<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR370194_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag Krimpenerwaard 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag Krimpenerwaard 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>individuele studietoeslag</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag Krimpenerwaard 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend
                                door personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van
                                de Participatiewet.</al></li><li nr="2."><al>Op een daartoe verstrekkend verzoek, kan het college een individuele
                                studietoeslag verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de
                                Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college
                                vastgesteld formulier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een persoon dient op de datum van aanvraag aan de voorwaarden te
                                voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de
                                Participatiewet.</al></li><li nr="2."><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 12 maanden in
                                aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een individuele studietoeslag bedraagt maandelijks euro 175
                                (prijspeil 2015). Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast en is
                                gebaseerd op de voltijdse vorm van het gemiddelde wettelijke
                                minimumloon van 18/19 jarige van het betreffende jaar. </al></li><li nr="2."><al>Eventuele inkomsten uit een bijbaantje wordt niet gekort op de
                                individuele studietoeslag</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt maandelijks, in twaalf gelijke delen,
                        uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking na publicatie met terugwerkende kracht
                        tot 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag
                        Krimpenerwaard 2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der Gemeente
                        Krimpenerwaard, gehouden op, </ondertekening><ondertekening>16 juni 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening>Drs. K.E. Driehuijs</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mr. T.P.J. Bruinsma</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting Verordening individuele studietoeslag </vet></al><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                        Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                        mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                        minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als
                        ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de
                        arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand
                        gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje
                        in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen
                        een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                        stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een
                        studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het
                        feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met
                        een bijbaan (TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al>Er bestaat al een studieregeling onder de “nieuwe Wajong” geldend voor de
                        instroom vanaf 2010. Deze blijft gelden voor deze groep. Jongeren met
                        arbeidsvermogen die na 1 januari 2015 onder de Participatiewet vallen kunnen
                        mogelijk in aanmerking komen voor de nieuwe individuele studietoeslag.</al><al>Het betreft een inkomensondersteunende maatregel die geen verband houdt met
                        bepaalde kosten, ook niet met studiekosten. De toeslag wordt verleend in de
                        vorm van bijzondere bijstand. De studietoeslag is opgenomen in het reeds
                        vastgestelde Minimabeleid(art. 5, onderdeel c, Participatiewet. De artikelen
                        12 (onderhoudsplicht ouders), 43 (o.a. vier weken indien jonger dan 27 jaar)
                        van de Participatiewet zijn niet van toepassing op de individuele
                        studietoeslag. De toeslag kan niet worden verstrekt als lening als iemand
                        daarmee schulden wil aflossen, want ook artikel 49 (schuldenlast) is niet
                        van toepassing op de studietoeslag. Dit geldt ook voor artikel 52
                        (voorschot) en daarom kan de individuele studietoeslag niet worden verstrekt
                        in de vorm van een voorschot.</al><al>Verordeningsplicht </al><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in
                        een verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste
                        lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval
                        betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de
                        individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><al>Discretionaire bevoegdheid </al><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire
                        bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college aan personen die
                        voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe
                        niet is gehouden. Het college kan in beleidsregels aangeven of bepaalde
                        groepen niet in aanmerking komen voor een studietoeslag. Het college kan in
                        plaats daarvan - en in aanvulling op artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet - in beleidsregels aangeven wie, wanneer en op grond van
                        welke nadere voorwaarden recht heeft op een individuele studietoeslag. </al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting Verordening individuele studietoeslag
                        </vet></al><al>Artikel 1. indienen verzoek </al><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door
                        personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                        Participatiewet. Dit betreft personen die het college ondersteunt bij
                        arbeidsinschakeling: </al><al>• personen die algemene bijstand ontvangen; </al><al>• personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b en c,
                        35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid, onderdelen b en c, van
                        de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen
                        uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten
                        minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee
                        jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend; </al><al>• personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet; </al><al>• personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene
                        nabestaandenwet; </al><al>• personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere
                        en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, </al><al>• personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere
                        en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en. </al><al>• niet-uitkeringsgerechtigden. </al><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                        individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet). </al><al>Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te
                        nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                        schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). Om
                        onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld
                        in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden ingediend,
                        bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan
                        middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan
                        gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat
                        dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt
                        ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de
                        aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die
                        wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft
                        ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig
                        zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2,
                        tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden
                        aangemerkt als een verzoek om individuele studietoeslag zoals bedoeld in
                        artikel 36b van de Participatiewet. </al><al>Artikel 2. Voorwaarden</al><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                        college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
                        omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval
                        indien een persoon op de datum van de aanvraag: </al><al>• 18 jaar of ouder is; </al><al>• recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                        2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de
                        Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al><al>• geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                        Participatiewet heeft; en </al><al>• een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                        verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                        arbeidsparticipatie heeft. </al><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                        WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                        studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding,
                        leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik wordt gemaakt, is niet in de
                        Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een
                        individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet.</al><al>Voor het recht op een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat
                        een persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De
                        persoon zal - als aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken dat
                        hij recht op studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld
                        door een beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een
                        bepaalde opleiding te overleggen. </al><al>Voor de beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een
                        individuele studietoeslag wordt de situatie op de datum van de aanvraag
                        beoordeeld (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Om deze reden
                        is geregeld dat een persoon eenmaal binnen een periode van 12 maanden in
                        aanmerking kan komen voor een individuele studietoeslag. </al><al>Artikel 3. Hoogte individuele studietoeslag </al><al>In dit artikel wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                        voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag bedraagt € 175 per
                        maand. Voor de hoogte van de toeslag is aansluiting gezocht bij het
                        verwachte percentage van de doelgroep dat gebruik zal gaan maken van de
                        studietoeslag afgezet tegen de rijksbijdrage individuele studietoeslag die
                        de gemeente in de Algemene Uitkering ontvangt. Dit bedrag zal jaarlijks
                        worden aangepast met de geldende landelijke indexering </al><al>De individuele studietoeslag is een inkomensondersteunende maatregel voor
                        personen die tot de doelgroep behoren en is niet gerelateerd aan
                        daadwerkelijk gemaakte kosten. </al><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden
                        voor een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking
                        voor een individuele studietoeslag. </al><al>Ziet belanghebbende mogelijkheden om, ondanks zijn medische beperking, iets
                        bij te verdienen, dan worden deze inkomsten niet op de individuele
                        studietoeslag in mindering gebracht. De achtergrond hiervan is, dat hierdoor
                        een extra stimulans ontstaat werkervaring op te doen en zo de kans op
                        betaalde arbeid te vergroten als de studie is afgerond.</al><al>Artikel 4. Betaling individuele studietoeslag </al><al>Een individuele studietoeslag wordt maandelijks uitbetaald. Na 12 maanden
                        kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele
                        studietoeslag. </al><al>Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel 36b,
                        eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment na de
                        aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het recht
                        op een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan voorkomen dat
                        een persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht
                        heeft op uitbetaling van een eerder toegekende individuele studietoeslag
                        aangezien uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag bepalend is. </al><al>Na 12 maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een
                        individuele studietoeslag</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>