<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR369120_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente Midden-Delfland 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-53000.html">Gemeenteblad, 2015, 53000</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening Participatiewet, Ioaw, Ioaz gemeente Midden-Delfland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015-00541 / 15Z.000072</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de Handhavingsverordening WWB, Ioaw, Ioaz gemeente Midden-Delfland 2014</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente Midden-Delfland 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Midden Delfland;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 april 2015, nr.
                        2015-06-05 F;</al><al>gelet op</al><al>artikel 8b van de Participatiewet;</al><al>artikel 147, lid 1 van de Gemeentewet;</al><al>artikel 35, lid 1 onderdeel b van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al><al>artikel 35, lid 1 onderdeel b van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al><al>overwegende dat het verplicht is bij verordening regels te stellen voor de
                        bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand, alsmede van
                        misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet</al><al>besluit</al><al>vast te stellen de ‘Handhavingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz
                        gemeente Midden-Delfland 2015'.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Ioaw: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="b."><al>Ioaz: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="c."><al>de wet: de Participatiewet, de Ioaw of Ioaz;</al></li><li nr="d."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Midden-Delfland; </al></li><li nr="e."><al>belanghebbende: de persoon met een uitkering krachtens de
                                        Participatiewet, de Ioaw of de Ioaz; </al></li><li nr="f."><al>handhaving: een stelsel van preventieve en repressieve
                                        maatregelen, gericht op het voorkomen, ontmoedigen en
                                        bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik van een
                                        uitkering; </al></li><li nr="g."><al>fraude: het verwijtbaar achterhouden van informatie of
                                        verwijtbaar onjuiste informatie verstrekken, met het doel
                                        een (hogere) uitkering te ontvangen (dan) waarop men (geen)
                                        recht zou hebben bij juiste en/of volledige
                                        informatieverstrekking;</al></li><li nr="h."><al>misbruik: het verwijtbaar ontvangen van een uitkering
                                        volgens de regels van de wet, maar in strijd met of buiten
                                        de bedoeling van de wet zoals die bij de totstandkoming van
                                        de wet bestond; </al></li><li nr="i."><al>aangiftegrens: de grens als bedoeld in de Aanwijzing Sociale
                                        Zekerheidsfraude. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                                zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet, de Ioaw, de Ioaz en de Algemene wet bestuursrecht.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>HANDHAVING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt voor de rechtmatige en doelmatige uitvoering van
                                de wet, waaronder de bestrijding van fraude en van misbruik en
                                oneigenlijk gebruik en stelt hiertoe periodiek, doch in ieder geval
                                eens per vier jaar een beleidsplan op. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is verantwoordelijk voor het nemen van preventieve
                                maatregelen gericht op het voorkomen van fraude. Hieronder wordt
                                onder meer verstaan dat het college belanghebbenden en burgers
                                vroegtijdig voorlicht over de rechten en plichten die aan het
                                ontvangen van bijstand verbonden zijn alsmede over de consequenties
                                van misbruik en oneigenlijk gebruik. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college neemt repressieve maatregelen gericht op het bestrijden
                                van fraude. Hieronder wordt onder meer verstaan dat overtreding en
                                fraude vroegtijdig geconstateerd en afgehandeld wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Informatieverzameling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college voert bij de aanvraag, gedurende de uitkering en bij
                                beëindiging van de uitkering onderzoeken uit om de rechtmatigheid te
                                controleren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt ter controle gebruik van bestandsvergelijkingen
                                met actuele gegevens en van samenloopsignalen die daaruit
                                voortkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college onderzoekt overige signalen en tips die relevant zijn
                                voor het recht op bijstand, de Ioaw of Ioaz-uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4 Afstemming</nr></kop><al>Als de belanghebbende zijn verplichtingen niet of onvoldoende nakomt dan
                            wel anderszins blijk geeft van onvoldoende besef van
                            verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, verlaagt het
                            college de uitkering of de inkomensvoorziening conform de
                            ‘Maatregelenverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente
                            Midden-Delfland 2015’, onverminderd de plicht van het college om een
                            boete op te leggen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                            inlichtingenplicht en onverminderd de terugvordering van ten onrechte
                            verstrekte bijstand of ten onrechte verstrekte inkomensvoorziening.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aangifte bij Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Indien een gedraging van de belanghebbende leidt tot benadeling van de
                            gemeente, doet het college onverminderd de verplichting de ten onrechte
                            verstrekte bijstand of inkomensvoorziening terug te vorderen, aangifte
                            bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door de wetgever
                            en het Openbaar Ministerie hiervoor gehanteerde uitgangspunten. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>TERUGVORDERING EN VERHAAL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college vordert de kosten van bijstand dan wel
                                inkomensvoorziening terug in de gevallen die in artikel 58 en 59 van
                                de Participatiewet en de artikelen 25 tot en met 31 van de Ioaw en
                                Ioaz zijn aangegeven, voor zover zich daar geen andere wettelijke
                                regeling tegen verzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast voor de uitvoering van het
                                bepaalde in het eerste lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verhaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verhaalt de kosten van bijstand en de kosten van
                                inkomensvoorziening boven een nader door het college te bepalen
                                bedrag, en overeenkomstig het bepaalde in artikel 61 en de artikelen
                                62 tot en met 62i van de Participatiewet, voor zover zich hier geen
                                andere wettelijke regel tegen verzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van verhaal wordt afgezien, als daarvoor zeer dringende redenen
                                aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast voor de uitvoering van het
                                bepaalde in het eerste lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Invordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college streeft er naar om de teruggevorderde en de op derden
                                verhaalde kosten optimaal in te vorderen, voor zover zich daar geen
                                andere wettelijke regeling tegen verzet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast voor de uitvoering van het
                                bepaalde in het eerste lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere individuele situaties ten gunste van
                                de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening,
                                indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en
                                werkt terug tot en met 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ‘Handhavingsverordening WWB, Ioaw, Ioaz gemeente Midden-Delfland
                                2014’ wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van deze
                                verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Handhavingsverordening
                            Participatiewet, Ioaw, Ioaz gemeente Midden-Delfland 2015’. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 mei 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A. de Vos, A.J. Rodenburg</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al>De raad dient bij verordening regels te stellen voor de bestrijding van
                            het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en
                            oneigenlijk gebruik van de wet. In de verordening worden de hoofdlijnen
                            rondom handhaving aangegeven. Nadere invulling hieraan is gegeven in het
                            ‘Handhavingsplan Sociale Zaken 2014’. Op 1 januari 2015 is de
                            Participatiewet van kracht geworden. De regels omtrent handhaving zijn
                            onder de Participatiewet niet veranderd ten opzichte van de Wet Werk en
                            Bijstand (WWB). Inhoudelijk wijkt deze verordening dan ook niet af van
                            de vorige Handhavingsverordening uit 2014. Wel is de grondslag van de
                            verordening gewijzigd van artikel 8a van de WWB naar artikel 8b van de
                            Participatiewet. </al><al/><al>De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            werkloze werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en
                            gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) schrijven
                            evenals de Participatiewet voor dat de raad een Handhavingsverordening
                            vaststelt. Gezien de verwantschap tussen deze wetten en uit een oogpunt
                            van deregulering en efficiency is gekozen voor een gecombineerde
                            verordening.</al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Dit artikel bevat enkele begripsomschrijvingen. </al><al>Onder uitkeringsgerechtigden met een Participatiewet-uitkering worden
                            mede verstaan mensen met een uitkering krachtens het Besluit
                            bijstandsverlening zelfstandigen 2004.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Dit artikel legt de verantwoordelijkheid voor een rechtmatige en
                            doelmatige uitvoering van de Participatiewet, de Ioaw en de Ioaz neer
                            bij het college. Het college dient in ieder geval eenmaal per vier jaar
                            een beleidsplan op te stellen. In december 2013 is het ‘Handhavingsplan
                            Sociale Zaken 2014’ vastgesteld. Hierin is vastgelegd dat het college de
                            handhaving vorm heeft gegeven via het ‘Hoogwaardig Handhaven’. Dit houdt
                            in dat zij preventieve als repressieve handhavingsactiviteiten met
                            elkaar verbindt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>In dit artikel is vastgelegd dat wordt gewerkt met een signaalgestuurde
                            controlesystematiek. Van signaalgestuurd handhaven is sprake wanneer een
                            binnengekomen signaal de aanleiding is om extra onderzoek te doen naar
                            de rechtmatigheid van een verstrekte uitkering. Dit kan bijvoorbeeld een
                            signaal zijn van ‘Het Inlichtingenbureau’, signalen naar aanleiding van
                            een gesprek met de cliënt, via eigen waarneming of naar aanleiding van
                            een (anonieme) tip van een medewerker, een burger of een</al><al> externe organisatie. Hierbij geldt dat in de regel alleen die gegevens
                            worden gevraagd die noodzakelijk zijn voor de afhandeling van het
                            signaal. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Wanneer de belanghebbende onvolledige of onjuiste informatie verstrekt,
                            waardoor teveel bijstand is betaald, is het college sinds 1 januari 2013
                            verplicht deze bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen. Bij
                            het niet nakomen van de arbeidsverplichting, de medewerkingsplicht en
                            andere opgelegde verplichtingen, kan de uitkering of de
                            inkomensvoorziening (tijdelijk) worden verlaagd conform de
                            ‘Maatregelenverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente
                            Midden-Delfland 2015’. Dat kan ook als de belanghebbende blijk geeft van
                            onvoldoende besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het
                            bestaan. Deze verlaging is bedoeld om het nakomen van de verplichtingen
                            en de hoogte van de uitkering op elkaar af te stemmen en heeft daarmee
                            het karakter van gedragscorrectie. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Wanneer de schending van de inlichtingenplicht ook een strafbaar feit
                            oplevert, moet het college hiervan aangifte doen bij het Openbaar
                            Ministerie indien het bedrag waarvoor is gefraudeerd hoger is dan de
                            aangiftegrens. Per 1 januari 2013 is de aangiftegrens verhoogd van €
                            10.000,- naar € 50.000,-. Ook in gevallen waarin het fraudebedrag lager
                            is dan € 50.000,-, maar waarbij de uitkeringsfraude gecombineerd wordt
                            met een of meer (andersoortige) strafbare feiten zoals bijvoorbeeld
                            drugshandel, moet aangifte worden gedaan. Dit is vastgelegd in de
                            Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude (2012A022). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Sinds de invoering van de ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                            SZW Wetgeving’ op 1 januari 2013 is het college, in geval van het niet
                            of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, verplicht het ten
                            onrechte verstrekte bedrag aan uitkering of inkomensvoorziening terug te
                            vorderen. In alle andere gevallen is terugvordering van bijstand een
                            bevoegdheid. Met dit artikel spreekt de gemeenteraad uit dat van de
                            bevoegdheid tot terugvordering in de overige gevallen gebruik wordt
                            gemaakt. De regels omtrent de terugvordering zijn nader uitgewerkt in
                            door het college vastgestelde beleidsregels.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Ook verhaal van bijstand (op derden zoals de onderhoudsplichtige) is een
                            bevoegdheid. Met dit artikel spreekt de gemeenteraad uit dat van deze
                            bevoegdheid gebruik wordt gemaakt. Ook dit onderdeel is nader uitgewerkt
                            in beleidsregels. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Met dit artikel wordt vastgelegd dat het college het optimale doet om in
                            te vorderen. In beleidsregels is het invorderingsbeleid nader
                            uitgewerkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere uitleg. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere uitleg.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere uitleg. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>