<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR369823_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inrittenbeleid 2015 gemeente Asten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-56217.html">Gemeenteblad 24-6-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inrittenbeleid 2015 gemeente Asten</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0024779">Wabo</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0001948">Wegenwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="HTTP://DECENTRALE.REGELGEVING.OVERHEID.NL/CVDR/XHTMLOUTPUT/HISTORIE/ASTEN/326305/326305_2.HTML">APV</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W AST/2014/007863</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bijlagen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-44289</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-44290</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Inrittenbeleid 2015 gemeente Asten</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten;</al><al/><al>Vergadering d.d. 19 mei 2015;</al><al/><al>Besluit vast te stellen:</al><al/><al><vet>Inrittenbeleid 2015 gemeente Asten</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><nr>1</nr><titel>1 Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Een uitweg, ook wel uitrit, inrit of oprit genoemd, is een
                                aansluiting vanuit een perceel op de openbare weg. Voor de
                                leesbaarheid noemen we deze termen in de rest van dit voorstel een
                                ‘inrit’. In deze notitie worden enkel inritten naar ‘bestemmingen’
                                (bijvoorbeeld woningen, bedrijven) behandeld. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>1.1 Aanleiding</label></kop><al>In de gemeente Asten is het verboden zonder vergunning een inrit te
                                maken of te veranderen. Op grond van de Wabo in combinatie met de
                                APV, kan hiervoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd. In de
                                APV zijn voor deze vergunning diverse weigeringsgronden opgenomen.
                                Bovendien kan de gemeente, ter bescherming van het belang waarvoor
                                de vergunning is vereist, voorschriften en beperkingen verbinden aan
                                de vergunning. Er bestaat binnen de gemeente behoefte aan een kader
                                op basis waarvan vergunningsaanvragen voor inritten worden getoetst.
                                Dit beleids- en toetsingskader is in dit document vastgelegd. Dit
                                beleid bevordert eenduidige besluitvorming (consistentie) en biedt
                                de aanvrager vooraf inzicht in de toetsingscriteria
                                (transparantie).</al></artikel><artikel><kop><label>1.2 Doelstelling</label></kop><al>De doelstelling van onderhavig beleid is een helder en formeel kader
                                te scheppen, waarin onder andere de voorwaarden en het beheer en
                                onderhoud met betrekking tot de aanleg van inritten zijn
                                vastgelegd.</al><al>1.3 Leeswijzer</al><al>Hoofdstuk 2 gaat in op het wettelijk kader voor het inrittenbeleid.
                                In hoofdstuk 3 is het beleid nader geformuleerd. Hoofdstuk 4
                                beschrijft de uitvoeringsaspecten en tenslotte in hoofdstuk 5 zijn
                                de overgangs- en slotbepalingen opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>2 De wettelijke basis </label></kop><structuurtekst><al>Met betrekking tot het maken of veranderen van een inrit is diverse
                                wet- en regelgeving van belang. Hieronder wordt kort op deze wet- en
                                regelgeving ingegaan. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>2.1 Wabo</label></kop><al>In de Wabo is in artikel 2.2 lid 1 sub e het volgende
                                opgenomen:</al><al>“Voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of
                                gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist
                                om:</al><al>e.een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik
                                daarvan te veranderen.</al><al>geldt een zodanige bepaling als een verbod om een project voor zover
                                dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te
                                voeren zonder omgevingsvergunning.”</al></artikel><artikel><kop><label>2.2 Wegenwet</label></kop><al>Op grond van artikel 14 van de Wegenwet moet de eigenaar van een weg
                                het uitwegen hierop in beginsel gedogen. Ten einde de bruikbaarheid
                                van de weg te waarborgen is het toegestaan een vergunning te eisen
                                en via voorschriften de wijze waarop wordt aangesloten te regelen.
                                Deze regeling is opgenomen in de APV artikel 2:12. “Maken en
                                veranderen van een uitweg” en daarmee de wettelijke basis voor dit
                                inrittenbeleid. </al></artikel><artikel><kop><label>2.3 APV</label></kop><al>In de APV wordt in artikel 2:12 lid 1 bepaald dat het verboden is om
                                zonder (omgevings)vergunning van het college van burgemeester en
                                wethouders een inrit naar de openbare weg te maken dan wel deze te
                                veranderen. In artikel 2:12 lid 2 staan criteria waarop een
                                vergunning kan worden geweigerd.</al><al>Artikel 2:12 Maken en veranderen van een uitweg luidt als
                                volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                        gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                                uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar
                                                de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                                omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                                gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994 of het Provinciaal wegenreglement
                                        Noord-Brabant.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li><li nr="2."><al>4 Bestemmingsplannen</al></li></lijst><al>Aanvragen worden altijd getoetst aan het geldende bestemmingsplan.
                                In sommige bestemmingsplannen zijn voorwaarden opgenomen voor een
                                inrit.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>3 Weigeringsgronden APV voor inritten</label></kop><structuurtekst><al>Voor iedere inrit, binnen of buiten de bebouwde kom, moet een
                                vergunning worden aangevraagd. Iedere aanvraag voor een
                                inritvergunning wordt getoetst aan de weigeringsgronden van de APV.
                                Dit hoofdstuk beschrijft de uitleg die het college van burgemeester
                                en wethouders aan deze weigeringsgronden geeft. Bij iedere aanvraag
                                wordt een belangenafweging gemaakt waarbij onderstaande bepalingen
                                worden meegenomen. Afwijking van de beleidsregels is altijd mogelijk
                                op grond van artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>3.1 Bruikbaarheid van de weg</label></kop><al>Dit criterium heeft betrekking op de functie die de betrokken weg
                                heeft, de inrichting van de weg en de gevolgen die de inrit kan
                                hebben op de functie van de weg. </al><al>Een inrit wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanleggen van een inrit ten koste gaat van een of
                                        meerdere openbare parkeermogelijkheden. Kader voor afweging
                                        vormt het parkeerbeleid binnen het Gemeentelijk Verkeer en
                                        Vervoerplan (GVVP) en de nota parkeernormen;</al></li><li nr="b."><al>de inrit tot gevolg heeft dat straatmeubilair of een
                                        nutsvoorziening en/of ander obstakel dienen te worden
                                        verplaatst, terwijl er in de nabije omgeving geen geschikte
                                        alternatieve locatie voor genoemde objecten voorhanden is
                                        en/of er geen overeenstemming tot verplaatsing van het
                                        obstakel is met de eigenaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>3.2 Doelmatig en veilig gebruik van de weg</label></kop><al>Een inrit wordt geweigerd indien de inrit komt te liggen:</al><lijst><li nr="a."><al>op een plaats waar door de inrit de verkeersveiligheid in
                                        gevaar komt;</al></li><li nr="b."><al>aan een gebiedsontsluitingsweg. Voor een overzicht van de
                                        wegencategorisering in de gemeente Asten, zie bijlage
                                        1;</al></li><li nr="c."><al>op of nabij een rotonde, kruising of splitsing van
                                        wegen;</al></li><li nr="d."><al>op of nabij een voetgangersoversteekplaats;</al></li><li nr="e."><al>op of nabij een bushalte;</al></li><li nr="f."><al>op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en
                                        uitrijden met een personenauto van één of meer bestaande
                                        garages;</al></li><li nr="g."><al>op een plaats waar de inrit op een fiets- en/of voetpad
                                        uitkomt en dat pad moet worden bereden om vanaf de openbare
                                        weg het perceel te bereiken;</al></li><li nr="h."><al>op een plaats waar verlichting of bebording is aangebracht
                                        en deze uit oogpunt van veilig gebruik van de weg niet
                                        verplaatst kan worden;</al></li><li nr="i."><al>op een plaats waar het zicht vanaf de inrit op de
                                        weg/voetpad/fietspad onvoldoende is voor verkeer en er
                                        alternatieven zijn of de aanvraag een 2e inrit betreft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>3.3 Bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving</label></kop><al>Een inrit van een woning wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aansluitend aan de inrit op eigen terrein geen minimale
                                        ruimte van 5 meter lang en / of 2,5 meter breed beschikbaar
                                        is;</al></li><li nr="b."><al>er minder dan 2,5 meter ruimte is op eigen terrein naast de
                                        woning zodat het leidt tot parkeren in de voortuin van de
                                        woning;</al></li><li nr="c."><al>een inrit afwijkt van de volgende maximale breedtes:</al><lijst><li nr="o"><al>voor een enkele particuliere inrit: 4,5 meter, figuur A</al></li><li nr="o"><al>voor een dubbele particuliere inrit t.b.v. één woning: 6,5 meter,
                                figuur B</al></li><li nr="o"><al>voor een dubbele particuliere inrit t.b.v. twee woningen: 8 meter,
                                figuur B</al></li><li nr="o"><al>voor een enkele particuliere inrit buiten bebouwde kom: 8
                                meter</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>de aanvraag een tweede inrit of meerdere betreft, tenzij
                                        alle inritten benodigd zijn voor een legaal gerealiseerde
                                        garage of carport en deze niet via bestaande mogelijkheden
                                        te bereiken is, figuur C;</al></li><li nr="e."><al>de inrit leidt tot parkeren in de voortuin van
                                        tussenwoningen, figuur D;</al></li><li nr="f."><al>de inrit in strijd is met het geldende inrichtings-,
                                        bestemmings- en/of definitief beeldkwaliteitsplan;</al></li><li nr="g."><al>naar het oordeel van het college van burgemeester en
                                        wethouders sterk afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke
                                        belevingswaarde van het desbetreffende gebied.</al></li></lijst><al>Ad 1) Voor een inrit naar een landbouwperceel gelden dezelfde regels
                                als voor een enkele particuliere inrit buiten de bebouwde kom.</al><al>Een inrit van een bedrijf wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>een inrit bij bedrijf afwijkt van de maximale breedte van 8
                                        meter.</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag betrekking heeft op meerdere inritten.</al></li></lijst><al>o Bij bedrijven met een kavelbreedte van het perceel van minder dan
                                32 meter wordt maximaal 1 inrit toegestaan. Twee inritten, welke
                                samen een maximale breedte van 8 hebben wordt toegestaan, indien dit
                                voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is. Er moet dan minimaal 8
                                meter tussen beide inritten aanwezig zijn en de kavelbreedte van het
                                perceel bedraagt tenminste 16 meter.</al><al>o Bij bedrijven met een kavelbreedte van het perceel van meer dan 32
                                meter worden maximaal 2 inritten toegestaan, mits er minimaal 8
                                meter tussen beide inritten aanwezig is. </al><al>o Bij bedrijven met een kavelbreedte van het perceel van meer dan 64
                                meter zijn maximaal 3 inritten toegestaan, mits er minimaal 8 meter
                                tussen elke inrit aanwezig is. </al><al>Ad 1) Er geldt dat buiten de bedrijventerreinen alleen inritten voor
                                bedrijven worden aangelegd als de vestiging van het bedrijf is
                                toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan en de parkeerdruk op
                                straat hiermee wordt verlicht.</al><al>Ad 2) Bij inritten buiten bedrijventerreinen wordt een onderscheid
                                gemaakt tussen de zogenaamde aan-huis gebonden beroepen en de
                                overige bedrijven. Voor aan-huis gebonden beroepen gelden dezelfde
                                regels als voor een woning.</al></artikel><artikel><kop><label>3.4 Bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente</label></kop><al>Een inrit wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>schade aan een monumentale boom of aan de groeiplaats van
                                        een monumentale boom wordt toegebracht, tenzij deze boom
                                        onveilig is en kap onvermijdelijk is;</al></li><li nr="b."><al>schade aan een kapvergunningplichtige boom of aan de
                                        groeiplaats van een kapvergunningplichtige boom wordt
                                        toegebracht, tenzij deze boom onveilig is en kap
                                        onvermijdelijk is;</al></li><li nr="c."><al>de inrit dichter dan 2 meter van de buitenzijde van de stam
                                        van een boom ligt;</al></li><li nr="d."><al>de inrit gelegen is in de hoofdgroenstructuur;</al></li><li nr="e."><al>de inrit reststukken haag (&lt;5 m1) of reststukken groen
                                        (&lt; 5 m2) veroorzaakt.</al></li></lijst><al>Tenzij het voor de punten b t/m e een eerste inrit betreft en geen
                                alternatief voorhanden is. Er worden dan voorwaarden opgenomen in de
                                vergunning, bijvoorbeeld een smallere inrit of een inrit met
                                technische aanpassingen. Een tweede inrit wordt op deze gronden
                                geweigerd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>4 Uitvoeringsaspecten</label></kop><structuurtekst><al>Bij het aanleggen van inritten hanteert de gemeente een aantal
                                algemene en specifieke uitgangspunten. Daarbij wordt onderscheid
                                gemaakt in inritten binnen de bebouwde kom onderverdeeld naar
                                particulier, nieuwbouw en bedrijfsmatig en inritten buiten de
                                bebouwde kom.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>4.1 Algemeen</label></kop><al>Algemene uitgangspunten bij de aanleg van inritten:</al><lijst><li nr="-"><al>Voor iedere inrit dient een omgevingsvergunning te worden
                                        aangevraagd. Indien mogelijk dient de vergunning
                                        gelijktijdig met de omgevingsvergunning activiteit bouwen te
                                        worden aangevraagd;</al></li><li nr="-"><al>Legeskosten ten behoeve van de vergunning komen voor
                                        rekening van de aanvrager;</al></li><li nr="-"><al>Alle daadwerkelijk gemaakte kosten ten behoeve van de aanleg
                                        van de inrit (inclusief eventuele extra maatregelen zoals
                                        verplaatsen van een lichtmast, kolken, groenvoorziening en
                                        kabels en leidingen) worden in rekening gebracht bij de
                                        aanvrager, tenzij:</al></li></lijst><al>o er sprake is van een reconstructie of (her)inrichting of</al><al>o er sprake is van een nieuwbouwlocatie waarbij de fase woonrijp
                                maken nog niet is afgerond;</al><lijst><li nr="-"><al>Onderhoud aan inritten op gemeentegrond geschiedt door de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>4.2 Binnen de bebouwde kom</label></kop><al>Voor inritten binnen de bebouwde kom gelden een aantal specifieke
                                uitgangspunten, onderverdeeld in particulier, nieuwbouw en
                                bedrijfsmatig. </al><al>Algemeen:</al><al>-De aanleg van een inrit op gemeentegrond wordt door of namens de
                                gemeente uitgevoerd, in verband met uniformiteit en
                                aansprakelijkheid. Er mag dus niet zelf overgegaan worden tot het
                                aanleggen van een inrit.</al><al>Particuliere inritten:</al><al>-De constructie wordt bepaald door de gemeente en bestaat in
                                principe uit:</al><al>o Inritblokken;</al><al>o Verlaagde trottoirbanden;</al><al>o Inritblokken (hoekstukken) met tussenliggende
                                betonstraatstenen.</al><al>Voor de standaard inritconstructies zie bijlage 3.</al><al>Particuliere inritten op nieuwbouwlocaties:</al><lijst><li nr="-"><al>In de fase woonrijp maken legt de gemeente uit eigen
                                        beweging en op eigen kosten een standaard inrit aan voor
                                        woningen met een garage of carport;</al></li><li nr="-"><al>De exacte locatie van de inrit wordt door de gemeente
                                        bepaald aan de hand van het door de gemeente vastgestelde
                                        matenplan;</al></li><li nr="-"><al>Indien een wijziging (tweede inrit of verbreden) van de
                                        standaard inrit na de fase woonrijp maken wordt aangevraagd,
                                        geldt dat de kosten voor de aanleg van deze wijziging in
                                        rekening worden gebracht bij de aanvrager. Hiervoor is dan
                                        een nieuwe inritvergunning nodig.</al></li></lijst><al>Afmetingen inritbreedte enkele particuliere inrit</al><al>Breedte inrit op eigen terrein Maxi. breedte openbaar gebied </al><al>2,5 meter 3,5 meter</al><al>3,0 meter 4,0 meter</al><al>3,5 meter 4,5 meter</al><al>4,0 meter 4,5 meter</al><al>4,5 meter 4,5 meter</al><al>Afmetingen inritbreedte dubbele particuliere inrit</al><al>Breedte inrit op eigen terrein Max. breedte openbaar gebied </al><al>5,0 meter 6,0 meter</al><al>5,5 meter 6,5 meter</al><al>6,0 meter 6,5 meter</al><al>6,5 meter 6,5 meter</al><al>7,0 meter 6,5 meter</al><al>Afmetingen inritbreedte dubbele particuliere inrit t.b.v. twee
                                woningen</al><al>Breedte inrit op eigen terrein Max. breedte openbaar gebied (twee
                                woningen)</al><al>5,0 meter 6,0 meter</al><al>6,0 meter 7,0 meter</al><al>7,0 meter 8,0 meter</al><al>8,0 meter 8,0 meter</al><al>Bedrijfsmatige inritten:</al><al>Kavelbreedte bedrijvenperceel Max. breedte /max aantal</al><al>&lt; 32,0 meter 8,0 meter/1 stuk</al><al>&lt; 32,0 meter 4,0 meter/2 stuks*</al><al>32,0 -64,0 meter 8,0 meter/2 stuks</al><al>&gt; 64,0 meter 8,0 meter/3 stuks</al><al>* Indien het één in- en één uitrit (beide éénrichting) betreft. In
                                de uitvoering dient echter duidelijk naar voren te komen dat het
                                twee aparte inritten zijn. De maximale breedte is 8 meter voor beide
                                inritten samen.</al><al>De constructie wordt bepaald door de gemeente en bestaat in principe
                                uit:</al><al>o Fundering van 25 cm;</al><al>o Brekerzand 5 cm;</al><al>o Grijze betonklinkers of het aanwezige type bestrating;</al><al>o Zware opsluitbanden of trottoirbanden gesteld in betonspecie;</al><al>o Voor de standaard inritconstructies zie bijlage 3</al><al>.</al></artikel><artikel><kop><label>4.3 Buiten de bebouwde kom</label></kop><al>Voor inritten buiten de bebouwde kom/inritten naar landbouwpercelen
                                gelden een aantal specifieke uitgangspunten:</al><lijst><li nr="-"><al>Voor inritten buiten de bebouwde kom geldt dat de aanvrager
                                        de inrit zelf mag (laten) aanleggen voor eigen rekening.
                                        Hier zijn voorwaarden aan verbonden. Als er gegraven wordt
                                        moet er een KLIC melding gedaan worden. De KLIC melding kan
                                        worden gedaan via www. Kadaster.nl/klic. Voor vragen is het
                                        Kadaster telefonisch bereikbaar op telefoonnummer
                                        0800-0080;</al></li><li nr="-"><al>De constructie bestaat in principe uit:</al></li></lijst><al>o Fundering van 25 cm;</al><al>o Brekerzand 5 cm;</al><al>o Grijze betonklinkers of het aanwezige type bestrating;</al><al>o Zware opsluitbanden of trottoirbanden gesteld in betonspecie;</al><al>o Er mag geen gesloten verharding (asfalt en of beton) worden
                                aangebracht.</al><lijst><li nr="-"><al>De inrit moeten voldoende breed aangelegd worden om zo
                                        schade aan de verhardingen, bermen en groenstroken te
                                        voorkomen;</al></li><li nr="-"><al>De eigenaar dient na aanleg zijn inrit goed te beheren, zorg
                                        te dragen voor een goed gebruik van de inrit en schade
                                        zoveel mogelijk te voorkomen;</al></li><li nr="-"><al>Indien de eigenaar zijn inrit niet goed beheerd wordt de
                                        inrit hersteld door de gemeente op kosten van de
                                        eigenaar;</al></li><li nr="-"><al>Bij het verlenen van een inritvergunning in het buitengebied
                                        in de buurt van bomen (buitenkant inrit minder dan 3 m van
                                        de buitenzijde van de stam) wordt de inrit, net zoals binnen
                                        de kom, door de gemeente aangelegd wordt. De kosten voor de
                                        aanleg van de inrit zijn dan voor de aanvrager;</al></li><li nr="-"><al>Ingeval de inrit over een sloot/watergang gaat, dient er
                                        tevens een dam met duiker (of een brug) aangelegd te worden.
                                        Het kan zijn dat hiervoor een watervergunning aangevraagd
                                        moet worden of een melding gedaan moet worden bij waterschap
                                        Aa en Maas op basis van de Keur. Informatie hierover is te
                                        vinden op www.aaenmaas.nl of www.brabantkeur.nl. Ook kan het
                                        zijn dat u toestemming dient te krijgen van de gemeente als
                                        eigenaar/aangelande van de sloot/watergang.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>4.4 Verplaatsen inrit</label></kop><al>Ook hiervoor geldt dat er een vergunning moet worden aangevraagd. De
                                aanvraag wordt getoetst aan de weigeringsgronden van de APV alsmede
                                aan de uitgangspunten van dit hoofdstuk, waarbij de volgende
                                aanvullende bepalingen tevens in acht worden genomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de te vervallen inrit moet worden verwijderd door of in
                                        opdracht van de gemeente Asten. De kosten voor het
                                        verplaatsen van de inrit zijn dan voor de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de vrijgekomen ruimte van de vervallen inrit dient te worden
                                        hersteld naar de omgevingssituatie door of in opdracht van
                                        de gemeente Asten. Deze kosten zijn voor de aanvrager.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>5 Overgangs- en slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>5.1 Inwerkingtreding</label></kop><al>Deze beleidsregels worden bekendgemaakt in het elektronisch
                                gemeenteblad en treden in werking op 1 juni 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>5.2 Overgangsbepaling</label></kop><al>Vergunningen verleend op basis van de APV juncto Wabo genomen vóór
                                inwerkingtreding van deze beleidsregels gelden als vergunningen
                                verleend krachtens deze beleidsregels. Ook wanneer een eerder
                                toegestane inrit, in strijd is met het nieuwe beleid, is het nieuwe
                                beleid niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>5.3 Citeertitel</label></kop><al>Deze beleidsregels worden aangehaald als: Inrittenbeleid gemeente
                                Asten 2015.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><label>Begrippenlijst Tekeningen en foto</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Asten/i256559.pdf">Afkortingen en begrippenlijst</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Asten/i256558.pdf">Tekeningen en foto</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>