<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR369205_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maasgouw</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maasgouw</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maasgouw</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-55214.html">Elektronisch Gemeenteblad, 02-05-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>APV 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-05-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-05-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R16.1027</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR403959_1">Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maasgouw</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56885</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56886</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56887</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56888</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56889</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56890</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56891</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56892</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56893</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56894</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56895</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING VOOR DE GEMEENTE MAASGOUW</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>aan te halen als</al><al>APV Maasgouw 2013</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>bebouwde kom</vet>: het gebied binnen de grenzen die zijn
                                    vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></li><li nr="b."><al><vet>bevoegd gezag</vet>: bestuursorgaan als bedoeld in artikel
                                    1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="c."><al><vet>bouwwerk</vet>: elke constructie van enige omvang van hout,
                                    steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van
                                    bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is,
                                    hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld
                                    om ter plaatse te functioneren;</al></li><li nr="d."><al><vet>college: </vet>het college van burgemeester en
                                    wethouders;</al></li><li nr="e."><al><vet>gebouw</vet>: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al><vet>handelsreclame:</vet>iedere openbare
                                    aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk wordt
                                    beoogd een commercieel belang te dienen;</al></li><li nr="g."><al><vet>ideële reclame: </vet> iedere openbare aanprijzing waarmee
                                    een maatschappelijk of politiek belang wordt gediend. </al></li><li nr="h."><al><vet>openbaar water</vet>: wateren die voor het publiek
                                    bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="i."><al><vet>openbare plaats</vet>: hetgeen in artikel 1 van de Wet
                                    openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="j."><al><vet>rechthebbende</vet>: degene die over een zaak zeggenschap
                                    heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="k."><al><vet>reclame</vet>: verzamelterm voor de uiting van handels- en
                                    ideële reclame;</al></li><li nr="l."><al><vet>weg</vet>: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                    de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is <onderstreept>artikel 3.9 van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</onderstreept> van
                                toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning
                                als bedoeld in artikel 2:6, vierde lid of artikel 2:7.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de
                                beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4,
                                eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend buiten de termijn, die wordt vermeld in het betreffende
                                artikel van deze verordening, kan het bestuursorgaan besluiten de
                                aanvraag niet te behandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien in het betreffende artikel geen termijn is vermeld voor de
                                indiening van een vergunning of ontheffing, kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning, ontheffing of melding kunnen voorschriften en
                                beperkingen worden verbonden.</al><al> Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming
                                van het belang of de </al><al> belangen in verband waarmee de vergunning, ontheffing of melding is
                                vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend of van wie
                                een melding is geaccepteerd, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders</al><al>is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing</al><al>anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden</al><al>geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid; </al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid; </al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu; </al></li><li nr="e."><al>het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex silencio positivo van toepassing</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Lex silencio positivo niet van toepassing</titel></kop><al>(vervallen) </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. </al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing;</al></li></lijst></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of de
                                buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam voor de gemeente Maasgouw
                                zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te
                                verwijderen. </al><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. </al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod. </al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Gebiedsontzegging</titel></kop><al>1.Degene die zich in een door de burgemeester aangewezen gebied,
                                waarin naar zijn oordeel de</al><al>openbare orde is verstoord, gedraagt in strijd met de in lid 5
                                genoemde overtredingen, dient zich</al><al>terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende 24 uur
                                verwijderd te houden, nadat door of namens de burgemeester hem een
                                daartoe strekkend bevel is gegeven.</al><lijst><li nr="2."><al>Het in het eerste lid genoemde bevel wordt niet eerder
                                        gegeven dan na een eerste overtreding als genoemd waarvan
                                        proces-verbaal is opgemaakt en zich een soortgelijke tweede
                                        overtreding heeft voor gedaan waarbij de overtreder de
                                        aanzegging heeft gekregen dat bij een derde overtreding
                                        verwijdering volgt uit genoemd gebied voor vierentwintig
                                        uur.</al></li><li nr="3."><al>Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied,
                                        als bedoeld in het eerste lid, in de door de burgemeester
                                        bepaalde termijn na een derde overtreding zoals genoemd in
                                        het tweede lid, een nieuwe overtreding begaat, dient zich
                                        terstond na bevel van of namens de burgemeester uit dat
                                        gebied te verwijderen en zich veertien dagen verwijderd te
                                        houden.</al></li><li nr="4."><al>Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied,
                                        als bedoeld in het eerste lid, in de door de burgemeester
                                        bepaalde termijn na een vierde overtreding zoals genoemd in
                                        het derde lid, een nieuwe overtreding begaat, dient zich
                                        terstond na bevel van of namens de burgemeester uit dat
                                        gebied te verwijderen en zich vier weken verwijderd te
                                        houden.</al></li><li nr="5."><al>De strafbare feiten waarop gebiedsontzeggingen van
                                        toepassing kunnen zijn, zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>samenscholing en ongeregeldheden (vechten op de
                                                openbare weg) (artikel 2:1 APV);</al></li><li nr="-"><al>ordeverstoring in horecabedrijf (artikel 2:26
                                                APV);</al></li><li nr="-"><al>betreden gesloten woning of lokaal (artikel 2:34
                                                APV);</al></li><li nr="-"><al>betreden van plantsoenen e.d. (artikel 2:38
                                                APV);</al></li><li nr="-"><al>rijden over bermen (artikel 2:39 APV);</al></li><li nr="-"><al>hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (artikel 2:40
                                                APV);</al></li><li nr="-"><al>verboden drankgebruik (artikel 2:41 APV);</al></li><li nr="-"><al>verboden gedrag bij of in gebouwen (artikel 2:43
                                                APV);</al></li><li nr="-"><al>hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                                ruimten (artikel 2:44 APV);</al></li><li nr="-"><al>drugshandel op straat (artikel 2:61 APV);</al></li><li nr="-"><al>straatprostitutie (artikel 3:9 APV);</al></li><li nr="-"><al>natuurlijke behoefte doen (artikel 4:7 APV).</al></li></lijst></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    tenminste twee werkdagen voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt; </al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging; </al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging; </al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                            en</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis
                                    verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven
                                    stukken en afbeeldingen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><al>1.Het is verboden om ten behoeve van publiek langer dan 30 minuten
                                per dag in een straal van 100</al><al>meter rondom detailhandel en horeca binnen de gemeente als
                                straatartiest, straatfotograaf,</al><al>tekenaar, filmoperateur of straatmuzikant op te treden.</al><lijst><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><al>1.Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats
                                anders te gebruiken dan</al><al>overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:</al><al>a.het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de
                                bruikbaarheid van de weg</al><al>belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan
                                vormen voor het beheer en onderhoud van de weg; of</al><lijst><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in het belang van de openbare orde, het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente of de</al></li></lijst><al>woon- en leefomgeving nadere regels stellen aan de plaatsing van
                                voorwerpen op of aan de weg.</al><lijst><li nr="3."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                        verbod in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
                                        het in het eerste lid bedoelde</al></li></lijst><al>gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in
                                artikel 2.2, eerste lid, onder j of</al><al>onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><lijst><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al></li><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:17;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;</al></li><li nr="c."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:20;</al></li><li nr="d."><al>steigers en containers, voor zover deze niet zodanig zijn
                                        opgesteld dat zij hinder voor het</al></li></lijst><al>verkeer kunnen opleveren en mits wordt voldaan aan de door het
                                college te stellen nadere</al><al>regels met betrekking tot het plaatsen van deze voorwerpen of
                                stoffen;</al><lijst><li nr="e."><al>reclame als bedoeld in de nadere regels reclame,
                                        onverminderd artikel 4:14. </al></li><li nr="6."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                        1994 of de provinciale</al></li></lijst><al>wegenverordening.</al><al>7.Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van
                                de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
                                niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheerverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept>, de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, de provinciale
                                    wegenverordening, de waterschapskeur, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><al>1.Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te
                                brengen in een bestaande</al><al>uitweg naar de weg indien: </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>degene die voornemens is een uitweg te maken naar de
                                                weg of verandering te brengen in</al><al> een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van
                                                tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder
                                                indiening van een situatieschets van de gewenste
                                                uitweg en een foto van de bestaande situatie;
                                                of</al></li><li nr="b."><al>het college het maken of veranderen van de uitweg
                                                heeft verboden. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg
                                        indien: </al><lijst><li nr="a."><al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                                gebracht; </al></li><li nr="b."><al>dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                                parkeerplaats; </al></li><li nr="c."><al>het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze
                                                wordt aangetast; of</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van een uitweg van een perceel dat al
                                                door een andere uitweg wordt</al></li></lijst></li></lijst><al>ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van
                                een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. </al><al>3.De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier
                                weken na ontvangst van de</al><al>melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. </al><al>4.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door de <onderstreept>Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, de Waterschapskeur of het
                                provinciaal wegenreglement. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is
                                    verplicht deze </al><lijst><li nr="a."><al>te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                            herkenningsteken, en </al></li><li nr="b."><al>terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de
                                            omgeving van dat bedrijf. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een
                                    openbare plaats achter te laten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt</al><al> voorzien door de <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9a</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een</al><al>andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te
                                openen, onzichtbaar te maken of</al><al>af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>1.Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                betreedbare delen van een</al><al>bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers
                                opleveren. </al><al>2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door <onderstreept>artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</onderstreept>. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>1.Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                duingebieden of binnen</al><al>een afstand van dertig meter daarvan:</al><lijst><li nr="a."><al>te roken gedurende 1 april tot en met 30 september of een
                                        andere door het college aangewezen periode. </al></li><li nr="b."><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                        voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                        liggen. </al><lijst><li nr="2."><al>De verboden in het eerste lid zijn niet van
                                                toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                                                  <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 3, van
                                                  het Wetboek van Strafrecht</onderstreept>. </al></li><li nr="3."><al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor
                                                zover het roken plaatsvindt in gebouwen en
                                                aangrenzende erven. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><al>1.De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op
                                of aan dat bouwwerk</al><al>voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of
                                de openbare verlichting</al><al>worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. </al><al>2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door de</al><al>Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                                Privaatrecht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>1.Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                van voor stroomgeleiding</al><al>bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen,
                                opgaand houtgewas of andere</al><al>objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee
                                meter te plaatsen of te</al><al>hebben. </al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de
                                        elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn
                                        dat toelaat. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel
                                        uitmaken van de hoogspanningslijn. </al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>1.Het is verboden: </al><al>a.voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                verontreinigen, te versperren of het</al><al>verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te
                                brengen; </al><al>b.bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                geplaatst op de onder a bedoelde</al><al>ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                andere wijze het gebruik</al><al>daarvan te verijdelen of te belemmeren. </al><al>2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door het <onderstreept>Wetboek
                                    van</onderstreept><onderstreept>Strafrecht</onderstreept>
                                of de provinciale vaarwegenverordening. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek
                                toegankelijke verrichting van</al><al>vermaak, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen; </al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in <onderstreept>artikel 160, eerste
                                            lid, onder h, van de Gemeentewet</onderstreept> en
                                        artikel 5:21 van</al></li></lijst><al>deze verordening; </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de <onderstreept>Wet op de
                                                  kansspelen</onderstreept>; </al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de
                                                  <onderstreept>Drank en Horecawet</onderstreept>
                                                gelegenheid geven tot dansen; </al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de <onderstreept>Wet openbare
                                                  manifestaties</onderstreept>; </al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:5 en 2:32 van
                                                deze verordening. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid; </al></li><li nr="b."><al>een braderie; </al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; </al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                                de weg; </al></li><li nr="e."><al>een klein evenement;</al></li><li nr="f."><al>een door het college aangewezen besloten feest.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Onder klein evenement wordt verstaan een evenement waarvan
                                        gelet op de omvang, geluidsproductie en eindtijden de
                                        gevolgen als niet belastend worden ervaren. Er is sprake van
                                        een klein evenement wanneer voldaan is aan alle vereisten
                                        van artikel 2:17, vijfde lid, van deze verordening.</al></li><li nr="4."><al>Conform de definities van het Handboek openbare orde en
                                        veiligheid bij evenementen van de Veiligheidsregio
                                        Limburg-Noord wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>A-evenement: risico-evenement - (grootschalig)
                                                evenement met een verhoogd risico. Dit zijn
                                                evenementen met een landelijke dan wel sterke
                                                regionale uitstraling. Bij een dergelijk evenement
                                                wordt niet alleen publiek uit de eigen gemeente
                                                verwacht, maar ook van buiten de gemeente.</al></li><li nr="b."><al>B-evenementen: evenement met verhoogde aandacht -
                                                (grootschalig) evenement met een gemiddeld risico.
                                                Dit zijn evenementen met een lokale dan wel
                                                regionale uitstraling. Bij een dergelijk evenement
                                                wordt niet veel publiek van buiten de gemeente
                                                verwacht.</al></li><li nr="c."><al>C-evenement: regulier evenement - eenvoudige
                                                (grootschalige) evenementen. Voorbeelden hiervan
                                                zijn straat- en buurtfeesten. </al></li></lijst></li></lijst><al>De beoordeling van de bovenvermelde klasse-indeling vindt plaats aan
                                de hand van het scoreformulier risicopotentie evenement behorende
                                bij het aanvraagformulier voor een evenementenvergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        evenement te organiseren. </al></li><li nr="2."><al>Een vergunning voor een A-evenement dient minimaal 26 weken
                                        voorafgaand aan het evenement te worden aangevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning voor een B-evenement dient minimaal 14 weken
                                        voorafgaand aan het evenement te worden aangevraagd.</al></li><li nr="4."><al>Een vergunning voor een C-evenement dient minimaal 8 weken
                                        voorafgaand aan het evenement te worden aangevraagd.</al></li><li nr="5."><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                                personen, en; </al></li><li nr="b."><al>het evenement op zondag tot en met donderdag tussen
                                                07.00 en 24.00 uur plaatsvindt of op vrijdag en
                                                zaterdag tussen 07.00 en 02.00 uur, en; </al></li><li nr="c."><al>van zondag tot en met donderdag geen muziek ten
                                                gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur
                                                en op vrijdag en zaterdag geen muziek ten gehore
                                                wordt gebracht voor 07.00 uur of na 01.00 uur,
                                                en;</al></li><li nr="d."><al>indien het evenement plaatsvindt op de rijbaan (niet
                                                zijnde een hoofdweg), (brom)fietspad of
                                                parkeerplaats, er door verkeersmaatregelen
                                                belemmeringen voor het verkeer en de hulpdiensten
                                                voorkomen kunnen worden, en; </al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                                oppervlakte van minder dan 10 m² per object, en;
                                            </al></li><li nr="f."><al>de beperking uit lid 5, sub e geldt niet ten aanzien
                                                van (party)tenten, met dien verstande dat indien er
                                                gebruik wordt gemaakt van een tent waarin meer dan
                                                50 personen kunnen verblijven, er een
                                                gebruiksvergunning voor het gebruik van deze tent
                                                moet zijn verleend dan wel een ontvankelijke
                                                aanvraag daartoe is gedaan, en; </al></li><li nr="g."><al>er een organisator is, en; </al></li><li nr="h."><al>de organisator uiterlijk 21 werkdagen voorafgaand
                                                aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan
                                                de burgemeester. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan nadere regels c.q. nadere
                                        voorschriften vaststellen ten aanzien van een
                                        evenement.</al></li><li nr="7."><al>De nadere regels c.q. nadere voorschriften, zoals bedoeld in
                                        lid 6 zijn rechtstreeks van toepassing op kleine
                                        evenementen. </al></li><li nr="8."><al>De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de
                                        melding besluiten het</al></li></lijst><al>organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te
                                verbieden, indien daardoor de</al><al>openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het
                                milieu in gevaar komt. </al><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd
                                op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10
                                juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. </al><al>9.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al><vet>o</vet><vet>penbare inrichting</vet>: </al><lijst><li nr="-"><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                            snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li><li nr="-"><al>elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
                                            ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                            bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                            worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                            consumptie worden verstrekt of bereid; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al><vet>terras</vet>: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                    inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan
                                    worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                    geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden
                                    bereid of verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al><vet>houder:</vet> degene die een openbare inrichting
                                    exploiteert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al><lijst><li nr="a."><al>de gezinsleden van de houder, alsmede diens elders
                                            wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn
                                            onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;</al></li><li nr="b."><al>in de inrichting op dat moment werkzaam personeel;</al></li><li nr="c."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                            artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="d."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                            dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Terrassen</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder een vergunning van de burgemeester een voor
                                publiek toegankelijk terras</al><al>dat deel uitmaakt van een openbare inrichting te exploiteren of te
                                doen exploiteren.</al><lijst><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras niet is gesitueerd direct aangrenzend aan
                                                of in de directe nabijheid van de horeca-inrichting
                                                van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>uit de aanvraag blijkt dat door de afmeting van het
                                                terras op een trottoir of voetgangersgedeelte niet
                                                tenminste 1,20 meter vrije doorgang voor het verkeer
                                                is gewaarborgd, tenzij de burgemeester van oordeel
                                                is dat vanuit verkeerstechnisch oogpunt een doorgang
                                                van minder dan 1,20 meter verantwoord is;</al></li><li nr="c."><al>uit de aanvraag blijkt dat het terras gevaar
                                                oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                                het doelmatig beheer van de weg en daaraan niet door
                                                het verbinden van voorschriften aan de vergunning
                                                tegemoet kan worden gekomen;</al></li><li nr="d."><al>uit de aanvraag blijkt dat het terras breder is dan
                                                de gevelbreedte van de horeca-inrichting, tenzij de
                                                burgemeester van oordeel is dat, gelet op onder meer
                                                de belangen van eigenaren/gebruikers van belendende
                                                percelen een afwijkende breedtemaat vereist of
                                                aanvaardbaar is;</al></li><li nr="e."><al>de aanvraag betrekking heeft op een terras op een
                                                binnenplaats of binnenterrein, dat wil zeggen een
                                                plaats of een terrein dat omsloten is door woningen,
                                                tenzij de burgemeester van oordeel is dat door het
                                                verbinden van voorschriften aan de vergunning
                                                overlast voor eigenaren/gebruikers van belendende
                                                percelen kan worden voorkomen; </al></li><li nr="f."><al>voor het terras ook andere vergunningen zijn vereist
                                                welke krachtens de desbetreffende wettelijke
                                                bepalingen niet kunnen worden verleend.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij de uitoefening van zijn bevoegdheid als bedoeld in het
                                        eerste lid kan de burgemeester </al></li></lijst><al>nadere regels vaststellen, c.q. nadere voorschriften stellen ten
                                aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>het waarborgen van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="b."><al>de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van
                                        reclame op terrassen;</al></li><li nr="c."><al>de voorkoming van overlast voor eigenaren/gebruikers van
                                        belendende percelen.</al><al>4.Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan voorts
                                        worden geweigerd indien het </al></li></lijst><al>voorgenomen terras niet voldoet aan de nadere door de burgemeester
                                vastgestelde regels als bedoeld in het derde lid.</al><al>5.De burgemeester verbindt aan een terrasvergunning in elk geval
                                voorschriften met betrekking tot</al><al>de toegestane locatie en de toegestane omvang van het terras.</al><al>6.Het verbod in het eerste lid geldt niet indien en voorzover de Wet
                                milieubeheer van toepassing</al><al>is.</al><al>7.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Openingstijden terras</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het terras mag niet geopend zijn vóór 08.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het terras dient gesloten en opgeruimd te zijn om 00.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan besluiten andere sluitingstijden vast te
                                    stellen voor een afzonderlijk terras.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant verboden de openbare inrichting voor
                                    bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare
                                    inrichting te laten verblijven: op maandag tot en met zondag
                                    tussen 02.00 uur en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het de houder
                                    van een cafetaria of snackbar verboden dit voor bezoekers
                                    geopend te hebben of aldaar bezoekers te laten verblijven: op
                                    maandag tot en met zondag tussen 02.30 uur en 07.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan besluiten andere sluitingstijden vast te
                                    stellen voor één of meer openbare inrichtingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                    voorzien. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste lid vermelde verbod geldt niet tussen 02.00 en
                                    04.00 uur op Nieuwjaarsdag en tussen 02.00 en 04.00 uur op
                                    Koninginnedag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:22 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een openbare inrichting te
                                bevinden gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:22 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:23 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid opgenomen verbod geldt niet voor
                                    snuffelmarkten, exposities, tentoonstellingen en beurzen, voor
                                    zover deze ter beoordeling van de burgemeester niet in strijd
                                    zijn met de weigeringsgronden uit artikel 1:8. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring in een openbare inrichting</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting de orde te
                                verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:20
                                tot en met 2:24 op als bevoegd bestuursorgaan. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>alcoholhoudende drank;</al></li><li nr="2."><al>horecabedrijf;</al></li><li nr="3."><al>horecalokaliteit;</al></li><li nr="4."><al>inrichting;</al></li><li nr="5."><al>paracommerciële rechtspersoon;</al></li><li nr="6."><al>sterke drank;</al></li><li nr="7."><al>slijtersbedrijf en;</al></li><li nr="8."><al>zwak-alcoholhoudende drank,</al></li></lijst><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27b</nr><titel>schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon dat zich voornamelijk richt op
                                    het organiseren van activiteiten waarbij het faciliteren van
                                    sociale interactie een voorname rol speelt, kan alcoholhoudende
                                    drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en
                                    tot uiterlijk twee uur na afloop van een activiteit die wordt
                                    gehouden in verband met de statutaire doelen van de
                                    rechtspersoon die gebruik maakt van de voorziening, maar niet
                                    later dan 02.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen alcoholhoudende
                                    drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor aanvang en tot
                                    uiterlijk twee uur na afloop van een activiteit die wordt
                                    uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de
                                    rechtspersoon met inachtneming van de volgende
                                    schenktijden:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>maandag tot en met vrijdag vanaf 16.00 uur tot 00.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>zaterdag en zondag vanaf 10.00 uur tot 00.00 uur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27c</nr><titel>bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten
                                die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken
                                zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27d</nr><titel>het stellen van voorschriften en beperken vergunning</titel></kop><al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare
                                orde, de</al><al>veiligheid, de zedelijkheid, de volksgezondheid en ter bevordering
                                van de naleving van artikel 20 van de Drank- en Horecawet
                                voorschriften aan de vergunning te verbinden en de vergunning
                                beperken tot zwak alcoholhoudende drank. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de</al><al>uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van
                                nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van</al><al>een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan
                                schriftelijk kennis te geven aan</al><al>de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>De houder van een inrichting zoals bedoeld in artikel 2:28 is
                                verplicht een register zoals bedoeld in</al><al>artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht bij te houden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of</al><al>feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar
                                waarheid naam, adres, woonplaats,</al><al>geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te</al><al>verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><al>1.In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het
                                publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                omvang alsof deze bedrijfsmatig is, de mogelijkheid wordt geboden
                                enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                voorwerpen kunnen worden gewonnen of</al><al>verloren. </al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                                30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de
                                                Kansspelen vergunning is verleend; </al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie
                                                of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                                verlenen; </al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                                om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van
                                                de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen
                                                op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de
                                                Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in
                                                artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                                verrichten. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                                de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                                speelgelegenheid of de openbare orde op
                                                ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                                exploitatie van de speelgelegenheid; of</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in
                                                strijd is met een geldend bestemmingsplan; of</al></li><li nr="c."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in
                                                strijd is met de Speelautomatenverordening.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><vet>W</vet><vet>et</vet>: de <onderstreept>Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept>; </al></li><li nr="b."><al><vet>kansspelautomaat</vet>: automaat als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30, onder
                                                c</onderstreept><onderstreept>,</onderstreept><onderstreept>
                                                van de Wet;</onderstreept></al></li><li nr="c."><al><vet>hoogdrempelige inrichting</vet>: inrichting als
                                            bedoeld in <onderstreept>artikel 30, onder d, van de
                                                Wet;</onderstreept></al></li><li nr="d."><al><vet>laagdrempelige inrichting</vet>: inrichting als
                                            bedoeld in <onderstreept>artikel 30, onder e, van de
                                                Wet</onderstreept>. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten
                                    toegestaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><al>1.Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                gesloten woning, een niet voor</al><al>publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                behorend erf te betreden. </al><al>2.Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten
                                woning, een niet voor het</al><al>publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                                behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat
                                lokaal behorend erf te betreden. </al><al>3.Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                noodzakelijk is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><al>1.Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die</al><al>plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.</al><al>2.Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende op een openbare plaats</al><al>of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats
                                zichtbaar is:</al><al>a.een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan
                                te plakken, te doen</al><al>aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen
                                aanbrengen;</al><al>b.met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                letter, cijfer of teken aan te</al><al>brengen of te doen aanbrengen.</al><al>3.Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                gehandeld wordt krachtens</al><al>wettelijk voorschrift.</al><al>4.Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en</al><al>bekendmakingen.</al><al>5.Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en</al><al>bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de
                                meningsuitingen en</al><al>bekendmakingen.</al><al>6.De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                inzage af te geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig
                                        aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                        verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn</al></li></lijst><al>gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in
                                artikel 2:35. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37a</nr><titel>Vervoer geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van (winkel) diefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid
                                    bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>1.Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                rubberbanden te rijden over de berm,</al><al>de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de
                                omstandigheden redelijkerwijs wordt</al><al>vereist. </al><al>2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale
                                wegenverordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hekwerk, omheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair; </al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder berokkent. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het
                                    college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of
                                    aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende
                                    drank bij zich te hebben;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op of aan de weg alcoholhoudende drank te nuttigen indien dit
                                    gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het
                                    woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en</al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank- en Horecawet. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden; </al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of</al><al>op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te
                                verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze
                                ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen:
                                portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer,
                                parkeergarages en rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan</al><al>tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw
                                dan wel in de ingang van een</al><al>portiek indien:</al><lijst><li nr=""><al>a.dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van
                                        de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt; of</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid in gedrang komt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met</al><al>een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de
                                burgemeester aangewezen terrein</al><al>waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid
                                wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de
                                bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>1.Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een
                                gebouw, woonwagen of</al><al>woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of
                                een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip
                                bevindt, te bespieden. </al><al>2.Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of
                                woonschip bevindt, te bespieden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><al>1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                laten verblijven of te laten</al><al>lopen:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op een publiek toegankelijke
                                                plaats zonder dat die hond aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom op door het college
                                                aangewezen plaatsen;</al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom zonder onmiddellijk
                                                toezicht;</al></li><li nr="d."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak,
                                                speelweide, begraafplaats of op een andere door het
                                                college aangewezen plaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid aanhef en onder a is niet van
                                        toepassing op door het college aangewezen plaatsen dan wel
                                        indien ontheffing is verleend van dit verbod. </al></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid aanhef en onder a en b
                                        zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een
                                        hond </al></li><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                        sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                        geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van de hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale
                                    hulphond laat begeleiden; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond
                                    of sociale hulphond.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De opruimplicht geldt niet in gebieden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen en buiten de bebouwde kom op de door het college
                                            aangewezen uitlaatplaatsen en losloopgebieden die als
                                            zodanig zijn aangeduid;</al></li><li nr="b."><al>in de overige openbare ruimte buiten de bebouwde
                                            kom.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan buiten de bebouwde kom gebieden en/of locaties
                                    aanwijzen waar wel een opruimplicht geldt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>(vervallen).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf, die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een hond als bedoeld in het eerste lid dient voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen,
                                        buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, ter
                                        voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de
                                        openbare gezondheid, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide
                                        dieren: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben; </al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                                de door het college gestelde regels; </al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                                aanwijzing is aangegeven;</al></li><li nr="d."><al>te voeren. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        plaats daarbij aangeduide dieren</al></li></lijst><al>aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                                inachtneming van de door het</al><al>college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een groter
                                aantal dan door het college is</al><al>aangegeven. </al><al>3.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                binnen een krachtens het </al><al>eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen
                                van het in het tweede lid gestelde verbod. </al><al>4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) en pluimvee, die zich bevinden in een weiland of op een
                                terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke
                                veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen
                                getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden: </al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;
                                            </al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.
                                            </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien
                                        op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als</al></li></lijst><al>noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te
                                voorkomen. </al><al>3.Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                toepassing voor de bijenhouder die</al><al>rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid. </al><lijst><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                        toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                        verlenen. </al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg of in een voor het publiek
                                toegankelijk gebouw te bedelen om</al><al>geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de</al><al>algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid,
                                van het Wetboek van</al><al>Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><al>1.De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte
                                of ongeregelde goederen die</al><al>hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een
                                door of namens de</al><al>burgemeester gewaarmerkt register en daarin onverwijld op te nemen: </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                                het goed; </al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;
                                            </al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                                voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer
                                                van het goed; </al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor
                                                overdracht van het goed; en</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                                verkregen. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                        verplichtingen.</al></li><li nr="3."><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr=""><al>a.de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis
                                        te stellen: </al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging; </al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                                adressen; </al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent; </al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven; </al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van</al></li></lijst><al>de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; </al><al>d.een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in
                                bewaring te houden in de</al><al>staat waarin het goed verkregen is. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in het</al><al>Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking
                                tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>1.Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter</al><al>beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen
                                aanwezig te houden, zonder een</al><al> vergunning van het college.</al><al>2.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><al>1.Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                college in het belang van de</al><al>voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. </al><al>2.Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                gebruiken als dat gevaar, schade</al><al>of overlast kan veroorzaken. </al><al>3.De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen</al><al>plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:6, 2:7,
                                2:10, 2:40, 2:41, 2:43, 2:44, 2:60, 2:61, 5:49 of 5:50 van de
                                Algemene Plaatselijke Verordening Maasgouw 2013 groepsgewijs niet
                                naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                Gemeentewet bij verstoring van de</al><al>openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige
                                vrees voor het ontstaan</al><al>daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het
                                publiek openstaande gebouwen</al><al>en daarbij behorende erven, aan te wijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                    een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van
                                    andere door de gemeenteraad aan te wijzen plaatsen die voor het
                                    publiek toegankelijk zijn.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><al>a.<vet>prostitutie</vet>: het zich beschikbaar stellen tot
                                        het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding; </al></li><li nr="b."><al><vet>prostituee</vet>: degene die zich beschikbaar stelt tot
                                        het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding; </al></li><li nr="c."><al><vet>seksinrichting</vet>: de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                        geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                        sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                        waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                        niet in combinatie met elkaar; </al></li><li nr="d."><al><vet>escortbedrijf</vet>: de natuurlijke persoon, groep van
                                        personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang
                                        alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een
                                        andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;
                                    </al></li><li nr="e."><al><vet>sekswinkel</vet>: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd; </al></li><li nr="f."><al><vet>exploitant</vet>: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen; </al></li><li nr="g."><al><vet>beheerder</vet>: de natuurlijke persoon of personen die
                                        de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf; </al></li><li nr="h."><al><vet>bezoeker</vet>: degene die aanwezig is in een
                                        seksinrichting, met uitzondering van: </al></li><li nr="1."><al>de exploitant; </al></li><li nr="2."><al>de beheerder; </al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; </al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2
                                        van deze verordening; </al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het</al><al>betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                                erven als bedoeld in artikel</al><al>174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid, kan het college nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit
                                hoofdstuk.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning wordt gebruik gemaakt van het door
                                    het bevoegde bestuursorgaan vastgestelde formulier. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1.De exploitant en de beheerder: </al></li><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij; </al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en </al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. </al><lijst><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de
                                                exploitant en de beheerder niet: </al></li><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
                                                Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst
                                                of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek
                                                van Strafrecht ter beschikking gesteld; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare
                                        lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en
                                        Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een
                                        misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                                        voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van
                                        het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; </al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van: </al></li><li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
                                        de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                        vreemdelingen; </al></li><li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                        249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                        417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                        Strafrecht;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                        artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
                                        Wet op de Kansspelen; </al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; </al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. </al><lijst><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid
                                                wordt gelijk gesteld: </al></li><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                artikel 74, tweede lid, onder a van het Wetboek van
                                                Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                geldsom minder dan 375 euro bedraagt; </al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                voorwaardelijke straf. </al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                                wordt: </al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                                vergunning; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning. </al><al>5.De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf
                                        jaar geen exploitant of beheerder geweest</al></li></lijst><al>van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een
                                maand door het bevoegde</al><al>bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                artikel 3:4, eerste lid, is</al><al>ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt
                                treft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><al>1.Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                hebben en daarin bezoekers toe te</al><al>laten of te laten verblijven op maandag tot en met zondag tussen
                                04.00 en 14.00 uur. </al><lijst><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke
                                        seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. </al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat</al></li></lijst><al>die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel
                                krachtens artikel 3:7, eerste lid,</al><al>gesloten dient te zijn. </al><al>4.Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                                gebaseerde voorschriften. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid, of in geval van strijdigheid met de
                                    bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: </al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen; </al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit
                                    bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42,
                                    tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben, zonder dat de exploitant of de beheerder bedoeld in
                                        artikel 3:4, tweede lid, onder a of b in de seksinrichting
                                        aanwezig is. </al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                        in de seksinrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                                ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                                (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen
                                                de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                                (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van
                                                het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de
                                                Wet wapens en munitie; en </al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                                strijd met het bij of krachtens de Wet</al></li></lijst></li></lijst><al>arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                        op andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van
                                        de diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan
                                        te lokken: </al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen
                                                wegen of gebieden; </al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                                tijden. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het
                                        eerste lid, kan door politieambtenaren</al></li></lijst><al>het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                te verwijderen. </al><lijst><li nr="3."><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                        artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan
                                        personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en
                                        gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel
                                        worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                        verwijderen. </al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de
                                        belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan
                                        wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in
                                        het derde lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn,
                                        anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden
                                        op of aan de wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in
                                        het eerste lid. </al></li><li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid
                                        indien dat in verband met de</al></li></lijst><al>persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. </al><al>6.(vervallen). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in</al><al>door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                leefomgeving aangewezen</al><al>gebieden of delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><al>1.Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen,</al><al>opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                afbeeldingen van erotisch</al><al>pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of
                                aan te brengen: </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                                rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                                openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                                brengt; </al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                                de woon- en leefomgeving gestelde regels. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of</al></li></lijst><al>aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                geschreven stukken dan wel</al><al>afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                gevoelens als bedoeld in artikel 7,</al><al>eerste lid, van de Grondwet. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslistermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, beslist het
                                    bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de
                                    aanvraag ontvangen is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                                artikel 3:5 gestelde eisen; </al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                                of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                                bestemmingsplan, beheersverordening,
                                                exploitatieplan, voorbereidingsbesluit,
                                                stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
                                                of</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn
                                                in strijd met artikel 273f van het Wetboek van
                                                Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde
                                        escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel
                                        1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid,
                                        worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                        bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in
                                        het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het
                                                woon- en leefklimaat; </al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen; </al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid; </al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid; </al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee. </al></li><li nr="h."><al>bij strijdigheid met het bepaalde in het
                                                “prostitutiebeleid Limburg-Noord”;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, kan
                                        voorts worden geweigerd wanneer bij</al></li></lijst><al>vestiging of de exploitatie het door de burgemeester vastgestelde
                                lokale dan wel regionale</al><al>maximum van het aantal toegelaten seksinrichtingen wordt
                                overschreden.</al><al>4.Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, kan voorts
                                worden geweigerd in het geval en</al><al>onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                integriteitsbeoordelingen door</al><al>het openbaar bestuur.</al><al>5.Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau
                                bevordering</al><al>integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies
                                als bedoeld in artikel 9 van die</al><al>wet worden gevraagd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig
                                        artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van
                                        de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                        beëindigd. </al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                        exploitatie, geeft de exploitant daarvan</al></li></lijst><al>schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant
                                        daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                        bestuursorgaan. </al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                        indien het bevoegd</al></li></lijst><al>bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende
                                vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen.
                                Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van
                                overeenkomstige toepassing. </al><al>3.In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                beheer worden uitgeoefend door</al><al>een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een
                                aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over
                                de aanvraag is besloten. </al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Besluit</vet>: het Besluit algemene regels voor
                                        inrichtingen milieubeheer; </al></li><li nr="b."><al><vet>inrichting</vet>: inrichting type A of type B als
                                        bedoeld in het Besluit; </al></li><li nr="c."><al><vet>houder van een inrichting</vet>: degene die als
                                        eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een
                                        inrichting drijft; </al></li><li nr="d."><al><vet>collectieve festiviteit</vet>: festiviteit die niet
                                        specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is
                                        verbonden; </al></li><li nr="e."><al><vet>incidentele festiviteit</vet>: festiviteit of
                                        activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal
                                        inrichtingen; </al></li><li nr="f."><al><vet>geluidsgevoelige gebouwen</vet>: woningen en gebouwen
                                        die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden
                                        aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering
                                        van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; </al></li><li nr="g."><al><vet>geluidsgevoelige terreinen</vet>: terreinen die op
                                        grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden
                                        aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering
                                        van terreinen behorende bij de betreffende inrichting; </al></li><li nr="h."><al><vet>onversterkte muziek</vet>: muziek die niet elektronisch
                                        is versterkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen perioden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan
                                    te wijzen perioden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen van de gemeente: Beegden, Heel en
                                    Panheel, Maasbracht/Brachterbeek, Ohé en Laak, Stevensweert,
                                    Linne, Thorn en Wessem.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de wijziging van de aanwijzing ten minste vier
                                    weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening- uiterlijk een half uur voor
                                    sluitingstijd te worden beëindigd. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste één
                                    week voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                    kennis heeft gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste één week voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk een half uur voor
                                    sluitingstijd beëindigd. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan nadere regels en voorschriften vaststellen ten
                                    aanzien van een incidentele festiviteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of</al><al>daaraan deel te nemen, indien de burgemeester het organiseren van
                                een incidentele festiviteit</al><al>verboden heeft, wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie
                                in de omgeving van de inrichting</al><al>of openbare orde en veiligheid op ontoelaatbare wijze wordt
                                beïnvloed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, vanwege het
                                oefenen en het geven van uitvoeringen door muziekgezelschappen zoals
                                orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, zoals bedoeld in
                                artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit
                                binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing,
                                met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen; </al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein; </al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten; </al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. </al></li><li nr="e."><al>Tabel </al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="52*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.00-10.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>10.00-23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00-7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t.</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t.</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t.</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>2.Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                                elementen, wordt het hele</al><al>samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van
                                toepassing. </al><al>3.Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en
                                incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 of artikel
                                4:3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                    openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                    milieuverordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>(Geluid) hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.
                            </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen</al><al>buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet</al><al>bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid,
                                nadeel voor de gezondheid of</al><al>hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>Met inwerkingtreding van de ‘Bomenverordening gemeente Maasgouw’ op
                                2 oktober 2010 zijn de bepalingen in deze afdeling vervallen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Aanvraag omgevingsvergunning</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12a</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12b</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12c</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12d</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12e</nr><titel>Bomenverordening gemeente Maasgouw</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen,
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, kan het college plaatsen
                                    aanwijzen die buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg zijn gelegen,
                                    waar het verboden is de volgende voorwerpen of stoffen op te
                                    slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:15 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; </al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>(vervallen). </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of een
                                    provinciale verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Reclameverbod en nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden reclame te maken, </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt in nadere regels vast in welke gevallen
                                    het verbod in het eerste lid van dit artikel niet van toepassing
                                    is.</al><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i256190.pdf">Tijdelijke reclame kern Linne</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i256189.pdf">Tijdelijke reclame kern Beegden</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i256188.pdf">Tijdelijke reclame kern Heel</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i256186.pdf">Nadere regels</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i256196.pdf">Tijdelijke reclame kernen Maasbracht en Brachterbeek</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i256194.pdf">Tijdelijke reclame kern Wessem</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i256193.pdf">Tijdelijke reclame kern Stevensweert</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i256192.pdf">Tijdelijke reclame kern Panheel</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i256191.pdf">Tijdelijke reclame kern Ohe en Laak</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i256197.pdf">Tijdelijke reclame kern Thorn</extref></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14a</nr><titel>Handhaving reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij overtreding van het in artikel 4:14 genoemde verbod of de
                                    gestelde nadere regels, kan het college een last onder
                                    bestuursdwang opleggen in de vorm van het (laten) verwijderen
                                    van de reclame, onverminderd de andere bestuursrechtelijke
                                    handhavingsmiddelen die het college ten dienste staan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als het college voornemens is de reclame te verwijderen zoals
                                    bedoeld in het eerste lid, zal het college daaraan uitvoering
                                    geven door de reclame weg te nemen na de overtreder daarvan
                                    schriftelijk in kennis te hebben gesteld door middel van in
                                    ieder geval een vermelding van het voornemen op de reclame zelf.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verwijdering zoals bedoeld in het tweede lid geschiedt
                                    tenminste drie werkdagen nadat de overtreder schriftelijk
                                    daarvan in kennis is gesteld. Tijdens deze termijn heeft de
                                    overtreder de gelegenheid zelf een einde te maken aan de
                                    overtreding. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijderde reclame wordt gedurende één week opgeslagen in
                                    een gemeentedepot. Tijdens deze periode heeft de overtreder de
                                    gelegenheid de reclame-uiting op te halen hetgeen mogelijk is na
                                    betaling van een door de gemeenteraad bij nadere regels bepaald
                                    bedrag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de reclame niet is opgehaald en de kosten van de
                                    bestuursdwang niet zijn vergoed, wordt de reclame na de termijn
                                    zoals bedoeld in het derde lid, vernietigd waarbij de kosten
                                    hiervan kunnen worden verhaald op de overtreder. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig, waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><al>1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                kampeermiddelen te plaatsen of</al><al>geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het
                                bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een
                                voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. </al><lijst><li nr="2."><al>Het verbod geldt ook voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor eigen gebruik door de rechthebbende van een
                                        terrein.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde geldt niet voor het plaatsen
                                        van kampeermiddelen, korter dan één</al></li></lijst><al>week, in de besloten achtertuin voor eigen gebruik door de
                                rechthebbende.</al><lijst><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het eerste lid. </al></li><li nr="5."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; </al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 4:16, eerste lid is niet van
                                        toepassing op door het college aangewezen plaatsen. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang
                                        van de gronden, genoemd in artikel</al></li></lijst><al>4:16, vijfde lid. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Bescherming van flora en fauna</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Bescherming paddenstoelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd plaatsen aan te wijzen waar het, ter
                                    bescherming van het natuur-, landschap- of dorpsschoon, verboden
                                    is paddenstoelen te plukken of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college krachtens het eerste lid
                                    aangewezen plaats paddenstoelen te plukken of bij zich te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende ter
                                    plaatse verkregen dan wel elders afkomstige paddenstoelen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in
                                    het kader van normale onderhoudswerkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                                    gestelde verbod.</al><al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                    toepassing.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.<vet>v</vet><vet>oertuigen</vet>: voertuigen als bedoeld in
                                artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en
                                verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals:
                                kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al><al>a.<vet>parkeren</vet>: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac,
                                van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens ( RVV 1990).
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                                verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven
                                                  van lessen; </al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het
                                                  vervoeren van personen tegen betaling. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden
                                                niet gerekend: </al></li></lijst></li><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet</al></li></lijst><al>meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                gebruikt wordt voor deze</al><al>werkzaamheden; </al><al>b.voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                bedoelde persoon. </al><al>3.Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                gewoonte van maakt voertuigen te</al><al>stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen,
                                verboden: </al><al>a.drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                op de weg te parkeren binnen</al><al>een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                deze voertuigen; </al><lijst><li nr=""><al>b.de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                voertuig te parkeren met het</al><al>kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. </al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. </al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken</al><al>niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende
                                dagen op de weg te</al><al>parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat rij technisch in onvoldoende
                                staat van onderhoud en tevens in</al><al>een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. </al><al>2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door de Wet milieubeheer. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen, aanhangwagens, e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: </al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                            plaatsen of te hebben.</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente. </al></li><li nr="c."><al>gedurende een periode langer dan 5 aaneengesloten dagen
                                            te parkeren op een plek, zichtbaar vanaf de openbare
                                            weg. Na deze periode mag, gedurende een periode van één
                                            week, niet binnen een straal van 500 meter van
                                            voornoemde plek worden geparkeerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                    Provinciale landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6</al><al>meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door
                                het college aangewezen</al><al>plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente. </al><al>2.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6</al><al>meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit
                                parkeren naar zijn oordeel</al><al>buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                parkeerruimte. </al><al>3.Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                van maandag tot en met vrijdag,</al><al>dagelijks van 07.00 tot 19.00 uur. </al><lijst><li nr="4."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen. </al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                        toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6</al><al>meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren
                                bij een voor bewoning of</al><al>ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat
                                daardoor het uitzicht van bewoners</al><al>of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd
                                of hun anderszins hinder of</al><al>overlast wordt aangedaan. </al><al>2.Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                gebruikt wordt voor het uitvoeren</al><al>van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter
                                plaatse noodzakelijk is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stank verspreidende
                                    stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig met stank verspreidende stoffen
                                    daar te parkeren waar bewoners of</al><al> gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan
                                    hinder of overlast kunnen ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door de Wet</al><al> Milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of
                                te laten staan in een park of</al><al>plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                groenstrook. </al><lijst><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op de weg; </al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                                door of vanwege de overheid; en </al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                                bestemd. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                        toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen, in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden. </al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van</al></li></lijst><al>goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte
                                stukken, dan wel bij het</al><al>aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien
                                daarbij te kennen wordt gegeven</al><al>of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor
                                een liefdadig of ideëel doel is</al><al>bestemd. </al><lijst><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring gehouden wordt. </al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                uitoefening van de ambulante handel te</al><al>koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten
                                op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al><al>2.Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                        exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel het aanbieden van diensten</al></li></lijst><al>op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in
                                artikel 5:21; </al><al>c.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                het aanbieden van diensten</al><al>op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><al>1.Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid,de</al><al>volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. </al><lijst><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden
                                        te venten op:</al></li><li nr="-"><al>zondagen;</al></li><li nr="-"><al>maandag t/m zaterdag tussen 17.00 en 09.00 uur. </al><al>3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de verboden in het
                                        eerste en tweede lid.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan nadere regels opstellen ten aanzien van de
                                        ontheffing.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><al>1.Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van
                                toepassing op het venten met gedrukte of</al><al>geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard
                                als bedoeld in artikel 7,</al><al>eerste lid, van de Grondwet. </al><lijst><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het
                                        venten van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten
                                        en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7,
                                        eerste lid, van de Grondwet verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of
                                            </al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het
                                        tweede lid. </al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                vaste plaats op een openbare</al><al>en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of
                                afleveren van goederen dan wel</al><al>diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een
                                wagen of een tafel. </al><al>2.Onder standplaats wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                        artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                        Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                        2:16. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit. </al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                                eisen van welstand; </al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente of in een deel van de gemeente
                                                redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                verlenen van de vergunning voor een standplaats voor
                                                het verkopen van goederen een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                                gevaar komt. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan nadere regels opstellen ten aanzien van de
                                        standplaatsvergunning en</al></li></lijst><al>weigeringsgronden. </al><al>5.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van</al><al>het college standplaats wordt of is ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet
                                    van toepassing op bouwwerken. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:16. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de burgemeester het organiseren van de
                                                  snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de
                                                  openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                                  leefomgeving, de volksgezondheid of het
                                                  milieu;</al></li><li nr="b."><al>indien degene die voornemens is een snuffelmarkt
                                                  te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft
                                                  gedaan. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste
                                            lid, onder b uiterlijk vier weken voorafgaand aan de
                                            snuffelmarkt met vermelding van: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>naam en adres van de organisator; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden;
                                </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en
                                    verhandeld; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>het aantal standplaatsen; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>het te verwachten aantal bezoekers. </al><lijst><li nr="3."><al>De snuffelmarkt kan worden gehouden indien de
                                            burgemeester niet binnen tien werkdagen na ontvangst van
                                            de melding heeft beslist dat het organiseren van de
                                            snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de
                                            openbare orde, de openbare veiligheid, de leefomgeving,
                                            de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft
                                            daarvan binnen tien werkdagen na ontvangst van de
                                            melding aan de organisator met opgaaf van redenen
                                            bericht. </al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan
                                            wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als
                                            winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. </al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water, vaarwegen en landschapsschoon Maasplassen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Algemene bepalingen en definities</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>schip</vet>: elk vaartuig of watervliegtuig,
                                                gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een
                                                middel van vervoer te water;</al></li><li nr="b."><al><vet>klein schip</vet>: een schip waarvan de lengte
                                                minder dan 20 meter bedraagt, waartoe als lengte
                                                wordt aangemerkt de afstand van de voorkant van het
                                                voorste tot de achterkant van het achterste vaste
                                                deel van de romp, zonder boegspriet, de papegaaistok
                                                en het trim vlak, zulks met uitzondering van:</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>een schip dat is gebouwd of ingericht om andere dan kleine
                                        schepen te assisteren, te duwen of langs zijde vastgemaakt
                                        mee te voeren;</al><lijst><li nr="-"><al>een schip dat meer dan 12 passagiers mag
                                                vervoeren;</al></li><li nr="-"><al>een veerpont, een visserschip, een duwbak.</al><al>c.<vet>snelle motorboot</vet>: een klein schip dat,
                                                bij gebruikmaking van zijn mechanische </al></li></lijst></li></lijst><al>middelen tot voortbeweging, sneller kan varen dan 20 kilometer per
                                uur;</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="d."><al><vet>waterscooter</vet>: een snelle motorboot,
                                                gebouwd of ingericht om door een of meer personen
                                                skiënd door of over het water te worden
                                                voortbewogen;</al></li><li nr="e."><al><vet>visboot</vet>: een vaartuig, kennelijk
                                                ingericht om enkel door spierkracht te worden
                                                voortbewogen en bestemd voor de uitoefening van de
                                                sportvisserij;</al></li><li nr="f."><al><vet>bedrijfsvaartuig</vet>: een vaartuig waarin of
                                                waarmede een bedrijf of beroep wordt of kan worden
                                                uitgeoefend;</al></li><li nr="g."><al><vet>haven</vet>: een tot duurzame exploitatie
                                                bestemde accommodatie te land en/of te water, waar
                                                bedrijfsmatig gelegenheid wordt geboden tot het ter
                                                plaatse al of niet onder toezicht gedurende langere
                                                tijd achterlaten van een vaartuig, ongeacht of met
                                                die exploitatie al of niet winst wordt beoogd;</al></li><li nr="h."><al><vet>surfoever</vet>: een veelal door borden of
                                                andere merktekens aangeduide plaats op de oever waar
                                                door surfers pleegt te worden aangeland;</al></li><li nr="i."><al><vet>zweminrichting</vet>: een voor het publiek
                                                toegankelijke plaats welke is ingericht om te worden
                                                gebruikt voor het zwemmen, tezamen met de daarbij
                                                behorende terreinen, gebouwen en getimmerten en
                                                uitrustingen;</al></li><li nr="j."><al><vet>zwemgelegenheid in oppervlaktewater</vet>:
                                                locatie in oppervlaktewater, niet zijnde een
                                                zweminrichting, waar door een aanmerkelijk aantal
                                                personen in elkaars nabijheid pleegt te worden
                                                gezwommen;</al></li><li nr="k."><al><vet>passantenplaats</vet>; een ligplaats
                                                uitsluitend bestemd voor pleziervaartuigen, welke
                                                maximaal drie achtereenvolgende dagen mag worden
                                                ingenomen. Onder dag wordt verstaan de periode
                                                tussen 00.00 uur en 24.00 uur.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder oevers zijn mede begrepen de oeverbeschermingen en de
                                        daarvan deel uitmaken de beplantingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet
                                    zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                                    aan te brengen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden in het eerste en derde lid zijn niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Telecommunicatiewet
                                    of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement en de Waterwet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op rondvaartboten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanmeren rondvaartboten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college met een
                                    rondvaartboot af te meren aan de daartoe aangewezen
                                    rondvaartsteigers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>veiligheid op het openbare water;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen van overlast.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de schipper op een vaartuig aanwijzingen
                                        geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik
                                        van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                        volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien
                                        van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De schipper op een vaartuig is verplicht alle door of
                                        vanwege het college gegeven</al></li></lijst><al>aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik
                                van een ligplaats op te</al><al>volgen.</al><al>3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement of de
                                Waterwet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5:25 en 5:27
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Verbod innemen ligplaats buiten de havens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het in artikel 5:25 bepaalde is het verboden met
                                    een vaartuig buiten de havens, langer dan 3 achtereenvolgende
                                    dagen op dezelfde plaats ligplaats te houden of, indien het
                                    vaartuig is verhaald, binnen 3 dagen wederom dezelfde ligplaats
                                    in te nemen. Voor de toepassing van dit verbod wordt onder dag
                                    verstaan de tijd tussen 00.00 uur en 24.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met haven in lid 1 wordt bedoeld een tot duurzame exploitatie
                                    bestemde accommodatie te land en/of te water, waar, al dan niet
                                    bedrijfsmatig, gelegenheid wordt geboden tot het ter plaatse al
                                    dan niet onder toezicht, gedurende een bepaalde tijd achterlaten
                                    van een vaartuig, ongeacht of met die exploitatie al of niet
                                    winst wordt beoogd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het vaartuig wordt verhaald naar een plaats gelegen
                                    binnen een afstand van 500 meter hemelsbreed gemeten van een
                                    eerder ingenomen verboden ligplaats, wordt het vaartuig geacht
                                    op dezelfde plaats te zijn blijven liggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in lid 1 vermelde verbod geldt niet voor bedrijfsvaartuigen
                                    die direct of indirect betrokken zijn bij ontgronding dan wel
                                    bij de inrichting van de wateren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan gedeelten van wateren aanwijzen, waar de in lid
                                    1 vervatte verboden niet gelden ten aanzien van visboten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan aan de schipper op een vaartuig voorschriften
                                    stellen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik
                                    van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid en het bepaalde in het zesde lid
                                    geldt niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, of in artikel 5:24 tot en met 5:28 van deze
                                    verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Verbod innemen ligplaats/verbod tot ankeren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>met een vaartuig aan de oevers of op de wateren ligplaats in
                                        te nemen.</al></li><li nr="b."><al>met vaartuigen ligplaats in te nemen in de voor de oever
                                        gelegen rietkraag.</al></li><li nr="c."><al>in de rietkraag of oever te ankeren.</al></li><li nr="d."><al>vaartuigen te water te laten, uit het water te halen, op
                                        gronden neer te leggen of te laten leggen anders dan op de
                                        daarvoor door het college aangewezen plaatsen welke ter
                                        plaatse nader zijn aangeduid.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden vaartuigen te bouwen, te verbouwen, of te
                                        slopen, behoudens binnen de</al></li></lijst><al>daartoe op grond van andere wettelijke voorschriften bestemde en als
                                zodanig in gebruik</al><al>zijnde inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><al>1.Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                                brengen in de toestand van</al><al>openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen,
                                waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of
                                sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.</al><al>2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                Binnenvaartpolitiereglement of de Waterwet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor onmiddellijk gebruik ongeschikt te
                                maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><al>1.Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar
                                water ophoudt, verboden</al><al>zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder
                                of gevaar kan</al><al>ondervinden.</al><al>2.Het verbod geldt niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door het</al><al>Binnenvaartpolitiereglement of de Waterwet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een
                                vaartuig in openbaar water,</al><al>daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te
                                bevinden.</al><al>2.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                vaartuig, liggend in of aan een</al><al>openbaar water, los te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Commerciële activiteiten</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het college zich met een
                                vaartuig binnen de wateren te begeven met het doel commerciële
                                activiteiten te verrichten zoals het drijven van handel of het
                                beroepsmatig verschaffen van nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verbod (ver)bouwen vaartuigen</titel></kop><al>Het is verboden binnen openbaar water, waarop het
                                Binnenvaartpolitiereglement van toepassing is alsmede voor de aan
                                dit water grenzende oevers binnen een afstand van 150 meter uit de
                                oeverlijn, vaartuigen te bouwen, te verbouwen of te slopen,
                                behoudens binnen de daartoe op grond van andere wettelijke
                                voorschriften bestemde en als zodanig in gebruik zijnde
                                inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Watersportvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden havens, aanlegsteigers, surfstranden, hellingen,
                                    beschoeiingen, dan wel andere watersportvoorzieningen te hebben
                                    zonder ontheffing van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet voor die voorzieningen die ingevolge een
                                    geldend bestemmingsplan als zodanig zijn aangewezen dan wel
                                    waarvoor wettelijk benodigde medewerking ingevolge de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Waterscooters</titel></kop><al>Het is verboden op oevers, wateren en plassen een waterscooter,
                                welke zich in een kennelijk voor</al><al>onmiddellijk gebruik geschikte en beoogde staat bevindt, bij zich te
                                hebben anders dan op daartoe</al><al>door of namens de Minister van Verkeer en Waterstaat - ingevolge het
                                Binnenvaartpolitiereglement - of door het college aangewezen
                                plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Overige verboden</titel></kop><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen twintig meter van een als zodanig in gebruik zijnde
                                        zweminrichting, zwemgelegenheid of surfoever te
                                        ankeren;</al></li><li nr="b."><al>vaartuigen te water te laten, uit het water te halen, op
                                        gronden neer te leggen of te laten leggen anders dan op de
                                        daarvoor door het college aangewezen plaatsen welke ter
                                        plaatse zijn aangeduid.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorschriften ten aanzien van het verblijf binnen de passantenhavens
                            binnen de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:40</nr><titel>Bestemming passantenhavens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De binnen de gemeente als zodanig aangeduide passantenhavens zijn
                                uitsluitend bestemd voor pleziervaartuigen met een maximale lengte
                                van 15 meter en een maximale diepgang van 1.80 meter. Het is
                                verboden met andere vaartuigen ligplaats in te nemen in de
                                passantenhavens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden ligplaats in te nemen op de volgens aanduiding voor
                                anderen gereserveerde gedeelten van de betreffende steigers in de
                                passantenhavens.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het onder 1 en 2 gestelde vrijstelling
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:41</nr><titel>Tijden van verblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden langer dan 3 achtereenvolgende dagen (3 x 24 uur)
                                ligplaats in dezelfde passantenhaven in te nemen en nadat deze
                                periode verstreken is binnen 12 uren opnieuw ligplaats in dezelfde
                                passantenhaven in te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang ligplaats in te
                                nemen, vaartuigen te verplaatsen of de passantenhaven te
                                verlaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het onder 1 en 2 gestelde vrijstelling
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:42</nr><titel>Afmeren</titel></kop><al>De schipper op een vaartuig dient ervoor te zorgen, dat het vaartuig op
                            deugdelijke wijze is</al><al>afgemeerd, zodanig dat het vrij van andere vaartuigen, steigers of palen
                            blijft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:43</nr><titel>Liggeld</titel></kop><al>1.Voor het verblijf met een vaartuig in de passantenhaven tussen 18.00
                            en 07.00 uur is een liggeld</al><al>verschuldigd.</al><al>2.Het liggeld en de wijze van inning van het liggeld wordt door het
                            college vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.44</nr><titel>Gebruiksregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de passantenhaven te zwemmen, te spelevaren, te
                                hengelen of te surfen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van 22.00 uur tot de volgende ochtend 7.00 uur dient de
                                nachtrustperiode in acht te worden genomen. Ook daarbuiten is
                                geluidhinder of anderszins hinderlijk gedrag verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Eigenaars van huisdieren dienen ervoor te zorgen, dat hun dieren de
                                steigers en de havens niet bevuilen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:45</nr><titel>Milieuhygiëne en veiligheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is niet toegestaan roerende zaken op de kaden te plaatsen en
                                deze kaden anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                bestemming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verwijderen van afval of vuilnis en het lozen van de inhoud van
                                vuilwatertanks, chemische toiletten etc. is op de locatie van de
                                passantenhaven verboden. Gebruik dient te worden gemaakt van elders
                                door derden ter beschikking gestelde voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien als gevolg van een ongeval, lekkage of anderszins benzine,
                                andere ontvlambare of verontreinigde stoffen overboord gaan of
                                anderszins in het water of op de oever terechtkomen, is de schipper
                                op een vaartuig verplicht dit onmiddellijk aan de beheerder of bij
                                diens afwezigheid aan de politie te melden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het gebruik van een direct op het water lozend toilet is
                                verboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het vaartuig dient te zijn uitgerust met een goed functionerende
                                brandblusser.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:46</nr><titel>Verbod onderhoudswerkzaamheden</titel></kop><al>Het is verboden in de passantenhaven zonder ontheffing van het college
                            belangrijke reparaties of groot onderhoud aan vaartuigen te verrichten
                            of te doen verrichten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:47</nr><titel>Ordebepaling</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De schipper op een vaartuig is zolang het vaartuig in de
                            passantenhaven verblijft verplicht alle</titel></kop><structuurtekst><al>aanwijzingen op te volgen van de beheerder en toezichthoudende
                            (milieu-)ambtenaren van de gemeente Maasgouw.</al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:47a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al><vet>motorvoertuig</vet>: hetgeen daaronder wordt verstaan
                                        in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="-"><al><vet>bromfiets</vet>: hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                        artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet
                                        1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:48</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                        voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit
                                        te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen,
                                        dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                        kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
                                        nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:
                                    </al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
                                    </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter bescherming</al></li></lijst><al>van andere milieuwaarden; </al><al>c.in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                eerste lid bedoelde wedstrijden</al><al>en ritten of van het publiek. </al><lijst><li nr="3."><al>(vervallen)</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                        het Besluit geluidproductie sportmotoren. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:49</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><al>1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken, plantsoenen of voor</al><al>recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te
                                bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een
                                paard. </al><lijst><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
                                        nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in
                                        het belang van: </al></li><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast; </al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerst lid is niet van toepassing op
                                        motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: </al><al>a.ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                        hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                        lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                        bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; </al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                        exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
                                    </al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                        wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; </al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                        percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                        eerste lid bedoeld; </al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                        van de onder d bedoelde personen. </al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                        toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste
                                                lid bedoelde gebieden en terreinen; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale
                                                verordening ‘Stiltegebieden’ aangewezen
                                                stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die
                                                bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                                ‘toestel’. </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod. </al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) <onderstreept>niet</onderstreept> van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:50</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><al>1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                inrichtingen in de zin van de</al><al>Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te
                                hebben. </al><lijst><li nr="2."><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor
                                        de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                dergelijke; </al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                                geen afvalstoffen worden verbrand; </al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden; </al></li><li nr="d."><al>Sint Maartensvuren welke onder toezicht van de
                                                Brandweer worden gestookt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming</al></li></lijst><al>van de flora en fauna. </al><al>5.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek
                                van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening Limburg. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:51</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele as verstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld</al><al>in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of
                                nabestaande(n) gewenste plek buiten</al><al>een permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:52</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele as verstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg; </al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen,
                                            behalve op de daartoe bestemde plaatsen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid as
                                    verstrooiing plaatsvindt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de as bus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:53</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele as verstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor</al><al>derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van de gebods- en verbodsbepalingen genoemd in hoofdstuk 2
                            tot en met 5 en de op</al><al>grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met een</al><al>hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede
                            categorie en kan</al><al>bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                            uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding
                                van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: </al><lijst><li nr="-"><al>de politieambtenaren werkzaam binnen het grondgebied van de
                                        gemeente Maasgouw;</al></li><li nr="-"><al>buitengewoon opsporingsambtenaren en faunabeheerders, welke
                                        werkzaam zijn binnen de nationale politie eenheid Limburg
                                        en/of deel uitmaken van het BOA netwerk van de nationale
                                        politie eenheid Limburg;</al></li><li nr="-"><al>de ambtenaren van de Brandweer Roermond voor zover zij
                                        werkzaam zijn binnen het grondgebied van de gemeente
                                        Maasgouw;</al></li><li nr="-"><al>medewerkers van de afdeling Veiligheid, Vergunningen en
                                        Handhaving ieder voor zover het betreft zaken welke aan zijn
                                        toezicht zijn toevertrouwd;</al></li><li nr="-"><al>ambtenaren van de provincie Limburg belast met het toezicht
                                        op handhaving van de openbare ruimte en/of milieuwetgeving
                                        in opdracht van de gemeente Maasgouw;</al></li><li nr="-"><al>werknemers van de milieudienst Regio Eindhoven die in
                                        opdracht van de gemeente Maasgouw controles uitvoeren;</al></li><li nr="-"><al>ambtenaren van de waterschappen die in opdracht van de
                                        gemeente Maasgouw controles uitvoeren;</al></li><li nr="-"><al>de Groene Brigade van de provincie Limburg voor zover het
                                        betreft zaken welke aan hun toezicht zijn toevertrouwd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
                                overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening
                                belast de door het college dan wel de burgemeester aangewezen
                                personen, daaronder begrepen de al dan niet in (onbezoldigde) dienst
                                van de gemeente zijnde personen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of</al><al>krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot
                            handhaving van de openbare</al><al>orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van
                            personen, zijn bevoegd tot</al><al>het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Algemene Plaatselijke Verordening Maasgouw 2012 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening</al><al>overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De Algemene Plaatselijke Verordening Maasgouw 2013 treedt op 1 maart
                            2013 in werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            Maasgouw 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i256198.pdf">Toelichting</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>