<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368914_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet                Haarlemmerliede en Spaarnwoude            2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 3-6-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035631">Besluit loonkostensubsidie Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BOB 15/006</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet
                Haarlemmerliede en Spaarnwoude
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 april 2015,</al><al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;</al><al/><al>gezien het advies van commissie Raadsvoorbereiding;</al><al/><al>besluit vast te stellen de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet
                        Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2015.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="-"><al>dienstbetrekking: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
                                dienstbetrekking, als bedoel in artikel 6, eerste lid, onderdeel f
                                van de wet;</al></li><li nr="-"><al>doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in artikel 7,
                                eerste lid, onderdeel a, van de wet, van wie is vastgesteld dat zij
                                met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het
                                wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden hebben tot
                                arbeid;</al></li><li nr="-"><al>loonkostensubsidie: subsidie ten behoeve van een werkgever ter
                                compensatie van de lagere loonwaarde van een werknemer;</al></li><li nr="-"><al>loonwaarde: de arbeidsprestatie van een werknemer in een bepaalde
                                functie op een bepaald moment, afgezet tegen de prestatie in de
                                normfunctie;</al></li><li nr="-"><al>werkbedrijf: overleg tussen gemeenten, UWV, sociale werkvoorziening,
                                re-integratiebedrijven, werkgevers en werknemers binnen de
                                arbeidsmarktregio over de wijze waarop de doelgroep van de wet
                                ondersteund wordt bij het vinden van werk;</al></li><li nr="-"><al>wet: de Participatiewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet,</al></li><li nr="b."><al>deze persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>deze persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een externe organisatieadviseert het college met betrekking tot
                            het oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.
                            Deze organisatie neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria
                            in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college gebruikt de in bijlage omschreven methode om de loonwaarde
                            van een persoon vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een externe organisatieadviseert het college met betrekking tot de
                            vaststelling van de loonwaarde van een persoon. De externe organisatie
                            neemt daarbij de in de bijlage 1 omschreven methode in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie
                        Participatiewet Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2015.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 26 mei 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                        Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de raad bij verordening
                        regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                        loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al><al/></li></lijst><al>Vanwege de regionale samenwerking is het van belang dat deze regels worden
                        afgestemd met de partners binnen het Werkbedrijf.</al><al/><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen
                        zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet
                        die mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld
                        dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het
                        wettelijk minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel
                        6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet).</al><al/><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                        dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college de loonwaarde van die
                        persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor is
                        geen aanvraag vereist. </al><al/><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon
                        voor de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                        verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie
                        in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding
                        en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel
                        6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al/><al>In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan
                        de vorm van loonkostensubsidie zoals omschreven in de
                        Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Haarlemmerliede en
                        Spaarnwoude 2015. </al><al/><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                        worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van
                        de Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van
                        loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig
                        voor een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de
                        gemeente werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer (zie
                        Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60).</al><al/><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                        bestuursrecht of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van toepassing op
                        deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                        begripsomschrijvingen opgenomen. </al><al/><divisie><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld
                        of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                        aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdeel b van de
                                Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                                vierde lid onderdeel b van de WIA en artikel 36, derde lid,
                                onderdeel b van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in
                                dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                                minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee
                                jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                                Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,
                                en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                                zelfstandigen.</al><al/></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is
                        om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie
                        behoort. Binnen de kaders van de Participatiewet is het aan de gemeente om
                        vast te stellen op welke wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet
                        (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 62). In artikel 2,
                        tweede lid, is vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen worden.
                        Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel
                        e, van de Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep
                        loonkostensubsidie vastgelegd.</al><al/><al>Bij de vaststelling of iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie
                        laat het college zich adviseren door een externe organisatie. Het college
                        draagt personen voor die zouden kunnen behoren tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie, een externe organisatie adviseert en neemt daarbij
                        eveneens de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. Op basis van het
                        advies beslist het college of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie
                        behoort. Alleen als sprake is van een onzorgvuldige totstandkoming van het
                        advies, kan besloten worden het advies niet te volgen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                        persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever
                        voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college
                        de loonwaarde van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist.
                        Een externe organisatie adviseert het college met betrekking tot de
                        vaststelling van de loonwaarde van een persoon (artikel 2, tweede lid, van
                        deze verordening).De vastgestelde loonwaarde legt het college vast
                        in een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens
                        (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al/><al>In de bijlage als bedoelt in artikel 3, eerste lid, van deze verordening
                        wordt de methode die het college gebruikt om de loonwaarde van die persoon
                        te bepalen omschreven. </al><al/><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college
                        loonkostensubsidie aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de
                        Participatiewet.</al></divisie><al/><al><vet>Toelichting op de bijlage bij artikel 3 - wijze waarop loonwaarde wordt
                        vastgesteld</vet></al><al>Het college maakt gebruik van de ‘UWV-methode loonwaarde vaststelling’ om de
                    loonwaarde van een persoon te bepalen. Deze methodiek voldoet aan de
                    valideringseisen van ‘Blik op Werk’, welke in opdracht van het Ministerie van
                    Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn vastgesteld.</al><al/><al>Het doel van de ‘UWV-methode loonwaarde vaststelling’ is het aanbieden van een
                    methodische werkwijze voor de arbeidsdeskundige bij een objectieve vaststelling
                    van de loonwaarde van een werknemer.</al><al/><al>De definitie van loonwaarde is: De arbeidsprestatie van een werknemer in een
                    bepaalde functie op een bepaald moment, afgezet tegen de prestatie in de
                    normfunctie.</al><al>Een arbeidsprestatie bestaat uit doelgerichte handelingen die resulteren in een
                    bijdrage aan producten of diensten die een economische waarde hebben voor een
                    werkgever.</al><al/><al>Bij loonwaarde wordt de arbeidsprestatie bepaald op basis van de elementen
                    tempo, kwaliteit en inzetbaarheid en afgezet tegen de arbeidsprestatie in de
                    normfunctie. Additionele kosten, die de werkgever moet maken om de betreffende
                    werknemer te kunnen laten functioneren worden wel in kaart gebracht, maar worden
                    niet meegerekend bij het vaststellen van de loonwaarde.</al><al/><al>De bijlage geeft inzicht in het uniforme stappenplan, waarmee de mate van
                    validiteit van de ‘UWV-methode loonwaarde vaststelling’ is bepaald.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>