<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR369320_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Krimpenerwaard 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Krimpenerwaard 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">de Gemeentewet (artikel 212), het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, Wet houdbare overheidsfinanciën, Wet financiering decentrale overheden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-05-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nota grondbeleid</al><al>Nota oninbaarheid sociale zaken</al><al>Nota investeringen en afschrijvingen</al><al>Nota reserves en voorzieningen</al><al>Nota beleid en financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming</al><al>Nota kaders prijzen voor levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten</al><al>Treasurystatuut</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Krimpenerwaard 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="§"><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college;</al></li><li nr="§"><al>inkomsten: totaal van de baten voor onttrekking reserves; </al></li><li nr="§"><al>netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke
                                    bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder
                                    bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen,
                                    kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder
                                    geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke
                                    taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen,
                                    vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;</al></li><li nr="§"><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt;</al></li><li nr="§"><al>kapitaal: het deelnemen in het vermogen van een derde partij,
                                    zowel in activa als eigen vermogen.</al></li><li nr="§"><al>nota: een beschrijving van het beleid van een bepaal onderwerp.
                                    Beleid is het aangeven van de richting en de middelen waarmee
                                    men gestelde organisatiedoelen wil gaan realiseren. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt in de raadsperiode een programma-indeling voor die
                                raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt in de raadsperiode op basis van de door het college
                                aan de programma’s toegewezen producten de onderverdeling van de
                                programma’s vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt in de raadsperiode op voorstel van het college per
                                programma relevante indicatoren vast voor het meten van en het
                                afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van
                                goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                gemeentelijke beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt in de raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in
                                extra paragrafen naast de verplichte paragrafen in de begroting en
                                rekening kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en
                                baten per programma weergegeven en bij de jaarstukken worden onder
                                elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per
                                programma weergegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                                aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming en de investeringen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige
                                projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten
                                en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt voor 1 juni aan de raad een nota aan met een
                                voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting
                                voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad
                                stelt deze nota vast voor het zomerreces.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                de lasten per programma.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de lasten
                                de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de
                                geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de
                                baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden, , bij een
                                afwijking van meer dan 10% van het (krediet)bedrag met een minimum
                                van €50.000,-- of maximum van €500.000,--. De raad geeft vervolgens
                                aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget
                                of een voorstel voor bijstelling van het beleid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het
                                college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde
                                budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel
                                voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
                                Bij investeringen groter dan €1.000.000,-- informeert het college de
                                raad in het voorstel over het effect van de investering op de
                                schuldpositie van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>1.Het college informeert de raad door middel van een tussentijdse
                            rapportage over de realisatie van de begroting van de gemeente over de
                            zes maanden van het lopende boekjaar.</al><al>De tussenrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de
                            bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming
                            van</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar
                                    programma;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar
                                    programma’s;</al></li><li nr="c."><al>het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de
                                    onderdelen a en b;</al></li><li nr="d."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                                    programma; en</al></li><li nr="e."><al>het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d,</al></li></lijst><al>alsmede de realisatie en raming van de uitputting van de
                            investeringskredieten.</al><lijst><li nr="2."><al>In de tussenrapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                                    ramingen van de baten en de lasten van programma’s en
                                    investeringskredieten in de begroting groter dan €50.000,--
                                    toegelicht. </al></li><li nr="3."><al>Het college biedt per ultimo van het lopende boekjaar de
                                    slotwijziging aan de raad aan. De slotwijziging biedt inzicht in
                                    de realisatie en raming van de uitputting van
                                    investeringskredieten. Door middel van de slotwijziging kunnen
                                    budgetten worden overgeheveld.</al></li><li nr="4."><al>Het college rapporteert minstens twee keer per jaar aan de raad
                                    over de in artikel 2 lid 3 genoemde indicatoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college besluit niet over (niet zijnde vooraf door de raad
                            geautoriseerde uitgaven):</al><lijst><li nr="a)"><al>de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan
                                    €500.000,--; </al></li><li nr="b)"><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan
                                    €250.000,--; </al></li><li nr="c)"><al>het verstrekken van kapitaal aan instellingen en
                                    ondernemingen,</al></li></lijst><al>dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de
                            gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het
                            college te brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><al>1.De raad stelt in de raadsperiode de nota investeringen en
                            afschrijvingen vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
                                voorziening wegens oninbaarheid gevormd. Openstaande vorderingen
                                groter dan €10.000 worden individuele beoordeeld. Van de overige
                                vorderingen die langer dan 1 jaar openstaan wordt 50% voorzien, bij
                                langer dan 2 jaar wordt 100% voorzien</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen en leges wordt
                                een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van de nota
                                oninbaarheid sociale zaken, de beleidsregels van de
                                uitvoeringsorganisatie voor innen van de belastingen en heffingen.
                                Indien de gemeente zelf invordert geldt het beleid van lid 1. Het
                                collegebesluit wordt in de raadsperiode ter kennisgeving aan de raad
                                aangeboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt in de raadsperiode een nota reserves en
                                voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
                                behandelt:</al><lijst><li nr="a)"><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b)"><al>de vorming en besteding van voorzieningen; en</al></li><li nr="c)"><al>de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
                                een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a)"><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b)"><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c)"><al>de maximale hoogte van de reserve; en</al></li><li nr="d)"><al>de maximale looptijd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen
                                de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een
                                investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de
                                algemene reserve toegevoegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven
                                en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij
                                de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte
                                kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de
                                gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van
                                voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor
                                rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over
                                de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het
                                kwijtscheldingsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten,
                                indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een
                                vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen.
                                De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling
                                van de begroting vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de activiteit wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                                en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in
                                rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of
                                garantie wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in
                                de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:</al><lijst><li nr="a)"><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b)"><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c)"><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d)"><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen</al></li><li nr="e)"><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f)"><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g)"><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks bij de begroting een voorstel
                                voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen,
                                rechten en heffingen. De raad stelt deze vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt in de raadsperiode een nota aan met de kaders voor
                                de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en
                                diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de
                                erfpachten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren
                                en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een
                                besluit voor aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen
                                de volgende kaders in acht:</al><lijst><li nr="a)"><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd; en</al></li><li nr="b)"><al>er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als
                                        bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering
                                        decentrale overheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college informeert de raad vooraf als de wettelijke
                                kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet
                                financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm,
                                bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale
                                overheden, dreigt te worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en
                                het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college
                                indien mogelijk zekerheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste
                                van de begroting gevormd ter grootte van het risico dat de gemeente
                                met de garantie loopt. Als in de begroting niet is voorzien in
                                budget voor deze voorziening dan doet het college vooraf aan de
                                garantieverlening een voorstel aan de raad voor een
                                begrotingswijziging. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De uitvoering van de financieringsfuctie is uitgewerkt in het
                                treasurystatuut. Het college stelt in de raadsperiode het
                                treasurystatuut vast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            lokale heffingen de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het
                            Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geval
                            op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de
                                begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte
                                onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en
                                verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: </al><lijst><li nr="a)"><al>de solvabiliteitsratio;</al></li><li nr="b)"><al>de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;</al></li><li nr="c)"><al>de ontwikkeling van de netto schuld als percentage van de
                                        gemeentelijke inkomsten;</al></li><li nr="d)"><al>de ontwikkeling van de som van de voorraden bouwgrond, de
                                        voorraden onderhanden werk en overige voorraden als
                                        percentage van de gemeentelijke inkomsten;</al></li><li nr="e)"><al>de ontwikkeling van de som van de leningen aan derden en de
                                        leningen aan verbonden partijen als percentage van de
                                        gemeentelijke inkomsten; en </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de
                                gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de
                                schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat
                                de uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke
                                voorzieningen in de knel komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond
                                van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a)"><al>de voortgang van het geplande onderhoud;</al></li><li nr="b)"><al>de omvang van het (eventuele) achterstallig onderhoud.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad in de raadsperiode een onderhoudsplan
                                openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde
                                onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het
                                onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en
                                straatmeubilair. De raad stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt de raad in de raadsperiode een rioleringsplan aan.
                                Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de
                                planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de
                                kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad
                                stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college biedt de raad in de raadsperiode een onderhoudsplan
                                gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen
                                onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen.
                                De raad stelt het plan vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op: </al><lijst><li nr="a)"><al>de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en
                                    de loonkosten;</al></li><li nr="b)"><al>de kosten van inhuur derden;</al></li><li nr="c)"><al>de huisvestingskosten;</al></li><li nr="d)"><al>de automatiseringskosten;</al></li><li nr="e)"><al>de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de
                                    accountant</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt
                                het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van
                                16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten in ieder geval op: </al><lijst><li nr="a)"><al>het verloop van de grondvoorraad; </al></li><li nr="b)"><al>de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt in de raadsperiode een nota grondbeleid aan. De
                                raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a)"><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="b)"><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="c)"><al>het verloop van de grondvoorraad;</al></li><li nr="d)"><al>de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a)"><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b)"><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen,
                                        schulden, contracten, garanties; </al></li><li nr="c)"><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                        toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het
                                        maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d)"><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                        betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en
                                        diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                        gemeentelijke beleid; </al></li><li nr="e)"><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en relevante wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f)"><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de
                                        controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                                        regelgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                                vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van
                                het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                afgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a)"><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen; </al></li><li nr="b)"><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden; </al></li><li nr="c)"><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten; </al></li><li nr="d)"><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie; </al></li><li nr="e)"><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen; </al></li><li nr="f)"><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productenraming en de
                                    productenrealisatie;</al></li><li nr="g)"><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="h)"><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i)"><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen,</al></li></lijst><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt
                            voldaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de
                                opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van
                                crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in
                                de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen. Het college informeert de raad hierover. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>Op de dag van inwerkingtreding van deze verordening, worden de volgende
                            verordeningen ingetrokken: </al><lijst><li nr="-"><al>Financiële verordening gemeente Bergambacht 2009 (oorspronkelijk
                                    vastgesteld op 8-12-2009 en zoals sindsdien gewijzigd)</al></li><li nr="-"><al>Financiële verordening gemeente Nederlek 2011, gemeente Nederlek
                                    (23-11-2010)</al></li><li nr="-"><al>Financiële verordening artikel 212 Gw 2011, gemeente Ouderkerk
                                    (30-06-2011)</al></li><li nr="-"><al>Financiële verordening 2006 – gemeente Schoonhoven
                                    (21-12-2006)</al></li><li nr="-"><al>Financiële verordening gemeente Vlist 2010, gemeente Vlist
                                    (26-01-2010)</al></li><li nr="-"><al>Financiële verordening K5, gemeenschappelijke regeling K5
                                    gemeenten (22-11-2004)</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie
                            en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente
                            Krimpenerwaard 2015</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                            Krimpenerwaard gehouden op 19 mei 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. K.E. Driehuijs</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. T.P.J. Bruinsma</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>