<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR370192_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Krimpenerwaard 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Krimpenerwaard 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0035303&amp;artikel=4&amp;g=2017-07-01">artikel 4 van de Huisvestingswet 2014</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15-0012014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>huisvestingsverordening 2015</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Krimpenerwaard 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al><vet>In deze verordening wordt verstaan onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Huisvestingswet 2014;</al></li><li nr="b."><al>woningzoekende: huishouden dat in het inschrijfsysteem als
                                    bedoeld in artikel 4 is ingeschreven;</al></li><li nr="c."><al>huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een
                            duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan
                            voeren.</al></li><li nr="d."><al>ingezetene: degene die in Basisregistratie Personen (BRP) van de
                            gemeente is opgenomen, en feitelijk in de Krimpenerwaard hoofdverblijf
                            heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte.</al></li><li nr="e."><al>maatschappelijke binding: personen als bedoeld in artikel 14 lid 3
                            Huisvestingswet</al></li><li nr="f."><al>mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet
                            maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="g."><al>onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en
                            die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit
                            huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten
                            die woonruimte;</al></li><li nr="h."><al>inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een
                            woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;</al></li><li nr="i."><al>bewoning: het hebben van permanent hoofdverblijf in een gebouw of een
                            gedeelte daarvan;</al></li><li nr="j."><al>huurprijsgrens: maximale huurprijs waarboven men niet meer in
                            aanmerking komt voor huurtoeslag zoals omschreven in artikel 13, eerste
                            lid onder a van de Wet op de huurtoeslag;</al></li><li nr="k."><al>urgentie: een verklaring die kan worden aangevraagd en waardoor
                            voorrang verkregen wordt bij de volgordebepaling van kandidaten voor een
                            woonruimte;</al></li><li nr="l."><al>seniorenwoning: een zelfstandige woning die onderdeel uitmaakt van en
                            complex zelfstandige woningen en/ of, welk complex reeds bij de bouw
                            ervan woon- en bouwtechnisch was ingericht en bestemd voor bewoning door
                            ouderen;</al></li><li nr="m."><al>zorgwoning: een woning waarvoor een woningzoekende een
                            indicatiestelling door het Centrum voor Indicatie-stelling Zorg nodig
                            heeft;</al></li><li nr="n."><al>senior: persoon van 65 jaar of ouder;</al></li><li nr="o."><al>zorgbehoevende: personen die door een daartoe aangewezen medisch
                            adviseur geïndiceerd zijn voor zorg;</al></li><li nr="p."><al>woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van
                            de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente;</al></li><li nr="q."><al>niet toegelaten instellingen: verhuurders in de sociale sector met
                            tenminste 15 sociale huur woningen in haar bezit binnen de
                            gemeentegrenzen;</al></li><li nr="r."><al>MIVA-woning: de woning is aangepast zodat een persoon in een rolstoel
                            volledig zelfstandig kan wonen (minder Validen).</al></li><li nr="s."><al>woonlasten: huurprijs, servicekosten, reinigingsrechten,
                            energierekening, rekening voor waterleverantie, OZB, bijdrage VVE,
                            opstalverzekering, waterschaps- en polderlasten, aflossing hypotheek en
                            2/3 van de hypotheekrente, met inbegrip van voorliggende voorzieningen
                            als Huurtoeslag, Woonkostentoeslag.</al></li><li nr="t."><al>regio: Midden-Holland</al></li><li nr="u."><al>vergunninghouder: de vergunninghouder als bedoeld in artikel 1 lid 1
                            aanhef en onder g van de wet</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>De huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woonruimte van toegelaten en niet toegelaten instellingen en
                                particuliere verhuurders met een huurprijs beneden de
                                huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van
                                de Wet op de huurtoeslag mag enkel voor bewoning door een huishouden
                                in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een
                                huisvestingsvergunning is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a
                                        tot en met c, van de Leegstandwet;</al></li><li nr="b."><al>onzelfstandige woonruimte;</al></li><li nr="c."><al>inwoning;</al></li><li nr="d."><al>woonruimte die verhuurd wordt op basis van een tijdelijk
                                        huurcontract als bedoeld in artikel 7:274 lid 2 en 4 van het
                                        Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="e."><al>woonruimte van verhuurders met 15 woningen of minder in de
                                        gemeente;</al></li><li nr="f."><al>zorgwoningen;</al></li><li nr="g."><al>ligplaatsen voor woonschepen en standplaatsen voor
                                        woonwagens;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inschrijfsysteem van woningzoekenden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Woningcorporaties dragen in het kader van deze verordening zorg voor
                                    het aanleggen en bijhouden van een uniform inschrijfsysteem van
                                    woningzoekenden.</al></li><li nr="2."><al>Zij stellen in overleg met burgemeester en wethouders regels op over
                                    de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en
                                    einde van de inschrijving.</al></li><li nr="3."><al>De woningzoekende ontvangt een (digitaal) bewijs van
                                    inschrijving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt ingediend door
                                    gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld
                                    formulier.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden tenminste de
                                    volgende gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit en, indien van
                                            toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat
                                            betrekken;</al></li><li nr="c."><al>huishoudinkomen;</al></li><li nr="d."><al>adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken
                                            woonruimte;</al></li><li nr="e."><al>beoogde datum van het betrekken van de woonruimte;</al></li><li nr="f."><al>indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een
                                            woonruimte met een specifieke voorziening;</al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een
                                            aangepaste woonruimte;</al></li><li nr="h."><al>indien van toepassing, een afschrift van de urgentiebeschikking zoals
                                            bedoeld in artikel 7 lid 4.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouder verlenen de huisvestingsvergunning door
                                    afgifte van een beschikking die in ieder geval vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking
                                             heeft;</al></li><li nr="b."><al>aan wie de vergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>het aantal personen dat de woonruimte in gebruik mag nemen;</al></li><li nr="d."><al>de voorwaarde dat de vergunninghouder de woonruimte binnen de in de
                                            vergunning genoemde termijn in gebruik moet nemen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bekendmaking aanbod van woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verhuurder maakt het aanbod van de in artikel 2 aangewezen
                                woonruimte in ieder geval bekend door publicatie op een openbaar
                                toegankelijk (digitaal) medium, voor zover deze woonruimte niet
                                direct wordt toegewezen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 8
                                tot en met 16.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bekendmaking bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het adres en de huurprijs van de woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor
                                        het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Door of namens de eigenaar worden woningzoekenden in de gelegenheid
                                gesteld binnen een termijn van minimaal één week op de te huur
                                aangeboden woonruimte te reageren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Door of namens de eigenaar kunnen onvolledig en/of onjuist ingevulde
                                reacties op per publicatie aangeboden woonruimte buiten behandeling
                                worden gelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verantwoording toegewezen woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woningcorporaties en niet toegelaten instellingen verantwoorden
                                achteraf, in hetzelfde medium als waarin zij de woonruimte hebben
                                aangeboden, de toewijzing aan woningzoekenden van de woonruimte als
                                bedoeld in artikel 5 lid 1 door bekendmaking van het aantal geldige
                                reacties dat op de woonruimte is binnengekomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Woningcorporaties en niet toegelaten instellingen verantwoorden hun
                                overige toewijzingen van vergunningplichtige woonruimte achteraf
                                conform lid 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verantwoording als bedoeld in lid 1 en 2 vindt zo spoedig
                                mogelijk plaats na de feitelijke ingebruikgeving van de
                                woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Woningcorporaties en niet toegelaten instellingen verantwoorden hun
                                toewijzingen aan burgemeester en wethouders indien zij hiertoe van
                                burgemeester en wethouders een verzoek ontvangen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Urgentie</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Voorrang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorrang bij urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor een urgentieverklaring komen uitsluitend huishoudens met
                                    een inkomen onder de Europese inkomensgrens in aanmerking. Een
                                    uitzondering hierop kan door de corporatie worden gemaakt voor
                                    stadsvernieuwing urgenties en medische urgenties,</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Om een urgentie aan te vragen dient de aanvrager als
                                    woningzoekende geregistreerd te staan. Een uitzondering hierop
                                    is degene met een stadsvernieuwing urgentie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Woningzoekenden kunnen een aanvraag indienen tot
                                    urgentietoekenning op het daarvoor bedoelde formulier. Dit
                                    verzoek gaat vergezeld van de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit en, indien van
                                            toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>het aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden van de
                                            aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>bescheiden aan de hand waarvan het huishoudinkomen van de
                                            aanvrager kan worden vastgesteld;</al></li><li nr="d."><al>aanduiding van de noodzaak en motivering voor de
                                            urgentietoekenning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de beoordeling van de aanvraag voor urgentietoekenning
                                    kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een
                                    door hen aan te wijzen instantie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Urgentie wordt toegekend door afgifte van een beschikking tot
                                    indeling in een urgentiecategorie. Deze beschikking vermeldt
                                    tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>aan wie de urgentie wordt toegekend;</al></li><li nr="b."><al>de urgentiecategorie waarin deze persoon is ingedeeld;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de beschikking is afgegeven;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing: het geïndiceerde woningtype waarvoor de urgentie is toegekend </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een urgentiebeschikking wordt afgegeven onder de volgende
                                    voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>er is sprake van een bijzondere (nood)situatie en de
                                    noodsituatie is ontstaan buiten verwijtbare schuld van de
                                    aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>het afgeven van de urgentiebeschikking is verdedigbaar ten
                                    opzichte van andere woningzoekenden op de woningmarkt;</al></li><li nr="c."><al>de individuele situatie van de woningzoekende is uitgangspunt
                                    voor de beoordeling van de urgentieaanvraag;</al></li><li nr="d."><al>de woningzoekende kan niet zelf, op grond van zijn
                                    inschrijfduur, binnen een half jaar woonruimte krijgen via het
                                    gepubliceerde woningaanbod of op andere wijze;</al></li><li nr="e."><al>de urgentiebeschikking geldt alleen voor het geïndiceerde
                                    woningtype waarmee het bevorderen; urgentieprobleem wordt
                                    opgelost en is er niet op gericht om de wooncarrière van het
                                    huishouden te bevorderen;</al></li><li nr="f."><al>de urgentiebeschikking wordt alleen afgegeven indien de
                                    woningzoekende voor het oplossen van de noodsituatie expliciet
                                    is aangewezen op zelfstandige woonruimte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een urgentiebeschikking wordt alleen verleend aan woningzoekende
                                    die:</al><lijst><li nr="a."><al>18 jaar of ouder zijn en;</al></li><li nr="b."><al>ten tijde van de aanvraag ingezetene zijn van de gemeente
                                    Krimpenerwaard, dan wel economische of maatschappelijke binding
                                    hebben met de gemeente Krimpenerwaard, met uitzondering van de
                                    woningzoekenden als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 16
                                    en;</al></li><li nr="c."><al>de Nederlandse nationaliteit bezitten dan wel beschikken over
                                    een geldige verblijfstitel in Nederland en;</al></li><li nr="d."><al>buiten eigen schuld en toedoen in een dusdanige situatie
                                    verkeren dat zij binnen zes maanden andere woonruimte behoeven
                                    en;</al></li><li nr="e."><al>voor het oplossen van hun noodsituatie expliciet zijn aangewezen
                                    op zelfstandige woonruimte en;</al></li><li nr="f."><al>hun betreffende situatie niet op een andere wijze kunnen
                                    oplossen.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Urgentiecategorieën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Medische noodzaak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich
                                    voor als de aanvrager of een lid van zijn of haar
                                    huishouden:</al><lijst><li nr="a."><al>thans rechtmatig zelfstandige woonruimte bewoont; en,</al></li><li nr="b."><al>heeft medische problemen, welke tot gevolg hebben dat de huidige
                                    zelfstandige woonruimte in ernstige mate duurzaam ongeschikt is
                                    voor bewoning door het huishouden van aanvrager.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het medisch probleem wordt zo nodig beoordeeld door een door de
                                    urgentieverlener aan te wijzen medisch adviseur welk advies door
                                    de urgentieverlener wordt betrokken bij de beoordeling van de
                                    aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Geweld en bedreiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich
                                    voor als aanvrager of een lid van zijn of haar huishouden:</al><lijst><li nr="a."><al>bewoont thans rechtmatig een zelfstandige woonruimte binnen de
                                    regio; en,</al></li><li nr="b."><al>er is sprake van ernstig psychisch geweld of fysiek geweld, of
                                    bedreiging daarmee, wat tot gevolg heeft dat de aanvrager
                                    redelijkerwijs niet langer in zijn of haar huidige woonruimte
                                    kan blijven wonen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in lid 1 onder b bedoelde geweld of de in lid 1 onder b
                                    bedoelde bedreiging daarmee moet zich hebben voorgedaan binnen
                                    de regio.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in lid 1 onder b bedoelde geweld of de in lid 1 onder b
                                    bedoelde bedreiging daarmee moet aannemelijk gemaakt worden met
                                    een schriftelijke verklaring van de politie waaruit blijkt dat
                                    de aanvrager vanwege veiligheidsredenen niet meer in de huidige
                                    zelfstandige woonruimte kan blijven wonen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitstroom van personen die verblijven in een voorziening voor
                                    tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van
                                    relationele aard of geweld hun woonruimte hebben
                                    verlaten</titel></kop><al>De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich voor
                                als de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>verblijft in een voorziening voor tijdelijke opvang van
                                        personen die in verband met problemen van relationele aard
                                        of geweld hun woonruimte hebben verlaten; en,</al></li><li nr="b."><al>in verband met de aanstaande uitstroom uit die voorziening
                                        dringend behoefte heeft aan woonruimte en daarbij heeft
                                        aangegeven woonruimte te zoeken binnen een
                                        regiogemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Mantelzorg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich
                                    voor als de aanvrager naar het oordeel van het bestuursorgaan
                                    dringend behoefte heeft aan woonruimte binnen de gemeente
                                    Krimpenerwaard, omdat hij of een lid van zijn huishouden
                                    mantelzorg ontvangt van of verleent aan een inwoner van de
                                    regio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij zijn beoordeling betrekt het bestuursorgaan de mate waarin
                                    de mantelzorg noodzakelijk is voor het duurzaam zelfstandig of
                                    in diens huishouden laten wonen van de ontvanger van mantelzorg
                                    of zorg. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De afdeling van de gemeente die de Wmo uitvoert, adviseert over
                                    de noodzaak van mantelzorg en wint zo nodig hiervoor advies in
                                    bij interne of externe deskundigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Doorstroming vanuit opvanginstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich
                                    voor indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvrager een door een instelling verzorgd traject doorloopt of
                                    heeft doorlopen dat naar het oordeel van het bestuursorgaan in
                                    voldoende mate gericht is op re-integratie in de eigen of nieuwe
                                    sociale omgeving van aanvrager; en,</al></li><li nr="b."><al>aanvrager direct voorafgaand aan het traject een aansluitend
                                    woonverleden heeft in een gemeente binnen de regio; en,</al></li><li nr="c."><al>er sprake was van zelfstandige woonruimte die door of tijdens de
                                    problematiek die leidde tot het traject verloren is gegaan of
                                    terugkeer naar het laatste (in)woonadres op basis van een
                                    indicatie niet mogelijk is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 onder b. kan een
                                    aanvrager met aansluitend woonverleden in een gemeente buiten de
                                    regio ook voor een urgentieverklaring in aanmerking komen
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het door de instelling verzorgde traject binnen de regio
                                    doorlopen is; en,</al></li><li nr="b."><al>terugkeer naar de desbetreffende gemeente buiten de regio op
                                    grond van een indicatie niet mogelijk is; en,</al></li><li nr="c."><al>aan de overige voorwaarden van lid 1 is voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in lid 1 en lid 2 bedoelde traject:</al><lijst><li nr="a."><al>is afgerond en er is geen zorg of nazorg nodig. Aanvrager is in
                                    dit geval in staat zelfstandig een huishouden te voeren;
                                    of,</al></li><li nr="b."><al>bestaat uit het verlenen van zorg of nazorg. Aanvrager is in dit
                                    geval wel in staat zelfstandig een huishouden te voeren, maar
                                    met begeleiding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in lid 1 en lid 2 bedoelde instelling stelt een rapportage op
                                    waarin een beschrijving wordt gegeven van het doorlopen of door
                                    te lopen traject en, voor zover de zorg of nazorg nog
                                    voortduurt, waaruit blijkt waaruit de te verlenen zorg of nazorg
                                    bestaat. Het bestuursorgaan kent bij zijn beslissing op de
                                    aanvraag om urgentieverklaring zwaarwegend gewicht toe aan de
                                    rapportage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Achterblijvers MIVA-woning</titel></kop><al>De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich voor
                                indien een zorgbehoevende(n) duurzaam niet meer woonachtig is in de
                                MIVA-woning (door overlijden, door verhuizing naar instelling of
                                andere woonvorm of andere reden), en achterblijvers zich
                                contractueel verplicht hebben de woning binnen 6 maanden ter
                                verlaten zodra zich een nieuwe kandidaat heeft gemeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Herhuisvesting in verband met sloop of ingrijpende
                                    verbetering</titel></kop><al>De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich voor
                                indien het huisvestingsprobleem van aanvrager wordt veroorzaakt
                                doordat zijn huidige woonruimte:</al><lijst><li nr="-"><al>binnen 12 maanden wordt gesloopt;</al></li><li nr="-"><al>ten minste 12 maanden redelijkerwijs niet meer bewoond kan
                                        worden door dat die woonruimte wordt gerenoveerd of doordat
                                        het gebied waarin die woonruimte is gelegen wordt
                                        geherstructureerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Woonlasten</titel></kop><al>De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich voor
                                als de aanvrager in geval</al><al>door de instantie die belast is met de uitvoering van de Wet werk en
                                bijstand een woonkostentoeslag met verhuisverplichting is toegekend,
                                of het huishouden houdt in de huidige zelfstandige woonruimte, na
                                aftrek van de woonlasten, minder dan de helft van de voor dat
                                huishouden geldende netto-bijstandsnorm over èn de huurprijs van de
                                woonruimte (wanneer het een huurwoning betreft) ligt boven de voor
                                het desbetreffende huishouden geldende aftoppingsgrens volgens de
                                Wet op de huurtoeslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vergunninghouders</titel></kop><al>Een vergunninghouder wordt gelijkgesteld met de houder van een
                                urgentieverklaring vanaf het moment waarop de vergunninghouder
                                ingevolge de in artikel 28 van de wet bedoelde taakstelling
                                gehuisvest dient te worden door de gemeente Krimpenerwaard tot het
                                moment waarop de vergunninghouder gehuisvest is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bemiddeling urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woningzoekenden met urgentie moeten reageren op het
                                    gepubliceerde woningaanbod als bedoeld in artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uitzondering als bedoeld in het voorgaande lid zijn
                                    mantelzorgers, kandidaten voor miva-woningen, vergunninghouders.
                                    Deze kandidaten krijgen eenmalig een passende woning
                                    aangeboden</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Mocht daartoe aanleiding zijn, dan kan B&amp;W besluiten tot
                                    verlenging van de urgentietermijn met maximaal 6 maanden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Intrekken of wijzigen indeling in een
                                    urgentiecategorie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een beschikking tot indeling in een urgentiecategorie is geldig
                                    voor ten hoogste 26 weken na de datum van afgifte. Na deze
                                    periode vervalt de beschikking van rechtswege.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de geldigheidsduur van de
                                    urgentie, genoemd in lid 2, verlengen in bijzondere
                                    gevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beschikking tot indeling in
                                    een urgentiecategorie intrekken als de woningzoekende:</al><lijst><li nr="a."><al>niet langer voldoet aan de voorwaarden als genoemd in artikel 7
                                    lid 5 en 6 en artikelen 9 tot en met 16;</al></li><li nr="b."><al>bij zijn of haar aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij
                                    of zij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig
                                    waren;</al></li><li nr="c."><al>een aanbod voor een passende woonruimte heeft geweigerd of
                                    aantoonbaar niet heeft gereageerd op passende woningen die in de
                                    periode van 26 weken na verkrijgen urgentieverklaring is
                                    gepubliceerd</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een woningzoekende, al dan
                                    niet op zijn verzoek, in een andere urgentiecategorie indelen
                                    als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een urgentiebeschikking vervalt zodra een woningaanbieding is
                                    geaccepteerd. Als de woningzoekende in een andere
                                    urgentiecategorie wordt ingedeeld, verstrekken burgemeester en
                                    wethouders aan hem of haar een nieuwe beschikking en vervalt de
                                    oude beschikking.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Voorrang en rangorde</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Voorrang in verband met slaagkansen</titel></kop><al>Indien blijkt dat bepaalde (doel)groepen woningzoekenden in onvoldoende
                            mate voor toewijzing in aanmerking komen, kunnen burgemeester en
                            wethouders woonruimte met voorrang voor die (doel)groep bestemmen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Rangorde woningzoekenden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als op grond van de wet of deze verordening meerdere
                                    woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een
                                    huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt
                                    bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>als eerste komen in aanmerking woningzoekenden die zijn
                                    ingedeeld in een urgentiecategorie op basis van afgifte datum
                                    urgentie;</al></li><li nr="b."><al>als op grond van onderdeel a meerdere woningzoekenden in
                                    aanmerking komen, wordt de rangorde als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="1°."><al>woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke
                            opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard
                            of geweld hun woonruimte hebben verlaten, en</al></li><li nr="2°."><al>als tweede komen in aanmerking de overige woningzoekenden die in een
                            urgentiecategorie zijn ingedeeld, waarbij voorrang wordt gegeven aan
                            woningzoekenden als bedoeld in artikel 8, medisch urgenten, en</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>als op grond van onderdeel b meerdere woningzoekenden met
                                    dezelfde rangorde in aanmerking komen, dan gaan woningzoekenden
                                    met een eerder afgegeven beschikking tot indeling in een
                                    urgentiecategorie voor op woningzoekenden met een later
                                    afgegeven beschikking. Daarna komen de andere woningzoekenden in
                                    aanmerking, in volgorde van de datum van afgifte van de
                                    beschikking tot indeling in een urgentiecategorie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin het eerste lid niet voorziet, stellen
                                    woningcorporaties nadere rangorderegels op om tot een
                                    rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Passend huisvesten van bijzondere doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woningcorporaties stellen jaarlijks een – nader met de gemeente af
                                te spreken – aantal woningen beschikbaar ter bevordering van de
                                uitstroom uit instellingen voor Maatschappelijke Opvang en
                                huisvesting van ex-gedetineerden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Woningcorporaties mogen in overleg met burgemeester en wethouders
                                jaarlijks maximaal 5% van hun leeggekomen woonruimten vrij toewijzen
                                aan woningzoekenden die niet via het reguliere toewijzingssysteem
                                dan wel via de bestaande urgentiecriteria in aanmerking komen voor
                                woonruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Vruchteloze aanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In overeenstemming met artikel 17 van de wet wordt in afwijking van
                                het in artikel 20 bepaalde de huisvestingsvergunning verleend als de
                                woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in het tweede en derde
                                lid weergegeven procedure tenminste 2 maal vruchteloos is
                                geadverteerd aan de woningzoekenden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar moet de woonruimte in de in het vorige lid genoemde
                                termijn ten minste tweemaal overeenkomstig artikel 5 hebben
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de eigenaar aan burgemeester en wethouders aannemelijk kan maken
                                dat hij de woonruimte op andere, gelijkwaardige wijze vruchteloos
                                heeft aangeboden aan de in het eerste lid genoemde woningzoekende,
                                wordt eveneens toepassing gegeven aan het in het eerste lid
                                bepaalde.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Experimenten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor een bepaalde tijd experimenten
                            binnen de kaders van de wet toestaan, waarin wordt afgeweken van de
                            bepalingen van deze verordening. Belanghebbende partijen kunnen hiertoe
                            een onderbouwd verzoek bij burgemeester en wethouders indienen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de artikelen in hoofdstuk 3 en 4
                            buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet
                            op het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van
                            woonruimte leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>Op de dag van inwerkingtreding van deze verordening, worden de volgende
                            verordeningen ingetrokken: </al><lijst><li nr="-"><al>Verordening Huisvestingsverordening K5 gemeente Bergambacht (1
                                    juli 2009)</al></li><li nr="-"><al>Verordening Huisvestingsverordening K5 gemeente Nederlek (1 juli
                                    2009);</al></li><li nr="-"><al>Verordening Huisvestingsverordening K5 gemeente Ouderkerk (1
                                    oktober 2009)</al></li><li nr="-"><al>Verordening Huisvestingsverordening K5 gemeente Schoonhoven (1
                                    juli 2009)</al></li><li nr="-"><al>Verordening Huisvestingsverordening K5 gemeente Vlist (1 oktober
                                    2009)</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015 en vervalt op
                                    30 juni 2019.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening
                                    Krimpenerwaard 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der Gemeente
                            Krimpenerwaard, gehouden op, donderdag 16 juni 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>drs. K.E. Driehuijs</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. T.P.J. Bruinsma</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>