<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR369277_1</dcterms:identifier><dcterms:title>WOONSCHEPENVERORDENING AMSTELVEEN 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-06-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.amstelveen.nl - bekendmakingen – verordeningen en reglementen – 10-06-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Woonschepenverordening Amstelveen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15-32</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ligplaatsen, woonschepen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling bestaat naast een aantal bepalingen over vaartuigen en ligplaatsen uit de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amstelveen (APV), en is voortaan de grondslag om ligplaatsvergunningen te verlenen voor woonschepen voor permanente bewoning.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2018-28993">Bijlage 1</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>WOONSCHEPENVERORDENING AMSTELVEEN 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>ligplaats: een gedeelte van het openbaar water door een woonark,
                                    woonschip, recreatieschip of woonboot ingenomen of bestemd om
                                    door een woonark of woonboot met bijbehorende voorzieningen te
                                    worden ingenomen;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: alle wateren die voor het publiek bevaarbaar of
                                    anderszins toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>recreatieschip: een vaartuig, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd
                                    voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie;</al></li><li nr="e."><al>vaartuigen: alle vaartuigen, drijftuigen, daaronder mede
                                    verstaan drijvende werktuigen, glijboten en ponten, met
                                    uitzondering van woonarken en woonboten;</al></li><li nr="f."><al>woonark: drijvend object, in het algemeen niet bestemd of
                                    ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een betonnen casco
                                    met vierkante of rechthoekige opbouw, waaronder begrepen een
                                    drijvende woning zowel ten behoeve van permanente bewoning;</al></li><li nr="g."><al>woonboot: drijvend of varend object dat herkenbaar is aan casco,
                                    romp en opbouw als een (van origine) varend schip zowel ten
                                    behoeve van permanente bewoning;</al></li><li nr="h."><al>woonschip: een drijvend of varend object te water, met een
                                    metalen of houten scheepsromp, dat herkenbaar is als schip
                                    (bijvoorbeeld door de romp, de opbouw of de aanwezigheid van
                                    originele onderdelen als een stuurhut, roer of mast), gekenmerkt
                                    door hoogteverschillen van de opbouw over de gehele lengte van
                                    het schip, dat wordt gebruikt als of is bestemd voor permanente
                                    bewoning;</al></li><li nr="i."><al>woonschip voor permanente bewoning: woonschepen die uitsluitend
                                    of hoofdzakelijk als woning worden gebezigd en dient voor de
                                    huisvesting van één afzonderlijke huishouding en daardoor is aan
                                    te merken als wooneenheid niet zijnde een bijzondere
                                    woonvorm.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een woonboot voldoet aan de in deze verordening opgenomen
                            maatvoering, geldt het in deze verordening bepaalde omtrent
                            vergunningverlening voor woonschepen en woonarken ook voor woonboten,
                            tenzij anders bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Algemene Plaatselijke Verordening</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet en die ook niet vallen
                        onder de werking van het bestemmingsplan, is de Algemene Plaatselijke
                        Verordening van de gemeente Amstelveen van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verboden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het
                            bevoegd gezag met een woonschip of woonark ligplaats in te nemen,
                            ligplaats te hebben of toe te laten dat ligplaats wordt ingenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt tevens voor het
                            overschrijven op naam, verplaatsen, verbouwen, vervangen en wijziging
                            van het gebruik van een woonschip of woonark alsmede het verrichten van
                            werkzaamheden aan een woonschip of woonark.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod van het tweede lid geldt niet voor noodreparaties en voor
                            kleine tot het normale onderhoud behorende reparaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigeringsgronden ligplaatsvergunning</titel></kop><al>Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd indien naar het oordeel van het
                        bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>strijd bestaat met de in artikel 8 opgenomen maatvoering;</al></li><li nr="b."><al>strijd bestaat met een gemeentelijk bestemmingsplan;</al></li><li nr="c."><al>strijd bestaat met het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                veiligheid en milieuhygiëne;</al></li><li nr="d."><al>strijd bestaat met het belang en aanzien van de gemeente en de
                                redelijke eisen van welstand als genoemd in de gemeentelijke
                                welstandsnota;</al></li><li nr="e."><al>strijd bestaat met het belang van het doelmatig en veilig gebruik
                                van het openbaar water;</al></li><li nr="f."><al>strijd bestaat met het belang van het beheer en het onderhoud van
                                het openbaar water.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maximumstelsel ligplaatsen</titel></kop><al>Het totaal aantal ligplaatsen voor woonschepen, recreatieschepen en
                        woonarken mag niet meer bedragen dan het aantal zoals opgenomen op de kaart
                        in bijlage 1.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Kenmerken ligplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ligplaatsvergunning als bedoeld in artikel 3 van deze verordening is
                            persoons-, plaats- en objectgebonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ligplaatsvergunning wordt bovendien gesteld op naam van de eigenaar
                            van het woonschip of de woonark en vermeldt de plaatsaanduiding van de
                            desbetreffende ligplaats en alle relevante kenmerken van het woonschip
                            of de woonark.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ligplaatsvergunning geldt voor onbepaalde tijd en vermeldt of het
                            gebruik bedoeld is voor permanente dan wel niet-permanente
                            bewoning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraag ligplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om ligplaatsvergunning dient schriftelijk te worden
                            ingediend middels een door het bevoegd gezag vastgesteld
                            aanvraagformulier al dan niet via elektronische weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om ligplaatsvergunning dienen tenminste de volgende
                            gegevens en bescheiden te worden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager, alsmede
                                    het elektronisch adres van de aanvrager, indien de aanvraag met
                                    een elektronisch formulier wordt ingediend;</al></li><li nr="b."><al>het adres en de ligging van het woonschip of de woonark, dan
                                    wel, bij het ontbreken van een adres, een situatietekening;</al></li><li nr="c."><al>indien de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: zijn
                                    naam, adres en woonplaats, alsmede het elektronisch adres van de
                                    gemachtigde, indien de aanvraag met een elektronisch formulier
                                    wordt ingediend;</al></li><li nr="d."><al>een aanduiding van de locatie van de aangevraagde ligplaats.
                                    Deze aanduiding geschiedt met behulp van een situatietekening,
                                    kaart, foto’s of andere geschikte middelen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In verleende vergunningen wordt een termijn van 26 weken opgenomen
                            waarbinnen met de uitvoering van de vergunning gestart dient te
                            worden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij verlening van een ligplaatsvergunning past het bevoegd gezag de
                            ligplaatskaart zoals opgenomen als bijlage 1 van deze verordening aan.
                            Bij elke verleende vergunning wordt een actuele uitsnede van de
                            ligplaatskaart gevoegd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd gezag beslist binnen acht weken op een aanvraag om een
                            ligplaatsvergunning. Deze termijn kan eenmalig met ten hoogste zestien
                            weken verlengd worden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht
                            van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Maatvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De omvang van woonschepen, recreatieschepen of woonarken mag de omvang
                            van de ligplaatsen zoals opgenomen in bijlage 1 niet overschrijden en
                            dienen op de daartoe aangegeven ligplaats te liggen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij toepassing van deze regel wordt als volgt gemeten:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van een woonschip of woonark vanaf de waterlijn tot
                                    aan het hoogste punt van het woonschip of de woonark, met
                                    uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals
                                    schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen
                                    bouwonderdelen;</al></li><li nr="b."><al>voor de lengte en breedte van een woonschip of woonark tussen de
                                    langste lengte en de langste breedte (buitenkant bak) exclusief
                                    overstekken, loopranden, gangboorden, stootranden e.d.. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorschriften en beperkingen ligplaatsvergunning</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan ter bescherming van de door deze verordening te
                        behartigen belangen aan een ligplaatsvergunning voorschriften en beperkingen
                        verbinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking of wijziging van de ligplaatsvergunning</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan een ligplaatsvergunning intrekken of wijzigen,
                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>zich alsnog een van de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel
                                4 voordoet;</al></li><li nr="b."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                                gestelde termijn dan wel, bij gebrek aan een gestelde termijn,
                                binnen een redelijke termijn van 26 weken;</al></li><li nr="d."><al>de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet
                                zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="e."><al>op grond van een verandering van beleid, omstandigheden of inzichten
                                intrekking of wijziging nodig is vanwege het belang of de belangen
                                ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;</al></li><li nr="f."><al>sprake is van een verzoek van de houder van de
                                ligplaatsvergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanwijzingen bevoegd gezag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de rechthebbende op een woonschip of woonark
                            aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                            gebruiken van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                            volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de
                            gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een woonschip of woonark is verplicht de in het
                            eerste lid bedoelde aanwijzingen op te volgen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan het bij of krachtens deze verordening bepaalde buiten
                        toepassing laten of hiervan afwijken als toepassing naar zijn oordeel zou
                        leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt
                        gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                        tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de daartoe door het college aangewezen personen.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Binnentreden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven regels
                            welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of
                            bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd
                            tot het binnentreden van het object zonder toestemming van de
                            bewoner.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het binnentreden geschiedt met inachtneming van de daartoe bij of
                            krachtens de wet gestelde regels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen verleend voor inwerkingtreding van deze verordening, vallen
                            niet onder de werking van deze verordening<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening
                            en nog niet zijn afgehandeld, zullen worden afgehandeld op basis van de
                            regelgeving die gold voor inwerkingtreding van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbenden op woonschepen, woonarken en recreatieschepen die op
                            het moment van inwerkingtreding van deze verordening feitelijk een
                            ligplaats als bedoeld in deze verordening hebben, worden geacht op grond
                            van deze verordening een vergunning te hebben verkregen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor vergunningen verleend voor de inwerkingtreding van deze verordening
                            waaraan geen termijn is gekoppeld waarbinnen met de uitvoering van deze
                            vergunning dient te zijn gestart, geldt hiervoor een termijn van twee
                            jaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop deze bekend is
                        gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Woonschepenverordening Amstelveen
                        2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 3 juni 2015.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING WOONSCHEPENVERORDENING AMSTELVEEN 2015</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>De Woonschepenverordening Amstelveen 2015 (WVA) bevat regels over het gebruik
                    van het openbaar water in de gemeente Amstelveen en is de actuele administratie
                    voor zover het de aantallen ligplaatsen en ligplaatsvergunningen betreft. Dit
                    laatste wordt gerealiseerd door de kaart die als bijlage 1 bij de WVA is gevoegd
                    en die met elke verleende vergunning geactualiseerd zal worden. Voorheen werd
                    een en ander gereguleerd middels een aantal bepalingen over vaartuigen en
                    ligplaatsen uit de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amstelveen
                    (APV). De APV in samenhang met een gebrekkig planologisch kader bood echter
                    onvoldoende mogelijkheden om de woonschepen, recreatieschepen en woonarken goed
                    te reguleren. Dit leidde tot onduidelijkheid voor wat betreft handhaving,
                    vergunningverlening, beeldkwaliteit en plantoetsing. De WVA is derhalve
                    onderdeel van een breder juridisch planologisch pakket en moet samen met het
                    bestemmingsplan 2<sup>e</sup> herziening Amsterdamse Bos - Woonschepen
                    duidelijkheid en rechtszekerheid bieden voor belanghebbenden, waaronder
                    bewoners, eigenaren en verhuurders van woonarken.</al><al>De WVA gaat over het gebruik van het openbaar water in de gemeente Amstelveen
                    met een woonschip of woonark. De WVA geeft verschillende regels om dit gebruik
                    in goede banen te leiden. Een groot deel van die regels heeft betrekking op de
                    verplichting om voor bepaalde activiteiten een vergunning te hebben. De
                    verordening sluit aan op het bestemmingsplan 2<sup>e</sup> herziening
                    Amsterdamse Bos – Woonschepen.</al><al/><tussenkop>Vergunningplicht</tussenkop><al>De WVA roept voor drie soorten activiteiten een vergunningplicht in het leven.
                    Die activiteiten zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>het innemen van een ligplaats met een woonschip of woonark;</al></li><li nr="-"><al>het werken aan of verbouwen van een woonschip of woonark;</al></li><li nr="-"><al>het vervangen van een woonschip of woonark.</al></li></lijst><al>De WVA regelt dat er een vergunning nodig is voor het verrichten van één van de
                    bovengenoemde activiteiten en wanneer die vergunning kan worden verleend of
                    geweigerd, dat er voorschriften kunnen worden verbonden aan de vergunning en
                    wanneer de vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd. Ook geeft de WVA
                    andere regels. Zo heeft het college van burgemeester en wethouders van de
                    gemeente Amstelveen (het college) de bevoegdheid om aanwijzingen te geven en
                    nadere regels te stellen.</al><al/><tussenkop>Toepasselijkheid van het bestemmingsplan</tussenkop><al>Activiteiten zoals het innemen van een ligplaats en het verbouwen van een
                    woonschip of woonark hebben invloed op de fysieke leefomgeving en moeten
                    ruimtelijk inpasbaar zijn. Vandaar dat bij de toepassing van deze WVA het
                    bestemmingsplan een relevant toetsingskader is. Kort gezegd komt het er op neer
                    dat een voorgenomen activiteit moet voldoen aan het bestemmingsplan. Zie ook
                    artikel 4 sub b van de WVA.</al><al/><tussenkop>Gedoogkader</tussenkop><al>Er is voor gekozen in de WVA geen veiligheids- en inrichtingseisen op te nemen.
                    Dit omdat uit recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de
                    Raad van State blijkt dat woonschepen en woonarken als bouwwerken dienen te
                    worden aangemerkt. Dit houdt in dat de eisen uit het Bouwbesluit 2012 onverkort
                    van toepassing zijn op woonarken en woonschepen. Gebleken is echter dat het voor
                    de bestaande woonschepen ondoenlijk is om hier aan te voldoen. Dit probleem is
                    inmiddels erkend door de landelijke wetgever en men is bezig om specifieke
                    (bouw-)regelgeving op te stellen voor woonschepen en woonarken. In afwachting
                    van deze regelgeving worden de woonarken en woonschepen in de gemeente
                    Amstelveen die niet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit 2012 gedoogd.
                    Hiertoe ontvangen de bewoners een gedoogbeschikking. Mocht de nieuwe landelijke
                    regelgeving aanleiding geven de WVA te wijzigen dan wel in te trekken, zal dit
                    uiteraard gebeuren.</al><al/><tussenkop><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Een belangrijke reden om een begripsbepaling op te nemen in een verordening is
                    het voorkomen van onduidelijkheden of discussies over de reikwijdte van een
                    bepaling. De begrippen die in artikel 1 worden gedefinieerd komen ook voor in
                    andere hoofdstukken van de WVA. Daar zijn ze niet opnieuw gedefinieerd, maar
                    hebben ze de betekenis die in artikel 1 is gegeven.</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>bevoegd gezag</cursief>: deze definitie spreekt voor zich.</al></li><li nr="b."><al><cursief>ligplaats</cursief>: een deel van het openbaar water wordt als
                            ligplaats aangemerkt als er al een woonark of woonboot ligt, of als het
                            op grond van een bestemmingsplan bestemd is om door een woonark of
                            woonboot te worden ingenomen.</al></li><li nr="c."><al><cursief>openbaar water</cursief>: hierbij is aansluiting gezocht bij
                            boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond hiervan is 'openbaar water'
                            ieder water dat voor enig gebruik open staat voor het publiek. De
                            definitie ziet derhalve ook op water wat enkel toegankelijk is via een
                            slagboom (bijvoorbeeld een jachthaven). 'Openbaar' is hier dus synoniem
                            aan 'feitelijk voor het publiek toegankelijk'. Het openbaar water heeft
                            dus niet alleen betrekking op het water dat in beheer is bij de
                            gemeente.</al></li><li nr="d."><al><cursief>r</cursief><cursief>ecreatieschip</cursief>: recreatieve
                            doeleinden, niet bestemd om op te wonen.</al></li><li nr="e."><al><cursief>vaartuigen</cursief>: hoewel dit een overkoepelend begrip is,
                            zijn woonarken in deze specifieke definitie uitgezonderd. Deze worden
                            apart gedefinieerd.</al></li><li nr="f."><al><cursief>woonark</cursief>: een woonark is over het algemeen niet
                            geschikt om mee te varen.</al></li><li nr="g."><al><cursief>woonboot</cursief>: woonboten zijn (in ieder geval van origine)
                            geschikt om mee te varen.</al></li><li nr="h."><al><cursief>woonschip</cursief>: spreekt voor zich.</al></li><li nr="i."><al><cursief>permanente bewoning</cursief>: dag- en nachtverblijf van een of
                            meerdere personen gedurende het hele jaar.</al></li></lijst><al>Het tweede lid waarborgt dat woonboten ook onder de reikwijdte van deze
                    verordening vallen, zolang zij voldoen aan bijlage 1.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Algemene Plaatselijke Verordening</tussenkop><al>In deze verordening zijn onderwerpen geregeld, die voorheen in de APV een
                    regeling hadden gevonden. In de APV staan nog steeds bepalingen die bijvoorbeeld
                    met openbaar water verband houden of voorzien in meer algemene voorschriften,
                    die zich mede (kunnen) uitstrekken tot onderwerpen die zich voor het overige
                    meer specifiek in de WVA geregeld zijn. Mocht zich een situatie voordoen waarin
                    deze verordening geen of onvoldoende uitsluitsel biedt, dan is sprake van de
                    (aanvullende) werking van de APV.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Verboden</tussenkop><al>Op basis van dit artikel is een vergunning vereist voor het innemen van een
                    ligplaats met een woonschip of woonark en het overschrijven op naam,
                    verplaatsen, verbouwen vervangen en het wijzigen van het gebruik van een
                    woonschip of woonark.</al><al>Het innemen van een ligplaats is in feite een eenmalige activiteit. Om die reden
                    is het eveneens verboden om zonder vergunning een ligplaats te hebben (in te
                    blijven nemen). Daarnaast is ook verboden om toe te laten dat een ander
                    ligplaats inneemt, terwijl geen vergunning is verleend.</al><al>Het college kan de vergunning verlenen of weigeren. De belangen die bij deze
                    besluitvorming een rol kunnen spelen, zijn onder andere neergelegd in de
                    artikelen 4 en 8 van de WVA. Of met een woonschip of woonark een ligplaats mag
                    worden ingenomen, hangt af van het resultaat van de afweging van die
                    belangen.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Weigeringsgronden ligplaatsvergunning</tussenkop><al>Een vergunning kan alleen worden verleend of geweigerd op grond van de
                    toetsingscriteria die in dit artikel zijn opgenomen. Dit artikel kent een
                    limitatief imperatief stelsel, wat inhoudt dat een vergunning geweigerd
                        <cursief>moet </cursief>worden indien één van de in dit artikel opgenomen
                    weigeringsgronden aan de orde is. </al><al>Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van strijd met een bestemmingsplan
                    (sub b), wordt aan alle aspecten van het bestemmingsplan getoetst (bouwregels én
                    gebruiksvoorschriften).</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Maximum stelsel ligplaatsen</tussenkop><al>Om te voorkomen dat niet voldaan wordt aan het maximumstelsel voor woonschepen
                    of woonarken zoals opgenomen in het bestemmingsplan woonarken, is in dit artikel
                    specifiek bepaald dat het maximum zoals opgenomen in bijlage 1 niet overschreden
                    mag worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Kenmerken ligplaatsvergunning</tussenkop><al>Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat bij de vergunningverlening ten
                    behoeve van woonschepen of woonarken sprake is van een drievoudige binding: de
                    vergunning is bedoeld voor een bepaald persoon, een bepaalde ligplaats en een
                    bepaald woonschip of bepaalde woonark.</al><al>Ingevolge het tweede lid dient de ligplaatsvergunning de volgende gegevens te
                    bevatten: NAW gegevens van de eigenaar, gegevens over de ligplaats en alle
                    relevante gegevens van de betreffende woonark (zoals de maatvoering,
                    kleurstelling, de naam van het schip of de ark en dergelijke).</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Aanvraag ligplaatsvergunning</tussenkop><al>Het eerste lid van deze bepaling regelt dat de aanvraag schriftelijk moet worden
                    gedaan via een daartoe vastgesteld aanvraagformulier, tot het moment dat de
                    mogelijkheid bestaat om een vergunning elektronisch aan te vragen. </al><al>Het tweede lid regelt hoe de vergunningsaanvraag moet worden ingediend en welke
                    gegevens die aanvraag moet bevatten. Er is aansluiting gezocht bij de
                    indieningvereisten van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het is
                    van belang dat het college over voldoende gegevens beschikt, zodat het in staat
                    is om een belangenafweging te maken. Welke gegevens in ieder geval moeten worden
                    overgelegd, blijkt uit hoofdstuk 4 van het Besluit omgevingsrecht (Bor), in
                    samenhang met artikel 1.3 van de Regeling omgevingsrecht (Mor). </al><al>Het derde lid is opgenomen om te voorkomen dat men na een groot aantal jaar
                    ineens toch nog gebruik gaat maken van de vergunning (dit wekt immers
                    rechtsonzekerheid in de hand), wordt in de vergunning een termijn van 26 weken
                    opgenomen waarbinnen met de activiteit dient te zijn gestart. Hiermee wordt
                    aansluiting gezocht bij artikel 2.33, tweede lid, onder a van de Wabo waarin is
                    bepaald dat een omgevingsvergunning (voor de activiteiten bouwen, slopen dan wel
                    het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in
                    gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                    of voorbereidingsbesluit is bepaald) geheel of gedeeltelijk kan worden
                    ingetrokken indien gedurende 26 weken onderscheidenlijk de in de vergunning
                    bepaalde termijn geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de
                    vergunning.</al><al>Het vierde lid maakt melding van de ligplaatskaart. Deze is als bijlage 1 bij
                    deze verordening gevoegd. Op de ligplaatskaart staan alle ligplaatsen en
                    vergunningen ingetekend. Deze kaart zal met elke verleende vergunning worden
                    bijgewerkt, zodat er te allen tijde een actueel beeld is. De meest actuele
                    uitsnede wordt bij de verleende vergunning gevoegd.</al><al>Het vijfde lid van deze bepaling bevat de beslistermijn. Doorgaans zal de
                    genoemde termijn van acht weken gehaald worden, maar voor gevallen waarbij
                    verklaringen van externe partijen noodzakelijk zijn (hierbij valt te denken aan
                    een verklaring van geen bezwaar op grond van het Luchthaven Indelingsbesluit) is
                    een verlengingstermijn opgenomen. Uit het zevende lid blijkt dat de vergunning
                    van rechtswege wordt verleend indien de beslistermijn van 24 weken is
                    overschreden zonder dat er een besluit is genomen dan wel de termijn met
                    toestemming van de aanvrager opgeschort is op grond van artikel 4:15 van de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Maatvoering woonark</tussenkop><al>In dit artikel is opgenomen dat de omvang en de placering van de woonschepen
                    niet mogen afwijken van de situatie zoals opgenomen in bijlage 1.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Voorschriften en beperkingen ligplaatsvergunning</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat het college voorschriften of beperkingen kan verbinden
                    aan een vergunning. Voorschriften zijn verplichtingen die de vergunninghouder
                    moet naleven. Beperkingen kunnen de reikwijdte van de vergunning begrenzen.
                    Voorschriften en beperkingen dienen ter bescherming van de belangen die met deze
                    verordening zijn gemoeid. </al><al/><tussenkop>Artikel 10 Intrekking of wijziging van de ligplaatsvergunning</tussenkop><al>Op grond van deze bepaling kan het college een vergunning intrekken of wijzigen.
                    Er is hierbij sprake van een discretionaire bevoegdheid van het college. Het
                    artikel geeft een opsomming van de gronden voor intrekking of wijziging van de
                    vergunning. In de beschikking motiveert het college welk van de gronden aan de
                    orde is.</al><al>Overigens is intrekking van een vergunning een verstrekkende maatregel, waarvan
                    in de regel niet snel gebruik zal worden gemaakt. Immers, eerst zal worden
                    bezien of met andere handhavingsmogelijkheden (oplegging van een last onder
                    dwangsom of een last onder bestuursdwang) het beoogde doel kan worden
                    bereikt.</al><al>Sub c bepaalt dat de vergunning ingetrokken of gewijzigd kan worden indien van
                    de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan
                    wel, bij gebrek aan een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn. Bedoelde
                    termijn zal doorgaans gesteld worden op 26 weken. De reden voor opname van dit
                    artikelonderdeel is dat ligplaatsen schaars zijn en de belangstelling mogelijk
                    groot is. Voorkomen moet worden dat een vergunninghouder leegstand van een
                    ligplaats veroorzaakt doordat hij structureel geen uitvoering geeft aan zijn
                    vergunning, bijvoorbeeld omdat hij met zijn woonschip of woonark langdurig
                    elders ligplaats inneemt of om welke reden dan ook niet tot de bouw of aankoop
                    van een woonschip of woonark overgaat. Indien hiervoor wel een geldige reden
                    aanwezig is (te denken valt aan nieuwbouw of reparatie dan wel herbouw na een
                    calamiteit), kan de vergunninghouder het college hiervan in kennis stellen. De
                    termijn kan op dat moment verlengd worden met nogmaals 26 weken.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Aanwijzingen bevoegd gezag</tussenkop><al>In dit artikel is een specifieke aanwijzingsbevoegdheid opgenomen: het college
                    kan aanwijzingen geven over het innemen van een ligplaats. Zo kan het in verband
                    met het uitvoeren van werkzaamheden noodzakelijk zijn dat een vaartuig tijdelijk
                    wordt verplaatst. Op basis van het eerste lid van dit artikel kan het college de
                    eigenaar of huurder van dat vaartuig opdragen om tijdelijk elders ligplaats in
                    te nemen. Het tweede lid van dit artikel bevat de verplichting om een aanwijzing
                    van het college op te volgen. Het niet opvolgen van een aanwijzing levert een
                    overtreding op, waartegen handhavend kan worden opgetreden.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Deze bepaling maakt het mogelijk om af te wijken van de bepalingen van deze
                    verordening, ten gunste van de belanghebbende. De hardheidsclausule geldt alleen
                    als toepassing van de verordening zou leiden tot een ‘onbillijkheden van
                    overwegende aard’.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Strafbepaling</tussenkop><al>In zijn algemeenheid geldt dat een overtreding van het bepaalde in deze
                    verordening strafrechtelijk of bestuursrechtelijk kan worden gehandhaafd. Bij
                    bestuursrechtelijke handhandhaving is het college het bevoegde orgaan. De
                    verschillende instrumenten die het college ter beschikking staan en de regels
                    die in acht moeten worden genomen, zijn neergelegd in de Gemeentewet en de Awb.
                    Artikel 14 WVA biedt de grondslag voor de strafrechtelijke handhaving.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Toezicht</tussenkop><al>Toezichthouders worden op grond van dit artikel aangewezen door het
                    college.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Binnentreden</tussenkop><al>Deze bepaling regelt een bevoegdheid tot het binnentreden van een woning. </al><al>Welke andere bevoegdheden (en verplichtingen) toezichthoudende ambtenaren
                    hebben, volgt uit titel 5.2 van de Awb. Op grond van artikel 5:20 Awb is een
                    ieder verplicht om medewerking te verlenen aan toezicht. Als die medewerking
                    wordt geweigerd, dan kan dat op zichzelf weer een aanleiding zijn om een last
                    onder bestuursdwang op te leggen.</al><al>Dit artikel sluit aan op artikel 5.13 van de Wabo. Hierbij dient rekening
                    gehouden te worden met het feit dat weliswaar de bevoegdheid wordt toegekend om
                    woningen (of, in dit geval, woonarken) te betreden zonder toestemming van de
                    bewoner, maar dat altijd rekening moet worden gehouden met het bepaalde in de
                    Algemene wet op het binnentreden en de Awb. Het betreden van een woning zonder
                    toestemming, kan in beginsel alleen wanneer de betreffende ambtenaar beschikt
                    over een machtiging tot binnentreden en het binnentreden zonder toestemming van
                    de bewoner redelijkerwijs vereist is. Alleen indien sprake is van een zodanige
                    spoedeisende situatie dat niet kan worden gewacht op afgifte van een machtiging
                    tot binnentreden, kan een woning worden betreden zonder bedoelde machtiging.
                    Hierbij kan gedacht worden aan situaties waarin sprake is van acuut gevaar.</al><al/><tussenkop>Artikel 16 Overgangsbepaling</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen omdat er momenteel binnen de gemeente een aantal
                    woonschepen, woonarken en recreatieschepen ligt die niet voldoen aan de in deze
                    verordening beschreven voorwaarden en de gemeenteraad het niet wenselijk acht ze
                    hier alsnog aan te laten voldoen. Eigenaren hoeven derhalve geen nieuwe
                    vergunning aan te vragen om de bestaande situatie in stand te laten. Op deze
                    woonschepen, woonarken en recreatieschepen blijven gewoon nog de
                    vergunningvoorschriften gebaseerd op de oude regelgeving van toepassing. De oude
                    regelgeving geldt ook nog voor aanvragen waarop voor inwerkingtreding van de WVA
                    nog niet is beslist. Personen met een vergunning met daaraan verbonden
                    voorschriften gebaseerd op de oude regelgeving dienen pas aan de voorwaarden
                    zoals opgenomen in de WVA te voldoen indien zij hun woonark willen vervangen
                    voor een nieuwe ark en hiervoor een vergunning aanvragen, tenzij er op basis van
                    het bestemmingsplan redenen zijn om af te wijken van deze
                    vergunningsplicht.</al><al>Uit het derde lid van dit artikel vloeit voort dat de feitelijke situatie ten
                    tijde van de inwerkingtreding van deze verordening als uitgangspunt is genomen,
                    ook indien er destijds geen vergunning is verleend (het zgn. nulmoment). Voor
                    aanvragen die dateren van na inwerking gelden de in deze verordening opgenomen
                    regels. Deze maatvoering is tevens uitgangspunt bij de beoordeling van aanvragen
                    om overschrijvingen op naam dan wel verplaatsingen. </al><al>Het vierde lid is opgenomen voor de gevallen waarin voor inwerkingtreding van de
                    WVA al een vergunning is verleend, waarin geen termijn is opgenomen waarbinnen
                    handelingen moeten zijn verricht ter uitvoering van de vergunning. In zulke
                    gevallen wordt een termijn van 2 jaar na inwerkingtreding van deze verordening
                    redelijk geacht. Tevens beoogt deze bepaling te regelen dat voor zover het
                    object waarvoor in het verleden ligplaatsvergunning is verleend en waarbij nog
                    geen nieuwe aanvraag voor wijziging van de vergunning is gedaan met het oog op
                    het afmeren van een nieuwe woonark, een termijn geldt van twee jaar om alsnog
                    een nieuwe aanvraag in te dienen. Deze zal getoetst worden aan onderhavige
                    regelgeving.</al><al/><tussenkop>Artikel 17 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 18 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Ligplaatsenkaart bij Woonschepenverordening Amstelveen 2015</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Amstelveen/i256210.pdf">Bijlage 1</extref></al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>