<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR370813_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening cliëntenparticipatie Geldrop-Mierlo Participatiewet 2015.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Middenstandsbelangen, 01-07-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cliëntenparticipatie Geldrop-Mierlo Participatiewet 2015.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-07-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GM2015.0214</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Cliëntenparticipatie Participatiewet</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening cliëntenparticipatie Geldrop-Mierlo Participatiewet 2015.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening</vet></al><al/><al><vet>Verordening Cliëntenparticipatie Geldrop-Mierlo 2015</vet></al><al>De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo;</al><al>gelezen het voorstel RV GM2015.0214 van burgemeester en wethouders van
                        28 april 2015;</al><al>gelet op artikel 47 van de Participatiewet.</al><al><vet>Besluit:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>vast te stellen de Verordening cliëntenparticipatie
                                Participatiewet gemeente Geldrop-Mierlo 2015;</al></li><li nr="2."><al>in te trekken de Verordening cliëntenparticipatie Wet Werk en
                                Bijstand 2009.</al></li></lijst><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>de gemeente: de gemeente Geldrop-Mierlo;</al></li><li nr="c."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Geldrop-Mierlo;</al></li><li nr="d."><al>Portefeuillehouder: lid van het college dat namens het college
                                    de uitvoering van de Participatiewet behartigt;</al></li><li nr="e."><al>Cliënten: personen, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                    onderdeel a van de wet;</al></li><li nr="f."><al>Belangenorganisatie: organisatie die de belangen van cliënten
                                    behartigt. </al></li><li nr="g."><al>CPM: Cliëntenraad Participatiewet en Minima.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Cliëntenraad Participatiewet en Minima</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                                Participatiewet worden bij de uitvoering van deze wet betrokken door
                                de CPM. De leden van de CPM worden benoemd door het college op
                                voordracht van de CPM.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De CPM bestaat uit cliënten en vertegenwoordigers van
                                belangenorganisaties en is, voor zover redelijkerwijs mogelijk,
                                zodanig samengesteld dat deze een afspiegeling is van de bij de
                                uitvoering van de Participatiewet betrokken personen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het maximaal aantal leden van de CPM is 12 leden;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden kiezen uit hun midden een bestuur, bestaande uit een
                                voorzitter, een secretaris en een penningmeester.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De CPM komt ten minste zes maal per kalenderjaar in vergadering bij
                                elkaar;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de CPM is onverenigbaar met het lidmaatschap
                                van de gemeenteraad of het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Beëindiging van het lidmaatschap</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het lidmaatschap eindigt indien het lid geen cliënt of
                                        vertegenwoordiger van een belangenorganisatie meer is;</al></li><li nr="2."><al>Het lidmaatschap eindigt indien het lid aftreedt;</al></li><li nr="3."><al>Het lidmaatschap eindigt wanneer een lid geroyeerd wordt.
                                        Een lid van de CPM wordt door het college geroyeerd indien
                                        2/3 van de leden van de CPM daartoe een schriftelijk
                                        gemotiveerd verzoek doet bij de portefeuillehouder van
                                        Sociale Zaken. </al></li><li nr="4."><al>In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het
                                        lid de functie waarnemen totdat in de vacature is
                                        voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><al>Het college stelt een ambtenaar van de gemeente aan als ambtelijk
                                secretaris om te waarborgen dat de cliëntenraad in staat is zijn
                                taken naar behoren te vervullen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Taken en bevoegdheden van de gemeente,
                                    het college, de CPM en de ambtelijk secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Taken van gemeentebestuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het kader van de cliëntenparticipatie vragen burgemeester
                                        en wethouders de CPM om advies. De CPM is ook gerechtigd uit
                                        eigen beweging advies uit te brengen aan burgemeester en
                                        wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders vragen de CPM in ieder geval
                                        advies over het gemeentelijk beleid inzake de uitvoering van
                                        de Participatiewet.</al></li><li nr="3."><al>Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het
                                        uitgebrachte advies toegevoegd kan worden aan de aan de
                                        Gemeenteraad ter beschikking te stellen stukken.</al></li><li nr="4."><al>Indien het belang van de zaak daartoe aanleiding geeft,
                                        vindt bij de aanbieding van het advies overleg plaats tussen
                                        de eerst betrokken wethouder en de CPM.</al></li><li nr="5."><al>Tussen Portefeuillehouder van Sociale Zaken en de CPM vindt
                                        geregeld, doch minimaal driemaal per jaar, een structureel
                                        overleg plaats.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat aan de
                                        CPM de nodige informatie wordt verstrekt ten behoeve van het
                                        naar behoren kunnen functioneren van de CPM. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Ondersteuning CPM</titel></kop><al>Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de CPM.
                                Hiertoe:</al><lijst><li nr="1."><al>Stelt het een vergaderruimte ter beschikking.</al></li><li nr="2."><al>Geeft het de leden van de CPM toegang tot kantoormiddelen
                                        zoals een kopieermachine en een printer.</al></li><li nr="3."><al>Zorgt het ervoor dat adviesaanvragen en conceptbeleid de
                                        ambtelijk secretaris tijdig bereiken.</al></li><li nr="4."><al>Stelt het ambtenaren van de gemeente in de gelegenheid een
                                        vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting of
                                        uitleg, als daarom door de CPM is verzocht;</al></li><li nr="5."><al>Zorgt het ervoor dat aan de CPM de nodige informatie wordt
                                        verstrekt voor zover dat nodig is voor het naar behoren
                                        functioneren van de CPM </al></li><li nr="6."><al>Verstrekt het de informatie, bedoeld onder 5, op een zodanig
                                        tijdstip dat daadwerkelijk invloed mogelijk is op de
                                        beleidsvorming en besluitvorming, en</al></li><li nr="7."><al>Indien van toepassing, ziet het erop toe dat de CPM wordt
                                        geïnformeerd over de redenen van afwijking van het door de
                                        CPM gevraagd of ongevraagd gegeven advies.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Taken en bevoegdheden van de CPM</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De CPM brengt gevraagd en ongevraagd advies uit in verband
                                        met door het college of de gemeenteraad vast te stellen
                                        beleid inzake uitvoering van de wet;</al></li><li nr="2."><al>Het advies als bedoeld in het eerste lid wordt tijdig
                                        uitgebracht door toezending aan de betreffende
                                        beleidsafdeling.</al></li><li nr="3."><al>De CPM heeft geen bevoegdheden in zaken betreffende
                                        individuele klachten, bezwaarschriften, andere zaken met
                                        betrekking tot individuele personen;</al></li><li nr="4."><al>Ieder lid is bevoegd agendapunten aan te dragen. </al></li><li nr="5."><al>Contacten tussen de CPM en het college lopen via de
                                        voorzitter en de ambtelijk secretaris.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Regionale afstemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de CPM toegestaan contacten te onderhouden met
                                        cliëntenraden van andere gemeenten en organisaties om
                                        zodoende de onderlinge adviezen op elkaar af te
                                        stemmen.</al></li><li nr="2."><al>Het is de CPM ter uitvoering van het bepaalde in het eerste
                                        lid eveneens toegestaan het advies te laten uitbrengen door
                                        een door hen en het college erkende regionaal samengestelde
                                        CPM. Hierin dient ten minste één vertegenwoordiger van de
                                        CPM van de gemeente Geldrop-Mierlo zitting te nemen.</al></li><li nr="3."><al>Het advies van de regionaal samengestelde cliëntenraad
                                        treedt in de plaats van het advies van de CPM.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Taken van de ambtelijk secretaris</titel></kop><al>De ambtelijk secretaris:</al><lijst><li nr="a."><al>stelt voor aanvang van het kalenderjaar in overleg met de
                                        voorzitter van de CPM een vergaderkalender samen;</al></li><li nr="b."><al>stelt in overleg met de voorzitter van de CPM voorafgaand
                                        aan iedere vergadering de agenda samen;</al></li><li nr="c."><al>verzendt de uitnodigingen en, indien van toepassing,
                                        conceptbeleid en adviesverzoeken, met inachtneming van
                                        artikel 5, tweede lid, uiterlijk een week voordat de
                                        vergadering plaatsvindt aan de leden;</al></li><li nr="d."><al>ziet erop toe dat adviesvragen en conceptbeleid de leden op
                                        een zodanig tijdstip bereiken dat zij hun rol effectief
                                        kunnen vervullen. Indien nodig last hij een tussentijds
                                        extra overleg in, en</al></li><li nr="e."><al>maakt een verslag van de vergaderingen en zendt deze
                                        gelijktijdig met de uitnodiging van de volgende vergadering
                                        aan de leden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Budget CPM</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ten behoeve van de CPM wordt jaarlijks een budget
                                        beschikbaar gesteld;</al></li><li nr="2."><al>Ten laste hiervan kunnen kosten worden gebracht die verband
                                        houden met deskundigheidsbevordering, het inwinnen van
                                        advies, achterbanraadpleging en organisatiekosten;</al></li><li nr="3."><al>De middelen, als bedoeld in het eerste lid, worden jaarlijks
                                        door het college toegekend naar aanleiding van en op basis
                                        van een door de CPM opgestelde begroting;</al></li><li nr="4."><al>Jaarlijks voor 1 april brengt de CPM aan het college verslag
                                        uit van de activiteiten en bevindingen over het voorgaande
                                        jaar. Daarbij wordt in een financieel verslag tevens
                                        verantwoording afgelegd over de besteding van een eventueel
                                        beschikbaar gesteld budget.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onvoorziene situaties</titel></kop><al>In alle andere gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist
                            het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan na overleg met de CPM, met betrekking tot de uitvoering
                            van deze verordening nadere regels bepalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt na publicatie in werking.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening
                                    Cliëntenparticipatie Geldrop-Mierlo 2015”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad</ondertekening><ondertekening>van de gemeente Geldrop-Mierlo d.d. 15 juni 2015</ondertekening><ondertekening>G.A.A. van Luijn drs. M.F.A. van Diessen</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Met deze verordening wordt uitvoering gegeven aan artikel 47 van de
                    Participatiewet. Dit artikel draagt de gemeenteraad op bij verordening regels
                    vast te stellen over de wijze waarop personen als bedoeld in artikel 7, eerste
                    lid, van de Participatiewet of hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de
                    ontwikkeling van het gemeentelijke beleid. Personen als bedoeld in artikel 7,
                    eerste lid van de Participatiewet zijn personen:</al><lijst><li nr="-"><al>die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde
                            lid, onderdeel b, en</al></li></lijst><al>36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot
                    het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee
                    aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die
                    persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is
                    verleend;</al><lijst><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene
                            nabestaandenwet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk</al></li></lijst><al>arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al><al>-personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en
                    gedeeltelijk</al><al>arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al><al>-personen zonder uitkering;</al><al>en, die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het college
                    aangeboden </al><al>voorziening.</al><al>Om een goede werking van de CPM te waarborgen worden de leden van de CPM worden
                    ondersteund en gefaciliteerd door de gemeente. De regering hecht sterk aan
                    actieve betrokkenheid van burgers die met de Participatiewet te maken
                    krijgen.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Voor de diverse begrippen en omschrijvingen is aansluiting gezocht bij de
                    formuleringen in de Participatiewet en/of bestaande regelgeving. </al><tussenkop>Artikel 2. Cliëntenraad Participatiewet en Minima</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt hoe de cliëntenparticipatie concreet wordt vorm
                    gegeven.</al><al>Omdat het niet mogelijk is om alle personen persoonlijk te betrekken bij het
                    beleid ligt het voor de hand een cliëntenraad samen te stellen die bestaat uit
                    vertegenwoordigers van belangenorganisaties, die de doelgroep kunnen
                    vertegenwoordigen. De leden van de CPM worden benoemd door het college. De
                    cliëntenraad, belangenorganisaties en/of het college kunnen kandidaten
                    voordragen voor lidmaatschap van de cliëntenraad (eerste lid). Het college zal
                    een afgewezen voordracht moeten motiveren. Om de actieve betrokkenheid van alle
                    personen goed tot zijn recht te kunnen laten komen, is het van belang dat de
                    cliëntenraad een afspiegeling is van alle in artikel 7, eerste lid, onderdeel a,
                    van de Participatiewet genoemde doelgroepen. Een evenredige vertegenwoordiging
                    van bovengenoemde groepen in de cliëntenraad is daarom het uitgangspunt van deze
                    verordening. Dit voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is. Dit uitgangspunt is
                    in overeenstemming met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een
                    handicap. </al><tussenkop>Artikel 3. Beëindiging van lidmaatschap</tussenkop><al>Een belangrijk uitgangspunt van de Participatiewet is arbeidsintegratie van
                    uitkeringsgerechtigden. </al><al>In dit artikel wordt onder meer geregeld dat het lidmaatschap eindigt wanneer
                    het lid geen cliënt of vertegenwoordiger meer is. Hierdoor blijft de binding met
                    de doelgroep optimaal gewaarborgd. </al><al>Om te voorkomen dat leden plotseling wegvallen, en de cliëntenraad zijn taak
                    niet meer naar behoren kan uitoefenen, is geregeld dat het lid de functie kan
                    blijven waarnemen totdat in de vacature is voorzien. Deze bepaling is mede van
                    belang om nieuwe leden te kunnen voorbereiden op hun taak. Ook is geregeld dat
                    een lid geroyeerd kan worden wanneer 2/3 van de leden van de CPM hiertoe een
                    verzoek doet bij het college.</al><tussenkop>Artikel 4. Ambtelijk secretaris</tussenkop><al>Op grond van artikel 47, onderdeel b, van de Participatiewet moet worden
                    voorzien in ondersteuning om de cliëntenraad zijn rol effectief te kunnen laten
                    vervullen. Hiertoe wordt een ambtelijk secretaris aangewezen, die de CPM
                    ondersteunt bij haar activiteiten. Deze ambtenaar kan de communicatie tussen
                    college en gemeenteraad enerzijds en de cliëntenraad anderzijds stroomlijnen. </al><tussenkop>Artikel 5. Taken van het gemeentebestuur</tussenkop><al>Het gemeentebestuur zal over het nieuwe beleidsvoornemens van de gemeenteraad en
                    het college via de ambtelijk secretaris advies vragen aan de CPM op een dusdanig
                    tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming.
                    Als de adviesaanvraag tijdig wordt toegezonden, dan kan het advies van de CPM
                    van wezenlijke invloed zijn op het te nemen besluit. Cliëntenparticipatie is een
                    proces dat moet groeien. Om dit te bevorderen is het belangrijk dat de leden, de
                    wethouder en de ambtelijk secretaris elkaar regelmatig ontmoeten. </al><tussenkop>Artikel 6. Ondersteuning CPM</tussenkop><al>Om zijn taken effectief te kunnen vervullen is het van belang dat de CPM wordt
                    gefaciliteerd. Niet alleen vergaderruimte is van belang, maar ook de toegang tot
                    kantoormiddelen. Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de CPM. </al><tussenkop>Artikel 7. Taken en bevoegdheden van de CPM</tussenkop><al>De CPM is bevoegd gevraagd en ongevraagd advies te geven over het te ontwikkelen
                    beleid. Het advies wordt tijdig toegezonden voordat het college of de
                    gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen uitgebracht door
                    toezending aan de betreffende beleidsafdeling.</al><al>Dit artikel regelt tevens uitdrukkelijk dat de CPM geen bevoegdheid heeft in
                    individuele aangelegenheden. Ieder lid van de CPM is bevoegd agendapunten aan te
                    dragen. Dit moet uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan de vergadering
                    gebeuren. De agendapunten moeten worden gezonden aan de voorzitter. Contacten
                    tussen de CPM en de gemeente verlopen via de voorzitter en de ambtelijk
                    secretaris. </al><tussenkop>Artikel 8. Regionale afstemming</tussenkop><al>De uitvoering van de Participatiewet vindt plaats op het Werkplein in Helmond.
                    Het Werkplein doet dit voor de gehele Arbeidsmarktregio Helmond en Peelland.
                    Deze regio bestaat uit de gemeenten Asten, Someren, Laarbeek, Deurne,
                    Gemert-Bakel, Helmond en Geldrop-Mierlo. Binnen deze regio wordt naar een
                    uniform beleid gestreefd voor alle deelnemende gemeenten. In dit kader is er een
                    regionale cliëntenraad opgericht, die zich bezighoudt met cliëntenparticipatie
                    met onderwerpen die het Werkplein raken. In dit artikel is de verhouding
                    geregeld tussen deze regionale cliëntenraad en de CPM. </al><tussenkop>Artikel 9. Taken van de ambtelijk secretaris</tussenkop><al>De ambtelijk secretaris vormt de ambtelijke schakel tussen de gemeenteraad en
                    het college en de CPM. Hij zal erop moeten toezien dat alle partijen informatie
                    tijdig ontvangen of verstrekken, zodat alle partijen hun taak effectief kunnen
                    vervullen. Doordat de ambtelijk secretaris (mede) is belast met de agendering en
                    verslaglegging kan hij ervoor waken dat alle partijen naar evenredigheid aan bod
                    komen. </al><tussenkop>Artikel 10. Budget CPM</tussenkop><al>Voor deskundigheidsbevordering wordt jaarlijks door het college een budget
                    beschikbaar gesteld. Ten laste hiervan kunnen onder meer kosten worden gebracht
                    die verband houden met deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies,
                    achterbanraadpleging en organisatiekosten. Deze middelen worden door het college
                    beschikbaar gesteld op basis van een door de CPM opgestelde begroting, die door
                    het college dient te worden beoordeeld. De CPM moet jaarlijks achteraf
                    verantwoording afleggen over de besteding van de middelen.</al><tussenkop>Artikel 11 Onvoorziene situaties</tussenkop><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 12. Nadere regels</tussenkop><al>Het college heeft de mogelijkheid om op basis van deze verordening nadere regels
                    te bepalen. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld procedurevoorschriften </al><tussenkop>Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>