<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR369273_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Putten 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Putten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Putten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad nr. 74976</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Putten 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 212 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>401273</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Openbaar bestuur en administratie: het organisme</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Putten,</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>vastgesteld bij besluit van de
                        raad van de gemeente Putten van 2 juli 2015 nr. 401274</al><al>De raad der gemeente Putten;</al><al/><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 juni 2015, nr.
                        401273;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>in te trekken de verordening op de inrichting van financiële organisatie,
                        het financiële beheer en de uitgangspunten van het financiële beleid van de
                        gemeente Putten</al><al>en</al><al>vast te stellen de Financiële verordening gemeente Putten met bijlagen,
                        luidend als volgt:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>afdeling</cursief>: </al><al>iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                                    organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan
                                    het college;</al></li><li nr="b."><al><cursief>administratie:</cursief></al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                    verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Putten en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd;</al></li><li nr="c."><al><cursief>administratieve organisatie</cursief>: </al><al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot
                                    stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de
                                    bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van
                                    de verantwoordelijke leiding;</al></li><li nr="d."><al><cursief>rechtmatigheid:</cursief></al><al>voor een beschrijving van het begrip rechtmatigheid wordt
                                    verwezen naar de beschrijving zoals opgenomen in het Besluit
                                    Accountantscontrole Provincies en Gemeenten (BAPG)</al></li><li nr="e."><al><cursief>netto schuld</cursief>:</al><al>bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die
                                    niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld
                                    wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende
                                    schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke
                                    bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt
                                    verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen,
                                    liquide middelen en overlopende activa.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college bij de kadernota een
                                programma indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college bij de kadernota op basis
                                van de door het college aan de programma's toegewezen producten, de
                                onderverdeling van de thema's en de programma's vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                sturingsindicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en
                                diensten (output) en de maatschappelijke effecten (outcome) van het
                                gemeentelijke beleid, zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van
                                het beleid zoals vastgesteld door de raad, kan worden getoetst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college bij de kadernota vast over
                                welke onderwerpen zij in paragrafen (naast de verplichte paragrafen)
                                in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden
                                geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting wordt onder elk van de programma's / thema's de
                                begrote lasten en baten per product weergegeven en het
                                investeringskrediet van de nieuwe (vervangings) investeringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de jaarstukken wordt onder elk van de programma's / thema's de
                                begrote versus gerealiseerde lasten en baten van het desbetreffende
                                programma opgenomen. In de toelichting op de programmarekening
                                worden per programma de begrote en gerealiseerde baten en lasten per
                                product opgenomen inclusief een analyse van de afwijkingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                                aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
                                inzicht gegeven in de ontwikkeling van de liquiditeitspositie /
                                schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de
                                investeringen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie in de begroting expliciet
                                vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad autoriseert de investeringskredieten met het vaststellen van
                                de financiële positie in de begroting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt voor 1 juni aan de raad een kadernota aan met een
                                voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting
                                voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad
                                stelt deze nota voor 15 juli vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen onder de
                                algemene dekkingsmiddelen van 0,12% van het begrotingssaldo. Het
                                college heeft de bevoegdheid om de post onvoorzien aan te wijzen
                                voor incidentele zaken en legt bij elke tussentijdse rapportage
                                verantwoording af over het gebruik van de post onvoorzien. In
                                bijlage 2 bij deze financiële verordening zijn de spelregels omtrent
                                de post onvoorzien nader uitgewerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt met het vaststellen van de begroting de baten en de
                                lasten per programma vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor nieuw beleid en nieuwe investeringen, niet zijnde
                                vervangingsinvesteringen, ontvangt de raad op een later tijdstip een
                                apart voorstel voor autorisatie van het
                                investeringskrediet/exploitatiebudget voor nieuw beleid. De raad kan
                                bij de begrotingsbehandeling aangeven voor welke van voorgenoemde
                                nieuwe investeringen/exploitatiebudgetten voor nieuw beleid, zij
                                geen apart voorstel wenst te ontvangen en deze
                                investeringen/exploitatiebudgetten voor nieuw beleid worden bij de
                                begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie
                                geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de
                                lasten/baten/investeringen de geautoriseerde
                                baten/lasten/investeringskredieten dreigen te overschrijden. Bij
                                investeringskredieten wordt tussentijds een melding gedaan wanneer
                                de te verwachten budgetoverschrijding van een investeringskrediet
                                groter of gelijk is aan 5%, waarbij de overschrijding € 25.000 of
                                meer bedraagt. De raad geeft vervolgens aan of zij hiervoor een
                                voorstel wil voor wijziging van het budget of een voorstel voor
                                bijstelling van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad doet
                                het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde
                                budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel
                                met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet
                                aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 250.000 informeert
                                het college de raad in het voorstel over het effect van de
                                investering op de liquiditeitspositie / schuldpositie van de
                                gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad minimaal 2 keer per jaar door middel
                                van tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting van
                                het lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering
                                en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde
                                raming van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en de lasten per programma;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;</al></li><li nr="c."><al>het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de
                                        onderdelen a en b;</al></li><li nr="d."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                                        programma; en</al></li><li nr="e."><al>het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d, alsmede de
                                        realisatie en raming van de uitputting van de
                                        investeringskredieten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                                ramingen van de baten en de lasten van programma's en
                                investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>in de eerste tussentijdse rapportage wordt van de investeringen en
                                meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde
                                investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven
                                weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college besluit niet dan nadat de raad is geïnformeerd over het
                            voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                            bedenkingen ter kennis van het college te brengen over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten alsmede de
                                    aankoop van strategisch onroerend goed groter dan €
                                    500.000,--;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan
                                    € 250.000,--;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van kapitaal aan instellingen en
                                    ondernemingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Materiële vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden
                                onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd. Bij raadsbesluit
                                kan hiervan worden afgeweken waarbij de maatschappelijk nut
                                investeringen gedekt worden uit de reserves. Bij dekking ineens uit
                                de reserves moet er in het raadsvoorstel van de investering wel
                                aandacht worden besteed aan de toekomstige vervanging en de dekking
                                van een toekomstige vervangingsinvestering aangezien dit door het
                                rechtstreeks dekken uit de reserve niet structureel is geborgd in de
                                begroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en
                                de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij
                                deze verordening. Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs
                                van minder dan € 25.000,-- worden niet geactiveerd, uitgezonderd
                                gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd
                                geactiveerd. Op basis van gegronde redenen kan via raadsbesluit
                                afgeweken worden van de afschrijvingstermijnen zoals zijn opgenomen
                                in bijlage 1 bij deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief worden lineair in 5 jaar afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een saldo voor agio of disagio wordt lineair in 5 jaar
                                afgeschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de 4 jaar na aanvang van de nieuwe
                                bestuursperiode een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota
                                wordt door de raad vastgesteld en behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen; en</al></li><li nr="c."><al>de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
                                een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de benodigde minimumomvang;</al></li><li nr="c."><al>de benodigde maximumomvang;</al></li><li nr="d."><al>de grondslag voor de wijziging;</al></li><li nr="e."><al>de verantwoording.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven
                                en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij
                                de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte
                                kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de
                                gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van
                                voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en de
                                kosten van het kwijtscheldingsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de inzet van materiële activa worden naast directe kosten,
                                indirecte kosten, afschrijvingskosten en de rente voor de
                                financiering van het actief toegerekend. Deze rekenrente is een
                                vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen.
                                De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling
                                van de begroting vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de activiteit wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                                en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in
                                rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of
                                garantie wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raaadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld
                                in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                                de gemeentelijke tarieven voor de belastingen (OZB), de
                                forensenbelasting, de toeristenbelasting, de rioolheffingen, de
                                afvalstoffenheffing, reinigingsheffing, begraafrechten en
                                precariobelasting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren
                                en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een
                                besluit voor aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen
                                de volgende kaders in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd; en</al></li><li nr="b."><al>er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als
                                        bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering
                                        decentrale overheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college informeert de raad vooraf als de wettelijke
                                kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet
                                financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm,
                                bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale
                                overheden, dreigt te worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en
                                het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college
                                indien mogelijk zekerheden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10
                            van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in
                            ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>een analyse van de begrote opbrengsten en tarieven t.o.v. het
                                    voorgaande begrotingsjaar waardoor de raad goed inzicht heeft in
                                    de ontwikkeling van de lokale heffingen;</al></li><li nr="b."><al>per heffing het percentage kostendekkendheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf treasury bij de begroting en de jaarstukken neemt het
                            college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het
                            Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="b."><al>de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende vier jaar;</al></li><li nr="d."><al>de rentevisie voor de komende vier jaar; en</al></li><li nr="e."><al>de financieringspositie</al></li><li nr="f."><al>een toelichting op de verhouding tussen vaste passiva en de
                                    vaste activa waarbij de verhouding tussen vaste passiva / vaste
                                    activa niet onder de 115% mag komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij
                                        de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de
                                        verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het
                                        Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
                                        in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de solvabiliteitsratio;</al></li><li nr="b."><al>de ontwikkeling van de netto schuld per
                                                inwoner;</al></li><li nr="c."><al>de ontwikkeling van de netto schuld als percentage
                                                van de gemeentelijke inkomsten;</al></li><li nr="d."><al>de ontwikkeling van de som van de voorraden
                                                bouwgrond, de voorraden onderhanden werk en overige
                                                voorraden als percentage van de gemeentelijke
                                                inkomsten;</al></li><li nr="e."><al>de ontwikkeling van de som van de leningen aan
                                                derden en de leningen aan verbonden partijen als
                                                percentage van de gemeentelijke inkomsten;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de
                                gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de
                                schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat
                                de uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke
                                voorzieningen in de knel komen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond
                                van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de voortgang van het geplande onderhoud;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het achterstallig onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>de gekozen kwaliteitsniveaus uit de beleidsplannen;</al></li><li nr="d."><al>de werkelijke (gemeten) kwaliteitsniveaus.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een
                                beleids- en onderhoudsplan openbare ruimte (IBOR) aan. Het plan
                                geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning
                                van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar
                                groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt
                                het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een
                                rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde
                                onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van
                                de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele
                                uitbreidingen. De raad stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een
                                onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te
                                plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke
                                gebouwen. De raad stelt het plan vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>ontwikkelingen personeelsbeleid en de omvang, opbouw en
                                    ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van inhuur derden;</al></li><li nr="c."><al>de huisvestingskosten;</al></li><li nr="d."><al>ontwikkelingen automatisering en een overzicht van de
                                    automatiseringskosten;</al></li><li nr="e."><al>de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de
                                    accountant; en</al></li><li nr="f."><al>ontwikkelingen ten aanzien van de Planning &amp; Control
                                    cyclus</al></li><li nr="g."><al>overige actuele ontwikkelingen ten aanzien van de
                                    bedrijfsvoering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                                verbonden partijen naast de verplichte onderdelen op grond van
                                artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>nieuwe beleidsvoornemens;</al></li><li nr="b."><al>nieuwe verbonden partijen;</al></li><li nr="c."><al>beëindiging en wijziging van bestaande verbonden
                                        partijen;</al></li><li nr="d."><al>problemen bij bestaande verbonden partijen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen aan. De nota wordt
                                door de raad vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt
                                het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van
                                16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten in ieder geval op: het verloop van de grondvoorraad; de te
                                ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een nota
                                grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt
                                aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="b."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="c."><al>het verloop van de grondvoorraad;</al></li><li nr="d."><al>de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden;
                                        en</al></li><li nr="e."><al>de mandatering van de raad aan het college inzake de
                                        handelingsbevoegdheid.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen,
                                        schulden, contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                        toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het
                                        maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                        betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en
                                        diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                        gemeentelijke beleid;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en relevante wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de
                                        controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                                        regelgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                                vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van
                                het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                afgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productenraming en de
                                    productenrealisatie;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten;</al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen,</al></li></lijst><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt
                            voldaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de
                                opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van
                                crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 3 jaar. Bij afwijkingen in
                                de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015 .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                gemeente Putten</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Bijlage 1 Afschrijvingstermijnen</titel></kop><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000,--
                    worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen
                    worden altijd geactiveerd.</al><al/><al>De afschrijvingsmethodiek is lineair en de percentages zijn als volgt:</al><al/><tussenkop>Gronden en terreinen</tussenkop><al>Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. </al><al/><tussenkop>Woonruimten en gebouwen:</tussenkop><al>50 jaar: gemalen, bouwkundig gedeelte</al><al>45 jaar: mechanische riolering bouwkundig</al><al>40 jaar: nieuwbouw woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en
                    bedrijfsgebouwen;</al><al>20 jaar: nieuwbouw tijdelijke woonruimten en tijdelijke bedrijfsgebouwen; </al><al>20 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, schoolgebouwen, kantoren
                    en bedrijfsgebouwen.</al><al/><tussenkop>Grond- weg en waterbouwkundige werken:</tussenkop><al>75 jaar: vrijvervalriolering;</al><al>60 jaar: persleidingen;</al><al>60 jaar: milieumaatregelen;</al><al>20 jaar: parken, sportvelden en groenvoorzieningen;</al><al>20 jaar: wegen, pleinen en rotondes;</al><al>20 jaar: tunnels, viaducten en bruggen;</al><al>20 jaar: geluidswallen;</al><al>15 jaar: straatmeubilair.</al><tussenkop>Vervoermiddelen</tussenkop><al>8 jaar: zware transportmiddelen, aanhangwagens, personenauto's en lichte
                    motorvoertuigen.</al><al/><tussenkop>Machines, apparaten en installaties</tussenkop><al>20 jaar: gemalen mechanisch / elektrisch gedeelte;</al><al>10 jaar: mechanische riolering, mechanisch en elektrisch;</al><al>15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen;</al><al>15 jaar: openbare verlichting;</al><al>10 jaar: kantoormeubilair, veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen,
                    telefooninstallaties ;</al><al>5 jaar: automatiseringsapparatuur.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2 Notitie onvoorzien</titel></kop><tussenkop><vet>Algemeen</vet></tussenkop><al>Gebruikmaking van deze post dient beperkt te worden tot werkelijk onvoorziene
                    uitgaven. </al><al>Dit impliceert dat onvoorzien alleen kan worden aangewend voor die financiële
                    consequenties, die bij het opmaken van de primitieve begroting onvoorzienbaar
                    waren, dan wel ná het opmaken daarvan onvermijdbaar en/of onuitstelbaar zijn.
                    Aanwending van onvoorzien dient feitelijk beperkt te blijven tot
                        <vet>incidentele</vet> onvoorziene zaken.</al><al/><tussenkop>Spelregels voor wat betreft toevoeging </tussenkop><al>In principe vinden in de loop van het begrotingsjaar geen toevoegingen plaats
                    aan de post onvoorzien. Een uitzondering wordt gemaakt voor slechts geringe
                    begrotingsruimte tot een bedrag van maximaal € 7.000,-- die ontstaat
                    (bijvoorbeeld als gevolg van afronding van kapitaallasten bij een
                    begrotingswijziging / c.q. begrotingspeiling). Grotere bedragen zullen
                    rechtstreeks aan de Algemene Reserve moeten worden toegevoegd.</al><al/><tussenkop>Spelregels voor wat betreft aanwending </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het mag alleen gaan om <vet>incidentele zaken</vet>. Door incidentele
                            oorzaken kan een bestaande raming eenmalig worden verhoogd. </al></li><li nr="2."><al><vet>Structurele zaken</vet> mogen in principe niet uit onvoorzien
                            gedekt worden, tenzij de uitgaaf niet uitgesteld kan worden, dan kunnen
                            de lasten voor het eerste jaar worden gedekt uit onvoorzien. Voor de
                            latere jaren zal in de dekking moeten worden voorzien in de volgende
                            meerjarenbegroting (middels het MPP).</al></li><li nr="3."><al>Nagegaan dient te worden of er <vet>binnen het eigen budget
                                dekking</vet> aanwezig is. Hiertoe zal de afdeling eerst de eigen te
                            bewaken budgetten moeten nagaan of daar eventuele dekking in kan worden
                            gevonden. Vervolgens zal via de afdelingsmanager moeten worden nagegaan
                            of er binnen de te bewaken budgetten van de andere afdelingen nog ruimte
                            aanwezig is.</al></li><li nr="4."><al>Het maximale beslag op onvoorzien mag <vet>niet u</vet><vet>itkomen
                                boven een bedrag van € 20</vet><vet>.000,-- per activiteit</vet> na
                            overleg met de financieel consulent en de wethouder. </al></li><li nr="5."><al>Tevens kan <vet>voor projecten/plannen</vet> beschikt worden over de
                            post onvoorzien Hierbij geldt het volgende: <vet>tot een bedrag van €
                                15.000,--</vet> mogen er maximaal als aanloopkosten voor een project
                            worden gemaakt. De aanloopkosten moeten altijd in het krediet worden
                            meegenomen. Mocht het echter niet tot een krediet komen dan kunnen deze
                            kosten incidenteel afgedekt worden uit de post onvoorzien.</al></li><li nr="6."><al> Voorts dient de vraag gesteld te worden of de betreffende zaak
                                <vet>thuishoort in het Meerjareninvesteringsplan</vet>. Wanneer dat
                            het geval is dan zal de zaak (tenzij het zaken betreft die geen uitstel
                            kunnen leiden) ingediend moeten worden bij de eerstvolgende vaststelling
                            van het Meerjareninvesteringsplan,.</al></li><li nr="7."><al>Het mag alleen gaan om <vet>zaken die niet uitstelbaar zijn</vet>. Zaken
                            die uitstelbaar zijn kunnen aangehouden worden tot aan een
                            begrotingspeiling. Bedragen boven de grens van € 20.000,-- die niet
                            uitstelbaar zijn dienen ten laste gebracht te worden van de Algemene
                            Reserve.</al></li><li nr="8."><al>Maandelijks wordt bij de raadsstukken een overzicht van onvoorzien ter
                            inzage gelegd om de raadsleden op de hoogte te houden van het nog
                            beschikbare bedrag op onvoorzien. </al><al/></li></lijst><tussenkop>Resumé</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Beschikking over onvoorzien alleen <vet>volgens bovenstaande
                                spelregels</vet>.</al></li><li nr="2."><al>Beschikking over onvoorzien kan alleen via rapportage aan het
                            college.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer er zich zaken voordoen die niet in bovenstaande regeling zijn
                            opgenomen, dan beslist het college.</al><al/></li></lijst><al>De spelregels worden ambtelijk uitgewerkt in een stroomschema.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>