<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR370106_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad Nr. 38202</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikelen 2.1.3, 2.1.4, derde enzevende lid, 2.1.6, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2015</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tynaarlo;</al><al>gelezen het besluit van burgemeester en wethouders van 7 oktober 201;5</al><al>gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4,derde enzevende
                            lid<cursief>, </cursief>2.1.6, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet
                        maatschappelijke ondersteuning 2015;</al><al>gezien het advies van de Wmo adviesraad van de gemeente Tynaarlo;</al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>Gewijzigd vast te stellen de <vet>“</vet><vet>Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Tynaarlo 2015</vet><vet>”</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is
                                bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar
                                is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten.
                            </al></li><li nr="-"><al>Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet
                                maatschappelijke ondersteuning 2015.</al></li><li nr="-"><al>Bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de
                                wet. </al></li><li nr="-"><al>Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in
                                artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet.</al></li><li nr="-"><al>Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld
                                in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet.</al></li><li nr="-"><al>Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2,
                                eerste lid, van de wet. </al></li><li nr="-"><al>Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                wet.</al></li><li nr="-"><al>Voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening
                                waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen.</al></li><li nr="-"><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Melding hulpvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het College worden
                            gemeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft
                            het College na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening
                            in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op
                            kostenloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt
                            uitgangspunt is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek,
                            bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid
                            gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2,
                            eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over
                            de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een
                            afspraak voor een gesprek. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het gesprek verschaft de cliënt het College alle overige gegevens
                            en bescheiden die naar het oordeel van het College voor het onderzoek
                            nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De
                            cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in
                            artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het College in
                            overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld
                            in het eerste [en tweede] lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het College brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een
                            persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op
                            te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de
                            gelegenheid het plan te overhandigen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de degene
                            door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger
                            en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst
                            familie, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>De behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de
                                    cliënt.</al></li><li nr="b."><al>Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning.</al></li><li nr="c."><al>De mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of
                                    algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of
                                    zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te
                                        <cursief>voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen en
                                        opvang</cursief><cursief>. </cursief></al></li><li nr="d."><al>De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen
                                    uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn
                                    zelfredzaamheid of zijn participatie, of te <cursief>voorzien in
                                        zijn behoefte aan beschermd wonen en opvang. </cursief></al></li><li nr="e."><al>De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de
                                    mantelzorger van de cliënt.</al></li><li nr="f."><al>De mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
                                    voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in
                                    artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van
                                    maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering
                                    van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, <cursief>of
                                        </cursief><cursief>de mogelijkheden om met gebruikmaking van
                                        een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan
                                        beschermd wonen of opvang.</cursief></al></li><li nr="g."><al>De mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen
                                    of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld
                                    in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van
                                    publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk
                                    en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke
                                    ondersteuning.</al></li><li nr="h."><al>De mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken.</al></li><li nr="i."><al>Welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het
                                    bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd
                                    zal zijn.</al></li><li nr="j."><al>De mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb,
                                    waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht
                                    over de gevolgen van die keuze.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4, vierde lid,
                            aan het College heeft overhandigd, betrekt het College dat plan bij het
                            onderzoek, bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek,
                            diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt
                            toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het College onverminderd het
                            bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien
                            van een gesprek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het
                            onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen 10 werkdagen na het gesprek verstrekt het College aan de cliënt
                            een verslag van de uitkomsten van het onderzoek. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliënt tekent het verslag voor gezien of akkoord en zorgt ervoor dat
                            een getekend exemplaar binnen 10 werkdagen wordt geretourneerd aan de
                            contactpersoon waarmee hij het gesprek heeft gevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de cliënt tekent voor gezien, kan hij daarbij tevens aangeven wat de
                            reden is waarom hij niet akkoord is. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de cliënt van mening is dat hij in aanmerking komt voor een
                            maatwerkvoorziening, kan hij dit aangeven op het door hem ondertekende
                                verslag<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om
                            een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het College. Een
                            aanvraag wordt ingediend door middel van een door het College
                            vastgesteld aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als
                            aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van
                            een aanvraag om een maatwerkvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>Ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of
                                    participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze
                                    beperkingen naar het oordeel van het College niet op eigen
                                    kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van
                                    andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met
                                    gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of
                                    algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De
                                    maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten
                                    van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage
                                    aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat
                                    wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang
                                    mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven,en</al></li><li nr="b."><al>Ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de
                                    samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale
                                    problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al
                                    dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg
                                    van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar
                                    het oordeel van het College niet op eigen kracht, met
                                    gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere
                                    personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van
                                    algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De
                                    maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten
                                    van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage
                                    aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd
                                    wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de
                                    cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op
                                    eigen kracht te handhaven in de
                                    samenleving<cursief>.</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot
                            zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een
                            maatwerkvoorziening in aanmerking komt als:</al><lijst><li nr="a."><al>De noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet
                                    vermijdbaar was, en</al></li><li nr="b."><al>De voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt
                                    redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben
                                    getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een
                            eerder door het College verstrekte voorziening, wordt deze slechts
                            verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is
                            afgeschreven, </al><lijst><li nr="a."><al>Tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als
                                    gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te
                                    rekenen. </al></li><li nr="b."><al>Tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de
                                    veroorzaakte kosten, of </al></li><li nr="c."><al>Als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing
                                    biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke
                                    ondersteuning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het College de
                            goedkoopst adequate voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>Het College kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies
                        vragen als het dit van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag om
                        een maatwerkvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in
                            ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb
                            wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de
                            beschikking kan worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de
                            beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>Welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                    resultaat daarvan is.</al></li><li nr="b."><al>Wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is.</al></li><li nr="c."><al>Hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing,
                                    en</al></li><li nr="d."><al>Welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb
                            wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend.</al></li><li nr="b."><al>Welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb.</al></li><li nr="c."><al>Wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen.</al></li><li nr="d."><al>Wat de ingangsdatum en de duur is van de verstrekking waarvoor
                                    het pgb is bedoeld, en</al></li><li nr="e."><al>De wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de
                            beschikking geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van
                            de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt
                            het College geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten
                            die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft
                            gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening
                            noodzakelijk was.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tarief voor een pgb: </al><lijst><li nr="a."><al>is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij
                                    het pgb gaat besteden;</al></li><li nr="b."><al>is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te
                                    kopen, en</al></li><li nr="c."><al>bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende
                                    situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van een pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit
                            verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en
                            reiskosten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoogte van een pgbvoor een zaak wordt bepaald op ten
                            hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou
                            hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Als de
                            naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de
                            kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte
                            termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met
                            onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe
                            voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening
                            houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en
                            rekening houdend met onderhoud en verzekering.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het College bepaalt bij nadere regeling onder welke voorwaarden
                            betreffende het tarief, een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt de
                            mogelijkheid heeft om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en
                            andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het
                            sociaal netwerk<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en
                            algemene voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde
                                    cliëntondersteuning, en,</al></li><li nr="b."><al>Voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de
                                    maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode
                                    waarvoor het pgb wordt verstrekt, overeenkomstig het Besluit
                                    maatschappelijke ondersteuning, en afhankelijk van het inkomen
                                    en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor cliënten met een inkomen tot 110 procent van het geldende sociaal
                            minimum geldt op de bijdrage voor een algemene voorziening een korting.
                            Het College bepaalt bij nadere regeling de hoogte van deze korting per
                            algemene voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de bijdrage voor een algemene voorziening wordt bepaald
                            aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van deze
                            voorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>Door een aanbesteding.</al></li><li nr="b."><al>Na een consultatie in de markt, of</al></li><li nr="c."><al>In overleg met de aanbieder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet,
                            worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK
                            vastgesteld en geïnd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een
                            woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de
                            bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder
                            begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het
                            Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders
                            dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een
                            cliënt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met
                            betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen,
                            door:</al><lijst><li nr="a."><al>Het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van
                                    de cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg;</al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden
                                    in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in
                                    overeenstemming met de professionele standaard;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden
                            gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de
                            deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het College toe op de
                            naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders,
                            een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met
                            de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College treft een regeling voor het melden van calamiteiten en
                            geweldsincidenten bij de verstrekking van een voorziening door een
                            aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich
                            heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan
                            de toezichthoudend ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet
                            onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het
                            College over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden
                            van geweld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het College kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden
                            voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een
                            voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                            terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het College op
                            verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en
                            omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze
                            aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld
                            in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het College een beslissing
                            als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel
                            intrekken als het College vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>De cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                                    verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                                    beslissing zou hebben geleid.</al></li><li nr="b."><al>De cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is
                                    aangewezen.</al></li><li nr="c."><al>De maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te
                                    achten.</al></li><li nr="d."><al>De cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het
                                    pgb verbonden voorwaarden, of</al></li><li nr="e."><al>De cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een
                                    ander doel gebruikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als
                            blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend
                            voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft
                            plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het College een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
                            heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                            gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het
                            College van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking
                            heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de
                            ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten
                            pgb.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                            ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                            ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het College onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde
                            zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel></kop><al>Het College bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van
                        waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                            derden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het College houdt in het belang van een goede
                                prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die
                                het hanteert voor door derden te leveren diensten, in ieder geval
                                rekening met:</al><al>a.De aard en omvang van de te verrichten taken.</al></li><li nr="2."><al>Een redelijke toeslag voor overheadkosten.Het College houdt in het
                                belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling
                                van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren overige
                                voorzieningen, in ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>De marktprijs van de voorziening, en</al></li><li nr="b."><al>De eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de
                                leverancier worden gevraagd, zoals:</al><al>1<sup>o</sup>. Aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening.
                        2<sup>o</sup>. Instructie over het gebruik van de voorziening.
                        3<sup>o</sup>. Onderhoud van de voorziening, en</al><al>4°. Verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden (bijv. sociaal
                        wijkteams). </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Klachtenregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘Verordening gezamenlijke klachtenregeling Haren, Tynaarlo en
                            Meerschap Paterswolde’ is van toepassing op de afhandeling van klachten
                            van cliënten die betrekking hebben op de afhandeling van meldingen en
                            aanvragen als bedoeld in deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten
                            van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het College toe op de
                            naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke
                            overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks
                            cliëntervaringsonderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                            ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van
                            cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de
                            gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het College toe op de
                            naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door
                            periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks
                            cliëntervaringsonderzoek. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder
                            geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het
                            beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de
                            krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking
                            tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen
                            voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen,
                            advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en
                            beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en
                            voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen
                            vervullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek
                            overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat
                            zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg
                            benodigde informatie en ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het College stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en
                            derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Tynaarlo 2010 (Vvmo) wordt ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van
                            de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Tynaarlo 2010 (Vvmo), totdat het College een nieuw besluit heeft genomen
                            waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt
                            ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening voorzieningen
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2010 (Vvmo) en waarop
                            nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening,
                            worden afgehandeld krachtens deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening
                            voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2010
                            (Vvmo), wordt beslist met inachtneming van die verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het College kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken
                        van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening
                        tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Gevallen waarin niet is voorzien</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                        verordening niet voorziet, beslist het College. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke
                                ondersteuning gemeente Tynaarlo 2015.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Vries, 28 oktober 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>P.Adema,</ondertekening><ondertekening>Voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.L. de Jong, Griffier </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>