<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR370225_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening burgerparticipatie Sociaal Domein gemeente Oldebroek 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 04-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening burgerparticipatie Sociaal Domein gemeente Oldebroek 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, artikel 47.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 2.1.3., lid 3.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, hoofdstuk XI</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening burgerparticipatie Sociaal Domein gemeente Oldebroek 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening burgerparticipatie Sociaal Domein gemeente Oldebroek 2015</al><al/><al>Kenmerk: 183879</al><al/><al/><al/><al>De raad van de gemeente Oldebroek;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober
                        2014;</al><al/><al>gelet op artikel 47 van de Participatiewet (PW), artikel 2.1.3 derde lid van
                        de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en hoofdstuk XI van de
                        Jeugdwet;</al><al/><al>overwegende dat de gemeenteraad bij verordening regels dient te stellen op
                        welke wijze inwoners, cliënten of hun vertegenwoordigers worden betrokken
                        bij de voorbereiding en de uitvoering van deze wetten;</al><al/><al>overwegende voorts dat het voor inwoners, cliënten en/of hun
                        vertegenwoordigers mogelijk moet zijn om invloed uit te oefenen op het
                        lokale beleid;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de Verordening burgerparticipatie Sociaal Domein gemeente
                        Oldebroek 2015.</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                            nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de
                            Participatiewet (PW), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo),
                            de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.</al><al>2. In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a. cliënt: degene die een beroep doet op ondersteuning door de gemeente
                            binnen het Sociaal Domein.</al><al>b. het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                            gemeente Oldebroek.</al><al>c. de raad: de gemeenteraad van de gemeente Oldebroek.</al><al>d. adviesraad: het door het college ingestelde orgaan dat het college
                            adviseert over beleidskaders binnen het Sociaal Domein in de gemeente
                            Oldebroek.</al><al>e. inwoners: natuurlijke- en rechtspersonen die een bijdrage leveren aan
                            het Sociaal Domein in de gemeente Oldebroek.</al><al>f. Sociaal Domein: beleidsterreinen gericht op de sociale positie van de
                            gemeente en haar inwoners en alle netwerken, instellingen, scholen,
                            ondernemers die daaraan een bijdrage leveren.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Adviesraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doel</titel></kop><al>1. De adviesraad wordt ingesteld om de inwoners, cliënten en/of hun
                            vertegenwoordigers actief te betrekken bij de voorbereiding en de
                            uitvoering van het beleid binnen het Sociaal Domein. </al><al>2. De adviesraad is klankbord voor zowel de inwoners, cliënten en/of hun
                            vertegenwoordigers, als voor het college. </al><al>3. De adviesraad vormt een brug tussen inwoners en de gemeente
                            Oldebroek. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken</titel></kop><al>1. De adviesraad geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het college met
                            betrekking tot voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van
                            het beleid Sociaal Domein.</al><al>2. De adviesraad signaleert relevante ontwikkelingen en knelpunten op
                            het gebied van het Sociaal Domein.</al><al>3. De adviesraad is niet bevoegd te adviseren naar aanleiding van
                            individuele klachten, bezwaarschriften of andere zaken met betrekking
                            tot een individuele cliënten, met uitzondering van de hierbij
                            gehanteerde procedures en regelingen.</al><al>4. De adviesraad brengt jaarlijks vóór 1 mei verslag aan het college uit
                            van de activiteiten, bevindingen en kosten over het voorgaande jaar,
                            waarbij in ieder geval wordt aangegeven:</al><al>a. het aantal uitgebrachte gevraagde en ongevraagde adviezen</al><al>b. op welke wijze en in welke frequentie de adviesraad contact heeft
                            gehad met inwoners, cliënten en/of hun vertegenwoordigers;</al><al>c. op welke wijze eventuele klankbordgroepen betrokken zijn geweest bij
                            de adviezen;</al><al>d. op welke wijze de financiële middelen zijn besteed.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>1. De adviesraad is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig
                            samengesteld dat deze een afspiegeling vormt van inwoners, cliënten
                            en/of hun vertegenwoordiger binnen de beleidsterreinen van het Sociaal
                            Domein.</al><al>2. In de adviesraad kunnen zowel inwoners, als cliënten en/of hun
                            vertegenwoordigers zitting hebben.</al><al>3. Tenminste 75% van het maximaal aantal leden als vermeld in het vijfde
                            lid dient woonachtig te zijn in de gemeente Oldebroek.</al><al>4. De overige leden moeten een aantoonbare binding hebben met de
                            gemeente Oldebroek. </al><al>5. De adviesraad bestaat uit maximaal 13 leden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Selectie en benoeming van de leden</titel></kop><al>1. De voorzitter en de leden, worden, op basis van een profielschets,
                            geworven en voorgedragen door een door het college in te stellen
                            selectiecommissie of door de zittende adviesraad. </al><al>2. De secretaris, plaatsvervangend secretaris en plaatsvervangend
                            voorzitter worden door de leden uit hun midden voorgedragen.</al><al>3. De voorzitter en de leden worden door het college benoemd voor een
                            periode van maximaal 4 jaar;</al><al>4. De adviesraad stelt een zodanig rooster van aftreden op, dat de
                            continuïteit van kennis en ervaring zoveel als mogelijk is
                            gewaarborgd.</al><al>5. Herbenoeming kan, op voordracht van een meerderheid van de leden,
                            eenmaal plaatsvinden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beëindiging benoeming leden</titel></kop><al>1. De benoeming eindigt als de termijn als bedoeld in artikel 5, lid 3
                            t/m 5 is verstreken.</al><al>2. In afwijking van het vorige lid eindigt de benoeming als het lid niet
                            (meer) voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 4, lid 3, dan wel lid
                            4.</al><al>3. Een lid kan te allen tijde zijn benoeming beëindigen door dit
                            schriftelijk te melden aan de adviesraad en het college.</al><al>4. Tenslotte kan het college de benoeming van een lid beëindigen, als de
                            meerderheid van de adviesraad dit schriftelijk heeft verzocht aan het
                            college.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Kosten</titel></kop><al>1. De adviesraad krijgt van het college de beschikking over een
                            werkbudget.</al><al>2. Het werkbudget wordt jaarlijks vastgesteld op basis van een begroting
                            van de adviesraad.</al><al>3. De begroting moet vóór 1 september van het voorafgaande jaar worden
                            ingediend bij het college.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><al>1. De adviesraad vergadert minimaal zes keer per jaar plenair.</al><al>2. De data van de vergadering worden zo mogelijk afgestemd op de data
                            van de raadsvergaderingen.</al><al>3. Het college wijst een contactpersoon vanuit de gemeente aan en een
                            notulist voor verslaglegging van de vergaderingen.</al><al>4. De vergaderingen van de adviesraad zijn openbaar, tenzij een
                            meerderheid van de leden anders heeft bepaald of het college daarom
                            heeft gevraagd.</al><al>5. Ten minste twee maal per jaar nemen de portefeuillehouders op het
                            gebied van het Sociaal Domein deel aan een vergadering, waarbij de
                            portefeuillehouders in ieder geval de vergadering bijwonen, waarin het
                            verslag over het voorgaande jaar wordt toegelicht.</al><al>6. Tenzij de adviesraad anders beslist, is tijdens een vergadering
                            ambtelijke ondersteuning aanwezig.</al><al>7. (Vertegenwoordigers van) het college en de leden kunnen uiterlijk tot
                            twee weken voor de vergaderdatum bij de secretaris agendapunten en
                            stukken voor de vergadering indienen.</al><al>8. De secretaris van de adviesraad draagt zorg voor het samenstellen van
                            de agenda van de vergadering.</al><al>9. De contactpersoon zorgt voor vergaderruimte en vermenigvuldiging en
                            verzending van de agenda en bijbehorende stukken.</al><al>10. De agenda en stukken wordt ten minste één week voor de vergadering
                            aan de leden en de ambtelijke ondersteuning toegezonden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Advies</titel></kop><al>1. Ten behoeve van een advies kan de adviesraad aanvullende informatie
                            vragen bij het college;</al><al>2. Het college verstrekt de aanvullende informatie als bedoeld in lid 1
                            voor zover dit niet in strijd is met enige wettelijke bepaling of het
                            algemeen belang </al><al>3. Het college geeft binnen twee weken na behandeling van het voorstel
                            in haar vergadering een reactie op een door de adviesraad uitgebracht
                            advies.</al><al>4. Het advies met de reactie van het college wordt ter informatie
                            aangeboden aan de raad, indien het voorstel waarop advies is gegeven
                            onderdeel is van de besluitvorming door de raad.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De benoemingen van de leden op grond van de Verordening
                            burgerparticipatie maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek
                            2009, zoals die op de dag voor de dag van de inwerkingtreding van deze
                            verordening van kracht waren, worden geacht benoemingen in het kader van
                            deze verordening te zijn, totdat die benoemingstermijn op grond van de
                            Verordening burgerparticipatie maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Oldebroek 2009 verstreken is.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015;</al><al>2. De Verordening burgerparticipatie maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Oldebroek 2009 wordt met ingang van 1 januari 2015
                            ingetrokken;</al><al>3. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening burgerparticipatie
                            Sociaal Domein </al><al>2015.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de gemeenteraad van Oldebroek</ondertekening><ondertekening>op 27 november 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , voorzitter mr. A. Hoogendoorn,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , griffier J. Tabak.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Algemene toelichting </al><al/><al>Voor wat betreft de medezeggenschap van inwoners, doelgroepen en
                            professionals worden minimaal de wettelijke verplichtingen geborgd.
                            Bepalend in de feitelijke vormgeving is echter de ambitie in het sociaal
                            domein zaken passend te organiseren in mens- en contextgedreven
                            vormen.</al><al/><al>Het doel van medezeggenschap in het sociale domein is een werkwijze voor
                            het hele sociale domein waarbij inwoners, (vertegenwoordigers van)
                            doelgroepen/cliënten en maatschappelijke organisaties:</al><al>• Betrokken worden bij de voorbereiding van beleid en
                            verordeningen;</al><al>• Mogelijkheden hebben om beleidsinitiatieven in te dienen en om het
                            college van gevraagd en ongevraagd advies te voorzien; en</al><al>• Mogelijkheden hebben om met de gemeente en met elkaar over de
                            beleidsuitvoering in gesprek te gaan.</al><al/><al>Met deze verordening wordt dus ook uitvoering gegeven aan artikel 47 van
                            de Participatiewet, artikel 2.1.3 derde lid van de Wet maatschappelijke
                            ondersteuning 2015 en hoofdstuk XI van de Jeugdwet. Daarin staat:</al><al>De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de wijze waarop
                            ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun
                            vertegenwoordigers, worden betrokken bij de uitvoering van deze wetten,
                            waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop deze personen of
                            hun vertegenwoordigers: </al><al>a. In de gelegenheid worden gesteld voorstellen voor het beleid te
                            doen;</al><al>b. vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit
                            te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en
                            beleidsvoorstellen; </al><al>c. worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen
                            vervullen; </al><al>d. deel kunnen nemen aan periodiek overleg; </al><al>e. onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden; </al><al>f. worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg
                            benodigde informatie. </al><al/><al>Wat de wetten onder “cliënten” verstaan, wordt beschreven in artikel 7,
                            eerste lid, onder a van de Participatiewet (PW), in artikel 1.1.1.,
                            eerste lid, onder “cliënt” van de Wet maatschappelijke ondersteuning
                            2015 (Wmo) en in artikel 1.1., onder “Jeugdige” van de Jeugdwet.</al><al/><al>Dit betreft:</al><al>1. Personen die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door
                            het college aangeboden voorziening en</al><al>• die algemene bijstand ontvangen volgens de PW, of</al><al>• als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, 35,
                            vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid, onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) tot het moment dat het
                            inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten
                            jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon
                            in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is
                            verleend, </al><al>• als bedoeld in artikel 10, tweede lid, </al><al>• met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene
                            nabestaandenwet (Anw), </al><al>• met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                            gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), </al><al>• met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                            gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)</al><al>• niet-uitkeringsgerechtigden</al><al>2. Personen die gebruik maken van een algemene voorziening of aan wie
                            een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door
                            of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste
                            lid van de Wmo;</al><al>3. Personen die: </al><al>• de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, </al><al>• de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en ten aanzien van wie op
                            grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is gedaan
                            overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van
                            Strafrecht, of </al><al>• de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig
                            jaar heeft bereikt, en voor wie de voortzetting van jeugdhulp als
                            bedoeld in onderdeel 1°, die was aangevangen, of voor wie het college
                            vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar heeft bepaald dat
                            een voorziening op het gebied van jeugdhulp noodzakelijk is of voor wie,
                            na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van
                            de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar
                            hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.</al><al/><al>Artikelsgewijze toelichting </al><al/><al>Artikel 1. Begrippen </al><al>Lid 1</al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet (PW), de Wet
                            maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de Jeugdwet, de Algemene wet
                            bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
                            deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze
                            verordening. </al><al/><al>Lid 2</al><al>Begrippen die niet in de wetten staan zijn:</al><al/><al>Client: in afwijking van het begrip cliënt, zoals dat staat omschreven
                            in de Wmo wordt voor deze verordening onder cliënt iedere belanghebbende
                            verstaan, die een beroep doet op ondersteuning in het gehele Soiciaal
                            Domein.</al><al/><al>Adviesraad: een groep vertegenwoordigers van de personen die in de
                            algemene toelichting uitgebreid beschreven zijn als cliënten. De
                            adviesraad gaat zich buigen over activiteiten op het gebied van het
                            Sociaal Domein, of te wel de beleidsterreinen waarop de doelgroep een
                            beroep kan doen.</al><al/><al>Inwoners: in het kader van deze verordening wordt met de omschrijving
                            van het begrip inwoners aangegeven dat het gaat om iedere inwoner van de
                            gemeente Oldebroek en organisatie in die in de gemeente Oldebroek een
                            bijdrage leveren aan het Sociaal Domein.</al><al/><al>Verder staat in artikel 1 lid 2 wat we in deze verordening verstaan
                            onder, het college, de raad en Sociaal Domein.</al><al/><al>Artikel 2. Doel van de adviesraad</al><al>Lid 1 beschrijft het doel van de adviesraad. Dit staat in de wetten
                            beschreven, namelijk “betrokken bij de uitvoering van de wet”. Wat
                            hieronder moet worden verstaan staat hiervoor in de algemene toelichting
                            vermeld. </al><al>De wijze waarop de gemeente Oldebroek de inwoners en cliënten betrekt,
                            is door de adviesraad actief te laten deelnemen in de
                            beleidsontwikkeling. Dit betekent dat zij betrokken wordt bij alle
                            beleidsmatige stukken die voor besluitvorming aan het college en aan de
                            gemeenteraad worden aangeboden.</al><al/><al>Lid 2 beschrijft een ander doel van de adviesraad, namelijk dat zij
                            dient als klankbord van de inwoners en cliënten. Hier bedoelt de
                            gemeente Oldebroek mee, dat de adviesraad het college informeert over
                            haar standpunt namens alle cliënten en namens alle klankbordgroepen en
                            andere organisaties die in de gemeente actief zijn binnen het Sociaal
                            Domein.</al><al>In lid 3 wordt de doelstelling van de adviesraad aangegeven dat zij een
                            verbinding vormen tussen inwoners, cliënten en organisaties binnen het
                            Sociaal Domein en de gemeente Oldebroek.</al><al/><al>Artikel 3. Taken</al><al>In lid 1 wordt aangegeven dat de adviesraad advies geeft aan het college
                            over voorgenomen beleid of over het huidige beleid. Dit kan zowel
                            gevraagd als ongevraagd. Het college is verplicht om de adviesraad
                            advies te vragen als het gemeentebestuur beleid wil aanpassen of nieuw
                            beleid wil introduceren. Het is ook mogelijk om als adviesraad een
                            voorstel te doen voor aanpassing van het huidige beleid. Dit kan door
                            ongevraagd advies te geven aan het college. </al><al/><al>In lid 2 wordt aangegeven dat de adviesraad ook een signaalfunctie heeft
                            op het terrein van het Sociaal Domein.</al><al/><al>In lid 3 is opgenomen dat de adviesraad niet bevoegd is om advies te
                            geven op (voorgenomen) besluiten die betrekking hebben op een
                            individueel persoon of huishouden en ook niet op organisatie- of
                            personeelsbeleid. </al><al>Voorbeelden hiervan zijn:</al><al>- een individueel besluit op een melding of een aanvraag;</al><al>- een (voorgenomen) besluit van het college op een bezwaarschrift; </al><al>- een (voorgenomen) besluit van het gemeentebestuur op reorganisatie van
                            een afdeling die zich met het Sociaal Domein bezig houdt;</al><al>- afhandeling van individuele klachten. </al><al>Hiervan zijn uitgezonderd de hierbij gehanteerde procedures en
                            regelingen, omdat dit een algemeen karakter heeft die voor iedere
                            belanghebbende geldt. De adviesraad behartigt het collectief belang van
                            de inwoners, cliënten en/of hun vertegenwoordigers, maar geen
                            individuele belangen.</al><al/><al>Lid 4 beschrijft een hele concrete taak van de adviesraad, namelijk
                            verantwoording afleggen aan het college over de manier waarop de
                            adviesraad haar taken doet. Enerzijds moet de adviesraad de uitgaven
                            verantwoorden, anderzijds moet de adviesraad ook haar bestaansrecht
                            verantwoorden, nl. in hoeverre zij haar vertegenwoordigende rol heeft
                            ingevuld in het afgelopen jaar. Hoe de adviesraad invulling geeft aan
                            het raadplegen van degenen die zij vertegenwoordigen is aan de
                            adviesraad.</al><al>Hoe de adviesraad deze verantwoording aan het college doet, is niet
                            beschreven. Dit is aan de adviesraad om te bepalen.</al><al/><al>Artikel 4. Samenstelling</al><al>Omdat het niet mogelijk is om alle cliënten persoonlijk te betrekken bij
                            de uitvoering van de wetten, ligt het voor de hand een adviesraad samen
                            te stellen die bestaat uit vertegenwoordigers van inwoners, cliënten of
                            vertegenwoordigers uit belangenorganisaties. </al><al>Dit betekent dat lid van de adviesraad kunnen worden:</al><al>- iedereen die zelf gebruik maakt van een voorziening als beschreven in
                            de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de
                            Jeugdwet of een van de aanpalende wetten binnen het gehele Sociaal
                            Domein, zoals bijvoorbeeld de WIA, Anw, IOAW of IOAZ. </al><al>- vertegenwoordigers van belangenorganisaties (geen aanbieder zijnde)
                            die in de gemeente Oldebroek werken binnen het Sociaal Domein.</al><al>- burgers met kennis van het Sociaal Domein of delen daarvan, voor zover
                            deze niet vallen onder de hiervoor genoemde groepen en zelf ook geen
                            aanbieder zijn.</al><al/><al>Om de actieve betrokkenheid van alle personen goed tot zijn recht te
                            kunnen laten komen, is het van belang dat de adviesraad een goede
                            afspiegeling vormt van alle belanghebbenden binnen het Sociaal Domein.
                            Onder belanghebbenden worden hier geen professionele organisaties
                            verstaan die diensten/zorg verlenen. </al><al>Een evenredige vertegenwoordiging in de adviesraad is het uitgangspunt
                            van de verordening. Dit uitgangspunt is in overeenstemming met het
                            VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. De
                            doelstelling van dit verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen
                            van het volledige genot door alle personen met een handicap van alle
                            mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid en het
                            bevorderen van de eerbiediging van hun inherente waardigheid (Zie het
                            Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 2007, nr. 169) </al><al/><al>Het blijft echter slechts uitgangspunt voor zover het redelijkerwijs
                            mogelijk is. Het is bijvoorbeeld eenvoudiger om een gepensioneerde
                            oudere die gebruik maakt van een voorziening uit de Wmo als lid te
                            krijgen dan een jeugdige die gebruik maakt van een voorziening uit de
                            Jeugdwet. </al><al/><al>De leden moeten in principe daadwerkelijk in de gemeente Oldebroek
                            wonen. Er mogen slechts enkele leden (maximaal 3) buiten de gemeente
                            Oldebroek wonen, maar dan moeten zij wel een aantoonbare binding met de
                            gemeente Oldebroek hebben. Bijvoorbeeld iemand die in de gemeente
                            Oldebroek werkt binnen het Sociaal Domein of een vertegenwoordiger is
                            van een cliënt. Er is er voor gekozen geen limitatieve opsomming te
                            geven om een bepaalde mate van flexibiliteit te houden, waarbij kennis
                            en ervaring van kandidaten die een belangrijke bijdrage kunnen leveren
                            aan de doelstelling van de adviesraad essentieel is. In voorkomende
                            gevallen neemt het college pas een beslissing na overleg met de
                            adviesraad. </al><al/><al>De adviesraad bestaat uit maximaal 13 leden. Dit aantal is gekozen om de
                            besluitvorming binnen de adviesraad slagvaardig te houden. Mochten het
                            niet mogelijk zijn om 13 leden te werven, dan wordt een oneven aantal
                            geadviseerd, zodat bij stemming altijd een meerderheid ontstaat.</al><al/><al>Artikel 5. Selectie en benoeming van de leden</al><al>Op basis van een profielschets kunnen kandidaten zich beschikbaar
                            stellen of kan de huidige adviesraad kandidaten voordragen aan een in te
                            stellen selectiecommissie. Omdat de voorzitter een verbindende positie
                            inneemt wordt in ieder geval voor deze functie een afzonderlijke
                            profielschets opgesteld.</al><al/><al>In lid 2 is aangegeven dat de voor de adviesraad belangrijke functies
                            als de secretaris, plaatsvervangend secretaris en plaatsvervangend
                            voorzitter door de leden van de adviesraad uit hun midden worden
                            voorgedragen. </al><al/><al>De leden worden in principe benoemd voor een termijn van 4 jaar. Op
                            verzoek van een lid of op verzoek van de selectiecommissie, kan een lid
                            ook worden benoemd voor een kortere periode. Omdat het belangrijk is dat
                            de continuïteit gewaarborgd is moet een zodanig rooster van aftreden
                            worden opgesteld dat dit gewaarborgd is. Daarbij is het van belang dat
                            in ieder geval de voorzitter en de secretaris niet gelijktijdig
                            aftreden. Het wordt aan de adviesraad overgelaten een zodanig rooster op
                            te stellen. Dit kan bijvoorbeeld worden opgenomen in een huishoudelijk
                            reglement.</al><al/><al>De leden kunnen benoemd worden voor een tweede termijn, als de
                            meerderheid van de (overige) leden van de adviesraad het eens zijn met
                            herbenoeming. Ook dit is in principe 4 jaar, tenzij het lid zelf of de
                            selectiecommissie anders verzoekt.</al><al/><al>Artikel 6. Beëindiging benoeming leden</al><al>Er zijn drie manieren waarop een persoon geen lid meer kan zijn van de
                            adviesraad:</al><al>1. Automatisch omdat de (tweede) termijn is afgelopen of omdat de
                            persoon niet meer woon-achtig is in de gemeente Oldebroek en/of geen
                            aantoonbare binding meer heeft met de gemeente Oldebroek;</al><al>2. Door schriftelijk de benoeming te beëindigen omdat de persoon geen
                            lid meer wil zijn van de adviesraad of;</al><al>3. Omdat de meerderheid van de adviesraad het lidmaatschap van de
                            persoon niet meer wenselijk acht.</al><al>Bij deze laatste situatie beslist het college na het toepassen van hoor
                            en wederhoor. </al><al/><al>Artikel 7. Kosten</al><al>Het college geeft de adviesraad een werkbudget om activiteiten te kunnen
                            uitvoeren die verband houden met bijvoorbeeld deskundigheidsbevordering,
                            het inwinnen van advies, achterbanraadpleging en organisatiekosten. Deze
                            kosten kunnen uitsluitend ten laste van het budget worden gebracht als
                            er een bewijsstuk van de gemaakte kosten aan het college kan worden
                            getoond. Het werkbudget wordt door het college jaarlijks vastgesteld op
                            basis van een door de adviesraad in te dienen begroting. Deze begroting
                            moet jaarlijks vóór 1 september bij het college worden ingediend onder
                            vermelding van de te verwachten kosten per onderwerp en de planning van
                            de bestedingen. </al><al/><al>Artikel 8. Vergaderingen</al><al>De adviesraad vergadert minimaal zes keer per jaar waarbij alle leden
                            van de adviesraad wordt uitgenodigd. Het is wenselijk om aan te sluiten
                            op de raadsvergaderingen, zodat een het besluitvormingstraject zo kort
                            mogelijk is.. </al><al/><al>Het college wijst een ambtenaar aan als contactpersoon vanuit de
                            gemeente. Dit is doorgaans iemand die betrokken is bij de
                            beleidsontwikkeling binnen het Sociaal Domein. </al><al>Daarnaast wijst het college in samenspraak met de adviesraad een
                            notulist aan voor verslaglegging van de vergaderingen.</al><al/><al>De leden 4 tot en met 6 van dit artikel gaan over de aanwezigen bij de
                            vergadering.</al><al>Deze vergaderingen zijn in principe openbaar. Omdat er agendapunten
                            kunnen zijn die nog niet geschikt zijn voor de openbaarheid kan een
                            meerderheid van de leden, al dan niet op verzoek van het college,
                            besluiten dat de vergadering niet openbaar is.</al><al/><al>Ten minste twee maal per jaar, sluit de portefeuillehouder met de
                            portefeuille Sociaal Domein of de portefeuillehouders die zich bezig
                            houden met de beleidsterreinen van het Sociaal Domein aan bij een
                            plenaire vergadering. De wethouder is in ieder geval aanwezig als het
                            verslag over het voorgaande jaar wordt toegelicht. </al><al>Bij de vergaderingen is ook ambtelijke ondersteuning aanwezig om
                            agendapunten zo nodig toe te lichten of vragen van leden te
                            beantwoorden. Dit kan de contactpersoon en/of de steller van een
                            agendastuk zijn. </al><al/><al>De leden 7 tot en met 10 gaan in op de inhoud van de vergadering. De
                            agendapunten en –stukken moeten minimaal twee weken voor de
                            vergaderdatum bij de secretaris ingediend worden. Deze zorgt er voor dat
                            de agenda wordt samengesteld en stuurt deze door aan de contactpersoon.
                            De contactpersoon zorgt vervolgens voor vergaderruimte en verzendt ten
                            minste één week voor de vergaderdatum de agenda met stukken. </al><al>Tijdens de vergadering wordt in ieder geval besloten hoe het proces van
                            gevraagd advies verder gaat. Er zijn verschillende mogelijkheden, zoals
                            bijvoorbeeld:</al><al>- Tijdens de vergadering geven de leden input op een gevraagd advies en
                            stemmen over de vragen. De secretaris verzendt vervolgens op basis van
                            de verslaglegging het gevraagd advies;</al><al>- Tijdens de vergadering wordt besloten dat een werkgroep verder gaat
                            met het voorstel en formuleert de werkgroep het gevraagde advies, waarna
                            zij de leden hierover informeert;</al><al>- In geval van vertrouwelijke stukken, formuleert de voorzitter samen
                            met de plaatsvervangend voorzitter het gevraagde advies en informeren
                            zij de leden zodra de stukken voor behandeling in de adviesraad geschikt
                            zijn.</al><al/><al>Het is mogelijk dat de adviesraad vergaderingen houdt met de
                            “achterban”, zoals cliënten en klankbordgroepen, of in kleiner verband
                            als werkgroep. Dit wordt verder niet geregeld in deze verordening en
                            wordt aan de adviesraad overgelaten. De kosten hiervoor kunnen echter
                            wel in de begroting van het werkbudget meegenomen worden.</al><al/><al>Artikel 9. Advies</al><al>In dit artikel wordt nader ingegaan op de manier waarop de adviesraad
                            tot een advies kan komen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om het college om
                            aanvullende informatie te vragen. Dit kunnen stukken zijn, maar ook
                            overleg met de steller van het beleidsstuk zijn. Het spreekt vanzelf dat
                            geen informatie wordt verstrekt voor zover dit in strijd is met enige
                            wettelijke bepaling of het algemeen belang. Denk bijvoorbeeld aan
                            privacygevoelige informatie of vertrouwelijke informatie. </al><al>Het college moet echter wel voldoende informatie geven, zodat de
                            adviesraad een goed advies kan formuleren.</al><al/><al>Na behandeling van het voorstel, reageert het college binnen twee weken
                            op het advies van de adviesraad. In de reactie moet gemotiveerd worden
                            aangegeven wat met het advies is gedaan of wordt gedaan. Als het
                            voorstel voor besluitvorming wordt voorgelegd aan de gemeenteraad, dan
                            worden zowel het advies van de adviesraad, als de reactie van het
                            college daarop toegevoegd aan de stukken voor de gemeenteraad.</al><al/><al>Artikel 10. Overgangsbepaling</al><al>In verband met het vervallen van de Verordening burgerparticipatie
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2009, vervallen
                            formeel juridisch gezien ook de benoeming die op grond van die
                            verordeningen hebben plaatsgevonden. Het is onwenselijk is om alle
                            kennis en ervaring van de zitting hebbende leden verloren te laten gaan.
                            Daarnaast is het niet efficiënt om de leden opnieuw te laten
                            “solliciteren”. Daarom wordt in dit artikel vastgelegd dat de leden die
                            op de dag voor de dag van inwerkingtreding van deze (nieuwe) verordening
                            geacht worden benoemd te zijn op grond van de Verordening
                            burgerparticipatie Sociaal Domein gemeente Oldebroek 2015. </al><al/><al>Artikel 11. Inwerkingtreding </al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de oude verordening,
                            de Verordening burgerparticipatie maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Oldebroek 2009, ingetrokken, </al><al/><al>In het laatste lid van het artikel is de citeertitel van deze
                            verordening neergelegd. </al><al/><al/></nota-toelichting><bijlage/></regeling></body></cvdr>