<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>371255_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Stichtse Vecht 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-14</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentelijke website, 14-6-2017</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Stichtse Vecht 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0035303/geldigheidsdatum_09-07-2015#Hoofdstuk1_3_Artikel4">Huisvestingswet 2014, artikel 4.</dcterms:source><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2017-05-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-06-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-11-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>2e wijziging (Hoofdstuk 3: Bindingsregel van toepassing verklaard voor de kern Kockengen)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SV199</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Over de tekst heeft uitvoerig bestuurlijke regionale afstemming plaats
                    gevonden.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Stichtse Vecht 2015</intitule><regeling><officiele-inhoudsopgave><al><vet>INLEIDING</vet></al><al><vet>Woningmarkt regio Utrecht (afbeelding niet opgenomen)</vet></al><al></al><al></al><al><vet>INHOUDSOPGAVE</vet></al><al></al><al>HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN 3</al><al>HOOFDSTUK 2 VERDELING VAN WOONRUIMTE 6</al><al>Paragraaf 2.1 Werkingsgebied 6</al><al>Paragraaf 2.2 Huisvestingsvergunning 6</al><al>Paragraaf 2.3 Inschrijving woningzoekenden 7</al><al>Paragraaf 2.4 Voorrang toewijzing huurwoningen 8</al><al>Paragraaf 2.5 Urgentie 10</al><al>Paragraaf 2.6 Systeem voor de verdeling van woonruimte 14</al><al>HOOFDSTUK 3 GEMEENTELIJK WOONBELEID 17</al><al>HOOFDSTUK 4 WIJZIGING SAMENSTELLING VAN DE WOONRUIMTEVOORRAAD 18</al><al>Paragraaf 4.1 Onttrekking, samenvoeging, omzetting en woonvorming
                        18</al><al>Paragraaf 4.2 Splitsing in appartementsrechten 19</al><al>HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN 20</al><al>BIJLAGE 1 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING 28</al><al>BIJLAGE 2 TABEL BESTUURLIJKE BOETE 35</al></officiele-inhoudsopgave><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stichtse Vecht,</al><al>Gelet op:</al><lijst><li nr="-"><al>het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 april 2015;</al></li><li nr="-"><al>de bespreking in de commissie Fysiek Domein van 2 juni 2015;</al></li></lijst><al>besluit</al><al>vast te stellen de</al><al><vet>Huisvestingsverordening Stichtse Vecht 2015</vet></al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="6*"></colspec><colspec colname="col2" colwidth="28*"></colspec><colspec colname="col3" colwidth="67*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanbodmodel:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het selecteren van een kandidaat uit de ingekomen
                                                reacties van woningzoekenden op een in een
                                                advertentiemedium ter toewijzing aangeboden
                                                woonruimte.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Advertentiemedium:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een uitgave per verhuurder dan wel een groep van
                                                verhuurders waarin voor toewijzing beschikbare
                                                woonruimten wordt aangeboden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bemiddeling:</al></entry><entry colname="col3"><al>Buiten het aanbodmodel of lotingmodel om woonruimte
                                                toewijzen aan een woningzoekende.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bereidverklaring:</al></entry><entry colname="col3"><al>Schriftelijke verklaring van de eigenaar, dat hij
                                                bereid is woonruimte aan de aanvrager van de
                                                huisvestingsvergunning in gebruik te geven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Burgemeester en wethouders:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Stichtse Vecht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>Doorstromer:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een woningzoekende die als hoofdhuurder
                                                daadwerkelijk en rechtmatig in de woningmarktregio
                                                een zelfstandige huurwoning bewoont en na verhuizing
                                                leeg achterlaat. De maandhuur mag bij inschrijving
                                                niet meer bedragen dan de maximale huurprijsgrens
                                                als bedoeld in artikel 1.1, lid 15.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al>Echte dienstwoning:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een woning die noodzakelijkerwijs gebruikt wordt met
                                                het oog op de arbeidsovereenkomst.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al>Economische binding:</al></entry><entry colname="col3"><al>De binding van een persoon aan de woningmarktregio
                                                waarbij die persoon voor de voorziening in het
                                                bestaan is aangewezen op het duurzaam verrichten van
                                                arbeid binnen of vanuit deze woningmarktregio.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.</al></entry><entry colname="col2"><al>Eigen toegang:</al></entry><entry colname="col3"><al>Elke deur die direct toegang geeft tot de woning,
                                                bereikbaar via de straatzijde dan wel vanuit een
                                                gemeenschappelijke verkeersruimte en die voorzien is
                                                van een van gemeentewege verleend huisnummer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.</al></entry><entry colname="col2"><al>Eigenaar:</al></entry><entry colname="col3"><al>Degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van
                                                een woonruimte of een gebouw.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.</al></entry><entry colname="col2"><al>Groepswonen:</al></entry><entry colname="col3"><al>Gelijk aan definitie woongroep.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.</al></entry><entry colname="col2"><al>Huishouden:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een alleenstaande, of twee of meer personen die een
                                                duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of
                                                willen gaan voeren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.</al></entry><entry colname="col2"><al>Huisvestingsvergunning:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid
                                                van de Wet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14.</al></entry><entry colname="col2"><al>Huurprijs:</al></entry><entry colname="col3"><al>De prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd
                                                voor het enkele gebruik van een woonruimte of
                                                standplaats, uitgedrukt in een bedrag per
                                                maand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15.</al></entry><entry colname="col2"><al>Huurprijsgrens:</al></entry><entry colname="col3"><al>Liberalisatiegrens.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ingezetene:</al></entry><entry colname="col3"><al>Degene die in de Basisregistratie Personen van één
                                                van de gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen
                                                en daar tenminste één jaar feitelijk en rechtmatig
                                                hoofdverblijf heeft in een woonruimte, die volgens
                                                het bestemmingsplan is aangewezen of bestemd voor
                                                permanente bewoning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17.</al></entry><entry colname="col2"><al>Inkomen:</al></entry><entry colname="col3"><al>Gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel
                                                2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de
                                                aanvragers van een huisvestingsvergunning voor een
                                                bij huisvestingsverordening aangewezen woonruimte,
                                                met uitzondering van kinderen in de zin van artikel
                                                4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke
                                                regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid
                                                van dat artikel voor ‘belanghebbende’ telkens wordt
                                                gelezen ‘aanvrager’.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18.</al></entry><entry colname="col2"><al>Inkomensgrens van de doelgroep</al></entry><entry colname="col3"><al>De grens van de doelgroep volgens de Tijdelijke
                                                regeling diensten van algemeen economisch belang
                                                toegelaten instellingen volkshuisvesting
                                                (TRDAEBTIV). De inkomensgrens wordt jaarlijks
                                                aangepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19.</al></entry><entry colname="col2"><al>Inwoning:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het bewonen van een woonruimte welke deel uitmaakt
                                                van een woonruimte die door een ander huishouden in
                                                gebruik is genomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20.</al></entry><entry colname="col2"><al>Kamer:</al></entry><entry colname="col3"><al>Elke afzonderlijke ruimte in een woning geschikt
                                                voor woon- en slaapruimte met een oppervlakte van
                                                tenminste 5 m2.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21.</al></entry><entry colname="col2"><al>Koopprijs:</al></entry><entry colname="col3"><al>De prijs die voor de enkele koop van een woonruimte
                                                daadwerkelijk is of zal worden betaald of de
                                                WOZ-waarde op 1 januari, jaar van
                                                vergunningaanvraag.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22.</al></entry><entry colname="col2"><al>Koopprijsgrens:</al></entry><entry colname="col3"><al>Maximale aankoopbedrag om een hypotheek met
                                                Nationale Hypotheek Garantie te krijgen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laatste Kansbeleid:</al></entry><entry colname="col3"><al>Regels met betrekking tot woningzoekenden die
                                                vanwege wanbetaling of ernstige inbreuk op het
                                                woongenot van omwonenden, na een gerechtelijke
                                                uitspraak uit hun woning zijn gezet of worden gezet
                                                en nog een laatste kans krijgen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24.</al></entry><entry colname="col2"><al>Liberalisatiegrens:</al></entry><entry colname="col3"><al>De maximale huur, waarbij nog recht op huurtoeslag
                                                bestaat, conform de huurprijs in artikel 13 van de
                                                Wet op de huurtoeslag.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25.</al></entry><entry colname="col2"><al>Lokaal woningzo<vet>e</vet>kenden</al></entry><entry colname="col3"><al>-Woningzoekenden met een maatschappelijke of
                                                economische binding en</al><al>-woningzoekenden die de afgelopen drie jaren in
                                                verband met studie tijdelijk elders ingeschreven
                                                zijn of zijn geweest, maar voorafgaand wel tenminste
                                                drie jaar ingeschreven hebben gestaan op een adres
                                                in het gebied zoals omschreven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26.</al></entry><entry colname="col2"><al>Lotingmodel:</al></entry><entry colname="col3"><al>De kandidaat voor de aangeboden woonruimte wordt
                                                door middel van loting bepaald.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27.</al></entry><entry colname="col2"><al>Maatschappelijke binding:</al></entry><entry colname="col3"><al>De binding van een persoon aan de woningmarktregio,
                                                daarin gelegen dat die persoon een redelijk met de
                                                plaatselijke samenleving verband houdend belang
                                                heeft zich in dit gebied te vestigen, met dien
                                                verstande dat een maatschappelijke binding in elk
                                                geval wordt aangenomen ten aanzien van:</al><al>-personen die tenminste drie jaar onafgebroken
                                                ingezetenen zijn in de woningmarktregio, dan wel
                                                gedurende de voorgaande tien jaar tenminste zes jaar
                                                onafgebroken ingezetenen zijn geweest van de
                                                woningmarktregio en</al><al>-personen die een dagopleiding volgen gedurende
                                                tenminste negentien uur per week aan een, in de
                                                woningmarktregio gevestigde en erkende instelling
                                                voor dagonderwijs.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28.</al></entry><entry colname="col2"><al>Mantelzorg:</al></entry><entry colname="col3"><al>Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,
                                                beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en
                                                opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten
                                                als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die
                                                rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen
                                                bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend
                                                in het kader van een hulpverlenend beroep (artikel
                                                1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning
                                                2015).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29.</al></entry><entry colname="col2"><al>Onzelfstandige woonruimte:</al></entry><entry colname="col3"><al>Woonruimte die niet voldoet aan de begripsbepaling
                                                zelfstandige woonruimte.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30.</al></entry><entry colname="col2"><al>Overige woningzoekenden:</al></entry><entry colname="col3"><al>Alle woningzoekenden die niet als doorstromer kunnen
                                                worden aangemerkt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>31.</al></entry><entry colname="col2"><al>Rekenhuur:</al></entry><entry colname="col3"><al>De rekenhuur zoals is bedoeld in artikel 5 van de
                                                Wet op de huurtoeslag.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>32.</al></entry><entry colname="col2"><al>Splitsingsvergunning:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de
                                                Wet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>33.</al></entry><entry colname="col2"><al>Standplaats:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een kavel, bestemd voor het plaatsen van een
                                                woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op
                                                het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere
                                                instellingen of van gemeenten kunnen worden
                                                aangesloten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>34.</al></entry><entry colname="col2"><al>Starter:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een woningzoekende die op de dag dat het
                                                woningaanbod wordt gepubliceerd, geen zelfstandige
                                                woonruimte bewoont die hij of zij achterlaat voor
                                                verkoop of verhuur.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>35.</al></entry><entry colname="col2"><al>Statushouder:</al></entry><entry colname="col3"><al>Vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning
                                                asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als
                                                gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft
                                                ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b,
                                                c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>36.</al><al></al><al></al><al></al><al></al><al>36a.</al></entry><entry colname="col2"><al>Studentenwoning</al><al></al><al></al><al></al><al></al><al>Student</al><al></al><al></al><al></al><al></al><al></al></entry><entry colname="col3"><al>Woonruimte met een vloeroppervlakte van 12m2 tot 45
                                                m2, bestemd voor studenten en verhuurd met een
                                                campuscontract of verhuurd door een toegelaten
                                                instelling.</al><al></al><al>woningzoekende die een voltijdopleiding volgt aan
                                                een in de regio Utrecht gevestigde instelling voor
                                                middelbaar of hoger beroepsonderwijs of universitair
                                                onderwijs of deze opleiding niet langer dan 2 jaar
                                                geleden heeft afgerond en niet ouder is dan 30
                                                jaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>37.</al></entry><entry colname="col2"><al>Toewijzingssysteem:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het selecteren van een kandidaat voor ter verdeling
                                                beschikbare woonruimte via een aanbodmodel of via
                                                lotingmodel of via bemiddeling.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>38.</al></entry><entry colname="col2"><al>Vloeroppervlakte</al></entry><entry colname="col3"><al>De gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>39.</al></entry><entry colname="col2"><al>Vergunning wijziging woonruimtevoorraad:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de
                                                Wet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>40.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wet:</al></entry><entry colname="col3"><al>De Huisvestingswet 2014.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>41.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wezenlijke voorzieningen:</al></entry><entry colname="col3"><al>Douche- en/of badruimte, toilet en keuken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>42.</al></entry><entry colname="col2"><al>Woningmarktregio:</al></entry><entry colname="col3"><al>Gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren
                                                van de woningmarkt als een geheel wordt beschouwd,
                                                bestaande uit de gemeenten Lopik, Montfoort,
                                                Oudewater, De Ronde Venen, Woerden, De Bilt, Bunnik,
                                                Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse Vecht,
                                                Utrecht, Vianen, Zeist, Utrechtse Heuvelrug en Wijk
                                                bij Duurstede.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>43.</al></entry><entry colname="col2"><al>Woningtypen:</al></entry><entry colname="col3"><al>Deze verordening maakt onderscheid in de volgende
                                                woningtypen:</al><al>- nultredenwoningen: woningen die zonder trap
                                                bereikbaar zijn evenals de wezenlijke voorzieningen,
                                                geschikt voor personen van <cursief>65
                                                  jaar</cursief> en ouder en voor personen met een
                                                functiebeperking. Deze categorie kan worden
                                                verbijzonderd naar de volgende drie typen woningen: </al><al>* gelijkvloerse woningen</al><al>* rollatorwoningen</al><al>* rolstoeltoegankelijke woningen</al><al>-woningen met zorgvoorzieningen
                                                (aanleunwoningen/beschutte woningen): zelfstandige
                                                woningen waarbij gebruik gemaakt wordt van
                                                faciliteiten van zorgverlenende instellingen;</al><al>-woningen voor minder validen: ingrijpend aangepaste
                                                woningen die naar hun aard bestemd zijn voor
                                                bewoning door een minder valide persoon;</al><al>-jongerenwoningen: woningen voor alleenstaanden en
                                                tweepersoonshuishoudens met name bedoeld voor de
                                                leeftijdscategorie van 18 tot 23 jaar of 18 tot 30
                                                jaar;</al><al>-wisselwoningen: woningen die ten behoeve van
                                                tijdelijke bewoning worden aangeboden aan personen
                                                die door ingrijpende verbetering of sloop/nieuwbouw
                                                de huidige woning moeten verlaten, maar na
                                                voltooiing van de werken kunnen terugkeren;</al><al>-plankwoningen: woningen die op de nominatie staan
                                                ingrijpend te worden verbeterd dan wel te worden
                                                gesloopt en voor tijdelijke huisvesting in gebruik
                                                kunnen worden gegeven;</al><al>-eengezinswoning;</al><al>-appartement - parterre;</al><al>-appartement vanaf 1e verdieping (met/zonder
                                                lift);</al><al>-bovenwoning;</al><al>-benedenwoning;</al><al>-maisonnette, verder te onderscheiden in een
                                                ondermaisonnette (vanaf begane grond) of
                                                bovenmaisonnette (vanaf 1<sup>e</sup>
                                                verdieping).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>44.</al></entry><entry colname="col2"><al>Woningzoekenden</al></entry><entry colname="col3"><al>Huishoudens ingeschreven in het
                                                woningzoekendenregister.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>45.</al></entry><entry colname="col2"><al>Woongroep:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het bewonen van een zelfstandige woonruimte door een
                                                groep huishoudens die geen gemeenschappelijke
                                                huishouding voeren, geen onderlinge huurrelatie
                                                hebben, maar wel op basis van eigen initiatief
                                                kiezen om samen te wonen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>46.</al></entry><entry colname="col2"><al>Woonruimte:</al></entry><entry colname="col3"><al>Besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of
                                                meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor
                                                bewoning door een huishouden; onder het begrip
                                                woonruimte wordt mede begrepen een standplaats voor
                                                een woonwagen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>47.</al></entry><entry colname="col2"><al>Woonvorming</al></entry><entry colname="col3"><al>Woonruimte verbouwen tot twee of meer woonruimten
                                                voor verhuur.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>48.</al></entry><entry colname="col2"><al>Zelfstandige woonruimte:</al></entry><entry colname="col3"><al>Woonruimte met een eigen toegang, die door een
                                                huishouden kan worden bewoond zonder dat het
                                                huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke
                                                voorzieningen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>49.</al></entry><entry colname="col2"><al>Zoekprofiel:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een beschrijving van de woningtypen, woninggrootte
                                                en locatie waarvoor een urgent woningzoekende met
                                                voorrang in aanmerking kan komen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="1."><al>gelijkvloerse woningen</al></li><li nr="2."><al>rollatorwoningen</al></li><li nr="3."><al>rolstoeltoegankelijke woningen;</al></li></lijst><al>- appartement – parterre;</al><al>- appartement vanaf 1<sup>e</sup> verdieping (met/zonder lift);</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>VERDELING VAN WOONRUIMTE</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>Huurprijsgrens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op
                                    zelfstandige woonruimte met een huurprijs tot en met de
                                    liberalisatiegrens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit hoofdstuk geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder
                                            a tot en met c, van de Leegstandwet, waarvoor een
                                            vergunning is afgegeven;</al></li><li nr="b."><al>onzelfstandige woonruimte;</al></li><li nr="c."><al>woonschepen;</al></li><li nr="d."><al>ligplaatsen voor woonschepen en</al></li><li nr="e."><al>zelfstandige studentenwoningen.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Vergunningsvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een
                                    woonruimte, aangewezen in artikel 2.1.1, in gebruik te nemen
                                    voor bewoning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden de in het vorige lid bedoelde woonruimte voor
                                    bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet
                                    beschikt over een huisvestingsvergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Aanvragen van een huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij
                                    burgemeester en wethouders via een daartoe bestemd
                                    formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag wordt ingediend samen met:</al><lijst><li nr="a."><al>een kopie van het huurcontract of
                                            een<onderstreept></onderstreept>bereidverklaring van de verhuurder
                                            en</al></li><li nr="b."><al>inkomensgegevens van alle leden van het huishouden, met
                                            uitzondering van inwonende kinderen, pleegkinderen en
                                            kleinkinderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere
                                    bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de
                                    aanvraag nodig achten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op of bij de huisvestingsvergunning vermelden burgemeester en
                                    wethouders de volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>aan wie de vergunning wordt verleend;</al></li><li nr="b."><al>voor welke woonruimte de vergunning wordt verleend;</al></li><li nr="c."><al>binnen welke termijn van de vergunning gebruik moet zijn
                                            gemaakt en</al></li><li nr="d."><al>het aantal personen dat de woonruimte in gebruik
                                            neemt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Eisen voor verlening huisvestingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen de
                                        huisvestingsvergunning, indien aan de volgende voorwaarden
                                        wordt voldaan:</al></li><li nr="a."><al>tenminste één van de leden van het huishouden is 18 jaar of
                                        ouder;</al></li><li nr="b."><al>de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse
                                        nationaliteit of verblijven hier rechtmatig;</al></li><li nr="c."><al>het inkomen is maximaal de inkomensgrens van de doelgroep, €
                                        34.911 (peildatum 1 januari 2015) </al></li></lijst><al>en</al><lijst><li nr="d."><al>in oplopende volgorde:</al><lijst><li nr="1e."><al>bij toewijzing de voorrangsregels toegepast zijn
                                                volgens paragraaf 2.4 en </al></li><li nr="2e."><al>er geen andere gegadigde is die bij toepassing van
                                                de voorrangsregels eerder voor de woonruimte in
                                                aanmerking zou moeten komen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in lid 1 c. genoemde inkomen is niet van toepassing op
                                        urgenten met een volkshuisvestelijke indicatie,
                                        maatschappelijke indicatie en statushouders.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van lid 1 kan voor huurwoningen met een
                                        huurprijs vanaf € 618,25 een huisvestingsvergunning worden
                                        verleend aan huishoudens met een inkomen tot € 44.659
                                        (peildatum 1 januari 2015).</al></li><li nr="4."><al>De in het lid 1 en lid 3 genoemde huurprijs en inkomens
                                        worden jaarlijks per 1 januari aangepast. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.4</nr><titel>Vruchteloze aanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een huisvestingsvergunning wordt voorts aan iedere aanvrager
                                    verleend indien de woonruimte door de eigenaar gedurende een
                                    termijn van tenminste drie maanden, gerekend vanaf de datum
                                    waarop de eerste advertentie als bedoeld in lid drie, is
                                    verschenen, zonder resultaat is aangeboden aan woningzoekenden
                                    die krachtens het bepaalde in artikel 2.2.3 voor die woonruimte
                                    in aanmerking komen en de eigenaar heeft voldaan aan de in de
                                    overige in dit artikel gestelde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De woonruimte moet zijn aangeboden tegen een redelijke
                                    huurprijs, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 17,
                                    eerst lid van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aanbieden dient, met inachtneming van het bepaalde in het
                                    eerste lid, tenminste driemaal (eenmaal per maand) te geschieden
                                    via advertenties in een regionaal of lokaal
                                    advertentiemedium.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de eigenaar aan burgemeester en wethouders aannemelijk kan
                                    maken dat hij de woonruimte op andere, gelijkwaardige wijze
                                    vruchteloos heeft aangeboden aan de in het eerste lid genoemde
                                    woningzoekenden, wordt eveneens toepassing gegeven aan het in
                                    het eerste lid bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.5</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
                                intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen
                                        de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de
                                        vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Inschrijving woningzoekenden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1</nr><titel>Register van woningzoekenden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter bevordering van een doelmatige verdeling van ter beschikking
                                    gekomen woonruimte: </al><lijst><li nr="a."><al>dragen de woningcorporaties in de woningmarktregio zorg
                                            voor het aanleggen en bijhouden van een register van
                                            woningzoekenden die in aanmerking willen komen voor de
                                            woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>stellen de woningcorporaties in de woningmarktregio
                                            regels op over de wijze van inschrijving, registratie
                                            van gegevens en einde van de inschrijving;</al></li><li nr="c."><al>ontvangt de woningzoekende een bewijs van inschrijving
                                            en</al></li><li nr="d."><al>kan een woningzoekende een beroep doen op een regionale
                                            klachtencommissie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het register zoals genoemd in lid 1 worden op hun verzoek als
                                    woningzoekenden ingeschreven de huishoudens die voldoen aan de
                                    volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>tenminste één der leden is 18 jaar of ouder;</al></li><li nr="b."><al>de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse
                                            nationaliteit of verblijven hier rechtmatig.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien vooraf door burgemeester en wethouders regels zijn
                                    opgesteld over het Laatste Kansbeleid kan een inschrijving als
                                    in lid 2 worden geweigerd, indien: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het een moeilijk plaatsbare betreft die:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>door een gerechtelijke uitspraak wegens wanbetaling uit een
                                    woning, van een aan het aanbodmodel als omschreven in artikel
                                    2.6.1 deelnemende verhuurder, is of wordt gezet en</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>geen afbetalingsregeling, tegen gangbare voorwaarden rond de
                                    maximale afbetalingscapaciteit met de vorige verhuurder, is
                                    overeengekomen dan wel een dergelijke afbetalingsregeling niet
                                    nakomt. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het een moeilijk plaatsbare betreft:</al><lijst><li nr="-"><al>die door een gerechtelijke uitspraak is uitgezet, om
                                            reden van ernstige inbreuk op de veiligheid en het
                                            woongenot van omwonenden en</al></li><li nr="-"><al>ernstig rekening moet worden gehouden met herhaling
                                            en</al></li><li nr="-"><al>gebleken is dat, gegeven het risico van herhaling,
                                            binnen het bezit van de aan het aanbodmodel deelnemende
                                            verhuurders geen zodanige woonruimte beschikbaar is of
                                            komt, dat verdere inbreuk op het woongenot van
                                            omwonenden voorkomen kan worden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de weigering van het verzoek een periode van drie jaar
                                    bestrijkt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Een verzoek als bedoeld in lid 2 kan worden geweigerd
                                            indien het huishouden een hoofdhuurder betreft waartegen
                                            burgemeester en wethouders een besluit heeft genomen tot
                                            ontruiming van een woning vanwege onrechtmatige
                                            bewoning.</al></li><li nr="b."><al>De weigering van het verzoek bestrijkt een periode van
                                            drie jaar.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Voorrang toewijzing huurwoningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.1</nr><titel>Voorrangregels Inkomen – huur</titel></kop><al>1.Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning wordt voorrang
                                gegeven aan huishoudens met inachtneming van de tabel 1:</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Tabel 1</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="8"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><colspec colname="colC"></colspec><colspec colname="colD"></colspec><colspec colname="colE"></colspec><colspec colname="colF"></colspec><colspec colname="colG"></colspec><colspec colname="colH"></colspec><tbody><row><entry><al></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><colspec colname="colC"></colspec><colspec colname="colD"></colspec><tbody><row><entry><al><vet>Leeftijd</vet></al></entry><entry><al><vet>Huishoudengrootte</vet></al></entry><entry><al><vet>Inkomen</vet></al></entry><entry><al><vet>Huurprijs</vet></al></entry></row><row><entry><al>Tot de pensioengerechtigde leeftijd</al><al></al><al></al><al></al><al></al><al></al><al></al><al></al><al>Vanaf pensioengerechtigde leeftijd</al></entry><entry><al>Eén persoon</al><al></al><al></al><al>Twee personen</al><al></al><al></al><al>Drie of meer personen</al><al></al><al>Eén persoon</al><al></al><al></al><al>Twee personen</al><al></al><al></al><al>Drie of meer personen</al><al></al></entry><entry><al>Tot en met € 22.100</al><al></al><al>Tot en met € 30.000</al><al></al><al>Tot en met € 30.000</al><al></al><al>Tot en met € 22.100</al><al></al><al>Tot en met € 30.050</al><al></al><al>Tot en met € 30.050</al><al></al></entry><entry><al>€ 586,68</al><al></al><al></al><al>€ 586,68</al><al></al><al></al><al>€ 628,76</al><al></al><al></al><al>€ 586,68</al><al></al><al></al><al>€ 586,68</al><al></al><al></al><al>€ 628,76</al><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 2.4.1 lid 1 gebruikte huur- en inkomensgrenzen
                                    worden jaarlijks, per 1 januari, aangepast volgens de Wet op de
                                    huurtoeslag. </al></li><li nr="2."><al>Indien noodzakelijk, om aan de vereisten van de Woningwet te
                                    voldoen, kan een woningcorporatie huishoudens met een inkomen
                                    tot de maximale inkomensgrenzen uitsluiten voor woonruimte vanaf
                                    de aftoppingsgrenzen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van tabel 1 kan de woonruimte direct passend worden
                                    aangeboden, in dergelijke gevallen vervalt de voorrang op
                                    inkomen.</al></li></lijst><al></al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Artikel 2.4.2 Voorrangregels gemeentelijk woonbeleid</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor het verlenen van een huisvestingsvergunning kunnen
                                        burgemeester en wethouders voorrangregels instellen.</al></li><li nr="2a."><al>De voorrangregels hebben betrekking op:</al></li><li nr="A."><al>Bezettingsnorm</al></li><li nr="B."><al>Woningtype</al></li><li nr="C."><al>Doorstroming</al></li><li nr="D."><al>Binding</al></li><li nr="E."><al>Bijzondere doelgroepen</al></li><li nr="2b."><al>De voorrangsregels worden toegepast met de navolgende
                                        voorwaarden:</al><al></al><lijst><li nr="A."><al><vet>Bezettingsnorm</vet></al><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen een
                                                voorrangsregel instellen voor de grootte van de
                                                woonruimte in verhouding tot het aantal personen,
                                                waarbij een gemeente kan kiezen uit twee
                                                opties:</al><al> Optie 1: Voorrang meerpersoonshuishoudens bij
                                                woonruimte met vier of meer kamers, met inachtneming
                                                van de volgende tabel:</al><al><vet>Tabel O</vet><vet>ptie 1</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="50*"></colspec><colspec colname="col2" colwidth="26*"></colspec><colspec colname="col3" colwidth="25*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al><vet>Kamers woonruimte</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Huishouden naar personen</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>3 of minder</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>4 of meer</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 of meer</al></entry><entry colname="col2"><al>n.v.t.</al></entry><entry colname="col3"><al>Voorrang</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 persoon</al></entry><entry colname="col2"><al>n.v.t.</al></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Optie 2: Voorrang huishoudensgrootte naar
                                                woningcategorie, kamers en woonoppervlakte, met
                                                inachtneming van de volgende tabel:</al><al><vet>Tabel Optie 2: </vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col2" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col3" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col4" colwidth="25*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al><vet>Huishouden naar personen in</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonruimte</al><al>naar kamers</al></entry><entry colname="col2"><al>Oppervlakte</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Eengezins-</vet></al><al><vet>woningen</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Meergezins-</vet></al><al><vet>woningen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 kamer</al></entry><entry colname="col2"><al>n.v.t.</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry><entry colname="col4"><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 60 m2</al></entry><entry colname="col3"><al>1 of 2</al></entry><entry colname="col4"><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>&gt; 60 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>2 </al></entry><entry colname="col4"><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>3 </al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 60 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>1 of meer</al></entry><entry colname="col4"><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>&gt; 60 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>2 of meer</al></entry><entry colname="col4"><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>4 </al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 60 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>1 of meer</al></entry><entry colname="col4"><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>&gt; 60 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>3 of meer</al></entry><entry colname="col4"><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 80 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>3 of meer</al></entry><entry colname="col4"><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>&gt; 80 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>5 of meer</al></entry><entry colname="col4"><al>5 of meer</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 80 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>5 of meer</al></entry><entry colname="col4"><al>5 of meer</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>&gt; 80 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>6 of meer</al></entry><entry colname="col4"><al>6 of meer</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>7 </al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 80 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>6 of meer</al></entry><entry colname="col4"><al>6 of meer</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>&gt; 80 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>7 of meer</al></entry><entry colname="col4"><al>7 of meer</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>8 </al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 80 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>7 of meer </al></entry><entry colname="col4"><al>7 of meer</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>&gt; 80 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al>8 of meer</al></entry><entry colname="col4"><al>8 of meer</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>2.Wanneer er een op aantoonbare ervaringsgegevens
                                                gebaseerde noodzaak bestaat, kunnen burgemeester en
                                                wethouders afwijkende toelatingseisen stellen ten
                                                aanzien van de bezettingsnorm. </al><al></al></li><li nr="B."><al><vet>Woningtype</vet></al></li><li nr="1."><al>De volgende woningtypen kunnen met voorrang worden
                                                toegewezen aan de omschreven doelgroep:</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="28*"></colspec><colspec colname="col2" colwidth="72*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Woningtype</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Doelgroep</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Woningen met
                                                  </vet><vet>zorgvoorzieningen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Voorrang voor woningzoekenden die geïndiceerd
                                                  zijn door een op burgemeester en wethouders te
                                                  bepalen wijze.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Nultredenwoningen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Voorrang voor woningzoekenden van 65 jaar en
                                                  ouder of die geïndiceerd zijn op een door
                                                  burgemeester en wethouders te bepalen wijze.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Woningen voor minder validen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Voorrang voor minder validen bij ingrijpend
                                                  aangepaste woonruimte die naar hun aard bestemd is
                                                  voor bewoning door een minder valide persoon.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Jongerenwoningen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Voorrang voor jongeren bij woonruimte die
                                                  passend is voor alleenstaanden en
                                                  tweepersoonshuishoudens in de leeftijdscategorie
                                                  van 18 tot 23 jaar of 18 tot 30 jaar.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Als de aanbieding van het woningtype bij de eerste
                                                advertentie niet leidt tot reacties van de doelgroep
                                                kan de betreffende woonruimte, na instemming van
                                                burgemeester en wethouders, maximaal tweemaal,
                                                opnieuw worden aangeboden voordat andere
                                                woningzoekenden in aanmerking komen.</al><al></al></li><li nr="C."><al><vet>Doorstroming</vet></al></li><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een
                                                voorrangsregeling opstellen voor doorstromers.</al></li><li nr="2."><al>Doorschuifregel</al><lijst><li nr="a."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden
                                                  opstellen voor doorschuiven binnen een
                                                  complex.</al></li><li nr="b."><al>De toepassing van de doorschuifregel is
                                                  transparant.</al></li><li nr="c."><al>Een woningzoekende die gebruik maakt van de
                                                  doorschuifregel mag geen wooncarrière maken. Er is
                                                  bij de doorschuifregeling geen sprake van een
                                                  wooncarrière als het woningtype en de
                                                  woninggrootte gelijk is gebleven.</al><al>d. In afwijking van lid c kunnen burgemeester
                                                  en wethouders voorwaarden opstellen waarbij er
                                                  geen sprake is van wooncarrière als de
                                                  woningzoekende een functiebeperking heeft en de
                                                  beoogde woning hiervoor beter passend is.</al><al></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="D."><al><vet>Bindingsregel</vet></al></li><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een gebied
                                                omschrijven waar de bindingsregel van toepassing
                                                is.</al></li><li nr="2."><al>Bij de bindingsregel zijn de volgende voorwaarden
                                                van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>Voorrang voor lokaal woningzoekenden </al></li><li nr="b."><al>Met toepassing van de overige voorrangsregels is de
                                                volgorde van woningzoekende als volgt:</al></li><li nr="1e."><al>lokaal woningzoekende met urgentie </al></li><li nr="2e."><al>lokaal woningzoekende</al></li><li nr="3e."><al>niet – lokaal woningzoekende met urgentie</al></li><li nr="4e."><al>niet – lokaal woningzoekende</al></li><li nr="c."><al>In afwijking van lid b. kunnen burgemeester en
                                                wethouders, bij de volgorde in lid b na 1e
                                                woningzoekende, voorrang verlenen aan de niet-lokaal
                                                woningzoekende met een indicatie als het een
                                                woningtype betreft met zorgvoorzieningen of voor
                                                minder validen.</al></li><li nr="d."><al>De criteria eerste afgiftedatum bij urgenten en
                                                langste inschrijfduur bij de overige
                                                woningzoekenden, zijn bepalend voor de onderlinge
                                                volgorde.</al><al></al></li></lijst><lijst><li nr="E."><al><vet>Bijzondere</vet><vet>doelgroepen</vet></al></li><li nr="a."><al>Burgemeester en wethouders omschrijven de beoogde
                                                doelgroep en stellen voorwaarden op.</al></li><li nr="b."><al>De bijzondere doelgroep ondervindt negatieve
                                                effecten van de schaarste waarmee ze zich
                                                onderscheiden van de andere woningzoekenden.</al></li><li nr="c."><al>Voorrang voor bijzondere doelgroepen is alleen van
                                                toepassing in de betreffende gemeente.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.5</nr><titel>Urgentie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.1</nr><titel>Urgent woningzoekenden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het verlenen van een huisvestingsvergunning kunnen
                                        burgemeester en wethouders een woningzoekende urgent
                                        verklaren, waarbij de volgende voorwaarden alle van
                                        toepassing zijn: </al></li><li nr="a."><al>de woningzoekende is ingezetene </al></li></lijst><al>en</al><al>b.de woningzoekende beschikt over zelfstandige woonruimte in de
                                woningmarktregio </al><al>en </al><al>c.er is sprake van een bijzondere persoonlijke noodsituatie </al><al>en </al><al>d.de noodsituatie is ontstaan buiten eigen schuld en was door de
                                woningzoekende niet te voorzien </al><al>en </al><al>e.de woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een oplossing te
                                hebben gezocht </al><al>en </al><al>f.een verhuizing binnen zes maanden is noodzakelijk </al><al>en</al><al>g.de woningzoekende is aantoonbaar niet in staat om zelf binnen zes
                                maanden voor passende huisvesting te zorgen </al><al>en</al><lijst><li nr="h."><al>het inkomen is niet hoger dan het in artikel 2.2.3 lid 3
                                        opgenomen inkomen van het huishouden.</al></li><li nr="2."><al>De in het vorige lid gestelde voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>zijn niet van toepassing voor urgentie op grond van
                                                maatschappelijke indicatie, indicatie statushouders
                                                en gedupeerden aanbodsysteem.</al></li><li nr="b."><al>lid 1e. tot en met 1h. zijn niet van toepassing voor
                                                urgentie op grond van een volkshuisvestelijke
                                                indicatie.</al></li><li nr="c."><al>lid 1a. en 1b. zijn niet van toepassing voor
                                                urgentie op grond van een mantelzorgindicatie,
                                                waarbij de aanvrager van een mantelzorgindicatie wel
                                                beschikt over zelfstandige woonruimte.</al></li></lijst></li><li nr="3.a."><al>Er zijn de volgende indicatiegronden voor urgentie:</al></li><li nr="A."><al>Sociale indicatie</al><lijst><li nr="a."><al>Dreigende dakloosheid buiten eigen schuld of
                                                toedoen</al></li><li nr="b."><al>Relatiebeëindiging </al></li><li nr="c."><al>Financiële omstandigheden </al></li></lijst></li><li nr="B."><al>Medische indicatie</al></li><li nr="C."><al>Mantelzorgindicatie</al></li><li nr="D."><al>Volkshuisvestelijke indicatie</al></li><li nr="E."><al>Maatschappelijke indicatie </al></li><li nr="a."><al>Huiselijk geweld </al></li><li nr="b."><al>Uitstroom hulp- en dienstverleningsinstelling.</al></li><li nr="F."><al>Statushouders</al></li><li nr="G."><al>Gedupeerden aanbodsysteem</al></li><li nr="3.b."><al>Een urgentie wordt verleend onder de navolgende genoemde
                                        bepalingen:</al><al></al><al>A.<vet>Sociale indicatie</vet></al><al>Sociaal geïndiceerden zijn ingezetenen van de
                                        woningmarktregio die in verband met sociale problemen in
                                        combinatie met omstandigheden in de huidige in de
                                        woningmarktregio gelegen woning dringend op korte termijn
                                        een andere woning nodig hebben. Alleen onder de navolgende
                                        genoemde omstandigheden wordt een sociale indicatie
                                        verleend:</al><al></al><al><vet>a. Dreigende dakloosheid buiten eigen schuld of
                                            toedoen</vet></al><al>Degenen die buiten eigen schuld of toedoen hun woonruimte
                                        moeten verlaten kunnen uitsluitend in de volgende gevallen
                                        in aanmerking komen voor urgentie:</al><lijst><li nr="-"><al>het onvoorzienbaar moeten verlaten van een echte
                                                dienstwoning, voor zover de werkgever de werknemer
                                                tot vrije oplevering heeft gedwongen of </al></li><li nr="-"><al>het verlaten van woonruimte ten gevolge van een
                                                gerechtelijk (niet zijnde echtscheidings-) vonnis,
                                                voor zover dit niet door de betrokkene voorkomen had
                                                kunnen worden of</al></li><li nr="-"><al>een calamiteit zoals brand of overstroming.</al></li></lijst><al>Het verzoek om sociale indicatie voor urgentie moet
                                        uiterlijk binnen een maand na het ontstaan van de
                                        dakloosheid buiten eigen schuld of toedoen worden
                                        gedaan.</al><al></al><al><vet>b. Relatiebeëindiging </vet></al><al>In geval van relatiebeëindiging, waaronder begrepen:
                                        echtscheiding, verbreking geregistreerd partnerschap,
                                        verbreking samenlevingscontract en beëindiging samenwoning
                                        zonder overeenkomst wordt slechts urgentie verleend,
                                        wanneer: </al><lijst><li nr="-"><al>de partners gedurende minimaal twee aaneengesloten
                                                jaren samen op één adres wo(o)n(d)en en tot minimaal
                                                drie maanden voor de aanvraagdatum werd
                                                samengewoond; en </al></li><li nr="-"><al>er minimaal één minderjarig kind in het geding is;
                                            </al></li><li nr=""><al>en</al></li><li nr="-"><al>geen van de partners door middel van overname van de
                                                huurovereenkomst of de hypotheek, dan wel op andere
                                                wijze in de woningbehoefte kan of had kunnen
                                                voorzien</al></li></lijst><al>Wordt aan deze voorwaarden voldaan dan wordt één urgentie
                                        toegekend en wel aan de partner die voor meer dan de helft
                                        de zorg voor het/de minderjarig(e) kind(eren) draagt. Wordt
                                        de zorg gelijk verdeeld dan wordt de urgentie toegekend aan
                                        de partner met het laagste inkomen, tenzij de partners in
                                        overeenstemming met elkaar voor toekenning aan de andere
                                        partner kiezen.</al><al>Een urgentieaanvraag op grond van relatieverbreking kan
                                        worden ingediend:</al><al>-bij echtscheiding door een verzoek tot echtscheiding of
                                        uitspraak voorlopige voorziening, maar uiterlijk drie
                                        maanden nadat de rechter de echtscheiding uitsprak;</al><al>-bij een geregistreerd partnerschap op het moment dat
                                        partnerschap wordt beëindigd maar uiterlijk drie maanden
                                        daarna;</al><al>-bij een samenlevingscontract op het moment dat de ene
                                        partij het contract conform het daarin bepaalde opzegde,
                                        doch uiterlijk drie maanden daarna </al><al>of</al><al>-bij een samenleving zonder contract op het moment dat de
                                        ene partij de ander door middel van een aangetekende brief
                                        kenbaar maakte de samenleving te willen beëindigen.</al><al>Bij het ontbreken van de in dit lid bepaalde documenten kan
                                        de aanvraag worden ingediend zodra, doch uiterlijk binnen
                                        drie maanden nadat de samenwoning daadwerkelijk heeft
                                        opgehouden te bestaan en dit ook door middel van het
                                        overleggen van een uittreksel van het gemeentelijke BRP
                                        (Basisregistratie Personen).</al><al></al><al><vet>c. Financiële omstandigheden</vet></al><al>Ingezetenen, die de zorg voor minderjarige kinderen hebben
                                        en bij wie de kinderen geregistreerd staan, die buiten eigen
                                        schuld financieel in zodanige problemen zijn geraakt dat zij
                                        de woonlasten niet meer op kunnen brengen, kunnen
                                        uitsluitend in aanmerking komen voor urgentie indien de
                                        betrokkene daadwerkelijk in aanmerking komt voor een
                                        uitkering uit een gemeentelijke regeling, met daaraan
                                        verbonden de voorwaarde om te zien naar goedkopere
                                        woonruimte. De financiële problemen mogen niet direct het
                                        gevolg zijn van relatiebeëindiging.</al><al></al><lijst><li nr="B."><al><vet>Medische indicatie</vet></al></li><li nr="1."><al>Ingezetenen, die in een om medische redenen
                                                (fysiek/psychisch) onhoudbare woonsituatie verkeren
                                                en om die reden een indicatie voor andere woonruimte
                                                hebben ontvangen, kunnen in aanmerking komen voor
                                                urgentie. Datzelfde geldt voor ingezetenen die te
                                                maken hebben met een als gevolg van de woonsituatie
                                                zeer progressief ziektebeeld.</al></li><li nr="2."><al>Indien in het kader van de Wet maatschappelijke
                                                ondersteuning (Wmo) verhuizing wordt aanbevolen in
                                                verband met ergonomische beperkingen door ernstige
                                                fysieke belemmeringen, kan aan ingezetenen urgentie
                                                worden verleend, mits verhuizen naar oordeel van
                                                burgemeester en wethouders spoedeisend is en de
                                                goedkoopste adequate voorziening is.</al><al></al></li></lijst><lijst><li nr="C."><al><vet>Mantelzorgindicatie</vet></al></li><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een urgentie
                                                verlenen aan mantelzorgverleners of
                                                mantelzorgontvangers. Hierbij zijn de volgende
                                                voorwaarden alle van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>burgemeester en wethouders bepalen de zorgvraag en
                                                dat de zorgvraag kan worden beantwoord met
                                                mantelzorg;</al></li><li nr="b."><al>degene die mantelzorg verleent / ontvangt dient
                                                ingeschreven te staan als woningzoekende;</al></li><li nr="c."><al>degene die mantelzorg verleent / ontvangt heeft in
                                                de huidige woonsituatie geen huurschulden en heeft
                                                geen overlast veroorzaakt;</al></li><li nr="d."><al>de reisafstand tussen mantelzorg en
                                                mantelzorgontvanger is meer dan vijf kilometer en
                                                wordt na verhuizing minder dan vijf kilometer,
                                                gemeten volgens de kortst mogelijke route;</al></li><li nr="e."><al>er is sprake van langdurige zorg, dat wil zeggen dat
                                                de mantelzorg voor minimaal acht uur per week is,
                                                verdeeld over minimaal vier dagen per week en naar
                                                verwachting nog enkele jaren wordt verstrekt </al></li></lijst><al>en</al><lijst><li nr="f."><al>per mantelzorgsituatie wordt eenmalig één urgentie
                                                afgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Overige bepalingen:</al></li><li nr="a."><al>de urgentie wordt uitsluitend verstrekt bij een
                                                positief advies van een door burgemeester en
                                                wethouders aan te wijzen instantie uit de huidige
                                                woongemeente van de mantelzorgontvanger </al></li></lijst><al>en</al><al>b.burgemeester en wethouders kunnen een afwegingskader
                                        opstellen voor de beoordeling. </al><al></al><lijst><li nr="D."><al><vet>Volkshuisvestelijke indicatie</vet></al></li><li nr="1."><al>Huurders en eigenaar-bewoners van woonruimte in de
                                                woningmarktregio die in het belang van de
                                                volkshuisvesting of ter uitvoering van openbare
                                                werken in het algemeen belang, gesloopt of
                                                ingrijpend verbeterd moeten worden, kunnen in
                                                aanmerking komen voor urgentie. Burgemeester en
                                                wethouders bepalen wanneer de urgentie wordt
                                                afgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij afgifte van de
                                                urgentie als hierboven bedoeld bepalen dat betrokken
                                                bewoners na voltooiing van de werken eenmalig een
                                                vooraf te bepalen passend aanbod krijgen tot
                                                terugkeer in het ingrijpend verbeterde of
                                                nieuwgebouwde complex.</al><al></al></li></lijst><al>E.<vet>Maatschappelijke indicatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Woningzoekenden die dringend woonruimte nodig hebben
                                                omdat zij verblijven in een van gemeentewege erkend
                                                opvangtehuis in de woningmarktregio of uit een van
                                                gemeentewege erkende hulp- en
                                                dienstverleningsinstellingen in de woningmarktregio,
                                                over wie met betrekking tot de doorstroming naar
                                                zelfstandige woonruimte in regionaal of lokaal
                                                verband afspraken zijn gemaakt, kunnen in aanmerking
                                                komen voor een urgentie. Onder deze cliënten worden
                                                in ieder geval verstaan vrouwen die vanwege
                                                huiselijk geweld tijdelijk zijn opgenomen in een
                                                “Blijf van mijn lijf” huis. </al></li><li nr="2."><al>De gemeente en/of de woningmarktregio maakt
                                                afspraken met instellingen over een jaarlijks
                                                contingent voordrachten voor doorstroming. De
                                                afspraken maken onderdeel uit van de
                                                huisvestingsverordening.</al><al></al></li></lijst><al>F.<vet>Indicatie statushouders indicatie</vet></al><al>Op grond van de landelijke taakstelling van het Ministerie
                                        van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties huisvest de
                                        gemeente statushouders. Toewijzing vindt plaats door middel
                                        van bemiddeling. </al><al></al><al><vet>G.Indicatie gedupeerden aanbodsysteem</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een woningzoekende de
                                        indicatie gedupeerden aanbodsysteem toekennen. Voorwaarde
                                        bij deze indicatie is een positief advies van de regionale
                                        klachtencommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.2</nr><titel>Aanvraag en besluitvorming tot urgentie</titel></kop><al>1.a. De woningzoekende die meent voor een sociale, medische of
                                mantelzorgurgentie in</al><al>aanmerking te komen, dient een schriftelijke aanvraag in bij
                                burgemeester en wethouders van de gemeente waar de urgente
                                woonsituatie is ontstaan of, bij mantelzorgindicatie, de gemeente
                                waar de mantelzorg verleend gaat worden.</al><lijst><li nr="b."><al>De aanvraag dient in ieder geval een motivering te bevatten,
                                        waarin wordt vermeld:</al></li><li nr="-"><al>de aard van de persoonlijke problematiek;</al></li><li nr="-"><al>de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie
                                    </al></li></lijst><al>en</al><lijst><li nr="-"><al>de argumentatie op grond waarvan verhuizing binnen een half
                                        jaar absoluut noodzakelijk is.</al></li><li nr="-"><al>de argumentatie waarom de woningzoekende niet in staat is om
                                        binnen 6 maanden op andere wijze geschikte huisvesting te
                                        vinden.</al></li><li nr="c."><al>Bij een aanvraag om toekenning van de urgentie kunnen
                                        burgemeester en wethouders advies inwinnen bij een door hen
                                        aan te wijzen adviseur.</al></li><li nr="2."><al>a. De aanvraag voor een volkshuisvestelijke indicatie voor
                                        urgentie kan uitsluitend schriftelijk door de eigenaar van
                                        de woonruimte bij burgemeester en wethouders worden
                                        ingediend.</al></li><li nr="b."><al>De aanvraag voor een maatschappelijke indicatie voor
                                        urgentie kan uitsluitend worden ingediend bij burgemeester
                                        en wethouders door een van gemeentewege erkend opvangtehuis
                                        in de woningmarktregio of een van gemeentewege erkende hulp-
                                        en dienstverleningsinstellingen in de woningmarktregio.</al></li><li nr="c."><al>Een aanvraag kan voor één indicatiegrond worden ingediend.
                                        Een aanvraag om toekenning van een indicatie voor urgentie
                                        waarover in het verleden reeds is beslist, wordt alleen dan
                                        in behandeling genomen indien er sprake is van gewijzigde
                                        feiten en omstandigheden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3</nr><titel>Beperkte keuzemogelijkheid urgenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij urgentieverlening stellen burgemeester en wethouders een
                                    zoekprofiel vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Urgent woningzoekenden met een sociale, medische, mantelzorg- of
                                    maatschappelijke indicatie, kunnen met hun status "urgent"
                                    uitsluitend reageren op het regionale aanbod van flatwoningen
                                    vanaf de 1e verdieping. In geval van een medische en
                                    mantelzorgindicatie kan hiervan worden afgeweken indien in het
                                    advies van de adviseur als bedoeld in artikel 2.5.2 lid 1c
                                    uitdrukkelijk een ander woningtype wordt geadviseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het standaard regionale
                                    zoekprofiel als bedoeld in lid 2 afwijken, wanneer het belet dat
                                    de urgent woningzoekende lokaal een passende woonruimte krijgt
                                    toegewezen omdat in de lokale woningvoorraad bepaalde
                                    woningtypen ontbreken of naar verwachting niet binnen 6 maanden
                                    vrij voor verhuur komen en huisvesting in de woongemeente
                                    sociaal of maatschappelijk, noodzakelijk wordt geacht. In dit
                                    geval wordt door burgemeester en wethouders een tweede
                                    zoekprofiel vastgesteld, waarmee de urgent woningzoekende
                                    uitsluitend op het woningaanbod in de gemeente waar het probleem
                                    is ontstaan, kan reageren</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Urgent woningzoekenden met een volkshuisvestelijke indicatie,
                                    kunnen met hun status "urgent" reageren op het regionale
                                    woningaanbod van woonruimte die qua woningtype vergelijkbaar
                                    zijn met de huidige woonruimte die gesloopt of ingrijpend
                                    verbeterd moet worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.4</nr><titel>Vervallen, verlengen en intrekken urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De urgentieverklaring vervalt van rechtswege na een termijn van
                                    zes maanden na afgiftedatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van de aanvrager de
                                    urgentie met maximaal zes maanden verlengen indien er, binnen de
                                    termijn van zes maanden, aantoonbaar geen aanbod is geweest
                                    overeenkomstig het zoekprofiel. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een urgentieverklaring
                                    intrekken, indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>niet langer aan de vereisten voor het verkrijgen van een
                                    urgentieverklaring wordt voldaan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de urgentieverklaring is verstrekt op grond van gegevens waarvan
                                    de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij
                                    onjuist of onvolledig waren;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de urgente eenmaal een naar het oordeel van burgemeester en
                                    wethouders passende woonruimte in de regio heeft geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het intrekken van een urgentieverklaring kan niet op grond
                                    van dezelfde omstandigheden opnieuw een urgentie worden
                                    aangevraagd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.6</nr><titel>Systeem voor de verdeling van woonruimte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.1</nr><titel>Eén toewijzingssysteem</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1.a. In de woningmarktregio wordt het aanbod van vrijkomende
                                        woonruimte van woningcorporaties verdeeld via één
                                        toewijzingssysteem.</al></li><li nr="b."><al>De woningcorporaties stellen gezamenlijk een
                                        toewijzingssysteem in en onderhouden het systeem.</al></li><li nr="c."><al>Het toewijzingssysteem voldoet in ieder geval aan de
                                        volgende eisen:</al></li><li nr="-"><al>het is gebruiksvriendelijk en toegankelijk;</al></li><li nr="-"><al>het biedt woningzoekenden de mogelijkheid hun belangstelling
                                        kenbaar te maken op het aanbod; </al></li><li nr="-"><al>het informeert woningzoekenden op uniforme en transparante
                                        wijze over de geldende volgorde </al></li></lijst><al>en </al><lijst><li nr="-"><al>het informeert woningzoekenden op uniforme en transparante
                                        wijze over de voorwaarden waaraan zij moeten voldoen om in
                                        aanmerking te komen voor de woonruimte. </al></li><li nr="d."><al>Met het toewijzingssysteem kan woonruimte in ieder geval
                                        worden verdeeld met het aanbodmodel of het lotingmodel.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in lid 1a. en 1b. is niet van toepassing op
                                        woningcorporaties met een woningvoorraad van minder dan 100
                                        zelfstandige huurwoningen in de woningmarktregio.</al></li></lijst><al>3 Vrijkomende woonruimte van woningcorporaties wordt geplaatst in
                                het advertentiemedium. Burgemeester en wethouders kunnen een
                                uitzondering maken voor:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimte verdeeld via bemiddeling;</al></li><li nr="b."><al>wisselwoningen en plankwoningen ten behoeve van tijdelijke
                                        huisvesting;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen voor woonwagens;</al></li><li nr="d."><al>beheerdersbelang;</al></li><li nr="e."><al>woonruimte die als geheel met instemming van de eigenaar
                                        bestemd wordt of is voor bewoning door een woongroep;</al></li><li nr="f."><al>zelfstandige woonruimte die onderdeel uitmaakt van een
                                        groepswooncomplex, wat blijkt uit het gemeenschappelijk
                                        beheer van verblijfsruimte(n) en/of gemeenschappelijk
                                        gebruik van voorzieningen in het betreffende complex.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.2</nr><titel>Rangorde bij het aanbodmodel</titel></kop><al>1.a. Ter bepaling van de volgorde bij het aanbodmodel worden alle
                                belangstellende </al><al>woningzoekenden op datum van inschrijving gerangschikt. De
                                woonruimte wordt voor verhuring aangeboden aan de woningzoekende met
                                de langste inschrijfduur.</al><lijst><li nr="b."><al>Alvorens de volgorde te bepalen volgens a. wordt voorrang
                                        verleend met toepassing van de voorrangsregels in paragraaf
                                        2.4.</al></li><li nr="2."><al>a. Woningzoekenden met de status "urgent" hebben bij het
                                        aanbodmodel, in afwijking van het </al></li></lijst><al>bepaalde onder 1a., voorrang boven alle andere kandidaten, indien de
                                woonruimte past binnen het door burgemeester en wethouders voor de
                                urgente vastgestelde zoekprofiel, de voorrangregels in paragraaf 2.4
                                en zij hebben gereageerd binnen de zoektermijn.</al><lijst><li nr="b."><al>De volgorde van toewijzing tussen urgenten wordt op basis
                                        van oudste datum van verlening van de urgentie.</al></li><li nr="c."><al>In afwijking van a, kunnen burgemeester en wethouders met
                                        instemming van de eigenaar van woonruimte, in het
                                        advertentiemedium woonruimte aanwijzen, waarop de status
                                        "urgent", niet geldig is.</al></li><li nr="3."><al>Indien een advertentie tot een toewijzing leidt, wordt
                                        daarvan in het advertentiemedium binnen veertien dagen na
                                        ingangsdatum van het huurcontract mededeling gedaan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.3</nr><titel>Toewijzingssysteem en gemeentelijke woonbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bijzondere regels instellen
                                    voor de verdeelsystematiek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>a. De regels hebben betrekking op:</al></lid><lid><lidnr>A.</lidnr><al>Lotingmodel</al></lid><lid><lidnr>B.</lidnr><al>Standplaatsen via woongroepmodel</al></lid><lid><lidnr>C.</lidnr><al>Beheerdersbelang</al></lid><lid><lidnr>D.</lidnr><al>Woongroepen</al></lid><lid><lidnr>E.</lidnr><al>Bemiddeling</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De navolgende voorwaarden zijn van toepassing:</al><al></al><lijst><li nr="A."><al><vet>Lotingmodel</vet></al></li><li nr="1."><al>a. Met instemming van burgemeester en wethouders kan
                                            maximaal 20% van het vrijkomende aanbod van sociale
                                            woonruimte in een gemeente via het lotingmodel worden
                                            verhuurd.</al></li><li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende
                                            voorwaarden stellen.</al></li><li nr="2."><al>Bij het lotingssysteem zijn de voorrangsbepalingen uit
                                            paragraaf 2.4 niet van toepassing, met uitzondering van
                                            artikel 2.4.1, de voorrangsregel inkomen-huur en artikel
                                            2.4.2 A bezettingsnorm.</al></li><li nr="3."><al>De volgorde van de reacties bij het lotingmodel wordt
                                            aselect bepaald (door het computersysteem). Een
                                            woningzoekende kan per woning één reactie
                                            uitbrengen.</al></li><li nr="4."><al>Indien een loting tot een toewijzing leidt, wordt
                                            daarvan in het advertentiemedium binnen veertien dagen
                                            na ingang van de contractueel overeengekomen
                                            ingangsdatum van het huurcontract mededeling
                                            gedaan.</al><al></al></li></lijst><lijst><li nr="B."><al><vet>Standplaatsen via woongroepmodel met
                                                voordrachtsregeling</vet></al></li><li nr="1."><al>Bij inschrijving voor een standplaats en voor overige
                                            woonruimte op een woonwagenlocatie, kunnen burgemeester
                                            en wethouders de volgende voorwaarden stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>een wachtlijst hanteren, gebaseerd op het
                                                  woongroepmodel met voordrachtsregeling;</al></li><li nr="b."><al>de wachtlijst wordt beheerd door de door
                                                  burgemeester en wethouders aangewezen
                                                  woningcorporatie/beheerder </al></li></lijst></li></lijst><al>en</al><lijst><li nr=""><al>c.inschrijven op deze wachtlijst kan alleen met een
                                            geldig inschrijfnummer van WoningNet;</al></li><li nr="2."><al>Toewijzing bij het woongroepmodel met
                                            voordrachtregeling</al><lijst><li nr="a."><al>Voor de toewijzing van een vrijkomende
                                                  standplaats is een aanvullende voorrangsvolgorde
                                                  vastgesteld. Deze geldt voor de eerste
                                                  inschrijvers met de langste inschrijfduur op de
                                                  wachtlijst.</al></li><li nr="b."><al>Het aantal eerste inschrijvers onder a. is
                                                  afhankelijk van de grootte van de woonwagenlocatie
                                                  en te bepalen door burgemeester en
                                                  wethouders.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De rangvolgorde van de eerste inschrijvers, zoals
                                            bepaald in lid 2, op de wachtlijst wordt als volgt
                                            bepaald:</al></li><li nr="a."><al>voor huurstandplaatsen geldt dat kinderen of
                                            kleinkinderen van degene die de plaats huurde voordat
                                            deze leeg kwam, voorrang hebben. De regel dat het alleen
                                            om de eerste inschrijvers van de wachtlijst gaat, is
                                            hierbij niet van toepassing;</al></li><li nr="b."><al>de woningzoekende die een standplaats huurt op de
                                            betreffende woonwagenlocatie en wil doorschuiven naar
                                            een vrijkomende standplaats op dezelfde locatie, onder
                                            voorwaarde dat de eigen standplaats vrijkomt;</al></li><li nr="c."><al>een kind, inwonend bij familie in de eerste graad op de
                                            locatie waar een standplaats vrijkomt;</al></li><li nr="d."><al>woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal
                                            zes jaar aaneengesloten op de locatie heeft
                                            gewoond;</al></li><li nr="e."><al>woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal
                                            zes jaar aaneengesloten op een woonwagenlocatie elders
                                            in Nederland heeft gewoond;</al></li><li nr="f."><al>overige woningzoekenden. Op basis van inschrijfduur op
                                            de wachtlijst;</al></li><li nr="g."><al>voor lid a. tot e. geldt dat bij gelijke kandidaten,
                                            degene met de langste inschrijfduur op de wachtlijst
                                            voorrang heeft. </al></li><li nr="4."><al>Een adviescommissie van bewoners van de betreffende
                                            woonwagenlocatie adviseert de woningcorporatie/beheerder
                                            over de toewijzing. Bij dit advies wordt de volgorde
                                            zoals in lid 3 aangehouden. </al></li><li nr="5."><al>a. Burgemeester en wethouders behouden het recht om in
                                            te grijpen in het toewijzingsproces of af te wijken van
                                            deze regeling.</al></li><li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders vragen de woningcorporatie
                                            dan wel de beheerder om advies als zij gebruik maakt van
                                            het bepaalde onder a.</al></li><li nr="6."><al>Voor urgentie is de urgentieregeling uit paragraaf 2.5
                                            van toepassing. Bij urgentieverzoeken kan de
                                            adviescommissie van bewoners dan wel van de betreffende
                                            woonwagenlocatie om advies worden gevraagd.</al><al></al></li></lijst><lijst><li nr="C."><al><vet>Beheerdersbelang</vet></al></li><li nr="1."><al>Beheerdersbelang is het belang van de woningcorporatie,
                                            de beheerder. Of er sprake is van een beheerdersbelang
                                            is primair ter beoordeling aan de woningcorporatie, maar
                                            ook andere instanties, inclusief burgemeester en
                                            wethouders, kunnen een beheerdersbelang herkennen en
                                            aankaarten bij de woningcorporatie.</al></li><li nr="2."><al>Door toepassing te geven aan het beheerdersbelang kan
                                            een huurder met voorrang worden verhuisd.</al></li><li nr="3."><al>Voorwaarden bij de toepassing van het beheerdersbelang
                                            zijn:</al></li><li nr="a."><al>er mag geen nadeel zijn voor het welzijn van de persoon
                                            in kwestie; </al></li><li nr="b."><al>het is niet mogelijk gebleken om de aanleiding, zoals de
                                            overlast, op een ander wijze adequaat te
                                            bestrijden;</al></li><li nr="c."><al>de woningcorporatie lost het probleem eerst binnen het
                                            eigen bezit op en vervolgens pas in andermans
                                            bezit.</al></li><li nr="4."><al>Woningcorporaties rapporteren jaarlijks achteraf aan
                                            burgemeester en wethouders over de wijze waarop zij
                                            invulling hebben gegeven aan dit artikel. Daarbij wordt
                                            in elk geval aangegeven om welke aantallen het in het
                                            betreffende jaar gaat met een korte aanduiding van de
                                            aard van de problematiek. Burgemeester en wethouders
                                            kunnen desgewenst nadere informatie vragen.</al><al></al></li></lijst><lijst><li nr="D."><al><vet>Woongroepen</vet></al></li><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een groep huurders
                                            aanmerken als woongroep.</al></li><li nr="2."><al>a Vrijkomende woonruimte binnen een woongroep wordt door
                                            de woongroep zelf toegewezen.</al></li><li nr="b."><al>Bij nieuwbouw van woonruimte voor een woongroep is er
                                            sprake van een initiatiefgroep waarvan de leden het
                                            recht van eerste bewoning krijgen.</al></li><li nr="c."><al>Bij de toewijzing zijn de eisen voor verlening van een
                                            huisvestingsvergunning uit artikel 2.2.3 van
                                            toepassing.</al><al></al></li></lijst><lijst><li nr="E."><al><vet>Bemiddeling</vet></al></li><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen door eenmalig aanbod
                                            bijzondere categorieën woningzoekenden en
                                            woningzoekenden met een indicatie urgent door
                                            bemiddeling medewerking verlenen bij het verkrijgen van
                                            woonruimte.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Gemeentelijk woonbeleid</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze
                                    verordening beleidsregels vaststellen ter bevordering van
                                    gemeentelijk woonbeleid.</al></li><li nr="2."><al>De beleidsregels worden afgestemd met de gemeenten in de
                                    woningmarktregio.</al></li><li nr="3."><al>Het gemeentelijke woonbeleid (in de gemeente Stichtse Vecht)
                                    heeft in ieder geval betrekking op:</al><lijst><li nr="-"><al>Bezettingsnorm: vier of meer kamers worden met voorrang
                                            toegewezen aan minimaal tweepersoonshuishouden</al></li><li nr="-"><al>Bindingsregel: Tienhoven, Vreeland, Nigtevecht en
                                            Kockengen (Kockengen voor een poefperiode van twee
                                            jaar)</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een experimentregeling
                                    instellen. De experimentregeling moet aan de volgende
                                    voorwaarden voldoen:</al></li><li nr="a."><al>een experiment heeft een duidelijk omschreven en meetbaar beoogd
                                    effect;</al></li><li nr="b."><al>een experiment is tijdelijk en heeft een vooraf gesteld begin en
                                    eindpunt;</al></li><li nr="c."><al>de uitvoering van het experiment is duidelijk en transparant
                                    voor de woningzoekenden;</al></li><li nr="d."><al>de communicatie en verantwoording over het experiment vindt
                                    plaats in het regionale advertentiemedium;</al></li><li nr="e."><al>het experiment is van toepassing op maximaal 10% van het aanbod
                                </al></li></lijst><al>en</al><al>f.het experiment wordt voor de start afgestemd met de gemeenten in de
                            woningmarktregio.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>WIJZIGING SAMENSTELLING VAN DE WOONRUIMTEVOORRAAD</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel></titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Onttrekking, samenvoeging, omzetting en woonvorming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Huurwoningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Koopwoningen tot de koopprijsgrens. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder vergunning een woonruimte, aangewezen
                                    in artikel 4.1.1:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als
                                    kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot
                                    bewoning te onttrekken waardoor de woonruimte niet langer
                                    geschikt is voor bewoning door een huishouden van dezelfde
                                    omvang als waarvoor deze zonder zodanige onttrekking geschikt
                                    is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als
                                    kantoor of praktijkruimte door de eigenaar met andere woonruimte
                                    samen te voegen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>te verbouwen tot twee of meer woonruimten voor verhuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vrijstelling van het verbod als bedoeld in artikel 4.1.2 lid 1
                                    a. wordt verleend wanneer aan de volgende voorwaarden wordt
                                    voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal vierkante meters dat ten behoeve van de
                                            uitoefening van een bedrijf aan de bestemming wordt
                                            onttrokken, beslaat niet meer dan een door burgemeester
                                            en wethouders te bepalen vloeroppervlakte;</al></li><li nr="b."><al>degene die het bedrijf uitoefent is ook de bewoner van
                                            de woonruimte;</al></li><li nr="c."><al>de uitoefening van het bedrijf past binnen de
                                            woonbestemming van het pand, dit ter beoordeling van
                                            burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.3</nr><titel>Aanvragen van een vergunning</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>1.De aanvraag van een vergunning wordt ingediend
                                                  bij burgemeester en wethouders en gaat vergezeld
                                                  van de volgende informatie en bewijsstukken:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de eigenaar of diens
                                                  gemachtigde;</al></li><li nr="b."><al>gegevens over de huidige situatie:</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>adres van de woonruimte waarop de aanvraag
                                                  betrekking heeft;</al></li><li nr="-"><al>huur- of koopprijs; </al></li><li nr="-"><al>aantal kamers;</al></li><li nr="-"><al>woonoppervlak;</al></li><li nr="-"><al>woonlaag en</al></li><li nr="-"><al>staat van onderhoud;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>gegevens over de beoogde situatie:</al><lijst><li nr="-"><al>bestemming;</al></li><li nr="-"><al>bouwtekening</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>gegevens bij voorgenomen samenvoeging:</al><lijst><li nr="-"><al>verwachte huur- of koopprijs;</al></li><li nr="-"><al>naam van de toekomstige bewoner(s);</al></li><li nr="-"><al>omvang van het huishouden van de toekomstige
                                                  bewoners en</al></li><li nr="-"><al>schriftelijke verklaring van toestemming van de
                                                  verhuurder.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van
                                    aanvragen tot onttrekking ten behoeve van de uitoefening van een
                                    bedrijf advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten behoeve van
                                    de praktijkuitoefening door officieel erkende medici of
                                    paramedici kunnen burgemeester en wethouders het advies inwinnen
                                    van de Adviescommissie Huisvesting Beoefenaars van Medische en
                                    Paramedische Beroepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.4</nr><titel>Voorwaarden vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><al>1.Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning, indien naar
                                    hun oordeel het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting
                                    gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de
                                    samenstelling van de woonruimtevoorraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien
                                    vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening
                                    van de vergunning zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op
                                    het woon- en leefmilieu van de woonruimte dan wel de omgeving
                                    van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op of bij de vergunning vermelden burgemeester en wethouders de
                                    volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen een jaar van de vergunning
                                            gebruik gemaakt moet worden;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte waarop de vergunning betrekking
                                            heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aanvrager een tijdelijke behoefte kan aantonen, kunnen
                                    burgemeester en wethouders een tijdelijke vergunning voor
                                    maximaal vijf jaar verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5</nr><titel>Intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen een jaar nadat de beschikking onherroepelijk
                                            is geworden, is overgegaan tot onttrekking,
                                            samenvoeging, omzetting of woonvorming;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                            vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist
                                            of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of
                                            onvolledig waren;</al></li><li nr="c."><al>vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat
                                            in stand laten van de vergunning zal leiden tot een
                                            structureel overlastpatroon, in de vorm van
                                            ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu voor de
                                            directe omgeving van de woonruimte waarop de vergunning
                                            betrekking heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de
                                    vergunning over, voordat de vergunninghouder, bij aangetekende
                                    brief is gewaarschuwd, dat zij de vergunning zullen intrekken,
                                    indien niet binnen een te bepalen datum zodanige maatregelen
                                    en/of voorzieningen zijn getroffen, die ervoor zorg dragen dat
                                    de overlastgevende situatie wordt beëindigd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Splitsing in appartementsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Huurwoningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Koopwoningen tot de koopprijsgrens. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder splitsingsvergunning een recht op een
                                    gebouw, aangewezen in artikel 4.2.1 te splitsen in
                                    appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde
                                    lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of meer
                                    appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van
                                    een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het
                                    aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon is
                                    het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3</nr><titel>Aanvragen van een splitsingsvergunning</titel></kop><al>1.De aanvraag van een splitsingsvergunning wordt ingediend bij
                                burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende
                                stukken: </al><lijst><li nr="a."><al>een splitsingsplan dat voldoet aan de vereisten als
                                        neergelegd in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk
                                        Wetboek en het krachtens dat artikel vastgestelde Besluit
                                        betreffende splitsing in appartementsrechten;</al></li><li nr="b."><al>een taxatierapport betreffende het gebouw en de tot
                                        afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw,
                                        opgemaakt door een beëdigd taxateur. Dit rapport bevat in
                                        elk geval mede een beschrijving en een beoordeling van de
                                        onderhoudstoestand van het gebouw;</al></li><li nr="c."><al>indien burgemeester en wethouders dat nodig achten,
                                        overlegging van andere stukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.4</nr><titel>Voorwaarden of voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op of bij de splitsingsvergunning vermelden burgemeester en
                                    wethouders in elk geval de volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen een jaar van de
                                            splitsingsvergunning gebruik gemaakt moet worden en</al></li><li nr="b."><al>de gebouwde onroerende zaak waarop de splitsing
                                            betrekking heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op lid 1 kunnen burgemeester en wethouders
                                    voorwaarden en/of voorschriften aan de splitsingsvergunning
                                    verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>1.Een splitsingsvergunning kan worden geweigerd als:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang
                                        van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter
                                        is dan het met de splitsing gediende belang;</al></li><li nr="b."><al>het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een
                                        onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu
                                        in de omgeving van het betreffende pand;</al></li><li nr="c."><al>de onder a. en b. genoemde belangen niet voldoende kunnen
                                        worden gediend door het stellen van voorwaarden en
                                        voorschriften aan de splitsingsvergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.6</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning
                                intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen en jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                        geworden, is overgegaan tot overschrijving in de openbare
                                        registers van de akte van splitsing in appartementsrechten,
                                        bedoeld in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk
                                        Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of
                                        lidmaatschapsrechten;</al></li><li nr="b."><al>de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 4.2.4
                                        lid 2, niet worden nageleefd;</al></li><li nr="c."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de
                                toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere
                                hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Indien een woningzoekende op basis van dit oordeel de indicatie
                                "urgent" krijgt, dan is deze indicatie uitsluitend geldig in de
                                gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders
                                geoordeeld heeft dat sprake is van een bijzondere hardheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><al>1 a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het opleggen van een
                            bestuurlijke boete voor de overtreding van artikel 2.2.1, eerste en
                            tweede lid, artikel 4.1.2, artikel 4.2.2 en artikel 4.2.4 tweede
                            lid.</al><lijst><li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte van de op te leggen
                                    boete overeenkomstig de tabel in bijlage 2.</al></li><li nr="c."><al>Voor de eerste overtreding van artikel 2.2.1, eerste en tweede
                                    lid, artikel 4.1.2, artikel 4.2.2 en artikel 4.2.4 tweede lid,
                                    gelden de boetes overeenkomstig kolom A van de tabel.</al></li><li nr="d."><al>Voor de tweede, derde, vierde en volgende overtredingen van
                                    artikel 2.2.1, eerste en tweede lid, artikel 4.1.2, artikel
                                    4.2.2 en artikel 4.2.4 tweede lid, binnen drie jaar na de eerste
                                    overtreding, gelden de boetes overeenkomstig kolom B, C en D van
                                    de tabel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Intrekking en overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Regionale Huisvestingsverordening Bestuur Regio Utrecht is
                                ingetrokken door het algemeen bestuur BRU op 1 juli 2015. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Al verleende vergunningen onder de Regionale Huisvestingsverordening
                                Bestuur Regio Utrecht worden gelijkgesteld met de vergunningen in
                                deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bestaande inschrijvingen uit het register van woningzoekenden onder
                                de Regionale Huisvestingsverordening Bestuur Regio Utrecht worden
                                beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met
                                behoud van de opgebouwde inschrijfduur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de Huisvestingsverordening
                            Stichtse Vecht 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op die van de
                            bekendmaking en werkt terug tot 1 juli 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>30 juni 2015</al><al>Griffier, Voorzitter,</al><al></al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 1 ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemeen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.1 Begripsomschrijving</tussenkop><al>Lid 6. Doorstromer</al><al>Diegenen die op 1 maart 1997 als doorstromer staan geregistreerd behouden het
                    recht om mee te dingen naar het aanbod als doorstromer, ook als de huidige huur
                    hoger is dan de maximale huurprijsgrens. Voor nieuwe inschrijvingen geldt dat
                    wanneer gedurende de inschrijfduur door huurverhogingen de huur boven het
                    genoemde maximum stijgt men als 'doorstromer' kan blijven reageren.</al><al>Lid 7 Echte dienstwoning</al><al>In het huurrecht wordt verschil gemaakt tussen een echte en een onechte
                    dienstwoning. Een echte dienstwoning is een woning die noodzakelijkerwijs
                    gebruikt wordt met het oog op de arbeidsovereenkomst. Voorbeelden zijn: een
                    boswachterwoning, een portierswoning. Er is dus een direct verband tussen de
                    aard van het werk en het bewonen van de woning. Het huurrecht is in dat geval
                    niet van toepassing. Als er geen direct verband is tussen de aard van het werk
                    en het bewonen van de dienstwoning, spreekt men van een onechte dienstwoning.
                    Het huurrecht is dan wel van toepassing. Zogenaamde verpleegstersflats zijn soms
                    echte en soms onechte dienstwoningen. Als een verpleegkundige intern woont,
                    zodat zij feitelijk een kamer in het ziekenhuis huurt, zal er sprake zijn van
                    een echte dienstwoning. Betreft het echter flats die speciaal gebouwd zijn om
                    verpleegkundigen aan woonruimte te helpen, dan is er geen direct verband tussen
                    het werk en het bewonen van de flat en zal in de regel het huurrecht wel van
                    toepassing zijn.</al><al>Lid 8. Economische binding</al><al>Een economische binding aan de woningmarktregio wordt in elk geval aangenomen
                    indien:</al><lijst><li nr="-"><al>iemand tenminste 18 uur per week bij een bedrijf of instelling in de
                            woningmarktregio in hetzij vaste dienst is, hetzij een tijdelijk
                            dienstverband heeft met de vooropgezette bedoeling dit om te zetten in
                            een vast dienstverband of bij minder uren, tenminste een netto-inkomen
                            uit arbeid heeft op bijstandsniveau;</al></li><li nr="-"><al>iemand als zelfstandig ondernemer in zijn bestaan voorziet en aantoont
                            dat de zetel van zijn bedrijf in de woningmarktregio is gevestigd.</al></li></lijst><al>Met in acht name van het bovenstaande is het tijdstip waarop de economische
                    binding ingaat, het moment waarop schriftelijk aan de hand van respectievelijk
                    een huur- of koopcontract of arbeidsovereenkomst, kan worden aangetoond
                    dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de zetel van het bedrijf of de instelling waar iemand werkzaam is of zal
                            gaan werken, in de woningmarktregio gevestigd is of binnen redelijke
                            termijn gevestigd zal worden;</al></li><li nr="-"><al>het dienstverband bij het bedrijf of de instelling binnen redelijke
                            termijn zal ingaan.</al></li></lijst><al>Lid 18. Inkomensgrens van de doelgroep</al><al>De inkomensgrens van de doelgroep wordt door de minister jaarlijks bekend
                    gemaakt met een circulaire. Op 1 januari 2015 is de inkomensgrens € 34.911
                    (MG2014-02).</al><al>Lid 22. Koopprijsgrens</al><al>Het maximale aankoopbedrag om in aanmerking te komen voor een Nationale
                    Hypotheekgarantie vanaf 1 juli 2015, is € 245.000.</al><al>Lid 24 Liberalisatiegrens</al><al>De liberalisatiegrens wordt door de minister jaarlijks bekend gemaakt met een
                    circulaire. Vanaf 1 januari 2015 is de liberalisatiegrens € 710,68
                    (MG2014-02)</al><al>Lid 27 Maatschappelijke binding</al><al>Een maatschappelijke binding wordt in elk geval aangenomen ten aanzien van:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die tenminste drie jaar onafgebroken ingezetenen zijn in de
                            woningmarktregio, dan wel gedurende de voorgaande tien jaar tenminste
                            zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn geweest van de woningmarktregio
                            en</al></li><li nr="-"><al>personen die een dagopleiding volgen gedurende tenminste negentien uur
                            per week aan een, in de woningmarktregio gevestigde en erkende
                            instelling voor dagonderwijs.</al></li></lijst><al>Lid 45. Woongroep</al><al>Bijzondere vormen van zelfstandige woonruimte zijn de
                        <onderstreept>woongroep</onderstreept> en de hospitasituatie.</al><al>Een woongroep wordt gedefinieerd als een groep van twee of meer meerderjarige
                    personen die de bedoeling hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een
                    gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te gaan.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Verdeling Van Woonruimte</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 2.1 Werkingsgebied</tussenkop><al>In 2014 is een schaarste onderzoek uitgevoerd voor de woningmarktregio (RIGO,
                    schaarste in de regio Utrecht, november 2014). Conclusie: in de woningmarktregio
                    zijn alle huurwoningen tot de liberalisatiegrens schaars. Schaarste wordt
                    bepaald door een wachttijd, voor het merendeel van de woningzoekenden, van
                    minimaal twee jaar. De wachttijd is de verstreken inschrijfduur op het moment
                    dat de woning aan de woningzoekende is verhuurd.</al><tussenkop></tussenkop><tussenkop>Paragraaf 2.2 Huisvestingsvergunning</tussenkop><tussenkop>Artikel 2.2.3 Eisen voor vergunningverlening</tussenkop><al>Lid 1 Deze bepaling is in de eerste plaats een uitwerking van artikel 9 van de
                    Wet waarin dwingend is bepaald dat als de gemeenteraad toepassing heeft gegeven
                    aan artikel 7 van de Wet, hij in de huisvestingsverordening de criteria vastlegt
                    voor de verlening van huisvestingsvergunningen. Deze bepaling is in de tweede
                    plaats een uitwerking van artikel 10, eerste lid, van de Wet waarin in het
                    belang van de transparantie van het huisvestingsvergunningstelsel is bepaald dat
                    de gemeenteraad in de huisvestingsverordening vastlegt welke categorieën
                    woningzoekenden in aanmerking komen voor het verkrijgen van een
                    huisvestingsvergunning. Woningzoekenden die niet aan de criteria voldoen komen
                    in geen geval in aanmerking voor een huisvestingsvergunning.</al><al>Lid 2 Hiermee wordt het mogelijk dat ook bijvoorbeeld urgenten met een
                    volkshuisvestelijke indicatie (zogeheten stadsvernieuwingsurgenten) gebruik
                    kunnen maken van het aanbod, ongeacht het inkomen.</al><al>Lid 3 Met dit lid wordt de mogelijkheid gegeven om af te wijken van de
                    inkomensgrens doelgroep. Het genoemde inkomen is in 2011 geïntroduceerd in de
                    regio als de grens voor huishoudens met een laag middeninkomen. Vanuit de
                    rijksoverheid wordt inmiddels een lagere grens aangehouden voor deze doelgroep.
                    De grens van de rijksoverheid wordt al geruime tijd niet geïndexeerd terwijl de
                    grens in de regio Utrecht met eenzelfde percentage wordt verhoogd als de
                    inkomensgrens van de doelgroep.</al><al>Lid 4 De huurprijs wordt jaarlijks aangepast gelijk aan de aftoppingsgrens
                    huurtoeslag voor huishoudens die uit drie of meer personen bestaan. Voor 2015
                    bedraagt deze grens € 618,24 (MG2014-02).</al><al>Het inkomen wordt jaarlijks aangepast met hetzelfde percentage als de
                    inkomensgrens volgens de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch
                    belang toegelaten instellingen volkshuisvesting.</al><tussenkop>Artikel 2.2.4 Vruchteloze aanbieding</tussenkop><al>Dit artikel is bedoeld om ook huurwoningen die niet participeren in het
                    toewijzingssysteem van de woningcorporaties passend te bestemmen. Pas als
                    aantoonbaar is dat er binnen de geëigende groep geen belangstelling is voor de
                    woning, kunnen ook anderen voor de woning in aanmerking komen.</al><tussenkop>Paragraaf 2.3 Inschrijving woningzoekenden</tussenkop><tussenkop></tussenkop><tussenkop>Artikel 2.3.1 Register van woningzoekenden</tussenkop><al>Lid 1b De aanvrager is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens.</al><al> Een woningzoekende moet worden uitgeschreven indien hij of zij een huurwoning
                    tot de liberalisatiegrens betrekt die hem of haar is aangeboden via het systeem
                    voor de verdeling van woonruimte. </al><al>Lid 4 Onrechtmatige bewoning is een verzamelbegrip voor:</al><lijst><li nr="1."><al>Onrechtmatige bewoning: een woonruimte buiten de toewijzingsregels van
                            de gemeente op grond van de Wet doorverhuren aan een derde, die volgens
                            de toewijzingsregels niet in aanmerking komt voor de woonruimte. </al></li><li nr="2."><al>Onrechtmatige doorverhuur: een woonruimte geheel of gedeeltelijk zonder
                            medeweten en toestemming van de verhuurder doorverhuren.</al></li><li nr="3."><al>Onrechtmatig gebruik: een woonruimte gebruiken voor andere doeleinden
                            dan reguliere huisvesting, bijvoorbeeld verkamering, prostitutie,
                            drugsverkoop of hennepteelt.</al></li></lijst><tussenkop>Paragraaf 2.4 Voorrang toewijzing huurwoningen</tussenkop><tussenkop>Artikel 2.4.1 Voorrangregels Inkomen – huur</tussenkop><al>Lid 1 “Uit een onderzoek dat RIGO en WoningNet eerder uitvoerden in opdracht van
                    U10 is (…) gebleken dat er negatieve effecten van schaarste aan betaalbare
                    woonruimte zijn voor lage inkomensgroepen, niet in termen van slaagkansen en
                    benodigde wachttijden, maar wel in termen van betaalbaarheid. Aan die uitkomsten
                    is door de gemeenten (en corporaties) de conclusie verbonden de bestaande
                    huur-inkomensnormen aan te scherpen, waardoor een groter deel van het aanbod
                    gereserveerd wordt voor lage inkomens. Het gaat om voorrang ten opzichte van
                    huishoudens met een hoger inkomen.” (p17, Schaarste in de regio Utrecht). </al><tussenkop>Artikel 2.4.2 Voorrangregels gemeentelijk woonbeleid</tussenkop><al>Lid 2b A. Bezettingsnorm</al><al>Burgemeester en wethouders hebben gekozen voor optie 1: vier of meer kamers
                    worden met voorrang toegewezen aan minimaal tweepersoonshuishouden. Voorkomen
                    wordt dat eenpersoonshuishoudens in grote woningen terecht komen. </al><al>Lid 2b B. Woningtype</al><al>1.Het gaat bij de woningtypes om voorrang, andere woningzoekenden worden niet
                    uitgesloten van het aanbod. Bij de woningtypes gaat het om voorrang van een
                    doelgroep, uiteindelijk is het ook mogelijk dat een andere woningzoekende in
                    aanmerking komt.</al><al>De <vet>‘Nultredenwoningen’</vet> is niet geheel vrij van ‘treden’ Als definitie
                    geldt dat de woning bereikbaar is zonder trap evenals de belangrijkste functies.
                    Een ‘Nultredenwoningen’ met een logeer/hobbykamer één verdieping hoger, valt dan
                    ook onder deze definitie. </al><al><vet>‘Woningen voor minder validen’</vet> worden in de regel bemiddeld. De
                    bemiddeling is een lokale aangelegenheid.</al><al>2.Met deze regel wordt de mogelijkheid geboden om woonruimte, waarin
                    maatschappelijk is geïnvesteerd, nogmaals aan te bieden als er geen passende
                    kandidaat reageert.</al><al>Een gemeente en verhuurder bepalen in goed overleg welke woonruimte tot welk
                    woningtype behoort. Het gaat hier om voorraadafspraken die niet in de
                    huisvestingsverordening worden vermeld. </al><al>Lid 2b C. Doorstroming</al><al>Het aanbodmodel biedt de mogelijkheid om woningzoekenden met voorrang door te
                    laten stromen van een grote woning naar een kleine woning. Doorstroming kan ook
                    worden gerealiseerd via bemiddeling of andere wijze, als de gemeente aanvullende
                    regels stelt. Bijvoorbeeld als er korting wordt gegeven op de huur, hierbij kan
                    het noodzakelijk zijn dat de verhuizing plaats vindt binnen het bezit van één
                    verhuurder.</al><al>Lid 2b D. Bindingsregel</al><al>1.Een gemeente kan hier het gebied benoemen waar de regel van toepassing is,
                    bijvoorbeeld een kern in de gemeente. Een gemeente moet beargumenteren waarom
                    voorrang wordt verleend aan inwoners van een kern/woongebied. Is er sprake van
                    schaarste en welke bijzondere negatieve effecten heeft dit op ‘kernbewoners’?
                    Met de term ‘bijzonder’ wordt een onderscheid gemaakt van de negatieve effecten
                    van schaarste die voor alle woningzoekenden gelden.</al><al>Bijvoorbeeld het betreft een relatief kleine gemeenschap met slechts enkele
                    vrijkomende woningen per jaar. Inwoners worden daardoor weggedrukt door andere
                    woningzoekenden als er geen voorrang wordt gegeven. In de regio is woonruimte
                    schaars, iedere aanbod heeft veel reacties tot gevolg. Het kleine aantal
                    woningzoekenden in de kern/het woongebied heeft dan ook een klein aandeel van
                    het totale aantal reacties. Met andere woorden ze krijgen niet of nauwelijks de
                    kans om in de eigen woonomgeving woonruimte te vinden. Voor 1 juli 2015
                    hanteerde een aantal gemeenten de definitie van 2000 inwoners als grens voor een
                    ‘kleine gemeenschap’ met een beperkt aantal kernen als gevolg.</al><al>Het gebruik van de bindingsregel wordt beperkt doordat de Wet stelt dat maximaal
                    25% van de verhuringen met voorrang mag resulteren in een huisvestingsvergunning
                    voor lokaal woningzoekenden. Naast binding kan een gemeente ook behoefte hebben
                    om deze ruimte te gebruiken voor andere regelingen.</al><tussenkop>Paragraaf 2.5 Urgentie</tussenkop><tussenkop>Artikel 2.5.1 Urgent woningzoekenden</tussenkop><al>Lid 1 Huishoudens die een recreatiewoning permanent bewonen komen niet in
                    aanmerking voor een urgentie. In punt a. van lid één wordt als voorwaarde
                    gesteld dat de betreffende woningzoekende een ingezetene is van de regio. In de
                    begrippenlijst is de term ‘ingezetene’ voorbehouden aan degene die zijn
                    hoofdverblijf heeft in een voor <vet>permanente bewoning</vet> aangewezen
                    woonruimte. Een recreatiewoning valt hier (per definitie) niet onder.</al><al>Lid 3 Door middel van dit artikel wordt beoogd het aantal urgentieverleningen
                    tot noodsituaties te beperken. Urgenten krijgen daarmee een sterke positie: zij
                    hebben absolute voorrang op anderen en kunnen in beginsel binnen zes maanden
                    gehuisvest worden. Door het beperken van urgenties kan een redelijk percentage
                    woningen aan niet-urgente woningzoekenden worden toegewezen.</al><al>Veel situaties die vroeger steevast tot urgentie leidden, gelden in deze
                    verordening niet als noodsituatie en leiden dus niet langer tot urgentie. Geen
                    urgentie wordt bijvoorbeeld verleend:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>1.indien voor bepaalde omstandigheden een andere weg of
                                    procedure meer aangewezen is, bijvoorbeeld:</al></li><li nr="-"><al>bij overlast van buren of burenruzie zijn de aangewezen
                                    instanties de politie, de rechtbank,</al></li><li nr="-"><al>bij gebrekkige woonruimte en huurgeschillen zijn de aangewezen
                                    instanties de verhuurder, de huurcommissie en de
                                    kantonrechter.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>bij problemen in verband met kamerbewoning of inwoning (in ouderlijk
                            huis of bij familie, vrienden of kennissen).</al></li><li nr="3."><al>bij problemen bij gebrek aan woonruimte, bijvoorbeeld kamertekort na
                            gezinsuitbreiding.</al></li><li nr="4."><al>bij problemen in verband met beroepsomstandigheden, bijvoorbeeld
                            woonwerkafstand.</al></li></lijst><al>Lid 3a A b. Relatiebeëindiging</al><al>Bij de urgentie voor ‘relatieverbreking’, zijn vanaf 1 juli 2015, de voorwaarden
                    aangescherpt. Het gaat om de woonurgentie van de kinderen en niet om de ouders.
                    Zodra één van de ouders de kinderen woonruimte kan bieden is er geen sprake van
                    een urgentie. </al><al>Een urgentie wordt in ieder geval niet verleend als:</al><lijst><li nr="-"><al>het huurrecht niet is opgeëist;</al></li><li nr="-"><al>de rechter de woning aan één van de partners toewijst en/of één van de
                            partners de lasten van de eigendomswoning zelfstandig kan dragen;</al></li><li nr="-"><al>er door één van de partners zoveel wachttijd is opgebouwd dat via het
                            reguliere verdeelsysteem binnen zes maanden een woning kan worden
                            verkregen.</al></li></lijst><al>Lid 3a C. Mantelzorgindicatie</al><al>1.d. Voor het bepalen van het aantal kilometers wordt uitgegaan van de kortste
                    begaanbare weg in de ochtend tussen de woning van de mantelzorger en woning van
                    de mantelverzorger. De gemeente maakt gebruik van de website www.routenet.nl. </al><al>Lid 3a E. Maatschappelijke indicatie</al><al>De betreffende instelling draagt een kandidaat voor door middel van een
                    voordrachtformulier waarin in ieder geval wordt ingegaan op:</al><lijst><li nr="-"><al>duur van het verblijf</al></li><li nr="-"><al>het traject naar zelfstandigheid dat is doorlopen</al></li><li nr="-"><al>de begeleidingsbehoefte na doorstroming</al></li></lijst><al>Lid 3a G. Indicatie gedupeerden aanbodsysteem</al><al>De Klachtencommissie Woonruimteverdelingssysteem Regio Utrecht is ingesteld door
                    de Stichting Woonruimteverdeling Regio Utrecht. </al><tussenkop>Artikel 2.5.3 Beperkte keuzemogelijkheden urgenten</tussenkop><al>Met dit artikel is beoogd eenduidigheid en een optimale afstemming van de
                    zoekprofielen op de lokale en regionale woningmarkt te realiseren. Het standaard
                    (regionale) zoekprofiel voor iedere urgent woningzoekende is een flatwoning (het
                    woningtype dat over het algemeen het minst schaars is). Hiervan kan lokaal
                    worden afgeweken indien volgens burgemeester en wethouders huisvesting in de
                    woongemeente dringend gewenst is en met het standaard zoekprofiel niet mogelijk
                    is. Gemeenten moeten zelf bezien of een dergelijke verruiming ten opzichte van
                    de algemene regel in een individueel geval nodig is. </al><al>Stadsvernieuwingsurgenten krijgen wel een regionaal zoekprofiel mee. Dit vanwege
                    de wezenlijk andere positie waarin stadsvernieuwingsurgenten zich bevinden. Die
                    is principieel anders dan bij een medische urgentie of echtscheidingsurgentie.
                    In geval van stadsvernieuwing wordt men urgent omdat de gemeente en de eigenaar
                    van de woning andere plannen hebben met de grond waarop de woning staat. De
                    bewoner vraagt niet zelf om persoonlijke redenen om urgentie, maar wordt
                    gevraagd de woning te verlaten in het belang van de volkshuisvesting of ter
                    uitvoering van openbare werken in het algemeen belang. Deze positie
                    rechtvaardigt een breder en ruimer, regionaal geldend zoekprofiel.</al><tussenkop>Paragraaf 2.6 Systeem voor de verdeling van woonruimte</tussenkop><tussenkop>Artikel 2.6.1 Eén toewijzingssysteem</tussenkop><al>Lid 1 Regels zijn opgenomen om:</al><lijst><li nr="-"><al>een transparant aanbod van woonruimte te bewerkstelligen en </al></li><li nr="-"><al>er voor te zorgen dat het huidige systeem wordt gecontinueerd.</al></li></lijst><al>In de Wet is de mogelijkheid opgenomen om één systeem voor alle verhuurders
                    verplicht te stellen. Om praktische reden is ervoor gekozen om de huidige
                    systematiek te continueren. Na 1 juli 2015 wordt onderzocht naar mogelijkheden
                    om een transparant regionale systeem uit te breiden met overige verhuurders. </al><al>Lid 3f Er is sprake van een groepswooncomplex wanneer de leden van de woongroep
                    ieder een zelfstandige woonruimte bewonen. Het begrip ‘woongroep’ wordt
                    toegelicht bij artikel 1.1. begripsbepalingen, lid 43.</al><tussenkop>Artikel 2.6.2 Rangorde bij het aanbodmodel</tussenkop><al>Lid 2c<vet></vet>Om in het advertentiemedium woonruimte aan te mogen wijzen waarop de
                    status "urgent" niet geldig is, is de volgende procedureafspraak overeengekomen:
                    Burgemeester en wethouders bepalen in onderling overleg met de in de gemeente
                    werkzame woningcorporaties, in welke woningcomplexen in potentie ter beschikking
                    komende woningen, uitgesloten zouden kunnen worden voor urgenten (met dien
                    verstande dat de status "urgent", niet geldig is). Het is uitdrukkelijk niet de
                    bedoeling dat deze complexen in hun geheel worden uitgesloten. Wanneer in een
                    geoormerkt complex een woning ter beschikking komt, krijgt de corporatie mandaat
                    om te beoordelen of de betreffende woning daadwerkelijk wordt aangewezen als
                    woning waarop de status “urgent” niet geldig is. Het moet hierbij gaan om een
                    woning die naar verwachting een veel hoger dan gemiddeld aantal reacties zal
                    opleveren (het betreft dus een door woningzoekenden zeer gewilde woning).
                    Woningcorporaties kunnen zich daarbij bijvoorbeeld baseren op aantallen reacties
                    op vergelijkbare woningen in het complex.</al><al>Het is overigens niet de bedoeling te veel woningen uit te sluiten voor
                    urgenten. Terughoudendheid dient te worden betracht. Daarom mag per jaar niet
                    meer dan 5% van het totaal aantal woningen per gemeente dat in het voorgaande
                    jaar met het aanbodmodel is aangeboden, worden aangemerkt als woning waarop de
                    status "urgent" niet geldig is.</al><al>De tussen gemeente en corporaties overeengekomen complexen (inclusief
                    adresgegevens) worden schriftelijk vastgelegd voor een periode van één jaar. </al><al>Het aanbod via het lotingmodel valt buiten de 5%-regeling, aangezien urgentie in
                    geen enkel geval voorrang geeft bij het lotingmodel.</al><tussenkop>Artikel 2.6.3 Verdeelsysteem en gemeentelijke woonbeleid</tussenkop><al>Lid 2b A. Lotingmodel</al><al>Aanvullende voorwaarden bijvoorbeeld over het woningtype, benoemen
                    complexen.</al><al>Lid 2b C. Beheerdersbelang</al><al>Voorbeelden van wat onder beheerdersbelang wordt verstaan zijn (niet
                    limitatief):</al><lijst><li nr="-"><al>Overlast ervaren door huurder. Hierbij wordt gekozen voor verplaatsing
                            van het slachtoffer van de overlast. Reden hiervoor kan zijn dat een
                            groep overlastgevenden lastig aan te pakken is, bijvoorbeeld
                            hangjongeren. Een andere reden kan zijn dat er onduidelijkheid is over
                            de overlastsituatie. De corporatie stelt hierbij vast dat het oplossen
                            van de overlast langer duurt dan draaglijk is voor het slachtoffer.
                            Wanneer de overlast door één persoon of één huishoudens wordt
                            veroorzaakt, is het traject Woonoverlast, eventueel gevolgd door Laatste
                            Kansbeleid in beeld. </al></li><li nr="-"><al>Gerichte toewijzing van woning aan woningzoekende om overlast te
                            voorkomen. Hierbij kan er gedacht worden aan een woning die door
                            overlast slecht te verhuren is, maar waar een buurtgenoot die goed kan
                            omgaan met deze overlast graag zou willen wonen. </al></li><li nr="-"><al>Uit het aanbodsysteem houden van een modelwoning of een woning als
                            ontmoetingsruimte gebruiken met als doel de verhuurbaarheid van woningen
                            te verhogen. </al></li><li nr="-"><al>Milieu- en bouwtechnische omstandigheden waardoor bewoning niet (meer)
                            mogelijk is. Reden kan zijn dat het technisch niet mogelijk is om de
                            woning op korte termijn te slopen, te renoveren of om adequate
                            milieumaatregelen te treffen. </al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 3 Gemeentelijk woonbeleid</tussenkop><al><vet><cursief>Voorbeeld</cursief></vet><cursief> formulier
                        beleidsregels</cursief></al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad</tussenkop><tussenkop>Artikel 4.1.4 Criteria voor vergunningverlening</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat er een afweging moet plaatsvinden tussen drie belangen. Het
                    aanvragersbelang (het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende
                    belang) versus het volkshuisvestelijk belang (het belang van behoud of de
                    samenstelling van de woonruimtevoorraad) en de leefbaarheid (het belang van het
                    beschermen van de leefbaarheid van het woon- en leefmilieu in een complex,
                    straat of buurt).</al><al>Wanneer aan het aanvragersbelang voorrang wordt verleend, moet de vergunning
                    worden verleend. </al><al>Weigeringsgrond bij vergunningverlening is mogelijke aantasting van het woon- en
                    leefmilieu in een complex, straat of buurt. Onder woon- en leefmilieu wordt
                    onder andere verstaan, de situatie ten aanzien van gevoelens van (on)veiligheid,
                    onderhoud van woningen en woonomgeving, parkeerdruk, sociale
                    samenhang.<cursief></cursief></al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 5.2 Bestuurlijke boete</tussenkop><al>In de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete speelt de aard van de
                    overtreding en de mate van verwijtbaarheid een onderscheidende rol.</al><al>Ten eerste wordt onderscheid gemaakt tussen personen die de wet voor de eerste
                    keer overtreden of recidive plegen. In het geval van recidive worden de maximale
                    boetes opgelegd. Van recidive is sprake wanneer er binnen drie jaar een zelfde
                    overtreding wordt geconstateerd. Daarbij dient de vorige overtreding beëindigd
                    te zijn en dient er sprake te zijn van een nieuwe overtreding van hetzelfde
                    verbodsartikel. Ditzelfde principe geldt ook voor een 3<sup>e</sup>,
                    4<sup>e</sup> en volgende overtreding.</al><al>Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt tussen normale of bedrijfsmatige
                    verhuurders en eigenaars. De verwijtbaarheid van de overtreder is hierbij in het
                    geding. Is er sprake van verhuur met een bedrijfsmatig karakter, dan mag van de
                    verhuurder en eigenaar verwacht worden dat deze meer rekenschap houdt met de
                    omgeving en de regelgeving. Particuliere huurders, mogen erop vertrouwen dat de
                    bedrijfsmatige verhuurder of eigenaar de regelgeving naleeft.</al><al>Er is sprake van verhuur met een bedrijfsmatig karakter indien de verhuurder of
                    eigenaar de woonruimte in gebruik geeft, onttrekt, samenvoegt of omzet met het
                    oogmerk om winst te halen. Hiervan kan sprake zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>als een verhuurder een woonruimte (onder)verhuurt voor een prijs hoger
                            dan de marktconforme vastgestelde huurprijs of</al></li><li nr="-"><al>als een eigenaar meer dan twee panden in bezit of in de verhuur heeft en
                            deze gebruikt om inkomsten te verwerven.</al></li></lijst><al>Ten derde is de verwijtbaarheid ook in het geding wanneer de overtreding wordt
                    begaan door iemand die voorafgaand aan de overtreding wel in het bezit was van
                    een tijdelijke omzettingsvergunning, maar waarvan de vergunning is
                    vervallen/verlopen op het moment van overtreding. Van oud-vergunninghouders mag
                    verwacht worden dat ze op de hoogte zijn van de geldende regels en is er sprake
                    van een hogere verwijtbaarheid wanneer zij die regels toch overtreden. Vandaar
                    dat voor die categorie overtreders een hogere boete geldt. </al><tussenkop></tussenkop></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 2 TABEL BESTUURLIJKE BOETE</titel></kop><al>Tabel behorende bij artikel 5.2 van deze verordening</al><table><tgroup cols="6"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="26*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="22*"></colspec><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="13*"></colspec><colspec colnum="4" colname="col4" colwidth="13*"></colspec><colspec colnum="5" colname="col5" colwidth="13*"></colspec><colspec colnum="6" colname="col6" colwidth="13*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>Overtreding</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel in de Huisvesting-verordening</al></entry><entry colname="col3"><al>Kolom A</al><al>Boete bij 1e overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>Kolom B</al><al>Boete bij 2<sup>e</sup> overtreding</al></entry><entry colname="col5"><al>Kolom C</al><al>Boete bij 3<sup>e</sup> overtreding</al></entry><entry colname="col6"><al>Kolom D</al><al>Boete bij 4<sup>e</sup></al><al>overtreding en verder</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overtreding I</al><al>In gebruik nemen van woonruimte zonder vergunning</al></entry><entry colname="col2"><al>artikel 2.2.1</al><al>eerste lid </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 340,-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 340,-</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 340,-</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 340,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overtreding II</al><al>In gebruik geven van (sociale) woonruimte zonder
                                        vergunning</al></entry><entry colname="col2"><al>artikel 2.2.1</al><al>tweede lid</al><al> - niet bedrijfsmatig </al><al>-bedrijfsmatige </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.000,-</al><al>€ 7.500,-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 18.500,-</al><al>€ 18.500,-</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 18.500,-</al><al>€ 18.500,-</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 18.500,-</al><al>€ 18.500,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overtreding III</al><al>Onttrekken en samenvoegen van woonruimte, het omzetten van
                                        zelfstandige woonruimte, woonvorming zonder vergunning en
                                        splitsing</al></entry><entry colname="col2"><al>artikel 4.1.2,</al><al>artikel 4.2.2. en artikel 4.2.4 tweede lid </al><al>-niet bedrijfsmatig</al><al>-bedrijfsmatig</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 7.500,-</al><al>€12.500,-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 18.500,-</al><al>€ 18.500,-</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 18.500,-</al><al>€ 18.500,-</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 18.500,-</al><al>€ 18.500,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overtreding IV</al><al>In afwijking van het gestelde bij <vet>overtreding III
                                        </vet>geldt bij het omzetten van zelfstandige in
                                        onzelfstandige woonruimte zonder vergunning<vet></vet></al></entry><entry colname="col2"><al>artikel 4.1.2</al><al>-niet bedrijfsmatig</al><al>-bedrijfsmatig</al><al>-niet bedrijfsmatig</al><al>-bedrijfsmatig</al><al>Bij een vervallen of verlopen omzettings-vergunning</al></entry><entry colname="col3"><al> € 3.000,-</al><al>€ 12.500,-</al><al>€ 1.500,-</al><al>€ 6.250,-</al><al>€ 5.000,-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 6.000,-</al><al>€ 15.000,-</al><al>€ 3.000,-</al><al>€ 7.500,-</al><al>€ 7.500,-</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 12.000,-</al><al>€ 18.500,-</al><al>€ 8.000,-</al><al>€ 15.000,-</al><al>€ 12.500,-</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 18.500,-</al><al>€ 18.500,-</al><al>€ 18.500,-</al><al>€ 18.500,-</al><al>€ 18.500,-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>30 juni 2015</al><al>Griffier Voorzitter</al></bijlage></regeling></body></cvdr>