<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368981_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de auditcommissie 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-06-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, 49468</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de auditcommissie 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-03-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015_194</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bij inwerkingtreding vervalt de Verordening op de Rekenkamercommissie 2008</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de Auditcommissie 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van de Auditcommissie</al></li><li nr="-"><al>gelet op het door de raad aanvaarde amendement 20-1;</al></li></lijst><al>Besluit</al><al>I In te trekken de Verordening op de Auditcommissie 2008</al><al>II Vast te stellen de Verordening op de Auditcommissie 2015, luidende als
                        volgt: </al><al><vet>Verordening op de Auditcommissie 2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Paragraaf I. Algemene Bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 1. Instelling</vet></al><al>Er is een vaste commissie ten behoeve van de raad, genaamd de
                        Auditcommissie.</al><al><vet>Artikel 2. Samenstelling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Auditcommissie bestaat uit ten minste vijf leden. Zowel
                                raadsleden als commissieleden - niet raadsleden, als bedoeld in
                                artikel 3 van het Statuut voor de raadscommissies gemeente Tilburg
                                2014 kunnen lid zijn van de auditcommissie.</al></li><li nr="2."><al>Elke fractievoorzitter kan één lid van de Auditcommissie aanstellen,
                                met uitzondering van de fractie waarin de voorzitter van de
                                Auditcommissie zitting heeft: de fractievoorzitter van
                                laatstbedoelde fractie mag een extra lid aanwijzen. In dat geval
                                heeft de voorzitter geen stem in de commissie.</al></li><li nr="3."><al>De aanstelling geschiedt voor de zittingsperiode, gelijk aan die van
                                de leden van de zittende raad. Dit geldt eveneens voor tussentijds
                                aanstellingen. Indien gedurende een raadsperiode wisseling in de
                                bezetting van de Auditcommissie plaatsvindt, doet de
                                fractievoorzitter hiervan mededeling aan de voorzitter van de
                                commissie.</al></li><li nr="4."><al>Hij die ophoudt raads- of commissielid te zijn, kan geen lid meer
                                van de commissie zijn.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter van de fractie kan de aanstelling van het commissielid
                                intrekken. Hij geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter
                                van de commissie.</al></li><li nr="6."><al>Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft daarvan
                                schriftelijk kennis aan de voorzitter van de commissie.</al></li><li nr="7."><al>In geval van verhindering kan een commissielid zich doen vervangen
                                door een ander raads- of commissielid van zijn fractie, met
                                inachtneming van hetgeen in artikel 2, lid 1 is bepaald.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3. Voorzitter</vet></al><al>De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend
                        voorzitter aan.</al><al><vet>Artikel 4. Secretariaat</vet></al><al>Het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door de griffier of een
                        door deze aangewezen medewerker van de raadsgriffie.</al><al><vet>Paragraaf II. Taak Commissie</vet></al><al><vet>Artikel 5. Taken commissie</vet></al><al>De commissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="1."><al>Onderzoek van de jaarrekening. De commissie betrekt daarbij de door
                                of namens het college met de jaarrekening verband houdende
                                verstrekte bescheiden. Daaronder zijn in ieder geval de volgende
                                documenten begrepen: het gemeentelijk jaarverslag met het daarbij
                                behorende accountantsrapport en controleverklaring. Het onderzoek
                                richt zich op de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid
                                van het door het college gevoerde bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Onderzoek naar en toezien op de adequate uitvoering van het
                                informatiebeveiligingsbeleid en privacybescherming en zo nodig
                                aanbevelingen ter zake te doen aan college en raad.</al></li><li nr="3."><al>Op verzoek van de raad of op eigen initiatief onderzoek doen naar
                                het gevoerde beleid ten aanzien van nader door de raad aangegeven
                                aangelegenheden of projecten, waarbij gemeentefinanciën in het
                                geding zijn.</al></li><li nr="4."><al>Aan de raad en/of aan het college gevraagd of ongevraagd advies
                                uitbrengen ten aanzien van de financiële administratieve
                                organisatie, het financiële beheer en de P&amp;C-cyclus van de
                                gemeente.</al></li><li nr="5."><al>Het vervullen van het opdrachtgeverschap van de door de raad
                                aangewezen externe accountant.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6. Beleidsonderzoek</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien het voornemen bestaat om een onderzoek te starten als bedoeld
                                in artikel 5, lid 3, dan stelt de commissie eerst een onderzoeksplan
                                op.</al></li><li nr="2."><al>Dit onderzoeksplan wordt ter kennis van de raad gebracht. Indien er
                                sprake is van een benodigd budget en/of een zwaarwegend belang wordt
                                dit onderzoeksplan, vergezeld van een opgave van het daarvoor
                                benodigde budget en een dekkingsvoorstel, tevens aan de raad ter
                                besluitvorming aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>In het onderzoeksplan staat aangegeven of er een hoorzitting wordt
                                gehouden.</al></li><li nr="4."><al>De commissie kan in het onderzoeksplan een ambtelijk onderzoeksteam,
                                waarin in elk geval de secretaris van de commissie zitting heeft,
                                belasten met vooronderzoek.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 7. Oproepen/vaststellen agenda</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de commissie vinden plaats op basis van het
                                door de raad vastgestelde vergaderschema, waarin ook het
                                aanvangstijdstip is vermeld.</al></li><li nr="2."><al>De commissie vergadert daarnaast zo dikwijls als de voorzitter het
                                nodig oordeelt of dit door ten minste twee leden schriftelijk, met
                                opgave van redenen, wordt gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter bepaalt, in overleg met de secretaris van de
                                commissie, de voorlopige agenda van de vergadering.</al></li><li nr="4."><al>Elk lid kan schriftelijk, met opgave van redenen, aan de voorzitter
                                verzoeken een onderwerp te agenderen. De voorzitter plaatst dit op
                                de voorlopige agenda van de eerstvolgende vergadering.</al></li><li nr="5."><al>De voorlopige agenda wordt toegezonden aan de leden van de
                                commissie. De overige leden van de raad wordt eveneens een afschrift
                                van de voorlopige agenda</al></li></lijst><al>toegezonden.</al><lijst><li nr="6."><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat plaats, dag en uur van de
                                openbare vergadering alsmede een opgave van de te behandelen
                                agendapunten ter openbare kennis wordt gebracht.</al></li><li nr="7."><al>De commissie stelt bij het begin van de vergadering de definitieve
                                agenda vast.</al></li><li nr="8."><al>In gevallen ter beoordeling van de voorzitter kan de commissie
                                schriftelijk worden geraadpleegd. Indien schriftelijke afdoening bij
                                een of meer leden op bezwaar stuit, geschiedt de behandeling van de
                                desbetreffende aangelegenheid in de eerstvolgende
                                commissievergadering.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8. Bijwonen vergaderingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de commissie zijn openbaar, tenzij er sprake is
                                van voorbereidende bijeenkomsten of bijeenkomsten voor intern
                                beraad, zulks ter beoordeling van de commissie.</al></li><li nr="2."><al>De leden van de raad, die geen lid zijn van de commissie, kunnen de
                                vergaderingen van de commissie bijwonen. Zij mogen aan de
                                beraadslagingen deelnemen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd ambtenaren van de gemeente
                                en externe deskundigen tot het bijwonen van de vergadering uit te
                                nodigen voor het verstrekken van inlichtingen of het geven van
                                adviezen.</al></li><li nr="4."><al>Tot dusdanige uitnodiging gaat de voorzitter tevens over indien ten
                                minste twee leden van de commissie daarom verzoeken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9. Quorum</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering vindt geen doorgang indien blijkt dat niet meer dan
                                de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>In dat geval kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen,
                                waarbij er slechts vierentwintig uur tussen het verzenden van de
                                kennisgeving en het aanvangsuur aanwezig behoeft te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Die tweede vergadering vindt doorgang ongeacht het aantal opgekomen
                                leden.</al></li><li nr="4."><al>Aan de agenda van de tweede vergadering mogen geen nieuwe
                                agendapunten worden toegevoegd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 10. Insprekers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgers en organisaties hebben de mogelijkheid om in een geheel of
                                gedeeltelijk openbare vergadering in te spreken bij een onderwerp
                                dat op de agenda van de commissie staat, de rondvraag uitgezonderd,
                                dan wel over een onderwerp dat niet is geagendeerd. Spreekgerechtigd
                                zijn inwoners van Tilburg en woordvoerders van organisaties die de
                                leeftijd van 16 jaar hebben bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot onderwerpen die niet zijn geagendeerd geldt dat
                                niet het woord kan niet worden gevoerd over:</al></li><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep open
                                staat of heeft open gestaan of op een andere wijze onder de rechter
                                is;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van
                                personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                bestuursrecht kan of kon worden ingediend;</al></li><li nr="d."><al>onderwerpen die louter een privébelang betreffen;</al></li><li nr="e."><al>onderwerpen de geen relatie hebben met de huishouding van de
                                gemeente;</al></li><li nr="f."><al>onderwerpen waarover men in een raadscommissie al heeft kunnen
                                inspreken;</al></li><li nr="g."><al>onderwerpen waarover al een gemeentelijke inspraakprocedure is
                                geweest of nog komt;</al></li><li nr="h."><al>onderwerpen die op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van
                                bestuur niet openbaar zijn.</al></li><li nr="3."><al>De personen, die van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid gebruik
                                willen maken, moeten daarvan ten minste één volle werkdag voor de
                                aanvang van de vergadering mededeling doen aan de voorzitter van de
                                commissie, onder opgave van hun naam en adres en van het agendapunt
                                of de agendapunten, waaromtrent zij het woord willen voeren. Wanneer
                                iemand wil inspreken over een punt dat niet op de agenda staat,
                                geldt hierbij een termijn van tien werkdagen.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter bepaalt de spreektijd alsook de volgorde van spreken,
                                indien meer dan één persoon ten aanzien van eenzelfde agendapunt het
                                woord wordt verleend. De spreektijd bedraagt in beginsel vijf
                                minuten. Wanneer zich voor een bepaald onderwerp meerdere sprekers
                                hebben aangemeld, kan de voorzitter een afwijkende spreektijd
                                vaststellen, waarbij de totale spreektijd voor de insprekers niet
                                minder mag bedragen dan vijf minuten.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter verleent, nadat de commissie daartoe bij de
                                vaststelling van de agenda heeft besloten, telkens bij de aanvang
                                van de behandeling van een agendapunt, aan insprekers het woord om
                                over het aan de orde zijnde agendapunt hun mening te geven.</al></li><li nr="6."><al>De insprekers moeten de door de voorzitter in het belang van orde
                                gegeven aanwijzingen opvolgen. De voorzitter kan hen het woord
                                ontnemen.</al></li><li nr="7."><al>De leden van de commissie zijn gerechtigd aan de insprekers vragen
                                te stellen over hetgeen door dezen naar voren is gebracht. Hetgeen
                                door de insprekers naar voren wordt gebracht vormt echter geen punt
                                van discussie tussen hen en de leden van de commissie.</al></li><li nr="8."><al>Insprekers krijgen na de bespreking in de eerste termijn de
                                gelegenheid om kort en zakelijk te reageren op de inbreng van de
                                commissie in de eerste termijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 11. Hoorzitting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de meerderheid van de commissie daarom verzoekt schrijft de
                                voorzitter van de commissie een hoorzitting uit.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter regelt de orde tijdens de hoorzitting.</al></li><li nr="3."><al>Van het besprokene tijdens de hoorzitting wordt door de griffie een
                                beknopt verslag opgesteld.</al></li><li nr="4."><al>Het horen van ambtenaren of externe deskundigen als bedoeld in
                                artikel 8, lid 3 van deze verordening kan de commissie opdragen aan
                                een ambtelijk onderzoeksteam, waarvan in elk geval de secretaris van
                                de commissie deel uitmaakt.</al></li><li nr="5."><al>Indien de commissie gebruik maakt van de in het vorige lid
                                beschreven bevoegdheid, is de voorzitter van de commissie bij het
                                horen aanwezig indien de te horen persoon daarom verzoekt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12. Verslaglegging</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Van ieder besproken onderwerp in een commissievergadering en
                                hoorzitting wordt, onder de zorg van de secretaris van de commissie,
                                een verslag opgesteld.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris is verantwoordelijk voor de tijdigheid en de inhoud
                                van het verslag.</al></li><li nr="3."><al>Het verslag bevat een beknopte weergave van het besprokene.</al></li><li nr="4."><al>De commissie kan bij een afzonderlijk agendapunt besluiten dat een
                                meer uitgebreid verslag wordt opgesteld.</al></li><li nr="5."><al>Het verslag vermeldt tevens de namen van de aan- en afwezige leden
                                van de commissie en van de overige aanwezigen ter vergadering.</al></li><li nr="6."><al>Het verslag wordt ter vaststelling opgenomen op de voorlopige agenda
                                voor de eerstkomende commissievergadering.</al></li><li nr="7."><al>De verslagen van de commissie zijn openbaar, onverminderd hetgeen in
                                artikel 86 van de Gemeentewet is bepaald omtrent geheimhouding.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 13. Besluiten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie neemt besluiten bij meerderheid van stemmen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 14. Informatieverstrekking</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op verzoek van de commissie om toezending van onder het college
                                berustende stukken dan wel van (aanvullende) schriftelijke
                                informatie neemt het college binnen drie weken een beslissing.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college redenen aanwezig acht om van toezending van
                                documenten of verstrekking van informatie op grond van het vorige
                                lid af te zien, doet het daarvan mededeling aan de voorzitter van de
                                commissie.</al></li><li nr="3."><al>Voor het verkrijgen van mondelinge informatie kan de commissie leden
                                van het college uitnodigen om ter vergadering te verschijnen.</al></li><li nr="4."><al>Indien een lid van het college redenen aanwezig acht om niet op een
                                uitnodiging als bedoeld in het vorige lid in te gaan, doet hij
                                daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de
                                commissie.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op
                                andere gemeentelijke bestuursorganen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 15</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie legt de bevindingen en desgewenst de conclusies en
                                aanbevelingen, zulks ter beoordeling van de commissie, neer in een
                                ontwerprapport.</al></li><li nr="2."><al>De commissie legt het ontwerprapport voor aan het college en stelt
                                deze in de gelegenheid daarop binnen een door de commissie te
                                bepalen redelijke termijn schriftelijk te reageren.</al></li><li nr="3."><al>Na ontvangst van de reactie van het college, respectievelijk bij
                                uitblijven van een reactie na afloop van de gestelde termijn, stelt
                                de commissie een eindrapport op waarin tevens (indien aanwezig) de
                                reactie van het college, conclusies en (indien daarvoor reden
                                aanwezig is) aanbevelingen worden opgenomen.</al></li><li nr="4."><al>De commissie legt het eindrapport middels een raadsvoorstel voor aan
                                de raad.</al></li><li nr="5."><al>De in dit artikel beschreven procedure geldt eveneens indien het
                                onderzoek betrekking heeft op een aangelegenheid of project van een
                                ander gemeentelijk bestuursorgaan.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 16. Toelichting tijdens raadsvergadering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tijdens de raadsvergadering voert de voorzitter van de commissie,
                                namens de commissie het woord.</al></li><li nr="2."><al>De commissie kan in voorkomend geval een ander lid uit haar midden
                                aanwijzen om in de vergadering van de raad voorstellen of adviezen
                                van de commissie toe te</al></li></lijst><al>lichten.</al><al><vet>Artikel 17. Uitleg verordening</vet></al><al>Bij twijfel over de betekenis of de toepassing van deze verordening of in
                        gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de voorzitter van de
                        commissie.</al><al><vet>Artikel 18. Tijdstip inwerkingtreding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de datum van
                                bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt de Verordening op de Rekenkamercommissie
                                2008.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening op de
                                Auditcommissie 2015".</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening op de Auditcommissie 2015</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Deze verordening heeft betrekking op de Auditcommissie: een vaste raadscommissie
                    als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. Deze commissie heeft tot taak de
                    besluitvorming in de raad voor te bereiden en met het college en de burgemeester
                    te overleggen. De Auditcommissie onderzoekt de jaarrekening, doet onderzoek naar
                    en ziet toe op de uitvoering van het informatiebeveiligingsbeleid en de
                    privacybescherming, en kan op verzoek van de raad of op eigen initiatief
                    onderzoek doen naar aangelegenheden waarbij de gemeentefinanciën in het geding
                    zijn. Ook brengt de Auditcommissie op eigen initiatief of op verzoek van de raad
                    advies uit over de financiële administratieve organisatie en het financiële
                    beheer van de gemeente. Tot slot is de Auditcommissie de opdrachtgever van de
                    accountant.</al><al>Anders dan de themacommissies (Leefbaarheid, Sociale Stijging, Vestigingsklimaat
                    en Bestuur) is de Auditcommissie geen "politieke" commissie. De Auditcommissie
                    moet zo objectief en neutraal mogelijk haar werkzaamheden uitvoeren, zonder dat
                    politieke standpunten worden ingenomen. Het politieke debat over de adviezen en
                    bevindingen van de Auditcommissie vindt plaats in de functionele raadscommissie
                    en in de raad.</al><al>Ten opzichte van de Verordening op de Auditcommissie 2008 is een aantal
                    wijzigingen aangebracht. Waar nodig zijn deze in de artikelsgewijze toelichting
                    nader aangegeven.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 2. Samenstelling</vet></al><al>Lid 1 bepaalt dat de Auditcommissie minimaal vijf leden heeft. Niet alle
                    fracties hoeven vertegenwoordigd te zijn, maar artikel 82, lid 3 van de
                    Gemeenwet schrijft wel voor dat de raad bij de samenstelling moet zorgen voor
                    een evenwichtige vertegenwoordig van de raadsfracties.</al><al>Verder bepaalt lid 1 dat uitsluitend raadsleden in aanmerking komen voor het
                    lidmaatschap van de Auditcommissie. Dit uitgangspunt is onveranderd ten opzichte
                    van de oorspronkelijke verordening (2008), toen deze afweging werd gemaakt omdat
                    de taken die de Auditcommissie toebedeeld kreeg een directe relatie met het
                    raadswerk hebben.</al><al>Lid 2 bepaalt dat elke fractie met slechts één lid in de Auditcommissie
                    vertegenwoordigd kan zijn, met uitzondering van de fractie die de voorzitter
                    levert: deze laatste fractie mag één extra lid aanwijzen. Dit is de afgelopen
                    jaren een gebruikelijke werkwijze geweest en draagt bij aan het eerder genoemde
                    niet-politieke karakter van de Auditcommissie. Het commissiestatuut kent een
                    soortgelijke regeling voor wat betreft de bemensing door een fractie die de
                    voorzitter levert.</al><al>Verder gaat artikel 2 in op de wijze waarop leden worden aangesteld en ontheven.
                    Dit is vergelijkbaar met de werkwijze voor de themacommissies.</al><al><vet>Artikel 5. Taken commissie</vet></al><al>De taken van de Auditcommissie zijn grotendeels voortgekomen uit de taken van de
                    voormalige Rekenkamercommissie, met uitzondering van de taak om onderzoeken uit
                    te voeren naar de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van
                    het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Deze laatste taak is per 2009
                    overgegaan naar de Rekenkamer Tilburg.</al><al>Het takenpakket van de Auditcommissie is sinds de oorspronkelijke verordening
                    gelijk gebleven, al is met de laatste wijziging aan artikel 5 lid 4 toegevoegd
                    dat de Auditcommissie ook over de P&amp;C-cyclus gevraagd of ongevraagd advies
                    kan uitbrengen. Feitelijk is dit niet nieuw: in het raadsbesluit bij de
                    oprichting van de Auditcommissie in 2008 stond al dat het "in de rede ligt dat
                    de Auditcommissie zich mede richt op het doorontwikkelen van de P&amp;C-cyclus,
                    bezien vanuit de positie van de raad."</al><al><vet>Artikel 6. Beleidsonderzoek</vet></al><al>Het uitvoeren van onderzoeken naar de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de
                    rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur, is aan de
                    Rekenkamer Tilburg opgedragen. Toch kan de Auditcommissie ook zelf specifieke
                    onderzoeken uitvoeren. In de oorspronkelijke verordening moest de raad hier
                    altijd over besluiten. In de huidige verordening is dit genuanceerd: het
                    onderzoeksplan wordt ter kennisname aan de raad gebracht, behalve wanneer er
                    budget nodig is voor het onderzoek en/of er sprake is van een zwaarwegend
                    belang. In die laatste situatie is namelijk wel een raadsbesluit nodig. In
                    beginsel maakt de Auditcommissie deze afweging zelf, al kan de raad uiteraard
                    altijd beslissen om een besluit te nemen over een onderzoeksplan dat aan hem ter
                    kennisname is gestuurd. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 juni
                    2015 .</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 juni 2015</al><al>de griffier, </al><al>de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>