<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR370482_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Tegenprestatie Participatiewet IOAW en IOAZ 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervallen van rechtswege</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 mei 2015 nr. TB
                        15.5037761;</al><al>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet,
                        artikel 35, onderdeel d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 35, onderdeel
                        d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                        gewezen zelfstandigen;</al><al>overwegende dat</al><lijst><li nr="-"><al>de gemeente Ten Boer mensen met een uitkering die geen
                                re-integratietraject volgen of anderszins activiteiten ontplooien
                                wil stimuleren tot het naar vermogen verrichten van
                                vrijwilligerswerk;</al></li><li nr="-"><al>bij uitkeringsgerechtigden die geen vrijwilligerswerk doen er op
                                wordt aangedrongen een tegenprestatie te leveren naar vermogen;</al></li><li nr="-"><al>de keuze van belanghebbende voor een bepaalde activiteit voorop moet
                                staan;</al></li><li nr="-"><al>het daadwerkelijk opdragen van de tegenprestatie slechts is bedoeld
                                als uiterste middel om uitkeringsgerechtigden te bewegen actief te
                                worden;</al></li></lijst><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ
                        2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is
                                redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar;</al></li><li nr="-"><al>korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is
                                redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar;</al></li><li nr="-"><al>mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,
                                beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van
                                jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de
                                Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen
                                personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het
                                kader van een hulpverlenend beroep.</al></li><li nr="-"><al>vrijwilligerswerk: werk dat in enig verband onverplicht en onbetaald
                                wordt verricht, voor anderen of de samenleving</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
                        additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
                        werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al>naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
                                arbeidsmarkt;</al></li><li nr="b."><al>niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument; en</al></li><li nr="c."><al>niet leiden tot verdringing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een belanghebbende met een grote afstand tot de
                            arbeidsmarkt een tegenprestatie opdragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met
                            de volgende factoren:</al><lijst><li nr="a."><al>de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door
                                    een belanghebbende;</al></li><li nr="b."><al>de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
                                    belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen;</al></li><li nr="c."><al>de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende
                                    moeten in overweging worden genomen;</al></li><li nr="d."><al>de keuze van belanghebbende voor een door hem aangedragen vorm
                                    van tegenprestatie moet zwaar wegen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>College ziet af van het opleggen van een tegenprestatie indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de belanghebbende voor ten minste acht uur per week
                                    vrijwilligerswerk verricht, waarvoor toestemming is verkregen
                                    van het college;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende deelneemt aan activiteiten in het kader van
                                    een re-integratietraject of als een aanbod daartoe is
                                    gedaan;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende zorgtaken verricht, waaronder mantelzorg, die
                                    naar het oordeel van het college noodzakelijk worden
                                    geacht;</al></li><li nr="d."><al>de belanghebbende een parttime baan heeft. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat sprake
                            is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het voorgaande lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van zes
                            weken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal acht uren per
                            week.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tegenprestatie kan binnen een periode van twaalf maanden slechts een
                            keer worden opgedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Vergoeding kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er kan door het college een onkostenvergoeding worden verstrekt voor
                            onkosten die verband houden met de tegenprestatie. Het moet dan gaan om
                            daadwerkelijk gemaakte, noodzakelijke kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt welke onkosten redelijkerwijs voor vergoeding in
                            aanmerking komen. Onkostenvergoeding is alleen mogelijk op basis van
                            ingediende declaraties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><al>Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden
                        voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie
                        Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 24 juni 2015.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>R.Sj. Bosma N.A. van de Nadort</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>A</vet><vet>lgemene
                            </vet><vet>toelichting </vet></al><al>De Participatiewet vraagt van de gemeente om beleid te ontwikkelen rond de
                        tegenprestatie zoals die is opgenomen in artikel 9 van de wet. Artikel 8a
                        van de wet geeft de opdracht aan de gemeente om een verordening vast te
                        stellen. </al><al>In het bestuursakkoord ‘Oog voor ontwikkelingen’ d.d. 14 april 2014 en de
                        nota ‘Invoering Participatiewet in de gemeente Ten Boer – Het kader’ die op
                        28 januari 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, is het volgende
                        beleidskader opgenomen:</al><al>“De gemeente dringt er op aan mensen die een bijstandsuitkering ontvangen,
                        en niet in een re-integratietraject zitten, tot het leveren van een
                        ‘tegenprestatie’. Dit kan in de vorm van vrijwilligerswerk. Een combinatie
                        met de Wmo is dan mogelijk, bijvoorbeeld door te kijken of vrijwilligers
                        ingezet kunnen worden om oudere mensen, jongeren of mensen met een beperking
                        te begeleiden bij vervoer, bij administratieve klussen, tuinonderhoud of
                        elke andere mogelijke hulpvraag. Een tegenprestatie willen we niet dwingend
                        opleggen, maar mensen overtuigen van nut en noodzaak van de tegenprestatie.
                        Onkosten die door bijstandsgerechtigden worden gemaakt bij het uitvoeren van
                        de tegenprestatie worden vergoed”. </al><al>Tegenprestatie </al><al>De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college
                        opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten,
                        naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot
                        verdringing op de arbeidsmarkt. </al><al>Het verrichten van een tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk
                        nuttige werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het
                        ontvangen van een uitkering. </al><al>Geen tegenprestatie</al><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals bijvoorbeeld zorgtaken of
                        tijdelijke medische beperkingen - aanwezig zijn, draagt het college geen
                        tegenprestatie op.</al><al>De plicht tot tegenprestatie is sowieso niet van toepassing op een
                        belanghebbende die een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet en
                        die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van
                        de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de
                        Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing
                        op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als
                        bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 38,
                        eerste lid, van de IOAW of artikel 38, eerste lid, van de IOAZ.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de
                        Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                        gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing
                        op deze verordening.</al><al>Mantelzorg</al><al>Het verlenen van mantelzorg overstijgt qua duur en intensiteit de normale
                        gang van zaken. Het gaat om hulp die verder gaat dan gebruikelijke hulp.
                        Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en
                        inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als
                        leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een
                        gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat
                        huishouden.</al><al>Bij mantelzorg, verleend door personen uit de directe omgeving van de
                        zorgvrager en rechtstreeks voortvloeiend uit de sociale relatie, wordt de
                        normale (gebruikelijke) zorg in zwaarte, duur en/of intensiteit aanmerkelijk
                        overschreden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>en 3. Inhoud en opdragen tegenprestatie</titel></kop><al>Het moet gaan om een opgedragen tegenprestatie ‘naar vermogen’. Het is dus
                        van belang dat belanghebbende ook in staat is de werkzaamheden te
                        verrichten. Het college dient maatwerk toe te passen bij het opdragen van
                        een tegenprestatie. Immers, niet alle onbeloonde maatschappelijk nuttige
                        werkzaamheden kunnen worden opgedragen aan elke uitkeringsgerechtigde.
                        Rekening moet worden gehouden met de persoonlijke wensen en kwaliteiten
                        alsmede de individuele omstandigheden van belanghebbende, waaronder
                        leeftijd, opleiding, werkervaring en andere relevante persoonlijke
                        omstandigheden. Ook moet rekening worden gehouden met het fysieke en
                        psychische vermogen van belanghebbende. Als het college een tegenprestatie
                        vraagt van belanghebbende, moet het een duidelijke omschrijving geven van de
                        te verrichten werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende immers
                        duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem wordt verwacht. Voorts wordt bij
                        opdragen van een tegenprestatie rekening gehouden met praktische
                        omstandigheden zoals reistijd, beschikbaarheid van kinderopvang en dus of
                        belanghebbende al maatschappelijke activiteiten verricht.</al><al>Werkzaamheden die kunnen worden ingezet</al><al>Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
                        additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
                        werkzaamheden voldoen aan de in artikel 3, eerste lid, van deze verordening
                        genoemde voorwaarden. </al><al>Tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing De tegenprestatie mag niet
                        worden ingezet in het kader van de re-integratie. De tegenprestatie mag
                        bovendien niet direct gericht zijn op toeleiding naar de arbeidsmarkt en is
                        dan ook niet bedoeld als re-integratie-instrument. Het betreffen
                        werkzaamheden die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid
                        en die niet mogen leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Reguliere
                        werkzaamheden kunnen daarom niet als tegenprestatie worden ingezet. De
                        tegenprestatie mag het accepteren van passende arbeid of van
                        re-integratie-inspanningen niet belemmeren. Het uitgangspunt werk boven
                        uitkering staat voorop. </al><al>Tegenprestatie opdragen aan personen met grote afstand tot arbeidsmarkt</al><al>De raad kiest er in deze verordening voor te bepalen dat het college een
                        tegenprestatie in beginsel uitsluitend kan opdragen aan een belanghebbende
                        die een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Dit impliceert dat aan
                        belanghebbenden die een korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben geen
                        tegenprestatie wordt opgedragen. De raad heeft hiervoor gekozen opdat
                        personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt zich volledig kunnen
                        richten op de arbeidsplicht en de re-integratieplicht, zoals het naar
                        vermogen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgen. Bij personen met een
                        korte afstand tot de arbeidsmarkt kan redelijkerwijs worden verwacht dat hun
                        inspanningen eerder zullen leiden tot uitstroom. Daarom wordt aan personen
                        met een korte afstand tot de arbeidsmarkt geen tegenprestatie opgedragen. De
                        tegenprestatie mag immers het accepteren van passende arbeid of van
                        re-integratie-inspanningen niet belemmeren aangezien werk boven uitkering
                        als uitgangspunt geldt. Aan personen met een grote afstand tot de
                        arbeidsmarkt kan het college wel een tegenprestatie opdragen.</al><al>Keuze belanghebbende</al><al>Belanghebbende kan zelf ideeën aandragen voor de als tegenprestatie te
                        verrichten werkzaamheden. Het is belangrijk dat waar mogelijk de keuze/het
                        idee van belanghebbende wordt gevolgd. Het college kan in beleidsregels
                        bepalen wanneer een belanghebbende zijn keuze voor het verrichten van
                        maatschappelijk nuttige activiteit kenbaar maakt aan het college. Kortom:
                        het college heeft beleidsvrijheid om een tegenprestatie op te leggen. Het
                        college bepaalt uiteindelijk of, en zo ja welke tegenprestatie wordt
                        opgedragen. Tegen een besluit tot het opdragen van een tegenprestatie kan
                        bezwaar en beroep worden aangetekend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Het is niet de bedoeling van de gemeente een tegenprestatie op te leggen aan
                        diegene die al op een of andere wijze maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                        verricht.</al><al>Om die reden wordt in artikel 4 een aantal activiteiten opgesomd, waarvoor
                        een vrijstelling geldt.</al><al>In de eerste plaats geldt dit uiteraard voor degene die vrijwilligerswerk
                        verricht. Vrijwilligerswerk kan zeer divers van aard zijn. Wat onder
                        vrijwilligerswerk wordt verstaan staat omschreven in artikel 1 bij de
                        begripsomschrijvingen.</al><al>In de tweede plaats is vrijgesteld degene die deelneemt aan activiteiten in
                        het kader van een re-integratietraject, of aan wie al een aanbod is gedaan,
                        maar nog niet is gestart met de re-integratievoorziening. Voor personen die
                        een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben, kan worden gedacht aan het
                        uitvoeren van werkzaamheden op een participatieplaats (artikel 10a
                        Participatiewet) of sociale activering (artikel 6, eerste lid, onderdeel c
                        van de Participatiewet).</al><al>In de derde plaats wordt vrijgesteld degene die zorgtaken verricht als
                        mantelzorger. Wat onder mantelzorger moet worden verstaan is uitgelegd in de
                        artikelsgewijze toelichting bij artikel 1. We hebben dit begrip ruim
                        omschreven, zodat ook andere vormen van zorgverlening die strikt genomen
                        niet onder het begrip mantelzorg vallen, maar wel noodzakelijk is, kunnen
                        worden meegenomen in de beoordeling of wel een aanbod voor een
                        tegenprestatie moet worden gedaan. </al><al>Als laatste is de degene vrijgesteld die een parttime baan heeft. Evenals
                        degenen die een re-integratietraject volgen, verrichten deze
                        uitkeringsgerechtigden niet alleen maatschappelijke activiteiten, ze zijn
                        ook nog bezig te werken aan hun uitstroom.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het eerste lid regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor een maximale
                        duur van zes weken per periode. De tegenprestatie mag dus niet langer duren
                        dan zes weken achter elkaar.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de tegenprestatie voor maximaal acht uur per
                        week mag worden ingezet. Om enigszins nuttig te zijn voor een
                        maatschappelijke organisatie, moet belanghebbende wel voor een minimaal
                        aantal uren beschikbaar zijn voor de opgedragen activiteiten.</al><al>Het derde lid geeft aan dat de tegenprestatie maar een keer per jaar mag
                        worden ingezet. Met dit artikel wordt aangesloten bij een modelverordening
                        die door de Vereniging Nederlandse Gemeenten is opgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Vergoeding kosten</titel></kop><al>Aan de tegenprestatie is op zich geen vergoeding verbonden. Dat is ook niet
                        mogelijk. Immers het verrichten van een tegenprestatie is bedoeld om iets
                        terug te doen voor het ontvangen van een uitkering. De uitkering is derhalve
                        de vergoeding voor de tegenprestatie.</al><al>Onkosten</al><al>De onkosten die noodzakelijkerwijze moeten worden gemaakt om de
                        tegenprestatie te kunnen uitvoeren, komen wel in aanmerking voor vergoeding.
                        Het college bepaalt welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><al>In deze verordening kiest de raad ervoor dat geen tegenprestatie wordt
                        opgedragen indien geen maatschappelijk nuttige werkzaamheden binnen de eigen
                        gemeentegrenzen voorhanden zijn. De Participatiewet verplicht gemeenten niet
                        om buiten de eigen gemeentegrens een tegenprestatie te laten verrichten.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2015. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>