<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR371249_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Participatieverordening Schiermonnikoog 2015 en verder</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Participatieverordening gemeente Schiermonnikoog 2015 en verder</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>participatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Participatieverordening Schiermonnikoog 2015 en
                verder
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>De Raad</vet>
            <vet> van de</vet>
            <vet> gemeente
                            </vet>
            <vet>Schiermonnikoog</vet>;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college burgemeester en wethouders van 12 mei
                        2015,</al>
          <al>gelet op artikel 108, tweede lid jo. artikel 147, eerste lid van de
                        Gemeentewet,</al>
          <al>gelet op artikel 6, tweede lid van de Participatiewet,</al>
          <al>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdelen a, c, d en e van de
                        Participatiewet,</al>
          <al>
            <vet>B E S L U I T </vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de </al>
          <al>
            <vet>Participatieverordening </vet>
            <vet>Schiermonnikoog </vet>
            <vet>2015 en
                            verder</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder<vet>:</vet></al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Schiermonnikoog;</al></li>
                <li nr="b."><al>doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid van
                                        de Participatiewet, met uitzondering van personen als
                                        bedoeld in artikel 7, derde lid van deze wet;</al></li>
                <li nr="c."><al>doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in
                                        artikel 6, eerste lid, onderdeel e van de
                                        Participatiewet;</al></li>
                <li nr="d."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li>
                <li nr="e."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li>
                <li nr="f."><al>klant: persoon die tot de doelgroep van deze verordening
                                        behoort;</al></li>
                <li nr="g."><al>loonwaarde: loonwaarde als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
                                        onderdeel g van de Participatiewet;</al></li>
                <li nr="h."><al>nugger: niet-uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel 6,
                                        eerste lid, onderdeel a van de Participatiewet<vet>,
                                        </vet>die niet of minder dan 12 uren per week werkt en meer
                                        dan 12 uren per week wil werken;</al></li>
                <li nr="i."><al>ondersteuning: ondersteuning als bedoeld in artikel 7,
                                        eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Participatiewet,
                                        inclusief het bepalen en aanbieden van door het college
                                        noodzakelijk geachte voorzieningen;</al></li>
                <li nr="j."><al>participatie: alle activiteiten waaraan de klant in de
                                        samenleving deelneemt, onderverdeeld in arbeid, onderwijs en
                                        maatschappelijke participatie;</al></li>
                <li nr="k."><al>pva: plan van aanpak waarin de door het college voor een
                                        individuele klant noodzakelijk geachte ondersteuning,
                                        alsmede de voor deze klant geldende algemene en bijzondere
                                        verplichtingen zijn vastgelegd; </al></li>
                <li nr="l."><al>Algemeen geaccepteerde arbeid: arbeid die algemeen
                                        maatschappelijk aanvaard is. Werkzaamheden die niet algemeen
                                        geaccepteerd zijn, zoals prostitutie, zijn hiermee
                                        uitgesloten. De arbeid die wordt aangeboden hoeft niet
                                        beperkt te blijven tot de arbeid die gangbaar is voor de
                                        betrokken persoon, omdat hij bijvoorbeeld die arbeid in het
                                        verleden heeft verricht en daarmee wellicht meer affiniteit
                                        heeft dan met de aangeboden arbeid.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Alle niet nader omschreven begrippen die in deze verordening worden
                                gebruikt zoals zij zijn gedefinieerd in de Algemene wet
                                bestuursrecht, de Participatiewet of overige in deze verordening
                                aangehaalde wetten.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Toepassingsbereik</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening richt zich op het bieden van ondersteuning aan klanten
                            die tot de doelgroep behoren bij het participeren op het voor de
                            individuele klant hoogst haalbare niveau, waarbij regulier werk
                            (algemeen geaccepteerde arbeid) prioritair is. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Opdracht college</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college biedt aan klanten ondersteuning bij participatie voor
                                zover deze ondersteuning door het college noodzakelijk wordt
                                geacht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college maakt een afweging van de individuele mogelijkheden en
                                capaciteiten van een klant, teneinde de ondersteuning van klanten
                                zodanig vorm te kunnen geven dat de beoogde mate van participatie zo
                                doelmatig mogelijk wordt gerealiseerd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij de toepassing van het tweede lid besteedt het college in ieder
                                geval aandacht aan de afstand tot de arbeidsmarkt en de wijze waarop
                                rekening wordt gehouden met de zorgtaken, waaronder begrepen de
                                opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar en het
                                noodzakelijkerwijs verrichten van mantelzorg.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan, bij het bepalen van de wijze waarop de
                                ondersteuning wordt vormgegeven prioriteiten stellen in verband met
                                de financiële mogelijkheden en maatschappelijke, economische en
                                conjuncturele ontwikkelingen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>In geval van een nugger kan het college:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een eigen bijdrage instellen; of</al></li>
                <li nr="b."><al>nadere voorwaarden vaststellen, waarbij een inkomens- of
                                        vermogensgrens kan worden gehanteerd; of</al></li>
                <li nr="c."><al>zowel een eigen bijdrage instellen als nadere voorwaarden
                                        vaststellen, waarbij een inkomens- of vermogensgrens kan
                                        worden gehanteerd.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>PARTICIPATIE ALGEMEEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Ondersteuning van klanten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college doet een klant een aanbod voor ondersteuning bij
                                participatie dat in overeenstemming is met de bepalingen van deze
                                verordening en de op deze verordening gebaseerde beleidsregels.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De componenten waaruit de ondersteuning bestaat worden nader
                                uitgewerkt in een op de specifieke situatie van een klant
                                toegespitst pva.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In geval van klanten van 27 jaar of ouder, doch jonger dan de
                                pensioengerechtigde leeftijd wordt het pva als bijlage toegevoegd
                                aan de beschikking waarin het aanbod als bedoeld in het eerste lid
                                van dit artikel wordt bekend gemaakt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In geval van klanten beneden de 27 jaar wordt het pva overeenkomstig
                                artikel 44, vierde lid van de Participatiewet als bijlage toegevoegd
                                aan de beschikking waarin het aanbod voor ondersteuning als bedoeld
                                in het eerste lid van dit artikel bekend wordt gemaakt.’</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Een klant heeft geen recht op ondersteuning indien er een
                                voorliggende voorziening voorhanden is welke naar het oordeel van
                                het college voldoende bijdraagt aan het behalen van de voor de klant
                                hoogst haalbare participatietrede.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Het college kan in beleidsregels vastleggen welke niet in deze
                                verordening opgenomen voorzieningen het college kan aanbieden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Het college kan de voorwaarden die gelden voor de in het zesde lid
                                van dit artikel bedoelde voorzieningen vaststellen in
                                beleidsregels.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8.</lidnr>
              <al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die zijn
                                verbonden aan de inkomensvoorziening waar een klant aanspraak op
                                maakt, nadere verplichtingen verbinden aan een deze klant aangeboden
                                voorziening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Verplichtingen klant</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een klant die deelneemt aan een voorziening is gehouden tenminste te
                                voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de
                                inkomensvoorziening waar de klant aanspraak op maakt, alsmede aan de
                                verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                                verbonden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien een klant die deelneemt aan een voorziening niet voldoet aan
                                de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, kan
                                het college de aangeboden voorziening beëindigen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college verlaagt de uitkering van de klant conform hetgeen
                                hierover is bepaald in de Participatiewet of de
                                Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente
                                Schiermonnikoog, indien de klant die deelneemt aan een voorziening
                                niet voldoet aan de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid van
                                dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>BEPALINGEN MET BETREKKING TOT IN DE PARTICIPATIEWET OPGENOMEN
                            VOORZIENINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de persoon behoort tot de doelgroep zoals omschreven in
                                        artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                                        Participatiewet;</al></li>
                <li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het
                                        wettelijk minimumloon te verdienen, en</al></li>
                <li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot
                                        arbeidsparticipatie.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Vaststelling loonwaarde doelgroep loonkostensubsidie</titel>
            </kop>
            <al>Het college gebruikt de in beleidsregels nader te omschrijven wijze om
                            de loonwaarde van een persoon vast te stellen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Beschut werk</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een klant met een lichamelijke, verstandelijke of psychische
                                beperking, dan wel een combinatie van genoemde beperkingen, die een
                                zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek
                                vereist dat van een reguliere werkgever in redelijkheid niet mag
                                worden verwacht dat hij deze klant in dienst neemt, kan door het
                                college de participatievoorziening beschut werk als bedoeld in
                                artikel 10b van de Participatiewet worden aangeboden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college maakt ter uitvoering van het eerste lid van dit artikel
                                een voorselectie uit de groep klanten met een grote afstand tot de
                                arbeidsmarkt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert het
                                college overeenkomstig artikel 10b, tweede lid van de
                                Participatiewet in verband met de beoordeling of een klant slechts
                                mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie in een beschutte
                                omgeving onder aangepaste omstandigheden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college biedt de volgende op arbeidsinschakeling gerichte
                                voorzieningen aan om de in artikel 10b, eerste lid van de
                                Participatiewet bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>fysieke aanpassingen van de werkplek of de
                                        werkomgeving;</al></li>
                <li nr="b."><al>uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van
                                        werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college legt vast hoeveel plekken voor beschut werk de gemeente
                                beschikbaar stelt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>De no-riskpolis</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan werkgevers de kosten van een no-riskpolis vergoeden
                                als:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>de werkgever voor ten minste de duur van zes maanden een
                                arbeidsovereenkomst aangaat met een werknemer;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>de werknemer voorafgaande aan de aanvang van de arbeid behoort tot
                                de doelgroep;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>de werknemer een structurele functionele of andere beperking heeft
                                of de werkgever ten behoeve van de werknemer een loonkostensubsidie
                                als bedoeld in artikel 10d van de wet ontvangt;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is, en</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>de werknemer zijn woonplaats heeft binnen de gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor vergoeding komt uitsluitend in aanmerking een no-riskpolis die
                                ten hoogste vergoedt:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>het loon van de werknemer tot 120 procent van het minimumloon,
                                en</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>15 procent boven de dekking voor extra werkgeverslasten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Om de werkgever een no-riskpolis te kunnen verstrekken, sluit de
                                gemeente een verzekering af met Centraal Beheer Achmea en treedt op
                                als verzekeringnemer. De begunstigde is de werkgever.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college verstrekt de no-riskpolis gerelateerd aan de duur van
                                het dienstverband, tot een maximum van 12 maanden. Deze termijn kan
                                nog eenmaal worden verlengd.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>INNOVATIE</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Innovatie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan, als experiment in het kader van het onderzoeken en
                                toepassen van mogelijkheden om de participatie te bevorderen,
                                afwijken van het bepaalde in deze verordening en voor zover van
                                toepassing, de Beleidsregels Participatie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De duur van een experiment als bedoeld in het eerste lid is ten
                                hoogste twee jaar.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien het experiment noodzaakt tot bijstelling van de
                                Participatieverordening en de Beleidsregels Participatie, kan de
                                periode zoals genoemd in het tweede lid worden verlengd tot aan het
                                moment van inwerkingtreding van de bijstelling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien het college gebruik wil maken van de bevoegdheid als bedoeld
                                in het eerste lid wordt dit voornemen voorgelegd aan de Cliëntenraad
                                Werk en Inkomen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>Uitvoering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college draagt zorg voor de uitvoering van deze
                                verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college stelt voor de uitvoering van deze verordening
                                beleidsregels vast.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan, indien de toepassing van bepalingen in deze verordening
                            in de individuele situatie tot onbillijkheden van overwegende aard leidt
                            voor zover het de bevoegdheid betreft die voortvloeit uit deze
                            verordening, afwijken van deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Participatieverordening
                            gemeente Schiermonnikoog 2015 en verder’.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015 onder gelijktijdig
                            intrekken van de bestaande re-integratieverordening WWB.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van (datum).</ondertekening>
        <ondertekening>,voorzitter (J. Stellinga)</ondertekening>
        <ondertekening>,griffier (S.T. van der Zwaag)</ondertekening>
        <ondertekening>Toelichting op de conceptparticipatieverordening gemeente
                        Schiermonnikoog 2015</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet>Algemeen</vet>
        </al>
        <al>De gemeente heeft in het kader van de Participatiewet een belangrijke
                            taak met betrekking tot het bieden van ondersteuning bij participatie
                            van personen die behoren tot de diverse in deze wet opgenomen
                            doelgroepen, waarbinnen weer een aantal subgroepen te onderscheiden zijn
                            (zie artikel 7, eerste lid, Participatiewet). De raad dient in een
                            verordening het gemeentelijk beleid ten aanzien van voornoemde taak te
                            bepalen. Verder dient in deze verordening ook de aanspraak van klanten
                            op ondersteuning bij participatie te worden vastgelegd. Het bieden van
                            ondersteuning bij participatie is maatwerk omdat de vorm waarin zij
                            geboden kan worden sterk afhankelijk is van de mogelijkheden en
                            beperkingen in het individuele geval. Het formuleren van gedetailleerde
                            regels die in elke denkbare situatie kunnen worden toegepast is gelet op
                            het voorgaande dan ook niet haalbaar. Deze verordening is daarom zo
                            algemeen mogelijk gehouden en is procedureel van opzet. Zij bevat louter
                            hetgeen op grond van de Participatiewet vastgelegd moet worden. Dit
                            biedt de gemeente de mogelijkheid om op flexibele wijze en over meerdere
                            jaren nadere invulling te geven aan een adequate ondersteuning. Het
                            college is bevoegd om in beleidsregels nader uit te werken op welke
                            manier een tot de doelgroep behorende persoon ondersteuning bij
                            participatie zal worden aangeboden. De procedurele opzet van de
                            verordening stelt het college tevens in staat om maatwerk aan de klant
                            te leveren.</al>
        <al>Binnen de dienstverlening aan personen die tot de doelgroep behoren
                            staat participatie centraal. De gemeente wil dat een zo groot mogelijke
                            groep van deze personen deelneemt aan de samenleving. Het liefst in de
                            vorm van betaalde arbeid, maar waar dat (nog) niet kan ook op andere
                            manieren. Bijvoorbeeld door het doen van vrijwilligerswerk. Indien
                            nodig, biedt de gemeente hen ondersteuning.</al>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijs</vet>
        </al>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>In dit artikel worden een aantal begrippen die in deze verordening
                            voorkomen gedefinieerd. Voor zover de begrippen niet worden omschreven,
                            wordt aansluiting gezocht bij de definities in de Algemene wet
                            bestuursrecht, de Participatiewet en de overige in deze verordening
                            aangehaalde wetten.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Toepassingsbereik</titel>
          </kop>
          <al>In dit artikel wordt omschreven wat de raad wil bewerkstelligen met deze
                            verordening. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het
                            algemeen deel van deze toelichting.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Opdracht college</titel>
          </kop>
          <al>
            <cursief>Algemeen</cursief>
          </al>
          <al>Het college draagt zorg voor de participatie van klanten. In dit artikel
                            wordt aangegeven waar het college rekening mee moet houden bij het geven
                            van ondersteuning. Behalve dat het college op grond van de
                            Participatiewet altijd verplicht is om iedere ondersteuning af te
                            stemmen op de klant wordt een en ander door middel van de in dit artikel
                            opgenomen criteria nogmaals gewaarborgd. </al>
          <al>
            <cursief>Derde lid</cursief>
          </al>
          <al>In het derde lid wordt aandacht besteed aan de aanwezigheid van
                            zorgtaken. Dit is een aspect waarvan de wetgever expliciet aangeeft dat
                            daar rekening mee moet worden gehouden. Het gaat daarbij niet alleen om
                            de zorgtaken die betrekking hebben op de zorg voor kinderen. Ook de
                            aanwezigheid van zorgtaken voor huisgenoten, familieleden of andere
                            personen, de zogenaamde mantelzorg, kan ertoe leiden dat personen soms
                            niet of in mindere mate beschikbaar zijn voor het verrichten van arbeid. </al>
          <al>
            <cursief>Vierde lid</cursief>
          </al>
          <al>In het vierde lid worden kaders aangegeven voor prioritering in de
                            aangeboden ondersteuning. </al>
          <al>
            <cursief>Zevende lid</cursief>
          </al>
          <al>Het zevende lid betreft de mogelijkheid tot het vragen van een eigen
                            bijdrage of het vaststellen van nadere voorwaarden heeft betrekking op
                            de doelgroep niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers). Van deze groep is
                            namelijk niet vanzelfsprekend dat zij op een laag inkomensniveau zitten.
                            Het vragen van een eigen bijdrage of het stellen van nadere voorwaarden
                            kan dan op zijn plaats zijn.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Ondersteuning van klanten</titel>
          </kop>
          <al>
            <cursief>Algemeen</cursief>
          </al>
          <al>In artikel 10 van de Participatiewet is de aanspraak op ondersteuning
                            van klanten die behoren tot de doelgroep van deze verordening geregeld.
                            Aanspraak op ondersteuning betekent niet dat er een dergelijke klant
                            zonder meer recht heeft op ondersteuning. Het college doet namelijk geen
                            aanbod als zij dit niet noodzakelijk acht. </al>
          <al>
            <cursief>Tweede lid tot en met vierde lid</cursief>
          </al>
          <al>Alle klanten aan wie ondersteuning wordt aangeboden krijgen een plan van
                            aanpak dat is toegespitst op de individuele situatie van de klant. Een
                            plan van aanpak is wettelijk verplicht voor jongeren beneden de 27 jaar,
                            maar het wordt wenselijk geacht om een dergelijk plan ook op te stellen
                            in geval van klanten die 27 jaar of ouder zijn, maar jonger dan de
                            pensioengerechtigde leeftijd. In het plan van aanpak dient helder te
                            worden vastgelegd te leggen op welke manier de ondersteuning in een
                            individueel geval wordt vorm gegeven en welke verplichtingen daarmee
                            gepaard gaan. De klant committeert zich aan het plan, door het plan te
                            ondertekenen.</al>
          <al>Het college begeleidt een klant bij de uitvoering van het plan van
                            aanpak. Dit plan van aanpak wordt door het college, in samenspraak met
                            de klant, periodiek geëvalueerd en, indien nodig, bijgesteld.</al>
          <al>
            <cursief>Vijfde lid</cursief>
          </al>
          <al>Het vijfde lid geeft dat een klant in geval van een toereikende
                            voorliggende voorziening geen recht heeft op ondersteuning door het
                            college .</al>
          <al>
            <cursief>Zesde, zevende en achtste lid</cursief>
          </al>
          <al>In deze leden worden bevoegdheden aan het college verstrekt om nader te
                            bepalen welke voorzieningen kunnen worden aangeboden. Tevens is het
                            college bevoegd om aan een dergelijke voorziening nadere verplichtingen
                            voor de klant te verbinden.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Verplichtingen klant</titel>
          </kop>
          <al>
            <cursief>Eerste en tweede lid</cursief>
          </al>
          <al>Deze leden hebben betrekking op de algemene verplichtingen die
                            voortvloeien uit bijvoorbeeld de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ en
                            de individuele verplichtingen die het college daarnaast kan aan een
                            voorziening kan verbinden. Indien deze verplichtingen niet of
                            onvoldoende worden nagekomen is het college bevoegd om de aangeboden
                            voorziening te beëindigen. </al>
          <al>
            <cursief>Derde lid</cursief>
          </al>
          <al>In het derde lid is vastgelegd dat indien een klant zich niet houdt aan
                            de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, hem een verlaging zal
                            worden opgelegd conform de artikelen in de Participatiewet of de
                            Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015. Het
                            voorgaande is alleen van toepassing indien de klant een uitkering
                            ontvangt op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel>
          </kop>
          <al>
            <cursief>Eerste lid</cursief>
          </al>
          <al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt
                            vastgesteld of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort:
                            op schriftelijke aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is
                            alleen mogelijk bij: </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al> personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li>
            <li nr="·"><al> personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b
                                    en c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna:
                                    WIA), artikel 35, vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en
                                    artikel 36, derde lid, onderdelen b en c, van de WIA tot het
                                    moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende
                                    twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en
                                    ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen
                                    loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                                    Participatiewet is verleend;</al></li>
            <li nr="·"><al> personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                    Participatiewet; </al></li>
            <li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    werkloze werknemers, en</al></li>
            <li nr="·"><al> personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    gewezen zelfstandigen. </al></li>
          </lijst>
          <al>
            <cursief>Tweede lid</cursief>
          </al>
          <al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college
                            is om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie
                            behoort. Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te
                            stellen op welke wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt
                            ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 62). </al>
          <al>In het tweede lid is vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen
                            worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan artikel 6, eerste
                            lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de
                            doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Vaststelling loonwaarde doelgroep loonkostensubsidie</titel>
          </kop>
          <al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als
                            een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever
                            voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het
                            college ambtshalve de loonwaarde van die persoon vaststelt. De hierbij
                            te gebruiken loonwaardemethodiek wordt nader door het college in
                            beleidsregels vastgelegd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>Beschut werk</titel>
          </kop>
          <al>
            <cursief>Eerste lid</cursief>
          </al>
          <al>Het college kan de voorziening beschut werk aanbieden aan een persoon
                            uit de doelgroep die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische
                            beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de
                            werkplek nodig heeft dat niet van een reguliere werkgever redelijkerwijs
                            niet kan worden verwacht dat hij deze in dienst neemt .</al>
          <al>
            <cursief>Tweede en derde lid </cursief>
          </al>
          <al>Het tweede tot en met het vierde lid kunnen nader worden beschreven in
                            vier stappen: </al>
          <al>
            <cursief>Stap 1: voorselectie </cursief>
          </al>
          <al>Ten behoeve van de participatievoorziening beschut werk voert de
                            gemeente een voorselectie uit. Tijdens de voorselectie bepaalt het
                            college welke mensen in aanmerking kunnen komen voor beschut werk, en op
                            welk moment. In de verordening moet vastgelegd worden hoe zij deze
                            voorselectie uitvoeren. Daarom is in het tweede lid bepaald dat het
                            college uitsluitend personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt
                            selecteert voor de beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte
                            omgeving mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Voor dit
                            criterium is gekozen omdat personen met een korte afstand tot de
                            arbeidsmarkt veelal niet uitsluitend in een beschutte omgeving
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Onder de personen met een
                            grote afstand tot de arbeidsmarkt is het aannemelijk dat daartoe
                            personen behoren die uitsluitend in een beschutte omgeving kunnen
                            werken. </al>
          <al>Het college kan ambtshalve vaststellen of een persoon uitsluitend in een
                            beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie heeft (artikel 10b, eerste lid, van de
                            Participatiewet). Hiervoor is dus geen aanvraag van een persoon nodig.
                            Het college maakt uit de personen uit de doelgroep een voorselectie. Het
                            College kan een arbeidsdeskundige van NEF inschakelen in het kader van
                            een voorselectie. Het college moet bij het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen advies inwinnen voor de beoordeling of de
                            geselecteerde personen uitsluitend in een beschutte omgeving onder
                            aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. </al>
          <al>
            <cursief>Stap 2: advies Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
                            </cursief>
          </al>
          <al>Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert het college
                            met betrekking tot het oordeel of een persoon tot de doelgroep beschut
                            werk behoort. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voert op
                            basis van landelijke criteria een beoordeling uit (artikel 10b, tweede
                            lid, van de Participatiewet). </al>
          <al>
            <cursief>Stap 3: besluit gemeente </cursief>
          </al>
          <al>Op basis van het advies van het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen beslist de gemeente of iemand tot de doelgroep
                            'beschut werk' behoort. Alleen als sprake is van een onzorgvuldige
                            totstandkoming van het advies van het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen, kan de gemeente besluiten het advies niet te
                            volgen.</al>
          <al>
            <cursief>Stap 4: dienstbetrekking 'beschut werk' </cursief>
          </al>
          <al>Nadat is vastgesteld dat iemand tot de doelgroep 'beschut werk' behoort,
                            zorgt de gemeente ervoor dat deze persoon in een dienstbetrekking onder
                            beschutte omstandigheden aan de slag gaat (artikel 10b, derde lid, van
                            de Participatiewet). Het kan dan gaan om een privaatrechtelijke of een
                            publiekrechtelijke dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f,
                            van de Participatiewet). Hoe de dienstbetrekking wordt georganiseerd,
                            behoort tot de beleidsvrijheid van gemeenten. Een dienstbetrekking kan
                            bijvoorbeeld worden georganiseerd via een gemeentelijke dienst, NV, BV
                            of stichting. Ook kunnen personen (via detachering) in een beschutte
                            omgeving bij reguliere werkgevers werken.</al>
          <al>
            <cursief>Vierde lid</cursief>
          </al>
          <al>Naast het bepalen van wie in aanmerking kan komen voor beschut zijn in
                            deze verordening vastgelegd welke voorzieningen voor arbeidsinschakeling
                            ingezet worden om deze dienstbetrekking mogelijk te maken. </al>
          <al>
            <cursief>Vijfde lid</cursief>
          </al>
          <al>Het college bepaalt de omvang van het aanbod beschut werk en legt vast
                            hoeveel plekken voor beschut werk de gemeente beschikbaar stelt. Het
                            aanbod is mede afhankelijk van het aantal geschikte en beschikbare
                            plaatsen bij werkgevers. Daarom moet het college overleg voeren met
                            partners om de omvang van het aanbod te kunnen bepalen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9.</nr>
            <titel>De no-riskpolis</titel>
          </kop>
          <al>
            <cursief>Algemeen</cursief>
          </al>
          <al>De no-riskpolis kan worden ingezet als ondersteuning bij de
                            arbeidsinschakeling (artikel 8a, tweede lid, onderdeel b, van de
                            Participatiewet). De no-riskpolis is een belangrijk instrument om
                            aarzelingen bij werkgevers weg te nemen om mensen met arbeidsbeperkingen
                            in dienst te nemen. De no-riskpolis zorgt ervoor dat de werkgever
                            compensatie ontvangt voor de loonkosten, wanneer een werknemer met
                            arbeidsbeperkingen ziek wordt. Een werkgever komt niet in aanmerking
                            voor een no-risk polis als artikel 29b van de Ziektewet van toepassing
                            is (artikel 8a, tweede lid, onderdeel b Participatiewet). </al>
          <al>De no-riskpolis is een verzekering waarbij de werkgever bij ziekte van
                            de werknemer die een structurele functionele of andere beperking heeft
                            of ten behoeve van wie die werkgever een loonkostensubsidie in
                            aanmerking komt voor de no-riskpolis. </al>
          <al>
            <cursief>Eerste lid</cursief>
          </al>
          <al>In het eerste lid is opgenomen wanneer een werkgever in aanmerking komt
                            voor een no-riskpolis. Er is voor gekozen om de mogelijkheid tot inzet
                            van een no-riskpolis te beperken voor arbeidsovereenkomsten die minimaal
                            zes maanden duren.</al>
          <al>Voorts is voor inzet van de no-riskpolis vereist dat de werknemer
                            behoort tot de doelgroep (zie artikel 1 van deze verordening) en hij een
                            structurele functionele of andere beperking heeft of ten behoeve van hem
                            de werkgever een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet ontvangt. Ook ligt voor de hand dat de werknemer zijn
                            woonplaats moet hebben binnen de gemeente.</al>
          <al>
            <cursief>Tweede lid</cursief>
          </al>
          <al>De no-riskpolis vergoedt: </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>het loon van de werknemer tot 120 procent van het
                                    minimumloon;</al></li>
            <li nr="·"><al>15 procent boven de dekking voor extra werkgeverslasten.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <cursief>Derde lid</cursief>
          </al>
          <al>De gemeente moet ten behoeve van het verstrekken van een no-riskpolis
                            een verzekering afsluiten met Centraal Beheer Achmea. De gemeente treedt
                            op als verzekeringsnemer. De werkgever is de begunstigde.</al>
          <al>
            <cursief>Vierde lid</cursief>
          </al>
          <al>Het college vergoedt de no-riskpolis tot 12 maanden na indiensttreding
                            van de werknemer bij de werkgever. </al>
          <al>Na twee jaar is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
                            verantwoordelijk </al>
          <al>De no-riskpolis kan maximaal voor de duur van twee jaar worden ingezet.
                            Nadat betrokkene twee jaar zelfstandig het minimumloon heeft verdiend,
                            dus zonder loonkostensubsidie, gaat de </al>
          <al>verantwoordelijkheid voor de no-riskpolis over naar Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen en kan artikel 29b van de Ziektewet van
                            toepassing zijn.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10.</nr>
            <titel>Innovatie</titel>
          </kop>
          <al>Op grond van dit artikel heeft het college de mogelijkheid om in een
                            experimentele vorm een voorziening te kunnen aanbieden, zodat adequaat
                            op nieuwe ontwikkelingen kan worden ingespeeld. Elk voornemen van het
                            college om gebruik te maken van deze bevoegdheid zal worden voorgelegd
                            aan de Cliëntenraad Werk en Inkomen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11.</nr>
            <titel>Uitvoering</titel>
          </kop>
          <al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college. Het college
                            stelt voor deze uitvoering nadere regels vast.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12.</nr>
            <titel>Hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13.</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>