<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR370951_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Langedijk 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Langedijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Langedijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-1680.html">Gemeenteblad, 2017 Nr. 1680</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Langedijk 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder a, 5, 7, 9 tot en met 14 en 20 van de Huisvestingswet 2014</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>1e wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Overgangsrecht</al><al>Aanvragen welke zijn ingediend vóór of op de dag van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening worden behandeld volgens het voordien geldende recht, indien dit voor betrokkene gunstiger is. Bij de uitvoering daarvan geldt dat de aanvraag die onder het overgangsrecht valt voor gaat op een nieuwere aanvraag waarop de wijzigingen van toepassing zijn.</al><al>Inwerkingtreding</al><al>De wijziging bedoeld in deze verordening onder:</al><al>artikel 1, 2 en 5 treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015;</al><al>artikel 3 treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 juli 2016;</al><al>artikel 4 treedt in werking per 1 januari 2017</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Langedijk 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al> nieuw</al><al/><al/><al/><al><vet>Gemeente Langedijk</vet></al><al>De raad van de gemeente Langedijk;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 maart, nummer
                        14;</al><al>gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder a, 5, 7, 9 tot en
                        met 14 en 20 van de Huisvestingswet 2014;</al><al>besluit:</al><al>de Huisvestingsverordening Langedijk 2015 vast te stellen.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>beschut wonen: woning van waaruit bewoners gebruik kunnen maken
                                    van de faciliteiten van een nabijgelegen voorziening.</al></li><li nr="-"><al>economische binding: binding als bedoeld in artikel 14, derde
                                    lid onder a van de wet.</al></li><li nr="-"><al>huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die
                                    een duurzame, gemeenschappelijke huishouding voeren.</al></li><li nr="-"><al>huisvestingsindicatie: een door de gemeente afgegeven indicatie
                                    voor woonruimte met specifieke eisen in verband met een
                                    zorgvraag waarmee met voorrang een geschikte woning verkregen
                                    kan worden.</al></li><li nr="-"><al>inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van
                                    een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is
                                    genomen;</al></li><li nr="-"><al>maatschappelijke binding: binding als bedoeld in artikel 14,
                                    derde lid onder b van de wet.</al></li><li nr="-"><al>mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="-"><al>monumenten: een zaak die vanwege zijn cultuurhistorische waarde
                                    op basis van regelgeving op Rijks-, provinciaal of gemeentelijk
                                    niveau is beschermd.</al></li><li nr="-"><al>nultredenwoonruimte: woning met de primaire functies op de
                                    begane grond (en bij appartementen op het niveau van de
                                    woningentree en appartement bereikbaar met lift;</al></li><li nr="-"><al>onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte
                                    bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke
                                    niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit
                                    daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                    woonruimte;</al></li><li nr="-"><al>regiobinding: economische en maatschappelijke binding zoals
                                    bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet.</al></li><li nr="-"><al>studentenwoonruimte: een zelfstandige woning bestemd voor
                                    studentenhuisvesting waar op basis van een campuscontract
                                    gehuurd kan worden.</al></li><li nr="-"><al>wet: Huisvestingswet 2014;</al></li><li nr="-"><al>woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel
                                    19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de
                                    gemeente;</al></li><li nr="-"><al>woningzoekende: huishouden dat in het inschrijfsysteem als
                                    bedoeld in artikel 4 is ingeschreven;</al></li><li nr="-"><al>woningmarktregio: het grondgebied van de gemeenten Alkmaar,
                                    Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk en
                                    Uitgeest.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>De huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De volgende categorieën goedkope woonruimte mogen enkel voor bewoning
                            in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een
                            huisvestingsvergunning is verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimten met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld
                            in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder
                                            a tot en met c, van de Leegstandwet;</al></li><li nr="b."><al>onzelfstandige woonruimten;</al></li><li nr="c."><al>woonschepen</al></li><li nr="d."><al>woonwagens</al></li><li nr="e."><al>monumenten</al></li><li nr="f."><al>woonruimten in een complex van beschut wonen</al></li><li nr="g."><al>studentenwoonruimte</al></li><li nr="h."><al>woonruimte in een complex voor een woongroep</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Criteria voor verlening
                            huisvestingsvergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen
                            voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>woningzoekenden met een inkomen lager dan het maximale
                                    huishoudinkomen volgens de Tijdelijke regeling diensten van
                                    algemeen economisch belang toegelaten instellingen
                                    volkshuisvesting, art 4, lid 1 onder a, vermeerderd met 10%, een
                                    en ander met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de
                                    Woningwet;</al></li><li nr="b."><al>meerderjarige woningzoekenden, en</al></li><li nr="c."><al>woningzoekenden met een geldig bewijs van inschrijving
                                            zoals bedoeld in het 3e lid van artikel 4.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inschrijfsysteem van
                                                woningzoekenden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Woningcorporaties dragen in het kader van deze
                                                  verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden
                                                  van een uniform inschrijfsysteem van
                                                  woningzoekenden.</al></li><li nr="2."><al>Zij stellen regels op over de wijze van
                                                  inschrijving, registratie van gegevens,
                                                  opschorting en einde van de inschrijving.</al></li><li nr="3."><al>De woningzoekende ontvangt een bewijs van
                                                  inschrijving.</al></li><li nr="4."><al>Indien een jongere als bedoeld in artikel
                                                  7:274c, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk
                                                  Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat
                                                  artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van
                                                  die jongere om in aanmerking te komen voor een
                                                  woonruimte niet.</al></li><li nr="5."><al>Indien een huurder een huurovereenkomst voor
                                                  bepaalde tijd als bedoeld in artikel 271, eerste
                                                  lid, tweede volzin, van Boek 7 van het Burgerlijk
                                                  Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van
                                                  die huurder om in aanmerking te komen voor een
                                                  woonruimte niet</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvraag en inhoud
                                                huisvestingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning
                                                  worden de volgende gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit
                                                  en, indien van toepassing, de verblijfstitel van
                                                  de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>omvang van het huishouden dat de nieuwe
                                                  woonruimte gaat betrekken,</al></li><li nr="c."><al>huishoudinkomen,</al></li><li nr="d."><al>adres, naam van de verhuurder en huurprijs van
                                                  de te betrekken woonruimte,</al></li><li nr="e."><al>beoogde datum van het betrekken van de
                                                  woonruimte,</al></li><li nr="f."><al>indien van toepassing, een afschrift van de
                                                  indicatie voor een woonruimte met een specifieke
                                                  voorziening,</al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, de urgentiecategorie
                                                  waartoe de aanvrager behoort, en</al></li><li nr="h."><al>schriftelijke verklaring van de verhuurder dat
                                                  deze bereid is de woning aan aanvrager te
                                                  verhuren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder
                                                  geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanduiding van de woonruimte waarop de
                                                  vergunning betrekking heeft,</al></li><li nr="b."><al>aan wie de vergunning is verleend,</al></li><li nr="c."><al>het aantal personen dat de woonruimte in gebruik
                                                  neemt, en</al></li><li nr="d."><al>de voorwaarde dat de vergunninghouder de
                                                  woonruimte enkel binnen de in de vergunning
                                                  genoemde termijn in gebruik kan nemen.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Bekendmaking aanbod van
                                            woonruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen
                                                  woonruimte wordt bekendgemaakt door publicatie op
                                                  een gemeenschappelijk digitaal platform.</al></li><li nr="2."><al>De bekendmaking bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het adres en de huurprijs van de
                                                  woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de mededeling dat de woonruimte niet voor
                                                  bewoning in gebruik genomen mag worden als
                                                  daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend,
                                                  en</al></li><li nr="c."><al>indien van toepassing, de criteria en
                                                  voorrangsregels voor het verlenen van de benodigde
                                                  huisvestingsvergunning.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Maximaal 10% van de aangeboden woonruimte kan
                                                  via rechtstreekse bemiddeling, zonder publicatie,
                                                  worden aangeboden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Voorrang bij woonruimte van een bepaalde
                                                aard of grootte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning
                                                  voor woonruimte met ten minste 5 kamers, waarvan
                                                  de kleinste slaapkamer minimaal 6 m2 is, wordt in
                                                  de volgende volgorde voorrang verleend aan: 1.
                                                  huishoudens van tenminste 5 personen; 2.
                                                  huishoudens van tenminste 4 personen; 3.
                                                  huishoudens van tenminste 3 personen.</al></li><li nr="2."><al>Voor de omvang van het huishouden zoals bedoeld
                                                  in lid 1, wordt bij een 1-ouder huishouden
                                                  gerekend met één persoon meer dan de werkelijke
                                                  huishoudensomvang.</al></li><li nr="3."><al>Bij nultredenwoonruimte wordt voorrang verleend
                                                  aan huishoudens met een huisvestingsindicatie.
                                                  Voorrang wordt verleend voor woningen die passen
                                                  in het zoekprofiel.</al></li><li nr="4."><al>Bij woonruimte met door de gemeente
                                                  gefaciliteerde voorzieningen wordt voorrang
                                                  gegeven aan huishoudens met een passende
                                                  indicatie. Voorrang wordt verleend voor woningen
                                                  die passen in het zoekprofiel.</al></li></lijst><al>Binnen elk van de groepen genoemd in de voorgaande leden
                                            wordt voorrang verleend aan het huishouden met de
                                            langste inschrijftijd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Voorrang bij urgentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de in artikel 2 aangewezen categorieën
                                                  woonruimte wordt bij het verlenen van
                                                  huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan
                                                  woningzoekenden waarvoor de voorziening in de
                                                  behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is.
                                                </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd artikel 12, derde lid, van de wet
                                                  behoort tot de woningzoekenden, bedoeld in het
                                                  eerste lid, de woningzoekende die zijn
                                                  zelfstandige woonruimte in de regio heeft of zal
                                                  moeten verlaten in verband met:</al><lijst><li nr="a."><al>een medische EN/OF sociale indicatie;</al></li><li nr="b."><al>stadsvernieuwing, </al></li><li nr="c."><al>de renovatie of onbewoonbaarheid van de
                                                  huidige woonruimte, of</al></li><li nr="d."><al>een calamiteit.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Verzoek om indeling in een
                                                urgentiecategorie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een verzoek om ingedeeld te worden in een
                                                  urgentiecategorie wordt ingediend door
                                                  gebruikmaking van een door burgemeester en
                                                  wethouders vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek om ingedeeld te worden in een
                                                  urgentiecategorie gaat vergezeld van de volgende
                                                  gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit
                                                  en, indien van toepassing, de verblijfstitel van
                                                  de verzoeker;</al></li><li nr="b."><al>omvang van het huishouden van de verzoeker,
                                                  en</al></li><li nr="c."><al>aanduiding en motivering urgentiecategorie.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij de beoordeling van de gevraagde indeling in
                                                  een urgentiecategorie kunnen burgemeester en
                                                  wethouders zich laten adviseren door een door hen
                                                  aan te wijzen instantie.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Urgentieverklaring en werkingsduur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De urgentieverklaring vermeldt in ieder
                                                  geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en contactgegevens van de
                                                  woningzoekende;</al></li><li nr="b."><al>de datum van het verzoek als bedoeld in het
                                                  eerste lid van artikel 9,</al></li><li nr="c."><al>de urgentiecategorie waarin de woningzoekende is
                                                  ingedeeld, en</al></li><li nr="d."><al>het zoekprofiel voor de soort woonruimte
                                                  waarvoor de urgentie gebruikt kan worden,</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met de urgentieverklaring wordt de
                                                  woningzoekende gedurende 6 maanden na de datum van
                                                  verstrekking van de verklaring voorrang verleend.
                                                  In afwijking hiervan geldt de urgentieverklaring
                                                  in het kader van de stadsvernieuwing tot uiterlijk
                                                  de datum van sloop van de huidige woonruimte.</al></li><li nr="3."><al>De voorrang wordt verleend voor woningen die
                                                  passen binnen het zoekprofiel.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Urgentiecriteria</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor indeling in een urgentiecategorie, als
                                                  bedoeld in artikel 8, tweede lid onder a (medische
                                                  en/of sociale urgentie) komt in aanmerking de
                                                  woningzoekende die</al><lijst><li nr="a."><al>Beschikt of heeft beschikt in de 12 maanden
                                                  voorafgaand aan de datum van aanvraag over
                                                  zelfstandige woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>Buiten eigen schuld de huidige woonruimte moet
                                                  verlaten;</al></li><li nr="c."><al>Aantoonbaar niet in staat is zelf binnen 6
                                                  maanden andere passende woonruimte te vinden;
                                                </al></li><li nr="d."><al>De huidige woonruimte niet geschikt (te maken)
                                                  is om het probleem binnen 6 maanden op te lossen
                                                  terwijl dit wel noodzakelijk is, en </al></li><li nr="e."><al>Minimaal 1 jaar ingeschreven staat in de
                                                  Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
                                                  / Basisregistratie personen van één van de
                                                  gemeenten in de woningmarktregio dan wel
                                                  maatschappelijk gebonden is aan de
                                                  woningmarktregio.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Intrekken of wijzigen indeling in een
                                                urgentiecategorie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beschikking
                                                  tot indeling in een urgentiecategorie intrekken
                                                  als de woningzoekende:</al><lijst><li nr="a."><al>niet langer als woningzoekende als bedoeld in
                                                  artikel 8, eerste lid, is aan te merken;</al></li><li nr="b."><al>bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt
                                                  waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist
                                                  of onvolledig waren,</al></li><li nr="c."><al>eenmaal een aanbod voor een passende woning
                                                  heeft geweigerd, of</al></li><li nr="d."><al>daartoe verzoekt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een woningzoekende kan, al dan niet op zijn
                                                  verzoek, in een andere urgentiecategorie worden
                                                  ingedeeld als gewijzigde omstandigheden daartoe
                                                  aanleiding geven.</al></li><li nr="3."><al>Een beschikking tot indeling in een
                                                  urgentiecategorie vervalt als de indeling in een
                                                  urgentiecategorie vervalt of als de woningzoekende
                                                  in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld.
                                                  4. Als de woningzoekende in een andere
                                                  urgentiecategorie wordt ingedeeld, wordt aan hem
                                                  een nieuwe beschikking verstrekt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Rangorde woningzoekenden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als op grond van de wet of deze verordening
                                                  meerdere woningzoekenden met voorrang in
                                                  aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning,
                                                  wordt de rangorde als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>als eerste komen in aanmerking woningzoekenden
                                                  die zijn ingedeeld in een urgentie-
                                                  categorie;</al></li><li nr="b."><al>als op grond van onderdeel a meerdere
                                                  woningzoekenden in aanmerking komen, wordt de
                                                  rangorde als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="1."><al>eerst komen in aanmerking vergunninghouders als
                                                  bedoeld in artikel 28 van de wet en
                                                  woningzoekenden die verblijven in een voorziening
                                                  voor tijdelijke opvang van personen, die in
                                                  verband met problemen van relationele aard of
                                                  geweld hun woonruimte hebben verlaten, en</al></li><li nr="2."><al>daarna komen in aanmerking de overige
                                                  woningzoekenden die in een urgentiecategorie zijn
                                                  ingedeeld;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>als tweede komen in aanmerking overige
                                                  woningzoekenden aan wie overeenkomstig artikel 7
                                                  voorrang verleend wordt, en</al></li><li nr="d."><al>ten slotte komen in aanmerking andere
                                                  woningzoekenden dan bedoeld onder a tot en met
                                                  c.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als op grond van het eerste lid meerdere
                                                  woningzoekenden met dezelfde rangorde in
                                                  aanmerking komen, dan gaan woningzoekenden met een
                                                  eerder afgegeven beschikking tot indeling in een
                                                  urgentiecategorie voor op woningzoekenden met een
                                                  later afgegeven beschikking, en woningzoekenden
                                                  met een langere inschrijvingsduur in het
                                                  inschrijfsysteem, bedoeld in artikel 4, voor op
                                                  woningzoekenden met een minder lange
                                                  inschrijvingsduur.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en
                                                  tweede lid wordt een huisvestingsvergunning
                                                  verleend aan degene die op grond van bemiddeling
                                                  aangeboden woonruimte accepteert.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vruchteloze aanbieding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In overeenstemming met artikel 17 van de wet
                                                  wordt in afwijking van het in artikel 13 bepaalde
                                                  de huisvestingsvergunning verleend als de
                                                  woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in
                                                  het tweede lid weergegeven procedure gedurende
                                                  maximaal 13 weken vruchteloos is aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid genoemde termijn begint te
                                                  lopen op de datum van de eerste publicatie
                                                  overeenkomstig artikel 6.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>Overige en Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Hardheidsclausule en pilots</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in
                                                  gevallen waarin de toepassing van deze verordening
                                                  naar hun oordeel tot onbillijkheid van overwegende
                                                  aard leidt ten gunste van de aanvrager af te
                                                  wijken van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten in te
                                            stemmen met een pilot voor alternatieve vormen van
                                            woningtoewijzing die buiten de bepalingen van hoofdstuk
                                            2 van deze verordening vallen. Een pilot is een
                                            tijdelijke proef met een maximale tijdsduur van één
                                            jaar. Indien een pilot als vast onderdeel van de
                                            Huisvestingsverordening kan worden opgenomen doet het
                                            college van burgemeester en wethouders daartoe een
                                            voorstel aan de gemeenteraad</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Intrekking oude verordening en
                                                overgangsrech</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Huisvestingsverordening Langedijk wordt
                                                  ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Inschrijvingen gedaan op grond van de in het
                                                  eerste lid ingetrokken verordening worden
                                                  beschouwd als inschrijvingen gedaan onder de
                                                  Huisvestingsverordening Langedijk (2011) waarbij
                                                  de opgebouwde inschrijvingsduur behouden
                                                  blijft.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Inwerkingtreding en
                                            citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli
                                                  2015 en vervalt op 30 juni 2019.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als:
                                                  Huisvestingsverordening Langedijk 2015.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de</ondertekening><ondertekening>gemeente Langedijk in zijn openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 3 juni 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. J.F.N. Cornelisse</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. G.C.I. Kager</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet> Toelichting</vet></al><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al><cursief>Uitgangspunten Huisvestingswet 2014</cursief></al><al>De Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) biedt gemeenten het (uitputtende)
                            instrumentarium in te grijpen in de verdeling van woonruimte en de
                            samenstelling van de woonruimtevoorraad. Gebruikmaken van dit
                            instrumentarium – door een Huisvestingsverordening vast te stellen – is
                            niet vanzelfsprekend en dient periodiek onderbouwd en getoetst te
                            worden.</al><al>Het instrumentarium bestaat uit het vaststellen van een
                            Huisvestingsverordening, die regels bevat met betrekking tot het in
                            gebruik geven en nemen van goedkope woonruimte en/of het wijzigen van de
                            samenstelling van de woningvoorraad. Het is niet meer mogelijk om in
                            plaats van een verordening dergelijke regels af te spreken met
                            corporaties (in een convenant). Zodoende wordt de democratische
                            legitimiteit vergroot en de transparantie, openheid en rechtsbescherming
                            voor woningzoekenden bevorderd. </al><al>Het uitgangspunt van de wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die
                            rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te
                            verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt
                            indien noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische
                            samenleving. Dat belang kan volgens de wet gelegen zijn in het tegengaan
                            van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan
                            goedkope woonruimte. Als hier aantoonbaar sprake van is – en als het
                            instrumentarium van de wet geschikt en proportioneel is om die effecten
                            te bestrijden – kunnen gemeenten verdelingsregels stellen. De schaarste
                            kan betrekking hebben op schaarste aan goedkope woonruimte in het
                            algemeen, schaarste aan woonruimte met specifieke voorzieningen of
                            schaarste aan woonruimte voor de huidige inwoners van een gemeente.</al><al>Het bestaan van schaarste op zich is onvoldoende reden om van de wet
                            gebruik te maken: er moet tevens sprake zijn van verdringing van
                            kwetsbare groepen, als gevolg van die schaarste. Teneinde de rechten van
                            woningzoekenden niet onnodig te beperkten, dient ingrijpen beperkt te
                            blijven tot die delen van de woningmarkt waar de onevenwichtige en
                            onrechtvaardige effecten van schaarste zich voordoen. </al><al>Sturing in de woonruimteverdeling beperkt zich tot de goedkope
                            woonruimtevoorraad die bestemd is voor verhuur. De vaste huurprijsgrens
                            is vervallen; gemeente wijst zelf de schaarse, goedkope voorraad aan en
                            maakt deze daarmee vergunningplichtig. Bemoeienis van de gemeente met de
                            verdeling van woonruimte boven de in de verordening genoemde prijsgrens
                            is uitgesloten.</al><al><cursief>De huisvestingsvergunning</cursief></al><al>Het is verboden de in de verordening aangewezen woonruimte zonder
                            huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of te geven.
                            Woonruimteverdeling op basis van de wet gebeurt dus aan de hand van een
                            vergunningensysteem. Burgemeester en wethouders kunnen de bevoegdheid om
                            vergunningen te verlenen mandateren aan verhuurders, bijvoorbeeld de
                            (samenwerkende) corporaties. </al><al><cursief>Wijzigingen in de woonruimtevoorraad</cursief></al><al>De wet biedt tevens de mogelijkheid om onttrekking, samenvoeging,
                            omzetting en woningvorming dan wel splitsing van aangewezen categorieën
                            woonruimte vergunningplichtig te maken. Dit moet gericht zijn op het
                            voorkomen van schaarste in het goedkope deel van de voorraad. Dit is
                            niet noodzakelijkerwijs dezelfde woonruimtevoorraad als bij de
                            woonruimteverdeling en kan van toepassing zijn op zowel de goedkope
                            huur- als koopvoorraad. Een vergunning wordt verleend, tenzij het belang
                            van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het
                            met de vergunning gediende belang. Naast schaarste kan een dergelijk
                            belang ook liggen in een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en
                            leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand. Hier kunnen
                            leefbaarheidsoverwegingen – in tegenstelling tot bij de
                            huisvestingsvergunning – een rol spelen.</al><al><cursief>Inwerkingtreding wet, overgangsrecht, tijdelijk karakter
                                verordening en overleg</cursief></al><al>De wet treedt op 1 januari 2015 in werking en bevat overgangsrecht voor
                            bestaande huisvestingsverordeningen; deze vervallen op 1 juli 2015. </al><al/><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al>In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die bepalingen die
                            nadere toelichting behoeven behandeld.</al><al/><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet></al><al>Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de wet (in
                            artikel 1) al een flink aantal definities kent die ook bindend zijn voor
                            deze verordening. Voor de duidelijkheid zijn een aantal belangrijke
                            wettelijke definities hieronder weergegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>huishoudinkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in
                                    artikel 2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de
                                    aanvragers van een huisvestingsvergunning voor een bij
                                    huisvestingsverordening aangewezen woonruimte, met uitzondering
                                    van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet
                                    inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het
                                    eerste lid van dat artikel voor «belanghebbende» telkens wordt
                                    gelezen «aanvrager»;</al></li><li nr="b."><al>huisvestingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8,
                                    eerste lid;</al></li><li nr="e."><al>taakstelling: aantal in opvangcentra of op gemeentelijke
                                    opvangplaatsen verkerende vergunninghouders in wier huisvesting
                                    per gemeente per kalenderhalfjaar dient te worden voorzien;</al></li><li nr="f."><al>toegelaten instelling: instelling als bedoeld in artikel 70 van
                                    de Woningwet;</al></li><li nr="g."><al>vergunninghouder: vreemdeling die in Nederland een
                                    verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd
                                    en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen
                                    als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de
                                    Vreemdelingenwet 2000;</al></li><li nr="h."><al>woningmarktregio: gebied dat vanuit het oogpunt van het
                                    functioneren van de woningmarkt als een geheel kan worden
                                    beschouwd;</al></li></lijst><al>Bij de definitie van mantelzorg in de verordening is aangesloten bij de
                            definitie in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning
                            2015, die luidt: </al><al>-mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,
                            beschermd wonen opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van
                            jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de
                            Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen
                            personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader
                            van een hulpverlenend beroep.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 7 van de wet, waarin is
                            bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening categorieën
                            goedkope woonruimte kan aanwijzen die niet voor bewoning in gebruik
                            mogen worden genomen of gegeven als daarvoor geen huisvestingsvergunning
                            is verleend. </al><al>In het eerste lid is onder a aangegeven tot welke huurprijsgrens de
                            huisvestingsvergunning verplicht is. Hiermee wordt de werking van de
                            verordening beperkt tot dat specifieke deel van de woningmarkt waarop de
                            schaarste en verdringing zich voordoet.</al><al>Woonruimten met een huur boven de huurprijsgrens kunnen zonder
                            huisvestingsvergunning worden gehuurd of verhuurd.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Criteria voor verlening
                            huisvestingsvergunning</vet></al><al>Deze bepaling is in de eerste plaats een uitwerking van artikel 9 van de
                            wet waarin dwingend is bepaald dat als de gemeenteraad toepassing heeft
                            gegeven aan artikel 7 van de wet, hij in de huisvestingsverordening de
                            criteria vastlegt voor de verlening van huisvestingsvergunningen. De
                            gemeenteraad is vrij in het vaststellen van die criteria. Deze bepaling
                            is in de tweede plaats een uitwerking van artikel 10, eerste lid, van de
                            wet waarin in het belang van de transparantie van het
                            huisvestingsvergunningstelsel is bepaald dat de gemeenteraad in de
                            huisvestingsverordening vastlegt welke categorieën woningzoekenden in
                            aanmerking komen voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning. </al><al>In het tweede lid van artikel 10 van de wet is bepaald dat voor een
                            huisvestingsvergunning slechts in aanmerking komen woningzoekenden die
                            de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke
                            bepaling als Nederlander worden behandeld, of vreemdeling zijn en
                            rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8,
                            onderdelen a t/m e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.</al><al>Woningzoekenden die niet aan de criteria voldoen komen in geen geval in
                            aanmerking voor een huisvestingsvergunning.</al><al>Corporaties dienen op grond van de nog in werking te treden wijziging
                            van de Woningwet passend toe te wijzen. Deze wetswijziging wordt
                            verwacht op 1 juli 2015 in werking te treden. De bepaling omtrent het
                            inkomen mag er niet toe leiden dat de corporaties niet kunnen voldoen
                            aan hun wettelijke verplichting. Corporaties moeten zorgen dat van alle
                            kandidaten met recht op huurtoeslag die een woning krijgen toegewezen
                            95% (groeit van zo’n 70% nu naar 95% in 2018) van deze groep een woning
                            krijgt onder de aftoppingsgrens huurtoeslag. Als corporatie aan zijn
                            maximum zit moet de corporatie, voordat een woning met een huur boven de
                            aftoppingsgrens wordt geadverteerd, kiezen: of huur verlagen of woning
                            uitsluiten voor huurtoeslagontvangers. </al><al/><al><vet>Artikel 4. Inschrijfsysteem van woningzoekenden</vet></al><al>Deze bepaling is gegrond op artikel 4, eerste lid, onder a, van de wet.
                            Het hanteren van eenzelfde inschrijfsysteem bevordert de transparantie
                            en vermindert de administratieve lasten voor de burger.</al><al>In artikel 14, tweede lid, is een overgangsregeling opgenomen voor
                            bestaande inschrijvingen in oude inschrijfsystemen. Zie verder de
                            toelichting bij artikel 14. </al><al>Het in het derde lid genoemde bewijs van inschrijving is vormvrij.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 5 van de wet. Daarin is
                            bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt
                            over de wijze van aanvragen van vergunningen en de gegevens die door de
                            aanvrager worden verstrekt bij de aanvraag van een vergunning. De onder
                            a genoemde gegevens met betrekking tot leeftijd, nationaliteit en,
                            indien van toepassing, verblijfstitel zijn noodzakelijk in verband met
                            de wettelijke eisen van artikel 10, tweede lid, van de wet. Zie hierover
                            nader de toelichting onder artikel 3.</al><al>In artikel 18 van de wet zijn intrekkingsgronden voor de
                            huisvestingvergunning opgenomen. Zo kan de vergunning worden ingetrokken
                            als de vergunninghouder de in die vergunning vermelde woonruimte niet
                            binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening gestelde
                            termijn in gebruik heeft genomen (zie het derde lid, onder d) of als de
                            vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte
                            gegevens (zie het tweede lid) waarvan deze wist of moest vermoeden dat
                            deze onjuist of onvolledig waren. Deze intrekkingsgronden gelden
                            rechtstreeks op grond van de wet en zijn in de verordening niet
                            herhaald. </al><al/><al><vet>Artikel 6. Bekendmaking aanbod van woonruimte</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 20 van de wet, waarin is
                            bepaald dat de gemeenteraad regels kan stellen over de wijze van
                            bekendmaking van de beschikbaarheid van vergunningplichtige woonruimte.
                            Transparantie in het woningaanbod draagt voor woningzoekenden bij aan
                            het gericht vinden van voor hen beschikbare woonruimte. Met het digitale
                            platform wordt bedoeld de website van het SVNK.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte
                                of prijs</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 11 van de wet, waarin is
                            bepaald dat de gemeenteraad In de huisvestingsverordening kan bepalen
                            dat voor een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte in
                            verband met de aard, grootte of prijs van die woonruimte bij het
                            verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan een
                            daarbij aangewezen gedeelte van de overeenkomstig artikel 10, eerste
                            lid, van de wet (artikel 3 van de verordening) aangewezen categorieën
                            woningzoekenden.</al><al>In het eerste lid zijn ‘labels’ aangemerkt die verhuurders bij het
                            aanbieden van woonruimte op deze woonruimte kunnen plakken. Als zij
                            hiervoor kiezen, dan geldt de bij de ‘label’ behorende voorrangsregel
                            uit het tweede lid.</al><al/><al><vet>Artikel 8. Voorrang bij urgentie</vet></al><al>De wet biedt de mogelijkheid een urgentieregeling op te stellen, ook
                            wanneer geen sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte (artikel 12
                            van de wet). Ook zonder schaarste kan immers behoefte bestaan om sommige
                            woningzoekenden met voorrang te kunnen huisvesten. In de
                            huisvestingsverordening kan overeenkomstig artikel 12 van de wet bepaald
                            worden dat voor een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte –
                            welke niet dezelfde hoeven te zijn als zijn aangewezen in artikel 2 –
                            bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan
                            woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte
                            dringend noodzakelijk is. </al><al>In het tweede lid zijn de criteria vastgelegd volgens welke de urgent
                            woningzoekenden worden ingedeeld in urgentiecategorieën.
                            Vergunninghouders, personen die in blijf-van-mijn-lijfhuizen verblijven,
                            en woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen behoren in ieder
                            geval tot de urgente woningzoekenden (artikel 12, derde lid, van de
                            wet). Deze groepen kunnen dus niet van indeling in een urgentiecategorie
                            worden uitgesloten. Dit geldt voor alle gemeenten, dat wil zeggen dat
                            een woningzoekende die valt onder deze verplichte urgentiecategorieën in
                            elke gemeente met urgentie moet worden behandeld. Verder zijn er de
                            urgentiecategorieën medisch/sociaal, stadsvernieuwing, renovatie of
                            onbewoonbaarheid van de huidige woonruimte.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Verzoek om indeling in een urgentiecategorie</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 13 van de wet, waarin is
                            bepaald dat burgemeester en wethouders beslissen over de indeling van
                            woningzoekenden in de urgentiecategorieën. Hierbij is expliciet bepaald
                            dat burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid mandaat kunnen
                            verlenen. Voorts is bepaald dat de gemeenteraad in de
                            huisvestingsverordening regels stelt over de wijze waarop
                            woningzoekenden kunnen verzoeken om indeling in een urgentiecategorie.
                            Deze gelden ook voor de urgenten als bedoeld in artikel 12, derde lid
                            van de Huisvestingswet 2014.</al><al>De motivering, bedoeld in het tweede lid, onder c, kan bijvoorbeeld
                            omvatten: de aard van de persoonlijke problematiek, de relatie van deze
                            problematiek met de huidige woonsituatie en de argumentatie op grond
                            waarvan verhuizing op korte termijn absoluut noodzakelijk is.</al><al>Voor een advies als bedoeld in het derde lid, kunnen burgemeester en
                            wethouders bijvoorbeeld bij een verzoek om een medische indicatie een
                            medisch adviseur aanwijzen.</al><al/><al><vet>Artikel 10. Urgentieverklaring en werkingsduur</vet></al><al>In dit artikel is aangegeven welke gegevens in de urgentieverklaring
                            worden opgenomen, waaronder de urgentiecategorie en het zoekprofiel. Met
                            de urgentieverklaring heeft een woningzoekende gedurende 6 maanden
                            voorrang bij woningen die passen binnen het zoekprofiel. Indien een
                            urgente moeite heeft om een passende woning te vinden, kan hij/zij
                            binnen de werkingsduur van de urgentie hulp vragen bij aanbieders van de
                            woonruimten bij het vinden van passende woonruimte. </al><al/><al><vet>Artikel 11. Urgentiecriteria</vet></al><al>Voor indeling in de urgentiecategorie medisch en/of sociaal gelden
                            speciale spelregels.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Intrekken of wijzigen indeling in een
                                urgentiecategorie</vet></al><al>In dit artikel is geregeld wanneer een urgentieverklaring kan worden
                            ingetrokken of gewijzigd gedurende de looptijd van de
                            urgentieverklaring.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Rangorde woningzoekenden</vet></al><al>In deze bepaling is in aansluiting op de voorrangsregels van deze
                            verordening een rangorde voor toewijzing van woonruimte gegeven voor de
                            gevallen waarin er meer dan een gegadigde is voor een bepaalde
                            woonruimte. </al><al>Op grond van artikel 16 van de wet kan economische of maatschappelijke
                            binding niet worden tegengeworpen aan vergunninghouders en
                            woningzoekenden komende uit een voorziening voor tijdelijke opvang voor
                            personen die wegens problemen van relationele aard of geweld hun
                            woonruimte hebben moeten verlaten.</al><al/><al><vet>Artikel 14. Vruchteloze aanbieding</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van de in artikel 17 van de wet
                            opgenomen verplichting voor de raad om regels te stellen in de
                            huisvestingsverordening ten aanzien van een termijn als bedoeld in het
                            eerste lid van artikel 17 van de wet van ten hoogste dertien weken. De
                            gemeenteraad moet ook regels stellen met betrekking tot de wijze waarop
                            de aanbieding, bedoeld in het eerste lid, dient plaats te vinden.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Hardheidsclausule</vet></al><al>Met toepassing van de hardheidsclausule kan het college ten gunste van
                            een woningzoekende afwijken van de verordening indien onverkorte
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheid van overwegende aard
                            leidt. Het gaat daarbij om individuele situaties, waarbij voor de
                            nadelige gevolgen niet waren voorzien en die gevolgen leiden tot
                            kennelijke hardheid. Indien situaties vaker voorkomen, zal dit in de
                            regelgeving dienen te worden opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 16. Intrekking oude verordening en
                            overgangsrecht</vet></al><al>In artikel 51, tweede lid, van de wet is geregeld dat de verordening op
                            grond van de (oude) Huisvestingswet zes maanden na de inwerkingtreding
                            van de Huisvestingswet 2014 vervalt. </al><al>In het derde en vierde lid van artikel 51 is overgangsrecht opgenomen
                            voor al verleende vergunningen. Deze vergunningen worden gelijkgesteld
                            met de vergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014. Ook lopende
                            bezwaarschriften vallen onder deze overgangsregeling, omdat
                            bezwaarschriften altijd betrekking hebben op vergunningen of het
                            weigeren of intrekken van vergunningen. In artikel 51, vijfde lid, van
                            de wet is geregeld dat aanvragen die zijn ingediend op grond van de
                            verordening op grond van de (oude) Huisvestingswet, worden afgehandeld
                            krachtens de daarop gebaseerde (oude) verordening.</al><al>In het tweede lid is aanvullend overgangsrecht opgenomen voor bestaande
                            inschrijvingen als woningzoekenden volgens oude inschrijfsystemen. Deze
                            inschrijvingen worden volgens het tweede lid beschouwd als
                            inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de
                            opgebouwde inschrijfduur.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>