<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR370996_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Coevorden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-146013.html">Elektronisch Gemeenteblad Coevorden 21-10-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Coevorden 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=8a&amp;g=1015-07-01">Participatiewet, artikel 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en tweede lid, en 10b, vierde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-10-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging art. 6, art. 10, art. 12, toevoeging nieuw art. 14a, wijziging art. 15</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/1320</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Sociale voorzieningen en werkgelegenheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-20421</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Coevorden 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No. 2015/1231</al><al/><al>De raad van de gemeente Coevorden;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nummer 1231 ;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en
                        e, en tweede lid, en 10b, vierde lid van de Participatiewet;</al><al/><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al/><al>vast te stellen de ‘Re-integratieverordening Participatiewet gemeente
                        Coevorden 2015’.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="-"><al>doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder
                                    a, van de wet;</al></li><li nr="-"><al>grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt
                                    is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar;</al></li><li nr="-"><al>korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt
                                    is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar;</al></li><li nr="-"><al>wet: Participatiewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Evenwichtige verdeling en financiering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de voorziening, bedoeld in artikel 11, aanbieden aan
                                personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de
                                arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4, 6 en
                                13, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een
                                grote afstand tot de arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening
                                opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en
                                functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in
                                ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de
                                mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of
                                gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt
                                in ieder geval verstaan: </al><al>a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en</al><al>b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college zendt tweejaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over
                                de doeltreffendheid van het beleid. Het verslag bevat in ieder geval
                                het oordeel van de cliëntenraad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen als: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                        verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet,
                                        de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere
                                        en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de
                                        artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet
                                        nakomt;</al></li><li nr="b."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer
                                        behoort tot de doelgroep;</al></li><li nr="c."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen
                                        geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt
                                        gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen,
                                        tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7,
                                        eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet;</al></li><li nr="d."><al>naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
                                        bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="e."><al>de voorziening naar het oordeel van het college niet meer
                                        geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de
                                        voorziening;</al></li><li nr="f."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar
                                        behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening;</al></li><li nr="g."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer
                                        voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden
                                        gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een voorziening aanbieden aan een
                                niet-uitkeringsgerechtigde voor de duur van maximaal een jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel><vet>Werkstage</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de doelgroep een werkstage aanbieden gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring dan wel
                                het leren functioneren in een arbeidsrelatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een werkstage duurt maximaal 3 maanden bij één en dezelfde
                                werkgever. Het is mogelijk deze met 3 maanden te verlengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college plaatst een persoon alleen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er voor het college geen kosten verschuldigd zijn aan de
                                        werkgever in verband met de werkstage;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van goede begeleiding op de werkvloer;</al></li><li nr="c."><al>door deze plaatsing de concurrentieverhoudingen niet
                                        onverantwoord worden beïnvloed, en</al></li><li nr="d."><al>er door deze plaatsing geen verdringing plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst tussen het college, de persoon en
                                de werkgever worden tenminste vastgelegd het doel van de werkstage,
                                de duur van de werkstage, het aantal te werken uren per week,
                                alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel><vet>Proefplaatsing</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de doelgroep een proefplaatsing aanbieden,
                                gericht op arbeidsinschakeling naar een reguliere baan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van de proefplaatsing is het opdoen van werkervaring, dan
                                wel het leren functioneren bij een werkgever die de intentie heeft
                                om iemand na de proefplaatsing in dienst te nemen. De proefplaatsing
                                geeft de werkgever de mogelijkheid om te beoordelen of de persoon
                                behorend tot de doelgroep na de proefplaatsing voldoende geschikt is
                                voor de vacature en of de persoon past binnen het bedrijf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een proefplaatsing duurt maximaal 3 maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college plaatst een persoon alleen indien de werkgever de
                                toezegging doet de uitkeringsgerechtigde zoals beschreven onder lid
                                1, na een geslaagde proefplaatsing voor minimaal 6 maanden een
                                reguliere baan aan te bieden voor minimaal hetzelfde aantal uren als
                                tijdens de proefplaatsing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst tussen het college, de
                                uitkeringsgerechtigde en de werkgever worden tenminste vastgelegd
                                het doel van de proefplaatsing, de duur van de proefplaatsing, het
                                aantal te werken uren per week, alsmede de wijze waarop de
                                begeleiding plaatsvindt. Ook wordt in deze overeenkomst vastgelegd
                                dat de proefplaatsing bij gebleken geschiktheid wordt gevolgd door
                                een reguliere baan zoals beschreven in lid 4.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel><vet>Participatieplaats </vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op
                                algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde
                                additionele werkzaamheden laten verrichten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele
                                werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst
                                die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon
                                die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt €
                                150,- per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is
                                meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het
                                arbeidsproces.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De persoon die de additionele werkzaamheden heeft verricht kan de
                                premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet tot één jaar
                                na de beëindiging van de deelname aan een participatieplaats
                                aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Geen recht op een premie als bedoeld in het vorige lid, heeft de
                                belanghebbende aan wie een maatregel op grond van de
                                'Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente
                                Coevorden 2015 is opgelegd. Dit geldt slechts voor de periode waarin
                                belanghebbende, als hem geen maatregel opgelegd zou zijn, recht zou
                                hebben gehad op een premie als bedoeld in het vorige lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel><vet>Participatievoorziening beschut werk</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de voorziening beschut werk aanbieden aan een
                                persoon uit de doelgroep die door een lichamelijke, verstandelijke
                                of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en
                                aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat van een reguliere
                                werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze
                                persoon in dienst neemt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt uit de personen uit de doelgroep een voorselectie
                                en wint bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen advies
                                in voor de beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte omgeving
                                onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot
                                arbeidsparticipatie hebben. Het college selecteert voor deze
                                beoordeling uitsluitend personen met een grote afstand tot de
                                arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, bedoelde
                                werkzaamheden mogelijk te maken zet het college de volgende
                                ondersteunende voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de
                                werkplek of de werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen
                                in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college bepaalt de omvang van het aanbod beschut werk en legt
                                vast hoeveel plekken voor beschut werk de gemeente beschikbaar
                                stelt. In verband hiermee overlegt het college met het
                                Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, aan de gemeente
                                gelieerde bedrijven en andere reguliere werkgevers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Persoonlijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college
                                persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon
                                opgedragen taken aanbieden in de vorm van structurele begeleiding
                                als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan
                                hem opgedragen taken te verrichten. Het doel is uiteindelijk dat die
                                persoon wordt begeleid naar een situatie waarin hij uiteindelijk
                                zonder begeleiding bij een reguliere werkgever werkzaam kan
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de toepassing van lid
                                1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel><vet>No-riskpolis</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een werkgever een no-riskpolis aanbieden als de
                                werknemer voorafgaand aan de aanvang van de arbeid behoort tot de
                                doelgroep als bedoeld in artikel 10d van de wet;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de hoogte en duur van de vergoeding waar een werkgever voor in
                                aanmerking komt wordt voorzien overeenkomstig de landelijke
                                afspraken die hierover zijn gemaakt tussen de Vereniging Nederlandse
                                Gemeenten en het UWV zoals is vastgelegd in de toepasselijke
                                ledenbrief van de VNG; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de toepassing van lid 1
                                en 2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel><vet>Plaatsingssubsidie</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een plaatsingssubsidie verstrekken aan werkgevers
                                die een arbeidsovereenkomst sluiten met een persoon uit de doelgroep
                                met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a"><al>De arbeidsovereenkomst dient tenminste 6 maanden te bedragen
                                        en van zodanige omvang te zijn dat de persoon geen beroep
                                        meer hoeft te doen op een uitkering.</al></li><li nr="b."><al>de omvang van de arbeidsovereenkomst dient tenminste 18 uur
                                        per week te zijn. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De plaatsingssubsidie wordt slechts eenmaal per arbeidsovereenkomst
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de toepassing van lid
                                1.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De plaatsingssubsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er
                                geen verdringing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De plaatsingssubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond
                                van een andere regeling aanspraak maakt op financiële
                                tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel><vet>Detacheringsbaan</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort
                                tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht
                                op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij
                                een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een
                                schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende
                                organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er
                                geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel><vet>Werkplekaanpassing</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een werkgever die met een persoon, behorende tot de
                                doelgroep loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder e
                                van de Participatiewet, een dienstbetrekking aangaat van ten minste
                                zes maanden, een vergoeding verstrekken voor de eenmalige
                                noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder
                                de arbeid wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt
                                indien op grond van een andere regeling een vergoeding voor de
                                kosten kan worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de wijze
                                van uitvoering van de voorziening als bedoeld in het eerste
                                lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel><vet>Sociale activering </vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van
                                maatschappelijk nuttige activiteiten of vrijwilligerswerk ter
                                voorbereiding op een traject gericht op arbeidsinschakeling of
                                gericht op het voorkomen van sociaal isolement. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep
                                activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor
                                zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen
                                geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt
                                gemaakt van een voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde
                                activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die
                                persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel><vet>Scholing</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een
                                scholingstraject aanbieden op het moment deze nog niet beschikt over
                                een startkwalificatie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in
                                artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14a</nr><titel>Overige voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op basis van een individuele beoordeling aan een
                                werkgever en/of een persoon die behoort tot de doelgroep andere
                                voorzieningen verstrekken gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de toepassing van lid
                                1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel><vet>Uitstroompremie</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen van € 300,-
                                aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen
                                geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op algemene
                                bijstand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een langdurig werkloze in de zin van het eerste lid is een persoon
                                die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of
                                langer op een uitkering aangewezen is of is geweest. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen
                                geaccepteerde arbeid, kan de uitstroompremie aanvragen vanaf de
                                zevende maand na de indiensttreding tot één jaar na de datum van
                                deze uitstroming.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel><vet>Hardheidsclausule</vet></titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van
                            deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden
                            van overwegende aard leidt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel><vet>Intrekken oude verordening </vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘Re-integratieverordening 2013’ wordt ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op
                                grond van de ‘Re-integratieverordening 2013’, die moet worden
                                beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening
                                voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de
                                ‘Re-integratieverordening 2013’ voor de duur:</al><al>a. van zes maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze
                                verordening, of </al><al>b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als
                                bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel><vet>Inwerkingtreding en citeertitel </vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening
                                Participatiewet Gemeente Coevorden 2015.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering </ondertekening><ondertekening>Van 23 juni 2015 </ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>, voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , griffier. </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Coevorden/i257158.pdf">Toelichting verordening</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>