<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR369887_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders gemeente Dongen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP 11-06-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders gemeente Dongen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders gemeente Dongen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeenteDongen;</al><al>gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de
                        Gemeentewet en de artikelen 22, eerste lid, 23, eerste lid en 27a, vijfde
                        lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders;</al><al>besluit vast te stellen de Verordening rechtspositie wethouders gemeente
                        Dongen 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="b."><al>Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993,
                                    Stb. 144;</al></li><li nr="c."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280,
                                    Stcr.56;</al></li><li nr="d."><al>Verplaatsingskostenbesluit 1989: HET Koninklijk Besluit van 6
                                    oktober 1989 Stb. 424.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders hebben recht op een vergoeding van de kosten voor
                                woon-werkverkeer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van de
                                Regeling rechtspositie wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er bestaat maximaal twee keer per dag recht op een enkele reis
                                vergoeding woon-werkverkeer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders hebben recht op een vaste maandelijkse vergoeding van €
                                10,00 netto voor reiskosten voor reizen binnen de gemeente gemaakt
                                voor de uitoefening van het ambt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de wethouders worden ten behoeve van de gemeente gemaakte reis-
                                en verblijfskosten in verband met reizen buiten het grondgebied van
                                de gemeente een vergoeding verleend overeenkomstig het bepaalde in
                                artikel 4 van de Regeling Rechtspositie Wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De reiskosten als bedoeld in het tweede lid worden alleen vergoed
                                als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de wethouders in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maken worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Computer, tablet en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouders aan wie een computer of tablet, bijbehorende
                                apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld,
                                tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding voor de aanleg- en abonnementskosten voor een
                                internetverbinding voor de computer bedoeld in dit artikel, bedraagt
                                ten hoogste € 10,00 per maand, waarbij alleen in aanmerking komen de
                                extra abonnementskosten die gemaakt worden voor een goede vervulling
                                van het wethouderschap.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergoeding als bedoeld in dit artikel wordt
                                gedaan bij de gemeentesecretaris en gaat vergezeld van de benodigde
                                bewijsstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Communicatieapparatuur</titel></kop><al>De wethouders aan wie communicatieapparatuur in bruikleen ter
                            beschikking wordt gesteld tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met
                            de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikken hebben ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders, en</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor
                            wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                            onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in
                            maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis
                            tenzij het Rechtspositiebesluit wethouders of de Regeling rechtspositie
                            wethouders anders bepalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders zorgen ten behoeven van het vergoeden van kosten voor
                                rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van de vergoeding door de wethouder vindt plaats door
                                een door het college vastgesteld formulier volledig in te vullen en
                                te ondertekenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan
                                wordt aan de bepalingen in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het formulier wordt ter goedkeuring ingediend bij de
                                gemeentesecretaris, of een daartoe aangewezen ambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De declaratie van de kosten die uit eigen middelen vooruit zijn
                                betaald en de vergoeding van reiskosten met de eigen auto vindt
                                plaats door gebruikmaking van een door het college vastgesteld
                                formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het formulier wordt binnen twee maanden na de betaling c.q. de datum
                                van de gemaakte rit volledig ingevuld en ondertekend door de
                                wethouder, geaccordeerd door de burgemeester en ter goedkeuring
                                ingediend bij de gemeentesecretaris, of een daartoe aangewezen
                                ambtenaar, onder bijvoeging van de bewijsstukken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening voorzieningen burgemeester en wethoudersgemeente Dongen
                            2012 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking daags na publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders gemeente Dongen 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><divisie><kop><titel>Wettelijke regelingen</titel></kop><al>De regeling van de rechtspositie van wethouders vindt op drie of vier
                        niveaus plaats, te weten bij wet, algemene maatregel van bestuur (AMvB),
                        ministeriële regeling en gemeentelijke verordening. Wettelijk is voor
                        wethouders in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) de
                        uitkering na aftreden en het pensioen geregeld. In de Gemeentewet is
                        aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van wethouders moet
                        worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling).
                        Daartoe is tot stand gekomen het Rechtspositiebesluit wethouders. In een
                        ministeriële regeling, de Regeling rechtspositie wethouders, zijn sommige
                        vergoedingen nader uitgewerkt. In deze wetten en nadere regelgeving zijn
                        alle voor de rechtspositie van belang zijnde onderwerpen geregeld. Een
                        aantal voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de verschillende
                        onkostenvergoedingen, is in de rechtspositiebesluiten overwegend geregeld in
                        dwingendrechtelijke bepalingen. </al><al>De vergoedingen en regelingen voor wethouders die bij of krachtens de wet
                        (lees Gemeentewet, rechtspositiebesluit of regeling) dwingendrechtelijk
                        geregeld zijn, zijn niet opgenomen in deze verordening. Dit betreft de
                        vergoedingen voor:</al><lijst><li nr="1."><al>de onkostenvergoedingen voor wethouders</al></li><li nr="2."><al>de verstrekking van een computer</al></li><li nr="3."><al>de voorzieningen bij ziekte en dienstongeval</al></li><li nr="4."><al>de voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</al></li><li nr="5."><al>voorzieningen voor wethouders met een fysieke beperking</al></li><li nr="6."><al>de bezoldiging van de wethouders</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening</titel></kop><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                        wethouders zover die niet dwingend geregeld is in hogere wet- en
                        regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en
                        genoemde rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet
                        is toegekend genieten wethouders als zodanig geen inkomsten, in welke vorm
                        dan ook, ten laste van de gemeente (artikel 44 van de Gemeentewet). Dit
                        betekent dat de rechtspositionele aanspraken voor zittende wethouders
                        uitsluitend te vinden zijn in respectievelijk de Gemeentewet, het
                        Rechtspositiebesluit wethouders, de Regeling rechtspositie wethouders en de
                        plaatselijke Verordening rechtspositie wethouders. Gewezen wethouders
                        ontlenen hun aanspraak op een ontslaguitkering en pensioen aan de Algemene
                        pensioenwet politieke ambtsdragers.</al></divisie><divisie><kop><titel>De arbeidsverhouding van de wethouder</titel></kop><al>Wethouders zijn ingevolge de Ambtenarenwet als benoemde bestuurders in
                        openbare dienst aangesteld en vallen onder de werking van die wet. Echter de
                        bepalingen over het materiële ambtenarenrecht uit de Ambtenarenwet zijn niet
                        van toepassing op wethouders. Hun rechtspositie wordt, zoals hiervoor is
                        aangegeven, beheerst door specifieke wet- en regelgeving. De aanstelling in
                        openbare dienst houdt voor de toepassing van de fiscale wetgeving in dat
                        sprake is van een arbeidsverhouding die als dienstbetrekking wordt
                        aangemerkt. Dit betekent dat wethouders direct onder de werking van de Wet
                        op de loonbelasting vallen. Wethouders vallen niet onder de werking van de
                        Ziektewet, Werkloosheidswet en WIA. Evenmin geldt voor hen de
                        pensioenvoorziening bij het ABP. De uitkering na aftreden en ouderdoms- en
                        nabestaandenpensioen zijn voor wethouders geregeld in de Algemene
                        pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). </al></divisie><divisie><kop><titel>De vergoedingensystematiek</titel></kop><al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                        inkomen hoeven aan te spreken. Een adequate vergoedingssystematiek is daarom
                        van belang. Waar er functionele uitgaven zijn, verdient het aanbeveling
                        terughoudend te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze
                        uit eigen middelen vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen
                        middelen en publieke middelen moeten zo veel mogelijk gescheiden worden
                        gehouden. Vanuit die overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in
                        rekening te brengen bij de gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig
                        declaraties in te dienen zal echter behoefte blijven bestaan.</al></divisie><divisie><kop><titel>Controle en verantwoording</titel></kop><al>Voor de bestuurlijke uitgaven is – net als voor de besteding van alle andere
                        publieke middelen – transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                        inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                        voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van
                        het daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er
                        onnodige discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen
                        of voorzieningen door gemeentebestuurders en over de eventueel verschuldigde
                        belasting.</al><al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen
                        zonder te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de
                        functionele uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende
                        financiële en administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan
                        bestaan omtrent de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven.</al><al>In hoofdstuk III is in verband hiermee, in aanvulling op de in de beheers-
                        en controleverordening vastgestelde regels, een aantal belangrijke
                        procedures vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele
                        uitgaven en declaratie van vooruitbetaalde kosten. Daarnaast moeten in de
                        bruikleenovereenkomsten heldere afspraken vastgelegd over het gebruik van
                        computer- en communicatie-apparatuur die beschikbaar wordt gesteld voor de
                        uitoefening van de politieke functie. In aanvulling hierop is een
                        gedragscode ontwikkeld waarin nadere gedragsregels zijn vastgelegd. </al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2 en 3</nr><titel>Reiskosten woon-werk en zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Voor wethouders is in artikel 2 een belastingvrije vergoeding voor het
                        woon-werkverkeer geregeld overeenkomstig de bepalingen bij en krachtens het
                        Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling rechtspositie wethouders. </al><al>Op grond van artikel 3 worden zakelijke reiskosten, vergoed overeenkomstig
                        de bepalingen bij en krachtens het Rechtspositiebesluit wethouders en de
                        Regeling rechtspositie wethouders.</al><al>Bij gebruik van een eigen personenauto <vet>voor dienstreizen</vet> buiten
                        het grondgebied van de gemeente voor de uitoefening van het ambt ontvangen
                        wethouders een bedrag van € 0,28 per kilometer (zie artikel 4, onderdeel b
                        van de Regeling rechtspositie wethouders). De hoogte van deze vergoeding is
                        geënt op de ‘hoge’ kilometervergoeding die geldt voor het rijkspersoneel op
                        grond van het Reisbesluit en Reisregeling binnenland. Op grond van artikel
                        4, eerste lid, van de regeling wordt onder openbaar vervoer voor
                        dienstreizen wel verstaan een veerpont of een veerboot. Tol- en
                        parkeerkosten worden niet genoemd in de regeling en mogen daarom op grond
                        van artikel 44 lid 3 Gemeentewet niet vergoed worden. </al><al>Bij gebruik van een eigen personenauto <vet>voor
                        dienstreizen</vet>binnen de gemeente gemaakt voor de uitoefening van
                        het ambt ontvangen de wethouders een vaste maandelijkse vergoeding van €
                        10,00.</al><al>Verblijfkosten zijn zakelijk gebruikte maaltijden en kosten voor
                        overnachting en geen parkeerkosten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><al>Gemeenteraden, delegaties daaruit of wethouders maken wel eens in het
                        gemeentelijk belang excursies of reizen naar het buitenland. Hiervoor moet
                        de gemeenteraad expliciet toestemming verlenen. De reis of excursie wordt in
                        alle gevallen door of vanwege de gemeente georganiseerd. </al><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de
                        wethouder de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten
                        worden vergoed. De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende
                        Reisbesluit buitenland zijn daarbij richtsnoer. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Computer, tablet en internetverbinding</titel></kop><al>In het Rechtspositiebesluit wethouders is geregeld dat de wethouder van de
                        gemeente een computer of tablet in bruikleen wordt verstrekt. De eventuele
                        vergoeding voor internetverbinding is daarom niet in strijd met artikel 99
                        van de Gemeentewet. Deze aanspraken kunnen echter alleen worden verstrekt
                        wanneer dat is vastgelegd in een verordening. </al><al>De verordening gaat ervan uit dat een computer of tablet in bruikleen wordt
                        verstrekt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Communicatieapparatuur</titel></kop><al>Het in bruikleen verstrekken van een mobiele telefoon (dit zal de meest
                        gebruikte communicatieapparatuur zijn) is geheel onbelast als het zakelijk
                        gebruik mee dan 10% bedraagt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>Ook personen van buiten de gemeenteraad kunnen tot wethouder worden benoemd.
                        Dat kunnen ook personen zijn die niet in de gemeente zelf wonen. Die zijn op
                        grond van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar zij
                        wethouder zijn geworden. In artikel 7 is geregeld dat zij bij verhuizing
                        naar de gemeente in aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding en
                        eventueel voor vergoeding van reis- en pensionkosten in afwachting van de
                        verhuizing volgens de bepalingen in artikel 1 en 2 van de Regeling
                        Rechtspositie Wethouders. De vergoedingen zijn onbelast.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikelen 9 t/m11 De procedure van declaratie</titel></kop><al>In de verordening zijn twee wijzen van betaling aangegeven. Ook is
                        aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde is en welke
                        procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. Hierbij gaat de
                        voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente, en daarna
                        declaratie van vooruitbetaalde kosten.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>