<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR369994_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Zwijndrecht 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwijndrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwijndrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-44226.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150619%26epd%3d20150619%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dZwijndrecht%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=2&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 21-05-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Zwijndrecht 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2014-03-04">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-05-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-12020</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Zwijndrecht 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zwijndrecht; </al><al/><al>Overwegende dat het noodzakelijk is een nieuwe Algemene subsidieverordening
                        vast te stellen;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 4 februari 2014 nummer
                        2014-12020;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit vast te stellen de Algemene subsidieverordening gemeente Zwijndrecht
                        2015:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><al/><al><cursief>- algemene groepsvrijstellingsverordening:</cursief> verordening
                        (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6
                        augustus 2008. Decentrale overheden kunnen onder de Algemene
                        Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) belangrijke steuncategorieën
                        vrijstellen van het aanmelden van staatssteun. De AGVV is alleen van
                        toepassing op subsidies, rentesubsidies, leningen (alleen onder bepaalde
                        voorwaarden) en garantieregelingen en biedt veel steunmogelijkheden voor het
                        MKB. Voor grote ondernemingen vallen categorieën zoals milieu- en
                        O&amp;O&amp;I-steun onder de AGVV.</al><al/><al><cursief>- de-minimisverordening:</cursief> verordening (EG) nr. 1998/2006
                        van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006.
                        Decentrale overheden mogen over een periode van drie belastingjaren één
                        onderneming tot € 200.000,= steunen, in welke vorm dan ook. Dit is
                        de-minimis steun. Voor de landbouw-, visserij- en vervoerssector gelden
                        lagere drempels. De steun moet transparant zijn: de hoogte van de
                        de-minimissteun moet vooraf precies kunnen worden berekend, zonder dat er
                        een risicoanalyse wordt uitgevoerd. De vrijstellingsverordening is ook van
                        toepassing op de afzet en verwerking van landbouwproducten en op de
                        vervoerssector. Uitgesloten van de-minimissteun zijn:</al><al>- De aankoop van vervoersmiddelen voor vrachtverkeer over de weg
                        (vrachtwagens);</al><al> - Exportsteun en steun waardoor binnenlandse producten ten opzichte van
                        importproducten worden bevoordeeld; </al><al>- De sector wegvervoer (eigen drempel van € 100.000,=); - De primaire
                        productie van landbouwproducten (eigen drempel van € 7.500,=);</al><al> - De visserijsector (eigen drempel van € 30.000,=).</al><al/><al><cursief>- Europees steunkader:</cursief> een mededeling, richtsnoer,
                        kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van
                        staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet
                        op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft
                        vastgesteld;</al><al/><al><cursief>- Verdrag</cursief>: Verdrag betreffende de Werking van de Europese
                        Unie.</al><al/><al><cursief>- Raad:</cursief> Raad van de gemeente Zwijndrecht</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies
                                door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies
                                waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is
                                getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van
                                de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke
                                grondslag nodig is).</al></li><li nr="2."><al> Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig
                                is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening
                                geheel of gedeeltelijk van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidieregeling</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te noemen:
                        subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor
                        subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke
                        doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt
                        berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees
                                steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij
                                subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze
                                aanvullen.</al></li><li nr="2."><al> Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden
                                gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling
                                naar het toepasselijke steunkader.</al></li><li nr="3."><al> Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is,
                                verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen
                                van het steunkader.</al></li><li nr="4."><al> Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is,
                                komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten
                                in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke
                                steunkader.</al></li><li nr="5."><al> Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is,
                                komen onderneming alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen
                                aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De raad kan subsidieplafonds vaststellen.</al></li><li nr="2."><al> In dat geval bepalen burgemeester en wethouders bij de
                                subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken
                                subsidie.</al></li><li nr="3."><al> De raad kan een subsidieplafond verlagen:</al><lijst><li nr="a."><al> als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het
                                        betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of</al></li><li nr="b."><al> als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond
                                        betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de
                                        begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of
                                        goedgekeurd.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al> Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd
                                overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van
                                verlaging.</al></li><li nr="5."><al> Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is
                                vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat
                                voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden
                                gesteld. Bij de verleningbeschikking wordt daarop gewezen.</al></li><li nr="6."><al> De subsidie wordt (deels) geweigerd, voor zover door verstrekking
                                van de subsidie het vastgestelde subsidieplafond wordt
                                overschreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvraag kern Heerjansdam</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Bij Raadsbesluit van 20 mei 2003 is de bevoegdheid tot
                                subsidieverlening en subsidievaststelling, met betrekking tot
                                subsidieaanvragen voor specifieke activiteiten binnen de dorpskern
                                Heerjansdam, (deels) overgedragen aan de Dorpsraad Heerjansdam.
                            </al></li><li nr="2."><al> Op besluiten met betrekking tot de in lid 1 overgedragen
                                bevoegdheden is deze gehele verordening van toepassing. </al></li><li nr="3."><al> Bij toepassing van deze verordening als bedoeld in lid 2 dient voor
                                “het college” te worden gelezen “de Dorpsraad Heerjansdam”. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij
                                burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een
                                aanvraagformulier.</al></li><li nr="2."><al> Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: </al><lijst><li nr="a."><al> een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al> de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;</al></li><li nr="c."><al> een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van
                                        deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij
                                        anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve
                                        van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van
                                        zaken daarvan; </al></li><li nr="d."><al> als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een
                                        rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de
                                        egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt
                                een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het
                                jaarverslag, de jaarrekening, een kopie bankafschrift en de balans
                                van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.</al></li><li nr="4."><al> Bij de subsidieregeling kan van de voorgaande punten worden
                                afgeweken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt,
                                wordt uiterlijk 1 september ingediend voorafgaand aan het jaar of de
                                jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></li><li nr="2."><al> Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt wordt
                                uiterlijk vier maanden voorafgaand aan dat boekjaar ingediend.</al></li><li nr="3."><al> Aanvragen voor incidentele subsidie worden acht weken voordat de
                                aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de
                                subsidie wordt aangevraagd, ingediend. </al></li><li nr="4."><al> Bij de subsidieregeling kunnen andere termijnen worden
                                gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een
                                subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31
                                december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.</al></li><li nr="2."><al> Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een
                                subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen acht
                                weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.</al></li><li nr="3."><al> Bij de subsidieregeling kunnen andere termijnen worden
                                gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Weigering, intrekking- en terugvorderinggronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene
                                wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in
                                ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al> als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde
                                        lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie
                                        onverenigbaar is met de interne markt.</al></li><li nr="b."><al> als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot
                                        terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking
                                        van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en
                                        onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is
                                        verklaard.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de
                                subsidie verder in ieder geval weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al> de instelling in staat van faillissement is verklaard,
                                        surseance van betaling is verleend of wordt opgeheven;</al></li><li nr="b."><al> conservatoir beslag is gelegd op het vermogen of een deel
                                        van het vermogen van de instelling;</al></li><li nr="c."><al> sprake is van ernstige tekortkomingen in de wijze waarop de
                                        instelling haar financiële middelen beheert;</al></li><li nr="d."><al> de instelling haar activiteiten of werkzaamheden
                                        beëindigt;</al></li><li nr="e."><al> in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3
                                        van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het
                                        openbaar bestuur;</al></li><li nr="f."><al> als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om
                                        voor subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li nr="g."><al> als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een
                                        wettelijk voorschrift;</al></li><li nr="h."><al> in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde
                                        gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval
                                intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3
                                van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                bestuur.</al></li><li nr="4."><al> Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug
                                als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingbesluit van de
                                Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke
                                uitspraak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Voor zover dit niet is bepaald bij de subsidieregeling, wordt bij de
                        verleningbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de
                        besteding van de subsidie dient te verantwoorden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de
                                subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of
                                dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat
                                onverwijld aan burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al> Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders
                                onverwijld schriftelijk over: </al><lijst><li nr="a."><al> beslissingen of procedures die zijn gericht op de
                                        beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is
                                        verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde
                                        rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al> relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al> ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de
                                        subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen
                                        kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al> wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm
                                        van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de
                                        bestuurder of bestuurders en het doel van de
                                        rechtspersoon.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen </titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen
                                worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van
                                hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.</al></li><li nr="2."><al> Bij subsidies hoger dan € 75.000, verleend voor activiteiten die
                                meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden
                                opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording
                                over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                                uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één
                                keer per jaar verlangd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en wethouders
                                direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven
                                aan het volgende lid – binnen acht weken nadat de activiteiten
                                uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al> Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan
                                de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan
                                te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt,
                                zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen
                                acht weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.</al></li><li nr="3."><al> In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000
                                wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende
                                subsidie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 75.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Bij subsidies van meer dan € 5.000 doch ten hoogste € 75.000 dient
                                de subsidieontvanger uiterlijk voor 1 juni volgend op het jaar
                                waarvoor de subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling
                                in.</al></li><li nr="2."><al> De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in
                                hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. Tevens legt
                                de aanvrager rekening en verantwoording af over de aan de
                                activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor
                                de vaststelling van de subsidie van belang zijn. </al></li><li nr="3."><al> Bij de subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier
                                wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 75.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Bij subsidies van meer dan € 75.000 dient de subsidieontvanger een
                                aanvraag tot vaststelling in: </al><lijst><li nr="a."><al> in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt
                                        verstrekt, uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het
                                        betrokken kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al> in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt,
                                        uiterlijk vijf maanden na afloop van het betrokken
                                        boekjaar;</al></li><li nr="c."><al> in andere gevallen uiterlijk acht weken nadat de
                                        gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> De aanvraag bevat: </al><lijst><li nr="a."><al> een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                                        gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al> een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de
                                        hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag
                                        of jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al> een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop; en</al></li><li nr="d."><al> een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk
                                        accountant.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Bij de subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld
                                of andere gegevens worden verlangd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen dertien
                                weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling,
                                tenzij in de subsidieregeling anders is bepaald.</al></li><li nr="2."><al> Deze termijn kan met zes weken worden verdaagd.</al></li><li nr="3."><al> In de subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden
                                aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden
                                ingediend.</al></li><li nr="4."><al> Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip,
                                bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en
                                onder a, b of c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de
                                subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de
                                aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kan dit tot gevolg
                                hebben dat de subsidie, op grond van artikel 4:44, lid 4 van de
                                Algemene wet bestuursrecht, ambtshalve wordt vastgesteld en het
                                subsidiebedrag (deels) wordt teruggevorderd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met
                                uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen
                                buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing
                                van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen
                                zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de
                                betrokken bepalingen te dienen doelen.</al></li><li nr="2."><al> Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het
                                besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De “ Algemene Subsidieverordening Zwijndrecht 2005” wordt
                                ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al> Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. </al></li><li nr="3."><al> Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de
                                bepalingen van de “Algemene Subsidieverordening Zwijndrecht 2005”
                                van toepassing. </al></li><li nr="4."><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening
                                Zwijndrecht 2015.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</vet></al><al><cursief>- algemene groepsvrijstellingsverordening:</cursief> verordening (EG)
                    nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus
                    2008. waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van
                    het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard („de
                    algemene groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3) , dan wel later
                    daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving.</al><al/><al><cursief>- de-minimisverordening:</cursief> verordening (EG) nr. 1998/2006 van
                    de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de
                    toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU
                    L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese
                    Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen
                    87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU
                    L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese
                    Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en
                    88 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van
                    Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6) , dan wel later daarvoor in de
                    plaats tredende Europese regelgeving.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Reikwijdte</vet></al><al><cursief>Eerste lid </cursief></al><al>Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te besluiten
                    over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene subsidieverordening
                    (hierna: ASV) van toepassing is. Dit betreft in beginsel alle subsidies, met
                    uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een
                    uitputtende regeling is getroffen en subsidies waar overeenkomstig artikel 4:23,
                    derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen wettelijke grondslag nodig
                    is.</al><al/><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van
                    de Awb geen wettelijke grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld incidentele
                    subsidies) is de ASV in beginsel niet van toepassing. Dit lid geeft het college
                    de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te verklaren als daartoe
                    aanleiding bestaat. </al><al/><al><vet>Artikel 3. Subsidieregeling</vet></al><al>Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels, hier en
                    verder subsidieregeling genoemd, de te subsidiëren activiteiten te bepalen. Voor
                    zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot de doelgroepen die
                    voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van
                    uitbetalen, dient dit eveneens in de subsidieregeling te gebeuren. </al><al/><al>In andere artikelen van ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die
                    betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van
                    termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie, de wijze
                    van verdelen van het subsidieplafond. </al><al/><al><vet>Artikel 4. Europees steunkader</vet></al><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het
                    toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er
                    afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid maakt
                    het college daartoe bevoegd.</al><al/><al>Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese
                    Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het
                    Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld.</al><al/><al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard
                    alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in
                    aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het
                    betreffende steunkader (lid 4). Net goed als dat bij subsidies waarop de
                    de-minimisverordening van toepassing is, ondernemingen alleen in aanmerking
                    komen voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening
                    (lid 5). </al><al/><al><vet>Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</vet></al><al>De raad stelt de subsidieplafonds vast (lid 1). Vervolgens bepaalt het college
                    bij de subsidieregeling de wijze van verdelen (tweede lid in combinatie met
                    artikel 4:26, tweede lid, van de Awb). Bij de bekendmaking van de
                    subsidieplafonds door de raad wordt er, indien van toepassing, gewezen op de
                    mogelijkheid dat het subsidieplafond verlaagd kan worden (derde en vierde lid). </al><al/><al>Het college, dat via artikel 2 de bevoegdheid gedelegeerd heeft gekregen om te
                    besluiten over het verstrekken van subsidies, is verder verplicht – in lijn met
                    de mogelijkheid van artikel 4:34, eerste lid, van de Awb – (in bepaalde
                    gevallen) om bij het gebruik maken van deze gedelegeerde bevoegdheid een
                    begrotingsvoorbehoud te maken (vijfde lid).</al><al/><al><vet>Artikel 6. Aanvraag kern Heerjansdam</vet></al><al>Behoeft geen nadere toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 7. Aanvraag </vet></al><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient
                    te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’.
                    Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het college het door hem
                    vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar heeft gesteld. Daarnaast
                    moet het formulier ook ondertekend kunnen worden, aangezien een ondertekende
                    aanvraag benodigd is. In het tweede en derde lid is bepaald welke stukken en
                    gegevens bij de aanvraag overlegd dienen te worden.</al><al/><al>Bij de subsidieregeling kan het college besluiten hiervan af te wijken (vierde
                    lid).</al><al/><al><vet>Artikel 8. Aanvraagtermijn</vet></al><al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt
                    onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar of per boekjaar worden
                    verstrekt, en incidentele subsidies. Bij de subsidieregeling kan het college
                    besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het
                    eerste tot en met derde lid (vierde lid).</al><al/><al><vet>Artikel 9. Beslistermijn</vet></al><al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te beslissen
                    op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op
                    een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid gemaakt tussen subsidies
                    per kalenderjaar of boekjaar, en andere. Bij de subsidieregeling kan het college
                    besluiten af te wijken van de beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste
                    en tweede lid (derde lid).</al><al/><al><vet>Artikel 10. Weigering- en intrekkinggronden</vet></al><al>In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringgronden van artikelen
                    4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte gronden
                    aangevuld.</al><al/><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te
                    verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan
                    goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele melding.
                    Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet het college
                    overgaan tot weigering (vandaar de verplichte weigeringgrond onder a). In
                    aanvulling daarop wordt met onderdeel b bepaald dat ondernemingen waartegen een
                    terugvorderingactie loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.</al><al/><al>In het tweede lid zijn nog enkele facultatieve weigeringgronden opgenomen. Het
                    college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe niet verplicht.</al><al/><al>Onderdeel f betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van de
                    Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet
                    Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringgrond is niet van belang of de
                    activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd op zichzelf beoordeeld subsidiabel
                    zijn. Het gaat hierbij louter om de integriteit van de persoon dan wel
                    rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op grond van de Wet Bibob
                    geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie weigeren, kan het college in
                    dergelijke gevallen ook een reeds verleende en vastgestelde subsidies intrekken
                    (derde lid).</al><al/><al>Onderdeel i ten slotte geeft het college de bevoegdheid in de subsidieregeling
                    nog andere weigeringgronden op te nemen, bijvoorbeeld weigeringgronden die
                    specifiek met de te subsidiëren activiteiten samenhangen. </al><al/><al><vet>Artikel 11. Verantwoording</vet></al><al>Behoeft geen nadere toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 12. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</vet></al><al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede
                    lid) die voor alle subsidieontvangers geldt.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel bevat een aanvullende bevoegdheidsgrondslag voor het college om aan
                    de subsidie bepaalde ’bijzondere‘ verplichtingen te verbinden, in aanvulling op
                    wat reeds mogelijk is direct op grond van de Awb (zie artikel 4:37 van de Awb). </al><al/><al>De artikelen 4:38 en 4:39 van de Awb maken het verder mogelijk om nog andere
                    verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening daarvoor een
                    grondslag biedt. Die grondslag is in artikel 10 gegeven met betrekking tot
                    verplichtingen in het kader van het beheer en gebruik van datgene wat met de
                    subsidie tot stand is gebracht.</al><al/><al><vet>Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</vet></al><al>Kenmerkend voor subsidies tot en met € 5.000 is dat deze op basis van vertrouwen
                    worden verleend; er wordt niet meer standaard om verantwoording gevraagd. In
                    plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor de subsidieontvanger bij
                    niet nakoming van de voorwaarden (zie artikel 9). Achteraf kan een
                    risicogeoriënteerde controle plaatsvinden bij de subsidieontvanger.</al><al/><al>Verder wordt het voorschot in één termijn verstrekt en hoeft de
                    subsidieontvanger geen aanvraag voor subsidievaststelling (verantwoording) in te
                    dienen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de
                    subsidieverstrekker worden bespaard.</al><al/><al>In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste lid),
                    wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten
                    moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen een nader bepaalde
                    termijn ambtshalve vastgesteld door de subsidieverstrekker. In het tweede lid is
                    een afwijkende termijn opgenomen voor situaties waarin speciale
                    rapportageverplichtingen worden opgelegd. </al><al/><al><vet>Artikel 15. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 75.000 </vet></al><al>In dit artikel is bepaald op welke wijze subsidieontvangers subsidie tussen €
                    5.000 en </al><al>€ 75.000 aan het college dienen te verantwoorden; er dient een aanvraag tot
                    vaststelling ingediend te worden (eerste lid), deze bevat een inhoudelijk
                    verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht
                    en tevens legt de aanvrager rekening en verantwoording af over de aan de
                    activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de
                    vaststelling van de subsidie van belang zijn (tweede lid). Ingevolge artikel 8
                    wordt de wijze van verantwoording al bij het besluit tot verlening van de
                    subsidie aan de subsidieontvanger bekend gemaakt.</al><al/><al>Met betrekking tot het inhoudelijk verslag kan vooraf bij de subsidieverlening
                    al zijn aangegeven op welke manieren het aantonen kan plaatsvinden. Er kunnen
                    daarbij verschillende instrumenten worden gebruikt, zoals bestuurs- en
                    activiteitenverslagen, een managementverklaring, een deskundigenverklaring of
                    andere bewijsstukken (bijvoorbeeld een publicatie), enz. Het verslag kan ook
                    bestaan uit een algemeen jaarverslag van een rechtspersoon. Het gaat er om dat
                    duidelijk is dat de verkregen subsidie is aangewend voor het doel waarvoor de
                    subsidie werd verstrekt. Voorts kan het college, overeenkomstig het derde lid,
                    in de subsidieregeling aangeven andere bewijsmiddelen te verlangen dan een
                    inhoudelijk verslag.</al><al/><al><vet>Artikel 16. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 75.000</vet></al><al>Bij subsidies vanaf € 75.000 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van
                    subsidies; op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de
                    subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde
                    kosten. Het derde lid biedt de basis om in de subsidieregeling te bepalen dat er
                    ook andere, waaronder minder, gegevens gevraagd worden.</al><al/><al><vet>Artikel 17. Subsidievaststelling</vet></al><al>Het eerste lid bevat – overeenkomstig artikel 4:13 van de Awb – de termijn
                    waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Het merendeel van de
                    aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden afgehandeld. Meer
                    ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De verdaging van de beslistermijn
                    – voor de duur van ten hoogste de in het tweede lid nader bepaalde termijn –
                    biedt dan uitkomst. </al><al/><al><vet>Artikel 18. Hardheidsclausule</vet></al><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze
                    clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in de
                    verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie
                    te passen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>