<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR369274_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening raadscommissies Alphen aan den Rijn                2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 8 juni 2015, nr. 49803</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening raadscommissies Alphen aan den Rijn 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikelen 82 en 140 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/11420 en 2015/12563</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Regeling vervangt de Verordening rondetafelgesprekken (RTG) Alphen aan den Rijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening raadscommissies Alphen aan den Rijn
                2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Kader: Gemeentewet artikelen 82 en 140 </al><al/><al>De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn;</al><al/><al>B E S L U I T vast te stellen de volgende:</al><al><vet>Verordening raadscommissies Alphen aan den Rijn 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissievoorzitter: voorzitter van de commissie</al></li><li nr="b."><al>commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissielid: lid van een raadscommissie als raadslid of
                                    burgercommissielid;</al></li><li nr="d."><al>raad: de gemeenteraad;</al></li><li nr="e."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="f."><al>griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;</al></li><li nr="g."><al>schriftelijke stukken (oproep, de voorlopige agenda met
                                    bijbehorende stukken): hieronder wordt ook verstaan “digitale
                                    verzending van stukken”.</al></li><li nr="h."><al>agendacommissie: de agendacommissie zoals bedoeld in artikel 5
                                    van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                                    werkzaamheden van de raad Alphen aan den Rijn 2015.</al></li><li nr="i."><al>burgers: onder burgers worden ook verstaan personen die
                                    bedrijven, verenigingen en andere instellingen
                                    vertegenwoordigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad kent de volgende vaste raadscommissies:</al><lijst><li nr="a."><al>Sociaal en maatschappelijk domein;</al></li><li nr="b."><al>Ruimtelijk en economisch domein;</al></li><li nr="c."><al>Financiën , bestuurlijk en publiek domein. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De gemeenteraad kan al dan niet tijdelijk een extra
                                    raadscommissie instellen voor behandeling van een te benoemen
                                    onderwerp.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Doel van de raadscommissies is het voorbereiden van beraadslaging en/of
                            besluitvorming in de vergadering van de raad. </al><al>De behandeling van een onderwerp in de vergadering leidt, afhankelijk
                            van de wijze van agendering door de agendacommissie, tot
                            standpuntbepaling of tot een procesmatige conclusie zoals: </al><lijst><li nr="a."><al>de zaak kan ter behandeling aan de raad worden voorgelegd als
                                    hamerstuk of bespreekstuk;</al></li><li nr="b."><al>een zaak wordt teruggegeven aan het college in verband met het
                                    aanbrengen van noodzakelijk geachte aanvullingen of
                                    verduidelijkingen om daarna geagendeerd te worden voor de
                                    raadsvergadering of een volgende vergadering van de
                                    raadscommissie;</al></li><li nr="c."><al>genoegzame informatiewisseling heeft plaatsgevonden en/of het
                                    overleg als afgerond kan worden beschouwd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling; benoeming burgercommissielid en
                                commissievoorzitter</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder raadslid is lid van de raadscommissies.</al></li><li nr="2."><al>De raadscommissie bestaat uit de onder het eerste lid genoemde
                                    leden en/of aan elke fractie gebonden burgercommissieleden. Elke
                                    fractie heeft maximaal drie burgercommissieleden. De
                                    burgercommissieleden worden door de raad op voordracht van de
                                    fracties benoemd.</al></li><li nr="3."><al>De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet zijn
                                    van overeenkomstige toepassing op burgercommissieleden. Deze
                                    burgercommissieleden hebben daarnaast tijdens de laatste
                                    raadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de desbetreffende
                                    fractie gestaan.</al></li><li nr="4."><al>De raad benoemt uit zijn midden per raadscommissie twee
                                    voorzitters, die onderling per vergadering het voorzitterschap
                                    bepalen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt
                                    in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de
                                    raad.</al></li><li nr="2."><al>Een burgercommissielid houdt op lid te zijn als niet meer
                                    voldaan wordt aan de in artikel 4, derde lid, gestelde
                                    eisen.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan een burgercommissielid ontslaan op voorstel van de
                                    fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.</al></li><li nr="4."><al>De raad kan een commissievoorzitter ontslaan.</al></li><li nr="5."><al>Een burgercommissielid en een commissievoorzitter kunnen te
                                    allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk
                                    mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de
                                    schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is
                                    benoemd.</al></li><li nr="6."><al>Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                    raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.</al></li><li nr="7."><al>Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                    vervalt het lidmaatschap van burgercommissieleden die op
                                    voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>De commissievoorzitter en de commissiegriffier</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissievoorzitter is belast met:</al><al>a. het leiden van de vergadering;</al><al>b. het handhaven van de orde;</al><al>c. het doen naleven van deze verordening;</al><al>d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li><li nr="2."><al>De commissievoorzitter neemt niet deel aan de discussie;</al></li><li nr="3."><al>De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere
                                    raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar aan als
                                    commissiegriffier.</al></li><li nr="4."><al>Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen.</al></li><li nr="5."><al>Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de
                                    commissievoorzitter als adviseur aan beraadslagingen in
                                    vergaderingen deelnemen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Oproep en voorlopige agenda</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissievoorzitter zendt ten minste tien dagen voor een
                                        vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de
                                        voorlopige agenda, zoals deze is vastgesteld door de
                                        Agendacommissie, met de daarbij behorende stukken, met
                                        uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van
                                        de Gemeentewet bedoelde stukken.</al></li><li nr="2."><al>In de schriftelijke oproep wordt gewezen op de mogelijkheid
                                        om als commissielid voor een nader te noemen datum
                                        schriftelijk technische vragen te stellen, welke door het
                                        college voorafgaand aan de commissievergadering van
                                        schriftelijke antwoorden worden voorzien. </al></li><li nr="3."><al>In de voorlopige agenda is aandacht voor een rondvraag.
                                        Tijdens de rondvraag kunnen commissieleden vragen stellen
                                        aan de portefeuillehouders . De vragen worden uiterlijk voor
                                        12.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffie
                                        aangemeld. In den regel worden deze vragen ter vergadering
                                        mondeling beantwoord. </al></li><li nr="4."><al>Bij daartoe geschikte onderwerpen kan de Agendacommissie een
                                        commissievergadering vorm geven als informatiemarkt. Per
                                        onderwerp worden vorm en inhoud bepaald.</al></li><li nr="5."><al>Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 8, eerste
                                        lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende
                                        stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor
                                        aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aanvullende agenda; vaststellen agenda</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het
                                        verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende
                                        voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken
                                        worden openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 86,
                                        eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is
                                        opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste
                                        lid onder berusting van de griffier en verleent deze de
                                        commissieleden op verzoek inzage.</al></li><li nr="3."><al>Een agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de
                                        raadscommissie vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>De vergaderingen van de commissies vinden in de regel plaats
                                        op de eerste en tweede donderdag van de maand, vangen aan om
                                        20.00 uur en hebben een beoogde eindtijd van 23.00 uur en
                                        worden gehouden in het stadhuis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inzage van stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of
                                        voorstellen op een voorlopige agenda staan, worden
                                        gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep
                                        digitaal op de website van de gemeente geplaatst. Als na het
                                        verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage
                                        worden geplaatst op de website, wordt hiervan mededeling
                                        gedaan aan de commissieleden en zo mogelijk door middel van
                                        openbare kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste en
                                        tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd,
                                        blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede
                                        lid onder berusting van de commissiegriffier en verleent
                                        deze de commissieleden op verzoek inzage c.q. worden deze
                                        digitaal beschikbaar gesteld op een daartoe afgeschermde
                                        site.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>Commissievergaderingen worden in de openbaarheid gebracht door
                                aankondiging op de in de gemeente gebruikelijke wijze.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Ter vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van
                                presentielijsten van vergaderingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de
                                        presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                        raadsfracties vertegenwoordigd is;</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde aanvangstijdstip
                                        niet het vereiste aantal fracties vertegenwoordigd is,
                                        belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering tegen
                                        een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het
                                        bezorgen van de oproeping is gelegen.</al></li><li nr="3."><al>Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het
                                        eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan
                                        echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de
                                        ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was
                                        belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de
                                        presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                        raadsfracties vertegenwoordigd is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een commissiegriffier draagt zorg voor een besluitenlijst
                                        van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>Een besluitenlijst bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de commissievoorzitter, de
                                                commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en
                                                de commissieleden, allen voor zover aanwezig,
                                                alsmede van de overige personen die het woord
                                                gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                                geweest;</al></li><li nr="c."><al>een samenvatting van de conclusie aan de raad, zo
                                                nodig onder vermelding van de namen van de
                                                commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun
                                                goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen
                                                van de commissieleden die zich niet uitgelaten
                                                hebben; bij behandeling van concept-raadsvoorstellen
                                                wordt in ieder geval aangegeven of het onderwerp als
                                                hamerstuk dan wel als bespreekstuk op de raadsagenda
                                                kan worden geplaatst.</al></li><li nr="d."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                                hoedanigheid van die personen aan wie het op grond
                                                van het bepaalde in artikel 16 door de
                                                raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de
                                                beraadslagingen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een conceptbesluitenlijst wordt op de in de gemeente
                                        gebruikelijke wijze gepubliceerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Conclusies raadscommissies</titel></kop><al>Als een raadscommissie tot de conclusie komt dat een onderwerp of
                                voorstel voldoende is besproken, adviseert zij over de verdere
                                behandeling, zoals vermeld in artikel 3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Per onderwerp voert één commissielid per fractie het
                                        woord.</al></li><li nr="2."><al>Een commissielid voert slechts het woord na het aan de
                                        commissievoorzitter gevraagd en van hem verkregen te
                                        hebben.</al></li><li nr="3."><al>Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                        beslist.</al></li><li nr="4."><al>Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter
                                        afgesloten.</al></li><li nr="5."><al>Commissieleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal
                                        het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="6."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een commissielid over
                                        hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd,
                                        wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van
                                        orde.</al></li><li nr="7."><al>Korte interrupties worden door de voorzitter toegestaan mits
                                        daarmee naar het oordeel van de voorzitter de voortgang van
                                        een spreektermijn van een commissielid niet onnodig wordt
                                        onderbroken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Leden van het college van burgemeester en wethouders kunnen in
                                    de vergadering aanwezig zijn en kunnen op verzoek van de
                                    voorzitter aan de beraadslagingen deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadscommissie kan op enig moment besluiten dat anderen,
                                    waaronder adviserende ambtenaren, mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Spreekrecht burgers en/of instellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgers en/of instellingen kunnen in een vergadering het
                                        woord voeren (spreekrecht):</al><al>a. bij onderwerpen die geagendeerd zijn voor die
                                        commissievergadering;</al><al>b. over onderwerpen die niet geagendeerd zijn voor die
                                        commissievergadering maar wel (voorlopig) geagendeerd zijn
                                        voor de raadsvergadering in diezelfde cyclus;</al><al>c. over een brief of ander document dat de raad van de
                                        inspreker heeft ontvangen en dat vermeld staat op de lijst
                                        van ingekomen stukken voor de raadsvergadering in diezelfde
                                        cyclus.</al></li><li nr="2."><al>Er kan niet ingesproken worden over:</al><al>a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                        beroep openstaat of heeft opengestaan;</al><al>b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al><al>c. een gedraging waarover een klacht ingevolge artikel 9:1
                                        Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                        uiterlijk op de dag van de commissievergadering aan de
                                        commissiegriffier onder vermelding van zijn naam,
                                        e-mailadres, adres en telefoonnummer en het onderwerp
                                        waarover het woord gevoerd wenst te worden.</al></li><li nr="4."><al>De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van
                                        aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde
                                        afwijken, als dit in het belang is van de orde van de
                                        vergadering.</al></li><li nr="5."><al>De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem
                                        dit heeft verleend. Voor de uitoefening van het spreekrecht
                                        wordt per persoon maximaal 3 minuten ter beschikking
                                        gesteld. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de
                                        vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende
                                        vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een
                                        inspreker en deelnemers van de vergadering.</al></li><li nr="6."><al>De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel
                                        voor de behandeling van de inbreng van de burger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Handhaving orde en schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde
                                        in de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid
                                        dat door zijn gedragingen de gang van zaken belemmert, het
                                        verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het
                                        voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan
                                        verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo
                                        nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij
                                        herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien
                                        voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering
                                        worden ontzegd.</al></li><li nr="3."><al>Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                        door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening
                                        de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering
                                        sluiten.</al></li><li nr="4."><al>Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende
                                        of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in
                                        behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk
                                        interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren.
                                        Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het
                                        woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel
                                van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist
                                hier terstond over.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Besloten vergaderingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Toepassing verordening op besloten vergaderingen</titel></kop><al>Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige
                                toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter
                                van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Besluitenlijst besloten vergadering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Besluitenlijsten van besloten vergaderingen worden niet
                                        verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter
                                        inzage gelegd bij de commissiegriffier.</al></li><li nr="2."><al>Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een
                                        besloten vergadering aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                        neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet
                                        openbaar maken van de besluitenlijst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                                Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als
                                de raadscommissie die de geheimhouding heeft opgelegd daarom
                                verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie
                                overleg gevoerd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare
                                        vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde
                                        plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op
                                        andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.</al></li><li nr="3."><al>De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de
                                        vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt
                                        verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen
                                        vertrekken.</al></li><li nr="4."><al>De commissievoorzitter is bevoegd toehoorders die bij
                                        herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten
                                        hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te
                                        ontzeggen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die van een openbare vergadering geluid- of
                                beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de
                                commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de commissievoorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening Rondetafelgesprekken Alphen aan den Rijn, vastgesteld in
                            de vergadering van 2 januari 2014, laatstelijk gewijzigd in de
                            vergadering van 30 oktober 2014, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na
                                    bekendmaking.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de
                                    raadscommissie Alphen aan den Rijn 2015.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van Alphen aan den Rijn op 28 mei 2015, </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. A.H. Schouten mr. drs. J.W.E. Spies</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening op de raadscommissies 2015</titel></kop><al>Een nieuw vergadermodel maakt het noodzakelijk dat de raad deze keuze
                    formaliseert in zijn Reglement van Orde en in de Verordening op de
                    raadscommissies. Het nieuwe vergadermodel gaat uit van drie vaste
                    raadscommissies, voor de volgende taakgebieden: Sociaal en Maatschappelijk
                    domein; Ruimtelijke en economisch domein en Financiën, bestuurlijk en publiek
                    domein. </al><al>Gekozen is om beide regelingen in z’n geheel te herzien. Dit is gedaan om te
                    voorkomen dat het verwerken van alle mogelijke wijzigingen in de reeds bestaande
                    regelingen zou leiden tot een onoverzichtelijke regelgeving. </al><al>In beide documenten is in belangrijke mate aangehaakt bij de relevante modellen
                    van de VNG. Om zo ook mee te liften op de vereenvoudigde versie van RvO en
                    commissieverordening. Toegevoegd zijn natuurlijk de bepalingen, die meer
                    expliciet een uitwerking geven aan ons gekozen vergadermodel. </al><al/><al>Hierna volgt een toelichting op die artikelen, waar een nadere uitleg op zijn
                    plaats is.</al><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Aangegeven wordt dat onder “schriftelijke stukken” ook verstaan wordt “digitale
                    verzending van stukken”. </al><tussenkop>Artikel 2 Instelling raadscommissies</tussenkop><al>In het 1<sup>e</sup> lid van dit artikel staan de drie vaste raadscommissies
                    genoemd.</al><al>Het 2<sup>e</sup> lid biedt de mogelijkheid om een extra raadscommissie al dan
                    niet tijdelijk in te stellen.</al><tussenkop>Artikel 3 Taken </tussenkop><al>De raadscommissies bereiden elk voor hun domein de besluitvorming van de raad
                    voor. Dit komt tot uitdrukking door het uitbrengen van advies over een voorstel
                    of onderwerp. Dat betekent ook dat de raadscommissies zich niet alleen buigen
                    over de informatie maar ook (aanzet tot) oordeelsvorming in de behandeling van
                    een voorstel betrekken.</al><tussenkop>Artikel 4. Samenstelling; benoeming burgercommissielid en
                    commissievoorzitter.</tussenkop><al>In het 1<sup>e</sup> lid is bepaald dat ieder raadslid tevens lid is van de
                    raadscommissies. Deze bepaling houdt dus in dat er geen benoeming van raadsleden
                    afzonderlijk per raadscommissie noodzakelijk is. </al><al>Per fractie zijn tevens maximaal drie burgercommissieleden door de raad te
                    benoemen, op voordracht van de fractie. Aan welke benoembaarheidseisen de
                    burgercommissieleden moet voldoen is in relatie gebracht met de
                    benoembaarheidseisen voor raadsleden, genoemd in de Gemeentewet. Daaraan is hier
                    expliciet toegevoegd dat burgercommissieleden, in verband met de kenbaarheid en
                    kiezerslegitimiteit, tijdens de laatste raadsverkiezingen op de kandidatenlijst
                    van de desbetreffende fractie hebben gestaan.</al><al>Dat alle raadsleden en per fractie maximaal drie burgercommissieleden lid zijn
                    van een raadscommissie wil niet zeggen dat allen tegelijkertijd de
                    commissievergadering als deelnemer bezoeken. Staande praktijk is dat fracties de
                    taken onderling verdelen en dat komt ook tot uitdrukking dat per onderwerp in
                    een commissievergadering één commissielid het woord voert.</al><al>Per raadscommissie benoemt de raad uit zijn midden twee commissievoorzitters.
                    Voor deze functie wordt een profielschets gehanteerd waaraan de raad de
                    kandidaten kan toetsen.</al><tussenkop>Artikel 7. Oproep en voorlopige agenda</tussenkop><al>Ten minste tien dagen voor de datum van de commissievergadering zendt de
                    commissievoorzitter de voorlopige agenda met bijbehorende stukken, zoals door de
                    Agendacommissie vastgesteld. Het vooraf stellen van schriftelijke (per mail)
                    technische vragen met voldoende tijd voor collegebehandeling draagt bij aan een
                    efficiënte vergadering.</al><al>Ook het aanmelden voor de rondvraag onder gelijktijdige vermelding van de vraag
                    aan de portefeuillehouder uiterlijk 12 uur voorafgaand aan de vergadering draagt
                    bij aan een inhoudelijk adequate manier van vergaderen.</al><al>Van belang is hier ook het 4<sup>e</sup> lid van dit artikel. De Agendacommissie
                    kan een commissievergadering vorm geven als informatiemarkt. Per informatiemarkt
                    wordt vorm en inhoud bepaald. Daarmee kan ingespeeld worden op varianten bij
                    informatievergaring en zeker ook op informatieverstrekking uit de
                    gemeenschap.</al><tussenkop>Artikel 8 Aanvullende agenda; vaststellen agenda.</tussenkop><al>De vergaderingen van de raadscommissies vinden in den regel plaats op de eerste
                    en tweede donderdag van de maand, behalve op die donderdagen die als algemeen
                    erkende feestdagen in de kalender staan. Aanvangstijd en beoogde eindtijd zijn
                    ook vastgelegd. Ingeval de beoogde eindtijd overschreden dreigt te worden zal de
                    voorzitter een ordevoorstel doen. Dat kan zijn het schorsen van de vergadering
                    en hervatten op een dan te bepalen datum en tijdstip (in principe de
                    donderdagavond daarop), dan wel de beslissing om de resterende agendapunten toch
                    nog die avond af te handelen omdat de gezamenlijke verwachting is dat dit in
                    korte tijd nog zal kunnen.</al><tussenkop>Artikel 12 Opening vergadering en quorum.</tussenkop><al> Dit artikel bepaalt, dat de voorzitter de vergadering opent op het vastgestelde
                    tijdstip, indien het vereiste minimale aantal fracties vertegenwoordigd is.
                    Indien dat minimum na een kwartier gewacht te hebben er nog niet is, zal de
                    voorzitter dan de conclusie trekken dat de vergadering niet door kan gaan en een
                    andere dag en uur bepalen, waarop de vergadering wel zal plaatsvinden.</al><tussenkop>Artikel 13 Besluitenlijst</tussenkop><al>Een besluitenlijst bevat de essentiële gegevens van een commissievergadering.
                    Wie aanwezig zijn, onderwerpen, die aan de orde zijn geweest en een samenvatting
                    van de conclusies en adviezen aan de raad. Daarbij behoort ook de vermelding of
                    een onderwerp voor de raadsagenda een hamerstuk dan wel bespreekstuk is
                    geworden. Een verslag van de beraadslaging is niet nodig. Wanneer behoefte
                    bestaat de discussie na te gaan, biedt de geluids- en/of beeldregistratie
                    voldoende informatie.</al><tussenkop>Artikel 15 Aantal spreektermijnen </tussenkop><al>In het 1<sup>e</sup> lid is bepaald dat per onderwerp er één commissielid per
                    fractie het woord voert.</al><al>Hiermee wordt voorkomen dat te veel deelnemers aan de vergadertafel van de
                    raadscommissie aanschuiven.</al><al>Voor het overige gelden twee spreektermijnen per onderwerp, het woord voeren
                    nadat de voorzitter het verleent en interrupties akkoord zijn, tenzij de
                    voortgang van de vergadering daarmee onnodig wordt onderbroken.</al><tussenkop>Artikel 16 Deelname aan de beraadslaging door derden</tussenkop><al>Leden van het college kunnen uiteraard in de vergadering aanwezig zijn en op
                    verzoek van de voorzitter deelnemen aan de beraadslagingen.</al><al>Ook anderen, waaronder adviserende ambtenaren, kunnen met toestemming van de
                    raadscommissie inbreng leveren in de vergadering.</al><al>De informatievoorziening aan de commissie wordt op die wijze goed vorm gegeven
                    en overwegingen en argumentaties bij een voorstel van het college komen daarmee
                    aan de orde.</al><tussenkop>Artikel 17 Spreekrecht burgers en/of instellingen</tussenkop><al>Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken
                    bij de besluitvorming van de raad. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is
                    van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke
                    organisatie, college, commissies) is er voor gekozen het spreekrecht op te nemen
                    in de commissieverordening. Op dat moment zijn de fracties nog bezig hun mening
                    te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans
                    minder effectief (‘schijnspreekrecht’). </al><al>Het spreekrecht geldt alleen voor onderwerpen die op de agenda van de commissie
                    staan of die al op de voorlopige agenda staan van de raadsvergadering die cyclus
                    of die gaan over een ingekomen brief of ander document van inspreker, gericht
                    aan de raad. </al><al>Aanmelden om gebruik te maken van het spreekrecht moet uiterlijk op de dag van
                    de commissievergadering plaatsvinden. Er is niet gekozen om een tijdstip te
                    noemen, dus in theorie kan tot kort voor aanvang van de vergadering nog
                    aangemeld worden. Dus de drempel om in te spreken ligt laag.</al><al>Enkel in die gevallen, dat een onderwerp rechtstreeks op de raadsagenda is
                    geplaatst, dus zonder voorafgaande behandeling in een raadscommissie, kan
                    daarover nog ingesproken worden in de raadsvergadering.</al><tussenkop>Artikel 23 Toehoorders en pers</tussenkop><al>Van het op andere wijze verstoren van de orde is ook sprake wanneer aanwezigen
                    het geluid van telefoons e.d. niet uitzetten.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>