<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR370442_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2015, 26</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 6 tweede lid Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-04-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-08-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB15.0029</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                                worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        Den Helder;</al></li><li nr="b."><al>de gemeenteraad: de gemeenteraad van Den Helder;</al></li><li nr="c."><al>de wet: de Participatiewet;</al></li><li nr="d."><al>Regionaal Werkbedrijf: overleg tussen gemeenten, UWV,
                                        sociale werkvoorziening, re-integratiebedrijven, werkgevers
                                        en werknemers binnen de arbeidsmarktregio over de wijze
                                        waarop de doelgroep van de Participatiewet ondersteund wordt
                                        bij het vinden van werk;</al></li><li nr="e."><al>loonwaarde: vastgesteld percentage van het rechtens geldende
                                        loon voor de door een persoon, die tot de doelgroep
                                        loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een functie
                                        naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie
                                        van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding
                                        en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie
                                        behoort.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De loonkostensubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven
                                        in artikel 7, eerste lid van de wet;</al></li><li nr="b."><al>de persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het
                                        wettelijk minimumloon te verdienen; en</al></li><li nr="c."><al>de persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie;</al></li><li nr="d."><al>de persoon behoort niet tot een gezin met een inkomen of
                                        vermogen dat hoger is dan de bijstandsnorm of vermogensgrens
                                        zoals opgenomen in de wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan advies inwinnen over het oordeel of een persoon tot
                                de doelgroep loonkostensubsidie behoort. De adviseur neemt daarbij
                                de in het tweede lid neergelegde criteria in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt de loonkostensubsidie nadat de loonwaarde is
                                vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de loonkostensubsidie wordt vastgesteld conform de
                                bepalingen conform artikel 10, vierde lid van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De loonkostensubsidie wordt toegekend nadat de persoon in dienst is
                                getreden. Voorafgaand aan de indiensttreding wordt – indien gewenst
                                – gebruik gemaakt van een proefplaatsing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De loonwaarde</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze bepalen loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wint advies in bij een externe partij voor het bepalen
                                van de loonwaarde en stelt vast welke methode wordt gehanteerd voor
                                het vaststellen van de loonwaarde van de persoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt vast of en zo ja welke externe organisatie
                                adviseert met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van
                                een persoon. Het college neemt het advies van het Regionaal
                                Werkbedrijf, voor wat betreft het hanteren van een
                                loonwaarde-methode over.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De loonwaarde-methode is een objectieve meting van competenties
                                gebaseerd op kennis van werknemers met verminderde loonwaarde. De
                                definitieve bepaling van de loonwaarde vindt eerst plaats na
                                bedrijfsbezoek. De bepaling van de loonwaarde wordt vastgelegd in
                                een schriftelijk rapport met een advies. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De externe organisatie neemt daarbij de in artikel 2, tweede lid,
                                onderdelen b en c van deze verordening genoemde criteria in acht en
                                hanteert de methode genoemd in het derde lid van dit artikel. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Loonkostensubsidie
                            Participatiewet </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt na publicatie met terugwerkende kracht in
                            werking op 1 april 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 15 juni 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen: </al><al/><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al><al/></li></lijst><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de wet. Personen zoals bedoeld in
                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet die mogelijkheden tot
                    arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse
                    arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                    behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                    van de wet).</al><al/><al>In de Re-integratieverordening Participatiewet is de doelgroep aan wie een
                    re-integratievoorziening wordt aangeboden beperkt in verband met het inkomen en
                    het vermogen. Als het gezinsinkomen hoger is dan de bijstandsnorm en het
                    vermogen meer is dan de vermogensgrens zoals bepaald in de wet, wordt geen
                    aanbod gedaan. Dat is ook van toepassing op de loonkostensubsidie. </al><al/><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan moet het college in beginsel de loonwaarde van
                    die persoon vaststellen (artikel 10d, eerste lid, van de wet). Hiervoor is geen
                    aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een
                    beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>Het is niet toegestaan om een subsidieplafond in te stellen. In artikel 10d van
                    de wet is bepaald dat als een werkgever een dienstbetrekking aangaat met iemand
                    uit de doelgroep loonkostensubsidie, het college deze subsidie moet
                    verstrekken.</al><al/><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon uit de doelgroep loonkostensubsidie verrichte arbeid in een
                    functie. De loonwaarde wordt vastgesteld naar evenredigheid van de
                    arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een
                    soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie
                    behoort (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, van de wet).</al><al/><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                    worden ingezet voor mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van
                    loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor
                    een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente
                    werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 Begrippen</tussenkop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn van toepassing. Ze zijn niet
                    herhaald in deze verordening. </al><al/><tussenkop>Artikel 2 Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie </tussenkop><al>Lid 1</al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij: </al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen; </al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                            vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend; </al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;
                        </al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en </al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. </al><al/></li></lijst><al>Lid 2 onderdeel d</al><al>De begrenzing voor wat betreft het inkomen is opgenomen in de
                    Re-integratieverordening Participatiewet versie en is ook van toepassing op het
                    instrument loonkostensubsidie. </al><al/><al>Lid 3 </al><al>Bij de vaststelling of iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie kan
                    het college zich laten adviseren. In artikel 4 van deze verordening is opgenomen
                    op welke wijze de loonwaarde wordt bepaald. Het college draagt de personen voor
                    die zouden kunnen behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie. Op basis van het
                    advies beslist het college of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie
                    behoort. Als sprake is van een onzorgvuldige totstandkoming van het advies, kan
                    besloten worden het advies niet te volgen. </al><al/><tussenkop>Artikel 3 Loonkostensubsidie </tussenkop><al>In artikel 10d van de Participatiewet is geregeld dat het college een
                    loonkostensubsidie kan verstrekken aan een werkgever die de intentie heeft om
                    een arbeidsovereenkomst aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie. Ook is in dit artikel geregeld dat het college de persoon
                    eerst een proefplaatsing kan aanbieden met het oog op de vaststelling van een
                    reële loonwaarde. Het college bepaalt de loonkostensubsidie nadat de loonwaarde
                    is vastgesteld. De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 70% van het wettelijk
                    minimum loon voor de werkgever gedurende de dienstbetrekking. </al><al/><tussenkop>Artikel 4 Wijze bepalen loonwaarde</tussenkop><al>Lid 1</al><al>De wijze van bepalen van de loonwaarde is in regionaal verband bepaald. Binnen
                    de arbeidsmarktregio Noord Holland Noord is gekozen voor Dariuz. Dit is een
                    gecertificeerd meetinstrument, waarmee de loonwaarde op zo objectief mogelijke
                    wijze kan worden vastgesteld door daartoe opgeleide en gekwalificeerde
                    professionals.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere uitleg.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Inwerkingtreding </tussenkop><al>De terugwerkende kracht tot 1 april 2015 is opgenomen in de verordening, zodat
                    de toekenningen van loonkostensubsidie en de loonwaarde metingen die gedaan zijn
                    na 1 april 2015 onder de werking van deze verordening vallen. Voor de datum van
                    1 april 2015 zijn er geen loonwaarde metingen gedaan. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>