<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368980_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente IJsselstein 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-06-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gemeentelijke Rekenkamercommissie gemeente IJsselstein 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 81 oa, lid 1.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-06-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>118801</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamercommissie gemeente IJsselstein 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente IJsselstein;</al><al/><al>gelet op artikel 81 oa lid 1 van de Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op de Verordening op de rekenkamercommissie 2009, gewijzigd 18
                        februari 2010, gewijzigd 1 juli 2010;</al><al/><al>gelezen het verslag van de begeleidingscommissie rekenkamercommissie van 21
                        januari 2014;</al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel herbenoeming leden rekenkamercommissie van 8 mei
                        2014;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het presidium van 4 maart 2015;</al><al/><al><vet>Besluit</vet></al><al>vast te stellen de Verordening op de rekenkamercommissie gemeente
                        IJsselstein 2015:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>wet: Gemeentewet;</al></li><li nr="·"><al>commissie: rekenkamercommissie;</al></li><li nr="·"><al>rekenkamercommissie: de commissie die is ingesteld bij besluit
                                    van de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van
                                    beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken een bijdrage te
                                    leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde beleid, alsmede
                                    de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan. Hierna te
                                    noemen ‘commissie’;</al></li><li nr="·"><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="·"><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="·"><al>medewerker: griffiemedewerker ter ondersteuning van de
                                    rekenkamercommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt
                                aangeduid als de rekenkamer-commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit drie leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als intermediair tussen raad en rekenkamercommissie fungeert vanuit
                                het presidium een subcommissie, bestaande uit drie leden, door en
                                uit het presidium te benoemen, die tenminste twee maal per jaar een
                                voortgangsgesprek voert met de leden van de
                                rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>De rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke)
                            effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en
                            doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid, van het gemeentelijke
                            beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van
                            het gemeentelijk beheer, alsmede naar de doelmatigheid en
                            doeltreffendheid van instellingen waarvan de activiteiten geheel of in
                            belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. Een door de
                            commissie ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het
                            gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening
                            als bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet, tweede lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de drie leden van de commissie. De selectie van de
                                leden vindt plaats op voordracht van de subcommissie als bedoeld in
                                artikel 2.3.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de rekenkamercommissie worden door de raad benoemd voor
                                een periode van drie jaren. De leden van de rekenkamercommissie zijn
                                met inachtneming van de bepalingen van dit artikel voor maximaal één
                                periode herbenoembaar. De rekenkamercommissie stelt een rooster van
                                (gefaseerd) aftreden vast, zodanig dat de continuïteit van de
                                werkzaamheden niet in gevaar kan komen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad benoemt uit het midden van de commissie de voorzitter en
                                plaatsvervangende voorzitter. De voorzitter draagt zorg voor het
                                tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de
                                rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken
                                van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het
                                bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming, het contact
                                onderhouden met de gemeenteraad, ambtelijke organisatie, pers en
                                naburige rekenkamers. Hij stuurt de ondersteunende medewerker van de
                                rekenkamercommissie aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eed</titel></kop><al>Ten aanzien van de leden is artikel 81 g van de Gemeentewet van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-actief.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een lid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met
                                        het lidmaatschap van de commissie.</al></li><li nr="c."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk
                                        een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke
                                        uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie kunnen door de raad worden ontslagen
                                wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun
                                functie te vervullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verboden handelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de leden van de rekenkamercommissie verboden de handelingen
                                te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad
                                kan, gehoord de rekenkamercommissie, een lid van de
                                rekenkamercommissie dat heeft gehandeld in strijd met dit verbod,
                                uit zijn functie ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Leden overleggen aan de raad halfjaarlijks een lijst met daarin
                                opgenomen de nevenfuncties die zij op dat moment vervullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de leden van de
                                commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden ontvangen een maandelijkse vergoeding voor hun
                                werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer door de rekenkamercommissie gekozen wordt voor
                                (secretariële) ondersteuning bedraagt de vergoeding voor de
                                voorzitter in 2010 € 265,14 per maand en voor de leden €
                                228,01;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de situatie als bedoeld in het voorgaande lid mag het resterende
                                bedrag van het onderdeel “vergoedingen” worden aangewend ten behoeve
                                van vergoeding van kosten voor (secretariële) ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer door de rekenkamercommissie niet gekozen wordt voor
                                (secretariële) ondersteuning bedraagt de vergoeding voor de
                                voorzitter in 2010 € 307,49 per maand en voor de leden €
                                265,14;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De maandelijkse vergoeding is inclusief reiskosten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamercommissie dient binnen één maand na haar aantreden bij
                                de gemeenteraad aan te geven of zij haar werkzaamheid zal verrichten
                                met of zonder (secretariële) ondersteuning</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vergoedingen, na 2010 zullen per 1 januari van elk jaar worden
                                herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen overheid,
                                inclusief bijzondere beloningen geldend voor de maand september van
                                het voorafgaande kalenderjaar;</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De vergoedingen als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van
                                het budget van de rekenkamercommissie als bedoeld in artikel
                                15.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Medewerker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan ten laste van het budget genoemd in
                                artikel 15 een medewerker benoemen, mits dit niet ten koste gaat van
                                het uitgangspunt tot het uitbrengen van een tweetal
                                onderzoeksrapporten op jaarbasis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerker staat de rekenkamercommissie terzijde bij de
                                uitvoering van haar taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De medewerker legt met betrekking tot de wijze waarop de
                                ondersteunende taken worden verricht rechtstreeks verantwoording af
                                aan (de voorzitter van) de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De medewerker is rechtspositioneel ondergebracht bij de griffie.
                                Daarmee zijn op de medewerker de arbeidsvoorwaarden van de gemeente
                                IJsselstein van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd tot schorsing danwel ontslag van
                                de medewerker voor wat betreft zijn werkzaamheden voor de
                                rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reglement van Orde</titel></kop><al>De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en
                            andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling
                            onverwijld ter kennisneming naar de Raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Besluitvorming in de rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In vergaderingen van de rekenkamercommissie wordt besloten bij
                                meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter
                                doorslaggevend</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Besluiten kunnen niet worden genomen tenzij een meerderheid van de
                                leden van de rekenkamercommissie ter vergadering aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jaarlijks stelt de rekenkamercommissie een (onderzoeks)jaarplan voor
                                het aankomende jaar op. Het jaarplan van de rekenkamercommissie
                                wordt, samen met het jaarverslag en de jaarrekening aan de raad ter
                                kennisname aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert
                                de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                                commissie ter kennisgeving aan de raad verstuurd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het
                                instellen van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen
                                een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de
                                commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor
                                gemotiveerde gronden aanvoeren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het onderzoek moet betrekking hebben op de doelmatigheid,
                                doeltreffendheid of rechtmatigheid van het beleid;</al><lijst><li nr="•"><al>Er moet sprake zijn van een substantieel belang;</al></li><li nr="•"><al>Het onderzoek moet door de gemeente te beïnvloeden beleid
                                        betreffen;</al><lijst><li nr="i."><al>Er moet sprake zijn van enige evenwichtige spreiding
                                                over de gemeentelijke</al></li><li nr="ii."><al>beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken;</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Er dient aandacht te worden besteed aan de
                                        onderzoeksdoelmatigheid;</al></li><li nr="•"><al>De onderzoeksresultaten moeten communiceerbaar zijn naar de
                                        bevolking.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                                uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde
                                onderzoeksopzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie zal naast het verplichte jaarverslag minimaal
                                twee keer per jaar een rapportage ter informatie naar de raad sturen
                                te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>rond het uitkomen van het jaarverslag over de voortgang van
                                        onderzoeken van het lopende jaar;</al></li><li nr="b."><al>in het vierde kwartaal van ieder jaar over de keuze en
                                        planning van onderzoeken voor het volgende jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie informeert de subcommissie uit het presidium
                                tussentijds wanneer daartoe aanleiding is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het
                                gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en
                                schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de
                                uitvoering van het onderzoek. De rekenkamercommissie kan de
                                bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan
                                medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan.
                                De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente
                                zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de
                                rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie is bevoegd bij instellingen waaraan de gemeente een
                                subsidie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent
                                van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie
                                betrekking heeft, nadere inlichtingen in te winnen over de
                                jaarrekeningen, daarop betrekking hebben de rapporten van hen die
                                deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met
                                betrekking tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten.
                                Indien een of meer documenten ontbreken, kan de commissie van de
                                betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten
                                zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de
                                Wet openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten
                                die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim
                                aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten
                                behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot
                                geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid,
                                respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen
                                beleggen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt betrokken ambtenaren in de gelegenheid
                                om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken
                                bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de
                                rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier
                                taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De
                                rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden
                                aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten (zie
                                lid 7) formuleert de rekenkamercommissie haar conclusies en
                                aanbevelingen.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Na vaststelling door de rekenkamercommissie wordt het
                                onderzoeksrapport inclusief de conclusies en aanbevelingen aan het
                                College aangeboden. De rekenkamercommissie stelt het College in de
                                gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten
                                minste twee weken bedraagt, zijn zienswijze aan de
                                rekenkamercommissie kenbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Na ontvangst van de reactie van het College wordt het rapport zo
                                spoedig mogelijk aan de raad aangeboden. Hierbij wordt de reactie
                                van het college toegevoegd. Het staat de rekenkamercommissie vrij om
                                eventueel schriftelijk te reageren op de reactie van het
                                College.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Het proces rondom de behandeling van rekenkamerrapporten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na publicatie van het rapport wordt het rapport aangeboden en zo
                                nodig behandeld in een van de clustervergaderingen, afhankelijk van
                                het onderwerp van het rapport. De rekenkamercommissie kan tijdens
                                deze vergadering een toelichting geven op het rapport. Inhoudelijke
                                behandeling vindt plaats aan de hand van een raadsvoorstel. In dit
                                raadsvoorstel wordt besloten of, en hoe, de aanbevelingen van de
                                rekenkamercommissie worden overgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tijdens de uiteindelijke behandeling in de raad wordt een besluit
                                genomen over het raadsvoorstel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de
                                begroting beschikbaar gesteld budget binnen de onderdelen
                                “vergoedingen” en “onderzoeken” uitgaven te doen ten behoeve van de
                                uitvoering van haar taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen die krachtens artikel 8 zijn toegekend aan
                                        de leden van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>de medewerker rekenkamer;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijke overige uitgaven die de rekenkamercommissie
                                        nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                                verantwoording verschuldigd aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Jaarlijks dient de commissie een jaarverslag en –rekening in vóór 1
                                maart van het daarop volgende jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding en Intrekking</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking de eerste dag na publicatie en
                            tegelijkertijd wordt de Verordening Rekenkamercommissie gemeente
                            IJsselstein 2009 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening gemeentelijke
                            Rekenkamercommissie gemeente IJsselstein 2015.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 april 2015</al><al/><al>De voorzitter,</al><al>De griffier,</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><tussenkop><vet>Artikel 1 </vet></tussenkop><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                    telkens in hun geheelmoeten worden uitgeschreven.</al><al>In deze modelverordening is gekozen om de begrippen doelmatigheid,
                    doeltreffendheid en rechtmatigheid (die in artikel 182 van de Gemeentewet zijn
                    genoemd) niet in artikel 1 op te nemen. Hiermee willen wij voorkomen dat
                    gemeenten in de verordening een eigen definitie hanteren. Wel wordt in deze
                    toelichting uiteengezet wat onder deze termen wordt verstaan. Doelmatigheid is
                    de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering mogelijke kosten
                    worden bereikt. Bij doeltreffendheid gaat het er om of het resultaat van het
                    beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd beoogd en de gestelde
                    beleidsdoelen worden verwezenlijkt. Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen
                    aan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en
                    regelgeving die direct van belang is voor de rechtmatigheid van de
                    totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 2 Rekenkamercommissie</vet></tussenkop><al>Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van artikel
                    81o van de wet regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. De wet
                    spreekt van een rekenkamerfunctie. In deze modelverordening is gekozen voor een
                    rekenkamercommissie met uitsluitend externen. De voorzitter wordt uit de leden
                    gekozen. De raad bepaalt zelf hoeveel leden de rekenkamer zal hebben.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 3 Taken</vet></tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 4 Benoeming leden </vet></tussenkop><al> De raad benoemt de 3 leden van de commissie. N.a.v. gesprek met de
                    begeleidingscommissie 21 januari 2014 is gesteld een benoemingsperiode voor
                    rekenkamercommissieleden van maximaal zes jaar, met overgangsperiode huidige
                    leden en volgens een rooster van gefaseerd aftreden. Na een benoemingsperiode
                    van drie jaar, kan er één maal een herbenoemingsperiode van nogmaals drie jaar
                    plaatsvinden.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 5 Eed</vet></tussenkop><al>De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen, vloeit voort uit
                    artikel 81g van de Gemeentewet en wordt van overeenkomstige toepassing verklaard
                    op de leden van de rekenkamercommissie.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 6 Ontslag en non-activiteit </vet></tussenkop><al> Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of
                    soms verplichting) hen op non-actief te stellen in bepaalde situaties.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 7 Verboden handelingen</vet></tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 8 Vergoeding voor werkzaamheden van de leden van de
                    commissie</vet></tussenkop><al> In dit artikel is de vergoeding die leden voor hun werkzaamheden ontvangen,
                    vastgelegd.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 9 Medewerker </vet></tussenkop><al> De rekenkamercommissie wordt ondersteund door een medewerker van de griffie. In
                    het derde en vijfde lid is voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie
                    van de medewerker ten opzichte van de rekenkamercommissie.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 10 Reglement van orde</vet></tussenkop><al> Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard
                    op de rekenkamer-commissie. In het reglement van orde moeten/kunnen zaken als de
                    vergoeding, volgorde van aftreden bij een meerhoofdige rekenkamercommissie,
                    verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij
                    onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te
                    verrichten enzovoorts geregeld.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 11 Besluitvorming van de rekenkamercommissie
                    </vet></tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 12 Onderwerpselectie en opdrachtverlening </vet></tussenkop><al> De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid
                    te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan
                    kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek
                    instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit
                    verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet
                    genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er
                    een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de
                    rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad
                    zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 13 Werkwijze </vet></tussenkop><al/><al>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek
                    over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de
                    bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur
                    en van alle ambtenaren.</al><al>Daarnaast wordt in dit artikel geregeld dat de rekenkamercommissie ook bij
                    instellingen inlichtingen kan inwinnen, voor zover de baten voor meer dan 50%
                    uit subsidie van de gemeente IJsselstein afkomstig zijn.</al><al/><al>De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op grond
                    van de belangengenoemd in artikel 10 van de Wob kunnen rapporten of gedeelten
                    daarvan als geheim worden aangemerkt.</al><al/><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij
                    de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde)
                    ontwerponderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke
                    bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan het College worden voor
                    gelegd met de vraag eventuele onjuistheden eruit te halen en te corrigeren. Tot
                    slot brengt de rekenkamer een definitief rapport naar buiten met bevindingen,
                    conclusies en eventueel aanbevelingen.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 14 Het proces rondom de behandeling van rapporten</vet></tussenkop><al>Over de behandeling van rekenkamerrapporten in de raad is wettelijk niets
                    geregeld. In de Gemeentewetstaat alleen dat de rekenkamer al haar rapporten aan
                    de gemeenteraad en het college toestuurt. Hierdoor verschilt de manier waarop
                    een rekenkamerrapport wordt behandeld per gemeente.</al><al/><al>Na publicatie wordt een rapport van de rekenkamer aangeboden aan de
                    gemeenteraad. Vervolgens bepaalt het presidium, in overleg met de griffie,
                    wanneer het rapport wordt behandeld en in welke raadscommissie. In eerste
                    instantie wordt het rapport informatief behandeld in een van de raadscommissies
                    waarbij de rekenkamercommissie in de gelegenheid wordt gesteld een toelichting
                    te geven. Leden van de raadscommissie kunnen vragen stellen aan de
                    rekenkamercommissie. Afhankelijk van het onderwerp van het rapport wordt gekeken
                    in welke raadscommissie dit zal zijn. Tevens is er gelegenheid (ook na de
                    presentatie) tot het stellen van technische vragen over het rapport aan de
                    rekenkamercommissie. Vervolgens zal de inhoudelijke behandeling plaatsvinden aan
                    de hand van een conceptraadsvoorstel inzake het al dan niet overnemen van de
                    aanbevelingen. Tijdens de uiteindelijke behandeling neemt de raad een besluit
                    over het raadsvoorstel. Vervolgens is het aan het college om aan de slag te gaan
                    met het besluit van de raad. De griffie zal toezien op de gang van zaken met
                    betrekking tot de verdere uitwerking en uitvoering van de aanbevelingen.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 15 Budget </vet></tussenkop><al/><al>De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het
                    budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. De in het tweede
                    lid genoemde kosten worden ten laste van het budget gebracht.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 16 en 17 Inwerkingtreding en Intrekking en
                    Citeertitel</vet></tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>