<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR369686_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Individuele studietoeslag 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grave</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Grave</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-26642.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3d26642%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20151224%26epd%3d20151224%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=1&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad d.d. 1 april 2015 nr. 26642</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Individuele Studietoeslag 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Individuele studietoeslag 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Grave</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 januari
                        2015.</al><al/><al>gezien het advies van de Burgerparticipatieraad Wmo gemeente Grave d.d. 5
                        januari 2015</al><al/><al>gezien het advies van de raadscommissie 19 februari 2015</al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel c van de
                        Participatiewet;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen met
                        betrekking tot de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                        studietoeslag;</al><al/><al><vet>besluit</vet></al><al/><al>Vast te stellen de navolgende </al><al/><al><vet>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Het college beoordeeld of een persoon met voltijdse arbeid in staat is tot
                        het verdienen van het wettelijk minimumloon. Indien het college hier
                        onvoldoende zicht op heeft, wordt extern deskundigenadvies gevraagd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Toekenning en verstrekking individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt toegekend voor 12 maanden en in 12
                        gelijke, maandelijkse delen betaalbaar gesteld, voor zolang de betreffende
                        persoon voldoet aan de voorwaarden voor de individuele studietoeslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 175,- per maand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd conform
                            de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal
                            Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op
                            hele euro’s. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bijzondere situaties</titel></kop><al>In bijzondere situaties kan het college afwijken van het bepaalde in deze
                        verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                                bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015, behoudens
                                situaties waarbij sprake is van negatieve gevolgen voor de
                                belanghebbende.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                                studietoeslag 2015. </al></li></lijst><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Grave in zijn openbare
                        vergadering </ondertekening><ondertekening>van 10 maart 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>M.L.A. Vermaaten</ondertekening><ondertekening>plv. griffier </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A.M.H. Roolvink</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet.</al><al/><al><cursief>De individuele studietoeslag.</cursief></al><al>Hiermee krijgt het college de mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze
                    niet in staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag
                    te verstrekken als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie
                    op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand
                    gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK
                    2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><al/><tussenkop>Verordeningsplicht </tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze opdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid, onderdeel
                    c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking hebben op
                    de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag
                    (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><al/><tussenkop>Voorwaarden individuele studietoeslag </tussenkop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over
                    verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek – gelet op de
                    individuele omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag
                    verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet
                            in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet
                    geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele
                    studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele
                    studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de
                    toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een
                    bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing
                    bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een
                    individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon
                    met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is
                    namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                    tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is
                    niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid,
                    van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan
                    worden verstrekt in de vorm van een voorschot. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1. indienen verzoek </tussenkop><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                    individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden
                    te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet.
                    Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                    schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld
                    in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden ingediend,
                    bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan
                    middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien
                    als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een
                    schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de
                    aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de
                    dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel
                    4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en
                    bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb).
                    Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om
                    individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet. </al><al/><tussenkop>Artikel 2. Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon </tussenkop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                    college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden,
                    een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon
                    op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet
                            in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium beoordeelt het college aan de
                    hand van beschikbare gegevens van het Uitvoeringsinstituut
                    Werkgeversverzekeringen (UWV), eventuele eerdere medische keuringen en
                    informatie vanuit het netwerk, zoals bijvoorbeeld school, of een persoon hieraan
                    voldoet. Indien dit onvoldoende uitsluitsel geeft, wordt extern advies van een
                    arbeidsdeskundige ingewonnen. </al><al/><tussenkop>Artikel 3. Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen </tussenkop><al>Een studietoeslag wordt toegekend voor een periode van 12 maanden. Om recht te
                    doen aan de functie van inkomensondersteuning, wordt deze toeslag in gelijke
                    maandelijkse delen uitbetaald. Aangezien het ongewenst is dat de toeslag blijft
                    doorlopen na het beëindigen van de studie, is tevens bepaald dat de toeslag
                    stopt zodra betrokkene niet meer voldoet aan de voorwaarden, bijvoorbeeld
                    doordat de studie wordt beëindigd. Na 12 maanden volgt een herbeoordeling. </al><al/><tussenkop>Artikel 4. Hoogte individuele studietoeslag </tussenkop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag
                    geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                    voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag wordt gerelateerd aan die
                    component van de studietoeslag die de student geacht wordt zelf bij te verdienen
                    of te lenen bij DUO, zoals uiteengezet in paragraaf 3.1 van de Wet
                    Studiefinanciering 2000. Dit is immers dat deel van de studiefinanciering dat de
                    student zelf dient in te brengen door te werken of te lenen en vormt dat deel
                    van de studiefinanciering dat een drempel kan vormen voor arbeidsgehandicapten
                    om te gaan studeren. Om studenten met een arbeidshandicap niet te bevoordelen
                    ten opzichte van studenten zonder arbeidshandicap, wordt er voor gekozen de
                    individuele studietoeslag te stellen op een lager bedrag. Het is immers ook voor
                    studenten zonder arbeidshandicap niet altijd mogelijk om zelf bij te verdienen,
                    omdat zij al hun tijd en aandacht nodig hebben om de studie succesvol te
                    doorlopen. Deze studenten dienen ook te lenen. </al><al>Met de verlening van een studietoeslag van € 175,- meent de gemeente de drempel
                    om te studeren voor arbeidsgehandicapten aanzienlijk te verlagen. De
                    studietoeslag is daarmee een stimulans om te gaan studeren.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. Bijzondere situaties</tussenkop><al>In de verordening zijn de hoofdlijnen voor de studietoelage vastgelegd. Er
                    kunnen zich echter concrete gevallen voordoen waarin de verordening niet
                    voorziet. Dit artikel bepaalt dat het college in dergelijke situaties beslist in
                    afwijking van de verordening. </al><al>Dit past bij de individualiseringsgedachte van de Participatiewet. Redelijkheid
                    is hierbij het uitgangspunt. Bij de besluitvorming wordt in de geest van de wet
                    en de verordening gehandeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die
                    datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de
                    verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de verordening
                    vast te stellen over het verlenen van een individuele studietoeslag.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>