al>het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 mei 2015;</al><al>de bespreking in de commissie Sociaal Domein en Werk van 2 juni 2015;</al><al>de bepalingen van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>de subsidievisie gemeente Stichtse Vecht 2016-2019;</al><al>besluit</al><al>Vast te stellen de </al><al><vet>Algemene Subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2015</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanvrager : de rechtspersoon of natuurlijke persoon die subsidie
                                aanvraagt op grond van deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>activiteit : het geheel van inspanningen gericht op een met
                                subsidiëring te bereiken product of prestatie, resultaat of effect
                                (zie Uitvoeringsvoorschrift subsidies Stichtse Vecht);</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>college : college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Stichtse Vecht;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>financieel verslag : een jaarlijkse financiële verantwoording van de
                                exploitatie (baten en lasten) van de subsidieontvanger over een
                                kalenderjaar of over bepaalde activiteiten die correspondeert met de
                                begroting voor dat betreffende kalenderjaar of voor de betreffende
                                activiteiten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>gemeente : de gemeente Stichtse Vecht</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>gemeenteraad : de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>instelling : elke rechtspersoon, niet zijnde een publiekrechtelijke
                                instantie, die zich de behartiging van door het gemeentebestuur
                                erkende belangen van ideële of materiële aard ten doel stelt;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>subsidie : een aanspraak op financiële middelen, door het college
                                verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager,
                                anders dan betaling voor aan het college geleverde goederen of
                                diensten;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>subsidieontvanger : de rechtspersoon of natuurlijke persoon die
                                subsidie ontvangt op grond van deze verordening; </al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>subsidieplafond : het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten
                                hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens
                                een bepaald wettelijk voorschrift; </al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>subsidiebeleid : een periodiek vastgesteld overzicht van
                                beleidsdoelen en criteria waarvoor de raad budget beschikbaar stelt;
                            </al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>uitvoeringsvoorschrift : geheel van regels voor de uitvoering van de
                                subsidieverordening;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>wet : Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al>Europees steunkader : een mededeling, richtsnoer, kaderregeling,
                                besschikking of vrijstellingsverordening op het gebied van
                                staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese
                                Unie, gelet op de artikelen 42,87,88,106, derde lid , 107, 108 en
                                van het Verdrag heeft vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al>Onderneming : iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van
                                financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al>Verdrag : Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.</al></lid><lid><lidnr>q.</lidnr><al>De-minimisverordening: Europese verordening van 1-4-2014 waarin is
                                geregeld dat decentrale overheden aan ondernemingen tot € 200.000
                                aan steun kunnen verlenen zonder dat er sprake is van staatssteun.
                                Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie
                                belastingjaren. Subsidies die binnen deze drempel vallen hoeven niet
                                aangemeld te worden overeenkomstig artikel 108, lid 3, van het
                                verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><al>Subsidies worden verstrekt aan instellingen. Het verstrekken van
                            subsidie aan natuurlijke personen kan alleen geschieden door het
                            college, indien de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verstrekking
                            zich hiertegen niet verzetten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op alle door de gemeente toe te
                            kennen subsidies tenzij een andere wettelijke regeling of gemeentelijke
                            verordening daarin voorziet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bevoegdheid</titel></kop><al>Voor zover in deze verordening niet anders is bepaald, is het college
                            het bevoegde bestuursorgaan voor de toepassing van deze verordening en
                            van titel 4.2. van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidiebeleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt periodiek het subsidiebeleid vast op basis waarvan
                            subsidies kunnen worden aangevraagd.</al></li><li nr="2."><al>In het subsidiebeleid wordt in elk geval opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al>de beleidseffecten van de subsidie</al></li><li nr="b."><al>het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde
                                            budget;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Meerjarige subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voor een periode van maximaal vier jaar subsidie
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de verlening van de subsidie bepalen op welke
                                wijze de verleende subsidie jaarlijks wordt aangepast aan het loon-
                                en prijspeil.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin een aanvraag om subsidie betrekking heeft op
                                het kalenderjaar of kalenderjaren volgend op dat waarin de aanvraag
                                is ingediend, wordt op de aanvraag beslist binnen uiterlijk acht
                                weken na de dag waarop de gemeentebegroting voor het eerstvolgende
                                kalenderjaar door de gemeenteraad is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle andere gevallen geldt dat binnen acht weken na indiening van
                                een aanvraag wordt beslist, tenzij het college bij nadere regels
                                hiervoor een andere termijn heeft vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in het eerste en tweede lid geldt slechts
                                als een aanvraag, indien deze aan alle wettelijke voorschriften
                                voldoet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde
                                lid, van het verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie
                                wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een
                                eindbeslissing heeft genomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet per beleidsterrein, een subsidieplafond
                                zoals bedoeld in artikel 4:22 van de wet vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt - in het geval dat hij gebruik maakt van de in het
                                eerste lid bedoelde bevoegdheid - zo spoedig mogelijk na
                                vaststelling van de gemeentebegroting door de raad het
                                subsidieplafond voor het desbetreffende beleidsterrein vast, dat in
                                het daarop volgende kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor het
                                verstrekken van subsidie ten behoeve van (clusters van)
                                activiteiten.</al><lijst><li nr="a."><al>Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven
                                        op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></li><li nr="b."><al>Het college kan per beleidsterrein nadere regels stellen
                                        omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.</al></li><li nr="c."><al>Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt gewezen op
                                        de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor
                                        reeds ingediende aanvragen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Europees Steunkader</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees
                                steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij
                                subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze
                                aanvullen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden
                                gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling
                                naar het toepasselijke steunkader.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is,
                                verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen
                                van het steunkader.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is,
                                komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten
                                in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke
                                steunkader.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is,
                                komen onderneming alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen
                                aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wet openbaarmaking publieke middelen gefinancierde
                                topinkomens</titel></kop><al>De subsidieontvanger, waarop artikel 6 van de Wet Openbaarmaking
                            publieke middelen gefinancierde topinkomens van toepassing is, is
                            verplicht om de inkomensgrens zoals bedoeld in het eerste lid van dat
                            artikel als bezoldigingsmaximmum in acht te nemen. Indien voor een
                            sector een hoger bezoldigingsmaximum is afgesproken tussen de sector en
                            de minister, geldt dit als maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die
                            nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij verleend onder de
                            voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Regels aanvraag subsidieverlening</titel></kop><al>Het college kan regels stellen over de termijn waarbinnen een aanvraag
                            tot subsidieverlening moet worden ingediend en over de stukken die de
                            aanvrager daarbij moet overleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Weigerings- en intrekkingsgronden- en
                                terugvorderingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4;35 van de
                                Algemene wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder
                                geval:</al><lijst><li nr="a."><al>als de Europese commissie overeenkomstig artikel 108, derde
                                        lid, van het verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie
                                        onverenigbaar is met de interne markt.</al></li><li nr="b."><al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot
                                        terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking
                                        van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en
                                        onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is
                                        verklaard.</al></li><li nr="c."><al>als de subsidieontvanger niet voldoet aan de in artikel 10
                                        beschreven voorwaarde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25 en
                                                artikel 4:35 van de wet genoemde gevallen in ieder
                                                geval geweigerd worden indien gegronde redenen
                                                bestaan om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen
                                                zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede
                                                komen aan ingezetenen van de gemeente; </al></li><li nr="b."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen
                                                worden voor het doel waarvoor de subsidie is
                                                aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten
                                                zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het
                                                algemeen belang of de openbare orde;</al></li><li nr="d."><al>In het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in
                                                artikel 3 van de Wet bevordering
                                                integriteitbevoordelingen door het openbaar bestuur;
                                            </al></li><li nr="e."><al>subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het
                                                beleid van de gemeente.</al></li><li nr="f."><al>Als de subsidieverstrekking niet is toegestaan
                                                totdat de Europese Commissie met toepassing van
                                                artikel 108, derde lid, van het verdrag heeft
                                                vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de
                                                interne markt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast de in artikel 4:50 van de wet bedoelde
                                                gevallen kan de subsidieverlening ook worden
                                                ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden
                                                gewijzigd op grond van de in het eerste lid onder a.
                                                tot en met f. genoemde gevallen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een subsidie in ieder geval Na een
                                                dergelijk besluit zullen reeds uitbetaalde
                                                voorschotten teruggevorderd worden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>intrekken in het geval en onder de voorwaarden,
                                                bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college vordert een subsidie met rente terug als
                                                dit nodig is ter uitvoering van een
                                                terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of
                                                een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan naast de in artikel 4:37 van de wet bedoelde
                                verplichtingen bij nadere regels of bij de subsidieverlening
                                verplichtingen opleggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de subsidieverlening kunnen daarnaast aanvullende verplichtingen
                                worden opgelegd, die strekken tot verwezenlijking van het doel van
                                de subsidie. <cursief>(4:38)</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan voorts verplichtingen opleggen die betrekking hebben
                                op de wijze waarop, of de middelen waarmee de gesubsidieerde
                                activiteit wordt verricht. <cursief>(4:39)</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een onderzoek
                                van de rekenkamercommissie als bedoeld in de Verordening op de
                                rekenkamercommissie, indien deze commissie daarom verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor subsidie is
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                over:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de
                                activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van
                                de rechtspersoon;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                verhouding met derden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot
                                subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet
                                kunnen worden nagekomen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de
                                rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de
                                rechtspersoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><al>Het college verleent, zo nodig, voorschotten op de subsidie en beslist
                            met betrekking tot de hoogte en wijze van bevoorschotting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Uitbetaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald
                                onder verrekening van de betaalde voorschotten. Indien feiten of
                                omstandigheden aanleiding geven tot een lagere vaststelling van de
                                subsidie over het betreffende jaar, kan verrekening plaatsvinden
                                door inhouding op de nog uit te betalen subsidie in hetzelfde jaar
                                of bij vaststelling van de subsidie over het volgend
                                subsidiejaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidies worden binnen vier weken na de subsidievaststelling
                                betaald, tenzij in de beschikking tot vaststelling anders is
                                bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet
                            aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen
                            zal worden voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Regels subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt per boekjaar vastgesteld, tenzij het college bij
                                nadere regels of bij de subsidieverlening anders bepaalt, of het een
                                subsidie voor een incidentele activiteit betreft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels stellen over de termijn waarbinnen een
                                aanvraag om subsidievaststelling moet worden ingediend, de stukken
                                die daarbij moeten worden overgelegd en de termijn waarop na de
                                subsidievaststelling de betaling uiterlijk dient plaats te vinden
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist uiterlijk binnen twaalf weken op een aanvraag
                                tot subsidievaststelling, tenzij het bij nadere regels hiervoor een
                                andere termijn heeft vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie danwel de verantwoording ervan,
                                volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een
                                langere termijn nodig is dan de in het derde lid genoemde termijn,
                                dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig
                                mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in
                                te dienen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het
                                tweede lid genoemd tijdstip is ontvangen, kan het college zes weken
                                na een eenmalig rappel overgaan tot ambtshalve vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in de voorgaande leden geldt slechts als
                                een aanvraag, indien deze aan alle wettelijke voorschriften
                                voldoet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Accountantsrapport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien en voor zover het college heeft bepaald dat bij de aanvraag
                                om subsidievaststelling een accountantsrapport moet worden
                                overgelegd, moet uit de verklaring van de accountant blijken of de
                                subsidie is aangewend voor het doel waarvoor deze ter beschikking is
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van een heronderzoek wijst het college de accountant aan
                                die bevoegd is tot heronderzoek van de verrichte werkzaamheden van
                                de controlerend accountant van de subsidieontvanger. De
                                subsidieontvanger en de door de subsidieontvanger ingeschakelde
                                accountant dienen aan het heronderzoek medewerking te verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Periodieke evaluatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college toetst ten minste eens per vier jaar of subsidies die op
                                jaarbasis worden verleend rechtmatig, doelmatig en doeltreffend zijn
                                besteed, en rapporteren over zijn bevindingen aan de gemeenteraad.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor de wijze waarop deze
                                toetsing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde toetsing geldt niet voor subsidies die
                                zijn vastgesteld zonder dat daaraan een verlening is vooraf
                                gegaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Financieel verslag</titel></kop><al>Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent
                            aan subsidie die op basis van deze verordening is verstrekt, is artikel
                            4:76 van de wet van overeenkomstige toepassing op het financiële
                            verslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Vrijstelling accountantsonderzoek</titel></kop><al>Het college kan regels stellen over het door hen verlenen van
                            vrijstelling van de verplichtingen als bedoeld in artikel 4:78, eerste
                            tot en met vierde lid, van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Het college kan toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 van de wet
                            aanwijzen. Deze toezichthouders zijn belast met het toezicht op de
                            naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere, individuele gevallen een of meer
                            bepalingen uit deze verordening dan wel uit een bijzondere
                            subsidieverordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor
                            zover toepassing van deze bepalingen leidt tot een onbillijkheid van
                            overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt
                            gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan
                            de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen om verlening, die op basis van de in artikel 27
                                ingetrokken verordening zijn ingediend en waarover bij de
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden
                                geacht op basis van deze verordening te zijn ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om vaststelling van subsidie die op basis van de in
                                artikel 27 ingetrokken verordening is verleend, worden afgedaan op
                                basis van die ingetrokken verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag
                                krachtens de in artikel 27 ingetrokken verordening, wordt beslist
                                met toepassing van deze ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de
                                bekendmaking, maar niet eerder dan op 1 september 2015 en geldt voor
                                subsidieaanvragen voor de periode vanaf het jaar 2016;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2012 wordt
                                ingetrokken, met dien verstande dat deze verordening van kracht
                                blijft voor subsidieaanvragen voor het jaar 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene subsidieverordening
                            gemeente Stichtse Vecht 2015”.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>30 juni 2015</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE STICHTSE VECHT 2015</tussenkop><tussenkop>Grondslag en systematiek</tussenkop><al>Subsidies zijn geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb bepaalt
                    dat subsidies alleen kunnen worden verstrekt als daarvoor een wettelijke basis
                    is. Die wettelijke basis wordt binnen de gemeente gevonden in de
                    subsidieverordening. Omdat de subsidieverordening vorm moet geven aan het
                    juridisch kader van de subsidieverstrekking kan deze het karakter hebben van een
                    procedureverordening. De gemeenteraad geeft in de verordening het kader voor de
                    subsidieverstrekking, draagt bevoegdheden over aan het college van burgemeester
                    en wethouders en verklaart daar waar nodig de niet dwingende artikelen van de
                    Awb van toepassing. Binnen de aldus gestelde kaders is het college bevoegd
                    nadere procedurele en beleidsmatige regels te ontwikkelen op basis waarvan
                    overgegaan wordt tot de subsidieverstrekking. De beleidsmatige inbreng van de
                    gemeenteraad is door de vaststelling van de begroting gewaarborgd. Daarin geeft
                    de raad aan voor welke beleidsdoelen en criteria het de subsidiegelden
                    beschikbaar stelt.</al><tussenkop>Subsidieverstrekking</tussenkop><al>Het subsidiehoofdstuk van de Awb is voor een belangrijk deel gebaseerd op een
                    onderscheid tussen twee beschikkingen: de subsidieverlening en de
                    subsidievaststelling. De eerste beschikking is de basis voor de toekenning van
                    subsidies op basis van onder andere een omschrijving van de te subsidiëren
                    activiteiten, de hoogte van de subsidie, het tijdvak van de subsidie en de
                    voorwaarden waaronder de subsidie gegeven kan worden. Deze beschikking gaat
                    vooraf aan de te subsidiëren activiteiten en geeft de subsidieontvanger een
                    voorwaardelijke aanspraak op de financiële middelen. Op dat moment hoeft de
                    precieze omvang nog niet vast te staan. </al><al>De vaststellingsbeschikking stelt na beëindiging van de activiteit of het
                    subsidietijdvak vast in hoeverre aan de voorwaarden werd voldaan die in de
                    aanvankelijke beschikking tot subsidieverlening waren gesteld. In de
                    vaststellingsbeschikking wordt het definitieve subsidiebedrag vastgesteld waarna
                    de uitbetaling, de nabetaling of, indien met voorschotten is gewerkt, een
                    mogelijke terugbetaling geschiedt. </al><al>Het totale proces wordt aangeduid met de term subsidieverstrekking. </al><tussenkop>Rechtsbescherming</tussenkop><al>De gebruikelijke rechtsbescherming tegen besluiten van de overheid die in de Awb
                    is opgenomen geldt ook voor de subsidieaanvrager of -ontvanger. In de
                    subsidieverordening mogen hiervoor dan ook geen aparte regels opgenomen worden.
                    Een subsidieontvanger kan tegen alle besluiten van het college bezwaar maken.
                    Vervolgens is er de mogelijkheid van beroep tegen de uitspraak op het
                    bezwaarschrift bij de rechtbank.</al><tussenkop>Dualisering</tussenkop><al>De in subsidieverordening neergelegde rolverdeling sluit aan bij de dualisering.
                    De gemeenteraad geeft de procedurele kaders terwijl het college de regeling
                    uitvoert. </al><al>De raad zet de beleidslijnen en prioriteiten uit in de subsidievisie en stelt
                    elk jaar bij de begroting de financiële middelen beschikbaar. Het college is
                    verantwoordelijk voor de uitvoering van de verordening (en de
                    uitvoeringsvoorschriften), de subsidieregeling en voor de subsidieverlening,
                    bevoorschotting, subsidievaststelling, subsidiebetaling en controle op de
                    naleving van de bij de subsidieverstrekking gemaakte afspraken. De
                    rechtmatigheid van het subsidieproces heeft hierdoor tegelijkertijd de
                    uitdrukkelijke zorg van het college. </al><tussenkop>Deregulering</tussenkop><al>Bij de subsidieverstrekker streeft onveranderd naar een systeem dat de
                    subsidieverstrekking vereenvoudigt. In de nieuwe regeling wordt rekening
                    gehouden met het verschil in aanpak tussen relatief kleine subsidiebedragen en
                    grote bedragen. De verordening biedt het college de mogelijkheid om te
                    differentiëren en onderscheid te maken bij de op te leggen voorwaarden bij de
                    subsidieverstrekking. Bovendien is het mogelijk dat bij subsidieaanvragen waar
                    geen prestaties tegenover staan het college er toe overgaat om in één
                    beschikking zowel de subsidieverlening als de subsidievaststelling te regelen.
                    Voor deze subsidieontvangers is niet vereist dat zij verantwoording indienen
                    door het indienen van een vaststellingsverzoek.</al><al>De verordening regelt niet meer dan noodzakelijk is. Omdat de uitvoering van de
                    subsidieverstrekking in handen is gelegd van het college, is het mogelijk
                    maatwerk te leveren. Dat neemt niet weg dat in de uitvoeringsregeling op
                    verschillende plaatsen eisen worden gesteld aan de subsidieontvangers. Maar, in
                    de regel kan het college daarvan afwijken mits de rechtmatigheid niet in geding
                    komt. De subsidiebeschikkingen worden zodoende toegesneden op de specifieke
                    situatie van de subsidieaanvrager. </al><tussenkop>Rechtmatigheid</tussenkop><al>De rechtmatigheid van het handelen van de overheid is een belangrijk
                    aandachtspunt in de hedendaagse overheidspraktijk. Accountants hebben niet meer
                    de opdracht om alleen de financiële getrouwheid van de boekhouding te
                    controleren, maar moeten ook de rechtmatigheid daarvan aan onderzoek
                    onderwerpen. Dit onderzoek moet resulteren in een verklaring. In de
                    gemeentelijke subsidiesfeer betekent dit dat de gemeente de regels die zijn
                    opgelegd in de Awb en de regelgeving die men zelf in of op basis van de
                    subsidieverordening heeft opgesteld, moet volgen. In de praktijk is dat niet
                    altijd eenvoudig vanwege de veelheid aan voorschriften en eisen. Toch is het in
                    het kader van het rechtmatigheidonderzoek onontkoombaar dat de gemeente zowel de
                    subsidieontvangers als zichzelf houdt aan de eigen bepalingen en verplichtingen. </al><tussenkop>Verhouding Awb en subsidieverordening</tussenkop><al>De Awb regelt die elementen van de subsidieverhouding die gemeenschappelijk zijn
                    voor elke subsidie. Daar waar het gaat om het proces van de subsidieverstrekking
                    geeft de Awb een gedetailleerde regeling. Het proces start met een aanvraag om
                    subsidie, waarop in principe een beslissing volgt in de vorm van de beschikking
                    tot subsidieverlening, en eindigt het met het vaststellen van de subsidie in de
                    vorm van de beschikking tot vaststelling en de betaling. In enkele gevallen
                    opent de Awb bovendien de mogelijkheid om (facultatieve) bepalingen over te
                    nemen. In de verordening is dat gebeurd door het instellen van subsidieplafonds
                    (4:22 Awb) en de verplichtingen met betrekking tot de subsidie (4:37 Awb). </al><al>De Awb bevat echter ook enkele dwingende bepalingen die onverkort gelden. Deze
                    zijn niet nogmaals in de verordening opgenomen (de gemeenteraad mag immers niet
                    op de stoel van de centrale wetgever gaan zitten). Voorbeelden van dergelijke
                    bepalingen zijn: </al><al><cursief>a. Weigeringsgronden</cursief>: artikel 4:25 lid 2 Awb bepaalt dat een
                    subsidie wordt geweigerd indien het subsidieplafond daardoor zou worden
                    overschreden.</al><al><cursief>b. Bekendmaking subsidieplafond</cursief>: een subsidieplafond, alsmede
                    een verlaging daarvan, moet voorafgaande aan de periode waarop het plafond
                    betrekking heeft, bekend gemaakt worden. Vaststelling van dit plafond vindt
                    plaats bij de begrotingsbehandeling en dient onmiddellijk gepubliceerd te worden
                    (4:27 Awb).</al><tussenkop>c. Inhoud van de beschikking tot subsidieverlening</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>een omschrijving van de activiteiten/voorwaarden/grondslagen waarvoor
                            subsidie wordt verleend (art 4:30 lid 1 Awb);</al></li><li nr="·"><al>vermelding van het subsidiebedrag of de wijze waarop het zal worden
                            bepaald, inclusief het maximum (art. 4:31 lid 1 Awb)</al></li><li nr="·"><al>bij meerjarige subsidies het tijdvak waarvoor de subsidie wordt gegeven
                            (art 4:32 Awb);</al></li></lijst><tussenkop>d. Inhoud beschikking subsidievaststelling </tussenkop><lijst><li nr="·"><al>Aanduiding van de activiteiten waarvoor subsidie is gegeven indien er
                            geen voorafgaande beschikking tot subsidieverlening is gegeven (art. 4:
                            43 Awb)</al></li><li nr="·"><al>Definitieve vaststelling van het subsidiebedrag (art 4:46 Awb) </al></li></lijst><al><cursief>e. Weigeren voortzetting langdurige subsidie</cursief>: bij
                    subsidieverstrekking van drie of meer achtereenvolgende jaren kan voortzetting
                    geweigerd of gewijzigd worden indien veranderde omstandigheden of gewijzigde
                    inzichten dit noodzakelijk maken; in dat geval moet een redelijke termijn van
                    afbouw in acht genomen worden (art 4:51 Awb). </al><tussenkop>Subsidiebegrip</tussenkop><al>De Awb geeft aan wat onder een subsidie moet worden verstaan: </al><al>“Een subsidie is de aanspraak op financiële middelen die door een bestuursorgaan
                    wordt verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders
                    dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde zaken of diensten. “ </al><al>Bij een subsidie gaat het altijd om financiële middelen. Dit betekent dat
                    verstrekkingen in natura niet vallen onder het begrip subsidie.</al><al>Een aanspraak betekent dat de financiële middelen niet daadwerkelijk hoeven te
                    worden verstrekt. Het garant staan voor de rente en aflossing van een lening is
                    ook subsidie, omdat dit kan leiden tot een verplichting tot betaling. Het
                    cruciale moment voor de Awb is niet de feitelijke verstrekking maar de
                    beslissing tot subsidiëring van de voorgenomen activiteit. </al><al>Een betaling voor een geleverde zaak of dienst is nooit een subsidie.
                    Commerciële transacties waarbij de gemeente partij is, vallen niet onder het
                    subsidiebegrip.</al><al>Subsidie wordt verstrekt door een bestuursorgaan. In de gemeente is dit de
                    gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders.</al><tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE STICHTSE VECHT 2015</tussenkop><al>Ter verduidelijking en om de aansluiting met de Awb te laten zien is hieronder
                    een toelichting op de subsidieverordening opgenomen. Daarnaast zijn relevante
                    artikelen uit de Awb opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </tussenkop><al>Drie elementen zijn van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>de beslissing van het bestuursorgaan dat de voorgenomen activiteit
                            gesubsidieerd wordt doet een aanspraak op financiële middelen
                            ontstaan;</al></li><li nr="2."><al>subsidiebeslissingen zijn publiekrechtelijke rechtshandelingen, voor
                            zover het bestuursorgaan subsidie verstrekt in het kader van de
                            uitoefening van een publieke taak;</al></li><li nr="3."><al>buiten het subsidiebegrip valt betaling voor aan het bestuur geleverde
                            goederen of diensten.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2 Rechtspersoonlijkheid</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat subsidies alleen worden verstrekt aan instellingen die
                    beschikken over een vorm van rechtspersoonlijkheid. Er kunnen omstandigheden
                    zijn waarbij het gewenst of redelijk is hiervan af te wijken (bijvoorbeeld
                    initiatiefgroepen).</al><tussenkop>Artikel 3 Reikwijdte van de verordening </tussenkop><al>Het doel van de term “gemeentelijk belang” is de belangen waarbij inwoners c.q.
                    bezoekers van Stichtse Vecht niet betrokken zijn, uit te sluiten. </al><tussenkop>Artikel 4 Bevoegdheid </tussenkop><al>Dit artikel wijst het college aan als het voor subsidiëring relevante
                    bestuursorgaan. De raad stuurt op hoofdlijnen, het college zorgt voor de
                    uitvoering. In het dualistische stelsel stelt de raad de beleidskaders vast en
                    voert het college de verordening uit door middel van onder andere het verlenen
                    en vaststellen van subsidies. Het college is bevoegd om voor de uitvoering van
                    de subsidiebeschikking een uitvoeringsovereenkomst te sluiten met daarin de door
                    het college verlangde prestaties.</al><tussenkop>Artikel 5 Subsidiebeleid</tussenkop><al>Het subsidiebeleid wordt periodiek vastgesteld voor één of voor meerdere
                    jaren.</al><al>Het college is bij de subsidiëring gehouden aan de beleidsmatige en financiële
                    grenzen die de raad vaststelt in de gemeentebegroting, en de vastgestelde te
                    subsidiëren beleidseffecten. Omdat in de verordening de voorwaarden zijn genoemd
                    waaraan de subsidieregeling ten minste moet voldoen geeft de subsidieregeling de
                    wettelijke basis voor de subsidieverstrekking. </al><tussenkop>Artikel 6 Meerjarige subsidie </tussenkop><al>Het subsidietijdvak is de periode waarvoor subsidie wordt verleend. Subsidies
                    kunnen voor meerdere jaren worden verleend. De gemeente heeft wat dat betreft
                    beleidsvrijheid, maar artikel 4:32 Awb voorkomt dat subsidies voor een
                    onbepaalde tijd verleend worden. De beschikking tot subsidieverlening bepaalt
                    het tijdvak voor de subsidie, dat op basis van dit artikel in de verordening
                    niet langer kan zijn dan vier jaar. Uitzondering hierop kan bij raadsbesluit
                    worden vastgesteld.</al><al>De subsidievaststelling bij subsidies hoger dan € 10.000 geschiedt (op basis van
                    artikel 4:44 lid 1b) wel periodiek waardoor het college in de gelegenheid wordt
                    gesteld om jaarlijks te beoordelen of de subsidieontvanger zich aan de
                    afgesproken prestaties of voorgeschreven voorwaarden houdt en waardoor een
                    doorlopende subsidieroutine ontstaat. Zie hiertoe artikel 17 van de
                    verordening.</al><al>Het is mogelijk dat het college bepaalt dat een verleende subsidie jaarlijks
                    wordt aangepast aan gestegen of gedaalde kosten. </al><tussenkop>Artikel 4:32</tussenkop><al>Een subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middelen
                    wordt verleend voor een bepaald tijdvak, dat in de beschikking tot
                    subsidieverlening wordt vermeld. </al><tussenkop>Artikel 7 Beslistermijn</tussenkop><al>De standaard voor de afhandelingtermijn voor subsidieaanvragen is gesteld op
                    acht weken.</al><al>Deze termijn gaat lopen zodra de aanvraag volledig is. De beslistermijn bij
                    aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie aangemeld worden, wordt
                    verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen (vierde
                    lid). Dit om te voorkomen dat subsidie wordt verleend die niet in
                    overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de
                    Werking van de Europese Unie en vervolgens teruggevorderd dient te worden.</al><tussenkop>Artikel 8 Subsidieplafond</tussenkop><al>De Awb geeft de mogelijkheid tot het hanteren van een subsidieplafond. Deze
                    bevoegdheid moet dan wel in de verordening zijn opgenomen. Dit gebeurt door dit
                    artikel. De gemeente Stichtse Vecht kiest ervoor om de budgetten te laten
                    vaststellen door de gemeenteraad bij de begroting (budgetrecht van de raad) en
                    op basis daarvan het college de bevoegdheid te geven subsidieplafonds vast te
                    stellen voor diverse activiteiten.</al><tussenkop>Artikel 4:26 </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het beschikbare
                            bedrag wordt verdeeld. </al></li><li nr="2."><al>Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling
                            vermeld. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:27 </tussenkop><lijst><li nr=""><al>1. Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het
                            tijdvak waarvoor het is vastgesteld. </al></li><li nr=""><al>2. Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt
                            bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien
                            ingediende aanvragen. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:28</tussenkop><al>Artikel 4:27, tweede lid, is niet van toepassing, indien: </al><lijst><li nr=""><al>a. de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is
                            vastgesteld ingevolge wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op
                            een tijdstip waarop de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd;
                        </al></li><li nr=""><al>b. het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of
                            goedkeuring van de begroting, en </al></li><li nr=""><al>c. bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de
                            mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende
                            aanvragen. </al><al>Artikel 9 Europees Steunkader </al><al>Staatssteun is in principe verboden (artikel 107, eerste lid, van het
                            verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna VWEU). Er is
                            sprake van staatssteun als financiële steun aan een onderneming
                            (subsidies, garanties, leningen, korting op grondprijs, erc) voldoet aan
                            de hierna volgende criteria uit het staatssteunverbod:</al><lijst><li nr="·"><al>Er is sprake van staats- (dat wil zeggen: overheids-) middelen
                                    die aan een onderneming worden verleend. Een onderneming is een
                                    entiteit die economische activiteiten verricht. Eenheden die
                                    uitsluitend een typische overheidstaak zonder economisch
                                    karakter verrichten (activiteiten van puur sociale aard of het
                                    uitoefenen van overheidsgezag) zijn geen ondernemingen. Steun
                                    aan burgers houdt geen staatssteun in, mits de steun niet
                                    indirect alsnog bij een onderneming terechtkomt;</al></li><li nr="·"><al>De steun geeft de onderneming een economisch voordeel dat niet
                                    via de normale commerciële weg zou zijn verkregen
                                    (non-marktconformiteit);</al></li><li nr="·"><al>De steun is selectief: deze geldt voor één of enkele
                                    ondernemingen, een specifieke sector of regio ; en</al></li><li nr="·"><al>De steun vervalt de mededinging (in potentie) en leidt of dreigt
                                    te leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer
                                    in Europa.</al></li></lijst><al>Deze criteria zijn cumulatief. Als niet aan alle punten is voldaan, is
                            er geen sprake van staatssteun. </al><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie
                            op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het
                            nodig zijn dat er afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld
                            wordt. Het eerste lid maakt het college daartoe bevoegd.</al><al>Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese
                            Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken
                            van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt
                            vermeld.</al><al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen
                            uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten
                            voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en
                            voorwaarden van het betreffende steunkader (lid 4). Net goed als dat bij
                            subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is,
                            ondernemingen alleen in aanmerking komen voor subsidies die voldoen aan
                            de voorwaarden van de de-minimisverordening (lid 5). </al><al>Artikel 10 Wet openbaarmaking publieke middelen gefinancierde
                            topinkomens</al></li></lijst><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 11 Begrotingsvoorbehoud</tussenkop><al>Een algemene voorwaarde bij de subsidiëring is dat er uiteindelijk financiële
                    middelen beschikbaar moeten zijn in de gemeentebegroting om de subsidie te
                    betalen. Omdat vaak nog niet duidelijk zal zijn of de raad inderdaad een budget
                    beschikbaar stelt, zal het college een voorbehoud moeten maken. Dit voorbehoud
                    moet worden gesteld bij de beschikking tot subsidieverlening. Artikel 4:34 maakt
                    het mogelijk dit voorbehoud op te nemen in de beschikking. Wel moet het college
                    binnen vier weken na de goedkeuring van de begroting een beroep doen op het
                    voorbehoud.</al><tussenkop>Artikel 4:34</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die
                            nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de
                            voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarde kan niet worden gesteld, voor zover zulks voortvloeit uit
                            het wettelijk voorschrift waarop de subsidie berust.</al></li><li nr="3."><al>De voorwaarde vervalt, indien het bestuursorgaan daarop niet binnen vier
                            weken na de vaststelling of goedkeuring van de begroting een beroep
                            heeft gedaan.</al></li><li nr="4."><al>Het beroep op de voorwaarde geschiedt bij een subsidie voor een
                            activiteit die door het bestuursorgaan ook in het voorafgaande
                            begrotingsjaar werd gesubsidieerd door een intrekking wegens veranderde
                            omstandigheden overeenkomstig artikel 4:50.</al></li><li nr="5."><al>In andere gevallen geschiedt het beroep op de voorwaarde door een
                            intrekking overeenkomstig artikel 4:48, eerste lid. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 12 Regels aanvraag subsidieverlening</tussenkop><al>In het uitvoeringsvoorschrift is bepaald welke gegevens de instelling moet
                    overleggen. Dit kan verschillen per instelling. Wanneer een instelling voor het
                    eerst gemeentelijke subsidie verzoekt, zullen aanvullende bescheiden worden
                    opgevraagd, zoals statuten, huishoudelijk reglement, inschrijvingsbewijs Kamer
                    van Koophandel, e.d.. </al><al>Het tijdstip waarop de aanvraag ingeleverd moet zijn, houdt verband met de
                    begrotingscyclus van de gemeente. In artikel 4:37 Awb staat een niet-limitatieve
                    opsomming van gegevens die zoal gevraagd kunnen worden in het kader van de
                    subsidieverstrekking (d.w.z. niet alleen bij de aanvraag). </al><al>Door het college te laten bepalen welke gegevens worden overgelegd is sprake van
                    maximale flexibiliteit. Het college kan dus besluiten op aanvragen te beslissen
                    op basis van minder vergaande gegevens.</al><tussenkop>Artikel 4:37 </tussenkop><lijst><li nr=""><al>1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen
                            met betrekking tot: </al><lijst><li nr=""><al>a. de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                    verleend; </al></li><li nr=""><al>b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven
                                    en inkomsten; </al></li><li nr=""><al>c. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en
                                    bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de
                                    subsidie; </al></li><li nr=""><al>d. de te verzekeren risico’s; </al></li><li nr=""><al>e. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten; </al></li><li nr=""><al>f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de
                                    verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
                                    inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie
                                    van belang zijn; </al></li><li nr=""><al>g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de
                                    subsidie voor derden; </al></li><li nr=""><al>h. Het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld
                                    in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk
                                    Wetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële
                                    beheer en de financiële verantwoording daarover. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c,
                            wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van overeenkomstige
                            toepassing.</al><al>Artikel 13 Weigerings- en intrekkings- en terugvorderingsgronden</al><al>In de artikelen 4:25 en 4:35 Awb zijn de weigeringen op juridische
                            gronden opgenomen. Die opsomming is niet limitatief en de
                            weigeringgronden mogen aangevuld worden. Hiervan wordt in deze
                            verordening gebruik gemaakt.</al><al><vet>Artikel 4:25 </vet></al><lijst><li nr=""><al>1. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van
                                    de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. </al></li><li nr=""><al>2. Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter
                                    uitvoering van een rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking
                                    wordt beslist, geldt de verplichting van het tweede lid slechts
                                    voor zover zij ook gold op het tijdstip, waarop de beslissing in
                                    eerste aanleg werd genomen of had moeten worden genomen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:35 </vet></al><lijst><li nr=""><al>1. De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd
                                    indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr=""><al>a. de activiteiten niet of niet geheel zullen
                                            plaatsvinden; </al></li><li nr=""><al>b. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie
                                            verbonden verplichtingen; </al></li><li nr=""><al>c. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening
                                            en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte
                                            activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
                                            inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de
                                            subsidie van belang zijn. </al></li></lijst><al>2. De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden
                                    geweigerd indien de aanvrager:</al><al>a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens
                                    heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een
                                    onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of </al></li><li nr="b."><al>failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is
                                    verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling
                                    natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een
                                    verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. </al></li></lijst><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun
                            te verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is,
                            kan goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een
                            formele melding. Als de Europese Commissie de steun echter niet
                            goedkeurt, dan moet het college overgaan tot weigering (vandaar de
                            verplichte weigeringsgrond onder lid 1 a). In aanvulling daarop wordt
                            met lid 1 onder b bepaald dat aanvragers tegen wie een
                            terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.</al><al>Via het derde lid wordt bereikt dat ook artikel 4:50 Awb wordt aangevuld
                            met de weigeringgronden in lid 1. Deze zijn zo ook een wettelijke grond
                            voor de intrekking van reeds verleende subsidies. Omdat het hier een
                            zware inbreuk betekent op het vertrouwensbeginsel zijn de gestelde eisen
                            zwaar. Maar een ten onrechte verleende subsidie behoeft niet te worden
                            voortgezet. De intrekking ex nunc is bedoeld voor het geval de
                            subsidieontvanger de onjuistheid niet kende of behoorde te kennen.
                            Indien de subsidieontvanger wel op de hoogte was of behoorde te zijn kan
                            de subsidie met terugwerkende kracht ingetrokken worden (artikel 4:48
                            Awb).</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:50</tussenkop><al>1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                    subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten
                    nadele van de subsidieontvanger wijzigen: </al><lijst><li nr=""><al>a. voor zover de subsidieverlening onjuist is; </al></li><li nr=""><al>b. voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in
                            overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de
                            subsidie verzetten, of</al></li><li nr=""><al>c. in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen. </al></li></lijst><al>2. Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid, onderdeel a of b,
                    vergoedt het bestuursorgaan de schade die de subsidieontvanger lijdt doordat hij
                    in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou
                    hebben gedaan. </al><al>Na een besluit tot wijziging of intrekking zullen reeds uitbetaalde voorschotten
                    worden teruggevorderd.</al><tussenkop>Artikel 14 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</tussenkop><al>Artikel 4:37 Awb bevat een overzicht van standaardverplichtingen die het
                    bestuursorgaan kan opleggen. </al><al>Op grond van artikel 4:38 Awb kan het bestuursorgaan ook nog andere
                    verplichtingen aan de subsidieverlening verbinden die strekken tot
                    verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze verplichtingen dienen dan bij
                    of krachtens de verordening te worden opgelegd bij de subsidieverlening. Om dit
                    te kunnen doen is het tweede lid opgenomen (doelgebonden verplichtingen).
                    Hetzelfde wordt bereikt in het derde lid ten aanzien van de wijze waarop en de
                    middelen waarmee de activiteit wordt verricht (niet-doelgebonden
                    verplichtingen). Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan regels omtrent het
                    democratisch functioneren van instellingen. </al><tussenkop>Artikel 4:37 </tussenkop><al>1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen met
                    betrekking tot: </al><lijst><li nr=""><al>a. de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                            verleend; </al></li><li nr=""><al>b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                            inkomsten; </al></li><li nr=""><al>c. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en
                            bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie; </al></li><li nr=""><al>d. de te verzekeren risico’s; </al></li><li nr=""><al>e. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten; </al></li><li nr=""><al>f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte
                            activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover
                            deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; </al></li><li nr=""><al>g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie
                            voor derden; </al></li><li nr=""><al>h. het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in
                            artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het
                            door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële
                            verantwoording daarover. </al></li></lijst><al>2. Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt
                    opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van overeenkomstige toepassing. </al><tussenkop>Artikel 4:38 </tussenkop><lijst><li nr=""><al>1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen
                            opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
                        </al></li><li nr=""><al>2. Indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, worden de
                            verplichtingen opgelegd bij wettelijk voorschrift of krachtens wettelijk
                            voorschrift bij de subsidieverlening. </al></li><li nr=""><al>3. Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kunnen
                            de verplichtingen worden opgelegd bij de subsidieverlening.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:39</tussenkop><lijst><li nr=""><al>1. Verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van
                            de subsidie kunnen slechts aan de subsidie worden verbonden voor zover
                            dit bij wettelijk voorschrift is bepaald. </al></li><li nr="2."><al>Verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts betrekking
                            hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde
                            activiteit wordt verricht.</al><al>Artikel 15 Voorschotten </al><al>In de subsidiepraktijk wordt veel gewerkt met voorschotten. Op basis van
                            de Awb is een voorschot alleen mogelijk als dit in de verordening of bij
                            de subsidieverlening is opgenomen. Hier wordt deze bevoegdheid
                            neergelegd bij het college. Voorschotverlening is naast de
                            subsidieverlening en subsidievaststelling één van de drie beschikkingen
                            die de Awb noemt. Op het betalen van de voorschotten zijn de regels
                            neergelegd in de Awb van toepassing. Omdat tegen deze beschikking beroep
                            en bezwaar mogelijk is, is het verstandig de bevoorschotting te
                            combineren met de subsidieverlening. De feitelijke vaststelling kan na
                            afloop van een jaar plaatsvinden. Een voorschot geeft dus geen recht op
                            subsidie. Bevoorschotting aan een instelling waarvan het voortbestaan
                            onzeker wordt, kan worden gestopt. Voorkomen moet worden dat naderhand
                            voorschotten moeten worden teruggevorderd van een instelling die niet
                            voldoet aan haar verplichtingen. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:54 </tussenkop><lijst><li nr=""><al>1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen,
                            voor zover dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is
                            bepaald. </al></li><li nr=""><al>2. De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het
                            voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald. </al><al> Is er een voorschot verleend dan ontstaat de verplichting tot betaling.
                        </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:55 </tussenkop><lijst><li nr=""><al>1. Voorschotten worden overeenkomstig de voorschotverlening betaald.
                        </al></li><li nr=""><al>2. De voorschotten worden binnen vier weken na de voorschotverlening
                            betaald, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij de voorschotverlening
                            anders is bepaald. </al><al>Artikel 16 Uitbetaling</al><al>In dit artikel wordt geregeld dat er verrekening kan plaatsvinden met
                            voorschotten en toekomstige subsidies.</al><al>Artikel 17 Meldingsplicht </al><al>Dit artikel geeft aan dat de subsidieontvanger gewijzigde omstandigheden
                            dient te melden aan het college. Deze omstandigheden kunnen zowel te
                            maken hebben met de activiteit/prestatie als met de hoedanigheid van de
                            aanvrager.</al><al>Artikel 18 Regels subsidievaststelling</al><al>De subsidievaststelling is het vervolg op de subsidieverlening. Subsidie
                            kan voor een tijdvak van één of meerdere jaren worden verleend, maar de
                            vaststelling geschiedt per boekjaar. Bij een subsidie hoger dan € 10.000
                            wordt na afloop van ieder afzonderlijk jaar van het subsidietijdvak de
                            subsidie voor het betreffende jaar vastgesteld. Het college kan
                            categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen waarvoor de
                            subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een
                            aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen. Deze mogelijkheid
                            is opgenomen in het kader van het uitgangspunt de verantwoordingslasten
                            terug te dringen.</al><al>Het college stelt vast aan welke eisen een verzoek om
                            subsidievaststelling moet voldoen. Binnen twaalf weken wordt op een
                            verzoek om vaststelling beslist, waarbij weer is bepaald dat die termijn
                            pas gaat lopen op het moment dat een vaststellingsaanvraag compleet
                            is.</al><al>Artikel 19 Accountantsrapport</al><al>Het college kan eisen dat bij de aanvraag voor de vaststelling van de
                            subsidie een accountantsrapport is gevoegd. Als dit het geval is, geeft
                            dit artikel aan waaraan de rapportage moet voldoen. Bijzonder is dat de
                            subsidieontvanger er voor zorg moet dragen dat de gemeenteaccountant
                            desgewenst nader onderzoek kan doen. </al><al>Voor het accountantsonderzoek van “per boekjaar verstrekte subsidies” is
                            een afzonderlijke regeling opgenomen in afdeling 4.2.8. van de Awb. </al><al>Artikel 20 Periodieke evaluatie </al><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 4:24 Awb. Aan de inhoud van de
                            evaluatie zijn geen eisen gesteld. Deze kunnen immers per subsidie
                            anders zijn. Ook is geen termijn voorgeschreven. Dit omdat een termijn
                            afhankelijk is van het effect dat in beeld moeten komen (soms op korte
                            termijn, soms op langere termijn, soms periodiek). </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:24 </tussenkop><al>Indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, wordt ten minste
                    eenmaal in de vijf jaren een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de
                    effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders
                    is bepaald. </al><tussenkop>Artikel 21 Financieel verslag</tussenkop><al>Instellingen die wat betreft de inkomsten geheel afhankelijk zijn van de
                    gemeentelijke subsidie zijn op grond van artikel 4:76 verplicht een financieel
                    verslag te maken dat aan de Awb opgesomde eisen voldoet. Dezelfde eisen worden
                    via de verordening nu ook opgelegd aan instellingen die in overwegende mate voor
                    hun inkomsten afhankelijk zijn van de gemeente. Dit legt weliswaar een
                    aanzienlijke last op aan de subsidieontvangers, maar vanwege het karakter van de
                    hier bedoelde subsidies is het opleggen van die administratieve last te
                    rechtvaardigen. </al><tussenkop>Artikel 4:76</tussenkop><lijst><li nr=""><al>1. Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de
                            subsidie omvat het financiële verslag de balans en de
                            exploitatierekening met de toelichting en zijn het tweede tot en met het
                            vijfde lid van toepassing.</al></li><li nr=""><al>2. Het financiële verslag geeft volgens normen die in het
                            maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig
                            inzicht dat een verantwoord oordeel gevormd kan worden omtrent: </al></li><li nr=""><al>a. het vermogen en het exploitatiesaldo, en</al></li><li nr=""><al>b. voor zover de aard van het financiële verslag dat toelaat, omtrent de
                            solvabiliteit en de liquiditeit van de subsidieontvanger. </al></li><li nr="3."><al>De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de
                            grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen
                            op het einde van het boekjaar weer.</al></li><li nr="4."><al>De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en
                            stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar
                            weer.</al></li><li nr="5."><al>Het financiële verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is
                            verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en
                            uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 22 Vrijstelling accountantsonderzoek</tussenkop><al>Artikel 4:28 verplicht tot een accountantsonderzoek van het financiële verslag.
                    Dit is een vergaande controle met daaraan gerelateerde hoge accountantskosten.
                    Het college krijgt de mogelijkheid om vrijstelling van de accountantscontrole te
                    geven om onnodige kosten of kosten die niet in vergelijk staan met de hoogte van
                    het subsidiebedrag te voorkomen. </al><tussenkop>Artikel 4:78</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger geeft opdracht tot onderzoek van het financiële
                            verslag aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van
                            Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.</al></li><li nr="2."><al>De accountant onderzoekt of het financiële verslag voldoet aan de bij of
                            krachtens de wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag,
                            voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met het financiële verslag
                            verenigbaar is.</al></li><li nr="3."><al>De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een
                            schriftelijke verklaring omtrent de rechtmatigheid van het financiële
                            verslag.</al></li><li nr="4."><al>De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van de in
                            het derde lid bedoelde verklaring.</al></li><li nr="5."><al>Bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening kan vrijstelling
                            of ontheffing worden verleend van het eerste tot en met het vijfde
                            lid.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 23 Toezichthouders </tussenkop><al>De Awb regelt het nodige over toezichthouders en hun bevoegdheden. In de
                    verordening wordt de mogelijkheid gegeven om de toezichthouders ook bij de
                    subsidieverlening een rol te geven. Een verwijzing naar de Awb is daartoe
                    voldoende. Enkele bevoegdheden die toezichthouders in het algemeen hebben, zijn
                    echter uitdrukkelijk uitgezonderd (nemen van monsters, onderzoek
                    vervoermiddelen). </al><tussenkop>Artikel 4:59</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan dat met toepassing van deze afdeling een subsidie
                            verleent kan een of meer toezichthouders aanwijzen die zijn belast met
                            het toezicht op de naleving van de aan de ontvanger van de subsidie
                            opgelegde verplichtingen.</al></li><li nr="2."><al>De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de
                            artikelen 5:18 en 5:19.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 24 Hardheidsclausule</tussenkop><al>In dit artikel is een hardheidsclausule opgenomen, die echter alleen met grote
                    terughoudendheid toegepast mag worden.</al><tussenkop>Artikel 25 Overgangsbepaling </tussenkop><al>Om geen juridische leemte te laten ontstaan, geldt de bestaande, oude
                    regelgeving voor de subsidieaanvragen, waarop nog niet is beslist. De nieuwe
                    regelgeving is van toepassing op alle subsidies die in behandeling worden
                    genomen na inwerkingtreding van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 26 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 27 Citeertitel</tussenkop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al><al>-.-.-.-.-.-.-.-.-.-</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>