<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR36995_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening raadscommissies Vlissingen 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2007, VIII.08</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies Vlissingen 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-03-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-04-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-04-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-12-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt de 'Verordening op de raadscommissie 2002', vastgesteld op 25 april 2002.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening raadscommissies Vlissingen 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van een raadscommissie.</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of zijn
                                    vervanger.</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van de raadscommissie of zijn
                                    vervanger.</al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of zijn vervanger.</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling commissies</titel></kop><al>De gemeenteraad kent één of meer raadscommissies als bedoeld in artikel
                            82 van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taak commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een commissie is belast met het voorbereiden van de besluitvorming
                                door de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een commissie kan namens de gemeenteraad overleggen met de leden van
                                het college en met de burgemeester.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadscommissie bestaat uit leden van de gemeenteraad en door de
                                gemeenteraad benoemde commissie-niet-raadsleden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per fractie nemen er maximaal twee leden deel aan een
                                commissievergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een commissie heeft een voorzitter en een plaatsvervangend
                                voorzitter. De (plaatsvervangende) voorzitters van de commissies
                                worden uit en door de gemeenteraad benoemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter (of zijn plaatsvervanger) is geen lid van de
                                commissie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter leidt de vergadering en is belast met de handhaving
                                van de orde in de vergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, voorzitter en zijn plaatsvervanger
                                eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de
                                raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid, voorzitter of zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn
                                van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in de
                                Gemeentewet gestelde eisen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter en zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter of zijn vervanger kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.
                                Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
                                zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het commissie-niet-raadslid dat op
                                voordracht van de fractie is benoemd van rechtswege. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een commissie wordt door de griffier terzijde gestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier is aanwezig bij de vergadering van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een
                                daartoe aangewezen medewerker van de griffie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanwezigheid en deelname burgemeester en collegeleden</titel></kop><al>De voorzitter kan namens de commissie de burgemeester, (leden van) het
                            college en de secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn
                            en aan de beraadslagingen deel te nemen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Frequentie</titel></kop><al>Een commissie vergadert volgens een jaarlijks vastgesteld schema en
                            verder zo vaak als de voorzitter dat noodzakelijk acht of het door ten
                            minste drie leden schriftelijk, met opgave van redenen, wordt
                            gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Agendacommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een agendacommissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de raad, de
                                voorzitters van de raadscommissies of hun plaatsvervanger en de
                                griffier of zijn vervanger en de gemeentesecretaris of zijn
                                vervanger. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De agendacommissie heeft tot taak het voorlopig vaststellen van de
                                agenda’s van de raadscommissies. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de
                                agendacommissie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter en zijn vervanger worden door de leden van de
                                agendacommissie uit hun midden benoemd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door de voorzitter belegd. Deze draagt er zorg
                                voor dat elk lid in de regel ten minste zeven dagen voor de datum
                                van de vergadering hier schriftelijk voor wordt opgeroepen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met de oproep worden ook de agenda en bijbehorende stukken aan de
                                leden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan van het bepaalde in de laatste zin van
                                het eerste lid worden afgeweken, met dien verstande, dat ten minste
                                een tijdsduur van tweemaal 24 uur in acht dient te worden genomen
                                tussen de schriftelijke oproep en de aanvang van de
                                vergadering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste, tweede en
                                derde lid wordt de behandeling van het betreffende onderwerp,
                                ingeval ten minste drie leden daartoe een verzoek indienen,
                                aangehouden, tenzij het belang van de zaak naar oordeel van de
                                commissie geen langer uitstel duldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                vergadering een aanvullende agenda opstellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                vast. Op voorstel van lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij
                                de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of
                                van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor
                                de beraadslaging acht, kan hij aan het college of de burgemeester
                                nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in
                                welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd
                                wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de
                                volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Agenderingsrecht</titel></kop><al>Elk lid van de commissie kan voorstellen doen tot behandeling van zaken
                            die niet op de agenda zijn vermeld en dient die voorstellen minstens
                            drie dagen voor de vergadering schriftelijk bij de voorzitter of de
                            griffier in te dienen; in spoedeisende gevallen geldt een termijn van 24
                            uur. De commissie beslist over de in behandelingneming van die
                            voorstellen bij de aanvang van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ter inzage leggen van agenda en stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De agenda en de stukken van een commissievergadering worden voor de
                                leden van de commissie ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid,
                                van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken
                                in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en
                                verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-,
                                huis-aan-huisbladen en door plaatsing via de nieuwe media van de
                                gemeente ter openbare kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige
                                        agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht zoals
                                        bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Ieder lid tekent, voordat hij aan de vergadering deelneemt, de
                            presentielijst. Aan het einde van de vergadering wordt deze lijst door
                            de griffier afgesloten en ondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Inwoners/burgers hebben het recht het woord te voeren over
                                geagendeerde en niet geagendeerde onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de behandeling van elk agendapunt vraagt de voorzit¬ter wie van
                                de toehoor¬ders hierover het woord wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over benoemingen, keuzen,
                                voordrachten of aanbevelingen voor personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is
                                van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke spreker krijgt in beginsel maximaal vijf minuten het woord, één
                                en ander ter beoordeling van de voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Insprekers dienen zich te onthouden van beledigende of onbehoorlijke
                                uitdrukkingen als bedoeld in artikel 23, lid 3. Indien een inspreker
                                zich niet aan dit voorschrift houdt, wordt hij op last van de
                                voorzitter uit de vergadering verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van het verhandelde in de vergadering wordt een conceptverslag
                                gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter, de leden, de burgemeester en de wethouders hebben het
                                recht om binnen 5 werkdagen na toezending van het conceptverslag een
                                voorstel tot correctie te doen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag wordt met de correctievoorstellen en de aantekening
                                “definitief” gepubliceerd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag gemaakt,
                                dat niet openbaar wordt gemaakt. Lid 2 is op dit verslag van
                                toepassing. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de
                                griffier. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Woordvoeren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie heeft per vergadering twee woordvoerders aan tafel.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niemand voert het woord dan na het aan de voorzitter verzocht en van
                                deze verkregen te hebben. De voorzitter verleent het woord in de
                                volgorde waarin het is gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de volgorde kan worden afgeweken, indien een lid het woord
                                vraagt voor het stellen van een vraag om inlichtingen over een in
                                behandeling zijnd onderwerp, een persoonlijk feit, of voor het
                                indienen van een voorstel van orde. De voorzitter stelt het lid dat
                                het woord verlangt voor een persoonlijk feit, in de gelegenheid een
                                beknopte aanduiding van dat feit te geven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een spreker mag in de rede worden onderbroken, echter alleen via
                                tussenkomst van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan op voorstel van de voorzitter, bij de aanvang van
                                of tijdens de vergadering, regels stellen ten aanzien van de
                                spreektijd van de leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval spreektijden zijn afgesproken, ziet de voorzitter in overleg
                                met de commissiegriffier toe op het naleven van de afgesproken
                                spreektijden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling
                                een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Gecombineerde vergadering</titel></kop><al>Ter beoordeling van de voorzitters kunnen twee of meer commissies
                            gezamenlijk vergaderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Handhaving orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van
                                        deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                        spreker zonder verdere interrupties zijn betoog kan
                                        afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen
                                veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een
                                andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de
                                orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder “beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen” worden in ieder
                                geval begrepen het naar het oordeel van de voorzitter doen van
                                uitlatingen of uitingen, in welke vorm dan ook, met een racistisch,
                                seksistisch of anderszins discriminatoir karakter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een spreker voortgaat van het onderwerp af te wijken,
                                beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen te gebruiken, de orde te
                                verstoren of niet voldoet aan de uitnodiging van de voorzitter zijn
                                of haar rede te beëindigen wegens het verstrijken van de toegestane
                                spreektijd, ontneemt de voorzitter hem het woord.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de zitting waarin het in het vierde lid vermelde plaats heeft
                                gehad, mag de spreker aan wie het woord is ontnomen, of de spreker
                                die na te zijn vermaand zijn woorden niet heeft teruggenomen, aan de
                                beraadslagingen over het in bespreking zijnde onderwerp niet meer
                                deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een spreker die beledigende en onbehoorlijke uitdrukkingen als
                                bedoeld in het vierde lid, wordt, indien hij geen gebruik maakt van
                                de geboden gelegenheid zijn woorden terug te nemen, na op de
                                consequenties daarvan te zijn gewezen uit de vergadering verwijderd
                                en van de presentielijst afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Wijze van beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beraadslaging over elk aan de orde gesteld onderwerp vindt plaats in
                                ten hoogste twee termijnen. In bijzondere gevallen kan de commissie
                                indien aan de voorzitter daartoe de wens kenbaar is gemaakt,
                                gelegenheid openen in een volgende termijn het woord te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de voorzitter oordeelt dat een onderwerp voldoende is
                                toegelicht, stelt hij de commissie voor de beraadslaging te sluiten.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een
                                lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de
                                orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Sluiting</titel></kop><al>De voorzitter sluit de vergadering zodra alle aan de orde gebrachte
                            onderwerpen zijn behandeld of sluiting de commissie wenselijk
                            voorkomt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslotenheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een commissievergadering zal in beslotenheid plaatsvinden wanneer
                                ten minste drie aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter
                                dat noodzakelijk acht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gedachtewisseling in een besloten commissievergadering is
                                vertrouwelijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een commissielid als toehoorder een besloten vergadering van
                                een commissie bijwoont, dient hij de presentielijst ook te
                                tekenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de commissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Overig</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Toehoorders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring is de toehoorders
                                verboden. Zij mogen de orde en rust van de vergadering niet
                                verstoren, dit ter beoordeling van de voorzitter. Zij dienen zich te
                                onthouden van uitingen of uitlatingen als bedoeld in artikel 26.
                                Indien zij zich niet aan dit voorschrift houden worden zij
                                onmiddellijk uit de vergadering verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor de handhaving van het in het eerste
                                lid bedoelde voorschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- danwel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat ze de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Uitleg van de verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel van
                            de toepassing van de verordening, beslist de commissie op voorstel van
                            de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening wordt aangehaald als 'Verordening op de
                                    raadscommissies Vlissingen 2007' en treedt in werking op 1 april
                                    2007.</al></li><li nr="2."><al>Op dat moment vervalt de Verordening op de raadscommissie 2002
                                    vastgesteld op 25 april 2002.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Vlissingen
                        op 29 maart 2007.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. F. Vermeulen A. van Dok- van Weele</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Hoofdstuk 1 Algemeen</al><al/><al>Artikel 1 Begripsomschrijving</al><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd. </al><al/><al>Artikel 2 Instelling commissies</al><al>De verordening is zo opgezet dat bij verandering van vergaderstelsel de
                    verordening op de raadscommissies niet hoeft te worden aangepast. </al><al/><al>Artikel 3 Taak commissies</al><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissie bereiden de besluitvorming van de raad voor en
                    overleggen met het college of de burgemeester. In het algemeen zijn de
                    raadscommissies gericht op voorbereiding en informatievoorziening en vindt het
                    politieke debat plaats in de raad. Daarbij zijn de taken van de commissie in
                    principe gelijk aan de raad, namelijk die van kaderstellend, controlerend en
                    volksvertegenwoordigend orgaan. </al><al>De raadscommissie bepaalt zijn eigen agenda. Dit betekent dat niet het college
                    maar in eerste instantie de agendacommissie en in latere instantie de
                    raadscommissie zelf de agenda bepaalt. </al><al/><al>Artikel 4 Samenstelling commissies</al><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. In Vlissingen is ervoor gekozen gezien het informatieve karakter
                    van de raadscommissies om zonder onderscheid in de grootte van de fracties
                    maximaal 2 deelnemers per fractie te laten deelnemen aan een vergadering.
                    Volgens de toelichting bij de modelverordening hoeven de verhoudingen in de
                    raadscommissies niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad. De
                    leden van de raadscommissie hoeven geen raadslid te zijn, wel moeten ze
                    voorgedragen worden door hun fractie. Ze moeten staan op de kandidatenlijst van
                    een fractie en benoemd en beëdigd zijn conform het Reglement van Orde van de
                    raad (artikel 6, leden 6 en 7 RvO). </al><al/><al>Artikel 5 Voorzitter</al><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie en zijn plaatsvervanger een raadslid moet zijn. Een
                    voorzitter en dus ook zijn plaatsvervanger zijn geen lid van de commissie. Dit
                    is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn
                    taak als technisch voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken
                    van de positie van de raadscommissie. </al><al/><al>Artikel 6 Zittingsduur</al><al>De zittingsduur van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even
                    lang als de zittingsduur van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De
                    benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan.
                    Indien de voorzitter, zijn plaatsvervanger of een lid niet meer voldoet aan de
                    door de Gemeentewet gestelde eisen dan eindigt het voorzitterschap dan wel
                    lidmaatschap van de raadscommissie van rechtswege. De raad kan een lid van een
                    raadscommissie ontslaan op voorstel van de fractie die het lid heeft
                    voorgedragen. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een
                    fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van artikel 4
                    recht op een eigen vertegenwoordiging in de raadscommissie. De
                    (plaatsvervangend) voorzitter van een raadscommissie kan de raad ook zonder
                    voorstel van een fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze (plaatsvervangend)
                    voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het
                    vijfde lid voorziet in de situatie van tussentijdse vacature, hetzij door
                    ontslag hetzij door overlijden. </al><al/><al>Artikel 7 Griffier</al><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door de griffier of één medewerker van
                    de Griffie. Hieruit volgt dat altijd de griffier of een medewerker van de
                    Griffie aanwezig zijn bij vergaderingen van de raadscommissie. In principe neemt
                    hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de raadscommissie op basis van
                    artikel XXX van deze verordening altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de
                    beraadslagingen deel te laten nemen. </al><al/><al>Artikel 8 Aanwezigheid en deelname burgemeester en collegeleden</al><al>De commissie kan per vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewens
                    is en of burgemeester en/of collegeleden aan de beraadslagingen in de commissie
                    mogen deelnemen. De wettelijke grondslag hiervoor ligt in artikel 82, vijfde
                    lid, dat artikel 21, tweede lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige
                    toepassing verklaard. </al><al/><al>Hoofdstuk II Vergadering</al><al/><al>Artikel 9 Frequentie</al><al>De commissies vergaderen volgens een jaarlijks vastgesteld schema. De
                    agendacommissie en het presidium spelen een rol in de vaststelling van het
                    jaarlijkse vergaderschema. </al><al>vergaderingen van commissies zijn in de regel openbaar. Op verzoek van een lid
                    of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te
                    vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag gemaakt,
                    dat niet openbaar is, tenzij de raadscommissie anders beslist. </al><al/><al>Artikel 10 Agendacommissie</al><al>De agendacommissie vervult een coördinerende rol bij de agendering van zaken in
                    commissies. De agendacommissie stelt de agenda’s van de raadscommissies
                    voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissie
                    geschiedt door de betreffende commissie bij de aanvang van de vergadering. </al><al/><al>Artikel 11 Oproep</al><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De leden van de raadscommissie
                    moeten in ieder geval in de gelegenheid gesteld zijn de stukken te lezen.</al><al/><al>Artikel 12 Agenda</al><al>In dit artikel komt de agenderende rol van een raadscommissie tot uiting. De
                    agendacommissie stelt de agenda voorlopig vast. Uiteindelijk bepaalt de
                    raadscommissie zijn eigen agenda. Dit betekent onder meer dat een raadscommissie
                    kan bepalen dat een onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid en voor
                    inlichtingen of advies aan het college wordt gezonden. Een raadscommissie
                    bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw
                    geagendeerd wordt en niet het college. Uiteraard zal hierover wel overleg
                    gevoerd moeten worden met het college of de secretaris. </al><al/><al>Artikel 13 Agenderingsrecht</al><al>Dit artikel komt niet voor in de modelverordening, maar heeft een Vlissingse
                    historie. Een lid kan vragen een onderwerp op de agenda te zetten. Het is aan de
                    raadscommissie om de agenda definitief vast te stellen. </al><al/><al>Artikel 14 Ter inzage leggen van agenda en stukken</al><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen voor de
                    leden in de leeskamer ter inzage gelegd. Stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding wordt opgelegd, worden vertrouwelijk op de daartoe afgesproken
                    plaats ter inzage gelegd. </al><al/><al>Artikel 15 Openbare kennisgeving</al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven plaats
                    ter inzage gelegd. De agenda en daartoe behorende stukken worden op internet
                    geplaatst. </al><al/><al>Artikel 16 Presentielijst</al><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de griffier of de
                    medewerker van de Griffie zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het
                    vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast is de presentielijst van belang om de
                    vergoedingen voor de leden van een raadscommissie te kunnen vaststellen. </al><al/><al>Artikel 17 Spreekrecht burgers</al><al>In de modelverordeningen van de VNG is het spreekrecht bij de raadsvergadering
                    weggehaald en bij de raadscommissies neergelegd. In Vlissingen blijven de
                    mogelijkheden om in te spreken in de raad bestaan. De betiteling in de raad is;
                    de gelegenheid tot het inspreken van burgers. De benaming in de commissie blijft
                    het spreekrecht. Tijdens de commissievergaderingen zijn er meer mogelijkheden
                    voor de inspreker om van gedachten te wisselen met de commissieleden en zo bij
                    te dragen aan de besluitvorming. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan
                    het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één
                    van de doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal bestuur. Het spreekrecht
                    in de Vlissingse praktijk gaat verder dan alleen de geagendeerde onderwerpen,
                    ook over de niet geagendeerde onderwerpen kan worden ingesproken. Dit is debet
                    aan de opbouw van de agenda waar onder het kopje Actuele zaken niet geagendeerde
                    onderwerpen ter sprake kunnen worden gebracht. </al><al>In het derde lid zijn onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet voor
                    geldt. Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen voor personen zijn
                    uitgesloten van het spreekrecht voor burgers omdat inspraak op een dergelijk
                    onderwerp de belangen van de kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun
                    ambt of functie kan schaden. </al><al>In beginsel krijgt een spreker maximaal vijf minuten het woord. De commissie kan
                    hiervan afwijken door opname van de tweede zin in het vijfde lid. </al><al/><al>Artikel 18 Verslag</al><al>Van een commissievergadering wordt een zakelijk verslag gemaakt. Het
                    conceptverslag wordt op korte termijn aan alle leden van de raad en de commissie
                    via de mail verstrekt. De voorzitter, de leden en de collegeleden hebben het
                    recht een voorstel tot correctie te doen. De correctievoorstellen worden
                    achteraan het verslag opgenomen. </al><al/><al>Artikel 19 Woord voeren</al><al>In dit artikel zijn naast de gangbare spreekregels zoals het woord wordt pas
                    gevoerd nadat dit aan de voorzitter is verzocht en verkregen, ook de afspraak
                    dat er per vergadering twee woordvoerders per fractie aan tafel zitten. In
                    Vlissingen bestaat er geen vaste samenstelling van de commissies. Om een goede
                    orde van de vergadering te bewerkstelligen is het aantal leden per
                    raadscommissievergadering beperkt tot twee woordvoerders per fractie. </al><al/><al>Artikel 20 Spreektijd</al><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te
                    stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde tijdens de
                    vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te beperken. </al><al/><al>Artikel 21 Voorstellen van orde</al><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging,
                    besloten door een raadscommissie. Bij steken van stemmen is het voorstel niet
                    aangenomen (artikel 32, vierde lid, Gemeentewet is hierop niet van toepassing). </al><al/><al>Artikel 22 Gecombineerde vergadering</al><al>In verband met de korte lengte van de agenda, de planning in een maand of
                    anderszins moet de mogelijkheid open blijven om twee vergaderingen samen te
                    voegen. </al><al/><al>Artikel 23 Handhaving orde</al><al>Het eerste lid verzekert dat de leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van de raadscommissie zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet- raadsleden. Op basis van het tweede lid kunnen alle
                    sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde geroepen worden.
                    Het vierde lid regelt dat hij het woord ontzegd krijgt over het aanhangige
                    onderwerp. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen
                    en hem uit de vergadering doen verwijderen. </al><al/><al>Artikel 24 Wijze van beraadslaging</al><al>Voordat een onderwerp aan de orde gesteld wordt, moet er duidelijkheid zijn over
                    de wijze van beraadslaging. De voorzitter maakt, na overleg met de commissie, de
                    spelregels duidelijk. Zijn er twee duidelijke termijnen waarbij de leden hun
                    vragen kunnen stellen. Of is er ruimte voor het debat? Het is dus aan de
                    commissie en de voorzitter om voordat een onderwerp aan de orde gesteld wordt,
                    duidelijkheid te geven over de wijze van beraadslaging. </al><al/><al>Artikel 25 Deelname aan de beraadslaging door anderen</al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. het gaat in deze bepaling
                    om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de
                    secretaris. Die hebben op grond van artikel 8 van deze verordening reeds het
                    recht om aan de beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere
                    sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer
                    geen recht om een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel
                    over de spreektijd of over de orde van de vergadering. </al><al/><al>Artikel 26 Sluiting </al><al>De voorzitter kan de vergadering sluiten als hij vaststelt dat de onderwerpen
                    voldoende zijn toegelicht, tenzij de raadscommissie anders beslist. </al><al/><al>Hoofdstuk III Besloten vergadering</al><al/><al>Artikel 27 Algemeen</al><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven. </al><al/><al>Artikel 28 Beslotenheid</al><al>Dit artikel geeft aan de voorzitter en aan tenminste drie leden van de commissie
                    de mogelijkheid om over een onderwerp in beslotenheid te spreken. Om het
                    besloten karakter van de vergadering te waarborgen is de aanwezigheid van
                    anderen dan de leden, voorzitter, griffier, burgemeester en wethouders,
                    secretaris aan spelregels gebonden. De aanwezigheid van ambtenaren dient zoveel
                    mogelijk te worden beperkt. </al><al/><al>Artikel 29 Geheimhouding</al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft. </al><al/><al>Artikel 30 Opheffing geheimhouding</al><al>De raad kan de geheimhouding die een raadscommissie aan de raad oplegt,
                    opheffen. Er is wel een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt
                    gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. </al><al/><al>Hoofdstuk IV Overig</al><al/><al>Artikel 31 Toehoorders</al><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Dit artikel voorziet
                    hierin. </al><al/><al>Artikel 32 Geluid- en beeldregistraties</al><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations gelui- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard
                    niet het geval als het een besloten vergadering betreft. </al><al/><al>Artikel 33 Verbod gebruik mobiele telefoons</al><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat niet
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan. </al><al/><al>Artikel 34 Uitleg van de verordening</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting</al><al/><al>Artikel 35 Inwerkingtreding</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>