<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR370089_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling "Veiligheidsregio Noord-Holland Noord</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2004-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling "Veiligheidsregio Noord-Holland Noord</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Brandweerwet 1985</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet rampen en zware ongevallen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ambulancevervoer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-11-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-07-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe 18-11-regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>001 bestuursorganen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling "Veiligheidsregio Noord-Holland Noord</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van
                        de gemeenten Alkmaar, Andijk, Anna Paulowna, Bergen, Castricum, Den Helder,
                        Drechterland, Enkhuizen, Graft-De Rijp, Harenkarspel, Heerhugowaard, Heiloo,
                        Hoorn, Langedijk, Medemblik, Niedorp, Koggenland, Opmeer, Schagen, Schermer,
                        StedeBroec, Texel, Drechterland, Wervershoof, Wieringen, Wieringermeer en
                        Zijpe, ieder voorzover het hun bevoegdheden betreft; </al><al/><lijst><li nr="-"><al>Gelet op de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, Wet
                                geneeskundige hulpverlening bij rampen, Brandweerwet 1985, Wet
                                rampen en zware ongevallen en Wet ambulancevervoer;</al><al/></li></lijst><al> b e s l u i t e n : </al><al/><al>aan te gaan de navolgende gemeenschappelijke regeling tot vorming van een
                        openbaar lichaam genaamd “Veiligheidsregio Noord-Holland Noord”.</al><al/><al><vet>Veiligheidsregio Noord-Holland Noord</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a)"><al>de regeling : deze gemeenschappelijke regeling</al></li><li nr="b)"><al>het samenwerkingsgebied : het gezamenlijk grondgebied van de aan
                                    deze regeling deelnemende gemeenten;</al></li><li nr="c)"><al>het lichaam : het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als </al><al> bedoeld in artikel 2 </al></li><li nr="d)"><al>deelnemer : een aan deze regeling deelnemende gemeente </al></li><li nr="e)"><al>gedeputeerde staten : het college van gedeputeerde staten van
                                    Noord-</al><al> Holland </al></li><li nr="f)"><al>de wet : de Wet gemeenschappelijke regelingen </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Rechtsvorm en bestuursorganen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam met volledige rechtspersoonlijkheid,
                                genaamd Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, gevestigd te
                                Alkmaar</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit: </al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Doel van de regeling is het gezamenlijk behartigen van belangen, die de
                            schaal van de individuele gemeenten te boven gaan, ten behoeve van de
                            veiligheid van de bevolking in het samenwerkingsgebied. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>het lichaam heeft de bevoegdheid om, in het belang van het in
                                artikel 3 gestelde doel, deel te nemen aan gemeenschappelijke
                                regelingen en privaatrechterlijke rechtspersonen op te richten en
                                hieraan deel te nemen; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>het lichaam is bevoegd, in het kader van het in artikel 3 gestelde
                                doel, tot het op verzoek en ten behoeve van één of meerdere
                                deelnemers en/of derden verrichten van diensten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>een besluit tot dienstverlening als bedoeld in artikel 2 vermeldt
                                tenminste de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Het lichaam heeft, met inachtneming van het gestelde in artikel 36, lid
                            7, tot taak: </al><lijst><li nr="1."><al>de uitvoering van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 3 van
                                    de Brandweerwet 1985;</al></li><li nr="2."><al>het instellen, in stand houden en beheren van de centrale post,
                                    als bedoeld in de Wet ambulancevervoer, die voor Noord-Holland
                                    Noord de ambulancezorg</al><al> coördineert, dirigeert en daarop toezicht houdt;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de werkzaamheden als bedoeld in de Wet
                                    geneeskundige hulpverlening bij rampen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Samenstelling en werkwijze bestuur</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr>2.1</nr><titel>het Algemeen Bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur bestaat uit zoveel leden als het aantal
                                    deelnemers aan deze regeling; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad van elke deelnemer wijst, in de vergadering in eerste
                                    samenstelling, één lid en plaatsvervangend lid van het Algemeen
                                    Bestuur aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot (plaatsvervangend) lid van het Algemeen Bestuur kan
                                    aangewezen worden een lid van de raad of een lid van het college
                                    van burgemeester en wethouders</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van het Algemeen Bestuur wordt aangewezen voor een
                                    periode gelijk aan de zittingsperiode van de gemeenteraad. Het
                                    lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt op de dag waarop
                                    de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die ophoudt lid van de raad of het college van burgemeester
                                    en wethouders te zijn van de gemeente, waarvan de raad hem als
                                    lid van het Algemeen Bestuur heeft aangewezen, houdt daarmee
                                    tevens op lid of plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur
                                    te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aanwijzen van een lid ter vervulling van een plaats die door
                                    ontslag, overlijden of om een andere reden openvalt, vindt
                                    plaats binnen twee maanden na dit openvallen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad van elke deelnemer kan een door hem aangewezen lid
                                    ontslaan indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer
                                    bezit. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag
                                    nemen. Van dit ontslag stelt het lid de voorzitter van het
                                    Algemeen Bestuur alsmede de raad die het lid heeft benoemd,
                                    schriftelijk op de hoogte. Een lid van het Algemeen Bestuur, dat
                                    ontslag heeft genomen behoudt zijn lidmaatschap totdat in zijn
                                    opvolging is voorzien; </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt tevens op het
                                    moment van uittreding uit de regeling van de deelnemer die het
                                    lid vertegenwoordigt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het houden en de orde van de vergaderingen van het Algemeen
                                    Bestuur is artikel 22 lid 1 van de wet van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte der
                                    aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter dit nodig
                                    oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren
                                    zal worden vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ten aanzien van het verhandelde in een besloten vergadering is
                                    artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of
                                    worden besloten over:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de vaststelling en/of wijziging van de begroting en de
                                    vaststelling van de jaarrekening;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het toetreden tot en het uittreden uit de regeling;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het wijzigen en beëindigen van de regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr></kop><al>Ieder lid van het Algemeen Bestuur heeft een aantal stemmen
                                afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente, welke het
                                vertegenwoordigt. </al><al>Hierbij geldt de volgende sleutel: één stem voor gemeenten tot
                                10.000 inwoners, twee stemmen voor gemeenten tot 20.000 inwoners,
                                drie stemmen voor gemeenten tot 30.000 inwoners en zo voort.
                                Peildatum voor het aantal inwoners is 1 januari van het jaar van
                                nieuwe samenstelling van het Algemeen Bestuur. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid van het Algemeen Bestuur geeft aan de raad die dit
                                        lid heeft aangewezen de door één of meer leden van die raad
                                        gevraagde inlichtingen. </al></li><li nr="2."><al>Een lid van het Algemeen Bestuur kan door de raad die dit
                                        lid heeft aangewezen ter verantwoording worden geroepen voor
                                        het door hem in dat bestuur gevoerde beleid. </al></li><li nr="3."><al>De raad van elke deelnemer regelt de wijze waarop het
                                        verstrekken van inlichtingen als bedoeld in lid 1 en het ter
                                        verantwoording roepen als bedoeld in lid 2 plaatsvindt.
                                    </al></li><li nr="4."><al>het Algemeen Bestuur geeft aan de raden van de deelnemers de
                                        door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.
                                    </al></li><li nr="5."><al>De wijze waarop het verstrekken van inlichtingen als bedoeld
                                        in artikel 4 plaatsvindt, wordt nader geregeld in het op
                                        grond van artikel 8, lid 1 vast te stellen reglement van
                                        orde.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.2</nr><titel>het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit zes leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde leden worden door en uit het
                                    Algemeen Bestuur aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kiest het dagelijks bestuur. Twee leden van
                                    het dagelijks bestuur zijn afkomstig uit deelnemers liggende in
                                    respectievelijk het gebied van Noord-Kennemerland,
                                    Samenwerkingsorgaan Westfriesland en de Kop van Noord-Holland.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 11, lid 2 bedoelde leden worden aangewezen in de
                                    eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe
                                    samenstelling.</al><al> Zij treden af op de dag van aftreden van de leden van het
                                    algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene, die ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt
                                    tevens op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van het Dagelijks Bestuur kan te allen tijde ontslag
                                    nemen. Het lid doet hiervan schriftelijk mededeling aan het
                                    Algemeen Bestuur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het aanwijzen van een lid van het dagelijks bestuur ter
                                    vervulling van een plaats die door ontslag, overlijden of om een
                                    andere reden openvalt, vindt plaats binnen twee maanden na dat
                                    openvallen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden verstrekken aan het
                                    algemeen bestuur de door één of meer leden van dit bestuur
                                    gevraagde inlichtingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden leggen op het
                                    verzoek van het algemeen bestuur verantwoording af over het door
                                    het dagelijks bestuur of één der leden gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het reglement van orde van het algemeen bestuur houdt bepalingen
                                    in over de wijze waarop het dagelijks bestuur en elk van zijn
                                    leden de hier bedoelde inlichtingen verstrekken en
                                    verantwoording afleggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan één of meer leden van het dagelijks
                                    bestuur ontslag verlenen, indien het lid of deze leden niet meer
                                    het vertrouwen van het algemeen bestuur bezit(ten).</al><al> Artikel 50 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet
                                        openbaar.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de
                                        voorzitter dit nodig acht of wanneer een lid van het
                                        dagelijks bestuur hem dit schriftelijk verzoekt onder opgave
                                        van de te behandelen onderwerpen. Indien een vergadering is
                                        gevraagd, wordt zij binnen twee weken gehouden. </al></li><li nr="3."><al>Ieder lid van het dagelijks bestuur heeft één stem.</al></li><li nr="4."><al>Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn
                                        vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan het
                                        algemeen bestuur wordt toegezonden.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.3</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door het algemeen bestuur wordt uit de leden een voorzitter
                                    aangewezen, die voorzitter is van het algemeen bestuur en van
                                    het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend
                                    voorzitter aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording
                                    verschuldigd voor het door hem gevoerde bestuur. Hij geeft het
                                    algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door één of meer
                                    leden gevraagde inlichtingen. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3:</nr><titel>BEVOEGDHEDEN BESTUURSORGANEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met betrekking tot de uitoefening van de in artikel 4 en 5 genoemde
                                taken en bevoegdheden berusten bij het dagelijks bestuur alle
                                bevoegdheden die niet krachtens deze regeling aan het algemeen
                                bestuur of aan de voorzitter zijn opgedragen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het
                                elders in deze regeling bepaalde is het algemeen bestuur in elk
                                geval belast met en bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen van de meerjaren- en jaarlijkse
                                        beleidsplannen;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen en wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen van de jaarrekening;</al></li><li nr="d."><al>het opstellen van voorwaarden voor toetreding;</al></li><li nr="e."><al>het besluiten over toe- en uittreding van gemeenten;</al></li><li nr="f."><al>het doen van voorstellen tot wijziging van de regelingen en
                                        opheffing;</al></li><li nr="g."><al>het vaststellen van verordeningen;</al></li><li nr="h."><al>het deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen en het
                                        (mede) oprichten van en deelnemen in privaatrechtelijke
                                        rechtspersonen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan bestuurscommissie en vaste commissies van
                                advies instellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de
                                voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidelijk de
                                voorzitter ingesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regeling van hun bevoegdheden en samenstelling alsmede de
                                vaststelling van andere nadere regels met betrekking tot het
                                functioneren, geschieden overeenkomstig het gestelde in de artikelen
                                24 en 25 van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Naast de uitoefening van de taken en bevoegdheden op grond van het
                            elders in deze regeling bepaalde is het dagelijks bestuur belast met en
                            bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van al hetgeen in de vergadering van het
                                    algemeen bestuur ter beraadslaging en beslissing moet worden
                                    gebracht;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur;</al></li><li nr="c."><al>het aangaan van geldleningen voor zover de financiële lasten
                                    door de begroting worden gedekt;</al></li><li nr="d."><al>het beheer van de activa en passiva;</al></li><li nr="e."><al>de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen, voor de
                                    controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;</al></li><li nr="f."><al>het voorstaan van de belangen van het lichaam bij andere
                                    overheden, instellingen, diensten en personen;</al></li><li nr="g."><al>het voeren van rechtsgedingen, het instellen van beroep en het
                                    maken van bezwaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van
                                    het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Alle stukken uitgaande van het algemeen en het dagelijks bestuur
                                    worden door de voorzitter ondertekend. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten
                                    rechte.</al><al/></li></lijst><al>Indien hij behoort tot het bestuur van een deelnemer die partij is in
                            een geding waarbij het lichaam betrokken is, oefent een ander door het
                            dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid deze bevoegdheid
                            uit.</al><al/><lijst><li nr="4"><al>De voorzitter kan de vertegenwoordiging, als in het vorige lid
                                    bedoeld, met instemming van het dagelijks bestuur, opdragen aan
                                    een door hem schriftelijk aangewezen gemachtigde.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4:</nr><titel>PERSONEEL EN ORGANISATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Directie en secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De directie en de secretaris worden benoemd en ontslagen door het
                                algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Schorsing van de directie en de secretaris geschiedt door het
                                dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De invulling van de taken van de directie en de secretaris van de
                                gemeenschappelijke regeling worden nader geregeld in een door het
                                algemeen bestuur vast te stellen organisatieverordening en
                                directiestatuut.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de
                                voorzitter en de bestuurscommissies en de commissie van advies bij
                                de uitoefening van hun taak terzijde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle stukken die van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan,
                                worden door de secretaris mede ondertekend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en het
                                dagelijks bestuur aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris draagt zorg voor het opmaken van de verslagen van de
                                vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22:</nr><titel>Rechtspositie</titel></kop><al>Het algemeen bestuur regelt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen
                            125 en 134 van de Ambtenarenwet de rechtspositie en de bezoldiging van
                            het personeel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5:</nr><titel>FINANCIËLE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23:</nr><titel>Financieel beheer</titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgangspunten voor het financiële beleid alsmede de regels
                                    voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële
                                    organisatie</al></li><li nr="b."><al>regels voor de controle op het financiële beheer en op de
                                    inrichting van de financiële organisatie</al></li></lijst><al>De bepalingen van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten (BBV) van 17 januari 2003 en de artikelen 212 tot en met 215
                            van de Gemeentewet en de Wet Financiering decentrale overheden zijn van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24:</nr><titel>Boekjaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste boekjaar loopt vanaf de datum van inwerkingtreding van
                                deze regel tot en met 31 december daaropvolgend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25:</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begroting wordt uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het jaar
                                waarvoor deze geldt door het algemeen bestuur vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks een ontwerp-begroting op,
                                inclusief meerjarenraming en toelichting. Het dagelijks bestuur
                                zendt deze twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt
                                aangeboden toe aan de raden van de deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de samenstelling van de jaarlijkse begroting wordt uitgegaan
                                van de in de laatst vastgestelde begroting, inclusief wijzigingen,
                                opgenomen ramingen alsmede de rekeningsresultaten van het
                                voorlaatste jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raden van de deelnemers kunnen omtrent de ontwerpbegroting het
                                dagelijks bestuur van hun zienswijze doen blijken. Het dagelijks
                                bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijze is vervat, bij
                                de ontwerp-begroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt
                                aangeboden. Voorts is artikel 35, lid 2, van de wet van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na vaststelling zendt het dagelijks bestuur binnen twee weken, maar
                                in ieder geval voor 15 juli, de begroting aan gedeputeerde staten en
                                aan de raden van de deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De meerjarenraming omvat een overzicht van lasten en baten voor de
                                drie jaren, volgende op het begrotingsjaar en wordt van een
                                toelichting voorzien.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De in de meerjarenraming op te nemen ramingen worden gebaseerd op
                                het loon- en kostenpeil dat geldt voor de samenstelling van de
                                jaarlijkse begroting, verhoogd met de jaarlijks te verwachten
                                trendmatige verhoging.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beraadslaagt over de ontwerp-begroting niet
                                eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26:</nr><titel>Jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk
                                begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur,
                                onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voegt daarbij de accountantsverklaring,
                                bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet en het verslag
                                van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid bedoelde stukken liggen, zodra zij
                                aan het algemeen bestuur zijn overlegd, voor een ieder ter inzage en
                                zijn algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de
                                verkrijgbaarstelling wordt door het dagelijks bestuur openbaar
                                kennis gegeven. Het algemeen bestuur beraadslaagt over de
                                jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de
                                openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontwerp-jaarrekening wordt voorzien van een toelichting en het
                                jaarverslag, als bedoeld in lid 1, vóór 1 april aan de raden van de
                                deelnemers toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raden van de deelnemers kunnen binnen zes weken na de datum van
                                toezending van de in het tweede lid bedoelde stukken het dagelijks
                                bestuur hieromtrent van hun zienswijze doen blijken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is
                                vervat bij de ontwerp-jaarrekening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening zonder uitstel en
                                stelt haar vast vóór 1 juli van het jaar volgende op het jaar waarop
                                de rekening betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening, vergezeld
                                van de overige in dit artikel bedoelde stukken binnen twee weken na
                                vaststelling, maar in ieder geval voor 15 juli, aan gedeputeerde
                                staten en aan de raden van de deelnemers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al>Bij het vaststellen van de jaarrekening neemt het algemeen bestuur een
                            besluit over de bestemming van het exploitatieresultaat. De artikelen
                            198, tweede lid, tot en met 201 Gemeentewet zijn voor zoveel nodig van
                            overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28:</nr><titel>Financiering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het betalen van rente en aflossing van geldleningen en in
                                    rekening-courant opgenomen gelden, staan de deelnemers garant
                                    voor zover terzake door andere overheidsorganen geen garantie is
                                    verstrekt. De deelnemers nemen aan de garantie deel in de
                                    verhouding van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar
                                    voorafgaande aan dat waarin de garantie is verleend. Het
                                    bepaalde in artikel 29, lid 2 inzake de vaststelling van het
                                    aantal inwoners is hierbij van overeenkomstige toepassing.
                                    Indien uit deze bepaling in enig jaar voor de deelnemers
                                    betalingsverplichtingen voortvloeien, worden deze aan de met de
                                    deelnemers te verrekenen bijdragen toegevoegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29:</nr><titel>Verdeling van baten en lasten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De lasten van het lichaam worden gedekt door:</al><lijst><li nr="a."><al>bijdragen van de deelnemers;</al></li><li nr="b."><al>inkomensoverdrachten, andere bijdragen dan de onder letter a
                                        van dit lid bedoelde en schenkingen;</al></li><li nr="c."><al>overige inkomsten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid onder a bedoelde bijdragen omvatten de
                                jaarlijkse lasten, voor zover deze niet door de opbrengsten uit
                                andere vergoedingen worden bestreden. Voor de vaststelling van deze
                                bijdragen geldt het volgende uitgangspunt:</al><al> de bijdragen van een deelnemer wordt bepaald naar rato van het
                                aantal inwoners van de deelnemer op 1 januari van het jaar,
                                voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de
                                vaststelling van het aantal inwoners worden de door het Centraal
                                Bureau voor de Statistiek bekend gemaakt bevolkingscijfer
                                aangehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een deelnemer betaalt een vierde gedeelte van de volgens de
                                begroting over enig boekjaar geraamde bijdragen bij wijze van
                                voorschot per medio van de tweede maand van elk
                                kalenderkwartaal.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6:</nr><titel>ARCHIEF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden
                                overeenkomstig en volgens een door het algemeen bestuur vast te
                                stellen regeling ingevolge artikel 40 van de Archiefwet 1995;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris van de gemeenschappelijke regeling is belast met de
                                bewaring en het beheer van deze archiefbescheiden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7:</nr><titel>TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31:</nr><titel>Toetreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toetreding tot de regeling kan plaatsvinden bij besluit van de raad,
                                het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de
                                toetredende gemeente, nadat het algemeen bestuur met deze toetreding
                                heeft ingestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan
                                de toetreding voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die
                                waarin het door gedeputeerde staten goedgekeurde besluit tot
                                toetreding is opgenomen in het provinciaal register als bedoeld in
                                artikel 27, lid 2, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32:</nr><titel>Uittreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een deelnemer kan uittreden uit de regeling door een daartoe
                                strekkend besluit van de uittredende raad, het college van
                                burgemeesters en wethouders en de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de financiële en overige gevolgen van de
                                uittreding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uittreding vindt eerst plaats met ingang van 1 januari volgend op
                                het jaar waarin het besluit tot uittreding is goedgekeurd door
                                gedeputeerde staten en is ingeschreven in het provinciaal register
                                als bedoeld in artikel 27, lid 2, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33:</nr><titel>Wijziging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling kan worden gewijzigd indien de raden, de colleges van
                                burgemeesters en wethouders en de burgemeesters van tenminste
                                tweederde van het aantal deelnemers, tenminste vertegenwoordigende
                                tweederde van het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied,
                                hiertoe besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het algemeen bestuur wijziging wenselijk acht, doet het een
                                daartoe strekkend voorstel aan de deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een wijziging treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                volgend op die waarin het besluit tot wijziging door Gedeputeerde
                                Staten is goedgekeurd en is ingeschreven in het provinciaal register
                                als bedoeld in artikel 27, lid 2, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34:</nr><titel>Opheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling wordt opgeheven wanneer de raden, de colleges van
                                burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste
                                tweederde van het aantal deelnemers, tenminste vertegenwoordigende
                                tweederde van het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied,
                                daartoe besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie
                                en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen
                                van deze regeling worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de
                                deelnemers gehoord, vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de deelnemers
                                tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en
                                voorziet tevens in de gevolgen die de opheffing heeft voor het
                                personeel. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8:</nr><titel>GESCHILLEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geschillen omtrent de toepassing van deze regeling tussen besturen
                                van deelnemende gemeenten of tussen besturen van één of meer
                                gemeenten en het bestuur van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord
                                worden beslist door een geschillencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geschillencommissie bestaat uit drie onafhankelijke personen, die
                                in onderling overleg tussen partijen worden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de benoeming, wordt
                                de bemiddeling ingeroepen van gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De wijze van behandeling en de verdeling van de kosten van het
                                geschil worden door de geschillencommissie geregeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De geschillencommissie doet haar uitspraak in de vorm van een
                                bindend advies.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9:</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover van toepassing en na inbreng als bedoeld in lid 7 van dit
                                artikel vervalt het bepaalde in de artikelen 5 onder i, 6 onder c,
                                lid 5 en 6, en d en 13 van de Gemeenschappelijke regeling voor het
                                Samenwerkingsverband Noord-Kennemerland 1995.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover van toepassing en na inbreng als bedoeld in lid 7 van dit
                                artikel vervalt de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Brandweer
                                Westfriesland.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover van toepassing en na inbreng als bedoeld in lid 7 van dit
                                artikel vervalt het bepaalde in de artikelen 4, lid 2 onder h en 4b,
                                lid 1 onder d van de Gemeenschappelijke regeling Gewest Kop van
                                Noord-Holland 1992.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na inbreng als bedoeld in lid 7 van dit artikel, vervalt de
                                gemeenschappelijke regeling Meldkamer Brandweer/CPA Noord-Holland
                                Noord.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het gemeentebestuur van Alkmaar draagt zorg voor de toezending en de
                                bekendmaking van deze regeling en van de besluiten tot wijziging,
                                toe- en uittreding aan gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2004.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De taken als genoemd in artikel 5 zullen op nader door of namens de
                                deelnemers te bepalen datum in de regeling worden ingebracht.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De regeling kan worden aangehaald als “gemeenschappelijke regeling
                                Veiligheidsregio Noord-Holland Noord”.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio
                        Noord-Holland Noord</titel></kop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Met de totstandkoming van de gemeenschappelijke regeling Meldkamer Brandweer/CPA
                    Noord-Holland Noord hebben de gemeenten in Noord-Holland Noord in 1998 een
                    traject ingezet om te komen tot één hulpverleningsorganisatie voor de gehele
                    regio.</al><al>Mede onder impuls van de landelijke projecten versterking brandweer en
                    versterking geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en in de
                    wetenschap dat kwaliteitsverbetering (Wet kwaliteitsbevordering
                    rampenbestrijding) en kostenbeheersing dringend noodzakelijk zijn, is gewerkt
                    aan de fusie van de regionale brandweren in GGD’en van Noord-Kennemerland,
                    Westfriesland en de Kop van Noord-Holland en het daarna, tezamen met de
                    meldkamer brandweer/cpa, onderbrengen in één organisatie.</al><al/><tussenkop>De gemeenschappelijke regeling</tussenkop><al>In het belang van de kwaliteitsverbetering, de bestuurlijke efficiency en een
                    adequate integratie, afstemming en coördinatie is gekozen voor het onderbrengen
                    van de taken in één gemeenschappelijke regeling.</al><al>De basis voor deze regeling ligt in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het
                    levert het bestuurlijk-juridisch frame op voor de samenwerking tussen de
                    betrokken gemeenten. In de gemeenschappelijke regeling wordt uitdrukkelijk niet
                    voorzien in het vastleggen van de volledige organisatie ter uitvoering van de
                    ingebrachte samenwerkingstaken.</al><al>Hiertoe dient een te maken organisatieverordening. </al><al>De bepalingen van hoofdstuk 4 van deze regeling inzake personeel en organisatie
                    vormen daarbij een basis.</al><al/><tussenkop>Naam</tussenkop><al>In de naam komt het karakter van de organisatie tot uitdrukking. Voorts wordt
                    aangesloten bij landelijk gangbare naamgeving.</al><al/><tussenkop>Plaats van vestiging</tussenkop><al>De organisatie wordt gevestigd in Alkmaar en zal worden ondergebracht in de
                    brandweerkazerne aan het Nollenoor. Aldaar wordt tevens gevestigd het bureau
                    crisisbeheersing zodat daarmee de regie van de rampenbestrijding onder één dak
                    komt.</al><al/><tussenkop>Taken</tussenkop><al>Bij de omschrijving van de taken is aansluiting gezocht bij de Brandweerwet
                    1985, de Wet rampen en zware ongevallen, de Wet ambulancevervoer en de Wet
                    geneeskundige hulpverlening bij rampen. </al><al>???</al><tussenkop>Algemeen bestuur</tussenkop><al>In het algemeen bestuur hebben vertegenwoordigers zitting uit alle deelnemende
                    gemeenten. In de wet is hiervoor gekozen om de gemeentelijke betrokkenheid te
                    benadrukken en een goede informatievoorziening naar alle deelnemers te
                    waarborgen. Er is sprake van een gewogen stemverhouding gerelateerd aan het
                    inwonertal van de deelnemende gemeenten.</al><al>De wet laat niet toe dwingende bepaling op te nemen omtrent de persoon van de
                    afgevaardigden van de deelnemende gemeenten. Gelet echter op de aard van de
                    regeling wordt primair gedacht aan de burgemeester. Hiermee wordt een algemeen
                    bestuur gevormd met dezelfde samenstelling als het regionaal college, zodat een
                    verbinding naar ‘blauw’ is gelegd. Een dergelijke ‘personele unie’ kan een
                    belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteitsverbetering van de
                    rampenbestrijding.</al><al>Gekozen is voor een algemeen bestuur waarin alle gemeenten één afgevaardigde
                    hebben. </al><al/><tussenkop>Dagelijks bestuur</tussenkop><al>Voor een evenwichtige verdeling van de zetels, vindt kandidaatstelling plaats
                    vanuit Noord-Kennemerland, Westfriesland en de Kop van Noord-Holland. Leden van
                    het dagelijks bestuur worden gekozen door en uit het algemeen bestuur. Gekozen
                    is voor een bestuur van zes leden. Bij de kandidaatstelling wordt gestreefd naar
                    een vertegenwoordiging van twee leden per regio.</al><tussenkop>Voorzitter</tussenkop><al>De voorzitter wordt eveneens door en uit het algemeen bestuur gekozen. De
                    voorzitter is zowel voorzitter van het algemeen als van het dagelijks
                    bestuur.</al><al>Ook hier geldt dat de wet geen dwingende bepalingen toelaat met betrekking tot
                    de keuze van de voorzitter. Door de gewestbesturen wordt echter geadviseerd de
                    burgemeester van Den Helder…???</al><al/><tussenkop>Commissies</tussenkop><al>Op grond van de artikelen 24 en 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen kan
                    het algemeen bestuur commissies van advies en bestuurscommissies instellen.
                    Daarnaast kunnen de voorzitter en het dagelijks bestuur andere commissies van
                    advies instellen. Bevoegdheden en samenstelling worden vastgelegd in nader op te
                    stellen reglementen. Aangezien wellicht tot het instellen van bestuurscommissies
                    wordt overgegaan, wordt de mogelijkheid hiertoe geopend. Consequentie van het
                    ontbreken van een dergelijke bepaling is dat, alvorens tot het instellen van een
                    bestuurscommissie kan worden overgegaan, eerst de gemeenschappelijke regeling
                    dient te worden gewijzigd. </al><al/><tussenkop>Management</tussenkop><al>Het algemeen bestuur wijst de secretaris en de directie van de
                    gemeenschappelijke regeling aan.</al><al>De nadere invulling en aanwijzing van de directie wordt geregeld in een vast te
                    stellen organisatieverordening.</al><al/><tussenkop>Financiën</tussenkop><al>De kosten worden vooralsnog omgeslagen over de deelnemende gemeenten naar rato
                    van het inwonertal.</al><al>Als alternatief kan ook aansluiting worden gezocht bij de uitkering van het
                    Gemeentefonds teneinde aldus een verfijning van deze omslag te verkrijgen.</al><al>Probleem daarbij is dat in deze fase de consequenties moeilijk zichtbaar kunnen
                    worden gemaakt.</al><al>In verband hiermee wordt voorgesteld de eerste twee jaar te werken met het
                    ‘klassieke’ systeem. Alsdan kan bezien worden of en, zo ja, hoe de
                    verdeelsleutel dient te worden aangepast.</al><al>Artikel 25 geeft de procedure aan welke gevolgd moet worden bij het vaststellen
                    van de begroting. De wet schrijft voor dat gedurende zes weken de raden van de
                    deelnemende gemeenten in de gelegenheid worden gesteld, hun zienswijze naar
                    voren te brengen bij het dagelijks bestuur. In de onderhavige regeling is
                    gekozen voor een termijn van twaalf weken tussen indienen bij het algemeen
                    bestuur en raden en het vaststellen door het algemeen bestuur. Na de verplichte
                    zesweken periode (naar voren brengen van de zienswijze), verzamelt het dagelijks
                    bestuur de binnengekomen reacties, en stuurt deze door naar het algemeen
                    bestuur. Tussen het binnenkomen, verwerken, standpuntbepaling in
                    bestuursvergadering en verzending naar algemeen bestuur en de vergadering van
                    het algemeen bestuur zal een periode van vijf weken zitten. Vaststelling van de
                    begroting dient uiterlijk 1 juli plaats te vinden, zodat verzending van de
                    concept begroting aan raden en algemeen bestuur voor 1 april moet
                    plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Geschillen</tussenkop><al>In principe biedt artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de
                    mogelijkheid geschillen ter beslechting voor te leggen aan gedeputeerde
                    staten.</al><al>Gedeputeerde staten is, terecht, voorstanden van het zoveel als mogelijk
                    oplossen van geschillen in eigen kring en wil slechts dienen als laatste
                    remedie.</al><al>De opgenomen geschillenregeling gaat nog een stap verder en sluit de tussenkomst
                    van gedeputeerde staten als vredesrechter uit. Daarvoor in de plaats komt de
                    geschillencommissie. Onder omstandigheden kan gedeputeerde staten nog wel een
                    bemiddelende rol spelen bij de samenstelling van deze commissie.</al><al/><tussenkop>Datum ingang</tussenkop><al>Deze is bepaald op 1 januari 2004. Op die datum is tevens de fusie regionale
                    brandweer afgerond en wordt de desbetreffende taak gelijktijdig ingebracht. De
                    datum van inbreng van de overige taken is telkenmale onderwerp van separate
                    besluitvorming.</al><al/><tussenkop>Tot slot</tussenkop><al>Deze regeling heeft consequenties voor diverse vigerende gemeenschappelijke
                    regelingen, waarin de activiteiten thans zijn ondergebracht.</al><al>Dit geldt voor de regeling van het SNK, het SOW en het Gewest Kop van
                    Noord-Holland, alsmede voor de GR Meldkamer Brandweer/CPA Noord-Holland
                    Noord.</al><al>Met de slotbepalingen wordt in deze consequenties voorzien.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>