<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR370096_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raadsleden en steunfractieleden gemeente Tynaarlo 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-06-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-40107.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dEenvoudig%26pst%3d%26vrt%3drechtspositie%2btynaarlo%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAfgelopenDag%26sdt%3dDatumBrief%26ap%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=2&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad Nr. 40107</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en steunfractieleden gemeente Tynaarlo 2015.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Rechtspositie wethouders, raadleden en steunfractieleden gemeente Tynaarlo 2015</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raadsleden en steunfractieleden gemeente Tynaarlo 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gemeente Tynaarlo – Verordening rechtspositie wethouders, raadsleden en
                steunfractieleden gemeente Tynaarlo 2015 – Gemeente Tynaarlo</al><al/><al>Deze regeling treedt in werking op 13 januari 2015 en werkt terug tot en met
                        1 januari 2015.</al><al>De raad van de gemeenteTynaarlo;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        Tynaarlo;</al><al>gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de
                        Gemeentewet, </al><al>de artikelen 22, eerste lid, 23, eerste lid, 27a, vijfde lid, van het
                        Rechtspositiebesluit wethouders,</al><al>en de artikelen 4, 7a, vierde lid, 13, tweede lid, 14, eerste lid van het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;</al><al>besluit</al><al>vast te stellen de</al><al><vet>Verordening rechtspositie wetho</vet><vet>uders, raads</vet><vet>leden
                            </vet><vet>en steunfractieleden </vet><vet>gemeente Tynaarlo
                        2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>-steunfractielid: een lid van een politieke partij die in de
                            gemeenteraad is vertegenwoordigd en als zodanig is beëdigd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden</titel></kop><al>De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op een vast bedrag per
                            inwonersklasse overeenkomstig het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis-
                                en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van
                                de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                gemeentebestuur vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding als bedoeld in het eerste lid is:</al><lijst><li nr="a."><al>voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het
                                        overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde;</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig
                                        in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die
                                zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als
                                rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die
                                grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in verband met een dienstreis noodzakelijke en redelijkerwijs
                                gemaakte werkelijke kosten voor maaltijden en logies worden vergoed
                                op basis van de Reisregeling binnenland voor rijkspersoneel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze
                                gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad of een
                                raadscommissie toestemming verlenen voor een excursie of reis naar
                                het buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt
                                georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden
                                verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente, hierbij worden de tarieven gehanteerd in
                                het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit buitenland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13, eerste lid
                                van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden willen
                                deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de
                                griffier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van
                                inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de
                                beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente
                                in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het
                                eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeenteraad kan bij aparte verordening nadere regels stellen met
                                betrekking tot de maximale vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening
                                worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In voorkomende gevallen beslist de vergadering van
                                fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke
                                groeperingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tablet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de uitoefening van het raadslidmaatschap wordt ten laste van de
                                gemeente een tablet in bruikleen ter beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het raadslid aan wie een tablet ter beschikking wordt gesteld,
                                ondertekent hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Extra kosten voor internet buiten de bundel, welke niet aantoonbaar
                                werk gerelateerd zijn, worden jaarlijks in rekening gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan het raadslid in plaats van een
                                door de gemeente verstrekte tablet ook kiezen voor een persoonlijk
                                budget (maximaal bedrag ter hoogte van de verstrekte tablet), voor
                                de aanschaf van een andere tablet of ander apparaat. Wanneer voor
                                deze mogelijkheid wordt gekozen, wordt het raadslid niet technisch
                                ondersteund door de ICT-ers van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders hebben recht op een vergoeding voor reis- en
                                verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling
                                rechtspositie wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in verband met een dienstreis noodzakelijke en redelijkerwijs
                                gemaakte werkelijke kosten voor maaltijden en logies worden vergoed
                                op basis van de Reisregeling binnenland voor rijkspersoneel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed
                                als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de wethouders in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maken worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed. Hierbij worden de tarieven
                                gehanteerd in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit
                                buitenland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Tablet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de uitoefening van het wethouderschap wordt ten laste van de
                                gemeente een tablet in bruikleen ter beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wethouder aan wie een tablet ter beschikking wordt gesteld,
                                ondertekent hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Extra kosten voor internet buiten de bundel, welke niet aantoonbaar
                                werk gerelateerd zijn, worden jaarlijks in rekening gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de wethouder in plaats van een
                                door de gemeente verstrekte tablet ook kiezen voor een persoonlijk
                                budget (maximaal bedrag ter hoogte van de verstrekte tablet), voor
                                de aanschaf van een andere tablet of ander apparaat. Wanneer voor
                                deze mogelijkheid wordt gekozen, wordt de wethouder niet technisch
                                ondersteund door de ICT-ers van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Smartphone</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt een
                                smartphone in bruikleen ter beschikking gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde smart Phone voor
                                privédoeleinden in het buitenland is gebruikt en voor zover er
                                kosten voor internet buiten de bundel zijn gemaakt, vindt jaarlijks
                                een verrekening van de kosten plaats. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikken hebben ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders, en</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor steunfractieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan steunfractieleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                reis- en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied
                                van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                gemeentebestuur vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding als bedoeld in het eerste lid is:</al><lijst><li nr="c."><al>voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het
                                        overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde;</al></li><li nr="d."><al>voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig
                                        in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die
                                zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als
                                rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die
                                grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in verband met een dienstreis noodzakelijke en redelijkerwijs
                                gemaakte werkelijke kosten voor maaltijden en logies worden vergoed
                                op basis van de Reisregeling binnenland voor rijkspersoneel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze
                                gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Steunfractieleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13, eerste
                                lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden willen
                                deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de
                                griffier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van
                                inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de
                                beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente
                                in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het
                                eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeenteraad kan bij aparte verordening nadere regels stellen met
                                betrekking tot de maximale vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening
                                worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In voorkomende gevallen beslist de vergadering van
                                fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke
                                groeperingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Tablet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de uitoefening van het steunfractielidmaatschap wordt ten laste
                                van de gemeente een tablet in bruikleen ter beschikking
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het steunfractielid aan wie een tablet ter beschikking wordt
                                gesteld, ondertekent hiervoor een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Extra kosten voor internet buiten de bundel, welke niet aantoonbaar
                                werk gerelateerd zijn, worden jaarlijks in rekening gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan het steunfractielid in plaats
                                van een door de gemeente verstrekte tablet ook kiezen voor een
                                persoonlijk budget (maximaal bedrag ter hoogte van de verstrekte
                                tablet), voor de aanschaf van een andere tablet of ander apparaat.
                                Wanneer voor deze mogelijkheid wordt gekozen, wordt het raadslid
                                niet technisch ondersteund door de ICT-ers van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor
                            wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                            onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in
                            maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis
                            tenzij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, het
                            Rechtspositiebesluit wethouders of de Regeling rechtspositie wethouders
                            anders bepalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- en commissieleden en wethouders dragen ten behoeven van het
                                vergoeden van kosten zorg voor rechtstreekse toezending van de
                                factuur aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van de vergoeding door het raadslid, het commissielid
                                respectievelijk de wethouder vindt plaats door een door het college
                                vastgesteld formulier volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan
                                wordt aan de bepalingen in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het formulier wordt ter goedkeuring ingediend bij de griffier,
                                respectievelijk de gemeentesecretaris, of een daartoe aangewezen
                                ambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De declaratie van de kosten die uit eigen middelen vooruit zijn
                                betaald en de vergoeding van reiskosten met de eigen auto vindt
                                plaats door gebruikmaking van een door het college vastgesteld
                                formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het formulier wordt binnen drie maanden na de betaling cq de datum
                                van de gemaakte rit volledig ingevuld en ondertekend door het raads-
                                of het commissielid respectievelijk de wethouder en ter goedkeuring
                                ingediend bij de griffier, respectievelijk de gemeentesecretaris, of
                                een daartoe aangewezen ambtenaar, onder bijvoeging van de
                                bewijsstukken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De oude “Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                            steunfractieleden 2007” wordt per 31 december 2014 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 13 januari 2015 en werkt terug tot en
                            met 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en steunfractieleden gemeente Tynaarlo 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vries, 13 januari 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>drs. M.J.F.J. Thijsen, voorzitter</ondertekening><ondertekening>J.L. de Jong, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><tussenkop>Wettelijke regelingen</tussenkop><al>De regeling van de rechtspositie van wethouders, raadsleden en leden van
                    gemeentelijke commissies vindt op drie of vier niveaus plaats, te weten bij wet,
                    algemene maatregel van bestuur (AMvB), ministeriële regeling (alleen wethouders)
                    en gemeentelijke verordening. Wettelijk is voor wethouders in de Algemene
                    pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) de uitkering na aftreden en het
                    pensioen geregeld. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van
                    de rechtspositie van wethouders, raads- en commissieleden moet worden geregeld
                    bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Daartoe zijn tot stand
                    gekomen het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads-
                    en commissieleden. In een ministeriële regeling, de Regeling rechtspositie
                    wethouders, zijn sommige vergoedingen nader uitgewerkt. In deze wetten en nadere
                    regelgeving zijn alle voor de rechtspositie van belang zijnde onderwerpen
                    geregeld. Een aantal voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de
                    verschillende onkostenvergoedingen, is in de rechtspositiebesluiten overwegend
                    geregeld in dwingendrechtelijke bepalingen. </al><al>De vergoedingen en regelingen voor raads- en steunfractieleden en wethouders die
                    bij of krachtens de wet (lees Gemeentewet, rechtspositiebesluit of regeling)
                    dwingendrechtelijk geregeld zijn, zijn niet opgenomen in deze verordening. Dit
                    betreft de vergoedingen voor:</al><lijst><li nr="1."><al>De onkostenvergoedingen voor raadsleden en wethouders</al></li><li nr="2."><al>de toelage voor fractievoorzitters, leden van de vertrouwenscommissie,
                            leden van de rekenkamerfunctie bedoeld in artikel 81oa Gemeentewet, dan
                            wel van onderzoekscommissie zoals bedoeld in artikel 115a, derde lid
                            Gemeentewet</al></li><li nr="3."><al>de compensatiemaatregelen voor raads- en commissieleden als zij een WW,
                            BWOO of arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben</al></li><li nr="4."><al>de verstrekking van een computer</al></li><li nr="5."><al>de voorzieningen bij ziekte en dienstongeval</al></li><li nr="6."><al>de vergoeding voor de waarneming van het voorzitterschap van de
                            gemeenteraad</al></li><li nr="7."><al>de voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling
                            of ziekte</al></li><li nr="8."><al>de tegemoetkoming in de ziektekosten</al></li><li nr="9."><al>voorzieningen voor raads- en commissieleden en wethouders met een
                            fysieke beperking</al></li><li nr="10."><al>de bezoldiging van de wethouders.</al></li></lijst><tussenkop>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening</tussenkop><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                    wethouders, raadsleden en leden van gemeentelijke commissies zover die niet
                    dwingend geregeld is in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te
                    vinden in de Gemeentewet en genoemde rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun
                    bij of krachtens de wet is toegekend genieten wethouders als zodanig geen
                    inkomsten, in welke vorm dan ook, ten laste van de gemeente (artikel 44 van de
                    Gemeentewet). Dit betekent dat de rechtspositionele aanspraken voor zittende
                    wethouders uitsluitend te vinden zijn in respectievelijk de Gemeentewet, het
                    Rechtspositiebesluit wethouders, de Regeling rechtspositie wethouders en de
                    plaatselijke Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden.
                    Gewezen wethouders ontlenen hun aanspraak op een ontslaguitkering en pensioen
                    aan de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.</al><al>Een soortgelijke bepaling als artikel 44 is voor raads- en commissieleden
                    opgenomen in artikel 99 van de Gemeentewet. Het tweede lid van die bepaling
                    voegt daaraan toe dat bij gemeentelijke verordening aan raads- en commissieleden
                    voordelen, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, mogen
                    worden toegekend. Daarvoor is wel de goedkeuring van gedeputeerde staten
                    vereist.</al><al>De rechtspositionele aanspraken voor raads- en commissieleden zijn dan ook
                    uitsluitend te vinden in respectievelijk de Gemeentewet, het
                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de plaatselijke Verordening
                    rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden.</al><tussenkop>De arbeidsverhouding van de wethouder en het raadslid</tussenkop><al>Raadsleden zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus
                    niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het
                    raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de
                    Werkloosheidswet, Ziektewet en WIA. Omdat er geen dienstbetrekking met de
                    gemeente is vallen raadsleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar
                    worden hun inkomsten getoetst aan de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kan een
                    raadslid opteren voor de loonbelasting door te kiezen voor het fictief
                    werknemerschap (zie hieronder).</al><al>Wethouders zijn ingevolge de Ambtenarenwet als benoemde bestuurders in openbare
                    dienst aangesteld en vallen onder de werking van die wet. Echter de bepalingen
                    over het materiële ambtenarenrecht uit de Ambtenarenwet zijn niet van toepassing
                    op wethouders. Hun rechtspositie wordt, zoals hiervoor is aangegeven, beheerst
                    door specifieke wet- en regelgeving. De aanstelling in openbare dienst houdt
                    voor de toepassing van de fiscale wetgeving in dat sprake is van een
                    arbeidsverhouding die als dienstbetrekking wordt aangemerkt. Dit betekent dat
                    wethouders direct onder de werking van de Wet op de loonbelasting vallen.
                    Wethouders vallen niet onder de werking van de Ziektewet, Werkloosheidswet en
                    WIA. Evenmin geldt voor hen de pensioenvoorziening bij het ABP. De uitkering na
                    aftreden en ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn voor wethouders geregeld in
                    de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). </al><tussenkop>De loon- en inkomstenbelasting</tussenkop><al>Opting-in-regeling</al><al>Raadsleden kunnen opteren voor de loonbelasting. Het raadslid kan met de
                    gemeente overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt. Dat wordt de
                    ‘opting-in-regeling’ genoemd. De administratie van de gemeente is zodanig
                    ingericht dat wordt voldaan aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. In een
                    gezamenlijke verklaring melden de gemeente en het raadslid aan de
                    Belastingdienst dat wordt geopteerd voor de loonbelasting. Als gezamenlijk wordt
                    gekozen voor het loonbelastingsysteem, dan draagt de gemeente de ingehouden
                    loonheffing af aan de Belastingdienst. Omdat een raadslid geen werknemer in de
                    formele zin van het woord is, valt hij zoals gezegd vanwege het
                    raadslidmaatschap niet onder de sociale zekerheidswetgeving. Om die reden worden
                    over de raadsvergoeding ook geen premies sociale zekerheid ingehouden. De
                    inkomsten worden als loon belast in box 1. Het raadslid hoeft in dat geval geen
                    administratie bij te houden. De Belastingdienst accepteert inmiddels ook van
                    commissieleden de toepassing van de opting-in-regeling.</al><al>Fiscale standaardpositie</al><al>Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd, dan geldt voor het raadslid dat
                    hij voor de Wet inkomstenbelasting 2001 resultaat uit een werkzaamheid geniet.
                    In dat geval is het winstsysteem van toepassing. Betrokkene moet dan alle
                    ontvangsten verantwoorden als winst en kan de gemaakte kosten daarop in
                    mindering brengen. Raadsleden die gekozen hebben voor de standaardregeling
                    zullen dan ook over de netto-onkostenvergoeding inkomstenbelasting moeten
                    betalen, tenzij zij aan de hand van bewijsmateriaal aan kunnen tonen dat de
                    vergoeding is besteed aan onkosten voortvloeiend uit het raadslidmaatschap.</al><al>Betrokkenen kunnen bij de aangifte inkomstenbelasting hun werkelijke
                    beroepskosten, met inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen en
                    normeringen, in mindering brengen op hun belastbaar inkomen (belastbare
                    resultaat). De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen op
                    grond van deze verordening aan de Belastingdienst te melden middels een opgave
                    IB47. Verstrekkingen moeten naar de waarde in het economische verkeer worden
                    opgegeven. Het daadwerkelijk zakelijk gebruik leidt dan tot aftrek. </al><al>Eenmalige keuze per zittingsperiode</al><al>De keuze om al of niet te opteren voor de loonbelasting kan voor het raadslid
                    ingrijpende gevolgen hebben. De beslissing om voor de loonbelasting te opteren
                    kan eenmaal per zittingsperiode worden gemaakt en geldt in beginsel voor de
                    (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene als spijtoptant terugkomen op
                    deze beslissing voor de resterende periode. Opteren voor de loonbelasting hoeft
                    niet bij aanvang van de zittingsperiode te gebeuren, maar kan ook gedurende de
                    zittingsperiode voor de resterende periode.</al><tussenkop>De vergoedingensystematiek</tussenkop><al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen hoeven aan te spreken. Een adequate vergoedingssystematiek is daarom van
                    belang. Waar er functionele uitgaven zijn, verdient het aanbeveling terughoudend
                    te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen
                    vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke
                    middelen moeten zo veel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit die
                    overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de
                    gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter
                    behoefte blijven bestaan.</al><tussenkop>Controle en verantwoording</tussenkop><al>Voor de bestuurlijke uitgaven is – net als voor de besteding van alle andere
                    publieke middelen – transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders en over de eventueel verschuldigde
                    belasting.</al><al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan omtrent
                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven.</al><al>In hoofdstuk V is in verband hiermee, in aanvulling op de in de beheers- en
                    controleverordening vastgestelde regels, een aantal belangrijke procedures
                    vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele uitgaven en declaratie
                    van vooruitbetaalde kosten. Daarnaast moeten in de bruikleenovereenkomsten
                    heldere afspraken vastgelegd over het gebruik van computer- en
                    communicatieapparatuur die beschikbaar wordt gesteld voor de uitoefening van de
                    politieke functie. In aanvulling hierop is een gedragscode ontwikkeld waarin
                    nadere gedragsregels zijn vastgelegd. </al><tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van het raadslid</tussenkop><al>In artikel 2 is de hoogte van de vergoeding bepaald op een vast bedrag per
                    inwonersklasse overeenkomstig het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al><al>Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt geïndexeerd. Het wordt
                    jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer Cao lonen
                    overheid. Hiervoor is in de gemeente geen nadere besluitvorming nodig.</al><al>Raadsleden die een WAO-uitkering ontvangen, kunnen verzoeken hun raadsvergoeding
                    te verlagen. Daardoor kan het nadeel van indeling in een lagere
                    arbeidsongeschiktheidsklasse worden voorkomen. Deze mogelijkheid is opgenomen in
                    artikel 12 lid 3 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al><al>Raadsleden die een WW- of een BWOO uitkering ontvangen kunnen verzoeken hun
                    raadsvergoeding te verhogen als de korting als gevolg van hun raadslidmaatschap
                    hoger is dan hun raadsvergoeding. Deze mogelijkheid is geregeld in artikel 12
                    lid 1 en 2 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al><tussenkop>Artikel 3 en 14 Reis- en verblijfkosten raads- en
                    steunfractieleden</tussenkop><al>De Gemeentewet voorziet niet in een vergoeding voor ‘woon-werkverkeer’ voor
                    raadsleden. Het is dan ook in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet als
                    raadsleden van de gemeente een vergoeding ontvangen voor reizen binnen het
                    grondgebied van de gemeente.</al><al>Artikel 97 van de Gemeentewet voorziet voor raads- en commissieleden wel in een
                    vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van
                    de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur.</al><al>Aan commissieleden kan krachtens artikel 96, eerste lid, van de Gemeentewet
                    echter wel een vergoeding worden gegeven voor de reis- en verblijfkosten in
                    verband met reizen binnen de gemeente.</al><al>De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is
                    niet nader ingevuld. Daarmee is dit een lokale aangelegenheid </al><al>Omdat in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verder geen eigen
                    vergoedingsregeling is opgenomen, is aansluiting gezocht bij de
                    vergoedingsregelingen voor wethouders. </al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    verstrekte vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                    worden verantwoord. De reiskosten kunnen binnen de geldende randvoorwaarden als
                    aftrekbare beroepskosten worden opgevoerd.</al><tussenkop>Artikelen 4 en 9 Buitenlandse dienstreis</tussenkop><al>Gemeenteraden, delegaties daaruit of wethouders maken wel eens in het
                    gemeentelijk belang excursies of reizen naar het buitenland. Hiervoor moet de
                    gemeenteraad expliciet toestemming verlenen. De reis of excursie wordt in alle
                    gevallen door of vanwege de gemeente georganiseerd. </al><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de wethouder
                    de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten worden vergoed.
                    De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit buitenland zijn
                    daarbij richtsnoer. </al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><tussenkop>Artikelen 5 en 15 Scholing</tussenkop><al>Op grond van artikel 13 lid 1 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden komt niet partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de
                    vervulling van de functie van raads- of commissielidmaatschap ten laste van de
                    gemeente. In dit artikel is de procedure verder uitgewerkt.</al><al>Gezien de aard en duur van het ambt liggen voor raads- en commissieleden
                    opleidingen voor de hand die gericht zijn op het persoonlijk functioneren in het
                    ambt. </al><al>Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis
                    en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. </al><al>Onder deze scholingskosten worden verstaan de cursus- en lesgelden, de kosten
                    van het studiemateriaal, examen- en diplomakosten en de aanschafkosten van
                    verplicht gesteld studiemateriaal, alsmede reis- en verblijfkosten in het kader
                    van de opleiding.</al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><al>De raad kan bij verordening nadere regels stellen omtrent het maximale bedrag
                    voor de scholing die voor vergoeding in aanmerking komt. Deze mogelijkheid is
                    geboden in de kapstokbepaling in het vierde lid.</al><al>Het zesde lid bevat een hardheidsclausule. Mocht de griffier behoefte hebben aan
                    extra oordeel of de gevraagde vergoeding binnen de geldende regels voor
                    vergoeding in aanmerking komt, dan kan de vergadering van de fractievoorzitters
                    in de raad om een oordeel gevraagd worden.</al><tussenkop>Artikelen 6, 10 en 16 Tablet</tussenkop><al>In het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en het Rechtspositiebesluit
                    wethouders is geregeld dat het raads- of commissielid, respectievelijk de
                    wethouder van de gemeente een computer in bruikleen krijgt verstrekt of een
                    vergoeding ontvangt voor de aanschaf of het gebruik van zijn eigen computer. De
                    vergoeding is daarom niet in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet. Deze
                    aanspraken kunnen echter alleen worden verstrekt wanneer dat is vastgelegd in
                    een verordening. De vergoeding voor (het gebruik van) een eigen pc is belast. De
                    belastingheffing mag niet worden gecompenseerd. </al><al>De verordening gaat ervan uit dat een computer in bruikleen wordt
                    verstrekt.</al><al>Een onbelaste vergoeding is alleen toegestaan wanneer het gebruik voor 90%
                    zakelijk is. Stijgt het gebruik voor privédoeleinden uit boven de 10% dan wordt
                    dat gebruik belast door jaarlijks over 1/3 van de aanschafwaarde van de pc en de
                    bijbehorende ter beschikking gestelde apparatuur belasting te heffen. Daarbij
                    maakt het niet uit of het om een desktopcomputer, een laptop, een pocket-pc ,
                    een mini-notebook of een tabletcomputer gaat. </al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economisch verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><tussenkop>Artikelen 7, 13 en 17 Werkkostenregeling</tussenkop><al>In verband met de werkkostenregeling moeten een aantal netto-vergoedingen en
                    verstrekkingen door de gemeente aangewezen worden als eindheffingsbestanddeel.
                    Anders worden deze door de belastingdienst als loon gezien en moet hierover
                    belasting worden ingehouden. Ook de vergoedingen en verstrekkingen die door de
                    belastingdienst gezien worden als gerichte vrijstelling of voor nihil waardering
                    in aanmerking komen moeten in eerste instantie wel aangewezen worden. In een
                    later stadium wordt dan (in de financiële administratie) aangegeven dat dit
                    gerichte vrijstellingen of nihil waarderingen betreft.</al><tussenkop>Artikel 8 Zakelijke reiskosten</tussenkop><al>Op grond van artikel 8 worden zakelijke reiskosten, vergoed overeenkomstig de
                    bepalingen bij en krachtens het Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling
                    rechtspositie wethouders.</al><al>Bij gebruik van een eigen personenauto <vet>voor dienstreizen</vet> ontvangen
                    wethouders een bedrag van € 0,28 (0,37) per kilometer (zie artikel 4, onderdeel
                    b, en artikel 5a, onder 1, van de Regeling rechtspositie wethouders). De hoogte
                    van deze vergoeding is geënt op de ‘hoge’ kilometervergoeding die geldt voor het
                    rijkspersoneel op grond van het Reisbesluit en Reisregeling binnenland. Op grond
                    van artikel 5, tweede lid, van de regeling wordt onder openbaar vervoer voor
                    dienstreizen wel verstaan een veerpont of een veerboot. Taxi, tol- en
                    parkeerkosten worden niet genoemd in de regeling en mogen daarom op grond van
                    artikel 44 lid 3 Gemeentewet niet vergoed worden. </al><al>Verblijfkosten zijn zakelijk gebruikte maaltijden en kosten voor overnachting en
                    geen parkeerkosten.</al><tussenkop>Artikel 11 Smartphone</tussenkop><al>Vergoedingen of verstrekkingen van een mobiele telefoon (dit zal de meest
                    gebruikte communicatieapparatuur zijn) zijn geheel onbelast als het zakelijk
                    gebruik meer dan 10% bedraagt.</al><tussenkop>Artikel 12 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij
                    benoeming</tussenkop><al>Ook personen van buiten de gemeenteraad kunnen tot wethouder worden benoemd. Dat
                    kunnen ook personen zijn die niet in de gemeente zelf wonen. Die zijn op grond
                    van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar zij wethouder
                    zijn geworden. In artikel 17 is geregeld dat zij bij verhuizing naar de gemeente
                    in aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding en eventueel voor
                    vergoeding van reis- en pensionkosten in afwachting van de verhuizing volgens de
                    bepalingen in artikel 1 en 2 van de Regeling Rechtspositie Wethouders. De
                    vergoedingen zijn onbelast.</al><tussenkop>Artikelen 18 t/m 20 De procedure van declaratie</tussenkop><al>In de verordening zijn de drie wijzen van betaling aangegeven. Ook is aangegeven
                    in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde is en welke
                    procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. Hierbij gaat de voorkeur
                    uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente, en daarna declaratie van
                    vooruitbetaalde kosten of gebruik van de gemeentelijk creditcard, waarbij deze
                    laatste twee afhankelijk zijn van de situatie.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>